Kan een ex-werknemer naamsvermelding eisen onder zijn oude blogs?

| AE 11899 | Intellectuele rechten | 19 reacties

Nee, deze heeft niets te maken met die blog van laatst. In deze vraag via Linkedin kwam de kwestie voorbij dat een ex-werknemer juist wilde dat zijn naam bij oude blogs bleef staan, sterker nog dat eiste hij op grond van zijn auteursrecht. Nu ligt dat recht bij de werkgever, de blogs waren immers als deel van het werk geschreven, maar specifiek bij naamsvermelding ligt het iets complexer.

Het auteursrecht kent naast de gewone publicatierechten (“economische rechten”) ook de zogeheten morele of persoonlijkheidsrechten. Die omvatten het recht te eisen dat je naam ergens bij staat, hoewel je daar afstand van kunt doen. En de complicatie is dus dat een werkgever de economische rechten krijgt, maar niet perse de persoonlijkheidsrechten.

Als ik het zo inschat dan is vandaag de dag de opvatting dat de werknémer die rechten heeft, ook als het gaat om werken onder artikel 7 (dus waarvan de rechten naar de werkgever gaan) of waarvan je in je arbeidscontract hebt gezegd dat de rechten bij de werkgever liggen. En omdat persoonlijkheidsrechten niet overdraagbaar zijn, kan de werkgever die niet opeisen.

De enige ‘truc’ is dat de werknemer afstand moet doen van die rechten in het arbeidscontract, maar die zin heb ik nog nooit gezien in een arbeidscontract. En als je als werkgever vervolgens toch mensen hun naam ergens bij gaat zetten, voelt het raar om daarna te zeggen “maar je deed afstand van het recht op naamsvermelding”.

Ik denk dus dat je als werknemer inderdaad kunt eisen dat je naam ergens bij staat. Wel met de nuance dat het een situatie moet zijn waarin het redelijk is dat je naam erbij staat. De salesbrochure van het nieuwe product, daar staat nooit een auteursnaam in, dus daar zou je eis tot naamsvermelding heel raar zijn. En ook zal zwaar meewegen hoe de publicatie bij dat bedrijf normaal gaat. Veel blogs kennen auteurs, maar grootzakelijke blogs vermelden hooguit “marketing” of zo als naam. Daar zul je ook weinig kunnen eisen.

(De AVG gaat de werkgever niet helpen, ik zeg het maar even, want er is een noodzaak of zelfs wettelijke plicht om die naam te laten staan als de werknemer dat eist. Ik stip het maar even aan.)

Arnoud

Het fakenews op de pijnbank van het Nederlands strafrecht

| AE 11893 | Uitingsvrijheid | 20 reacties

Fake news oftewel nepnieuws is als fenomeen haast niet meer weg te denken uit het discours over de online media. Steeds luider klinkt ook de roep om dergelijke valse berichtgeving ‘aan te pakken’, bij voorkeur via het strafrecht. Maar wat is nu precies nepnieuws en waarom is het zo’n probleem? En welke mogelijkheden kent het strafrecht om deze berichtgeving juridisch te bestrijden? Een voorpublicatie van mijn artikel in het Tijdschrift voor bijzonder strafrecht.

Hoewel de term nepnieuws vooral de laatste vijf jaar grote weerklank kent, is het fenomeen zeker niet nieuw. Al in de 18e eeuw werd een Nederlandse uitgever (Gerard Lodewijk van der Macht) tot vier maal toe gestraft met verbanning voor het publiceren van verzonnen berichten. De opkomst van internet heeft het fenomeen wel een stevige spurt gegeven. Hiervoor zijn grofweg twee oorzaken aan te wijzen: het middels advertenties kunnen profiteren van grote bezoekersaantallen en het beïnvloeden van politieke processen. De eerste oorzaak heeft waarschijnlijk de tweede mogelijk gemaakt.

In de literatuur zijn vele pogingen zijn ondernomen om het fenomeen nepnieuws te definiëren. Deze definities leveren zelden een écht brede classificatie op, en worden zeker in de juridische literatuur dan ook altijd keurig geciteerd en vervolgens genegeerd. Gezien de impact die nepnieuws kan hebben, weerklinkt de roep om strafrechtelijk ingrijpen met enige regelmaat. Het probleem daarbij is natuurlijk dat de term als zodanig zo lastig te duiden is, dat een specifieke verbodsbepaling niet te formuleren is. De term kan ook gewone fouten of sensatiejournalistiek betreffen.

Een specifiek delict in het Wetboek van Strafrecht is er niet. De achterliggende oorzaak van dit gebrek is natuurlijk dat er nooit echt gedacht is aan de situatie dat mensen opzettelijk legitiem uitziende berichten gaan maken die echt nep zijn en zonder een spoortje van humor of poging daartoe worden gepubliceerd. De beperkte ruimte in kranten en televisie (en de kostbare toegang daartoe) maakte de verspreiding daarvan nauwelijks haalbaar. Dit nog los van de beroepstrots van de traditionele journalist om berichten te checken en de waarheid te willen brengen.

De grote vraag bij aanpakken (bijvoorbeeld met nieuwe wetgeving) zal blijven hoe een oplossing te bieden zonder de uitingsvrijheid nodeloos geweld aan te doen. De term verwijst immers naar een breed spectrum aan uitingen, met eigenlijk als enige gemeenschappelijk kenmerk dat zij de waarheid geweld aan doen. Individuele nieuwe vormen van fakenews zijn zonder twijfel strafbaar te stellen, maar daarmee blijft men achter de feiten aanhollen omdat nieuwe vormen zo bedacht zijn. Dit nog los van de praktische handhaafbaarheid van dergelijke strafwetgeving: opsporing is vanwege de wereldwijde ICT-omgeving waarin zij plaatsvindt al zeer lastig, en uitlevering van de verdachte vanuit zijn of haar land zal lastig blijken als daar de betreffende uiting niet strafbaar is, wat vaak het geval is.

De civielrechtelijke route richting de platforms lijkt veelbelovender. Wanneer Facebook besluit een pagina te sluiten of Google een website weert, is daar geen strafproces voor nodig. Een simpel beroep op de eigen huisregels en of vrijheid van onderneming is in beginsel genoeg. Lastig hieraan is wel dat juist deze eenvoud de uitingsvrijheid veel meer bedreigt, precies omdat uitingen dan zó makkelijk gesmoord kunnen worden. Idealiter zou een tussenvorm bestaan die het gemak van ingrijpen door de grote platforms combineert met de waarborgen van het strafrecht, maar hoe dát op een eenvoudige manier te realiseren, blijft vooralsnog een onbeantwoorde vraag.

Arnoud

Een kopie identiteitsbewijs bewijst niet dat je een contract sloot

| AE 11895 | Ondernemingsvrijheid | 42 reacties

Leuk als je via internet contracten sluit en mensen kopie identiteitsbewijs laat opsturen, maar het bewijst niets. Dat vonniste de rechtbank Rotterdam onlangs. Telecombedrijf Tele2 dacht zo’n 1800 euro te krijgen van een internetklant wegens niet-betaalde abonnementskosten en restprijs telefoon, maar liep tegen het bekende probleem aan dat iedereen wel via internet een contract kan afsluiten op andermans naam. Het is eigenlijk een wonder dat het zo vaak goed gaat met online contracteren, want als het misgaat dan heb je als bedrijf echt een serieus probleem.

De uitspraak opent als een standaardverhaal. Er was een contract gesloten voor mobiele telefonie met een telefoon op afbetaling, de rekeningen werden niet betaald dus er werd afgesloten en een incasso opgestart om het geld toch te krijgen. Dat komt vaker voor.

Nieuw was dat de abonnee nu stelde het contract nooit aangegaan te zijn. Niet hij, maar zijn ex-partner, zou dat hebben gedaan. Tele2 wees erop dat het webformulier voor het abonnement netjes was ingevuld, dat er een kopie identiteitsbewijs was ontvangen en dat er een cent was geïncasseerd vanaf de bankrekening van de gedaagde. Dat is standaard voor heel veel bedrijven en zou dus bewijs moeten zijn.

Toch niet. Want iedereen kan wel zo’n formulier invullen, dus dat bewijst niets. Sterker nog, in dit geval bleek een adres te zijn ingevuld waar de gedaagde niet woonde, dus welke check Tele2 uitvoert op die informatie is niet geheel duidelijk. Ook de kopie van identiteitsbewijs en bankpas leveren niets op: dat bewijst alleen dat de inzender daarvan die dingen had, niet dat hij de genoemde persoon is. Hetzelfde geldt voor de ene cent: bewijst dat Tele2 de incasso kon doen maar niet dat de eigenaar van die rekening het contract is aangegaan.

Oh ja, en bij de handtekening op het aanvraagformulier stond ook nog eens “i.o.”, waardoor je vrij zeker weet (als jurist dan) dat dit niet door de abonnee zelf getekend is. Het kan natuurlijk, dat je iemand machtigt om namens jou een abonnement af te sluiten, maar het is handig om dan even de machtiging op te vragen. Allemaal niet gebeurd.

Hoe moet het dan wel? Het is natuurlijk erg lastig als je niet bij de persoon zelf bent om vast te stellen met wie je te maken hebt. Alle stukken die je krijgt, zijn mogelijk vervalst of gestolen. Alle personen die je spreekt, kunnen onbekenden zijn die zich voordoen als de abonnee. Toegang tot het GBA heb je niet, dus je weet niet zeker naar welk adres je het contract moet sturen. En elke keer iemand langssturen die een identiteitscheck doet, is ook zo wat.

Ik blijf dus met de conclusie zitten dat e-commerce eigenlijk alleen maar goed gaat omdat de meeste mensen geen oplichters zijn.

Arnoud

Kunnen wij onze niet-tekenende partner toch houden aan de groepssamenwerking?

| AE 11891 | Ondernemingsvrijheid | 17 reacties

Een lezer vroeg me: Al een tijdje onderhandel ik met vijf partijen om tot een samenwerking te komen, waarbij we een opensourcepakket gaan exploiteren onder gezamenlijke winstdeling. Het contract ondertekenen is blijven liggen vanwege de crisis, maar we zijn wel al soort van begonnen. Nu stelt een van de partijen dat hij het eigenlijk toch… Lees verder

Studenten protesteren tegen tentamensoftware die beelden van hun huiskamer opslaat

| AE 11897 | Informatiemaatschappij, Privacy | 25 reacties

Kijk. Dit is dus wat ik gisteren bedoelde. “Studenten ervaren software voor online tentamens als een inbreuk op hun privacy”, meldde de Volkskrant onlangs. Schandalig, je moet tijdens tentamens iemand mee laten kijken via je webcam (én je mobiel die je op 3 meter afstand op je werkplek moet richten) zodat ze kunnen nagaan of… Lees verder

Inderdaad, bescherming van persoonsgegevens gaat over veel meer dan privacy

| AE 11887 | Informatiemaatschappij, Privacy | 8 reacties

Maar pas deze week zag ik welk fundamenteel maatschappelijk misverstand door dat rare begrip ‘privacy’ is ontstaan. Dat schreef Maxim Februari vorige week in NRC Handelsblad. Hij noemt het een ‘gruwelijk misverstand’ dat het steeds maar over de private kwestie van privacy gaat – de omgang met persoonsgegevens is een kwestie van algemeen belang. Het… Lees verder

Hoge Raad: Kentekenparkeren Amsterdam ‘rechtvaardige privacy-inbreuk’

| AE 11884 | Privacy, Regulering | 27 reacties

Het systeem van kentekenparkeren in de gemeente Amsterdam is een “gerechtvaardigde inmenging op het recht op het privéleven”, heeft de Hoge Raad vrijdag geoordeeld. Dat meldde Nu.nl onlangs (leeswaarschuwing: er klopt geen klap van hun juridisch taalgebruik). Stichting Privacy First was naar de rechter gestapt om het automatisch scannen van kentekens te laten verbieden, maar… Lees verder

Google moet Franse uitgevers betalen bij gebruik van nieuwsteksten

| AE 11882 | Intellectuele rechten | 18 reacties

De Franse concurrentiewaakhond Autorité de la concurrence heeft donderdag bepaald dat Google uitgevers en nieuwsbedrijven moet betalen bij het gebruik van stukjes uit hun berichtgeving. Dat las ik bij Nu.nl op gezag van Reuters. De Franse regeling (een “linktax”) komt voort uit de controversiële Auteursrechtenrichtlijn van vorig jaar, die toestaat dat landen zo’n regeling treffen… Lees verder

Eerste Kamer akkoord met spoedwet digitale besluitvorming

| AE 11880 | Regulering | 4 reacties

Nog geen twee weken nadat de ministerraad akkoord ging met de spoedwet digitale besluitvorming voor decentrale overheden heeft ook de Eerste Kamer ingestemd. Dat las ik bij Security.nl. De wet biedt een tijdelijke oplossing voor overheidsorganen om digitaal te werken in deze coronacrisis. Veel formele handelingen van overheden eisen namelijk fysieke aanwezigheid, zoals bij een… Lees verder