Gerechtshof wijst verzoek van X tot spreekverbod voor Nederlander af

Photo by Michael Dziedzic on Unsplash

De Nederlandse jurist en techexpert Danny Meki? krijgt van het Amsterdamse gerechtshof geen spreekverbod in een zaak waarin hij X om inzage in zijn persoonsgegevens vraagt. Dat meldde Nu.nl onlangs. Meki? ligt in de clinch met X (née Twitter) over het waarom achter een shadowban. Maar waarom dan een spreekverbod?

In augustus vorig jaar blogde ik over de zaak:

Technoloog en Ph.D-kandidaat Danny Meki? ontdekte in oktober dat hij op X was onderworpen aan een shadowban: weliswaar kun je zelf alles nog gebruiken, maar niemand krijgt je berichten meer te zien. Dat bleek (volgens de helpdesk van Twitter, waar verbazingwekkend genoeg nog mensen werkten destijds) te herleiden tot een artikel van de NOS dat Meki? daar gedeeld had.
Het had er de schijn van dat het algoritme zijn bericht had aangemerkt als iets met kindermisbruikmateriaal te maken hebbend. De enige verwijzing daar naar was echter een woord in de kop van het NOS-artikel dat hij deelde, dus dat doet raar aan.

In techkringen zegt men dan vaak “The Algorithm moves in mysterious ways” maar in Europa heb je recht op uitleg over het wat en hoe (artikel 15 AVG en 17 DSA). En dat spreekverbod kwam aan de orde in de juridische procedure over het verkrijgen van die uitleg. Meki? had namelijk gelijk gekregen en moest inzage krijgen in hoe het moderatiesysteem had gehandeld. X gaf ook inzage, maar maakte 90% van de tekst onleesbaar “vanwege bedrijfsgeheimen”.

Nee, dat schiet niet op, vandaar het hoger beroep. De regel uit de Europese jurisprudentie (Dun & Bradstreet) is dat in zo’n geval de rechter alle informatie krijgt en zelf kiest wat de eiser wel en niet mag zien. Maar X was toch bezorgd dat de volledige stukken in de procedure bij Meki? zouden komen, en dat die ze dan zou publiceren. Vandaar het mededelingenverbod over dat stuk in de zin van artikel 28(1)(b) Rechtsvordering, iets dat de rechter inderdaad kan opleggen.

Het arrest laat zien dat het Hof daar niet veel voor voelt, juist omdat zo’n verbod ver gaat en dus de informatievrijheid raakt in een maatschappelijk relevante zaak. Er is ook een minder ingrijpend alternatief, namelijk de beperkte kennisname van het stuk wegens “gewichtige redenen” van de andere partij (artikel 22(2) Rv). Mede omdat Meki? daar zelf mee had ingestemd, wijst het Hof die beperking toe.

De volgende stap is dat het Hof nu zélf de ongeredigeerde output van het algoritme mag bestuderen, om vervolgens te bepalen wat Meki? hier van te zien mag krijgen en wat bedrijfsgeheim is. Daarna kan de discussie verder gaan over allereerst of die uitleg adequaat is, en ten tweede of de uitleg de moderatiebeslissing kan dragen.

Arnoud

Mag een uitgaansgelegenheid het dragen van camerabrillen verbieden?

Beeld: RTL Nieuws

Een lezer vroeg me:

Vorige week las ik dat muziekpodium TivoliVredenburg in Utrecht een bezoeker met een camerabril de toegang heeft geweigerd. Inmiddels is er ook een verbod op het dragen van camerabrillen door Tivoli ingevoerd. Maar geheim cameratoezicht was toch al verboden in Nederland, waarom is dit dan nodig?
Eerste hadden we de man die in Rotterdam betrapt werd met een camerabril bij een festival, en nu dus een Utrechter in uitgaansgelegenheid TivoliVredenburg. Logisch dat organisaties hier over nadenken en met huisregels komen.

De strafwet verbiedt inderdaad stiekem filmen, in twee smaken:

  1. Aan de openbare weg is filmen van mensen verboden met een vast aangebrachte camera. Een camera in je hand houden, of zelfs eentje die vast zit aan je auto, is dus niet automatisch strafbaar, art. 441b Strafrecht.
  2. In besloten ruimtes, waaronder festivals en uitgaansgelegenheden, is alle filmen van mensen strafbaar tenzij duidelijk gemeld, art. 139f.
Punt hierbij is wel dat je pas strafbaar bent als je de beelden máákt. Een camera in je tas hebben zitten op een festival is natuurlijk nog lang niet hetzelfde als het filmen van mensen. Het simpele antwoord is dan ook dat die huisregel er is zodat men preventief kan optreden, nog voordat de camera aan gaat.

Een iets lastiger bijkomende vraag is wat de organisatie mag doen als iemand toch die beelden maakt. Eruit zetten, tuurlijk. Aanhouden op heterdaad en de politie bellen, ook mogelijk (139f is een misdrijf).

Maar de beelden wissen, zoals in Rotterdam gebeurde? Daar weet ik even geen optie voor in de wet. Sterker nog: ik zou dringend adviseren die beelden te laten staan, zodat de politie zelf ook kan zien dat het misdrijf begaan is. Anders is “ik heb niets gefilmd” een wel héél makkelijk excuus achteraf.

Arnoud

Is het legaal dat WhatsApp haar AI verbindt aan je exportmogelijkheid?

Photo by Alok Sharma on Pexels

Een lezer vroeg me:

Sinds een tijdje heeft WhatsApp de “feature” van Meta AI. Wie dat niet wil, moet (per chat) via “Geavanceerde privacy voor chats” instellen dat deze niet mee kan doen. Echter, dit zorgt er ook voor dat je media niet meer automatisch kan opslaan naar je fotogalerij en het niet meer mogelijk is om chats te exporteren. Dit is toch geen vrije keuze meer? Wat zegt de wet hierover?
Inderdaad is de manier om de Meta AI te weren op zijn zachtst gezegd omslachtig, en als je dit “malicious compliance” zou noemen zou ik het helemaal met je eens zijn. Want het is geen aparte optie, het is deel van wat WhatsApp “Geavanceerde privacy”-instellingen noemt en feitelijk heel wat meer impact heeft dan enkel de AI weren.

Er is geen direct haakje waarmee je hier tegen bezwaar kunt maken. Het concept van vrije toestemming komt natuurlijk uit de AVG, maar dat zou hier dan betreffen dat Meta AI wel of niet mee mag lezen. En dát doe je door die bot te taggen in een chat, wat een duidelijke aparte handeling is. Het probleem is dus vooral dat je gesprekspartner(s) dit kan doen zonder jouw toestemming.

WhatsApp’s eigenaar Meta is in september 2023 aangewezen als een poortwachter onder de Digital Markets Act (DMA) voor deze platformdienst. De DMA kent een aantal plichten speciaal voor de “interoperabiliteit van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten”:

  1. Basisfuncties interoperabel maken met andere diensten
  2. Vergelijkbare veiligheidsniveaus (inclusief e2ee) voor gebruikers die via andere diensten communiceren
  3. Alleen de strikt noodzakelijke persoonsgegevens verzamelen van gebruikers, geen persoonsgegvens mengen of gebruiken voor advertenties (tenzij met toestemming)
  4. Geen afhankelijkheden van andere eigen diensten afdwingen (zoals hier een Meta-account verplicht stellen)
  5. Eindgebruikers moeten “effectief” en kosteloos hun data kunnen exporteren
Het is dat laatste waar je hier een punt van zou kunnen maken. Weliswaar kán het, alleen moet je dan de AI-functionaliteit knarsentandend tolereren. Is dat nog “effectief”?

Ik vrees dat de rechter zal concluderen van wel. Uiteindelijk ís de AI-feature optioneel; als geen van beiden deze activeert dan gebeurt er niets. En daarmee lijkt de feature onschuldig genoeg om te kunnen zeggen dat deze een effectieve export niet in de weg zit. Je deelt immers alleen met Meta wat je direct adresseert aan de AI-bot, niet je gehele chat.

Arnoud

Google hoeft Chrome niet te verkopen na megarechtszaak over online monopolie

Hoewel Google een verboden monopoliepositie in de zoekmarkt heeft, hoeft het bedrijf haar browser Chrome niet te verkopen. Wel moet men informatie delen met concurrenten en zijn exclusieve deals niet meer toegestaan. De uitspraak is het voorlopig hoogtepunt in een langlopend geschil tussen de Amerikaanse overheid en het bedrijf.

De Amerikaanse antimonopoliewetgeving (de Sherman Act) is streng, maar procedures duren lang. En dat is met name in de ict een enorm probleem. Zo duurde de zaak tegen Microsoft over integreren van Internet Explorer in Windows zó lang dat concurrent Netscape al lang uit de markt was toen de uitspraak kwam.

Deze zaak werd gestart in 2020. De kern: Google probeert andere zoekmachines buiten te sluiten door exclusieve deals rond Android te maken met telefoonmakers en met Apple in het bijzonder (Google als default in Safari). De aanklacht stelt dat Google hiermee 70% van de zoekmachineadvertentiemarkt in handen kreeg en adverteerders zo kunstmatig hoge prijzen kan rekenen.

Nadat de rechtbank in 2024 oordeelde dat Google inderdaad een monopolie had geprobeerd te verwerven, ging de procedure verder met de vraag hoe dit op te lossen. Ontbundelen van Chrome werd vaak genoemd als remedie, want zo zouden anderen de populaire browser kunnen leveren maar dan preconfigured met andere zoekmachines. Ook Android zou uitgesponnen moeten worden naar een apart bedrijf, met ontkoppeling van alle daarin opgenomen Google-diensten.

Die eisen werden afgewezen om twee redenen. Allereerst was niet duidelijk dat juist deze defaults een belangrijke rol hadden gespeeld in het verkrijgen van het monopolie. Maar ten tweede is onduidelijk hoe ontbundelen bijdraagt aan een oplossing, terwijl de kans groot is dat de producten dan ten onder gaan:

“It would be incredibly messy and highly risky.” [judge Mehta wrote.] That’s because it doesn’t run as a “standalone business” and relies greatly on Google’s own infrastructure, he wrote. Even if another owner tried to take it over, he wrote, “the court is highly skeptical that a Chrome divestiture would not come at the expense of substantial product degradation and a loss of consumer welfare.”
Het betalen van vergoedingen aan anderen voor het configureren van Google als default zoekmachine mag ook: veel organisaties (hoi Firefox) zijn sterk afhankelijk van die vergoedingen, en zouden mogelijk uit de markt verdwijnen als Google dit niet meer mocht doen.

Wél wordt Google verplicht om specifieke zoekdata en informatie over relevante webpagina’s te verstrekken, zodat concurrenten hun producten beter kunnen afstemmen. Inderdaad, verplicht de concurrent wijzer maken, maar dan had je die maar niet moeten wegpesten uit de markt.

Uiteraard wordt hoger beroep ingesteld. En de zoekmarkt is ten opzichte van 2020 alweer fors veranderd, met gigantische groei van chatbots-die-zoeken als vervanging van de “tien blauwe linkjes” waar je het van -inderdaad- Google mee moest doen.

Arnoud

 

Man filmde stiekem vrouwen bij toiletten op festival Rotterdam met bril, beveiliger waarschuwt

Beeld: RTL Nieuws

Bij een festival in Rotterdam is dit weekend een man betrapt op het stiekem filmen van vrouwen bij de toiletten met een camerabril. Dat meldde RTL Nieuws onlangs. Dit is ict-nieuws want hij deed dat met zo’n Ray-Ban Meta bril-met-camera. Maar ik snap de ophef wel.

Het artikel legt uit:

“Meerdere dames kwamen naar ons toe met de melding dat er een man rondliep bij de vrouwen-wc’s die verdacht rondkeek en zich ook richtte op schaars geklede dames”, vertelt Van den Heuvel aan RTL Nieuws. Daarop hebben ze de man apart genomen en gefouilleerd. “We vonden aanvankelijk alleen drugs in zijn zakken. Maar toen we eens goed keken naar zijn hoofd, dachten we opeens: wat heeft hij nou eigenlijk voor bril op?”
Dat was dus een Ray-Ban® Meta (“a new collection of AI glasses”), die officieel niet in Europa wordt verkocht. De dingen hebben dus camera’s die kunnen fotograferen en video’s maken (maximaal 3 minuten en het vreet batterij, dat wel). Ook zitten er microfoons in, onder meer zodat je met Meta’s AI kunt praten.

Waarom het ding niet in Europa op de markt is, weet ik niet. Een specifieke regel die een bril-met-microfoon-en-camera verbiedt, ken ik namelijk niet. En hoewel ik meteen zie hoe je hier AVG-schendend door het leven mee kunt, betekent dat niet dat verkoop van het apparaat ook een AVG schending zou zijn. Die wet regelt namelijk niets over apparatuur om persoonsgegevens mee te verwerken.

Wat is dan wél strafbaar?

  1. Een gesprek afluisteren waar je geen deelnemer aan bent (art. 139a en 139b Strafrecht), bijvoorbeeld door er naast te zitten en de microfoons het op te laten nemen.
  2. Afbeeldingen van personen (foto én video dus) maken in een besloten ruimte zoals een woning, zonder dat je dat duidelijk kenbaar maakt (art. 139f Strafrecht). (Niet verboden indien in de openbare ruimte want die bril is niet aangebracht op een specifieke plek, 441b Strafrecht).
  3. Zonder toestemming van de geportretteerde een “visuele weergave van seksuele aard” vervaardigen (art. 254ba lid 1(a) Strafrecht).
Afgaande op het nieuwsbericht is hier dus sprake van punt 4, want:
“Op zijn telefoon bleken meerdere video’s te staan waarop te zien was dat hij inderdaad rondkeek op de damestoiletten. Ook was er een beeld waarop hij op zijn knieën zat, en onder een rokje filmde. Obscure [obscene? AE] beelden, die we meteen verwijderd hebben.”
Voor Ray-Ban of Meta is dit niet direct relevant. Zij maken niet dergelijke opnames of beelden. Dat het kán, is niet van belang. Althans niet direct, want reclame maken voor de geschiktheid van dit soort producten voor heimelijk afluisteren of filmen is wél apart strafbaar (art. 441a Strafrecht).

Arnoud

Fraude met ChatGPT: aspirant-advocaat belandt bij de hoogste rechter

Bron: Emanuel Peire, Medium

Een UvA-student liet zich met zijn huiswerk helpen door ChatGPT. Dat meldde vakblad Quote onlangs. Het betrof uiteraard een opdracht jurisprudentie- en literatuuronderzoek, waarbij de stochastische papegaai met redeneeraspiraties vier nepliteratuurverwijzingen oplepelde. En dat ging tot aan de Raad van State.

De opdracht hoorde bij het vak Amsterdam Law Firm 2.1 (“In dit het unieke onderwijsprogramma oefen je in kleine groepen je vaardigheden met voorbeelden uit echte zaken”). Zo te lezen in de uitspraak ging dat niet geheel conform de instructie:

De werkgroepdocent heeft geconstateerd dat de in de opdracht gebruikte bronnen 2 tot en met 5 niet bestaan. [appellant] heeft op navraag van de docent te kennen gegeven deze bronnen te hebben toegevoegd aan de lijst van de geannoteerde bibliografie. Nadat de docent [appellant] te kennen heeft gegeven dat zij de bronnen niet kon vinden, heeft hij later op de dag links naar alternatieve bronnen aangeleverd. Bij de examinator is daardoor het vermoeden gerezen dat de bronnen zijn gegenereerd door kunstmatige intelligentie (hierna: AI) of zijn verzonnen.
De examencommissie oordeelde dat dit fraude is, waardoor hij zijn portfolio volledig opnieuw kon maken. Ook werd hij uitgesloten voor de vakken Goederenrecht en Europees recht. Het College van Beroep bevestigde de uitspraak, ondanks alle door de student (rechtsgeleerdheid, immers) uit de kast gehaalde argumenten waaronder dat hem niet de cautie was verleend of gewezen werd op het recht tot bijstand.

Daarop stapte de student naar de Raad van State, wat voor de rechtsvorming fijn is want zo hebben we nu de eerste uitspraak over de vraag of gebruik van AI kan tellen als fraude. (En de student kan het als “realistische zaken uit de rechtspraktijk” opvoeren bij sollicitaties.)

Het onderliggende juridische probleem: moet de examencommissie of docent aantonen dat een AI-dienst is gebruikt, of moet de student aantonen van niet?

Hoofdregel is dat de student eigen werk moet inleveren, dus als er een vermoeden rijst dat dat niet het geval is, heeft de student de bewijslast dat zhij het wél zelf gemaakt heeft. Of het nu gaat om AI, copypasteplagiaat of een medestudent laten schrijven.

In dit geval stelde de student ChatGPT alleen te hebben gebruikt om de bronnen netjes conform de Leidraad laten herschrijven. Plausibel, daar is die tool goed in en ik doe dat zelf ook. Alleen: er is een niet-verwaarloosbare kans dat de uitvoer meer of andere bronnen bevat dan je er in stopte.

Volgens de student was dat hier ook gebeurd. Na de eerste signalering had hij de bronnen zelf opgezocht, en daarbij alternatieve links gegeven. Maar de examencommissie vond dat niet overtuigend, dit waren geen “slordigheden” zoals een typefout of verkeerd paginanummer.

Een moeilijke dus. Enerzijds wil ik best geloven dat de lijst die er in ging, wél keurig uit juridische bronnen was samengesteld en dat het taalmodel er statistisch mooier klinkende tekst van maakte. Het heeft immers geen taalbegrip en maakt dus iets dat lijkt op een Leidraad-conforme versie van een bron.

Anderzijds zou iedereen die deze diensten gebruikt moeten weten dat dit gebeurt, en dus alle bronnen in detail nog eens na moeten lopen. Het voelt wat heftig om dat nalaten “fraude” te noemen, maar het is wel het soort detail waar juristen slecht op gaan.

Derderzijds: dat dit gebeurt, is weinig intuïtief voor velen. De dienst is er zelf ook niet bepaald expliciet hierover (vage generieke disclaimers tellen niet). Dit is waarom de AI Act geletterdheid verplicht stelt. Ik zou wel durven stellen dat een vak over bronnen onderzoeken toch minstens een slide moet besteden aan dit probleem.

Arnoud

Mag een docent inzage vragen in je AI-chatgeschiedenis bij een vermoeden van AI-gebruik?

Photo by Matheus Bertelli on Pexels

Via Reddit:

Als een docent je verdenkt van het gebruiken van chatgpt of een andere language AI. Mag de docent dan vragen naar je chat geschiedenis van de gebruikte AI. In hoeverre kan de docent aantonen dat er AI is gebruikt?
Een docent mag niet eisen dat zhij toegang krijgt tot jouw privé ict-middelen. Heel misschien bij ernstige misdrijven en als dat in een reglement geregeld is, maar dan nog zie ik eigenlijk geen juridische basis.

Een docent kan wel op basis van aanwijzingen uit je werk de conclusie trekken dat je mogelijk een werk niet zelf gemaakt hebt. Zhij kan je dan opdragen te laten zien dat je het wél zelf gemaakt hebt. Jij kiest dan wat je laat zien, zoals je conceptteksten, schetsen of oude versies. Heb je dat niet, dan is het gerechtvaardigt dat men concludeert dat het werk niet door jou zelf gemaakt is.

Het maakt dus niet uit of je een tekst uit genAI trekt of iemand inhuurt om het voor je te maken. Jij moet eigen werk inleveren, en je moet kunnen bewijzen dát het eigen werk is.

Heb je helemaal geen concepten, dan is een redelijk voorstel dat je in een mondeling gesprek laat zien dat je alles weet over het onderwerp van je opdracht. Dat kan dan alleen omdat je het echt zelf gedaan hebt.

Arnoud

Mag je op Reddit met kentekens foto’s posten van mensen die drieletterwoord parkeren?

Photo by m on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Op Reddit zijn diverse subs waar mensen foto’s kunnen delen van fout geparkeerde voertuigen, van een beetje scheef tot volslagen idioot, met diverse klinkende namen. Bij veel posts ontstaat daar discussie over de zichtbaarheid van de kentekens: als ze niet zichtbaar zijn, waarom niet, als ze wel zichtbaar zijn, waarom wel. Kun jij hier helderheid over geven?
Inderdaad is een kenteken een persoonsgegeven, ook als je niet de RDW/politie bent. Want het kán te herleiden zijn, al is het maar via een MP-advertentie waarin iemand ‘m te koop zet. Wat dat betreft is de AVG duidelijk.

Onduidelijker is of dat betekent dat het mag of niet. Het publiceren op deze Reddits is met een beetje goeie wil te zien als het “aan de kaak stellen van een maatschappelijke misstand”, een breed gedragen ergernis. En een foto is nu eenmaal nodig om te laten zien hoe er zo ergerlijk is geparkeerd.

De vraag is dan vooral of het kenteken relevant is bij de publicatie. Je moet immers rekening houden met de privacybelangen van de eigenaar/bestuurder. Eerlijk gezegd zie ik dat zo niet, wat ga je doen met dat kenteken? Het enige dat ik kan bedenken is diegene opsporen en confronteren, maar daarvoor zou ik de ergernis niet groot genoeg vinden. Ook niet als je uit vele posts kunt halen dat diegene het structureel doet.

Voor de duidelijkheid: Reddit noch de moderatoren/beheerders zijn automatisch aansprakelijk voor deze posts. (De uploaders natuurlijk wel.) Deze partijen moeten wel gehoor geven aan een verzoek tot verwijdering, tenzij ze op dat moment menen dat hier wel écht een belang is om de foto met kenteken online te houden.

Arnoud

Wat is juridisch gezien een geldige manier om te bewijzen wat er online stond?

Photo by garten-gg on Pixabay

Via Reddit:

Stel: je ziet online een misleidende advertentie, beledigende opmerking of contractbreuk op een website/social post, maar die wordt daarna verwijderd. Een screenshot is dan vaak niet genoeg, zeker als de tegenpartij het betwist. Wat is juridisch gezien een manier om wél hard bewijs aan te leveren?
In Nederland geldt een systeem van vrije bewijsmiddelen, zeker in het burgerlijk recht. Bij het strafrecht is het iets strenger, het “wettig” van “wettig en overtuigend bewijs” geeft aan dat het bewijs langs wettelijk vastgelegde procedures moet zijn verkregen.

Een screenshot van een bericht is op zich prima bewijs van wat er waar online heeft gestaan. Natuurlijk, de wederpartij kan dit ontkennen. Maar ik lees veel vonnissen en heel vaak gebeurt dat niet. De discussie gaat over wat men bedoelde met die post (zoals bij die duimpjeszaak) of waarom het toch wel mocht, niet over dát de post gedaan is. En dan erken je natuurlijk dat je hem gedaan hebt.

Het is ook niet handig om iets te posten, weg te halen en dan bij de rechter te zeggen “ik heb nimmer dat gepost”. Want als de wederpartij dan met een screenshot komt, heb je wat uit te leggen. “Die screenshot is vervalst” kán natuurlijk, maar je zult dan iets meer moeten zeggen dan dat.

Enkel omdat screenshot vervalst kúnnen zijn, mag je nog niet concluderen dat ieder screenshot dat een partij inbrengt, ook vervalst ís omdat de andere partij dat zegt. De rechter zal dan vragen, waarom zou die partij dat hier doen? Er is altijd een context: waarom zou de wederpartij zeggen dat jij dat gedaan hebt, hoe logisch is het dat jij het wél geplaatst zou hebben.

Een screenshot laten maken door een derde partij kan natuurlijk. Bekende plekken zijn Archive.org en Archive.ph. Deze maken zelf de screenshot en plaatsen deze met een datum en tijdstip online, zodat de inhoud vast zou moeten staan. Zo kun jij (redelijkerwijs) die niet gemanipuleerd hebben. Er zijn geen rechtszaken waarin werd getwijfeld aan de inhoud van archive.org publicaties.

In 2024 kreeg het Gerechtshof Arnhem in een arbeidszaak een screenshot van een WhatsApp-bericht als bewijs dat een ex-werknemer contactverbod tegen een klant zou hebben overtreden. De betrokken ex-werknemer stelde echter dat het screenshot gefabriceerd zou zijn door de klant. Het Hof vindt dat onder meer onaannemelijk omdat het alternatief onzinnig is:

Dat zou immers betekenen dat [de klant] de avond na het gesprek waarin [de ex-werknemer] een contactverbod was opgelegd een tekstbericht heeft gefabriceerd en aan [diens contactpersoon] heeft gestuurd, kennelijk om te doen voorkomen alsof [verzoeker] ondanks een hem opgelegd contactverbod contact had opgenomen. [De klant] was echter niet aanwezig bij het gesprek waarin het contactverbod is opgelegd en was niet op de hoogte van de inhoud van dat gesprek of van het contactverbod. Dat is althans niet gesteld of gebleken. Uit de overgelegde app-conversatie tussen hem en [de contactpersoon] blijkt dat zij hem over dat gesprek alleen heeft meegedeeld dat [de ex-werknemer] alles had ontkend. Er is dan geen zinnige reden te bedenken waarom [de klant] een bericht zou fabriceren met enkel tot doel om te suggereren dat [de ex-werknemer] een contactverbod zou hebben overtreden.
In een andere zaak had een persoon een verkeersboete gekregen. In hoger beroep daartegen werd onder meer gesteld dat de agent ter plekke had gezegd dat deze boete 100 euro zou zijn, terwijl daarna 150 euro was opgelegd:
Door de gemachtigde is een screenshot overgelegd van een e-mail die is gericht aan ene Jet en die is ondertekend met de naam van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd met daaronder de vermelding ‘hoofdagent’. In deze e-mail is onder meer geschreven: “Ik gaf jou vanavond een bekeuring voor het rijden met een defecte koplamp. Deze bekeuring heeft een waarde van 100 euro.”
De manier van formuleren geeft voor mij al aan dat het Hof dit niet helemaal vertrouwt. Belangrijke daarvoor is dat het niet de mail zelf is maar slechts een screenshot, zodat je niet eens bijvoorbeeld headers kunt lezen. Weliswaar had de betrokken ambtenaar niet gereageerd op verzoeken van de gemachtigde van de beboete persoon, maar dat hoeft ook niet.

In deze zaak hadden beide partijen een screenshot ingebracht van wat volgens het Kadaster de verkoopprijs van een woning zou zijn. De screenshots vermeldden echter verschillende getallen. De rechter negeert daarom beide berichten.

Arnoud

Mag je met drones huizen van de sterren filmen omdat dat ergens ook nieuws is?

Arjen Lubach, Jandino Asporaat en nog heel wat andere BN’ers schrikken zich rot: er is opeens een juicekanaal met vleugels opgestaan. Dat las ik bij Mediacourant. Het gaat om Sterren TV, dat met drones boven de BN’er-huizen vliegt. In veel video’s zijn de huizen, tuinen en de rest van de directe omgeving duidelijk herkenbaar.

Op Youtube is het kanaal inmiddels verwijderd wegens schending van de gebruiksvoorwaarden, maar Instagram heeft (nog?) geen maatregelen genomen. Sterren TV zelf ziet geen probleem met wat zij doet:

Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat bekende Nederlanders, door hun rol als artiest, sporter of presentator, bewust een publieke status hebben aangenomen. Zij profiteren van hun bekendheid – financieel en maatschappelijk – en moeten daarom ook accepteren dat er publieke belangstelling is voor aspecten van hun leven buiten hun werk. Hun huis maakt daar, tot op zekere hoogte, onderdeel van uit.
Men wijst op al langer staande praktijken zoals Bekende Buren dat ook vol staat met huizenfoto’s en natuurlijk de vele reportages over nieuwe huizen, verbouwingen en andere vastgoedperikelen van BN’ers.

In december blogde ik over de vraag wat te doen tegen een drone boven de achtertuin. Het probleem: “je mag niet vliegen boven privé eigendom” is geen juridisch houdbare regel. Dit is niet expliciet geregeld in de Nederlandse of Europese regels rond drones.

Waar de politie in de Telegraaf de uitspraak “Tuinen of afgesloten terreinen filmen mag uitsluitend met toestemming van de eigenaar”  op baseert, is mij niet duidelijk. (Een proefproces of het erfvredebreuk is om boven een erf te hangen met een drone, zou ik wel een goed idee vinden.)

Wie hier wat tegen wil doen, moet dus met andere regels komen. Inbreuk op de privacy ligt voor de hand, en we kennen allemaal dat voorbeeld uit 2017 waarbij iemand de drone uit de lucht schoot. Die drone mocht daar niet vliegen vanwege de privacyschending die het gaf, maar de schade werd verrekend met de eigenrichting met de luchtbuks.

Er zijn ook mensen die een drone blaster overwegen, die met radioverstoring werkt en zo de besturing uitschakelt. Ik hzeg het maar even: drone blasters zijn illegaal, het verstoren van het radiospectrum is verboden.

Ik lees dat de Autoriteit Persoonsgegevens is ingeschakeld. Het is een leuke tentamenvraag of beelden van een huis als persoonsgegeven aan te merken zijn. Ik denk het hier wel, omdat ze nadrukkelijk worden verbonden aan de persoon die daar woont en daardoor herleidbaar worden.

Alleen speelt er hier nog iets anders: de AP mag niet optreden tegen journalistieke verwerkingen van persoonsgegevens. Dat zou de uitingsvrijheid in gevaar brengen en daar is de AVG niet voor bedoeld.

Je kunt je natuurlijk afvragen of hier sprake is van ‘nieuws’. Het daarbij leidende arrest is Caroline von Hannover II uit alweer 2012 en formuleerde vijf rechtsvragen om dit te bepalen bij nieuws over bekende personen:

  1. Is sprake van een “bijdrage aan een debat dat in de publieke belangstelling staat”, een “debate of general interest” in het jargon. Oftewel, wat voegt dit toe, waarom willen we dit weten?
  2. Hoe bekend is de persoon en wat is het onderwerp van het bericht? Hier komt de opvatting “Publieke figuren moeten meer tolereren” vandaan. Het maakt bijvoorbeeld uit of het gaat over een hooggeplaatst persoon in functie of ‘gewoon’ iemand in diens privéleven.
  3. Hoe de persoon waarover wordt bericht zich in het verleden heeft gedragen. Wie zelf eerder de publiciteit zocht, kan minder makkelijk daarna zich aan persaandacht onttrekken.
  4. De inhoud, vorm en gevolgen van de publicatie.
  5. De omstandigheden waaronder de fotos zijn genomen.
Het eerste criterium is eigenlijk het belangrijkste, en daar gaan we al heel snel op onderuit. Als er nou iets raars was met die huizen, iets waardoor het onderwerp “het huis van Arjen Lubach” nieuwswaarde had, dan kun je nog aan zo’n bijdrage komen. Maar vanuit het niets dat huis filmen, dat voegt niets toe.

Arnoud