Een nepreview is geen reden om een overeenkomst te ontbinden

| AE 10918 | Ondernemingsvrijheid | 12 reacties

Stel je schrijft je in voor een opleiding, die maar liefst €3.630 kost. De opleiding valt fors tegen, en dan ontdek je ook nog dat de opleider zichzelf op een bekende vergelijkingssite met nepreviews flink de hemel in geprezen heeft. Je zou om minder boos worden. En je zou denken dat je dan de cursus wel geannuleerd krijgt, dat is toch een vorm van bedrog om een cursus zo vals voor te spiegelen? Maar uit een recent vonnis (via) maak ik op dat dit juridisch niet mee zal vallen.

Dat sprake was van neprecensies, komt al snel vast te staan als ik het vonnis lees. Sterker nog, de gedaagde van het opleidingsinstituut gaf toe dat ze had “geëxperimenteerd met deze vorm van reclame”. Daarmee is buiten twijfel dat de neprecensies zijn geplaatst om de verkoop te bevorderen, en dat is juridisch te kwalificeren als een bedrieglijke handeling. Dus dan zou het een inkoppertje moeten zijn dat je als student er vervolgens van af kunt.

Toch niet helemaal. De wet (art. 326 Strafrecht, oplichting) eist namelijk dat er een “causaal verband” is tussen de bedrieglijke handeling en het uiteindelijke besluit, in dit geval om zich tot de cursus in te schrijven. En daarvan was geen sprake, althans dat kon de cursist niet aantonen. Tussen de regels door maak ik op dat hij pas ná de inschrijving ontdekte dat er óók nog eens neprecensies waren geschreven, naast de prutscolleges die hij had gevolgd. En dan gaat het dus juridisch mis, want als je niet door de truc bent overgehaald om de cursus te doen, dan doet het er dus niet toe hoe legaal of illegaal de truc was.

Persoonlijk had ik ingestoken op de oneerlijke handelspraktijk. Dan ben je sneller rond met het bewijs, voldoende is dan dat je aantoont dat de handelaar zich op “bedrieglijke wijze voordoen als consument” (art. 6:193g sub v BW). En dan is de overeenkomst direct vernietigbaar. Maar het probleem is uiteindelijk hetzelfde: de overeenkomst moet dan “als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand [zijn] gekomen” en dat geeft hetzelfde bewijsprobleem.

De volgende keer dus vóóraf zoeken naar dubieuze reviews, en daarnaar verwijzen in je inschrijving onder “Hoe heb je ons gevonden”. Of ben ik nu te cynisch?

Arnoud

Liegen over een bijna ingepikte domeinnaam is dus echt bedrog

| AE 10729 | Intellectuele rechten | 25 reacties

Hij is al vaak langsgekomen, maar nu is het echt door de rechter bevestigd: mensen een domeinregistratiecontract aansmeren met als verkooptruc “iemand anders wil hem registreren” heet bedrog, en je kunt dat contract daarmee per direct van tafel krijgen. Dat blijkt uit een rechtszaak tussen het bedrijf Trademark Office (sowieso al een dubieuze naam gezien de kennelijke allures naar overheidsmerkinstanties) en een ondernemer die een rekening van € 425,10 voor een tienjarig domeincontract niet wilde betalen. Protip: neem als ondernemer alsjeblieft alle ongevraagde inkomende gesprekken op, als bewijs. En ja dat mag.

De feiten uit de zaak zijn zo simpel als het maar kan. Trademark Office (niet te verwarren met het US Patent and Trademark Office of het Benelux Merkenbureau) had de ondernemer gebeld om haar de dienst van registratie en doorverwijzen van een domeinnaam aan te bieden. Als verkoopbevorderend argument was daarbij gezegd dat een andere partij deze domeinnaam had geclaimd, en dat zij deze nu aanboden aan de gebelde ondernemer. Wees er snel bij want anders is ‘ie weg.

Klinkt dat bekend? Inderdaad, het doet sterk denken aan de vele alarmerende mails die ondernemers krijgen met als strekking dat iemand anders je merk als domein wilt vastleggen en dat jij nu de kans krijgt dit te voorkomen. Vaak wordt daarbij geschermd met enige autoriteit die men zou hebben (“By law we are requried to now seek your consent”). Ik ken deze truc vooral uit verre landen, omdat niemand voor een paar honderd euro naar Hongkong gaat voor een procedure om zijn geld terug te krijgen.

Trademark Office kwam onlangs ook in het nieuws vanwege een collectieve rechtszaak tegen zich namens vele gedupeerde ondernemers. Deze uitspraak staat daar los van, maar de feiten zijn wel precies hetzelfde. En voor mij is jezelf “Trademark Office” noemen net zo misleidend als schermen met verwegwetgeving die zou vereisen dat je bij een merkhouder moet navragen of hij de domeinnaam wil hebben.

In de comments werd nog verwezen (dank Wim) naar dit Vice-artikel over de schimmige praktijken van dit Groningse bedrijf, inclusief screenshots van de interne trainingsgids met daarin pareltjes als “the first registration law” en de aanduiding “handelsmerkenkantoor in de Benelux” voor het bedrijf.

Het hielp het bedrijf natuurlijk niet dat ze stilzwijgend erkenden dat dit het verkooppraatje is geweest. En dan is de rechter heel makkelijk:

Omdat Trademark Office niet heeft weersproken dat zij een ‘verkooptruc’ heeft toegepast om [gedaagde] te bewegen de overeenkomst te sluiten, door hem de onjuiste mededeling te doen dat een andere, onbekende partij de gebruikersnaam [domeinnaam] .com had geclaimd (en dat zij deze voor hem kon veiligstellen), is er sprake van bedrog. Een rechtshandeling die als gevolg van bedrog is tot stand gekomen, is vernietigbaar.

Had TO wél ontkend, dan had de ondernemer een heel stuk zwakker gestaan en waarschijnlijk de zaak verloren. Want als je een beroep doet op bedrog, moet jij bewijzen dat je bent bedrogen. Oftewel, dan moet je bewijzen dat deze club die mededeling daadwerkelijk heeft gedaan.

Er is maar één manier om dat te doen, en dat is een gespreksopname maken. Ik zou dus bij deze iedere ondernemer willen adviseren om bij ieder ongevraagd binnenkomend gesprek een telefoonopname te maken. En ja dat mag van de AVG, het gaat immers om bewijsvoering voor (toekomstige, gevreesde) rechtsvorderingen. Je hebt daarmee een legitiem belang dit te doen, zolang je de opnames maar weggooit zodra ze niet relevant blijken.

Arnoud