Moet Johan Cruijff in de Auteurswet worden opgenomen?

| AE 8538 | Informatiemaatschappij | 22 reacties

auteurswet-1912-anno1912.gifHet is passend om Cruijff te eren en zijn werk blijvend te steunen door een aanpassing van de Auteurswet, las ik bij IE-forum.nl. De auteur, auteursrechtenprof en -advocaat Dirk Visser wil een wetsartikel in de Auteurswet opnemen dat als volgt luidt: “Voor iedere openbaarmaking met winstoogmerk van het portret of de naam van Johan Cruijff is een redelijke vergoeding verschuldigd aan de Johan Cruijff Foundation te Amsterdam”. En nee, dit is geen 1-aprilgrap.

Vissers voorstel is geïnspireerd op een oude regeling uit het Engelse auteursrecht: daar geldt een eeuwig auteursrecht op het toneelstuk “Peter Pan” en afgeleiden daarvan. Wil je in Engeland iets doen met dat werk, dan moet je geld betalen aan het Hospital for Sick Children in Londen. Visser trekt dit iets breder: niet alleen een specifiek werk, maar álle werken die iets met Cruijff te maken hebben.

Het idee is loffelijk want stichting met nobel doel, Cruijff zeer gewaardeerd mens en de rest weet u zelf. Alleen: is dit te manier om het te doen?

Ik heb er moeite mee. Met name dat stuk van die naam. Auteursrecht gaat normaal over wérken, creatieve dingen zoals teksten of foto’s, zoals dat toneelstuk van J.M. Barrie. Daar een specifiek recht aan hangen vanwege een loffelijke situatie, dat zie ik ergens nog wel. Dat is in feite een juridisch standbeeld rond dat ene werk en gezien de symbolische waarde van dat werk, is een vergoeding (los van het vervallen auteursrecht) te billijken.

In het geval van Cruijff is het voorgestelde standbeeld niet een specifiek wérk maar de náám. En dat is een heel stuk breder, geen standbeeld maar een tolpoort rond de hele stad. Want dat is nogal wat, een vergoedingsrecht voor het gebruik van iemands naam.

Oké, er staat bij “voor winstoogmerk” maar dat is een heel zwak criterium. Het gaat natuurlijk om zaken als herdenkingsboeken, compilatie-DVD’s en shirts met foto, maar met deze omschrijving dek je ook een heleboel zaken die volgens mij redelijkerwijs écht geen vergoeding zouden moeten hoeven te betalen. Als jurist denk ik dan gelijk, mag ik een boek uitgeven waarin ik dit voorgestelde wetsartikel behandel? Boek is commercieel, en ik noem de naam. Mag RTL Nieuws het jaaroverzicht 2016 nog uitzenden als het overlijden van de voetballer erin wordt genoemd? Het zit propvol reclame immers. Is het Wikipedia-lemma van zoon Jordi nog legaal, dat noemt immers “de zoon van” en Wikipedia is commercieel genoeg met hun jaarlijkse bedelrondes. Ik lees over een idee om de Amsterdam ArenA te hernoemen naar de Johan Cruijff ArenA (al dan niet met kleine -a). Dan moet ik betalen om te zeggen “onze onderhandelingen zijn in de businessclub van de Johan Cruijff Arena”. Dat voelt niet helemaal handig meer.

Volgens mij kan het veel simpeler: deponeer de naam Johan Cruijff als merk en leg vast dat dit een ‘bekend’ merk is in de zin van de merkenwet. Daarmee is ieder gebruik voor producten of diensten aan te pakken, ook als het niets te maken heeft met de activiteiten van de Cruijff-stichting. Maar nieuws over Cruijff (of juridische lezingen over auteursrecht- of portretrechtcuriosa) mag gewoon gebracht blijven worden.

Met dat portret heb ik iets minder moeite, hoewel ik dat eigenlijk zou willen beperken tot zaken waar het commercieel portretrecht nu al gold. Dus in feite schaf je dan alleen de beperking in tijd op het portretrecht van Cruijff af. Dat voelt werkbaar, want dat was het nu ook al.

Mijn tegenvoorstel dus:

  1. Een wijziging in het Beneluxverdrag inzake de IE (voorheen de Benelux Merkenwet) dat het teken “JOHAN CRUIJFF” een bekend merk is in de zin van art. 2.20 lid 1 sub c daarvan, en dat de bescherming van dit teken niet zal vervallen bij niet-gebruik (art. 2.26 lid 2 BVIE). Eventueel aan te vullen met de bepaling dat gebruik toegestaan is voor redelijke doelen (om het geen té absoluut verbodsrecht te maken.)
  2. Een wijziging in de Auteurswet die stelt dat het portretrecht van Cruijff eeuwigdurend wordt (art. 19 lid 2 Auteurswet blijft buiten toepassing).

Hiermee wordt de essentie van Vissers voorstel behouden: naam en portret mogen niet zomaar worden gebruikt, daarvoor moet dan worden betaald. Maar de beperkingen op merk- en portretrecht blijven zo ook behouden. Is het portret of de naam van Cruijff nodig voor nieuws of voor een ander legitiem doel, dan mag dat en dan hoeft daarvoor niet te worden betaald.

Wat vinden jullie?

Arnoud

Aansprakelijk voor de website van je kind?

| AE 1753 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 36 reacties

U herinnert zich misschien nog de Cruijffclaim-zaak, over een vijftienjarige voetbalenthousiasteling die een foto van Johan Cruijff op zijn site opnam en uiteindelijk ” 2.420 schadevergoeding en ” 1.647,93 aan proceskosten moest betalen. Nou had deze jongen dat geld niet, en gesprekken over een mogelijke betalingsregeling liepen ook op niets uit. De jurist van de fotograaf, Luc Verkoren, nam toen een opmerkelijke stap: klaag de ouders aan.

Immers, ouders zijn toch aansprakelijk voor wat hun kinderen doen? Nou ja, ongeveer. De wet (art. 6:169 BW) zegt dat als iemand minstens veertien maar nog geen zestien jaar is, de ouders aansprakelijk zijn voor zijn handelen

tenzij [de ouders] niet kan worden verweten dat hij de gedraging van het kind niet heeft belet.

Dat wil zeggen, je bent als ouder van een veertienplusser niet per definitie aansprakelijk (voor een veertienminner wel). Je bent pas aansprakelijk als blijkt dat jij als ouder in had moeten grijpen maar dat hebt nagelaten. En de bewijslast ligt bij jou als ouder: jij moet bewijzen dat je niet in had moeten grijpen, oftewel dat dit gedrag van het kind binnen zijn normale vrijheid valt en daarom alleen de schuld van het kind is.

De kantonrechter legt in het vonnis (PDF, 1.8MB) uit waarom hij dat niet het geval acht bij een website die het kind zelf onderhoudt:

Het gaat kennelijk om een handige jongen – zoals zoveel kinderen tegenwoordig zeer handig zijn in het omgaan met internet en alles wat met computers te maken heeft – die op deze wijze zijn liefhebberij mede vorm geeft. Dat is tegenwoordig niets bijzonders. Er zijn veel kinderen van (ongeveer) deze leeftijd die een website hebben. Het onderwerp van de site -voetbal- is onschuldig: volstrekt normaal voor een jongen van 15 jaar.

Nu bleek de site een KvK-registratie te dragen. Dus toch commercieel, zou je zeggen. Dit was echter het gevolg van sponsoring door een enthousiaste kennis die de site (“leuk initiatief”) via zijn bedrijf wilde steunen.

Daarna las ik nog een voor veel vaders herkenbare verzuchting:

[De vader] heeft verklaard dat zijn zoon veel meer van computers afweet dan hij en dat hij geen bemoeienis met de site had en heeft.

Mede gezien die omstandigheid ziet de rechtbank geen reden om de ouders aansprakelijk te houden voor deze inbreuk. De vrijheid om een website te bouwen is voor een vijftienjarige “normaal” en de ouders zijn “niet tekort geschoten in hetgeen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze van hen kon worden gevergd.”

De claim richting de vijftienjarige blijft gewoon staan; de komende twintig jaar (de verjaringstermijn voor vorderingen uit vonnissen) zal dat geld er dus moeten komen – uit zijn zakgeld, wel te verstaan.

Arnoud

De Cruijffclaim, pardon Scrabbleclaim nogmaals

| AE 1294 | Intellectuele rechten | 67 reacties

sosueme-cruijff-op-soccer4u.pngGezien het onderwerp van de zaak zou ik nu met een diepzinnig citaat moeten komen, maar die leest u maar elders. Hier gaat het over een recent en ietwat ergerlijk vonnis van de kantonrechter over een foto(tje) van Cruijff op de site Soccer4u.nl.

Over de feiten valt niet veel te melden. De site wordt gerund door een groep voetbalenthousiastelingen en plaatste een berichtje over Johan Cruijff. Daar hoort een foto bij, en die is natuurlijk zo gevonden. De pech voor deze jongens was alleen dat ene Peter Vincent Schuld zich meldde namens de rechthebbende en een paar duizend euro wilde hebben voor dit gebruik. Schuld verloor onlangs nog een vergelijkbare zaak van Zaplog, maar dat maakt hij meer dan goed met deze nieuwe zaak: € 2.420 schadevergoeding en € 1.647,93 aan proceskosten.

Het vonnis rammelt aan diverse kanten, wat misschien mede komt door de weinig inhoudelijke verdediging die is gevoerd. Allereerst is er een nogal merkwaardige redenering over hoe er inbreuk op de rechten gemaakt zou zijn.

Dat de foto nooit op de server van de website van [gedaagde A.] heeft gestaan en niet door deze website is “ge-upload” doet – wat daar overigens van zij – niet ter zake. De foto is op de website geplaatst. [gedaagden] erkennen dit. Daarmee is de foto openbaar gemaakt zonder toestemming van de gerechtigde en dit is niet toegestaan.

Zo te lezen gaat het om dieplinken, iets dat meer kantonrechters een nieuwe openbaarmaking vinden. Tsja. Er valt wat voor te zeggen, al blijf ik het twijfelachtig vinden.

Wél echt fout is de toekenning van de gevraagde schadevergoeding. Die wordt berekend volgens de bekende scrabblemanier: men neme het normale tarief en vermenigvuldige dat met drie. Dit op basis van de richtprijzenalgemene voorwaarden van de Fotografenfederatie. En dat zou dan aangeven wat een “redelijk aanknopingspunt voor de begroting van de schade” zou zijn. Mooi niet dus! In de meeste gepubliceerde vonnissen wordt deze manier van schade berekenen juist expliciet afgewezen.

Het verbaast me dan ook dat de rechter in dit vonnis zo makkelijk aansluit bij deze voorwaarden. Maar ook hier weer lijkt dat meer te komen door het weinig inhoudelijke verweer. “Dit als zodanig hebben [gedaagden] niet bestreden”, zo motiveert de rechter de toekenning. Jammer!

Arnoud