Weer een puzzelstukje voor aansprakelijkheid erbij: wat is je klanten “aansporen” tot inbreuk?

| AE 12770 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 6 reacties

Weer een nieuw puzzelstukje erbij in de toch al complexe constellatie van auteursrecht/platform-aansprakelijkheid. Waar we ooit hadden “platform niet aansprakelijk, reageer op claims” zijn er ondertussen boeken vol te schrijven over het regelkader. Het ging hier om twee Duitse rechtszaken, waarbij de Duitse rechter vragen stelde aan het Europese Hof: wanneer mag je een videoplatform nu zélf als publicist van de video aanmerken, en welke maatregelen kun je ze daarbij wel of niet aanrekenen?

In het arrest bekijkt het Hof nog eens vanaf het begin de huidige stand van zaken in de jurisprudentie. We zijn namelijk een fors eind opgeschoten met de vraag wanneer je iets “publiceert” (mededeling aan het publiek), dat is niet alleen maar als je de bitjes serveert naar de mensen die naar je luisteren. Ook als platform kun je daaronder vallen:

Die exploitant verricht namelijk een mededelingshandeling wanneer hij, met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze, intervenieert om zijn klanten toegang te verlenen tot een beschermd werk, met name wanneer deze klanten zonder een dergelijke interventie in beginsel geen toegang zouden hebben tot het verspreide werk (zie in die zin arrest van 14 juni 2017, Stichting Brein, C?610/15, EU:C:2017:456, punt 26 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
Punt is heir natuurlijk wel dat het ging om twee uploads zonder toestemming, en dat kun je primair alleen de uploaders aanwrijven. Er moeten dus omstandigheden bijkomen waardoor je kunt zeggen “nú vinden we het ook de verantwoordelijkheid van het platform”. Men leunt daarbij zwaar op de Pirate Bay-uitspraak, want dat was een platform waarvan de beheerders donders goed wisten dat deze vol stond met illegale content. In keurige juridische taal:

In dit verband zijn met name relevant het feit dat een dergelijke exploitant, hoewel hij weet of behoort te weten dat beschermde content in het algemeen via zijn platform door gebruikers ervan illegaal beschikbaar voor het publiek wordt gesteld, niet de passende technische maatregelen treft die van een normaal behoedzame marktdeelnemer in zijn situatie kunnen worden verwacht om op geloofwaardige en doeltreffende wijze inbreuken op het auteursrecht op dat platform tegen te gaan, en het feit dat deze exploitant deelneemt aan de selectie van beschermde content die illegaal aan het publiek wordt meegedeeld, op zijn platform hulpmiddelen aanbiedt die specifiek bedoeld zijn om dergelijke content illegaal te delen of het delen van die content bewust stimuleert, wat kan blijken uit de omstandigheid dat die exploitant een bedrijfsmodel hanteert dat de gebruikers van zijn platform aanspoort om beschermde content illegaal op dat platform mee te delen aan het publiek.

Enkel weten dat er hier en daar illegale content staat, is echter dan weer niet genoeg. Je moet daar wel op ingrijpen, maar zolang het blijft bij “kan gebeuren en dank voor het opruimen” ben je niet mede aansprakelijk.

Daarmee komt Youtube met de schrik vrij: niet alleen waarschuwen zij mensen op vele plekken voor inbreuk, ze nemen ook technische maatregelen om inbreuken te verhinderen of te verwijderen. Verder is haar businessmodel niet (meer, zei hij cynisch) gebaseerd op het zichzelf groter maken met illegale content. Om diezelfde reden mag zij ook rekenen op de bescherming voor tussenpersonen mocht het tot een aansprakelijkheidsclaim komen.

Verder bevestigt het Hof nog eens dat je een platform niet mag verplichte om algemene filters te introduceren. Specifieke, gerichte filters om hernieuwde inbreuk door identieke uploads te blokkeren, dat mag wel.

Arnoud

Deliveroo-bezorgers zijn dus echt werknemers, ja daarvoor was een rechtszaak nodig

| AE 12513 | Ondernemingsvrijheid | 35 reacties

Ook in hoger beroep oordeelt de rechter dat de maaltijdbezorgers in feite werknemers zijn, en ze dus als zodanig betaald en behandeld dienen te worden. Dat meldde NRC vorige week. Inderdaad vonniste de rechtbank hetzelfde in 2019, en nu is er dus het Hof dat dit bevestigt. Ongetwijfeld een klap voor het verdienmodel van het ICT-platform dat zich nadrukkelijk niet als maaltijdbezorger wenst te profileren – ja, die leg ik hieronder uit. Maar wel terecht binnen de kaders van de wet, én de maatschappelijke opvattingen.

In twee zaken bij dezelfde rechtbank kwam FNV als vakbond op voor de algemene kwestie of voedselfietsbezorgbedrijf Deliveroo haar bezorgers als zzp’er mocht aanmerken. Dit was een collectieve procedure, waar Deliveroo bezwaar tegen maakte met het argument dat ieder arbeidscontract anders is en de beoordeling of iemand werknemer is ook. Maar de rechter bepaalde meteen dat FNV wél mag procederen over zoiets principieels als dit.

Tegen de uitspraak – ja, ze zijn werknemer – kwam Deliveroo met zo ongeveer alle mogelijke argumenten in het verweer. Onder meer dat ieder contract toch anders is, wat de rechter terzijde schuift: je kunt best een algemene uitspraak doen over mensen die bepaald werk verrichten, en dan eventueel in uitzonderingsgevallen daar weer van afwijken.

Kern van de uitspraak is een arrest uit november, waarin de Hoge Raad bepaalde dat de bedoelingen van partijen er niet toe doet bij de vraag of een contract een arbeidsovereenkomst is. Je kijkt er objectief naar: werkt iemand ‘in dienst’, krijgt zhij ‘loon’ om ‘gedurende zekere tijd’ bepaalde ‘arbeid’ te verrichten. Zo ja, dan is het een arbeidscontract. En dan doet het er niet toe wat er bovenaan het contract staat of zelfs wat je allebei verklaard te hebben gewild.

Dit is ter bescherming van de werknemer, die anders maar al te vaak plechtig zal verklaren zzp’er wilde te zijn. Wat precies is dat er gebeurde bij Deliveroo, dat in februari 2018 al haar werknemers uitnodigde voor zichzelf te beginnen en tot haar grote vreugde van ontzettend veel zzp’ers een aanbod kreeg om pakketjes te bezorgen. Ja, zo generiek is het:

Deliveroo heeft verder betwist dat het bezorgen van maaltijden voor haar een kernactiviteit betreft. Zij stelt dat zij een IT-bedrijf is, en het bezorgen van maaltijden daarbij slechts van ondergeschikte betekenis is.
(Ik ben niet aansprakelijk voor koffie op de monitor.) Droogjes constateert het Gerechtshof dat zij “kan Deliveroo hierin niet volgen.” Ik denk dat we dit standpunt voor marktplaatspartijen maar eens naar de giechel-afvalbak gaan verwijzen.

Dat de bezorgers een vergoeding krijgen, staat buiten kijf. Maar is dat loon? Dat is natuurlijk lastig te zeggen. Het Hof vindt belangrijk dat wat je aan het eind van de maand overhoudt, niet véél meer is dan het minimumloon uit de wet. Daar schemert doorheen dat zzp’ers meestal toch voor meer dan dat willen werken. Wat niet meehelpt is dat Deliveroo de vergoeding eenzijdig kan aanpassen, wat niet logisch is bij zzp’ers, en dat haar standaardcontract de aanname bevat dat de bezorger “hobbymatig” de werkzaamheden verricht in de zin van de belastingwetgeving.

Belangrijker is de vraag of zij ‘in dienst’ zijn, oftewel of Deliveroo gezag kan uitoefenen over de bezorgers. Dat lijkt het geval: Deliveroo zegt waar je moet zijn en hoe laat je moet leveren om geld te verdienen. Daarbij komt dat wat de bezorgers doen, eigenlijk gewoon de “kernarbeid” van het bedrijf is. Een zzp’er haal je er eerder bij om iets incidenteels te doen. De ict van een juristenkantoor, bijvoorbeeld, of de website van een bakker. Wie brood komt bakken bij die bakker, zal wel werknemer zijn en geen gedetacheerde zzp’er dus.

Maar ook de techniek kan gezag uitoefenen:

Het GPS-systeem geeft Deliveroo daarmee een vergaande controlemogelijkheid op de werkwijze van de bezorger. FNV heeft erop gewezen, en zulks komt het hof ook aannemelijk voor, dat deze GPS-bekendheid ook een druk op de bezorger uitoefent. De klant rekent op bezorging van een maaltijd op een bepaald tijdstip; wanneer een bezorger bijvoorbeeld langzamer gaat fietsen, dan zal de klant (en daarmee Deliveroo) hierover teleurgesteld zijn, hetgeen een bezorger menselijkerwijs zal willen proberen te voorkomen. Het GPS-systeem geeft Deliveroo (al dan niet via haar klanten) dus een vergaande controlemogelijkheid, die eveneens als een vorm van gezag is aan te merken.
Daar komt bij dat de bezorgers zich naar buiten toe moeten profileren als “iemand van Deliveroo”, zodat restaurants weten wie hun maaltijden bezorgt en passanten eventuele overlast kunnen melden bij Deliveroo. Alles bij elkaar (en dat is de juridische standaard) zijn de Deliveroo-bezorgers dus gewoon werknemers.

De criteria zijn redelijk op het bedrijf gericht maar ik denk dat je dit vrij eenvoudig ook kunt toepassen op andere fietsbezorgdiensten en andere door platforms gecoördineerde individuen.

Arnoud

Hoe verwijder je sneller maar wel eerlijk ongewenste content van internet?

| AE 12332 | Ondernemingsvrijheid | 17 reacties

Voor mensen die geconfronteerd worden met onrechtmatige content op het internet is het moeilijk om deze snel verwijderd te krijgen, zo opent het WODC in een nieuwsbericht over deze lastige problematiek (via). 15 procent van de Nederlanders heeft direct of indirect ervaring met schadelijke, en mogelijk onrechtmatige, content die hen persoonlijk raakt, zoals bedreigingen, privacy-inbreuken en wraakporno. Daarvan overweegt slechts 1,4 procent juridische stappen te zetten. Het WODC deed onderzoek naar oplossingen voor dit probleem die óók recht doen aan de positie van de plaatser en de tussenpersoon.

Het onderzoek is uitgevoerd door het Instituut voor Informatierecht als onderdeel van het speerpunt van de Minister voor Rechtsbescherming om de positie van slachtoffers van onrechtmatige uitingen op het internet te verbeteren. De kern van het probleem is natuurlijk dat er nooit één partij is die je gewoon met één rechtsgang aanspreekt, zoals je zou doen wanneer iemand op een zeepkist gaat staan en wat over jou gaat roepen. Er zijn vele routes met voor- en nadelen, zoals dit schema uit het onderzoek laat zien:

(klik voor schema)

Er zijn enerzijds procedurele routes die snel, laagdrempelig en schaalbaar zijn, en anderzijds procedures die optimale rechtstatelijke waarborgen bieden. Een combinatie van al deze kwaliteiten in één procedure lijkt uitgesloten, aldus het rapport. Dat vind ik ook niet gek gezien de verschillende partijen en hun belangen in dit proces.

Wat voor mij met name wringt, is de lage waarborgen bij de notice&takedown procedure, die voor mij toch de eerst aangewezen stap zou moeten zijn. Snel en effectief, en volgens de wet inclusief een beoordeling door de tussenpersoon die de notice krijgt of de eis wel terecht is. Maar daar gaat het dus vaak mis:

Dit alles bijeengenomen maakt dat mogelijk veel rechtmatige en toegestane uitingen verwijderd worden. Vervolgens wordt degene die de vermeend onrechtmatige content geplaatst heeft, niet altijd de mogelijkheid geboden zich te verdedigen of zich na verwijdering te verzetten. Ook bleek uit de bovenstaande uiteenzetting over de transparency reports dat het nog zeer moeilijk is zicht te krijgen op het daadwerkelijk functioneren van de Notice and Takedown-procedures van de verschillende grote internetdiensten.
Een belangrijke factor is daarbij dat veel takedowns automatisch plaatsvinden. Dat komt denk ik met name omdat dat het goedkoopste en snelste is, en vanuit de Amerikaanse achtergrond het meest logisch: onder de DMCA Notice & Takedown procedure is het weghalen na klacht de verplichte stap, en pas daarna ga je de discussie voeren. Die discussie verzandt vaak in standaardantwoorden, maar het materiaal is dan al weg. Eigenlijk moet de discussie inhoudelijk worden gevoerd (“nee, dit was legitieme kritiek” bijvoorbeeld) vóórdat de tussenpersoon besluit het materiaal weg te halen. Maar als je systeem gebouwd is volgens de Amerikaanse norm, dan gebeurt dat dus niet.

Hoe moet het dan wel? Het rapport doet een aantal voorstellen. Allereerst het verder normeren en codificeren van Notice and Takedown-procedures en het daarvoor geldende afwegingskader, bijvoorbeeld dus door expliciet op te schrijven dat een takedown niet automatisch op klacht mag gebeuren. Een simpele verbeterstap daarbij is providers verplichten op duidelijke en eenvoudige manier te publiceren hoe een takedown verzoek gedaan kan worden en wat er dan gebeurt, iets dat nu al geldt als best practice bij hostingproviders. Een experimentele opzet bij de kantonrechter (een soort supersnelrecht) vond ik ook een hele leuke, dan heb je wel gerechtelijke toetsing maar heel laagdrempelig. Hierbij speelt natuurlijk wel dat je vervolgens dan ook snel het vonnis bij de tussenpersoon uitgevoerd moet kunnen krijgen.

Het rapport gaat niet in op wat volgens mij een hele belangrijke factor is: de anonimiteit en daarmee onbereikbaarheid van de plaatser van de content. Logisch gezien de scope, maar wel meteen een sterk complicerende factor. Tegelijk besef ik ook dat een plaatser vaak internationaal kan zijn, zodat de naam en woonplaats weinig toevoegen.

Arnoud

Een rechtbank mag providers (en dus ook Facebook) tot notice en *stay* down verplichten

| AE 11534 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 8 reacties

Het Hof van Justitie in Luxemburg heeft bepaald dat er geen EU-regels zijn die zich verzetten tegen een verplichting voor hostingproviders als Facebook om commentaren te verwijderen die sterk gerelateerd zijn aan eerdere onwettig verklaarde commentaren. Dat las ik bij Tweakers. Nogal een omweg om te zeggen dat rechters providers kunnen verplichten om onrechtmatig verklaarde… Lees verder

Helpling mag schoonmaker geen commissie in rekening brengen

| AE 11367 | Ondernemingsvrijheid | 20 reacties

Schoonmaakplatform Helpling mag geen commissie in rekening brengen aan schoonmakers, heeft de Rechtbank Amsterdam geoordeeld. Dat las ik bij Nu.nl. Een woordvoerder van het platform vertelt dat het operationeel een uitdaging zal zijn om het model om te gooien. Een nogal vervelende boodschap, en diverse ondernemers met eigen platforms mailden me of dit nu een… Lees verder

‘Overheid kan nepnieuws op digitale platformen aanpakken’

| AE 10074 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 37 reacties

De overheid kan verschillende maatregelen nemen om te voorkomen dat digitale platforms als Facebook, Google en Amazon misleidende informatie doorgeven. Dat meldde Nu.nl op gezag van een CPB-rapport dat waarschuwt tegen de snelle groei en steeds kleiner wordende transparantie van deze platformaanbieders. Met name de aanbeveling voor een vergunningenstelsel springt in het oog. Digitale platforms… Lees verder

Waarom gaat die fotograaf achter mij aan en niet mijn gebruiker?

| AE 9116 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 29 reacties

Een lezer vroeg me: Recent kregen wij een claim van een fotograaf vanwege een foto geplaatst door een lid van ons forum. In onze forumvoorwaarden staat duidelijk dat de gebruiker zelf verantwoordelijk is, ook bij schade door dit soort claims. Gebruikers vrijwaren ons van elke vorm van aansprakelijkheid. Maar die fotograaf stelt dat hij daar… Lees verder

EC formuleert samen met techbedrijven gedragsregels tegen haatzaaien op internet

| AE 8690 | Uitingsvrijheid | 8 reacties

Samen met Microsoft, Facebook, YouTube en Twitter heeft de Europese Commissie een gedragscode tegen haatzaaien op internet opgesteld, meldde Tweakers vorige week. Daarin is onder andere vastgelegd dat dergelijke inhoud binnen 24 uur verwijderd wordt. De gedragscode is een uitvloeisel van nieuwe wetgeving voor online mediaplatforms. Het doet wat gek aan, maar gezien de partijen… Lees verder