OPTA wil zorgplicht internetaanbieders aanscherpen

Providers moeten “passende technische en organisatorische maatregelen” treffen voor de bescherming van persoonsgegevens en privacy van gebruikers, en de beveiliging van hun netwerken. De OPTA, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, ziet toe op naleving van deze zorgplicht.

Wat zijn nu “passende” maatregelen? Dat wilde de OPTA ook graag weten, en ze hebben dan ook een onderzoek laten uitvoeren door het bedrijf Stratix over de bestaande en toekomstige dreigingen voor consumenten op Internet. Meer over het onderzoek bij ISPam.nl.

Op basis van dit onderzoek heeft de OPTA een “voorlopig standpunt” ingenomen. En nu is het de vraag aan iedereen die interesse heeft wat ze hier van vinden.

Uit het onderzoek komen de volgende dreigingen naar voren:

Er werden -gelukkig- ook een hoop oplossingen voorgesteld, die de OPTA indeelt in drie categorieen: basismaatregelen (die zijn duidelijk passend), best practices (daar moet over gepraat worden) en te hoog gegrepen maatregelen (die zijn, ehm, te hoog gegrepen en dus niet passend).

Bij de basismaatregelen moet je denken aan het filteren of blokkeren van netwerkverkeer dat niet hoort voor te komen, zoals data verstuurd vanaf een lokaal netwerk dat afkomstig lijkt te zijn uit een heel ander netwerk. Dat kan normaal niet voorkomen, dus dat moet wel een hackpoging zijn.

Ook het aanbieden van virusscanners en het geven van voorlichting over dreigingen en tegenmaatregelen, zoals hoe je een firewall of virusscanner moet installeren, horen tot de basismaatregelen.

Spam filteren ligt iets lastiger, want niet alle klanten willen dat hun provider dat voor ze doet. Daarom krijgt dit de status van best practice en niet van basismaatregelen. Hetzelfde geldt voor het blokkeren van poorten waarlangs Trojaanse paarden een PC kunnen infecteren. Dat kan immers soms legitiem netwerkgebruik storen.

Maar waarom het benaderen van een klant wiens PC als zombie wordt ingezet geen basismaatregel is, begrijp ik niet.

Er waren nog veel meer suggesties gedaan, bijvoorbeeld ter beveiliging van DNS, maar daar was kennelijk nogal wat onenigheid over, want die worden weggezet onder het kopje “te hoog gegrepen”.

Wie na het lezen van het rapport suggesties heeft, kan ze vóór 16 mei mailen naar de OPTA (e-mail adres in het rapport).

Tip via Planet – Opta wil zorgplicht internetaanbieders aanscherpen.

Arnoud

Over Security Architectuur

Vorige week zaterdag schreef Peter Rietveld een column over de ontwikkeling van de IT security architectuur:

Iedere zichzelf respecterende organisatie beschikt er al over of is op zijn minst bezig met het opstellen ervan: een IT-architectuur. Dit begrip, overgewaaid uit de Verenigde Staten, staat voor een set van documenten die de informatievoorzieningen van een grotere club beschrijven. … Er was niets logischer dan dat er ook een beveiligingsarchitectuur zou ontstaan, die beschrijft hoe een set van beveiligingstechnologieën en processen gezamenlijk zorgt voor een veilige werkomgeving.

Maar helaas, zo is het niet gegaan. Architectuur veranderde van beschrijvend in vóórschrijvend.

En kan dat wel werken bij de security architectuur? Niemand had tien jaar geleden verwacht dat virussen en wormen zo’n groot probleem zouden worden. Wat staat ons dan over tien jaar na nu te wachten?

Lees verder in Over Security Architectuur.

Arnoud

Google vrijgesproken van claim inbreuk merkrecht Farmdate

Zoekmachine Google handelt niet onrechtmatig door het aanbieden van haar dienst Adwords waarmee mogelijkerwijs door derden inbreuk gemaakt wordt op de merk- en handelsnaamrechten van anderen, zo meldt Ribbert van der Kroft advocaten op haar weblog.

Het bedrijf Endless Webdesign biedt dating-diensten aan onder de handelsnaam Farmdate. Deze naam was ook als merk gedeponeerd voor datingdiensten. Adverteerders kochten gesponsorde koppelingen, onder andere voor pornosites, bij Google die moesten verschijnen als dit woord werd ingetypt. Farmdate maakte bezwaar omdat dit afbreuk doet aan de reputatie van het merk en de onderneming.

Nu was dit een kort geding, waarin niet uitgebreid op de zaak kan worden ingegaan. De rechter moest inschatten of het waarschijnlijk was dat Google zou winnen als de zaak volledig uitgevochten zou worden.

De eerste vraag is of er sprake zou zijn van merkinbreuk. Google stelde dat zij geen advertentie koppelde aan “farmdate” maar aan de woorden “farm” en/of “date”. Die beide woorden zijn beschrijvend, en merkinbreuk kan niet als het woord in kwestie beschrijvend is. De rechter concludeert dan ook:

Ten aanzien van het gebruik van `farm date’, `farm-date’ als adword geldt dat twijfel mogelijk is omtrent de vraag of het gebruik van deze adwords een inbreuk op de merkenrechten van Endless Webdesign oplevert. Dit brengt mee dat van Google in de gegeven omstandigheden niet kan worden verlangd, dat zij optreedt tegen dit gebruik, in het bijzonder valt niet in te zien dat het voor Endless Webdesign onmogelijk is zelf de desbetreffende adverteerders op de gestelde inbreuk aan te spreken.

Verder vond de rechter het niet redelijk om van Google te verlangen dat deze de woorden “farm” en “date” niet meer zou verkopen als Adwords. Zeker voor het woord “date” kan dat natuurlijk niet:

Onrechtmatig handelen levert het gebruik van dit systeem niet op. Het is alleszins gebruikelijk – bijvoorbeeld in advertentiepagina’s van dagbladen en van gidsen zoals `De Gouden Gids’ – om advertenties, die globaal dezelfde goederen of diensten aanbieden, in één rubriek onder te brengen. De lezer wordt – evenals de internetgebruiker – geacht daaruit zelf te kiezen wat hij al dan niet van belang acht. Van Google kan niet worden verlangd daarin een beperkende rol te spelen door – zoals Endless Webdesign voorstelt – een filter te plaatsen, zulks behoudens bijzondere omstandigheden, die zich hier niet voordoen.

Het vonnis staat op Rechtspraak.nl. De merkhouder kan nog in hoger beroep of een bodemprocedure aanspannen.

Arnoud

Auteursrechten in het hoger onderwijs

Gevonden via Creative Commons Nederland: stichting SURF heeft een site over auteursrecht in het hoger onderwijs opgezet. SURF is een samenwerkingsverband op ICT-gebied voor universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen.

De site legt uit wat auteursrecht is, met een mooi overzicht van basisbegrippen. Het auteursrechten-landschap geeft visueel weer hoe de relaties tussen auteur, uitgever en gebruiker liggen en verwijst zo heel handig door naar de voor elke relatie relevante informatie. Verder zijn er nog veel gestelde vragen specifiek over auteursrecht in het hoger onderwijs en bij wetenschappelijk onderzoek.

Erg nuttig zijn ook de praktische tools, met onder andere voorbeeldteksten voor licenties, eenmalige toestemming en checklists voor bij het sluiten van auteursrecht-overeenkomsten.

Ze hadden alleen wel mogen linken naar de auteursrecht-sectie op mijn site 😉

Arnoud

Loggen van privé-gebruik van e-mail en internet op het werk mag niet zomaar

Gevonden op Security.NL:

Het monitoren van telefoon- en internetverkeer van personeel in hun eigen huis door de werkgever is een schending van de mensenrechten, zo heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens onlangs geoordeeld.

In de zaak Copland vs. het Verenigd Koninkrijk (zie ook Out-law.com)werd al het e-mail-, telefoon- en internet-verkeer van een medewerker gelogd. Het ging dan om verkeersgegevens (met wie belde of mailde ze, welke sites bezocht ze en op wel tijdstip) en niet op het opnemen van de inhoud zelf.

Het Europese Hof heeft al diverse malen eerder geoordeeld dat privé-telefoongesprekken op het werk ook onder het grondrecht van privacy vallen. In dit arrest wordt die lijn doorgetrokken naar privé-email en privé-internetgebruik.

Het bijhouden van privé-gebruik van telefoon, e-mail en internet op het werk mag dan alleen als dit bij wet geregeld is. In Nederland hebben we daarvoor de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Op grond van deze wet is het toegestaan om netwerkverkeer te loggen om het netwerk goed te laten werken, voor de veiligheid en interne controle en onderhoud en beheer. Gebruikers moeten hierover wel worden geïnformeerd.

In het Verenigd Koninkrijk was er op dat moment nog geen vergelijkbare wet. En inbreuken op iemands privacy mogen alleen als er een wet is. Daarom werd het bedrijf in deze zaak in het ongelijk gesteld.

Arnoud

Is een download een openbare vertoning?

Het auteursrecht verleent de auteur van een werk een aantal rechten. Naast het recht om kopieën te maken (of te verbieden), heeft hij ook wat te zeggen openbare voordrachten, uitvoeringen en voorstellingen. Een scriptschrijver kan op die manier geld verdienen aan elke opvoering van zijn toneelstuk. Muzikanten krijgen zo geld wanneer hun muziek op de radio wordt gespeeld.

Een actuele vraag is nu of het via Internet versturen van muziek telt als een openbare vertoning. Je zou zeggen dat een download alleen het versturen van een kopie is. Maar de Amerikaanse Stemra heeft onlangs een rechtszaak aangespannen tegen AOL, RealNetworks en Yahoo waarin zij stellen dat Internet-downloads zowel vallen onder het maken van een kopie als het openbaar vertonen. En dan moet je twee keer royalties betalen. Eén keer voor de kopie en één keer voor de vertoning.

De Amerikaanse advocaat Steve Gordon heeft hierover een artikel geschreven in The Register: Are songwriters double-dipping?.

Zoals hij terecht opmerkt:

No one disputes that when a song is broadcast via radio and “plays” on that radio “device”, then that is a performance. But when you download a song, generally you do not hear the music until it downloads, and you make a decision to play it back. If this was considered to be a “performance” then the distribution of CDs at stores which people buy and later play back on their stereos or computers would also be a performance. But not even ASCAP is demanding public performance royalties for sales of CDs!
Mogelijk gaat het argument wel op voor live streams. Dat is vrijwel hetzelfde als naar de radio luisteren tenslotte. De achterliggende techniek is wel anders, maar daar gaat het niet om. Het enige relevante is of de muziek openbaar afgespeeld wordt, dat wil zeggen dat iedereen kan luisteren die afstemt op de zender. En dat lijkt me voor internetradio net zo hard van toepassing als voor ouderwetse radio.

Maar, zo argumenteert Gordon:

A major distinction between standard radio and TV broadcast on the one hand, and downloading on the other, is that publishers and songwriters already collect a DPD royalty of 9.1 cents from downloading services, whereas they do not collect any mechanical royalties for transmission of music to radio or music performed on TV. Thus ASCAP’s demand for an additional royalty for downloading seems like a classic “double dip.”
Geld verdienen aan afspelen op internetradio mag dus wel, maar twee keer geld vangen voor dezelfde handeling niet. We zullen zien wat de rechtbank er van vindt.

Arnoud

Twijfels aan betrouwbaarheid vergelijkingssites

Zo meldt Planet zojuist:

Vergelijkingssites vormen een belangrijke bron van informatie voor de online-consument. Toch twijfelt eenderde van hen aan de betrouwbaarheid en onafhankelijkheid.

Dat lijkt met name te komen doordat mensen vooral negatieve recenties nalaten, waardoor de besprekingen nogal eenzijdig kunnen zijn. Zo’n negatieve reactie is overigens niet zonder risico’s voor zowel de plaatser als de site waar deze op staat. Beheerders zullen zulke reacties zo veel mogelijk moeten screenen op juistheid. De mogelijkheid van een weerwoord door het aangesproken bedrijf is ook belangrijk.

Arnoud

‘Open source collaboration’: de innovatie van nu?

Zojuist gevonden op Livre: ‘Open source collaboration’: de innovatie van nu?.

Als we vandaag de dag het woord innovatie in de mond nemen, bedoelen we in veel gevallen een verbetering van een al bestaand product. Daar is niets mis mee, zolang we maar erkennen dat innovaties wat anders zijn. Dan heb je het over bijvoorbeeld ‘open source collaboration’, een innovatie die de grondslag onder het bestaande bedrijfs- en productiemodel wegslaat. ‘Open source collaboration’ biedt het eerste industriële model dat écht gebaseerd is op technologie, waarbij de innovatie niet zit in het product, maar in de methode van ontwikkeling. Geert-Jan van Bussel praat ons bij en legt gelijk uit welke rol de Gates Foundation speelt in de ontwikkeling van ‘open source collaboration’.

En inderdaad, open source is niet alleen maar software, maar een ontwikkelmodel. Bedrijven doen mee aan open source omdat het hun business vooruit helpt.

Arnoud

Hoe verzorg je professionele visuals

Eén van de tips uit de Powerpoint Tips nieuwsbrief van Ellen Finkelstein is: Choose professional imagery to support a professional presentation.

Choose your supporting imagery carefully – those choices are a dead giveaway as to your professional skills. Jaggy artwork, gif files stretched to their limit or badly composed or lit photographs would not be tolerated in a professional visual communication tool but frequently accepted at the amateur level.

Inexpensive stock libraries for photos and logos exist. Marketing departments will often provide you with a good logo on request but you have to take the initiative. Clipart is too informal for most external presentations. Select your images as if you or your presenter were going to be delivering the presentation in the national spotlight.

Kortweg dus: géén tekeningen, maar foto’s. En dan hoge kwaliteit en het liefst schermvullend. Of goed geïntegreerd in je presentatie. Microsoft heeft een goede uitleg over de omvang van afbeeldingen.

Waar vind je nu die foto’s?

Microsoft Office
Een voor Powerpoint handige bron is Microsoft Office Clipart. Ondanks de naam zit er niet alleen lelijke clipart maar ook mooi fotomateriaal in. En vanaf Powerpoint 2003 kun je er zelfs direct vanuit Powerpoint in zoeken en afbeeldingen in één keer in je presentatie opnemen.

Creative Commons foto’s
Foto-site Flickr heeft een speciale zoekfunctie voor Creative Commons-fotomateriaal, dat je in principe in presentaties mag gebruiken.

Everystockphoto.com laat je ook zoeken in Creative Commons fotomateriaal in diverse sites. De licenties zijn hier niet zo goed zichtbaar als bij Flickr. En sommige sites die je hiermee vindt, bieden ook foto’s aan waarvoor je wel moet betalen. Let daar dus goed op voor je materiaal van die site gebruikt.

Creative Commons foto’s zijn wel gratis maar niet publiek domein. Let er op dat je je houdt aan de “attribution”-eis (bronvermelding) en dat je “NonCommercial” materiaal niet in commerciële presentaties mag gebruiken. Commercieel gebruik is gebruik dat “in de eerste plaats is bedoeld voor of is gericht op zakelijk of persoonlijk financieel gewin.” Voor meer uitleg over de Creative Commons, zie de FAQ aldaar.

iStockphoto
Voor een paar euro per foto (royalty-vrij) is iStockphoto een hele goede aanbieder van stockfoto’s.

Meer verwijzingen in Where can you find good images? op Presentation Zen.

Arnoud

Waarom hebben we ook alweer auteursrecht?

Waarom hebben we ook alweer auteursrecht? Gek genoeg is dat een onder juristen zelden gestelde vraag. Bernd Hugenholtz vond in 1998 maar één eerdere gelegenheid waarin de Nederlandse Juristen-Vereniging hier uitgebreid aandacht aan schonk, en dat was in 1877.

De conclusie was destijds duidelijk: auteursrecht, waarom zou je? Zoals Hugenholtz schrijft:

De preadviseurs vonden dit geen moeilijke vraag: dergelijke rechtsbe­ginselen zijn er niet: ‘…er is geen rechtsbeginsel dat de Staat kan nopen schrijvers en kunstenaars de rechten van hun arbeid te verze­keren.’ Noch het leerstuk van de letterkundige of intellectue­le eigendom, noch de leer ‘dat de arbeider recht heeft op het loon van zijn arbeid’, noch de opvatting dat de koper van een boek zich stilzwijgend ver­plicht zich van nadruk te onthouden vermocht de preadviseurs te vermurwen. Als er al gronden zijn tot bescherming van schrij­vers en kunstenaars, dan zijn die slechts gelegen in het algemeen belang. De vergadering was het hiermee eens, met 36 stemmen voor en 10 tegen.

Nu, een dikke tweehonderd jaar later, denken juristen daar anders over – al formuleren ze dat zelf liever als “Auteursrechtelijke beginselen zijn inmiddels diep in het rechtsbewustzijn van de gemiddelde justitiabele verankerd.” Of zelfs zo: “Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.” (artikel 27 van de UVRM)

De heren van de Zweedse Pirate Bay (zie ook het interview in Bright) zouden graag deze ankers losgooien. Begonnen als aanbieder van Bittorrent-verwijzingen, hebben zij zich ontwikkeld tot politieke partij met als voornaamste doel “de auteursrecht wetgeving fundamenteel wijzigen”. De belangrijkste wijzigingen die zij voorstaan, zijn:

  • Al het niet-commercieel kopiëren en gebruik zou geheel vrij moeten zijn. Bestanden uitwisselen en P2P-netwerken zou juist aangemoedigd moeten worden in plaats van gecriminaliseerd.
  • De monopolie positie van de auteursrecht houder om een esthetisch werk commercieel te exploiteren zou gelimiteerd moeten worden tot vijf jaar na publicatie.
  • We willen ook een volledige ban op DRM-technologie en contractclausules met als doel de wettelijke rechten van de consument op dit gebied te beperken.

Extreem misschien, maar het past binnen de steeds sterker wordende roep om het auteursrecht te herzien nu meer en meer media via Internet verspreid kan worden. Kopiëren deed men met de kroontjespen of schrijfmachine; publiceren stond gelijk aan uitgeven in druk (Hugenholtz). En omdat weinig mensen een drukpers hebben, hebben ook maar weinig mensen er moeite mee dat het drukken door auteursrecht geregeld wordt.

Nu is iedere PC een bliksemsnelle en perfecte drukpers, kopieerapparaat en kiosk in één. Dommering noemt dit het elektronisch vergiet: woord, beeld en geluid van het au­teurs­rech­telijke werk begin­nen `weg te lopen’ door de kopieer­appa­ratuur bij de ge­bruiker en interme­diairs. Ga je dan proberen de gaten te vullen met DRM-stopverf, of moet je juist dat vergiet zien als het nieuwe model?

De vraag is dan meteen, hoe verdien je dan geld met dat nieuwe model? Maar hoe verdien je dan wel geld met je muziek of films? Welke open business modellen zijn er? Advertenties bij je werk lijkt misschien een mooi model, maar iedereen kan dan dezelfde tekst herpubliceren met zijn eigen advertenties er bij. Of zelfs gratis. Zal een auteur dan nog genoeg bezoekers op zijn eigen site krijgen?

Het toverwoord is ‘services’. Vraag geld voor een dienst die alleen jij kunt, en gebruik de rest als ‘loss leader’, als lokkertje om jezelf te verkopen. Voor de muzikant betekent dat dus terug naar live optredens met hun elektronische muziek als lokkertje. Je kunt muziek ook gebruiken als loss leader voor verkoop van apparaatjes natuurlijk.

Voor een tekstschrijver lijkt me dat iets minder praktisch. Teksten voorlezen is immers saai. Dus je moet niet alleen goed kunnen schrijven, maar ook goed kunnen presenteren. Een alternatief is wellicht je tekst in syndicatie verkopen.

Al deze modellen hebben één ding gemeenschappelijk: de ankers van het auteursrecht mogen een stuk losser.

Arnoud