Rechter: thuiswerker onterecht ontslagen voor weigeren cameratoezicht

Een telemarketeer in dienst van een Amerikaans bedrijf die vanuit huis werkte en weigerde om de camera van zijn computer de hele werkdag aan te laten staan is onterecht ontslagen, las ik bij Security.nl. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat permanente camera-observatie bij thuiswerken hier niet door de beugel kan, en geeft de man 80.000 euro (een jaarsalaris) mee als ontslagvergoeding. Lompe Amerikanen, de AVG, privacy op het werk en telemarketeers, dat belooft juridisch een knalfuif.

De man was in dienst bij het Amerikaanse bedrijf Chetu Inc., dat een vestiging in Rijswijk had naast haar hoofdvestiging in Florida. Een team frisse ontwikkelaars in identieke polo’s maakt daar software van wereldklasse en je carrièrepotentieel is enorm: “one of the lowest attrition rates in the industry”, behalve dus in Rijswijk waar dit toch wel een -1 op je key performance indicatoren is.

De man uit Rijswijk had direct met het Amerikaanse bedrijf een arbeidsovereenkomst gesloten. Dat kan, maar het wordt dan soms wel ingewikkeld en je komt dingen tegen waar ons BW geen brood van lust. Zoals een proeftijd van 90 dagen en een ontslagrecht voor werkgever zonder opgaaf van redenen. Dat kan onder het recht van Florida, net zoals de navolgende werkinstructie:

Op 23 augustus 2022 ontving [naam verzoeker] per e-mail van Chetu Inc. de mededeling dat hij met onmiddellijke ingang diende deel te nemen aan het ‘Corrective Action Program (“CAP”) – Virtual Classroom’. Daarbij diende hij gedurende de gehele werkdag te zijn ingelogd, zijn scherm te delen en zijn camera aan te laten staan.
De man werkte sinds het begin van zijn dienstverband vanuit huis, en reageerde aldus:
“I don’t feel comfortable being monitored for 9 hours a day by a camera. This is an invasion of my privacy and makes me feel really uncomfortable. that is the reason why my camera is not on. You can already monitor all activities on my laptop and I am sharing my screen.”.
Reactie werkgever:
Hi [naam verzoeker] , Your employment is hereby terminated. Reason: Refusal to work; Insubordination”.
Dat gaat lekker, everyone is encouraged to reach their full potential mijn glimmende metalen hoela.

De rechtbank Zeeland leest die reactie als een ontslag op staande voet, want werkweigering is volgens ons wetboek een grond waarmee je een staandevoetje kunt rechtvaardigen. Althans:

Aan een rechtsgeldig ontslag op staande voet worden blijkens artikel 7:677 lid 1 BW drie eisen gesteld. Er moet sprake zijn van een dringende reden, op grond daarvan moet onverwijld zijn ontslagen en die reden moet tijdig en voldoende duidelijk aan de werknemer zijn meegedeeld.
Die mail is wel érg summier als invulling van bovenstaande. Van werkweigering bleek verder niets, en dat lijkt me logisch omdat het ging om het niet aanzetten van de camera. Is dat insubordination, “ongehoorzaam of weerspannig gedrag”, in het Nederlands arbeidsrecht “hardnekkig weigeren om te voldoen aan redelijke bevelen of opdrachten vanwege de werkgever in de zin van artikel 7:678 lid 2, onder j BW”? In Florida wel, althans daar hoef je geen reden te hebben om iemand te ontslaan dus iedere reden is hoe dan ook goed.

Het komt er dus op neer, is het bevel redelijk? Nee, zegt de rechter: dit is in strijd met artikel 8 EVRM, het fundamenele recht op bescherming van je persoonlijke levenssfeer. Chetu had daar geen enkele reden voor opgegeven, alleen dat bij werken op kantoor je collega’s je ook kunnen zien. Maar dat is zeer zeker niet genoeg: het is wel wáár dat collega’s je kunnen zien als je op je werk bent, maar dat is geen rechtvaardiging dat je collega’s je thuis moeten kunnen zien.

De rechter maakt nog een kronkel over de AVG die niet helemaal klopt: de webcam zou alleen livestreamen (“observeren”) en niet opnemen en dan zou de AVG niet gelden. Dat is een wel heel stoffige vuistregel van toen bits nog van hout waren en camera’s analoog. Als je dan een camera aanzette zonder opname, dan werden er geen persoonsgegevens in een bestand of dossier gestopt (een serie opnames op datum+werknemer is een bestand) en werd er ook niets elektronisch verwerkt (want analoge camera). Maar bij een digitale camera is het simpel: enkel meekijken via de livestream is een verwerking van persoonsgegevens.

Het doet voor de zaak verder niets, want de uitkomst is hoe dan ook dat Chetu geen terecht ontslag op staande voet heeft gegeven met deze vrijwel geheel afwezige motivatie. De werknemer krijgt dan ook diverse vergoedingen (en achterstallig loon) mee, totaal een slordige 70.000 euro. Ook wordt zijn concurrentiebeding vernietigd, wat een verstandige eis was van zijn advocate gezien ik zo’n bedrijf er wel voor aanzie om dat doodleuk te handhaven zodra ze op Linkedin zien dat hij een nieuwe baan heeft.

Arnoud

Deliveroo-bezorgers zijn dus echt werknemers, ja daarvoor was een rechtszaak nodig

Ook in hoger beroep oordeelt de rechter dat de maaltijdbezorgers in feite werknemers zijn, en ze dus als zodanig betaald en behandeld dienen te worden. Dat meldde NRC vorige week. Inderdaad vonniste de rechtbank hetzelfde in 2019, en nu is er dus het Hof dat dit bevestigt. Ongetwijfeld een klap voor het verdienmodel van het ICT-platform dat zich nadrukkelijk niet als maaltijdbezorger wenst te profileren – ja, die leg ik hieronder uit. Maar wel terecht binnen de kaders van de wet, én de maatschappelijke opvattingen.

In twee zaken bij dezelfde rechtbank kwam FNV als vakbond op voor de algemene kwestie of voedselfietsbezorgbedrijf Deliveroo haar bezorgers als zzp’er mocht aanmerken. Dit was een collectieve procedure, waar Deliveroo bezwaar tegen maakte met het argument dat ieder arbeidscontract anders is en de beoordeling of iemand werknemer is ook. Maar de rechter bepaalde meteen dat FNV wél mag procederen over zoiets principieels als dit.

Tegen de uitspraak – ja, ze zijn werknemer – kwam Deliveroo met zo ongeveer alle mogelijke argumenten in het verweer. Onder meer dat ieder contract toch anders is, wat de rechter terzijde schuift: je kunt best een algemene uitspraak doen over mensen die bepaald werk verrichten, en dan eventueel in uitzonderingsgevallen daar weer van afwijken.

Kern van de uitspraak is een arrest uit november, waarin de Hoge Raad bepaalde dat de bedoelingen van partijen er niet toe doet bij de vraag of een contract een arbeidsovereenkomst is. Je kijkt er objectief naar: werkt iemand ‘in dienst’, krijgt zhij ‘loon’ om ‘gedurende zekere tijd’ bepaalde ‘arbeid’ te verrichten. Zo ja, dan is het een arbeidscontract. En dan doet het er niet toe wat er bovenaan het contract staat of zelfs wat je allebei verklaard te hebben gewild.

Dit is ter bescherming van de werknemer, die anders maar al te vaak plechtig zal verklaren zzp’er wilde te zijn. Wat precies is dat er gebeurde bij Deliveroo, dat in februari 2018 al haar werknemers uitnodigde voor zichzelf te beginnen en tot haar grote vreugde van ontzettend veel zzp’ers een aanbod kreeg om pakketjes te bezorgen. Ja, zo generiek is het:

Deliveroo heeft verder betwist dat het bezorgen van maaltijden voor haar een kernactiviteit betreft. Zij stelt dat zij een IT-bedrijf is, en het bezorgen van maaltijden daarbij slechts van ondergeschikte betekenis is.
(Ik ben niet aansprakelijk voor koffie op de monitor.) Droogjes constateert het Gerechtshof dat zij “kan Deliveroo hierin niet volgen.” Ik denk dat we dit standpunt voor marktplaatspartijen maar eens naar de giechel-afvalbak gaan verwijzen.

Dat de bezorgers een vergoeding krijgen, staat buiten kijf. Maar is dat loon? Dat is natuurlijk lastig te zeggen. Het Hof vindt belangrijk dat wat je aan het eind van de maand overhoudt, niet véél meer is dan het minimumloon uit de wet. Daar schemert doorheen dat zzp’ers meestal toch voor meer dan dat willen werken. Wat niet meehelpt is dat Deliveroo de vergoeding eenzijdig kan aanpassen, wat niet logisch is bij zzp’ers, en dat haar standaardcontract de aanname bevat dat de bezorger “hobbymatig” de werkzaamheden verricht in de zin van de belastingwetgeving.

Belangrijker is de vraag of zij ‘in dienst’ zijn, oftewel of Deliveroo gezag kan uitoefenen over de bezorgers. Dat lijkt het geval: Deliveroo zegt waar je moet zijn en hoe laat je moet leveren om geld te verdienen. Daarbij komt dat wat de bezorgers doen, eigenlijk gewoon de “kernarbeid” van het bedrijf is. Een zzp’er haal je er eerder bij om iets incidenteels te doen. De ict van een juristenkantoor, bijvoorbeeld, of de website van een bakker. Wie brood komt bakken bij die bakker, zal wel werknemer zijn en geen gedetacheerde zzp’er dus.

Maar ook de techniek kan gezag uitoefenen:

Het GPS-systeem geeft Deliveroo daarmee een vergaande controlemogelijkheid op de werkwijze van de bezorger. FNV heeft erop gewezen, en zulks komt het hof ook aannemelijk voor, dat deze GPS-bekendheid ook een druk op de bezorger uitoefent. De klant rekent op bezorging van een maaltijd op een bepaald tijdstip; wanneer een bezorger bijvoorbeeld langzamer gaat fietsen, dan zal de klant (en daarmee Deliveroo) hierover teleurgesteld zijn, hetgeen een bezorger menselijkerwijs zal willen proberen te voorkomen. Het GPS-systeem geeft Deliveroo (al dan niet via haar klanten) dus een vergaande controlemogelijkheid, die eveneens als een vorm van gezag is aan te merken.
Daar komt bij dat de bezorgers zich naar buiten toe moeten profileren als “iemand van Deliveroo”, zodat restaurants weten wie hun maaltijden bezorgt en passanten eventuele overlast kunnen melden bij Deliveroo. Alles bij elkaar (en dat is de juridische standaard) zijn de Deliveroo-bezorgers dus gewoon werknemers.

De criteria zijn redelijk op het bedrijf gericht maar ik denk dat je dit vrij eenvoudig ook kunt toepassen op andere fietsbezorgdiensten en andere door platforms gecoördineerde individuen.

Arnoud

Mag minister Kamp wel werken vanaf zijn privémail?

email-e-mail-elektronische-post-envelopMinister Henk Kamp (Economische Zaken) blijft zijn privémail zakelijk gebruiken, ondanks een phishingaanval en waarschuwingen van het Openbaar Ministerie, meldde Nu.nl vorige week. Kamp stuurt af en toe werkdingen naar zijn privémail “omdat dat gemakkelijker is voor mij. Zo is het”. Hij gaat in tegen de officiële richtlijnen, maar kennelijk mag dat. Maar hoe zit dat dan, mag een werkgever daar geen regels aan stellen?

De werkgever bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd. Als mail daarbij nodig is, dan mag je mailen (en zo niet, dan niet). En de werkgever kan dan bepalen wat je doet met die werkmailbox. Privé mailen vanaf de werkmail mag voor 90% worden verboden, en monitoren ligt gevoelig maar er zijn mogelijkheden. Maar er is geen twijfel dat een werkgever kan zeggen, de werkdingen blijven in de werkmail en dat ga je niet doen vanuit je privémailbox thuis.

Alleen: een minister is geen werknemer. Kamp heeft een politiek ambt, maar is daarmee nog geen ambtenaar in de zin van de arbeidswetgeving. Hij kan dus niet juridisch worden gehouden aan de regels over privé en werk die op het ministerie gelden. Iets platter gezegd: hij is de baas en voor de baas geldt, hij mag per definitie wat hij wil. Dus juridisch zijn we heel snel klaar hier. Tenzij blijkt dat hij staatsgeheime documenten doorstuurt, maar daar lijkt geen sprake van te zijn.

Bepaald onhandig is het wel. Het schept natuurlijk een heel raar precedent, en iedere scriptkiddie zal nu gaan proberen die privémailbox eens te hacken want kennelijk is dat een vette buit. Maar ja, hoe zeg je dat tegen een minister?

Arnoud

Je personeel bespioneren met camera’s, wanneer mag dat?

media-markt-cameratoezicht-foto-mania-posterMedia Markt heeft in vijf vestigingen in Nederland personeelsleden met geheime camera’s gefilmd, las ik bij z24. Een ‘mystery shopper’ met verborgen camera filmde zijn interactie met het personeel, en achteraf werden werknemers hiermee geconfronteerd. In het artikel verdedigt de Media Markt zich met het argument dat men de beelden alleen voor “interne trainingsdoeleinden” zou inzetten, wat net zoiets is als een verbeterde gebruikservaring of zorgvuldig geselecteerde derden: klinkt goed, het zegt alleen niets. Wanneer mag je nu je personeel filmen?

Er zijn twee wetten die een rol spelen bij cameratoezicht: de strafwet en de Wet bescherming persoonsgegevens. Die laatste speelt een rol zodra je beelden opslaat op een manier dat je er eenvoudig in kunt zoeken, meestal bij digitale opslag omdat er dan timecodes en zo aan vast zitten. Als je alleen live meekijkt (een deurbelcamera bijvoorbeeld) is er geen sprake van een verwerking. En ja, camerabeelden zijn persoonsgegevens want je kunt er kenmerken van mensen op zien. Bijzondere persoonsgegevens zelfs.

Met de strafwet zijn we snel klaar. Een aangebrachte camera die de openbare ruimte filmt, mag mits er duidelijk voor is gewaarschuwd. Een camera die een besloten ruimte filmt, vereist een waarschuwing én een belangenafweging. Ook bij niet-aangebrachte camera’s, dus ja als je op een verjaardag met de handycam gaat zwaaien dan moet je dat even aankondigen.

Volgens het College Bescherming Persoonsgegevens (Cbp) mag een personeelslid alleen worden gefilmd als er een vermoeden is van fraude of diefstal, staat er in het artikel. Dat is nou ook weer wat streng geformuleerd. De nieuwslezers van RTL worden echt niet gefilmd omdat ze verdacht worden van fraude. Wél is het zo dat als je het niet vooraf bekend maakt, je dit moet melden bij het Cbp en die kunnen dan een voorafgaand onderzoek starten om te bepalen of het door de beugel kan.

Hoofdregel bij de Wet bescherming persoonsgegevens is dat je toestemming nodig hebt om iemands persoonsgegevens te verwerken. Dat geldt dus ook voor cameratoezicht. Maar in de meeste gevallen wordt op het werk zonder toestemming gefilmd. Je valt dan terug op de “eigen dringende noodzaak die zwaarder weegt dan de privacy” zoals dat heet. Een belangenafweging. En wat het Cbp hiermee zegt, is dat die afweging eigenlijk altijd neerkomt op dat het niet mag, tenzij bij zo’n vermoeden van fraude of diefstal.

Filmen voor trainingsdoeleinden of evaluatie van iemands performance lijkt me op zich geen probleem, mits het vooraf gemeld is. En hoe heimelijker het gefilm, hoe meer je daarbij zult moeten uitleggen vooraf. De camera-opstelling bij de interne training lijkt me geen probleem, maar zo’n mystery shopper voelt wel iets ernstiger. Hoewel je natuurlijk bij die melding niet hoeft te zeggen “de persoon met de camera is 1.80 lang en heeft rood haar” of zo. Zeggen dát er gemystershopt met camera wordt, zou al genoeg moeten zijn.

Wel denk ik dat de beelden in principe alleen aan de medewerker zelf (en zijn manager en HR) vertoond mogen worden. Ze vertonen in de bioscoop waar al het personeel verplicht moest opdraven, gaat me iets te ver. Dat leidt al snel tot voor gek staan. En ik denk dat dáár dan ook de ophef vandaan komt. Als de mysteryshopper alleen had gefilmd bij wijze van ondersteunend bewijs, en ze waren alleen vertoond als de medewerker de gang van zaken zou betwisten, dan zie ik het probleem niet.

Arnoud

Moet ik de Outlook-kalenders op kantoor openzetten?

outlook-gedeelde-kalender.pngEen lezer vroeg me:

Als systeembeheerder bij een MKB-bedrijf kreeg ik de instructie om alle Outlook-kalenders openbaar toegankelijk te maken voor alle mensen binnen het bedrijf, zonder de betrokkenen daarvoor apart toestemming voor te vragen. Het betreft hier niet alleen de beschikbaarheidsinformatie die standaard wordt getoond, maar ook de inhoud van de individuele afspraken. Als argument word gegeven dat het dan makkelijker plannen is, en dat als iemand iets geheim wil houden hij het maar moet markeren als een privé-afspraak. Wordt de privacy niet geschonden zo, en moet ik hieraan meewerken?

Een afspraak in een agenda kan zeker onder de privacywet vallen. Wel denk ik dat bij zakelijke afspraken de werkgever al heel snel een belang kan hebben dat zwaarder weegt dan de privacy. Het is immers een afspraak voor het werk, en de inhoud van de afspraak kan relevant zijn voor anderen. “Bezet tussen 12 en 13” is immers te weinig informatie om te weten of je iemand tussen 13 en 14 kunt spreken: is hij op kantoor, gaat hij uit lunchen, zit hij bij een klant aan de andere kant van het land?

Privézaken zoals tandarts of etentje met je partner mag je best in de zakelijke agenda zetten, en daar moet de werkgever dan van afblijven. Wel is het redelijk om te verwachten dat mensen de afspraak markeren als privé zodat de werkgever dat wéét.

Een regeling dat agenda’s open moeten zijn behalve privé gemarkeerde afspraken, lijkt me op zich redelijk. Maar aankondigen vooraf is eigenlijk wel verplicht. Mensen moeten immers weten dat dit gaat gebeuren, zodat ze oude privéafspraken alsnog af kunnen sluiten.

Of je als systeembeheerder moet meewerken, blijft een lastige vraag. Ik adviseer altijd dit soort instructies eerst op schrift te laten krijgen, en daarna met een stalen gezicht de bedrijfsjurist te vragen om te duiden hoe dit binnen de Wet bescherming persoonsgegevens vormgegeven moet worden. Daar is die immers voor. Met een beetje geluk gaat er dan een “OMG dit kan niet, aansprakelijkheid, whargarbl” naar de directie en ben je er vanaf. En als hij zegt dat dit legaal is, dan kun je met een gerust hart aan het werk lijkt me.

Arnoud

Ik wil niet in het smoelenboek!

smoelenboek-frankwatching.pngVrijwel ieder bedrijf krijgt het op zeker moment: een smoelenboek op intranet. Handig om je collega’s te kunnen herkennen. Maar niet iedereen wil graag met naam en vooral met foto in dat smoelenboek. Zo’n publicatie kan voelen als een privacyschending. Maar is het dat ook?

Het College Bescherming Persoonsgegevens is duidelijk: een werkgever mag alleen foto’s in een smoelenboek zetten als daar toestemming van de geportretteerde voor is. Dat is inderdaad de hoofdregel uit de wet (artikel 8 Wet bescherming persoonsgegevens). Maar er is een uitzondering: als de werkgever een aantoonbare noodzaak heeft die zwaarder weegt dan je privacy, dan mag de werkgever zonder je toestemming die foto gebruiken.

Nu lijkt het me wenselijk en belangrijk dat collega’s elkaar leren kennen, en of ze dat nu bij het koffieapparaat doen of via intranet, maakt voor mij niet uit. Maar of dat genoeg is om de privacy opzij te zetten? Ik weet het niet.

Een smoelenboek op intERnet vereist eigenlijk altijd toestemming. Het “zwaarwegend belang” zal hier maar zelden bestaan, behalve misschien bij mensen met een zeer publieke functie heeft waarbij de herkenbaarheid voor het publiek essentieel is voor het bedrijf. Denk aan een management- of een public-relationsfunctie.

Een complicatie bij smoelenboeken dat foto’s als gevoelige persoonsgegevens gezien kunnen worden: je kunt erop zien van welk ras iemand is, en vaak ook of hij een bepaalde ziekte of medische beperking heeft. Dergelijke gegevens mag je als bedrijf helemaal niet verwerken, tenzij “met het oog op de identificatie van de betrokkene” (dus een pasfoto op de toegangspas mag wel), dit geschiedt met uitdrukkelijke toestemming of de betrokkene zelf de gegevens “duidelijk openbaar” heeft gemaakt.

Alles bij elkaar denk ik dat je als bedrijf dus maar beter te allen tijde toestemming kunt vragen van de medewerkers voordat je hun foto op intranet (laat staan internet) kunt zetten.

Hebben jullie een smoelenboek op intra- dan wel internet? En hoe is dat gegaan met toestemming?

Arnoud

Berispt vanwege een MSN-chat, mag dat?

Een lezer vroeg me:

Recent kreeg ik een berisping op het werk. Dit was naar aanleiding van een MSN-chat die ik met een collega had gehad. Deze stond toevallig leesbaar op haar computerscherm op het werk, maar de chat zelf was tijdens de lunchpauze vanaf priveadressen gevoerd. Mag mijn werkgever me dan toch aanspreken op zulke privegesprekken? Ze mogen toch ook niet onze gesprekken in de kantine afluisteren?

Nee, afluisteren mag niet, maar de werkgever mag natuurlijk wel meeluisteren als hij toevallig ook in de kantine zit. En om diezelfde reden mag hij ook lezen wat er op openstaande beeldschermen vertoond wordt. Ik zie dan ook werkelijk niet hoe je dit als privacyschending zou kunnen opvatten.

Een werkgever mag zulke gesprekken niet met technische middelen aftappen (bv. via de server alle chats opnemen of een remote desktop tool installeren om stiekem mee te kijken) maar als jij je schermpje open laat staan, dan zijn de negatieve gevolgen voor eigen risico.

Een grensgeval lijkt me als je het MSN-schermpje geminimaliseerd had of achter een ander scherm had staan. Dan moet de langslopende manager actief gaan rondzoeken voor hij het ziet, en dat lijkt me niet echt de bedoeling. Maar is het met één oogopslag te zien, dan kan men dat gewoon gebruiken.

Arnoud

Mogen bedrijven gebruik van sociale media ‘beteugelen’?

‘Werknemers kunnen hun werkgever ernstige schade berokkenen door het gebruik van sociale media. LinkedIn, Facebook of Twitter leggen bedrijfsgevoelige informatie bloot, zoals cv’s, zakelijk netwerk of klantenbestand’, zo opende een column in het Financieele Dagblad vorige week (via GeenStijl). De strekking: verbied al die sociale shizzle of ga er in ieder geval keihard bovenop zitten met je arbeidsreglement, want anders kan je bedrijf er wel eens aan onderdoor gaan.

Bij Recruitment Matters wordt alvast hard gelachen om deze naïeve advocaat, maar laten we hier eens inhoudelijk kijken. Welke grenzen gelden er bij sociale media en het werk?

Er is nog geen rechtszaak over gevoerd, maar het actief benaderen van oude klanten kan op deze manier zomaar onrechtmatig zijn. Vallen socialemediavrienden ook onder de beperkingen van een relatiebeding, waarin staat dat je geen zakenrelaties mag benaderen na einde dienstverband?

In theorie kan dat ja. Het is toegestaan om werknemers te verbieden om na afloop van het dienstverband actief onder je eigen klanten (relaties) te gaan werven voor zijn nieuwe werk. Of hij dat nu via Linkedin, e-mail, brieven, telefoongeheugen of de KVK-netwerkborrel doet, maakt niet uit. Wel moet het relatiebeding schriftelijk afgesproken zijn (art. 7:653 BW).

Het is dus niet toegestaan om ineens iedereen via een IT-reglement te melden dat je niet met klanten mag krabbelen of relaties aan je Linkedin mag koppelen. Maar als het schriftelijk in je arbeidscontract staat, dan zit je daar aan vast.

Een doeltreffend socialemediabeleid moet ook het bedrijfskapitaal beschermen. Enkele suggesties. Blokkeer sites als Twitter, LinkedIn of Facebook. Dat zal de arbeidsproductiviteit zeker ten goede komen.

Op zich is het natuurlijk toegestaan om sites te blokkeren – sterker nog, het is niet verplicht voor werkgevers om mensen toegang te geven tot internet of e-mail. Maar of het doeltreffend is? Dat lijkt me niet; mensen zijn zó gewend aan die middelen dat je alleen maar frustratie veroorzaakt en dat is bepaald niet goed voor de arbeidsproductiviteit.

Een alternatief voor blokkeren is monitoren, zodat je ‘goed’ gebruik kunt toestaan maar kunt ingrijpen als er ‘slechte’ dingen gebeuren. Alleen, je mag als werkgever internetgebruik niet zomaar monitoren, zeker niet wanneer dat persoonsgericht gebeurt. Volgens de privacywet is daarvoor een gerede verdenking richting die persoon nodig.

Voor Twitter en Hyves geldt dit privacypunt minder. Wat je voor iedereen zichtbaar op dergelijke media plaatst, is ook voor je werkgever leesbaar. En staat daar iets dat hem duidelijk schaadt, dan heb je toch echt een probleem.

Als een werknemer toch zijn profiel op zo’n site wil achterlaten, laat hem dan slechts in algemene zin naar buiten treden over zijn of haar werkzaamheden: zijn of haar exacte functie en werkzaamheden zijn vertrouwelijk. Ook mag de werknemer op het profiel niet aangeven welke opleidingen hij op kosten van de werkgever gevolgd heeft. Dat maakt hem alleen maar aantrekkelijk voor headhunters, en schept verplichtingen naar andere personeelsleden.

Natuurlijk mag je geen bedrijfsgeheimen publiceren op een profielensite, maar functie-informatie als bedrijfsgeheim? Oeps, dan zou ik maar gauw “company confidential” op je visitekaartjes laten zetten.

Het stukje over opleidingen heeft ergens een kern van waarheid, maar het lijkt me dat het aan de werknemer is of hij een gesponsorde opleiding wil noemen naar zijn collega’s. En als je sommige werknemers wel en andere niet zo’n opleiding wilt toestaan, dan zul je toch echt beleid moeten maken met de criteria. Die ‘verplichtingen’ kun je daarmee pareren.

En over headhunters: ik mag hopen dat mijn werknemers aantrekkelijk zijn voor headhunters. Je hebt echt een probleem als geen enkele headhunter je personeel zou willen hebben, toch?

Verbied de werknemer om actief klanten te benaderen via sociale media. Als het dienstverband beëindigd wordt, moet de werkgever kunnen controleren met welke klanten de werknemer via sociale media een relatie is aangegaan. De werknemer mag tot twee jaar na het dienstverband geen zakelijke contacten onderhouden met deze klanten.

Hier komen we dus terug op het punt rond relatiebedingen dat ik hierboven ook al noemde. Op zich mag dit inderdaad.

Wel roept dit soort bedingen snel lastige vragen op: is een Linkedincontact een ‘actieve’ relatie? En als ik mijn status update en die relatie leest dat in zijn wekelijkse Linkedinspamupdatemail, ben ik dan actief met hem aan het praten?

Die periode van twee jaar is wel meteen het maximum dat je kunt eisen volgens de jurisprudentie.

Tot slot kan worden afgesproken dat uitlatingen die niet in het belang zijn van de werkgever zo veel mogelijk moeten worden afgeschermd. Sociale media bieden genoeg mogelijkheden om informatie alleen te openbaren aan een selecte groep. De meer vergaande beperkingen of voorwaarden aan het gebruik van sociale media kunnen het best direct met de werknemer worden overeengekomen.

Dit gaat me echt te ver. “Niet in het belang” van de werkgever is nog geen reden om zomaar alles te kunnen verbieden. Je bent als werknemer verplicht je als “goed werknemer” (art. 7:611 BW) te gedragen. Ook al staat iets dus niet expliciet in de wet, als een goed werknemer dat niet zo doen dan behoor jij dat ook niet te doen. Op zich zijn er dus dingen die je moet laten om dat je daarmee de belangen van je werkgever schendt.

Daar staat tegenover dat óók de werkgever zo’n plicht heeft: inderdaad, die moet goed werkgever zijn (zelfde artikel). Zó hard bovenop alle sociale media zitten, lijkt me niet in het belang van de werknemer – en daarmee indirect ook niet in het belang van de werkgever zelf.

Meelezende werkgevers vinden bij Frankwatching een veel betere analyse van de problemen en mogelijke oplossingen.

Arnoud

Duitse privacywet wordt aangescherpt, en bij ons?

demonstratie-privacy-not-crime-flickr-sunside-ccbync.jpgIn Nederland was de insteek vooral dat profielen van sollicitanten doorzoeken verboden zou worden, bij Amerikaanse sites gaat het meer over het idee (nou já zeg) van privacy op de werkplek. Maar in ieder geval: in Duitsland wordt gewerkt aan een streng wetsvoorstel over hoe er met privacy en persoonsgegevens van werknemers en sollicitanten moet worden omgegaan.

Zo wordt het verboden om op als privé bedoelde netwerksites (Hyves, Facebook) te kijken wat sollicitanten allemaal uitspoken. Linkedin mag je wel bekijken, en Googelen van sollicitanten mag ook, mits je maar bij de resultaten mee laat wegen hoe oud de informatie is en in hoeverre de sollicitant controle heeft over de informatie zoals daar gepubliceerd. Ook worden er strengere regels over cameratoezicht en monitoren van internetgebruik ingevoerd.

Op zich verbazen de meeste voorgestelde regels niet. Privacy geldt ook op het werk, dat is vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. En we weten ook in Nederland dat het gebruik van persoonsgegevens aan strenge regels gebonden is, waardoor veel sociale-netwerksites een probleem hebben.

Het is dan weer wel typisch Duits om de regels tot in detail uit te gaan werken in wetgeving, maar goed. In Nederland lijken we meer de voorkeur te geven aan algemene wetten, die dan via richtsnoeren, convenanten en af en toe een rechtszaak ingevuld worden. Op zich lijkt me dat flexibeler, maar het duurt natuurlijk wel een stuk langer voordat je zeker weet of iets mag. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik nu prettiger vind.

Gekke voorbeelden van toezicht of indegatenhouden door werknemers zijn trouwens welkom, ik moet binnenkort weer een lezing geven over privacy op het werk en het verhaal van de camera in de kleedhokjes of in de toiletpot kennen ze al.

Arnoud<br/> Foto: Sunside @ Flickr, Creative Commons By-NC 2.0

Mail geen geheime bedrijfsdocumenten naar jezelf

attachment-bijlage-mail-email-doorsturen-geheim.jpgVertrouwelijke documenten naar jezelf forwarden is niet handig, zeker niet als je kort daarna ontslagen wordt en vervolgens tegen je ex-werkgever meldt dat je een artikel gaat publiceren over het soort producten dat in die documenten beschreven wordt. Dat ondervond een man uit Spijkenisse toen zijn ex-werkgever hem voor de rechter sleepte wegens schending van de geheimhoudingsbepaling uit zijn arbeidscontract.

De arbeidsovereenkomst was maar van korte duur: nog in de proeftijd werd hij weer ontslagen. Kort daarna stuurde de ex-werknemer een mail dat hij een studie zou publiceren over roerpropellersystemen, precies het soort producten dat het bedrijf zelf ook maakte. De ex-werkgever was daar niet blij mee, en vermoedde dat in die studie geheime informatie over hun systemen zou verschijnen. Na enige discussie bleek dat de ex-werknemer wel bereid zou zijn de studie in te trekken als de werkgever een bedrag zou betalen. Dat was zo te lezen de druppel, en de ex-werkgever stapte naar de rechter met een beroep op de geheimhoudingsclausule in zijn contract.

De ex-medewerker had bedrijfsdocumenten, waaronder stukken met de aanduiding “internal”, naar zijn privé mailadres gestuurd. Hij verklaarde zelf dat dit “ter voorbereiding van werkbesprekingen de volgende dag” was en dat hij niet van plan was iets te gebruiken daaruit in de studie, maar daar lijkt de rechter weinig geloof aan te hechten.

De rechter wijst het gevraagde publicatieverbod toe, maar beperkt het wel sterk. Je kunt iemand niet verbieden om “zich negatief over [het bedrijf] uit te laten”, ook niet als hij ex-werknemer is. Een verbod is

slechts gerechtvaardigd voor zover het gaat om uitlatingen waarmee de geheimhoudingsplicht van [gedaagde] wordt geschonden. Onderzocht moet dus worden of er gegronde vrees bestaat dat [gedaagde] onder het geheimhoudingsbeding vallende informatie openbaar zal maken.

De rechter concludeert op basis van de feiten van de zaak dat die gegronde vrees er inderdaad is. De werknemer had tijdens het dienstverband niets gezegd over de studie, hij had bij het afscheid niets gezegd over de geheime documenten en hij was na het ontslag erg negatief. Dat maakte het achteraf gezien allemaal wel erg toevallig.

Als laatste had de ex-werknemer nog gemeld dat hij zich als klokkenluider zag, oftewel misstanden aan de kaak wilde stellen en daarvoor die geheime documenten nodig zou hebben. Dat is op zich een argument, maar:

[gedaagde] is geen journalist of wetenschapper, de beoogde publicatie betreft een commercieel rapport dat slechts tegen betaling en aan belangstellenden (naar valt te verwachten: uit de branche) en niet aan een breed publiek ter beschikking wordt gesteld. Dat enig maatschappelijk belang openbaarmaking op die wijze van onder het geheimhoudingsbeding vallende gegevens vereist, is onvoldoende gebleken. Bovendien kan uit het feit dat [gedaagde] zich bereid heeft verklaard tegen vergoeding van publicatie van de betreffende gegevens af te zien, worden afgeleid dat de gestelde maatschappelijke verantwoordelijkheid ook voor [gedaagde] zelf geen principieel punt is.

Nou is de opmerking “is geen journalist” wat raar want iedereen is journalist, maar bij het uitbrengen van een commercieel rapport onder een beperkte groep lijkt me de nieuwswaarde inderdaad niet zo hoog.

Arnoud