Ben je als werknemer aansprakelijk bij CEO fraude?

| AE 9236 | Ondernemingsvrijheid | 5 reacties

Een lezer vroeg me:

Een relatief nieuw concept in de cybercrime is CEO fraud. Hierbij doen criminelen of zij een hooggeplaatste manager of bestuurder (bijvoorbeeld de CEO, CFO, Group Executive of directeur van je bedrijf) zijn. Ze geven een ondergeschikte dan opdracht om geld over te maken. Stel dat je daarin meegaat, ben je dan persoonlijk aansprakelijk?

CEO fraud is voor mij een speciale vorm van social engineering. De truc is feitelijk niet meer dan een vervalste mail, een neptelefoontje of iets dergelijks die afkomstig lijkt van de CEO. Je krijgt dan een werkinstructie: maak even een zak geld over naar dit en dit rekeningnummer.

De truc is natuurlijk dat veel mensen blij verrast zijn dat de baas hén uitzoekt om zoiets belangrijks te doen. Want natuurlijk gaat het dan om een geheim project, ben jij uitgekozen om dit te gaan leiden als je dit even snel doet, en ga zo maar door. Een effectieve vorm van social engineering. Of, zo je wilt, acquisitiefraude.

Normaal heeft een bedrijf procedures voor betalingen, zoals een goedkeuring door de afdeling Finance of een handtekening van een aantal verantwoordelijken. Maar de truc is hier natuurlijk dat dit vanwege de spoed en het belang even niet kan, en dat je dan denkt, dan doe ik het even, ik zal eens laten zien hoe daadkrachtig ik ben.

Maar goed, dan komt uit dat dit helemaal niet de directeur was. Ben je dan aansprakelijk?

Waarschijnlijk niet. Een werknemer is alleen aansprakelijk naar zijn werkgever toe als sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, en dat is een héle hoge lat. Gewone fouten vallen er zeer zeker niet onder. De schade van zulke fouten moet de werkgever gewoon zelf dragen.

Omdat de hele truc hier gericht is op een overtuigende indruk wekken dat hier de CEO spreekt, denk ik niet dat je snel kunt spreken van bewuste roekeloosheid. Dan moet het wel een héle neppe mail zijn geweest, waarvan iedereen meteen zou zien dat die niet echt van de CEO is.

Dat er een verbod is ingesteld op betalen buiten de procedures om, maakt daarbij niet uit. Van verboden mag immers worden afgeweken, zeker als de CEO dat zegt. En als we dus concluderen dat de werknemer redelijkerwijs mocht denken dat dit de CEO was, dan heeft hij terecht afgeweken van het verbod.

Arnoud

Vuistregels voor vorderen van persoonsgegevens (gastpost)

| AE 1008 | Privacy, Security | 1 reactie

mr. StaringVandaag een gastbijdrage van strafrechtadvocaat mr. A.H. (Bert) Staring uit Arnhem

Onlangs is het rapport High-tech crime: soorten criminaliteit en hun daders van het Ministerie van Justitie verschenen. High-tech crime is een overkoepelend containerbegrip dat verwijst naar een veelheid aan criminele activiteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van ICT. Voorbeelden hiervan zijn kinderporno (cybercrime) en hackers (computercriminaliteit).

Een van de speerpunten van dit kabinet is de aanpak van cybercrime. Onder het mom hiervan kondigt de minister Hirsch Ballin aan dat hij de bevoegdheden van politie en justitie tot onder meer het vorderen van gegevens van bedrijven en instellingen opnieuw tegen het licht wil houden. Wat mogen politie en justitie op dit moment al?

De Wet bevoegdheid vorderen gegevens geeft politie en justitie vergaande bevoegdheden om persoonsgegevens op te vragen bij maatschappelijke instellingen en bedrijven. Toepassing van deze bevoegdheden mag alleen indien dat voor de opsporing noodzakelijk is en er sprake is van een verdenking van een zwaarder misdrijf. Het gaat dan niet alleen over high-tech crime maar ook om criminele activiteiten waarbij geen gebruik wordt gemaakt van ICT zoals bijvoorbeeld moord.

Bedrijven en instellingen die een openbaar telecommunicatienetwerk of -dienst (telefonie en internet) aanbieden kunnen met de op deze wet gebaseerde vorderingsbevoegdheid worden geconfronteerd. Het gaat dan over de aanbieders van een geheel of gedeeltelijk besloten communicatienetwerk of -dienst alsmede degenen die in de uitoefening van een beroep of bedrijf gegevens verwerken of opslaan ten behoeve van een aanbieder van een communicatiedienst of diens gebruikers. Met een aanbieder van een geheel of gedeeltelijk besloten communicatienetwerk of -dienst worden private netwerken bedoeld, zoals een vorm van intranet. Met degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf gegevens verwerkt of opslaat ten behoeve van een communicatiedienst of diens gebruikers dient men te denken aan een aanbieder van webhostingdiensten of een beheerder van websites.

Niet alleen de gegevens van de verdachte maar ook de gegevens van die personen waarmee verdachte contact heeft gehad of in relatie kan worden gebracht, kunnen middels deze wet worden opgevraagd door politie of justitie.

De wet maakt onderscheid tussen drie categorieën gegevens:

  • identificeerbare gegevens (naam, adres);
  • andere gegevens (verkeersgegevens, logs, administratie);
  • gevoelige gegevens.

Bij ‘identificeerbare gegevens’ gaat het niet alleen om iemands naam, adres, woonplaats, postadres, geboortedatum of geslacht, maar ook om zogenoemde administratieve kenmerken, zoals een klantnummer, een nummer van een polis, een bankrekeningnummer, of een lidmaatschapsnummer. Deze gegevens kunnen door iedere agent of opsporingsambtenaar worden opgevraagd.

De categorie ‘andere gegevens’ is zeer omvangrijk. Het gaat vooral om gegevens uit de administratie van bedrijven. Om deze gegevens in te zien, is geen bevel van een rechter nodig, maar kan met een bevel van de officier van justitie worden volstaan. Alleen voor ‘gevoelige gegevens ‘, zoals godsdienst, ras, politieke gezindheid, gezondheid of seksuele leven, blijft een gerechtelijk bevel noodzakelijk.

Bedrijven en instellingen weten veelal niet hoe met een dergelijke vordering om te gaan en werken gemakshalve maar mee. Dit terwijl:

  • Het verstrekken van gegevens veelal inhoud dat de gegevens, meestal persoonsgegevens, voor een ander doel worden gebruikt dan waartoe ze door internet provider of website exploitant, als houder van de gegevens, zijn verwerkt.
  • De toepassing van deze opsporingsbevoegdheid door politie en justitie gegarandeerd tot een inbreuk van de persoonlijke levenssfeer van de klant leidt.
  • Indien het gaat om gegevens van derden die geen persoonsgegevens zijn, er nog altijd belangen van derden aan de orde zijn die verstrekking problematisch maken, bijvoorbeeld een contractuele geheimhoudingsplicht.

Naar mijn mening dienen bedrijven en instellingen zich weerbaar op te stellen tegen de toenemende houdgreep van de overheid. Zij dienen in ieder geval op de navolgende punten te letten:

  1. U hoeft niet vrijwillig gegevens aan politie of justitie te verstrekken.
  2. Toepassing van vorderingsbevoegdheid mag alleen indien dat voor de opsporing noodzakelijk is en het gaat om een verdenking van een bepaald kaliber misdrijf.
  3. Voor de vordering van gevoelige gegevens is toestemming van de rechter nodig.
  4. In beginsel dient er bij de toepassing van een van de hier bovengenoemde bevoegdheden een schriftelijk vordering van de bevoegde ambtenaar vooraf te gaan. Waarin de gegevens staan vermeld die u minimaal nodig heeft om de vordering uit te kunnen voeren. U dient dat ook te allen tijde naar de schriftelijke vordering te vragen.
  5. Bij een aantal bevoegdheden kan bij dringende noodzaak een vordering mondeling worden gegeven. Echter in dat geval dient achteraf en wel binnen drie dagen nadat de vordering is gedaan deze alsnog op schrift te worden gesteld.
  6. In beginsel dient de bevoegde ambtenaar van elke vordering een proces-verbaal op te maken. Van belang is dat hierin wordt vermeld in welk onderzoek naar welk strafbaar feit de bevoegdheid is toegepast. U dient dat ook altijd naar het proces-verbaal te vragen.
  7. De kosten die aan de nakoming van een vordering kunnen worden toegerekend in de vorm van extra personeelskosten en extra administratiekosten komen voor vergoeding in aanmerking.
  8. Belanghebbende kunnen zich tegen de vordering tot verstrekken van gegevens zelf alsook tegen het gebruik van gegevens die gevorderd zijn beklagen. Zowel de houder van de gegevens tot wie de vordering is gericht als degenen op wie de gegevens betrekking hebben, kunnen als belanghebbende worden aangemerkt.

Gelet op de hier bovenstaande aandachtspunten is het verstandig contact op te nemen met een strafrechtadvocaat. Deze weet namelijk alles over de bijzondere opsporingsmethode die politie en justitie in het kader van een opsporingsonderzoek kan inzetten tegen u en uw klanten. Hij kan u derhalve adviseren wat hierbij uw rechten en plichten zijn.

mr. A.H. (Bert) Staring is advocaat in Arnhem, gespecialiseerd in strafrecht.

Het was geheim – mag dat?

| AE 993 | Security | 23 reacties

Een lezer biecht op:

In een donker duister verleden heb ik mij de toegang verschaft tot een gedeelte van een forum dat met een wachtwoord was beveiligd. De makers hadden aangegeven dat er echt niks interessants stond. En alsof dit nog niet voldoende was om de nieuwsgierigheid bij mij op te wekken was het ook nog eens met een wachtwoord beveiligd. Ik heb daarop tervergeefs een aantal pogingen ondernomen om het wachtwoord te raden. Totdat ik op een gegeven moment bij mezelf dacht “Wat zou het wachtwoord toch zijn? Dat gaan ze natuurlijk niet aan mij vertellen, want dat is geheim”. Als gauw ondervond ik dat ik gelijk had: het wachtwoord was geheim, letterlijk wel te verstaan. Natuurlijk heb ik de beheerders direct op de hoogte gesteld, maar nu vraag ik me af: heb ik door mijn nieuwsgierigheid te bevredigen de wet overtreden?

Het achterhalen van een wachtwoord om daarmee binnen te dringen in een computersysteem dat niet van jou is, is een riskante onderneming. Opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen in een computersysteem of netwerk is strafbaar als computervredebreuk.

De vraag is hier wel of er ook echt binnengedrongen is. Alleen maar een gevonden sleutel in het slot omdraaien is nog geen inbreken, en alleen maar een wachtwoord intypen dat werkt, lijkt me ook nog geen computerinbraak. En onze mysterieuze lezer is uit eigen wil gestopt met de poging. Dat heet “vrijwillige terugtred” in het strafrecht. Een poging die je uit jezelf afbreekt, is niet strafbaar (art. 46db Strafrecht).

Aan de andere kant, zodra je het wachtwoord goed intypt, krijg je meteen ook een resultaat te zien. Je wordt ingelogd, je krijgt de beheerspagina voor je neus of wat er dan ook maar moet gebeuren bij de gebruiker wiens wachtwoord je achterhaald hebt. Dus je kunt betogen dat de inbraak voltooid was op het moment dat het wachtwoord geaccepteerd was en de “U bent ingelogd” pagina op het scherm kwam te staan.

Wat denken jullie? Moet dit kunnen zolang je maar niets doet als je het wachtwoord geraden hebt, of hoort deze meneer een SWAT-team door het raam te krijgen?

Arnoud

Flinke toename cybercrime in Nederland (via Emerce)

| AE 206 | Security | Er zijn nog geen reacties

De online criminaliteit neemt flink toe in Nederland, meldt o.a. Emerce. Dit blijkt uit het Trendrapport Cybercrime 2007, uitgegeven door ICT-beveiligingsinstantie Govcert.NL (van o.a. de Waarschuwingsdienst.nl) Het grootste probleem is de toename van botnets. Botnets vormen de infrastructuur voor cybercrime, zo meldt het rapport. Daarmee kunnen ongestraft virussen, spam mail en dergelijke worden verzonden. Ook… Lees verder

Europese Commissie komt met nieuwe aanpak cybercrime

| AE 161 | Security | Er zijn nog geen reacties

Europese Commissie maakt nieuwe aanpak cybercrime bekend, meldt Arnout Veenman op ISPam.nl. Hij citeert Vice-President Frattini, EU Commissaris verantwoordelijk voor Justitie, Vrijheid en Veiligheid: De Europese Commissie neemt vandaag een belangrijke stap naar het formuleren van een generiek Europees beleid in het gevecht tegen cybercrime. Dit beleid zal er uiteindelijk zorgen voor betere operationele samenwerking… Lees verder