Politie krijgt tien nieuwe teams om cybercriminaliteit te bestrijden

| AE 9187 | Strafrecht | 65 reacties

De politie gaat tien nieuwe cyberteams oprichten om cybercriminaliteit beter te kunnen bestrijden. Dat las ik bij Nu.nl. De teams gaan uit minimaal tien rechercheurs bestaan, die al in dienst zijn bij de politie. Zij worden ondersteund door digitaal specialisten die beschikken over specifieke ICT-kennis. NRC vult aan dat de focus mede komt te liggen op jihadistische propaganda opsporen. Alleen: hoe dan?

NRC legt uit:

Sympathisanten van IS gebruiken sociale media om zieltjes te winnen. De ‘Internet Referal Unit’ van de Nationale Politie gaat actief op zoek naar hun propaganda en vraagt providers de berichten te verwijderen. Ook zal het team producenten van de propaganda helpen opsporen. Nog deze maand worden vijf gespecialiseerde politiemedewerkers geworven voor de nieuwe eenheid.

Dat ‘vragen’ intrigeert mij dan. Is dit een journalistieke vrijheid? De politie heeft immers gewoon de bevoegdheid te eisen dat strafbare berichten worden verwijderd (art. 54a Strafrecht). Wel is daarvoor een machtiging van de rechter-commissaris voor nodig, omdat het immers gaat om het inperken van iemands meningsuiting. Maar zo kan een Nederlandse provider gewoon worden gedwongen iets weg te halen dat hier strafbaar is.

Wellicht dat men het houdt bij ‘vragen’ omdat veel van deze providers of platforms in het buitenland zitten. Het is dan praktisch niet echt mogelijk dingen te gaan eisen. En dan blijft vragen over. Maar hoe effectief is dat?

Op Netkwesties wijst Peter Olsthoorn erop dat dit nog best een kluif kan worden.

… de website Netherlands-embassy.ru. Dis is een nepsite, deels gekopieerd van de echte site van ambassade in Moskou. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken haalde wel een link naar de nepsite weg, maar niet de site zelf. Buitenlandse Zaken vraagt daar tevergeefs om.

En als dat al niet lukt, hoe zou het weghalen van een bericht dan wel moeten lukken?

Het alternatief is het sluiten van vele convenanten of verdragen met andere landen over wat wel of niet strafbaar is, inclusief protocol over wederzijdse bijstand. Dan zou dus de Amerikaanse FBI op verzoek van onze politie een Amerikaanse provider iets gaan verbieden omdat beide landen het strafbaar vinden. En dat wordt nog lastig; in de VS is eigenlijk geen enkele uiting strafbaar behalve het gerichte aanzetten tot geweld. Dus hoe kun je ooit zo’n convenant opstellen?

Arnoud

Filmproducent Klaas de Jong gaat internet aanklagen wegens films downloaden

| AE 8718 | Auteursrecht, Strafrecht | 34 reacties

adsl-filter-internet-censuur.pngProducent Klaas de Jong, mede verantwoordelijk voor bioscoophits als Michiel de Ruyter en Verliefd op Ibiza, heeft aangifte bij de politie gedaan tegen Ziggo, Telfort, KPN en Vodafone, zo las ik bij het Parool. Hij meent dat die strafrechtelijk aan te pakken zijn omdat ze downloadsites toegankelijk maken. Nope, nee, nada, kansloos, vergeet het maar.

Naar de letter van de wet heeft De Jong een punt: art. 31 Auteurswet stelt opzettelijke inbreuk strafbaar (zes maanden cel) en omdat het misdrijven zijn (art. 33), zijn ook medeplichtigen strafbaar. En dat ben je als je opzettelijk gelegenheid en middelen verschaft. Als je dan zegt, die providers wéten van de toegankelijkheid van die sites, dan zou je kunnen spreken van opzettelijk middelen (internettoegang en routering richting die sites) verschaffen kunnen spreken.

Alleen, er speelt meer dan alleen die letter van de wet (en dan negeer ik art. 54a Sr nog even, dat bepaalt dat providers niet worden vervolgd voor doorgifte van informatie van en naar klanten). Het beleid van het OM telt namelijk óók, en dat beleid is hier vrij simpel: er wordt niet vervolgd tegen inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten zoals auteursrechten. Daarop zijn maar vier uitzonderingen:

  1. Bedreiging van de volksgezondheid of de veiligheid van de samenleving.
  2. Grootschalige namaak en piraterij, gepleegd in beroep of bedrijf, die de markt verstoren.
  3. Het bestaan van aanwijzingen van betrokkenheid van criminele organisaties of georganiseerde criminaliteit.
  4. Recidive.

Alleen uitzondering 2 zou misschien op kunnen gaan. Echter, het moet dan gaan om

grootschalige en zeer verspreid voorkomende inbreuken die dermate omvangrijk zijn dat civielrechtelijk optreden ernstig bemoeilijkt wordt, terwijl de inbreuk grote economische schade aan de rechthebbende toebrengt, omdat de afzet van zijn producten en de daaraan verbonden goodwill ernstig bedreigd worden.

Bij online auteursrechtinbreuken en het faciliteren daarvan is dit niet aan de orde.

Dat beleid staat al sinds 2006 en heeft de status van ‘recht’: handelt het OM in strijd met dat beleid, dan is ze niet-ontvankelijk. In december 2010 werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in een strafzaak over twee e-Donkey indexeringsites; Releases4U en ShareConnector. In het arrest werd bepaald dat vervolging nooit had gemogen, want:

Volgens het hof blijkt uit het dossier niet dat er op het moment waarop de officier van justitie besloot tot de toepassing van dwangmiddelen jegens de verdachten sprake was van een redelijk vermoeden van schuld overeenkomstig de criteria als opgenomen in die Aanwijzing. Daarnaast heeft het hof vastgesteld dat niet is gebleken dat na ontvangst van de dossiers van stichting Brein door of op last van het openbaar ministerie nader onderzoek heeft plaatsgevonden voordat het openbaar ministerie besloot tot strafrechtelijke handhaving over te gaan.

Door toch te vervolgen, werden “de beginselen van een behoorlijke procesorde geschonden”. Dat klinkt heftig maar betekent gewoon dat dit niet had gemogen, einde rechtszaak.

Die aangifte is dus volslagen kansloos.

Arnoud

OM mag opnamen van geweldsincidenten tonen om daders te vinden

| AE 8151 | Privacy, Strafrecht | 11 reacties

dome-camera.jpgHet Openbaar Ministerie mag in de openbare ruimte opgenomen camerabeelden van ernstige publieke geweldincidenten in het openbaar tonen om zo dader(s) van dit geweld te kunnen opsporen, las ik (alweer een tijdje geleden) op Rechtspraak.nl. Sorry, ik loop wat achter. De Hoge Raad introduceert meteen maar een checklist met 7 factoren waarmee getoetst kan worden of het legitiem is om te publiceren uit camerabeelden die misdrijven vastleggen.

Het arrest komt uit de zogeheten kopschopper-zaak. In 2013 schopten acht jongens een ander tegen het hoofd bij een vechtpartij op de Eindhovense Vestdijk. Justitie koos ervoor beelden hiervan naar buiten te brengen in de hoop de daders te identificeren. Deze publicatie leidde bij het Gerechtshof tot strafvermindering vanwege “de “enorme media-aandacht” die aan het incident is gegeven en “de hetze die daardoor jegens hem in de diverse media, onder welke internet, is ontketend”.”

In cassatie moet het HR nu aangeven of en wanneer het publiceren van zulke camerabeelden toegestaan is. In beginsel is het publiceren van beelden een inbreuk op de privacy, ook als de beelden van de openbare weg komen. In de context van opsporing door het OM is publicatie toegestaan afhankelijk van deze factoren:

  1. het publieke dan wel private karakter van de plaats welke op het beeldmateriaal waarneembaar is waar of van de situatie waarin de betrokkene zich bevindt;
  2. de persoon van de betrokkene, waaronder diens leeftijd of bijzondere kwetsbaarheid;
  3. de hoedanigheid van de betrokkene, zoals de publieke bekendheid van de betrokkene, dan wel of hij verdachte is van een (ernstig) strafbaar feit;
  4. de mate van herkenbaarheid van de betrokkene op het beeldmateriaal en de aard en indringendheid van de informatie die door of in samenhang met het beeldmateriaal wordt verstrekt omtrent de identiteit, uiterlijke kenmerken of gedragingen van de betrokkene;
  5. het doel waarmee het beeldmateriaal is vergaard en geopenbaard, waarbij aan de orde kan komen of het gaat om opsporing of identificatie van verdachten van (ernstige) strafbare feiten en of voorzienbaar is dat het beeldmateriaal wordt gebruikt op een wijze die verder gaat dan hetgeen redelijkerwijze nodig is voor het te bereiken doel;
  6. de wijze van vergaring en openbaarmaking van het beeldmateriaal, waarbij aan de orde kan komen of het beeldmateriaal is gemaakt en gepubliceerd met toestemming van de betrokkene, of de beeldopnamen zijn gemaakt op publieke plaatsen waar opnameapparatuur normaliter wordt gebruikt met een gelegitimeerd en voorzienbaar doel, en of er sprake is van een naar tijd en reikwijdte beperkt gebruik dan wel dat de beelden integraal zijn vrijgegeven aan het algemene publiek;
  7. de mate waarin het beeldmateriaal in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving is verkregen en verspreid.

Het is dus een factor of de beelden van de openbare weg zijn, maar niet de enige. Als het gaat om iets kleins, dan is publicatie van de beelden nog steeds een te zwaar middel. Wel vind ik een mooie (factor 6) dat de wijze van vergaring meeweegt: als je weet dat ergens camera’s normaliter hangen, dan kun je minder snel bezwaar maken als die beelden dan ook worden gepubliceerd. Maar ook weegt mee (factor 5) of de kans groot is dat de beelden worden misbruikt door langdurige herpublicatie op andere plaatsen (hoi Dumpert).

Verder bevestigt de HR dat een rechtbank rekening mag houden met de gevolgen van publicatie van de beelden, ook als deze publicatie op zichzelf niet tegen de regels was. Dat bevreemdt me een beetje. Als deze toets ertoe leidt dat het gebruik legitiem was, hoezo moet dat dan gevolgen hebben voor de straf?

Arnoud

Ben ik een dief als de algemene voorwaarden van Albert Heijn dat zeggen?

| AE 7613 | Aansprakelijkheid, Strafrecht | 30 reacties

Een lezer vroeg me: Onlangs zijn de voorwaarden van zelfscannen van de Albert Heij gewijzigd. Er staat nu in dat je diefstal pleegt als achteraf blijkt dat niet alles gescand is. Maar mag AH wel zo kort door de bocht aannemen dat hun systeem onfeilbaar is? Het zou immers zomaar kunnen dat een gebruiker tegen… Lees verder

Geen strafvervolging naast alcoholslot mogelijk

| AE 7482 | Strafrecht | 49 reacties

Iemand die verplicht moet deelnemen aan het alcoholslotprogramma kan daarnaast niet ook nog strafrechtelijk worden vervolgd. Dat bepaalde de Hoge Raad dinsdag. De reden hiervoor is erg formeel: het alcoholslot wordt op grond van het bestuursrecht opgelegd, en bestuursrecht bestaat naast het strafrecht. Zo zou iemand dus twee keer gestraft worden voor hetzelfde feit, en… Lees verder

Hoe bewijs je van wie een bommelding afkomstig is?

| AE 6782 | Beveiliging, Strafrecht | 20 reacties

Bewijs leveren over wat er langs digitale weg is gebeurd, is niet eenvoudig. Het is heel simpel om tooltjes en webdiensten in te zetten zoals proxies, waardoor bijvoorbeeld een e-mail met een bommelding niet snel tot de dader te herleiden is. Met dit probleem zag ROC De Sumpel zich in juni vorig jaar geconfronteerd: men… Lees verder

OM mocht uploader 5000 e-books niet vervolgen wegens strijd met eigen beleid

| AE 6342 | Auteursrecht, Strafrecht | 18 reacties

Een 23-jarige man die vijfduizend e-books verspreidde via de torrentsite The Pirate Bay, mag niet worden vervolgd voor auteursrechtenschending. bij Nu.nl. Hoewel het uploaden van ebooks strafbaar is, is het Openbaar Ministerie in deze zaak niet ontvankelijk omdat ze in strijd heeft gehandeld met haar eigen beleid. Opzettelijke inbreuk op auteursrecht is een misdrijf, zo… Lees verder