Hoe misleidend mag je zijn in aanvulling op je kleine lettertjes?

| AE 11364 | Ondernemingsvrijheid | 16 reacties

De Australische consumentenorganisatie ACCC heeft Samsung aangeklaagd, omdat die vindt dat Samsung consumenten misleidt met advertenties voor zijn Galaxy-smartphones. De advertenties laten mensen zien die hun telefoon in een zwembad of in zee gebruiken. Dat meldde Tweakers vorige week. Samsung heeft niet getest of de smartphones tegen zwembad- of zeewater kunnen, raadt in de handleiding gebruik in of rond zwembaden of stranden af en geeft geen garantie op claims wegens water in de telefoon. Maar ze tonen wel foto’s zoals hiernaast met de telefoon onder water in het zwembad. Samsungs verweer lijkt te zijn dat de telefoons voldoen aan de IP-certificering voor waterdichtheid, waarbij niet vereist is dat de telefoon moet kunnen zwemmen of de zee mee in. Eh wacht, wat?

Het is natuurlijk een heel oude truc: doe een mooie belofte en ontkracht deze met een sterretje of kleine letters. Dan kun je mensen verlokken en toch “haha ja meneertje had u maar moeten lezen” zeggen. Deze foto’s van Samsung zijn daar een mooi voorbeeld van, ik zie een meneer onder water in het zwembad op zijn telefoon, en bij Tweakers nog een mevrouw die surft in zee met haar telefoon aan de broeksriem. Super gaaf, zo’n telefoon wil ik ook. Ga ik de IP-68 specificatie lezen of zeewater inbegrepen is? Nee, natuurlijk niet. Ben ik nu misleid?

Een misleidende of oneerlijke handelspraktijk is volgens de wet een handeling van de verkoper “waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen”. Een reclame-uiting is een voorbeeld van zo’n handeling. Mensen laten zich meenemen door reclame, en besluiten dus mede op basis van wat de reclame zegt. Natuurlijk is er meer dan alleen de reclamefoto, in dit geval dus de IP68-certificering en de kleine lettertjes in de handleiding. (Laten we even doen alsof je die kunt lezen voor je het product koopt.)

Wat precies een gemiddelde consument is, blijft juridische discussie. De standaard definitie is een “gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument”, wat volgens juristen erop neerkomt (zie gelinkt artikel) dat de consument zich goed inleest, labels doorneemt en reclame-uitingen met een korreltje zout neemt. Ik vond helemaal sterk de casus van etikettering van een vruchtenthee, waarbij reclame werd gemaakt met “framboosvanille avontuur” maar de thee in het geheel geen geen vanille- of frambozenaroma’s bevatte. Wel was er “natuurlijk aroma met frambozen/vanillesmaak” opgenomen op de ingrediëntenlijst. Was dat nu misleidend?

Ja, want je kunt mensen misleiden met

de etikettering van een levensmiddel en de wijze waarop deze is uitgevoerd, middels het voorkomen, de beschrijving of een grafische voorstelling van een bepaald ingrediënt de indruk kunnen wekken dat dit levensmiddel dat ingrediënt bevat, terwijl het dit in werkelijkheid niet bevat, wat uitsluitend blijkt uit de lijst van ingrediënten die op de verpakking van dat levensmiddel staat’.

Je kunt dus niet van de consument verlangen dat hij in detail de ingrediëntenlijst (zeg maar de kleine lettertjes) leest, als de aanprijzingen en etikettering (dus zeg maar de grote letters) al duidelijk een bepaalde kant op wijzen. Dat gaat natuurlijk specifiek om ingrediënten bij voedingswaren, maar ik zie niet in waarom je datzelfde principe niet mag loslaten op kleine lettertjes in handleidingen of algemene voorwaarden bij certificeringsklassen.

Het enige tegenargument dat ik nog kan bedenken is dat toch iedereen weet dat mobieltjes niet werken onder water. Maar daar staat tegenover dat we dat op die foto’s toch echt zien gebeuren. Moet je dan weten dat ze hier een grapje uithalen, de gebruikelijke overdrijving in reclame? Dus als ze zeggen “stootvast” en ze tonen een stoomwals die zonder problemen over de telefoon dendert, dan weten we dat dat een grap is en dat je niet écht die telefoon mag pletten?

Arnoud

Een nepreview is geen reden om een overeenkomst te ontbinden

| AE 10918 | Ondernemingsvrijheid | 12 reacties

Stel je schrijft je in voor een opleiding, die maar liefst €3.630 kost. De opleiding valt fors tegen, en dan ontdek je ook nog dat de opleider zichzelf op een bekende vergelijkingssite met nepreviews flink de hemel in geprezen heeft. Je zou om minder boos worden. En je zou denken dat je dan de cursus wel geannuleerd krijgt, dat is toch een vorm van bedrog om een cursus zo vals voor te spiegelen? Maar uit een recent vonnis (via) maak ik op dat dit juridisch niet mee zal vallen.

Dat sprake was van neprecensies, komt al snel vast te staan als ik het vonnis lees. Sterker nog, de gedaagde van het opleidingsinstituut gaf toe dat ze had “geëxperimenteerd met deze vorm van reclame”. Daarmee is buiten twijfel dat de neprecensies zijn geplaatst om de verkoop te bevorderen, en dat is juridisch te kwalificeren als een bedrieglijke handeling. Dus dan zou het een inkoppertje moeten zijn dat je als student er vervolgens van af kunt.

Toch niet helemaal. De wet (art. 326 Strafrecht, oplichting) eist namelijk dat er een “causaal verband” is tussen de bedrieglijke handeling en het uiteindelijke besluit, in dit geval om zich tot de cursus in te schrijven. En daarvan was geen sprake, althans dat kon de cursist niet aantonen. Tussen de regels door maak ik op dat hij pas ná de inschrijving ontdekte dat er óók nog eens neprecensies waren geschreven, naast de prutscolleges die hij had gevolgd. En dan gaat het dus juridisch mis, want als je niet door de truc bent overgehaald om de cursus te doen, dan doet het er dus niet toe hoe legaal of illegaal de truc was.

Persoonlijk had ik ingestoken op de oneerlijke handelspraktijk. Dan ben je sneller rond met het bewijs, voldoende is dan dat je aantoont dat de handelaar zich op “bedrieglijke wijze voordoen als consument” (art. 6:193g sub v BW). En dan is de overeenkomst direct vernietigbaar. Maar het probleem is uiteindelijk hetzelfde: de overeenkomst moet dan “als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand [zijn] gekomen” en dat geeft hetzelfde bewijsprobleem.

De volgende keer dus vóóraf zoeken naar dubieuze reviews, en daarnaar verwijzen in je inschrijving onder “Hoe heb je ons gevonden”. Of ben ik nu te cynisch?

Arnoud

Ha. Administratiekosten niet noemen in je reclame is dus gewoon misleidend

| AE 9047 | Informatiemaatschappij | 19 reacties

discount-korting-afgeprijsd-actie-aktie.pngKijk, daar word ik vrolijk van. Het splitsen van abonnementskosten in maandelijks en halfjaarlijks te betalen componenten, moet als misleidend worden beschouwd. Dat meldde Boek9.nl onder verwijzing naar het Canal Digital-arrest van het Hof van Justitie. De prijs van een abonnementsdienst is essentieel en moet volledig worden vermeld. Dat je elk half jaar een kaart moet kopen, moet dus net zo duidelijk in beeld komen als de maandprijs.

Het is me al lang een doorn in het oog dat bedrijven wegkomen met dat soort grappen. Mensen lokken met lage prijzen, en dan achteraf er allerlei administratiekosten, verpakkingskosten of wat dies meer zij. Oh ja, kaartkosten dus, wat je bij Canal+ moet betalen voor de smartcard om de betaaltelevisiedienst af te nemen.

En natuurlijk staan zulke kosten op zijn best in de kleine lettertjes onderaan de advertentie, maar meestal kom je er pas achter als de factuur binnen is en ze via automatische incasso afgeschreven zijn. Maar daar steekt het Hof nu een stokje voor:

[De regels over oneerlijke handelspraktijken moeten aldus] worden uitgelegd dat een handelspraktijk waarbij de prijs van een product in meerdere componenten wordt opgesplitst en één daarvan op de voorgrond wordt geplaatst, als misleidend moet worden beschouwd, aangezien die praktijk bij de gemiddelde consument de onjuiste indruk kan wekken dat hem een voordelige prijs wordt aangeboden en hem er voorts toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.

Daar is geen woord Spaans aan, en het geldt dus niet alleen voor kaartkosten. Alle vormen van opsplitsen van een prijs zijn misleidend, tenzij je alle componenten even prominent in je advertentie opneemt. “€7 per maand en €1 per film” is dus legaal voor een online filmdienst, maar wie met sterretjes gaat werken of verwijst naar de website voor alle voorwaarden, die gaat nat. Als consument heb je met deze truc de mogelijkheid om van je abonnement af te komen, want een overeenkomst die wordt gesloten door een misleidende handelspraktijk is vernietigbaar.

Ik ben wat cynischer de laatste tijd geloof ik: zien jullie bedrijven vanaf morgen snel hun aanbod gaan aanpassen?

Arnoud

Fabrikanten mogen van EU-Hof pc’s met geïnstalleerde software verkopen

| AE 8952 | Intellectuele rechten | 22 reacties

Computerfabrikanten mogen gewoon pc’s blijven verkopen met bijvoorbeeld Windows vooraf geïnstalleerd. Dat meldde Nu.nl onlang. Ze hoeven geen alternatief te bieden zonder de geïnstalleerde software. Dit volgt uit een uitspraak van het Hof van Justitie (zaaknr C-310/15) naar aanleiding van een Franse rechtszaak over de vraag of dit een oneerlijke handelspraktijk was. Een Franse consument… Lees verder

Onjuiste informatie van de helpdesk is een oneerlijke handelspraktijk

| AE 7628 | Informatiemaatschappij | 20 reacties

Het verstrekken van onjuiste informatie aan een consument is een oneerlijke handelspraktijk, ook als het gaat om één mededeling aan één persoon in een helpdeskgesprek. Dat bepaalde het Hof van Justitie onlangs (zaak C-388/13) in een zaak tussen een consument en een kabelbedrijf. Hiermee wordt het eenvoudiger voor consumenten om hun schade door zulke informatie… Lees verder