Verplicht kijken: Steal This Film II

Anti-anti-piraterijIs het goed of juist slecht dat je informatie steeds minder in doosjes kunt verpakken? Met die vraag opent deel twee van de vrije film Steal This Film. Zoals ze bij Cirocco zeggen:

De film geeft een blik in misschien wel de grootste revolutie die de wereld ooit gekend heeft. Het verdwijnen van intellectueel eigendom en de democratisering van het produceren, reproduceren en herbewerken van content. Internet is het meest geniale medium tot nu toe. Het heeft een organische structuur die lijkt op onze natuur.

De film schetst de trend die al vanaf de uitvinding van de boekdrukkunst werd ingezet. Informatie werd steeds makkelijker te verspreiden, en dat was een bedreiging voor wie gewend was aan controle op informatie. Om die reden voerden de Britten in 1709 de Statute of Anne in, waarin drukkers het exclusieve recht (“copy right”) kregen boeken te drukken – en de koning daarmee een handige mogelijkheid van censuur.

US patent 167841Crux van de film is dat internet wezenlijk anders is dan eerdere kopieermechanismen. Dat zit hem in het gebrek aan centrale controle. Toezicht op een gilde van drukkers lukt nog wel. En een stuk of wat televisie- en radiostations is ook nog wel in de gaten te houden. De mogelijkheid van toezicht zat van nature ingebouwd in het systeem. Maar op internet kan iedere computer alles doen. Er is geen centraal toezicht, en er is geen toestemming van anderen nodig om iets te gaan aanbieden. En dat is, zacht gezegd, even wennen.

Minstens zo belangrijk is de invloed die dit heeft op cultuur. Mensen ontwikkelen nieuwe gewoontes door nieuwe technologie. Door de videorecorder kon ik een televisieprogramma kijken wanneer ik dat wilde. En door internet kan ik downloaden wat ik wil, wanneer ik dat wil. Mensen zijn gewend aan het idee “klik ergens op en je krijgt het; meteen en gratis”. Dat idee wordt alleen maar versterkt door diensten als Flickr en Youtube en ja, ook Napster, Kazaa en Bittorrent.

En dat is natuurlijk niet zo fijn als je business model bestaat uit het gecontroleerd verkopen van een doosje met informatie.

De film is te downloaden via Bittorrent, maar staat ook in vijf delen op Youtube (deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5). Veel pratende hoofden, waarvan eentje computergegenereerd, maar absoluut de moeite van het kijken waard!

Arnoud<BR/> (Pro-piraterij logo door Nick Schaffner, publiek domein)
(drukpers afkomstig uit US patent 167841)

Wie is de eigenaar van een community? (bij Netters.nl)

Voor Netters.nl schreef ik een kort artikel over eigendom van community sites:

Mijn site is van mij. Logisch, ik heb alles zelf geschreven, tot en met de PHP scriptjes aan toe. Weliswaar heb ik de foto’s van een stockfoto-site gehaald, maar dat is allemaal keurig contractueel geregeld. Ik ben dus nog zo’n ouderwets figuur dat in zijn eentje een site onderhoudt.

Hoe zit dat met Netters? Er staat keurig “© 2006-2007 Erik-Jan Bulthuis & Ulco & Arjan Snaterse” onderaan elke pagina. Dat is maar gedeeltelijk waar. Netters is een community-site: iedereen mag meedoen en zijn eigen content leveren. In de vorm van berichten, vragen, reacties, discussies en ga zo maar door.

Lees verder in Wie is de eigenaar van een community? bij Netters.nl.

Arnoud

RSS feeds herpubliceren op je eigen site

Het RSS logoIk lees 120 sites per dag. Ja, ik ben gek. Maar ik bespaar me daarbij wel een heleboel werk omdat ik mijn RSS reader het werk laat doen. RSS is een gestandaardiseerd formaat voor berichten en artikelen. Het is vrij kaal: je krijgt een titel, tekst en de link naar het origineel. Maar om snel te zien wat er allemaal bijgekomen is op een site, of wie er heeft gereageerd op je reactie ergens, is dat meer dan genoeg. Meer uitleg bij Erwin Boogert.

Elke zichzelf respecterende blog heeft een RSS feed (hier is de mijne). Hiermee kun je je “abonneren” op die blog of site: je krijgt een seintje als er een nieuw bericht is geplaatst. Zo hoef je niet elke keer al die sites zelf af te lopen. En ja, dat is mijn truc om 120 sites per dag bij te houden.

Nu kun je natuurlijk ook RSS feeds verzamelen en herpubliceren op je eigen site. Zo kun je snel een overzichtssite bouwen voor een bepaald onderwerp. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk wel Kranten.com, dat in 2000 naam van de rechter krantenkoppen mocht overnemen van de PCM kranten. Kranten.com “schraapte” destijds haar koppen bij elkaar, maar gebruikt nu net zoals vele anderen de RSS feeds van die kranten.

Koppen (titels) van berichten herplaatsen op je eigen site, met een link naar het bericht zelf, mag dus gewoon. Wil je meer doorgeven, dan wordt het iets lastiger.

De tekst van een artikel is auteursrechtelijk beschermd, ook als het in een RSS feed zit. Je hebt dan ook toestemming nodig van de site om hun RSS feeds te mogen herpubliceren. NU.nl geeft expliciet toestemming voor publicatie van hun RSS feeds. Ik zeg het nergens expliciet, maar mijn hele site is Creative Commons en de inhoud van de RSS feed dus ook. Herpubliceer maar raak!

Een andere (en stiekem de aanleiding van deze blogpost) is de RSS feed van De Telegraaf. Die feed mag je herpubliceren, zeggen ze zelf. Maar daar zit nog een bijzonder aspect aan: hij bevat koppen met foto’s. Mag je dan ook de foto’s herpubliceren op je eigen site?

Als De Telegraaf zelf het auteursrecht op de foto’s heeft, dan is er natuurlijk niets aan de hand. Maar als ze de foto’s hebben aangekocht van een freelance fotograaf, dan behoudt die het auteursrecht. Het is dan nog maar de vraag of de krant die foto’s zo mag doorgeven, met de aanmoediging om die foto op je eigen site te gaan zetten.

Ik zou echter zeggen dat dat het probleem van De Telegraaf is. Als die de feed zo aanbieden, inclusief foto, dan mag ik als gebruiker ervan uitgaan dat zij dit geregeld heeft met de fotografen. Blijkt dat niet zo te zijn, dan moet de krant daarvoor opdraaien en niet de hergebruiker.

Het betekent natuurlijk niet dat je die foto dan mag overnemen en voor onbeperkte tijd op je eigen site mag laten staan. De toestemming geldt alleen in de context van publicatie van die RSS-koppen.

Arnoud

Waarom ik al mijn werk gratis weggeef

CC-BY-SAOp Flickr staan meer dan 55 miljoen foto’s onder een Creative Commons licentie. Die mag je dus allemaal gratis en voor niets gebruiken en verder verspreiden. Tenzij je dat commercieel wilt doen: bij bijna 80% van de foto’s heeft de fotograaf dat specifiek verboden. En dat is niet alleen zo bij Flickr. Ook op weblogs en andere sites met Creative Commons materiaal wordt vaak gekozen voor de optie om commercieel gebruik te verbieden. Waarom zou dat zijn?

Creative Commons is voor veel mensen nogal wennen. In plaats van de volledige controle te houden, sta je nu toe dat anderen je werk verspreiden en misschien zelfs bewerken. Goed, ze moeten je naam er bij laten staan, maar zullen ze die wel goed spellen? In mijn geval een zeer relevante vraag. En gaan ze niet knoeien in mijn prachtige tekst, of knippen in die foto? Maar heb je je eenmaal over die angst heen gezet, dan zie je wat een mooi resultaat Creative Commons kan opleveren. Je werk wordt door anderen zichtbaar gewaardeerd. Je vakantiefoto blijkt voor iemand waardevol genoeg om het logo van zijn site te worden. Je blogpost komt in een online cursus over bloggen terecht, of je muziek wordt onderdeel van een grappig filmpje.

Soms zal dat gebruik ‘commercieel’ zijn. Anderen verdienen dan geld met jouw werk. En dat is iets waar veel mensen moeite mee lijken te hebben. Stel je voor dat iemand jouw werk in een boek gaat uitgeven en daar geld mee verdient. Of je foto in een advertentie-campagne verwerkt en overal in bushokjes ophangt. Instinctief roept dat een verontwaardigd gevoel op. Hoe durven ze. Maar is dat gevoel nu “hoe durven ze geld te verdienen met mijn werk” of eigenlijk “hoe durven ze geld te verdienen met mijn werk zonder mij een deel te geven”? Volgens mij het laatste. En ik vraag me af of dat wel een goede reden is.

Een tijd geleden sprak ik daarover met een econoom. Die had een boekje geschreven, zag geen kans dat uitgegeven te krijgen en slingerde het toen maar als Creative Commons op internet. Maar wel onder een “non-commercial” licentie. Want stel iemand ging het toch uitgeven, dan liep hij inkomsten mis. Na een half uur filosoferen kwamen we echter tot de conclusie dat als je zelf geen kans ziet het werk te vercommercialiseren, er eigenlijk geen economische rechtvaardiging is waarom jij geld zou moeten krijgen als iemand anders dat wel lukt. Het geld verdienen is dan niet meer jouw prestatie, maar die van de slimmerik die het gat in de markt zag. Jij hebt jouw prestatie, het maken van het werk, al verricht zonder dat je dat geld verwachtte. Dus waarom zou je dat nu alsnog moeten krijgen? Vond ik wel een opmerkelijk inzicht.

Recht op geld zit hem in de schaarste. Als ik NU een bepaalde foto nodig heb, of een specifieke tekst, dan moet ik daar iemand voor betalen. Heb ik de tijd, dan ga ik wel op Flickr zoeken naar een geschikte foto. Of wachten tot iemand die maakt natuurlijk. Omgekeerd: je hebt recht op royalties omdat je iets doet wat op dat moment uniek en/of schaars is. Dingen schrijven en wachten tot mensen er voor gaan betalen, lijkt me niet helemaal de bedoeling.

(Een bijzonder geval is exclusiviteit. Wil jij als enige van mijn werk op een bepaald gebied profiteren, dan gaat je dat geld kosten. Gelukkig heeft mijn werkgever dat heel goed begrepen.)

Maar copyright dan, is dat geen rechtvaardiging? Want met copyright heb je tenslotte recht op geld voor elke kopie, elke vercommercialisering eigenlijk van je werk. Tsja. Zoals Marco Raaphorst het zegt: Veel mensen denken dat copyright een middel is om geld te verdienen. Dat als je geen copyright gebruikt je arm zult worden. Een kromme gedachte want copyright levert alleen juridische bescherming, maar het garandeert geen inkomen. Royalties zijn voor maar heel weinig mensen genoeg om van rond te komen. Je kunt onderhand beter bij McDonald’s hamburgers gaan bakken, berekende Steve Albini ooit. Nee, van copyright word je niet rijk.

Bovendien, heb ik er wel zin in om iedereen achter de vodden te zitten omdat ze een artikeltje van mijn site overnemen? Niet echt. Dan maak ik liever gebruik van die slimmerikken die geld weten te verdienen met mijn werk. Want, zoals Robert Scoble het mooi omschrijft:

I’ve found that the more I give away my content, the more magical stuff happens to me anyway and if that means my photos or writings or videos get used in some way that I don’t really like, well, that’s a risk I’m willing to take.

Daarom heb ik gekozen voor een Creative Commons licentie met toestemming voor commercieel hergebruik. Materiaal op mijn site mag iedereen hergebruiken. Ja, jij ook. Word jij daar rijk van, hartstikke mooi. Maar zet mijn naam er wel bij, zodat iedereen weet dat ik al die briljante (ahem) dingen heb gezegd. Dat is goede promotie voor mij – zolang je mijn naam maar goed spelt.

Arnoud<br/> (de titel van deze post is geïnspireerd op Marco Raaphorst’s post van 26 april)

Antigua mag inbreuk maken op Amerikaanse auteursrechten

De woordgrap over Pirates of the Caribbean weet ik nog steeds niet, maar ik weet wel dat dat Antigua nu straffeloos inbreuk mag maken op Amerikaanse auteursrechten. En wel voor maximaal 21 miljoen dollar. Dat besliste een WTO-arbitragecommissie afgelopen vrijdag naar aanleiding van een klacht van de microstaat dat de Verenigde Staten haar het internetgokken onmogelijk maakte.

De VS is fel tegen internetgokken, en doet er alles aan om buitenlandse poker- en goksites die zich op de VS richten het leven zuur te maken. Een recente wet, de SAFE Port Act, verbiedt het Amerikaanse financiële instellingen (banken en creditcardmaatschappijen) om geld op te sturen naar buitenlandse goksites. En zonder creditcardbetaling is de lol van internetgokken er snel af natuurlijk.

Het eiland AntiguaProbleem bij dit alles is dat die buitenlanden menen dat zij soevereine staten zijn en dus best goksites mogen exploiteren. En we hebben de Wereldhandelsorganisatie (WTO) om bij dat soort handelsdisputen in te grijpen. De gebruikelijke oplossing is om dan het benadeelde land tegensancties in te laten stellen. Als de VS Europese bananen van een oneerlijke invoerbelasting voorziet, dan mag Europa dat doen met Amerikaanse schoenen.

Alleen, Antigua (dat hele kleine groene stipje links) verkoopt geen bananen en ook geen schoenen. De economie telt grofweg maar twee dingen – toerisme en internetgokken. Dus waar kan men dan een invoerbelasting op heffen die de VS in de portemonnee treft?

Nou, intellectueel eigendom dus. Antigua moet van het TRIPS-verdrag de auteursrechten, octrooien, merken en aanverwante rechten van andere WTO-lidstaten respecteren. En nu heeft de arbitragecommissie beslist dat Antigua dat tijdelijk niet hoeft te doen:

the Arbitrator determines that Antigua may request authorization from the DSB, to suspend the obligations under the TRIPS Agreement mentioned in paragraph 5.6 above, at a level not exceeding US$21 million annually.

Klinkt leuk voor Antigua, al zal het nog wel lastig worden om te bepalen wanneer je 21 miljoen dollar aan inbreuk hebt gepleegd. Hoe vaak moet Pirates dan gedownload worden?

Meer achtergrond bij The Antigua- US WTO Dispute over Internet Gambling.

Arnoud

Kabinet presenteert beleid op het gebied van auteursrecht

Gisteren heeft de regering een beleidsbrief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin de plannen voor de komende jaren op het gebied van auteursrecht en piraterij worden gepresenteerd, meldt o.a. Tweakers. Het auteursrecht is immers “de laatste jaren in toenemende mate voorwerp van maatschappelijke en politieke discussie geworden” (goh, echt?), dus het werd tijd om hier nieuw beleid voor te maken.

Belangrijkste punten uit dit beleid zijn:

  1. Meer toezicht op collectieve instanties zoals Stichting de Thuiskopie
  2. Een geschillenkamer waar tariefgeschillen over die collectieve inning van heffingen kunnen worden afgehandeld
  3. Er moet één factuur voor het bedrijfsleven komen voor afdrachten van auteursrechten, in plaats van de soms meer dan tien nu
  4. Het thuiskopiestelsel moet worden geëvalueerd om een toekomstbestendige visie te ontwikkelen (altijd vervelend, die visies die niet bestand zijn tegen de toekomst)
  5. Het wetsvoorstel over auteursrechtcontracten moet nu eindelijk eens worden afgerond
  6. Meer optreden tegen roofovervallen op schepen op volle zee, pardon tegen grootschalige illegale verspreiding van auteursrechtelijk beschermde werken
  7. Onderzoeken naar onder andere wat te doen met “weeswerken”: publicaties waarvan de auteursrechthebbende onvindbaar is

Meer over de collectieve incasso van heffingen bij Planet.

Hoofdstuk 7, over de relatie tussen auteursrecht en innovatie, vond ik intrigerend. “De onderlinge beïnvloeding van innovatie, auteursrecht en marktwerking laat zich moeilijk in abstracte termen duiden en kan in de praktijk van geval tot geval sterk uiteenlopen”, schrijft men. Het voorbeeld is muziek:

Zo kunnen artiesten via internet een directe relatie opbouwen met de eindgebruiker om muziek te verkopen, zowel via de eigen website als via webwinkels, en kunnen door de toepassing van DRM licenties op maat worden aangeboden. Daarnaast ontstaan bedrijfsmodellen die reclame-inkomsten, abonnementsgelden of goodwill van fans als basis voor het verdienmodel hanteren. … Deze modellen kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op licentieverlening door middel van een Creative Commons-licentie of op de toepassing van vormen van DRM. Het bestaan van verschillende bedrijfsmodellen kan veel voordelen bieden, zoals meer keuzevrijheid en bevordering van de concurrentie.

Van het weekend nog maar eens goed lezen dus. Pierre Gorissen deed dat al en schreef:

Er zal nog voldoende te zeggen, doen en te vinden zijn rond auteursrechten in 2008. Maar zoals ik aan het begin al zei, deze brief wekt op mij een typisch Nederlandse indruk. Niet extreem in opvattingen. Organisaties als Brein zullen er voldoende in zien om te roepen dat de regering haar bestaansrecht onderschrijft. De Consumentenbond zal ongetwijfeld hernieuwd aandacht vragen voor de donkere kanten van DRM. En wij, gewone gebruikers, hoeven ook in 2008 niet bang te zijn voor een klop op de deur midden in de nacht.
We leven eigenlijk toch best in een prettig landje.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Het auteursrechtelijk publiek domein

Een werk is in het publiek domein als het auteursrecht is verlopen, of wanneer de auteur zelf verklaart dat het werk publiek domein is. Een bewerking of reproductie van een publiek domein werk is niet automatisch ook publiek domein.

Het feit dat een werk gepubliceerd is, wil nog niet zeggen dat het publiek domein is. De term “publiek domein” betekent juridisch dat de auteursrechten op het werk verlopen zijn. Dat gebeurt in Nederland pas 70 jaar na de dood van de maker, of 70 jaar na publicatie als het werk door een bedrijf gemaakt is.

Een auteur kan verklaren dat zijn werk als publiek domein beschouwd kan worden. De auteur kan dan niet meer optreden tegen normaal hergebruik. Op grond van zijn morele rechten behoudt hij het recht om verminking van zijn werk te verbieden.

Een bewerking van een publiek domein werk is niet automatisch ook publiek domein. Als de bewerking creativiteit vergde, zal deze snel auteursrechtelijk beschermd zijn.

Lees verder in Het auteursrechtelijk publiek domein (in Auteursrecht @ iusmentis.com).

(En ik zie dat ze bij Wikipedia al net zo eigenwijs zijn als ikzelf. Alleen jammer dat zij het zonder bronvermelding doen, terwijl ik drie juridische bronnen aandraag voor mijn eigenwijze standpunt.)

Arnoud

Auteursrecht én merk op een logo, mag dat?

Op 1 december blogde ik over het parodiërend merkgebruik van verzekeraar Ditzo. Deze had de naam “Datzo” laten opmaken in de stijl van de merken van andere verzekeraars. Sanne Roemen stelde toen de intrigerende vraag of er ook sprake zou zijn van inbreuk op auteursrecht.

Een logo kan natuurlijk best beschermd zijn door auteursrecht. Het moet dan wel iets creatiever zijn dan bijvoorbeeld het OHRA logo -een gestileerde tekst met een rode streep- maar bijvoorbeeld het bladvormige Adidas-logo of natuurlijk het Philips-schild zijn gewoon auteursrechtelijk beschermde werken.

Een logo zoals dat van OHRA kan prima als merk beschermd worden. Het is tenslotte geschikt om de diensten van OHRA te onderscheiden van die van andere verzekeraars. Hoe artistiek of triviaal het logo is, maakt daarbij niet uit. Als je het ziet en denkt “ah ja, OHRA”, dan is het in principe geschikt als merk.

Heb je je logo als merk geregistreerd, en kopieert iemand het vervolgens, dan zou je hem zowel van inbreuk op je merk als inbreuk op auteursrecht kunnen beschuldigen. Zo’n Samenloop van rechten, zoals juristen dat noemen, is eigenlijk niet de bedoeling. In de rechtspraak is dan ook de regel ontwikkeld dat je een apart, specifiek belang moet hebben bij je claim op inbreuk van auteursrecht. Als je iets probeert te verbieden, en het lukt met je merk niet, dan mag je het niet alsnog met je auteursrecht een tweede keer proberen, is de gedachte.

adihash.jpgJe moet dus een reden hebben die niets met het merk als merk te maken heeft. Misschien verkoop je het plaatje dat in je logo zit, ook los als kunstwerk bijvoorbeeld. Denk aan een fotograaf die één van zijn mooiste foto’s als logo hanteert. Of je ziet het plaatje van hiernaast op internet en je wilt daar als Adidas wat aan doen.

Je kunt je afvragen of dit merkinbreuk is, zeker als het niet b.v. op t-shirts verkocht wordt maar gewoon gratis op internet staat. Maar inbreuk op auteursrecht is een ander verhaal. Het blad is gewoon nagetekend, en alleen de letters er onder zijn aangepast. Dat zou dus al snel inbreuk moeten zijn. Ware het niet dat dit waarschijnlijk wel een parodie op zou leveren.

De G-star broek met het vormmerk uitgelichtEen iets serieuzer voorbeeld is de G-star broek. De broek als geheel is auteursrechtelijk beschermd, en het merk was de manier waarop het kniestuk vormgegeven was. G-Star kon toen zowel haar auteursrecht als haar merkrecht inzetten tegen de broeken van concurrent Benetton. Het auteursrecht omdat Benetton nagemaakte broeken verkocht, en het merkrecht omdat de kniestukken van de Benetton-broeken verwarrend veel leken op het merk van G-Star.

Uitgebreid over oneigenlijk gebruik van auteursrecht is Liever misbruikt dan misplaatst auteursrecht: Het doelcriterium ingezet tegen oneigenlijk auteursrechtgebruik van Ashwin van Rooijen, promovendus bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam.

Arnoud

De regelneef van Musicopy

Een lezer was op zoek naar de regelneef. Nee, niet die van Koot & Bie maar van Nederhopper Extince. En die zou hierrr moeten staan, maar dat viel vies tegen:

Helaas wordt het mij onmogelijk gemaakt door de organisatie van Musicopy om door te gaan met deze website. De personen achter deze organisatie komen op voor de belangen van muziekuitgevers die blijkbaar niet willen dat de songteksten gelezen worden. Oh nee, dat zeg ik verkeerd, ze willen er uiteraard geld voor hebben. Aangezien ik geen geld ga geven aan een organisatie die niet duidelijk laat zien aan wie zij het geven en hoe zij de inkomsten duidelijk verspreiden, ben ik dus helaas genoodzaakt om de website te stoppen.

Op songteksten zit inderdaad gewoon auteursrecht. Je mag dus geen songteksten op je site zetten zonder toestemming. Die toestemming moet je bij de maker (componist) zien te halen. Stichting Musicopy is opgericht door een aantal componisten om licenties aan gebruikers voor het gebruik van bladmuziek (liedteksten en muzieknotaties) te verstrekken. Anders dan b.v. de BUMA of de Thuiskopie is Musicopy niet door de minister aangewezen. Maar iedereen mag natuurlijk een stichting of ander bureau beginnen om licentievergoedingen te innen namens auteursrechthebbenden, en wie dat een goed idee lijkt mag daar lid van worden. Zelfs als de club 50% administratiekosten vraagt.

In augustus was er nogal wat gedoe om Musicopy, dat begonnen was om zangkoren “boetes” op te leggen voor het kopiëren van partituren en bladmuziek zonder licenties bij hen te nemen. Nu is er in Nederland maar één instantie die boetes op kan leggen, en dat is de overheid. Meestal de rechter dus, hoewel ook het Openbaar Ministerie of een orgaan zoals de OPTA boetes kunnen opleggen. Musicopy werd dan ook door minister Hirsch Ballin op de vingers getikt, wat de club zelf overigens een constructief overleg noemde.

In ieder geval, het is sneu voor de lezer maar zonder toestemming van de componist mag je toch echt geen site vol lyrics aanbieden. Ook niet als het, zoals bij deze site, geheel niet-commercieel is.

Arnoud

De eisen voor inbreuk op auteursrecht

Een lezersvraag over het bewijzen van inbreuk op auteursrecht:

In hoeverre wordt geacht dat teksten hetzelfde kunnen zijn? Ik bedoel, het kan voorkomen dat er een paar regels zijn in een artikel die exact hetzelfde zijn als in een ander artikel. Is dit inbreuk op auteursrecht?

Dat twee dingen lijken, is niet genoeg. Er is pas sprake van inbreuk op auteursrecht wanneer er creatieve stukken ontleend zijn aan het origineel. Eerst moet dus worden vastgesteld welke van de twee op elkaar lijkende werken het oudste is. Vervolgens wordt gekeken welke stukken daarvan ook terug te vinden zijn in het jongste werk. Daarna is de vraag of die stukken ‘creatief’ zijn. Een zakelijke zin zoals “Peter is 32 jaar” is niet creatief, en als twee artikelen diezelfde zin bevatten, is dat nog geen inbreuk.

Als dit kan worden aangetoond, is er meestal sprake van inbreuk door het jongste werk. De maker daarvan kan echter nog bewijs leveren dat hij niet ontleend heeft, maar het zelf heeft gemaakt en dat de gelijkenis toeval is. Twee foto’s van het Paleis op de Dam in Amsterdam zullen veel op elkaar lijken maar kunnen best onafhankelijk gemaakt zijn.

Een mooi voorbeeld is het al wat oudere Barbie/Sindy-arrest.

Barbie versus Sindy

De Barbie-pop (links) is auteursrechtelijk beschermd. De Sindy-pop (rechts) leek er wel erg veel op. De makers daarvan moesten toen proberen te bewijzen dat hun pop toch echt geheel zonder kennis van de Barbie gemaakt was.

Arnoud