De eerste robotrechter van Nederland blijkt gewoon al actief

| AE 10341 | Innovatie | 11 reacties

‘Robotrechter e-Court is een groot en niet transparant zwart gat’, kopte Nieuwsuur onlangs tendentieus. Stichting e-Court is al jaren actief als alternatieve geschilbeslechter en heeft verzekeraars gevonden als bereidwillige afnemers voor haar digitale arbitragedienst. Snel en gemakkelijk maar controversieel. Opmerkelijk voor mij daarin: de eerste stap is een artificial intelligence die over je zaak oordeelt. Mag dat zomaar?

Op zich is wat e-Court doet een legitieme constructie. Men biedt arbitrage aan, alternatieve geschilbeslechting buiten de rechter om. Dat mag, en kan voor beide partijen voordelig zijn: sneller en goedkoper, en je kunt de procedures optimaliseren voor jouw soort geschil in plaats zoals bij de traditionele rechtspraak een middelmaat omdat men alles aan moet kunnen. Digitale dossiers en on-line voortgang en uitwisselen van stukken lukt daar iets minder.

De controverse rond e-Court komt voornamelijk vanwege het feit dat mensen zonder het te beseffen akkoord gaan met arbitrage; dat staat namelijk zo in de algemene voorwaarden van met name zorgverzekeraars. Op zich legaal, zij het dat je bij start van een geschil bij de arbiter een maand moet krijgen om daar bezwaar tegen te maken. Daar lijkt het volgens het onderzoek vaak mis te gaan: het wordt bepaald onduidelijk uitgelegd, en ook wie dat bezwaar maakt, kan zomaar alsnog door de molen van e-Court gehaald worden en krijgt toch een arbitraal vonnis tegen zich, dat via de deurwaarder ten uitvoer kan worden gelegd. Dat klopt natuurlijk niet.

Voor mij sprong deze alinea eruit:

[Oprichtster Henriëtte Nakad] nam het heft in eigen hand, zette een bedrijf op en liet een computerprogramma bouwen dat automatisch vonnissen kan produceren. Die ‘robotrechter’ is ‘de meest objectieve rechter van Nederland’, zonder ‘misplaatste empathie’, schreef Nakad in een academisch artikel.

Dat academisch artikel laat zien dat het gaat om een Case-Based-Reasoning (CBR) kunstmatige intelligentie: nieuwe zaken worden op allerlei punten vergeleken met eerder zaken, en de uitspraak wordt bepaald aan de hand van die gelijkenis. Kort gezegd, als een zaak veel lijkt op 100 afgewezen incassozaken, dan wordt deze incassoclaim ook afgewezen. Ook wordt een heel raamwerk opgezet om de formele processtappen consequent uit te voeren.

Helaas kan ik nergens iets vinden over hoe deze AI inhoudelijk werkt. En dat is jammer want bij zo’n grote legal tech innovatie zou je toch graag willen weten hoe het werkt. Zeker omdat het hier gaat over vonnissen die mensen heel diep kunnen raken: de schuldenproblematiek in Nederland is hoog en complex, en black box uitspraken waar mensen zich door overvallen voelen, helpen daar natuurlijk niet bij. De keuze voor een AI snap ik wel, het is een hoog volume aan relatief simpele zaken en daar is met AI goede analyse op te doen.

Formeel is het overigens geen robot die beslist. Het is een voorbeeld van hoe AI een rol kan spelen in juridische besluitvorming. Vang de simpele gevallen af, en laat de rest (inclusief de gevallen waar men piept) door een mens behandelen. Alleen veronderstelt dat wel dat mensen piepen als er iets mis is, en specifiek bij consumentenrecht / schuldenincasso is dat iets dat heel vaak misgaat.

Het bedrijf reageert in een persbericht kort gezegd dat ook schuldenaars beter af zijn, omdat de procedure ook voor hen sneller en goedkoper uitpakt. Ik heb daar wel moeite mee, want juist dit onderwerp voelt voor veel schuldenaars als zeer machteloosmakend en ongrijpbaar. Dus als je dan óók nog eens alles achter een digitale procedure stopt én je hoort dat er een robot de eerste selectie maakt, dan is het argument dat je minder incassokosten krijgt en dat de deurwaarder heus luistert, niet meer relevant. Mensen vertrouwen robots niet in een dienstverlenende rol, laat staan als die over hun geld en goed beslist.

Algemeen heb ik er een dubbel gevoel bij. Het initiatief is nobel, want de rechtspraak ís verstopt en veel dingen kunnen gewoon efficiënter als je maatwerk toepast en niet alles op dezelfde manier behandelt. Maar de afwezigheid van transparantie vind ik moeilijk te verkroppen, helemaal omdat een AI in rechtspraak gewoon heel gevoelig ligt. En als je dan ook nog eens het primair opzet om schuldincasso te doen – waar notoir vaak mensen in de molen vermalen worden – dan krijg ik er een vervelend gevoel bij. Je ziet dat nu ook terug in de berichtgeving, dat het een “robotrechter” is die je blind veroordeelt. Niet goed voor de beeldvorming van legal tech en AI in de juridische sector. Dus nee, jammer.

Arnoud

Waarom een beschrijvende handelsnaam op internet zo populair is

| AE 10311 | Merken, Webwinkels | 12 reacties

Iedere onderneming heeft een handelsnaam, van zeer fantasievol tot zakelijk en beschrijvend. In tegenstelling tot het merkenrecht geldt daarbij geen eis dat de handelsnaam onderscheidend vermogen moet hebben. Dit levert bij internetbedrijven regelmatig lastige problemen op, omdat daar geldt dat hoe beschrijvender de handelsnaam hoe hoger de herkenning bij de klant. Een recent arrest laat zien hoe de regels liggen.

De handelsnaam is de naam waarmee een onderneming of ondernemer naar buiten treedt. Dit is niet hetzelfde als de statutaire naam waarmee het bedrijf officieel bekend is; het gaat om de naam waaronder een bedrijf bekend is bij het publiek. In tegenstelling tot een merk hoeft een handelsnaam geen creativiteit (“onderscheidend vermogen”) te bezitten. De Koninklijke Luchtvaart Maatschappij bezit dus een geldige handelsnaam, ook al is deze naam volstrekt beschrijvend voor een Nederlandse luchtvaartmaatschappij die het predicaat Koninklijk mag dragen.

Op internet is de praktijk populair geworden om een zeer beschrijvende handelsnaam te kiezen: simpelweg de naam van het verkochte product, of een simpele combinatie van productnaam en “Winkel” of “Kopen”. Een belangrijke reden hiervoor was dat in het verleden zoekmachines zoals Google de inhoud van een domeinnaam (typisch gelijk aan de handelsnaam) zwaar lieten meewegen bij de bepaling of een website relevant was voor een zoekopdracht. De webwinkel “schoenenkopen.nl” had dus grotere kans om bovenaan te komen bij de zoekopdracht “schoenen kopen” dan bijvoorbeeld “Schoenwinkel Max Jansen”. Ook helpt het bij de herkenbaarheid van de veelal kleine ondernemer: niemand kent Max Jansen maar het is wel direct duidelijk dat hier schoenen te koop zijn.

In 2015 wees de Hoge Raad het Artiestenverloning-arrest waarin kort gezegd werd bepaald dat bij beschrijvende domeinnamen het niet genoeg is dat een term verwarringwekkend is. In die situatie zijn bijkomende omstandigheden vereist om te kunnen spreken van onrechtmatig gebruik van de domeinnaam.

Vrijwel diezelfde kwestie kwam recent voor het Hof Den Haag in de zaak rond de webshop Parfumswinkel, die bezwaar maakte tegen concurrent Parfumswebwinkel. Deze wordt als zuiver beschrijvend aangemerkt; de tussen-s is niet genoeg om de naam creatief te maken. Niet was aangetoond dat deze naam zó bekend was dat het publiek deze met een specifiek bedrijf zou associëren. In die situatie, zo bepaalt het Hof, geldt de regel uit het Artiestenverloning-arrest ook bij handelsnamen: er moet meer zijn dan enkel de kans op verwarring. Als jij zo graag met heel beschrijvende namen wilt werken, dan moet je niet klagen dat anderen in de buurt komen en dat er verwarring ontstaat.

Het valt me op dat hoewel SEO en simpele trucs met beschrijvende namen niet meer werken, nog veel internetondernemers zulke namen kiezen. Is dat gewoonte, gemakzucht of is er nog een reden voor?

Arnoud

Mag je op het werk de internetradio aan laten staan als dat geld kost?

| AE 10319 | Arbeidsrecht | 26 reacties

Wie in zijn eentje aan het werk is, zal snel geneigd zijn een muziekje aan te zetten. Vandaag de dag zelden meer een probleem voor de werkgever (de Buma/Stemra even daargelaten), maar twintig jaar geleden vaak een serieus discussiepunt vanwege de kosten. Maar toch ook in 2017 kennelijk nog, genoeg zelfs om in hoger beroep uitgevochten te worden: als je een werknemer een dongel geeft, mag hij dan naar de radio luisteren of is hij persoonlijk aansprakelijk voor de databundel-overschrijding?

De werknemer in deze zaak stond in haar eentje op een cateringlocatie, en had alleen via een dongel mobiel internet. Via die verbinding luisterde zij naar muziek tijdens het werk, maar kreeg na een maand de rekening gepresenteerd van de werkgever voor maar liefst € 1.239,60 aan datakosten bij Vodafone. Het verweer dat er toestemming was gegeven, werd niet geaccepteerd door de werkgever: volgens het reglement moest er dan nog steeds worden betaald voor zulke data als de bundel zou worden overschreden. Daarbij speelde mee dat de dongel-software waarschuwingen zou geven bij (dreigende) overschrijding van de databundel per maand.

Nou zijn dat soort reglementen altijd leuk en aardig, maar als het gaat om werknemers aansprakelijk stellen en/of schade laten vergoeden dan heb je maar heel weinig ruimte onder de wet. Die zegt namelijk dat een werknemer eigenlijk nooit privé aansprakelijk is voor wat hij op het werk doet, behalve bij opzet of bewuste roekeloosheid (en dat krijg je vrijwel nooit bewezen) of als hij verzekerd is voor de gevolgen.

De werkgever gaf aan dat duidelijk was aangegeven hoe de dongel werkt, inclusief waarschuwingspopups voor (dreigende) overschrijdingen van de datalimiet. De werknemer stelde daar tegenover dat zij dacht

dat voor de laptop een onbeperkt abonnement gold en zij heeft betwist dat is gesproken over betalen voor gebruik van de radio. Zij is geen ervaren gebruiker van internet en heeft nooit van een dongel gehoord. Zij liet de laptop aanstaan en deed alleen de klep dicht wanneer zij wegging. Wanneer zij weer op haar werk kwam deed zij de klep open en startte de radio door op 538 te klikken.

In principe is het dus zo dat een werknemer voor kosten gemaakt op het werk niet aansprakelijk is. Schade als gevolg van een slechte uitvoering van het werk zijn gewoon voor rekening werkgever.

Het Gerechtshof ziet een sprankje hoop voor de werkgever: als hij kan bewijzen dat bij naderende overschrijding van de databundel popups met waarschuwingen worden getoond en de werknemer deze heeft weggeklikt, én dat de werkgever de werknemer heeft geïnstrueerd hoe op de kosten te letten, dan zou een situatie van bewuste roekeloosheid ontstaan. Ik ben benieuwd hoe ze dat voor elkaar gaan krijgen.

Arnoud

Je hebt nog 128 dagen om de AVG te implementeren #128totavg

| AE 10247 | Privacy | 36 reacties

Vandaag zijn er nog precies 128 dagen te gaan tot 25 mei 2018, de datum waarop de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG, ook wel General Data Protection Regulation oftewel GDPR) van kracht wordt. Deze nieuwe Europese privacywet gaat een hoop veranderen, en juristen en consultants draaien massaal overuren om hun klanten compliant te krijgen. Maar steeds… Lees verder

Wat moet ik doen met een onterecht geretourneerd product?

| AE 10283 | Webwinkels | 13 reacties

Een lezer vroeg me: Bij mijn webwinkel ontvang ik regelmatig foute retouren: producten die beschadigd zijn of duidelijk gebruikt, maar ook wel producten die helemaal niet geretourneerd mochten (zoals bederfelijke potjes). Uit coulance neem ik ze dan toch vaak maar terug, maar wat moet ik doen volgens de wet als ik die dingen ontvang? Het… Lees verder