Zijn scrabbleclaims in het auteursrecht legaal verklaard door het Hof van Justitie?

| AE 9271 | Auteursrecht | 18 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik las over een uitspraak van het Europese Hofdie zegt dat een schadeverdubbelaar bij auteursrechtinbreuk kan en mag als de nationale wetgeving dat toelaat. Betekent dit dat die praktijk van 200% of 300% opslag bij schadeclaims nu legaal is verklaard?

De vaste lezer van deze blog weet dat ik altijd héél diep moet zuchten bij wat ik scrabbleclaims noem: bij inbreuk op auteursrechten niet alleen je gemiste licentievergoeding eisen, maar 2x of 3x dat bedrag. Redenen variëren dan van “dat staat in mijn algemene voorwaarden” tot “anders is inbreuk te voordelig” of “dit blijkt uit de rechtspraak”. Dat laatste is niet waar, overigens.

In Nederland is de regel simpel: je krijgt bij een inbreuk op je rechten je schade vergoed, niet meer en niet minder. Als je denkt dat je meer schade hebt dan je gemiste licentievergoeding, prima: bewijs het maar. Daar komen schadeposten als gederfde exclusiviteit of ontbrekende naamsvermelding vandaan, en hoewel ik daar een 100% verhoging op de gewone vergoeding nogal stevig vind, is dat in principe legaal.

Dat kun je natuurlijk als wetgever anders regelen, en dat is in Polen ook gebeurd zo lees ik in dat arrest. In Polen mag je wettelijk als rechthebbende 200% of 300% van de normale vergoeding vragen als de inbreuk ‘verwijtbaar’ is. Het Hof van Justitie kreeg de vraag voorgelegd of die wet wel mag onder het Europese auteursrecht, dat immers alleen stelt dat je recht hebt op vergoeding van schade (en winstafdracht). Het antwoord: ja hoor, als je als land hierin verder wil gaan dan Europa, dan is dat prima. Zet het even in de wet en klaar ben je.

De achterliggende rechtvaardiging is dat deze verhoging dan tevens de kosten voor opsporing en bestrijding van inbreuk met zich meebrengt. Bij ons is dat ooit meegenomen door het Gerechtshof Arnhem, en die vonden 25% in plaats van 100% een prima verhoging voor dat doel. Dat arrest is bij ons de leidende rechtspraak, maar de wetgever mag natuurlijk tegen de rechtspraak ingaan als ze vinden dat het anders zal moeten. Ik zie het alleen niet snel gebeuren.

Arnoud

Nee, de Rijdende Rechter heeft het écht fout met dat auteursrechtvonnis

| AE 9300 | Auteursrecht | 89 reacties

Eergisteren bij de Rijdende Rechter: een auteursrechtenkwestie, “Wat een bevalling“. Een doula plaatst op haar site een foto van een beschuit met muisjes, gevonden op een gratisfotosite. Enige tijd later krijgt ze een sommatie van het Belgische Permission Machine (“the Graphic Detective”), gevolgd door een sommatie van 820 euro wegens auteursrechtinbreuk. Wat zal het oordeel zijn van Mr. Reid?

De zaak zelf is een standaardverhaal. Een kleine ondernemer zoekt een plaatje bij haar site, vindt die op een kennelijk gratis site en/of denkt niet na over auteursrechten, en krijgt na enige tijd een forse factuur van een fotograaf of een foto-incassobureau met een rare naam. In dit geval de Permission Machine uit Brussel.

Wie een auteursrecht schendt, moet de schade vergoeden. Dat is voor iedere jurist een axioma, en dat de maatschappij ondertussen heel anders denkt over auteursrecht of plaatjes op internet, dat doet er niet toe. Het is dan ook niet gek dat Rijdende Rechter Mr. Reid, John Reid, concludeert dat er gewoon sprake is van inbreuk op dat auteursrecht.

Vervolgens het altijd heikele punt: de schadevergoeding. Menig rechthebbende grijpt zo’n geval aan om eens lekker uit te pakken: eindelijk eens zo’n kwajongen te pakken die in mijn tuin voetbalt, daar zullen we eens een voorbeeld van maken. Daarom komen foto’s van €45 routinematig boven de 500 euro schadeclaim. Ik snap die ergernis maar blijf erbij dat het juridisch niet klopt.

Een voorbeeld stellen, dat doen we niet in het Nederlands schadevergoedingsrecht. Behalve dan in het auteursrecht, want dat kent zijn eigen regels lijkt het wel. Ook Mr. Reid gaat hierin mee. De hoofdregel van de Hoge Raad is dat de schade bij inbreuk op een IE-recht gelijk is aan de normaal te betalen vergoeding. Immers, dat is wat je had gehad als er wél een licentie was gekocht, en het verschil tussen hoe het is en hoe het had moeten zijn bepaalt wat de schade is.

Maar dan komt ‘ie:

Als slechts de misgelopen licentievergoeding als schade zou worden toegewezen, zou schending van het auteursrecht voor de dader een “niet-geschoten-is-altijd-mis” kwestie worden.

Daar zit natuurlijk wat in. Je kunt een foto overnemen zonder te vragen, en als de rechthebbende zich meldt dan zeg je sorry en betaal je zijn normale vergoeding. En stel dat slechts 10% van de rechthebbenden zich meldt, dan heb je dus flinke winst als inbreukmaker. Dat stuit rechters natuurlijk tegen de borst.

Het punt is alleen: dit noemen juristen ‘generale preventie’, oftewel afschrikken door een stevige boete op te leggen. Maar dat is een principe uit het strafrecht. Boetes zijn eenvoudigweg geen schade en het schadevergoedingsrecht is niet bedoeld om mensen af te schrikken. Het is bedoeld om schade te vergoeden, de situatie te brengen naar waar hij had moeten zijn.

De ergernis over dit punt bracht me twee keer ertoe om onderzoek te doen. En daaruit blijkt dat het tégen de jurisprudentie is om zo’n 200% verhoging op te leggen met als motivatie dat je mensen moet afschrikken. Wat wel mag, is een extra vergoeding voor overlast, voor gemaakte kosten of voor ontbrekende naamsvermelding. Erg jammer dat dát niet meegenomen is in het bindend advies.

Arnoud

De schade bij een online auteursrechtinbreuk

| AE 5220 | Auteursrecht | 107 reacties

groep-claim-geld.jpgHoe groot is de schade bij online auteursrechtinbreuk? Die vraag houdt me al een hele tijd bezig, vooral omdat ik me gigantisch erger aan de scrabbleclaims van menig rechthebbende: drie keer het normale tarief, plus uit de duim gezogen administratiekosten én een voorschot op de proceskosten. Met BTW er overheen ook nog, gewoon omdat het kan. De rechtspraak is nogal wisselend, vooral omdat alles op kantonrechtersniveau blijft steken. Maar nu is er dan toch een duidelijke uitspraak in hoger beroep.

Deze zaak was een Cozzmoss-claim: Cozzmoss, tegenwoordig Auxen, treedt op namens kranten tegen overnames online en claimt dan een grote schadevergoeding, plus allerlei kosten. En ja, dat mag. Auteursrechtschending is voor de wet niet anders dan iemands auto bekrassen: je moet de schade vergoeden. Je hoeft niet eerst te waarschuwen als rechthebbende, en géén kans te geven om het eerst te verwijderen – je mag meteen een claim indienen voor je schade. (Dat van weghalen komt uit het notice/takedownregime voor tussenpersonen.)

De grote vraag is dan: Wat is precies die schade? Daar zijn allerlei theorieën over uitgeprobeerd in de rechtspraak. Bij die autokras kun je nog wel een paar offertes van overspuitbedrijven opvragen en als richtprijs gebruiken, maar bij auteursrechten kan dat niet. Soort-van uitgekristalliseerd is het principe dat de normale licentievergoeding leidend is: vraag je normaal 300 euro voor overname, en neemt iemand het nu zonder te vragen over, dan is je schade dus 300 euro.

Dit voelt voor rechthebbenden onrechtvaardig: zo kun je immers makkelijk gewoon overnemen, en achteraf sorry zeggen en betalen wat je eigenlijk vooraf had moeten betalen. Vandaar de push om méér te claimen dan enkel die vergoeding. Soms met creatieve theorieën over uitgeholde exclusiviteit, soms gebaseerd op ontbrekende naamsvermelding (want dat is net zo duur als het hele artikel, ahem) en soms gewoon botweg met de motivatie dat inbreukmakers afgeschrikt moeten worden.

Dat laatste kan écht niet: afschrikken is een principe van het strafrecht, niet van het civiele recht. De autobekraste persoon mag ook niet drie keer die offerte als schade vorderen om de andere buurjongens af te schrikken. Hij krijgt zijn auto overgespoten en de wijkagent moet die jongens afschrikken. Alleen, strafrechtelijke handhaving is in het auteursrecht vrijwel volstrekt afwezig. Hoewel formeel de opzettelijke schending van het auteursrecht een misdrijf is, komt het Openbaar Ministerie pas in actie bij een zéér grootschalige inbreuk die de volksgezondheid bedreigt of banden lijkt te hebben met georganiseerde misdaad. En het overnemen van een artikel of foto is dat volstrekt niet.

In dit arrest gaat het Hof uit van het juiste standpunt: de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest indien de auteursrechthebbende toestemming zou hebben verleend voor de inbreukmakende handeling. Ook meegenomen mogen worden de kosten voor opsporing en onderzoek, dat staat immers apart in de wet als schadepost.

De grote vraag is dan, hoe veel is die verschuldigde licentievergoeding. Cozzmoss had in deze zaak € 0,47 per woord naar voren geschoven, wat mij nogal veel lijkt maar dat volgens het arrest “niet (voldoende) gemotiveerd betwist” is en dus wáár is. Even googelen geeft me een NVJ-onderzoek uit 2012 waarin 40 cent als gemiddeld wordt gepresenteerd, met als laagste prijs 11 cent. Let wel: voor een freelancer om het werk te máken. Ik geloof er geen bal van dat het overnemen van zo’n artikel dan duurder moet zijn dan dat. En ja, je mag als inbreukmaker eisen dat die 47 cent dan wordt onderbouwd met facturen etc om te bewijzen dat dit werkelijk gekrégen wordt. Een tarief op je website zetten is niet genoeg.

Het Hof gooit er nog een opslag van 0,25% als schade bovenop. Die is gebaseerd op het idee van “verlies aan misgelopen inkomsten van potentiële abonnees”, wat overeenkomt met de door Cozzmoss gestelde ‘uitgeholde exclusiviteit’. Kennelijk is het idee dat als de inbreukmaker het artikel zou hebben gekocht, die potentiële abonnees het óók zouden hebben gekocht. Maar waar dan die kwart vandaan komt?

Uiteindelijk komt het Hof dan op dik negenduizend euro aan schade. En daar komt dan nog eens proceskosten bij: € 8.355,47 voor de eerste aanleg en € 7.026,50 voor het hoger beroep. Goedemiddag. Maar dat klopt wel, juridisch – dat staat in de wet, dat je de werkelijke proceskosten vergoed krijgt. En als je zegt, er moet een afschrikmiddel zijn tegen dit soort inbreuken dan vind ik het zuiverder om dat via de proceskosten te doen dan via zelfverzonnen opslagen.

Update (24 juli) eerste vonnis waarin de 25% terugkomt, hoewel zonder expliciete verwijzing naar dit arrest. Eis: €2000, toegewezen €513 plus een dikke 1600 euro proceskosten.

Arnoud

Geen richtprijzen, wel schadevergoeding voor gebruik creatieve pasfoto

| AE 2157 | Auteursrecht | 10 reacties

Vijftienhonderd euro voor een pasfoto “die niet geschikt is voor de officiële documenten, maar wel érg leuk is!” Dat moest Ringfoto betalen nadat ze een via Google gevonden pasfoto op haar site had opgenomen. Er was 4500 euro gevorderd exclusief proceskosten. De rechter wijst de “richtprijzen van de Fotografenfederatie” af als basis en wijst 1500… Lees verder

Het boetebeding bij auteursrecht-claims

| AE 1147 | Aansprakelijkheid, Auteursrecht | 37 reacties

Gisteren verscheen in De Nieuwe Reporter ‘Bloggers moeten niet zeuren over blafbrieven’, een mooi overzichtsartikel over de recente perikelen rond bloggers en claims van journalisten en anderen wier werk onterecht zou zijn overgenomen. Ik werd geïnterviewd als “advocaat van de blogger-community”, wat nogal veel eer is (en bovendien ben ik geen advocaat). Hier wilde ik… Lees verder