Eh, de fysieke inhoud van een gevonden portemonnee hoef je dus niet te vernietigen van de AVG

| AE 11544 | Privacy | 25 reacties

Ik raakte mijn portemonnee kwijt in de supermarkt en toen ik terugkwam, bleek het ding te zijn vernietigd want de AVG he meneertje. Nee, niet mijzelf overkomen maar ik las het op Reddit (dank tipgever). Oké, in Engeland waar ze wel meer rare dingen doen maar het voelt zomaar als een beleidsregel die ook bij ons gaat rondzingen als we niet uitkijken. Immers, als je ongevraagd toegezonden persoonsgegevens, moet vernietigen, dan toch zeker ook met ongewenst aangetroffen fysieke dragers met die gegevens?

Een vuistregel bij juridische uitkomsten is, als de uitkomst absurd is dan is je redenering fout. De winkelketen (het Engelse Co-op) maakt dus een fout, maar waar gaat het mis? Je kunt het op twee manieren bekijken.

Allereerst puur de AVG: het in bezit nemen van een gevonden portemonnee met pasjes is nog geen verwerking van persoonsgegevens die onder de AVG valt. Het betreft hier immers geen elektronische verwerking, dus geldt de AVG alleen wanneer de gegevens bestemd zijn om (bij jou) in een bestand opgenomen te worden. En daar is geen sprake van, de kluis van de manager is geen bestand. De AVG stelt dus überhaupt geen eisen aan deze verwerking, laat staan de eis tot vernietiging.

Ook kun je zeggen dat dit gewoon mag van de AVG, want dit is in het belang van de eigenaar (artikel 6 lid 1 sub f AVG) en als je het ding gewoon in de kluis laat liggen dan zijn de risico’s voor de eigenaar minimaal, mag ik aannemen. Het ligt in de kluis. Natuurlijk, als je portemonnees bewaart op een plankje achter de kassa dan wordt dat anders maar dat is gewoon dom en moet je dus niet doen. (Soms is juristerij makkelijk.) Er is dus niet a priori een eis dat die pasjes meteen vernietigd moeten worden.

Ten tweede speelt er naast de AVG – als die dus al geldt – ook nog gewoon andere wetgeving, zoals dat het strafbaar is om andermans eigendom te vernietigen. Nu is er in het recht de regel dat jonger recht (zoals de AVG) wint van ouder recht (zoals het wetboek van strafrecht), en ook de regel dat hoger recht (Europees) boven lager recht (Nederlands) gaat. Maar die regels spelen pas bij een conflict, en dat conflict is er pas als de AVG ondubbelzinnig zou zeggen dat die pasjes vernietigd moeten worden. En dat doet de AVG dus niet.

Arnoud

Een nepreview is geen reden om een overeenkomst te ontbinden

| AE 10918 | Ondernemingsvrijheid | 12 reacties

Stel je schrijft je in voor een opleiding, die maar liefst €3.630 kost. De opleiding valt fors tegen, en dan ontdek je ook nog dat de opleider zichzelf op een bekende vergelijkingssite met nepreviews flink de hemel in geprezen heeft. Je zou om minder boos worden. En je zou denken dat je dan de cursus wel geannuleerd krijgt, dat is toch een vorm van bedrog om een cursus zo vals voor te spiegelen? Maar uit een recent vonnis (via) maak ik op dat dit juridisch niet mee zal vallen.

Dat sprake was van neprecensies, komt al snel vast te staan als ik het vonnis lees. Sterker nog, de gedaagde van het opleidingsinstituut gaf toe dat ze had “geëxperimenteerd met deze vorm van reclame”. Daarmee is buiten twijfel dat de neprecensies zijn geplaatst om de verkoop te bevorderen, en dat is juridisch te kwalificeren als een bedrieglijke handeling. Dus dan zou het een inkoppertje moeten zijn dat je als student er vervolgens van af kunt.

Toch niet helemaal. De wet (art. 326 Strafrecht, oplichting) eist namelijk dat er een “causaal verband” is tussen de bedrieglijke handeling en het uiteindelijke besluit, in dit geval om zich tot de cursus in te schrijven. En daarvan was geen sprake, althans dat kon de cursist niet aantonen. Tussen de regels door maak ik op dat hij pas ná de inschrijving ontdekte dat er óók nog eens neprecensies waren geschreven, naast de prutscolleges die hij had gevolgd. En dan gaat het dus juridisch mis, want als je niet door de truc bent overgehaald om de cursus te doen, dan doet het er dus niet toe hoe legaal of illegaal de truc was.

Persoonlijk had ik ingestoken op de oneerlijke handelspraktijk. Dan ben je sneller rond met het bewijs, voldoende is dan dat je aantoont dat de handelaar zich op “bedrieglijke wijze voordoen als consument” (art. 6:193g sub v BW). En dan is de overeenkomst direct vernietigbaar. Maar het probleem is uiteindelijk hetzelfde: de overeenkomst moet dan “als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand [zijn] gekomen” en dat geeft hetzelfde bewijsprobleem.

De volgende keer dus vóóraf zoeken naar dubieuze reviews, en daarnaar verwijzen in je inschrijving onder “Hoe heb je ons gevonden”. Of ben ik nu te cynisch?

Arnoud

Mag een winkel na levering je bestelling alsnog annuleren??

| AE 8055 | Ondernemingsvrijheid | 53 reacties

bol-bulkweken-60-kortingEen lezer (dank!) wees me op deze Tweakersdiscussie met de volgende casus: Iemand kocht een televisie bij Bol.com “met forse korting”, kreeg deze ook geleverd maar hoorde de maandag erop dat de order was geannuleerd want ‘kennelijke vergissing’. Het ging om een korting van 50%, wat op zich best een vergissing kan zijn, alleen had Bol.com in die periode net haar “Bulk 10-daagse” en dan mag je als consument toch wel forse kortingen verwachten. Maar los van die vraag, kán dat eigenlijk wel, een order annuleren nadat deze geleverd en betaald is?

Ja, dat kan. Wanneer er inderdaad een prijsfout is gemaakt die de consument had moeten kennen, dan is er namelijk gewoon überhaupt geen overeenkomst tot stand gekomen. Juridisch gezegd: die overeenkomst is nietig, bestaat niet en heeft nooit bestaan.

De discussie bij prijsfouten gaat altijd over de vraag of de consument deze had moeten onderkennen. Het onderliggende juridische punt is of men er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hier een aanbod werd gedaan voor die prijs. Als dat niet zo is, dan is er geen rechtsgeldig aanbod gedaan. En een overeenkomst heb je pas als je (ook weer rechtsgeldig) akkoord hebt gegeven op een rechtsgeldig aanbod.

Als er geen aanbod is gedaan, is er ook niets te accepteren. Het maakt daarbij niet uit dat er dan vervolgens allerlei geautomatiseerde processen in werking zijn getreden die normaal pas gebeuren nadat er wél een acceptatie was. Die bewijzen niet dat er een overeenkomst is.

Juridisch gezien is er dan weliswaar geleverd, maar dat was zonder grondslag gebeurd. De winkel stuurde voor de grap een televisie, en de klant heeft zonder enige reden eens wat geld overgemaakt. Dat kan, maar is niet juridisch relevant om te concluderen dat men dan toch zaken wilde doen voor die prijs. De wet noemt dit allebei “onverschuldigde betaling” en zegt dat die teruggevorderd kunnen worden door de partij die ze deed.

Als je profiteert van een prijsfout waar je niet op mocht vertrouwen, dan helpt het dus niet om te zeggen “maar je hebt de televisie geleverd”. Ja, dat hebben ze, maar nu moet hij terug. Net zoals jij je geld terug moet krijgen.

Natuurlijk kun je je hier afvragen óf het aanbod reëel was, of je erop mocht vertrouwen. Ik noem al jaren de “Wij zijn knettergek geworden-week” als voorbeeld: als een winkel dát zegt, dan kunnen ze niets meer inbrengen tegen welke prijsfout dan ook. Bij een gewone actie zou ik dat ook verwachten, hoewel het wel uitmaakt of men zegt “op het hele assortiment” of dat je toch even moet zoeken naar welke artikelen een bulk-kortingssticker hebben. Maar als er zo’n sticker op zit en de winkel belooft in algemene uitingen “tot 60% korting”, dan houdt het snel op. Dan kun je niet meer zeggen “die 50% korting was een foutje, stuur maar terug die boel”.

Arnoud

Een minderjarige bestelt iets, wat kan ik doen?

| AE 2583 | Ondernemingsvrijheid | 99 reacties

Een lezer vroeg me: Ik bied op internet een spel aan waarbij je moet betalen voor premiumfunctionaliteit. Vorige week kreeg ik een brief van een rechtsbijstandsverzekeraar dat ik een bepaalde dienst moet annuleren, en al het betaalde geld moet teruggeven, omdat een minderjarige de creditcard van zijn vader had gebruikt zonder toestemming. Ik heb het… Lees verder

Het beperkte belang van de wet oneerlijke handelspraktijken (gastpost)

| AE 1987 | Informatiemaatschappij | 19 reacties

Vandaag een gastpost van Remko S. over het beperkte belang van de Wet Oneerlijke Handelspraktijken voor misleide consumenten. Van de wet oneerlijke handelspraktijken (WOHP), de implementatie van richtlijn 2005/29/EG, wordt vaak ten onrechte verondersteld dat het een machtig wapen is in de handen van de consument tegen de handelaar die hem een oor heeft aangenaaid…. Lees verder

Webhostingabonnement afgesloten door minderjarige, wat nu?

| AE 987 | Informatiemaatschappij | 50 reacties

Een meelezende moeder kwam erachter dat haar vijftienjarige zoon een domeinhosting-abonnement van 180 euro per jaar had afgesloten. Zij was het daar niet mee eens. De meelezende hostingverkopers ongetwijfeld ook niet (wie heeft een betere offerte?) maar deze moeder wilde van het abonnement af. Kan zij dat? De vijftienjarige zoon is minderjarig. De wet (art…. Lees verder