ANWB introduceert Auto-stopfunctie tegen nachtelijke blokkeertarieven, mag dat?

Photo by Sue Winston on Unsplash

De ANWB introduceert in Nederland de Auto-stopfunctie in de ANWB Laadpas-app. Dat meldde Tweakers vorige week. Deze functie voorkomt dat er na 23:00 blokkeertarieven in rekening worden gebracht als de accu vol is. Doel is een maatschappelijke discussie op gang brengen, maar het maakt het leven voor de gebruiker wel een stuk makkelijker.

Eerder legde de Bond deze functie als volgt uit:

Normaal gesproken betaal je bij een laadpaal voor elke geladen kilowattuur, net zoals je bij de pomp afrekent voor elke getankte liter benzine of diesel. Het kan echter voorkomen dat je bij een laadpaal een tweede, tijdsgebonden tarief betaalt bovenop de stroomprijs: het zogenaamde blokkeertarief. Ben je langer dan een bepaalde tijd aan het laden, dan betaal je een bedrag per minuut dat je de laadpaal bezet houdt. Het idee daarachter is sympathiek, het moet voorkomen dat laadpalen onnodig lang bezet zijn.
Deze zomer voelde iemand zich nog ‘opgelicht’ toen hij in Frankrijk een rekening van 479 euro kreeg. Hij had de auto 26 uur aan de paal laten zitten, terwijl die normaal na zo’n 12 uur echt wel vol is. Maar zoals de ANWB in de aankondiging van de Laadpas-update meldt: “Iedereen moet ’s nachts zijn auto kunnen laden zonder uit bed te hoeven om extra kosten te voorkomen”.

Men stelt dat blokkeertarieven onnodig hoog zijn en bovendien direct beginnen nadat het laden voltooid is. Daarmee wordt het een extra verdienmodel voor laadpaalaanbieders, in plaats van alleen een civielrechtelijke boete voor laadpaalklevers.

In 2022 deed het Hof Arnhem uitspraak in het kader van handhaving bij paalklevers. Ook daar was de discussie dat het wel érg oneerlijk is dat je direct na het groene lampje weg moet rijden of een boete (€95) riskeerde. Het Hof vond dat niet een serieus bezwaar:

Voor zover van de zijde van de betrokkene is gesteld dat de bestuurder steeds bij het voertuig zou moeten blijven om te weten wanneer hij zijn voertuig moet verplaatsen, wordt opgemerkt dat na het aansluiten van een elektrisch voertuig aan een laadpaal door het voertuig in de regel zelf een berekening wordt gegeven van de te verwachten laadtijd, terwijl de bestuurder ook zelf een zodanige berekening kan maken.
De app zou bijvoorbeeld vanaf 30 minuten voor de eindtijd meldingen kunnen geven, zodat je naar je auto terug kunt. Alleen: halverwege je afspraak of bezoek teruggaan om de auto te verplaatsen is nogal gedoe. En dat geldt des te meer voor de laadplek-als-parkeerplaats in de nacht.

Dan kom je bij juridische taal als “redelijkheid en billijkheid”: kun je van mensen verwachten dat ze inderdaad om 01:42 opstaan en de auto verplaatsen? Of dat ze de auto niet laden als de eindtijd 01:42 zou zijn?

Arnoud

Amerikaanse rechter: TikTok verantwoordelijk voor door derden geplaatste content; gevolgen voor sociale media

Photo by and machines on Unsplash

TikTok heeft in een Amerikaanse rechtszaak een nederlaag geleden die grote gevolgen kan hebben voor claims tegen andere socialemediabedrijven in de Verenigde Staten. Dat meldde Villamedia onlangs. De video-app kan zich niet op de bescherming voor tussenpersonen (Section 230) beroepen bij een claim wegens overlijden van een tienjarige die meedeed aan een “blackout-challenge”.

De moeder van het meisje had het platform aansprakelijk gesteld voor het overlijden, omdat het platform via algoritmes aanbevelingen deed voor filmpjes over deze challenge. De hoofdregel is natuurlijk dat platforms niet aansprakelijk zijn voor content van gebruiker. Section 230, de Amerikaanse DSA, bepaalt expliciet dat dit hen niet aangerekend kan worden.

Het argument hier was dat TikTok zich deze content eigen gemaakt heeft door (algoritmisch) deze te pushen. Dan ben je niet meer een doorgeefluik zeg maar. En dit gaat ook niet over moderatie: het is een keuze wat je aanbeveelt.

Het artikel zelf is beroemd en kort:

No provider or user of an interactive computer service shall be treated as the publisher or speaker of any information provided by another information content provider.
De term “publisher or speaker” moet breed opgevat worden. Het dekt alle gevallen waarin een platform content van anderen doorgeeft. Dus niet alleen de passieve kaders biedt waarin de video gestart kan worden, óók bij aanbevelingen, gesorteerde overzichten en zoekresultaten.

In een zaak uit 2023 (Gonzalez v. Google) bepaalde de US Supreme Court nog dat Google/Youtube niet aansprakelijk te stellen was voor medeplichtigheid aan de terreurorganisatie ISIS. Die had een Youtubekanaal met advertenties, wat Google (kennelijk oogluikend) liet bestaan ondanks vele klachten. De Supreme Court wees de claim af op Section 230: ongeacht hoe Google ook deze content had gepromoot of gesteund, dat maakte ze een “publisher or speaker” van informatie van een ander en dús niet aansprakelijk.

Het Hof van Beroep in deze zaak pakt er een recentere uitspraak bij (Moody v. Netchoice, 2024). Hierin verbood de Supreme Court de staten Florida en Texas om eigen regels te maken over wat platforms voor moderatiebeleid mogen stellen. Zulke eigen regels gaan in tegen het First Amendment: modereren en kiezen wat je wel en niet toelaat is jóuw beschermde expressie, in de zin van de uitingsvrijheid.

Het Hof van Beroep gebruikt dit als argument om te zeggen dat algoritmische aanbevelingen dus de eigen uitspraken zijn van TikTok, en geen content van een ander die zij doorgeeft. En omdat Section 230 alleen bij die laatste categorie beschermt, is TikTok dus aansprakelijk te stellen voor de eigen uitspraken, de algoritmische aanbevelingen die ze doet.

Probleem hiermee is alleen dat de opstellers van Section 230 expliciet met hun wet ook algoritmische aanbevelingen – zoekmachines, in 1995-terminologie – wilden beschermen. Het zou raar zijn dat je Google mocht aanspreken op een zoekresultaat met het argument dat het hún content is, en niet doorgegeven content van die site. Dan blijft er niets over van Section 230.

Dus nee, deze uitspraak van het Hof is fout. Alleen: dat moet naar het Supreme Court om rechtgezet te worden, en dat zal een paar jaar duren (zeker met de te verwachten stroom aan claims rondom de presidentsverkiezingen).

En natuurlijk, het voelt raar dat TikTok niets te verwijten valt bij het promoten van zulke ernstige (en strafbare) video’s. Maar dat los je niet op met een groot gat in een algemene regeling. De Europese aanpak met, naast zo’n algemene regeling, een specifieke plicht tot optreden tegen strafbare content (met adequate teams van moderatoren) en het stipt opvolgen van bevelen van autoriteiten is dan een stuk verstandiger.

Arnoud

Braziliaans hooggerechtshof blokkeert toegang tot X

Photo by carolina daltoe on Unsplash

Socialemediaplatform X wordt geblokkeerd in Brazilië, las ik bij Tweakers. Het Braziliaanse hooggerechtshof nam deze beslissing omdat X niet tijdig een juridische vertegenwoordiger heeft aangesteld in het land. De uitspraak is een escalatie in een al veel langer lopend geschil tussen X-eigenaar Elon Musk en de Braziliaanse rechterlijke macht.

Het formele punt is vrij simpel: buitenlandse bedrijven zijn in Brazilië (binnen bepaalde kaders) verplicht om een lokale vertegenwoordiger te hebben als ze daar zaken doen maar er niet direct gevestigd zijn. Die vertegenwoordiger is dan aan te spreken voor eventuele schade of contractbreuk door het bedrijf. Hoe die het dan verhaalt op het buitenlandse moederbedrijf is iets dat ze dan onderling mogen regelen.

Dit kennen wij in Europa ook, leveranciers van allerlei productcategorieën – en AVG-verwerkingsverantwoordelijken – van buiten de EU moeten in die situatie ook een vertegenwoordiger stellen. In Brazilië is dat voor internetdienstverleners expliciet geregeld, inclusief ultieme sanctie dat internetproviders die diensten anders moeten blokkeren wanneer de rechter dat beveelt.

Je moet de uitspraak echter in het bredere kader zien van het al veel langer lopende geschil waar X in verwikkeld is. Rechter Alexandre de Moraes probeert X te dwingen harder op te treden tegen nepnieuws, en dit is de laatste in een reeks sancties die hij daarbij opgelegd heeft. Wikipedia documenteert het neutraal:

In april 2024 kreeg De Moraes te maken met publieke reacties vanwege het bevel van het Hooggerechtshof om verschillende X-accounts te blokkeren, waarbij de strijd tegen desinformatie als reden werd aangevoerd. X-eigenaar Elon Musk beschuldigde De Moraes van “schaamteloos en herhaaldelijk verraden van de grondwet en het volk van Brazilië”, wat er op zijn beurt toe leidde dat het Hooggerechtshof een strafrechtelijk onderzoek tegen Musk opende wegens het verspreiden van onjuiste informatie en vermeende belemmering van onderzoeken. De uitwisseling heeft gemengde reacties uitgelokt, zowel van Braziliaanse politici als van internationale internetgebruikers.
Je kunt dit zien als gewoon wat je krijgt als je probeert te doen of je met jouw dienst belangrijker bent dan een specifiek land. Dan escaleert handhaving en rechtspraak, en de ultieme consequentie (zie de discussie over Telegram blokkeren onder de DSA) is dan een blokkade of een verbod tot zakendoen.

Probleem is dat de hele toestand begon met een heftige politieke aanleiding: de bestorming van het Braziliaanse Congres in 2023, nadat oud-president Jair Bolsonaro de verkiezingen had verloren. Diverse sociale media, waaronder X, werden gebruikt om een en ander te promoten of zelfs coördineren. Begrijpelijk dat het land dan extra zwaar inzet op het de kop indrukken van staatsgevaarlijke uitingen.

Waarom X specifiek hier een punt van maakt, is niet helemaal duidelijk. Onder Musk staat de dienst niet bepaald bekend als een voorvechter van het vrije woord; men blokkeert in India of Turkije nadrukkelijk zaken (en mensen) die tegen overheidsopvattingen ingaan. Volgens Musk in 2023 was dat normaal voor internetbedrijven, je moet je nu eenmaal aan lokale wetgeving houden.

Bij Associated Press lees ik een mogelijke verklaring:

Far-right X users have been trying to involve Musk in Brazilian politics for years, said Bruna Santos, lawyer and campaign manager at nonprofit Digital Action.
Het zou hem er dan in zitten dat bij die andere landen het bevel gewoon bij de juridische afdeling terecht kwam, terwijl de actie van De Moraes direct bij Musk persoonlijk uitkwam. En die zag daar een dringende noodzaak tot verdedigen van het vrije woord.

Een meer fundamentele discussie is hoe je als multinationale internetdienst om moet gaan met lokale wetgeving. Die discussie is al behoorlijk oud. Het moeilijke eraan is altijd dat ieder land haar eigen normen en waarden heeft, en vindt dat ze die mag handhaven.

Als de dienstverlener hele andere normen en waarden uitdraagt, dan krijg je een conflict. Weggaan is natuurlijk altijd een optie, maar kun je als dienstverlener dan ook zeggen, ik pleeg burgelijke ongehoorzaamheid, ik blijf dit faciliteren want de onderliggende norm is belangrijker? Dat kan, maar de escalatie kan je dan behoorlijk wat omzet kosten.

Arnoud

 

 

 

Juridisch taalgebruik is ook een stukje performatieve magie (kennelijk)

Photo by Pexels on Pixabay

“We ontdekten dat mensen die de taak hadden officiële wetten te schrijven, op een ingewikkelder manier schreven dan mensen die de taak hadden onofficiële juridische teksten te schrijven met een vergelijkbare conceptuele complexiteit.” Aldus (de Googlevertaling van) een recent MIT onderzoek, dat er maar gelijk de magischespreukhypothese tegenaangooit. Maar er zit een kern van waarheid in.

Iedereen kent het probleem van de onleesbare juridische documenten. Meestal gaat het dan om voorwaarden, privacyverklaringen en dergelijke, maar ook bij wetsteksten en vonnissen is de leesbaarheid een fors probleem – zeker voor niet-juristen.

Vaak wordt dit toegeschreven aan behoudendheid. Bij een  publicatie over de langste zin uit een vonnis in 2023 merkte advocaat Raimond Dufour bijvoorbeeld op dat

De langste zinnen van de rechtspraak vind je in het strafrecht: De tenlasteleggingen zijn vaak oeverloze opsommingen die om een of andere reden altijd in één zin moeten worden geformuleerd.
Die reden is meestal dat het in eerdere teksten ook zo gebeurt. Maar enkel luiheid of gewoonte voelt wat mager, want je zou zeggen dat ook wetgevingsjuristen of OM-medewerkers teksten kunnen reviseren. (Er is een onderstroom die zegt dat dat riskant is zonder voordeel: als jouw nieuwe tekst afgekeurd wordt bij de rechter, dan heb jij het gedaan; de oude tekst wordt niet afgekeurd; waarom zou je.)

Het MIT onderzoek gaat heel diep terug de rechtsfilosofie in en formuleert een “Magic Spell Hypothesis”. Deze komt erop neer dat het moeilijke taalgebruik een keuze is om de wet effect te laten geven. Het moet klinken of deze wet de wereld gaat veranderen, en “Rechts houden mensen!” heeft dat effect veel minder dan “Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden.”

Bij toverspreuken hoort een bepaald taalpatroon, zoals dat dingen rijmen of in een bepaalde cadans worden geformuleerd. Specifiek bij wetten is dat center-embedded syntax, de neiging om zinnen in elkaar te schuiven. Een voorbeeld (art. 310 Sr):

Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
Dit op enigszins dramatische toon voorlezen is geen enkel probleem. De komma’s creëren dramatische pauzes, waarbij je een strenge toon kracht kunt bijzetten. Het onderzoek verwijst hier naar “distinctive low-frequency structures”, zinsconstructies die alleen (en dan juist ook vaker) in dit soort teksten voorkomen. Die dienen als trigger bij de luisteraar dat het hier om iets bijzonders gaat.

Een bijkomende reden is dat zo’n zinsconstructie dwingt tot scherper luisteren. Het verhoogt de verwerkingsbelasting, dit is geen zin die je met een half oor begrijpt. Een manier van respect afdwingen is te zorgen dat men héél goed naar je luistert.

Maar probeer dat eens met de B1/B2 taalvariant die ik Claude.AI liet genereren:

Iemand krijgt straf als hij een goed van iemand anders wegneemt, behalve als daar een goede reden voor is. Hij moet dan wel het goed willen houden. Dit geldt ook als het goed voor een deel al van hem is. De straf kan een gevangenisstraf zijn van maximaal vier jaar. Ook kan er een geldboete worden opgelegd van de vierde categorie.
Dit bevat dezelfde informatie, maar mist die dramatische komma’s en bevat ook geen triggers dat sprake is van een bijzondere tekst. Ik herken dit als jurist meteen als de tekst voor in de informatiebrochure of wanneer de rechter haar best deed om in eenvoudige taal te schrijven.

Ik vraag me nu af of de moeite om wetten en (vooral) vonnissen in eenvoudige taal te schrijven er mede mee te maken heeft dat deze magische kracht dan wegvalt. Dan is het niet meer écht.

Arnoud

 

Telegram-oprichter Pavel Durov opgepakt op luchthaven in Parijs

Photo by ev on Unsplash

Oprichter en directeur Pavel Durov van berichtendienst Telegram is zaterdagavond opgepakt op de Franse luchthaven Le Bourget. Dat las ik bij Nu.nl. Het sluit toevalligerwijs mooi aan bij mijn bericht van vorige week over het verzoek tot handhaving op het platform. Toch roept dit weer nieuwe vragen op.

Nu.nl legt uit wat de aanleiding was:

Volgens persbureau Reuters wordt Durov er door de Franse autoriteiten van beschuldigd te weinig te doen aan criminele activiteiten op Telegram. Door niet te modereren en geen of nauwelijks informatie te delen over gebruikers, zou de dienst vrij spel bieden aan drugshandelaren en kindermisbruikers.
Terzijde: Telegram is géén messenger-app zoals WhatsApp, maar eerder een chatgebaseerd sociaal netwerk georganiseerd rond groepen, die via trefwoorden te vinden zijn. Er is ook de mogelijkheid voor privécommunicatie, maar dat is eerder vergelijkbaar met een Instagram-privébericht; iets dat óók kan. En oh ja, de encryptie is centraal en zeker niet e2ee.

De situatie is opmerkelijk omdat Durov vrijwillig naar Frankrijk vloog, kennelijk in de wetenschap dat hij daar gearresteerd kon worden. (Hij heeft een Frans paspoort.) Hij vertrok uit Azerbeidzjan, waar hij tegelijkertijd met president Putin aanwezig was. Op de vlucht na een onwelgevallig gesprek over encryptie in Rusland?

In verband met vorige week roept het vooral de vraag op: wat is hier precies voor crimineels aan de hand? Het niet-naleven van de Digital Services Act (de oproep van vorige week) is immers een bestuursrechtelijke of civielrechtelijke kwestie, die wet kent geen bepalingen van strafrecht.

Frankrijk kent echter een met de DSA vergelijkbare wet die wél strafrechtelijk gehandhaafd wordt, Wet 2024-449 van 21 mei 2024 gericht op het beveiligen en reguleren van de digitale ruimte. Deze stelt bijvoorbeeld een jaar cel op het niet adequaat modereren tegen kindermisbruikbeeldmateriaal (art. 6-2-1).

Een andere mogelijkheid is dat men de kennis en activiteiten van Durov (of Telegram als bedrijf) ziet als zó ver gaand dat sprake kan zijn van medeplichtigheid. In Nederland is daarvoor vereist dat je actief hulp geeft, of inlichtingen of middelen verschaft (art. 48 Sr). Een platform bieden waar dit toevallig gebeurt is natuurlijk geen medeplichtigheid, maar zodra er iets blijkt van aanmoedigen, moderatie tegenhouden of onder tafel geld accepteren zodat men het kan blijven doen, dan kom je daar wel.

Arnoud

 

Stichting wil dat toezichthouders Telegram dwingen content offline te halen

Photo by Pixabay on Pexels

Stichting Offlimits, Expertisecentrum Online Misbruik, heeft bij verschillende toezichthouders een klacht ingediend om Telegram te dwingen strafbare content offline te halen. Dat meldde Security.nl maandag. Het gaat om zaken als aanbod van wapens, drugs, beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik en  bangalijsten. Diverse lezers vroegen me: hoezo kan een stichting eisen dat dit offline gehaald wordt?

De constructie die Offlimits (gelieerd aan deze zaak uit 2023) gebruikt, is een heel legitime. Het wemelt in Nederland van de toezichthouders, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument en Markt. Die kun je vragen om de regels te handhaven, en zo’n verzoek moeten ze serieus in behandeling nemen. Het is dus niet zo dat Offlimits zelf bedenkt wat strafbaar is of dat ze de regie over wil nemen.

Het handhavingsverzoek staat online. Men opent met de constatering dat het Openbaar Ministerie niet strafrechtelijk wil optreden tegen Telegram, hoewel daar juridisch best ruimte voor is. De reden “omdat Telegram, aldus het OM, ‘toch geen gehoor geeft aan zo’n bevel’.” Het bedrijf zit immers niet in de EU, maar dit voelt wel érg makkelijk.

De overtredingen van de DSA en AVG zijn vrij evident, en het verzoek licht dat grondig toe. AVG technisch is de kern dat er zonder toezicht of controle bijzondere persoonsgegevens (zoals op de bangalijsten of kindermisbruikafbeeldingen) worden verwerkt. De DSA eist een effectief notice-and-action protocol, en dat heeft Telegram niet.

Alleen, wat kunnen de toezichthouders hier anders doen dan wat het OM ook al constateerde? Ja, boetes opleggen die in de vele miljoenen kunnen lopen. Een bevel met dwangsom geven dat aanpassingen zoals een filter eist. De betreffende content te wissen. Enzovoorts. Maar dan steekt Telegram vanuit Rusland een ??????? ????? op, en dan?

De échte volgende stap zou zijn naar een afsluiting van de dienst te gaan, als blijkt dat die zich in het geheel niet wenst te conformeren aan de Europese regels. Daar is ruimte voor, toezichthouders (en zeker de Europese Commissie, als Telegram als VLOP aangemerkt gaat worden) kunnen vérgaande bevelen geven, zolang die maar proportioneel en passend zijn gezien de overtreding.

Het zou een primeur zijn als Europa zo ver zou gaan, want het zo laten zien dat we écht bereid zijn onze regels te handhaven.

Arnoud

Mag een cryptobeurs eisen dat ik de herkomst van crypto uit 2015 kan bewijzen?

Photo by David McBee on Pexels

Een lezer vroeg me:

Bij een herkomst van middelen-onderzoek bij een Nederlandse crypto-beurs kon ik gelukkig bewijs vinden in een toevallig gevonden backup uit 2015. De Belastingdienst had alleen de gegevens van de afgelopen 7 jaar, en de bank kon maar vijf jaar teruggaan. Bovendien zijn bankafschriften alleen niet genoeg als bewijs, volgens die beurs. Hoe zit dat wettelijk, zijn legale investeringen van 7 jaar oud ineens zwart tenzij je kunt bewijzen dat ze wit zijn?
Dit soort onderzoeken zijn inderdaad wettelijk verplicht (Wwft), al is de exacte scope en diepgang nog onderwerp van veel discussie. De kern is dat men geld verkregen uit misdrijven (witwassen) maar ook geld waarover geen belasting is betaald (grijs geld) wil kunnen opsporen, en deze schone taak bij banken en cryptobeurzen heeft gelegd.

De bewijslast bij dit soort zaken ligt bij de bezitter van het geld. Die moet kunnen aantonen dat het geld legaal verkregen is. Althans, in de praktijk. Op papier moet het OM of de Belastingdienst natuurlijk hardmaken dat sprake is van fraude, belastingontduiking of witwassen. Maar heel vaak komt dat neer op aantonen dat de oorsprong niet evident legaal is en een aanwijzing dat er iets schimmigs rondom de bezitter hangt. Daarna komt de bal bij de bezitter te liggen: waar komt het geld dan wél vandaan?

De juridische rechtvaardiging hiervoor is dat jij in principe eenvoudig kunt zeggen waar je geld vandaan komt. Je krijgt immers zelden geld zonder dat jij weet waarom of van wie. En het OM kan moeilijk aan een sok met bankbiljetten zien of dat uit “enig misdrijf” afkomstig is.

Deze harde regel komt in ieder geval zo terug bij hoe banken en cryptobeurzen handhaven. Bij ‘oud geld’ kan het inderdaad zijn dat je dan in bewijsnood komt, want wie weet er nog hoe hij in 2015 een bitcoin had verkregen? Maar de wet biedt daarvoor geen escape.

(Ik heb zelf ooit in 2013 een bitcoin gemined puur om te zien of ik het kon, maar zou niet weten hoe ik nu de herkomst daarvan had moeten bewijzen.)

Arnoud

E-bikemerk Cowboy laat fietsers tegen elkaar racen met nieuwe games in app

Photo by Brent Olson on Unsplash

E-bikemerk Cowboy laat fietsers voortaan tegen elkaar racen in In-Ride Games. Dat meldde Tweakers onlangs. Het gaat om drie spellen in de Cowboy-app: Race, Burn en Push. Dat mag kennelijk alleen “in een veilige fietsomgeving”, maar in Nederland ligt dat iets ingewikkelder: racen op de weg mag niet, maar omdat het met een app gebeurt noemen we het dan een grijs gebied.

Artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 laat aan duidelijkheid weinig te wensen over:

  1. Het is verboden op de weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen.
  2. Onder wedstrijd wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van onderdelen daarvan, hetzij van bedrijfsstoffen.
Wat ga je doen met die drie spellen?
Race laat gebruikers met vergelijkbare profielen tegen elkaar racen in een sprint van 500 meter. Per overwinning worden de tegenstanders sneller. In het spel Burn ligt de focus op het verbranden van calorieën door middel van uitdagingen van een minuut. … Het laatste spel, Push, laat fietsers hun kracht en uithoudingsvermogen testen door hun trapkracht vijftien seconden lang boven de drempelwaarde te houden.
Bij het eerste spel speel je dus tegen elkaar, de andere twee zijn meer individuele challenges. Ik aarzel of dat ‘wedstrijden’ zijn zoals in lid 2 gedefinieerd. Als je niet eens gerangschikt wordt op een scorebord, dan is zo’n individuele challenge volgens mij dat niet.

De fabrikant laat ChatGPT het geruststellend toelichten:

Continued focus on Rider Safety: Cowboy already paves the way with safety features like Crash Detection and Predictive Alerts; New Games come with built-in safeguards

Once in a safe cycling environment, like a park, riders can choose between the three games in the app. The games are designed with safety at the forefront, with intuitive gameplay that minimises distraction and built-in functionality that pauses them automatically when riders stop. If conditions are right, the app may suggest a game. Turning off the games can be easily done with one touch.

Dit is echter juridisch geen excuus: een wedstrijd moet natuurlijk veilig zijn, maar mag alleen worden gegeven met een ontheffing (art. 148 lid 2 Wvw).

Een probleem bij de handhaving is dat je vaak niet goed hard kunt maken dat mensen aan het racen zijn. De omstandigheid dat twee auto’s over een traject met hoge snelheid op korte afstand achter elkaar rijden is bijvoorbeeld an sich onvoldoende daarvoor. Het gebruik van een app die een race-feature hééft, lijkt me echter wel redelijk duidelijk.

Ondertussen heeft de fabrikant het plan ingetrokken, zij het niet op basis van advies van Legal maar vanwege kritiek uit Amsterdam.

Arnoud

 

 

Bitcoins witwassen is inderdaad een strafbaar feit

Photo by David McBee on Pexels

De Hoge Raad voegde weer een uitspraak toe aan de discussie over wat bitcoins (en cryptovaluta algemeen) eigenlijk zijn in het recht. Ditmaal of ze een ‘voorwerp’ zijn dat je kunt witwassen als het uit enig misdrijf afkomstig is.

De verdachte handelde in bitcoins, en zette deze om in contant geld. Dat bleek om forse bedragen te gaan – ik zie 464.028,06 euro opduiken als dagwaarde bij de arrestatie. Dat kan dus best gaan om crimineel geld dat wit gemaakt moet worden.

Probleem: het wetsartikel over witwassen voorziet alleen in ‘voorwerpen’ die je aldus kunt behandelen. Contant geld is een voorwerp, dus daar is het geen probleem. Maar een Instagram-account (om een dwarsstraat te noemen) is géén voorwerp en daar kan dat dus niet mee.

De Hoge Raad vindt het geen probleem om bitcoins als voorwerpen aan te merken, maar is vrij kort in de motivatie. De AG concludeerde eerder dat dit keurig in de bestaande lijn past:

Uit rechtspraak van de Hoge Raad leid ik echter af dat bepaalde entiteiten die mogelijk óók de kenmerken van computergegevens dragen niettemin als een ‘goed’ – en dus ook als een ‘voorwerp’ – kunnen worden aangemerkt wanneer (i) de onderwerpelijke entiteit uniek en individualiseerbaar is en in het economische verkeer een reële waarde vertegenwoordigt, (ii) die entiteit voor menselijke beheersing vatbaar is en de eigenaar ervan daarover de feitelijke en exclusieve heerschappij toekomt, en (iii) die entiteit overdraagbaar is, (dus) van eigenaar kan wisselen en van de eigenaar kan worden afgenomen, als gevolg waarvan de (oorspronkelijke) eigenaar de beschikkingsmacht erover verliest.
Al deze eigenschappen zijn aanwezig bij cryptomunten. Wie deze dus omwisselt terwijl zhij heet dat ze uit misdrijf afkomstig is, is bezig met witwassen.

Arnoud

Bestelknop op website VakantieDiscounter voldoet niet aan wet, vakantie mag vernietigd

Photo by Andy Crone on Unsplash

Als je paspoort niet lang genoeg meer geldig blijkt, mag je je vakantie dan annuleren? Ja, zij het dat je een andere reden nodig hebt – de knop op de website vermeldt de verkeerde tekst. Als daar niet ondubbelzinnig staat dat je moet betalen, dan heb je geen rechtsgeldige bestelling geplaatst.

In deze zaak werd een vakantie naar Turkije geboekt. Echter, om naar Turkije te kunnen reizen, moeten de paspoorten van de reizigers ten minste zes maanden geldig zijn vanaf de dag van de terugreis. Dat bleek niet het geval, zodat men op het vliegveld terug naar huis werd gestuurd.

De vakantiesite had hierover geïnformeerd, dus het lijkt vrij kansloos om dan je geld nog terug te krijgen. Maar men had een andere fout gemaakt: op de knop waarmee het bestelproces eindigt staat ‘doorgaan’. En dat is een probleem, want je bestelknop moet over betalen gaan (alweer sinds 2012).

De rechtbank legt uit hoe het boekingsproces verliep:

Onder de alle (vooraf ingevulde c.q. aan te klikken) vinkjes moet een betaalmethode worden geselecteerd, waarbij kan worden gekozen voor iDeal of Credit Card. [eiser] heeft voor iDeal gekozen. Vervolgens moet de bank worden geselecteerd. Daaronder staat een grote roze knop met daarop de tekst ‘DOORGAAN’, al dan niet gevolgd door de naam van de gekozen bank. Als op die knop wordt geklikt, wordt de website van VakantieDiscounter verlaten en doorgelinkt naar de betaalomgeving van de geselecteerde bank.
Je zou denken dat als je een betaalmethode kiest en dan “doorgaan” klikt, dat je dan verwacht bij een betaalscherm uit te komen. Maar dat is niet waar de wet de lat legt. Die formuleert het (art. 6:230v lid 3 BW) als volgt:
Een knop of soortgelijke functie wordt daartoe op een goed leesbare wijze aangemerkt met een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt.
En dat moet “in niet voor misverstand vatbare termen en op goed leesbare wijze” gebeuren ook nog, aldus de voorgaande zin. De kern is dus: de knop. Niet het proces als geheel, niet het finale scherm ná de betalingsprocedure. (Het Hof van Justitie spreekt van “op de bestelknop of soortgelijke functie aangebrachte formulering“, dus ik denk ook de tekst direct onder de knop maar dat is het wel zo’n beetje.)

Nu deze knop “doorgaan” niet aan de wet voldoet, is de overeenkomst vernietigbaar. Dat wil zeggen: de rechter haalt er een streep door, en er is nooit een overeenkomst geweest. Dit is anders dan ontbinden oftewel ongedaan maken, daarbij wás de overeenkomst er wel maar nu niet meer. Het gehele bedrag plús wettelijke rente moet dus terug.

Ik denk dat ik niet snap waarom 12 jaar na de wetswijziging en 2 jaar na een best wijd gepubliceerde uitspraak van de hoogste rechter dit soort knoppen nog steeds iets anders vermelden dan “Naar betalen”, “Afrekenen” of iets dergelijks. Maar ik zal aan vakantie toe zijn.

Arnoud