Deliveroo-bezorgers zijn dus echt werknemers, ja daarvoor was een rechtszaak nodig

Ook in hoger beroep oordeelt de rechter dat de maaltijdbezorgers in feite werknemers zijn, en ze dus als zodanig betaald en behandeld dienen te worden. Dat meldde NRC vorige week. Inderdaad vonniste de rechtbank hetzelfde in 2019, en nu is er dus het Hof dat dit bevestigt. Ongetwijfeld een klap voor het verdienmodel van het ICT-platform dat zich nadrukkelijk niet als maaltijdbezorger wenst te profileren – ja, die leg ik hieronder uit. Maar wel terecht binnen de kaders van de wet, én de maatschappelijke opvattingen.

In twee zaken bij dezelfde rechtbank kwam FNV als vakbond op voor de algemene kwestie of voedselfietsbezorgbedrijf Deliveroo haar bezorgers als zzp’er mocht aanmerken. Dit was een collectieve procedure, waar Deliveroo bezwaar tegen maakte met het argument dat ieder arbeidscontract anders is en de beoordeling of iemand werknemer is ook. Maar de rechter bepaalde meteen dat FNV wél mag procederen over zoiets principieels als dit.

Tegen de uitspraak – ja, ze zijn werknemer – kwam Deliveroo met zo ongeveer alle mogelijke argumenten in het verweer. Onder meer dat ieder contract toch anders is, wat de rechter terzijde schuift: je kunt best een algemene uitspraak doen over mensen die bepaald werk verrichten, en dan eventueel in uitzonderingsgevallen daar weer van afwijken.

Kern van de uitspraak is een arrest uit november, waarin de Hoge Raad bepaalde dat de bedoelingen van partijen er niet toe doet bij de vraag of een contract een arbeidsovereenkomst is. Je kijkt er objectief naar: werkt iemand ‘in dienst’, krijgt zhij ‘loon’ om ‘gedurende zekere tijd’ bepaalde ‘arbeid’ te verrichten. Zo ja, dan is het een arbeidscontract. En dan doet het er niet toe wat er bovenaan het contract staat of zelfs wat je allebei verklaard te hebben gewild.

Dit is ter bescherming van de werknemer, die anders maar al te vaak plechtig zal verklaren zzp’er wilde te zijn. Wat precies is dat er gebeurde bij Deliveroo, dat in februari 2018 al haar werknemers uitnodigde voor zichzelf te beginnen en tot haar grote vreugde van ontzettend veel zzp’ers een aanbod kreeg om pakketjes te bezorgen. Ja, zo generiek is het:

Deliveroo heeft verder betwist dat het bezorgen van maaltijden voor haar een kernactiviteit betreft. Zij stelt dat zij een IT-bedrijf is, en het bezorgen van maaltijden daarbij slechts van ondergeschikte betekenis is.
(Ik ben niet aansprakelijk voor koffie op de monitor.) Droogjes constateert het Gerechtshof dat zij “kan Deliveroo hierin niet volgen.” Ik denk dat we dit standpunt voor marktplaatspartijen maar eens naar de giechel-afvalbak gaan verwijzen.

Dat de bezorgers een vergoeding krijgen, staat buiten kijf. Maar is dat loon? Dat is natuurlijk lastig te zeggen. Het Hof vindt belangrijk dat wat je aan het eind van de maand overhoudt, niet véél meer is dan het minimumloon uit de wet. Daar schemert doorheen dat zzp’ers meestal toch voor meer dan dat willen werken. Wat niet meehelpt is dat Deliveroo de vergoeding eenzijdig kan aanpassen, wat niet logisch is bij zzp’ers, en dat haar standaardcontract de aanname bevat dat de bezorger “hobbymatig” de werkzaamheden verricht in de zin van de belastingwetgeving.

Belangrijker is de vraag of zij ‘in dienst’ zijn, oftewel of Deliveroo gezag kan uitoefenen over de bezorgers. Dat lijkt het geval: Deliveroo zegt waar je moet zijn en hoe laat je moet leveren om geld te verdienen. Daarbij komt dat wat de bezorgers doen, eigenlijk gewoon de “kernarbeid” van het bedrijf is. Een zzp’er haal je er eerder bij om iets incidenteels te doen. De ict van een juristenkantoor, bijvoorbeeld, of de website van een bakker. Wie brood komt bakken bij die bakker, zal wel werknemer zijn en geen gedetacheerde zzp’er dus.

Maar ook de techniek kan gezag uitoefenen:

Het GPS-systeem geeft Deliveroo daarmee een vergaande controlemogelijkheid op de werkwijze van de bezorger. FNV heeft erop gewezen, en zulks komt het hof ook aannemelijk voor, dat deze GPS-bekendheid ook een druk op de bezorger uitoefent. De klant rekent op bezorging van een maaltijd op een bepaald tijdstip; wanneer een bezorger bijvoorbeeld langzamer gaat fietsen, dan zal de klant (en daarmee Deliveroo) hierover teleurgesteld zijn, hetgeen een bezorger menselijkerwijs zal willen proberen te voorkomen. Het GPS-systeem geeft Deliveroo (al dan niet via haar klanten) dus een vergaande controlemogelijkheid, die eveneens als een vorm van gezag is aan te merken.
Daar komt bij dat de bezorgers zich naar buiten toe moeten profileren als “iemand van Deliveroo”, zodat restaurants weten wie hun maaltijden bezorgt en passanten eventuele overlast kunnen melden bij Deliveroo. Alles bij elkaar (en dat is de juridische standaard) zijn de Deliveroo-bezorgers dus gewoon werknemers.

De criteria zijn redelijk op het bedrijf gericht maar ik denk dat je dit vrij eenvoudig ook kunt toepassen op andere fietsbezorgdiensten en andere door platforms gecoördineerde individuen.

Arnoud

In mijn tijd had je niet eens Deliveroo op je telefoon als scholier

De school als afleveradres voor maaltijdbezorging en postpakketten: sommige scholen willen het niet meer hebben. Dat meldde NRC onlangs. Leerlingen mogen dan dus geen maaltijden meer bestellen via bijvoorbeeld Deliveroo, UberEats en Thuisbezorgd. Ik voel me echt oud als ik dan bedenk dat ik op de middelbare school hooguit een zak chips bij een supermarkt een eind verderop kon kopen, of (als ie al open was) ergens een frietje. Maar goed, ik krijg er vragen over (ja, echt) of een school dat wel mag – en omdat men met een app bestelt vanaf een smartphone is dit internetrecht, dus ik ga een antwoord schrijven.

Het korte antwoord is natuurlijk dat een school dit mag reguleren, om de eenvoudige reden dat zij bepalen wie er op hun terreinen mogen komen. Het is immers hun eigendom (ook als ze het huren, slimmerik uit 5vwo ergens in Gouda). Als zij niet willen dat bezorgers van post dan wel voedsel op het terrein komen, dan is dat hun goed recht en dat jij als scholier ze hebt gevraagd, doet daar niet aan af. Je bent niet bevoegd mensen uit te nodigen op andermans terrein.

Die ene middelbare school uit Overijssel die (blijkens een boze mail van een 14-jarige havist) aankondigde dat “wie Deliveroo op zijn telefoon open heeft op school, de telefoon mag inleveren voor de dag” gaat wat mij betreft dan weer een stapje te ver. Het innemen van een telefoon als sanctie kan alleen als dat a) in het schoolreglement benoemd is als sanctie bij bepaald gedrag en b) die sanctie proportioneel is gezien dat gedrag. We hebben hier meer discussies over gehad, en ik denk dat dat alleen kan als je echt onrechtmatige dingen doet met de telefoon zelf. Ik wil nog net daaronder rekenen dat je overlast veroorzaakt in de klas, maar op een rustig moment en buiten de les een vette hap bestellen voor op school kan ik niet als overlast zien.

Ook het laten bezorgen van pakketten komt voor, aldus NRC. „De school is een uitermate goede plek om dingen af te laten leveren waarvan je niet wilt dat ze ouders ze zien”, zegt directeur De Zoete. „Maar ook dat willen we liever niet hebben.” Eh ja, ik word oud inderdaad. U ook?

Arnoud

Deliveroo-bezorgers zijn toch werknemers en geen zzp’ers

Bezorgers die voor Deliveroo maaltijden bezorgen worden door het bedrijf ten onrechte als zzp’ers aangemerkt, oordeelde de rechter in twee zaken die vakbond FNV aanspande. Dat las ik bij Nu.nl vorige week. De bezorgers zijn feitelijk gewoon werknemers en moeten als zodanig behandeld worden; dat Deliveroo ze zzp’er noemt, is daarbij niet relevant (in tegenstelling tot die zaak van juli vorig jaar). Ook de cao voor beroepsgoederenvervoer is gewoon van toepassing. Een behoorlijke financiële strop voor het bedrijf Deliveroo, dat dan ook al aangekondigd had in hoger beroep te gaan.

In twee zaken bij dezelfde rechtbank kwam FNV als vakbond op voor de algemene kwestie of voedselfietsbezorgbedrijf Deliveroo haar bezorgers als zzp’er mocht aanmerken. Dit was een collectieve procedure, waar Deliveroo bezwaar tegen maakte met het argument dat ieder arbeidscontract anders is en de beoordeling of iemand werknemer is ook. Maar de rechter bepaalde meteen dat FNV wél mag procederen over zoiets principieels als dit.

Het klopt natuurlijk dat je uiteindelijk naar ieder geval apart moet kijken of iemand werknemer is dan wel als freelancer of zzp’er wordt ingeschakeld. Maar de factoren die daarbij van belang zijn, zijn vaak generiek genoeg om in zijn algemeenheid een vuistregel mee te kunnen maken. En dat is dan ook precies wat de rechtbank hier doet.

Allereerst het contract. In juli vorig jaar concludeerde de rechtbank nog op basis van de tekst van een freelancer-contract dat de fietskoerier een zzp’er was, maar dat was wat kort door de bocht: je mag aan een contract met een hulppersoon alleen waarde hechten als er inhoudelijk onderhandeld is. Is het een standaardcontract dat de hulppersoon opgelegd kreeg (“alsjeblieft, hier tekenen graag”) dan is daaraan geen aanwijzing te ontlenen dat partijen samen beiden wilden dat de koerier zzp’er was. Ook de andere stappen die de rechter vorig jaar zag – het inschrijven bij de KvK, het zelf kopen van kleding en vervoersboxen – tellen niet mee in zo’n situatie.

De rechtbank gaat er gezien de principiële aard van de zaak eens goed voor zitten, en begint met te constateren dat alle mooie argumenten over flexwerken, deelplatforms en wat dies meer zij een discussie voor de politiek geven. De wet is de wet, en je moet contracten beoordelen in het huidige systeem. Dat er iets tussen werknemer en zelfstandig opdrachtnemer zou moeten zijn qua rechtsbescherming is geen juridische vraag maar een politiek debat.

Een belangrijk criterium voor werknemerschap hoe verplichtend of vrij de opdrachttoekenning gebeurt. Het contract bepaalt dat je per bezorging betaald krijgt, en dat je vrij bent om al dan niet te weigeren of te vragen om opdrachten. In de praktijk ziet de rechtbank dat je je vooraf moet aanmelden, anders krijg je geen opdrachten aangeboden. En gezien de lage prijs per bezorging (€6,00) is het ook niet logisch dat mensen af en toe eens een bestelling gaan doen. Praktisch gezien moet je een hele periode op een dag paraat staan en een berg bezorgingen doen. Iets anders is niet reëel, wie wil dat nou doen, even zes euro scoren als ze toevallig nu een maaltijd hebben die ik kan bezorgen?

Ook weegt mee dat Deliveroo kennelijk mensen beloont met extra opdrachten via een priority access systeem. Dat alles steunt de conclusie dat ze willen dat je veel werk doet per dag, en oh ja je wordt eruit gegooid als je niet genoeg opdrachten aanneemt en niet zegt waarom. Bij elkaar vindt de rechtbank dat wel erg veel ruiken naar een werknemerrelatie: die moet ook gewoon elke dag werken en je krijgt (uiteindelijk) ontslag als je dat niet doet.

Als tweede criterium geldt dat een werknemer mag zich niet laten vervangen. Het contract van Deliveroo bepaalt dat de bezorger dit wel mag, maar zoals de rechter zegt is deze mogelijkheid tot vervanging vrijwel inhoudsloos. De vervanger mag pas worden doorgegeven nadat de opdracht is aangenomen, en dan moet je al per direct naar het restaurant om de maaltijd op te halen. Dat is praktisch niet te doen. Bovendien legt Deliveroo de vervanger exact dezelfde harde eisen op en kan de koerier zelf geen toezicht op zijn vervanger uitoefenen. Die papieren constructie telt dus niet, de koerier moet zelf het werk doen.

Als derde kijkt de rechter naar de beloning. Dat is altijd een lastige: werknemers krijgen loon, opdrachtnemers krijgen een honorarium, maar hoe zie je het verschil? De rechtbank kijkt naar de hoogte – maximaal 18 euro bruto – en het feit dat hierover niet kan worden onderhandeld. Uit die feitelijke constateringen volgt dan dat je dit moeilijk een honorarium kunt noemen.

Alles bij elkaar concludeert de rechter dan ook dat deze werkconstructie alles heeft van een werkgever-werknemer relatie en niet van een echte zzp-inhuuropdracht. Factoren zoals dat je bij de KVK ingeschreven moet zijn en je eigen kleding en maaltijdboxen mag gebruiken, bieden te weinig gewicht voor een tegenargument dat tóch sprake is van opdrachtnemerschap. De conclusie is dan ook: dit zijn arbeidscontracten, geen overeenkomsten van opdracht.

Deliveroo moet de cao met terugwerkende kracht toepassen en bezorgers kunnen nu aanspraak maken op een dienstverband. Dat is behoorlijk pijnlijk voor het bedrijf, en het verbaast dan ook niet dat ze meteen roepen in hoger beroep te gaan. Maar gezien de zeer principiële en uitgebreide analyse van de rechter zou ik niet meteen weten met welke argumenten.

Natuurlijk is het behoorlijk vervelend voor het bedrijf, en ik ben natuurlijk niet tegen een systeem waarbij je voor dit soort parttime bijbaantjes een derde route creëert naast die van werknemerschap met volledige bescherming en de opdrachtnemer die het maar moet uitzoeken. Maar ik blijf sterk met het gevoel zitten dat bedrijven vooral vanwege het vermijden van hun werkgeversplichten kiezen voor mensen opdrachtnemer noemen, en dat de werknemers niet sterk genoeg zijn om daar een vuist tegen te maken. Dat is dus waar je vakbonden voor hebt, en ik vind dit dan ook een mooie uitkomst. Maar zoals ik in juli ook al zei: de bal is aan de politiek, die moeten nu óf zo’n derde route maken en in de wet zetten, óf eindelijk eens een signaal geven dat schijnconstructies niet mogen zodat dit hard kan worden aangepakt.

Arnoud

Rechtbank: Deliveroo-bezorger is zzp’er en geen werknemer

Deliveroo fietskoerier Sytse Ferwerda (20) is een zelfstandig ondernemer en geen werknemer, las ik bij de NOS. De overeenkomst die Ferwerda sloot met de maaltijdkoerier is een overeenkomst van opdracht, ondanks het feit dat hij eerder in dienst was en eigenlijk onder dit nieuwe contract exact hetzelfde werk deed. Dat vonniste de Amsterdamse rechtbank afgelopen maandag. De uitspraak bevestigt dat de platformeconomie goed de gaatjes opzoekt van het recht, in dit geval het arbeidsrecht. De bal is dus aan de politiek om hier wat aan te doen.

De zaak van fietskoerier Ferwerda is redelijk standaard bij platforms als deze: hij had zich aangemeld om maaltijden te bezorgen, en kreeg in eerste instantie een arbeidscontract voor bepaalde tijd. Op zeker moment besloot Deliveroo dat het beter voor haar bezorgers was om als freelancer aan de slag te gaan, zodat ook Ferweda geen nieuw arbeidscontract kreeg maar een overeenkomst van opdracht waaronder hij op eigen titel aan het werk ging. Daar kreeg hij achteraf spijt van, en hij stapte naar de rechter met in de kern het argument dat dit een verkapt arbeidscontract was.

De wet kent een sterke bescherming voor werknemers, althans op papier. Een contract is een arbeidscontract wanneer aan zekere feitelijke omstandigheden is voldaan, ongeacht wat partijen op papier zetten. Het is dus mogelijk dat iets dat “Freelanceovereenkomst” heet, aangemerkt wordt onder de wet als een arbeidsovereenkomst. (Dit is waarom opdrachtgevers vroeger altijd een VAR wilden, dat was een garantie dat dit niet zou gebeuren.)

Kern van een arbeidscontract is dat sprake is van betaling van loon, van een gezagsverhouding en persoonlijke arbeid. Dat laatste betekent dat een werknemer zichzelf niet mag laten vervangen, hij moet zelf het werk doen. Hij moet daarbij de instructies van de werkgever opvolgen over hoe het werk gebeurt (de gezagsverhouding), terwijl een opdrachtgever alleen kan zeggen wat hij wil hebben en wanneer. En als laatste heeft een werknemer recht op loon voor de gewerkte uren.

In dit geval staat heel duidelijk op papier dat geen sprake was van persoonlijke arbeid: de bezorger mocht zich laten vervangen. Ook was er op papier geen gezagsverhouding: de bezorger mocht in eigen kleding en met eigen warmhoudbox op pad, en had daarbij het recht iedere opdracht te weigeren als hij daar zin in had. Papier alleen is niet genoeg: ook de werkelijke uitvoering telt mee. Als die anders uitpakt dan het papier, dan is dat doorslaggevend. In dit geval had Ferweda zich ingeschreven als zzp-er bij de Kamer van Koophandel, wat volgens de rechter een zekere indicatie is dat hij zich bewust was van de veranderde arbeidsrelatie.

Belangrijk daarbij was de wijze waarop Deliveroo orders voorstelt aan bezorgers. Daarbij wegen factoren mee als hoe vaak je orders aanneemt of weigert en hoe netjes je die uitvoert. Dit ranking systeem kun je zien als een truc om mensen te dwingen alle orders te accepteren, en zo alsnog een soort arbeidsverhouding te creëren. Maar nee:

14. Al is van een direct rankingsysteem geen sprake, vast staat wel dat bezorgers die naar de maatstaven van Deliveroo goed presteren “priority acces” krijgen om een tijdvak in een zone te reserveren en daardoor meer kans hebben om op gewilde tijden bestellingen aangeboden te krijgen. Daar staat tegenover dat ook bezorgers die naar de maatstaven van Deliveroo minder goed presteren nog steeds (zij het later dan degenen met voorrang) tijdvakken kunnen boeken. Eveneens bestaat de mogelijkheid zonder van te voren tijdvakken te boeken in te loggen en de op dat moment aangeboden bestellingen te bezorgen, al bestaat daarbij de kans dat een tijdvak in een bepaalde zone al is volgeboekt.

Er is dus altijd een reële mogelijkheid om werk te krijgen als opdrachtnemer, zodat van dwang eigenlijk geen sprake is.

Deliveroo stelde wel eisen aan de manier van werken, maar dat ging eigenlijk alleen over veiligheidseisen. De kleding die men draagt, is een vrijwillige keuze: je mag in eigen kleding of zelfs in de kleding van de concurrent gaan bezorgen. Ja, ik viel ook van mijn stoel toen ik het las. Maar de advocaat van Deliveroo heeft het gezegd. En als laatste kijkt de rechtbank naar de relatief lage inkomsten per maand – 14 uur werk per maand is niet veel.

Alles bij elkaar is de conclusie onvermijdelijk: dit is echt een zelfstandige bezorger, geen pseudo-werknemer van Deliveroo. Althans volgens de formele juridische theorie. Praktisch rammelt er hier van alles, maar dat komt omdat de “platform economie” (je personeel aansturen met een app) keurig de gaatjes opzoekt van de wetgeving. De rechter kan daar echter niet op ingrijpen, omdat die gaten herstellen toch echt de taak van de wetgever is. Vorig jaar december fronste de Kamer de wenkbrauwen over deze actie van Deliveroo, dus ik ben benieuwd.

Arnoud