Mijn werkgever wil me op social media neerzetten, moet ik daaraan meewerken?

| AE 11428 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 17 reacties

Een lezer vroeg me:

Mijn werkgever (een mkb-bedrijf met 14 man) wil dat wij allemaal onszelf op internet zetten. Op de bedrijfswebsite “zodat de klant weet wie er langskomt” en ook op social media, om onszelf te promoten. We moeten zelfs meedoen aan discussies op Linkedin. Na wat geruzie heeft een collega voorgesteld dat we toestemming geven (of niet) maar volgens mij is dat niet rechtsgeldig. Hoe moet het nu wel? Wanneer kan de werkgever dit verplichten?

Inderdaad is in beginsel toestemming van een werknemer niet rechtsgeldig. De AVG eist dat die vrijwillig wordt gegeven, en een werkgever die iets vraagt, dat komt altijd toch een tikkeltje gedwongen over. “Wil jij even die klant terugbellen” is geen vraag maar een bevel, beleefd geformuleerd. Dus vandaar dat je als werkgever niet met toestemming moet werken.

Als werkgever kun je wel mensen dingen opdragen die gewoon hun werk zijn. Dat is dan hetzij de grondslag uitvoering overeenkomst (het is nodig voor het werk) hetzij het eigen belang van de werkgever. In het eerste geval moet het dan echt nodig zijn voor het werk, in het tweede geval moet je als werkgever ook een belangenafweging maken of de privacy van de werknemer niet in het geding komt en hoe je dat kunt voorkomen.

Wanneer iets ‘nodig’ is voor het werk, is natuurlijk een stukje inschatting. Ik vind bijvoorbeeld dat iemand met een buitendienst-functie al snel met zijn foto op internet gezet kan worden, zodat de klanten weten wie er langskomt of met wie ze te maken hebben. Anno 2019 hoort dat gewoon bij het werk – uitvoering overeenkomst. Dit moet; ga op de foto en wel nu. Als vuistregel: vind je als werkgever dat je dit als dienstbevel kunt opdragen.

Promotie op social media is een belang van de werkgever, je wilt als bedrijf jezelf goed op de kaart zetten. Je hebt dan mensen nodig om je bedrijf te laten zien. Ik vind dat geen noodzaak voor het werk; poseren voor een foto is niet echt wérken. Ik vind niet dat ik mensen dat kan opdragen, dus daarom zou ik dit onder het kopje eigen noodzaak rekenen. Dan zeg ik, dit is wel heel belangrijk voor het werk dus ik wil als werkgever graag dat je dit doet, maar ik houd wel rekening met je persoonlijke levenssfeer.

Als werkgever moet je dan kijken hoe je uitkomt met de privacybelangen van de werknemer. Ik zou dan bijvoorbeeld kijken of de foto wellicht op de rug kan, of het gezicht wat geblurd kan worden et cetera. Vragen “vind je dit goed” is ook een goede maatregel in die context, en mensen die niet willen doen niet mee zonder verdere gevolgen. Daarmee zou het privacybezwaar minimaal moeten zijn.

Bij online discussies (zoals in Linkedingroepen) is dit iets lastiger. Je kunt daar moeilijk aan meedoen zonder naam, functietitel en foto. Dat is nu eenmaal de mores daar, en het heeft voor het bedrijf ook weinig zin als daar “Wim B” zonder functietitel en een chihuahua als foto gaat meedoen. De belangenafweging is dan ingewikkelder, ik weet eerlijk gezegd geen privacy-respecterende maatregelen in de situatie dat je met naam en foto het publieke domein moet betreden.

Dus ik denk dat je daar niet aan ontkomt het te moeten rechtvaardigen onder die noodzaak van het werk. Is het iemands werk om op Linkedin vragen te gaan beantwoorden? Zo ja, dan moet hij dat dus doen. En zo nee, dan kan het alleen op basis van vrijwilligheid – maar hoe je dat inkleedt als werkgever, dat zie ik niet.

Arnoud

Gaat de macht van de platforms omhoog of omlaag?

| AE 11439 | Informatiemaatschappij | 2 reacties

De macht van de platforms, de buzzphrase van 2019 in het internetrecht volgens mij. Want waar internet ooit begon als een open ruimte waar iedereen z’n eigen stalletje kon inrichten, zitten we nu met een paar hele grote silo’s waar je moet zijn om je klanten, partners of bezoekers te kunnen bereiken. Niemand schrijft meer in gastenboeken (rust zacht, guestbook.cgi) maar ze laten krabbels achter op je Hyves, oh nee vindikleuks op je Facebook. Dus daar moet je zijn. En daarmee is Facebook ineens een hele machtige, want als je daar dan niet meer mag zijn dan heb je dus een groot probleem.

Hoe komt dat nu, die macht? Het standaardantwoord is dan het netwerkeffect, het fenomeen dat online diensten exponentieel waardevoller worden met iedere extra deelnemer. Plat gezegd komt het erop neer dat je op Facebook moet zijn omdat iedereen op Facebook zit, zodat iedereen op Facebook blijft. En omdat die bedrijven dan ook nog eens heel handig omgaan met hun macht – mensen ver hun gang laten gaan, geen al te stevige sturing geven en vooral gehaaid adverteren – groeien die diensten vervolgens als kool. Tel daarbij op een gebrekkige handhaving, en je snapt waarom zeg Facebook nu machtiger is dan menig land.

Wat mag er met die macht? Juridisch is daar dus geen antwoord op. Het is geen kartel of monopolist in klassieke zin. Er zijn alternatieven en deze platforms oefenen geen directe macht uit op ontoelaatbare manier om die concurrenten weg te pesten. Dat is waar we het mededingingsrecht tegen zouden kunnen inzetten. Maar kun je het Facebook of Google verwijten dat iedereen daar wil adverteren of publiceren? Is dat misbruik van hun macht? Dat is een hele open vraag, waardoor toezichthouders enigszins naar elkaar blijven kijken en het van handhaving niet echt komt.

Een heel ander probleem blijft voor mij de macht van de EULA. Want over wat er op hun platform gebeurt, hebben die bedrijven natuurlijk forse macht. De EULA (of TOS, hoe je ’t maar wilt noemen) staat vol met regels, en daar heb je je aan te houden. Op zich terecht; hun server, hun regels. Net als een café, zeggen we dan. Maar juist door die grote macht, die onvermijdelijkheid, wordt het ineens een stuk minder gezellig als je iets wilt doen dat niet mag van die regels. Waar moet je dan naartoe? Iedereen zit hier.

En als derde leiden platforms tot nieuwe diensten, vaak in de vorm van bemiddeling, mensen bij elkaar brengen. Disintermediation heet dat dan, de klassieke tussenpersonen of tussenhandel verdwijnt en mensen komen direct bij elkaar. Maar dat platform is natuurlijk gewoon een nieuwe tussenpersoon, die op zijn eigen manier daar geld mee verdient. En dat is prima op zich, alleen botst het vaak met bestaande regels. Recent nog Helpling dat te horen kreeg dat hun verdienmodel niet mocht van de rechter. Maar het valt meestal niet mee te duiden wat die platforms nu precies zijn.

Al deze vragen spelen al jaren, maar je merkt de laatste maanden wel dat er meer en meer gemord wordt over hoe ver het gaat. Ik zie dan ook steeds meer pogingen om deze macht aan banden te leggen, van rechtszaken en bestuursrechtelijk handhaven tot protestacties en boycots. Het zou me dan ook niets verbazen als we over een aantal jaar internet een stuk decentraler vinden.

Wie meer wil horen over platforms en hun machten en mogelijkheden: Koop snel tickets voor ons jubileumcongres The Future is Legal op 15 november. Platformexpert Martijn Arets vertelt over de platformrevolutie.

Arnoud

Hoe actief moet je opt-in vragen om brieven voor je buurtapp te sturen?

| AE 11435 | Ondernemingsvrijheid | 18 reacties

De politie stelt een onderzoek in naar nepbrieven die op diverse plekken in Overijssel huis-aan-huis worden bezorgd. Dat las ik bij RTV Oost onlangs. De brieven zouden zijn verstuurd om deelnemers aan een buurtpreventie-app te ronselen, en ondertekend zijn door medegebruikers die van niets weten. Tegenover Nu.nl meldt het netwerk, Nextdoor, dat je toch echt actief op een knop moet hebben gedrukt om zo’n brief te versturen. Nu.nl meldt overigens ook dat dat onderzoek er toch weer niet zou zijn. Maar het riep de vraag op, is het strafbaar om op deze manier brieven te sturen?

De politie komt erbij omdat er wordt gesproken van valsheid in geschrifte. Dat is inderdaad strafbaar:

Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Andermans naam en handtekening onder een brief zetten, is natuurlijk een vorm van valselijk opmaken met als oogmerk het als echt en onvervalst te gebruiken. Ik twijfel hooguit over de vraag of die brief “bestemd is om tot bewijs te dienen”. Van welk feit dan? Dat je buurman je uitnodigt een app te installeren? Is dat het soort feit dat dit strafrechtartikel op het oog heeft? In mijn beleving gaat dit artikel meer over documenten met juridische strekking, bewijs van contracten, overdrachtsdocumenten, dat werk. Dus ik twijfel.

Daarnaast is er natuurlijk geen sprake van vervalsing als de naam gezet is met toestemming van die persoon. Een secretaresse mag namens hun directeur brieven tekenen die deze gedicteerd heeft, bijvoorbeeld. Daar is niets strafbaars aan. De vraag is dan dus, is wat Nextdoor doet een vorm van toestemming vragen?

Het plaatje van Nextdoor (via nu.nl gevonden) is wat klein maar je ziet toch wel dat er genoemd wordt wat er op de kaart komt: naam, straat en reclame (pardon “Helpful information about Nextdoor”). Je moet op een grote groene knop drukken waar “Send postcard” op staat. Dat lijkt me toch redelijk duidelijk.

Ik stel daar wel tegenover dat ik ook nogal verbaasd was te lezen dat men echt een plakje dode boom verstuurt. In de context van registratieprocedures en uitnodigingen denk ik altijd aan e-mailtjes, in dit geval dus een elektronisch uitnodigingskaartje. Wellicht dat daar de verwarring vandaan komt?

Arnoud

Waarom aansprakelijkheidsclausules altijd in hoofdletters staan

| AE 11417 | Ondernemingsvrijheid | 6 reacties

VEEL ICT-CONTRACTEN VERMELDEN UITSLUITINGEN VAN AANSPRAKELIJKHEID VOLLEDIG IN HOOFDLETTERS. DEZE GEWOONTE IS BUITENGEWOON STOREND: HET IS ALGEMEEN BEKEND DAT EEN TEKST DIE VOLLEDIG IN HOOFDLETTERS IS GESCHREVEN, NAUWELIJKS TE LEZEN IS. NIEMAND HEEFT ENIG IDEE WAAROM CONTRACTSJURISTEN DAT DOEN, MAAR ZE BLIJVEN HET ALLEMAAL DOEN. HOUD ERMEE OP. Wie zo gek is om standaardvoorwaarden door… Lees verder

Een werkgever mag vingerafdruk niet zomaar verplichten bij personeel

| AE 11437 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 18 reacties

Een schoenwinkel in Tilburg mag werknemers niet verplichten hun vingerafdruk af te staan voor het bedienen van de kassa. Dat las ik bij Tweakers. De rechtbank had geoordeeld dat vingerafdruksystemen grote risico’s meebrengen, en de noodzaak voor deze eis niet voldoende onderbouwd was. Daarom was dit vereiste in strijd met de AVG. En dat is… Lees verder

Ik mag mijn Android-telefoon niet updaten van mijn insuline-app leverancier!

| AE 11424 | Ondernemingsvrijheid | 12 reacties

Een lezer vroeg me: Een leverancier van een bloedglucose sensor (gebruikt door diabetici) heeft de mogelijkheid om een sensor uit te lezen via een app op een mobiele telefoon. Nu stelt deze leverancier dat, zodra er een update van de softwareversie van de mobiele telefoon beschikbaar is je dient te wachten met updaten tot zij… Lees verder

Je blijft echt gewoon bestuurder als je de AutoPilot van je Tesla aanzet

| AE 11430 | Ondernemingsvrijheid, Regulering | 11 reacties

Het gerechtshof in Leeuwarden stelt dat de bestuurder van een ‘zelfrijdende’ Tesla terecht is beboet, omdat hij tijdens het rijden zijn telefoon vasthad. Dat meldde Nu.nl gisteren. Hiermee wordt de uitspraak in eerste instantie van afgelopen november bevestigd. De Tesla-bestuurder was Vincent Evers, die stelde dat niet hij de bestuurder van de Tesla was, maar… Lees verder

Als je een like knop op je site zet, ben je aansprakelijk voor wat Facebook daarmee doet

| AE 11422 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 26 reacties

De beheerder van een website die een plug-in van een derde partij op zijn site opneemt waarmee persoonsgegevens van de gebruiker worden verzameld en doorgezonden, is medeverantwoordelijk voor de gegevensverwerking. Dat meldde Tweakers gisteren. Het Hof van Justitie bepaalde dat namelijk (zaak C-40/17) in een Duitse kwestie over een modewebwinkel die Like-knoppen bij haar producten… Lees verder