Mag je je Fortnite-personages de Carlton dance laten doen?

| AE 11038 | Intellectuele rechten | 18 reacties

De Amerikaanse acteur Alfonso Ribeiro, bekend van de jaren 90-sitcom The Fresh Prince of Bel-Air, heeft een rechtszaak aangespannen tegen Epic Games, de bedenker van de populaire videogame Fortnite. Dat las ik bij RTL Nieuws. Het zogenoemde ‘Fresh emote’-dansje is volgens Ribeiro een 1-op-1-kopie van zijn beroemde ‘Carlton dance‘ uit de serie. Deze spelpersonages voeren het dansje uit als een emote, een soort personalisatie waarmee je personage zich kan onderscheiden van andere spelers. Natuurlijk is het ergens wat flauw om zomaar zo’n iconisch element te imiteren, maar juridisch gezien blijf ik toch met de vraag zitten: welk recht wordt hier overtreden?

De advocaat van de acteur roept van schending van intellectueel eigendom, voor mij altijd een veeg teken dat men eigenlijk geen poot heeft om op te staan. IE bestaat namelijk niet. Ja, als rechtsgebied waar menig jurist in afstudeert, maar niet als een vorm van bezit. Het is juridisch betekenisloos om te zeggen dat iets je “intellectueel eigendom” is.

Wat je dan denk ik bedoelt is dat je een merk, auteursrecht, databankrecht, octrooi of iets dergelijks hebt op dat iets. Maar als je dat bedoelt, zeg dat dan, want dan kunnen we toetsen of je dat recht werkelijk bezit. Een merkrecht is op nummer op te zoeken in de daartoe opgezette databanken, bijvoorbeeld. Patenten kunnen we er ook bij pakken om te zien hoe breed te zijn.

Ik vermoed dat de inzet het auteursrecht oftewel copyright zal zijn. Het idee is dan dat het dansje een creatieve uiting is bedacht door Ribeiro. Voor auteursrecht is wel vereist dat je een ‘werk’ produceert, iets dat voor auteursrecht in aanmerking komt. Een grappige naam is bijvoorbeeld in principe te kort voor auteursrecht, dat is geen werk (daar is het merkenrecht voor).

De Auteurswet noemt in artikel 10 de “choreografische werken en pantomimes” als voorbeelden van auteursrechtelijk te beschermen werken. Hoewel de Carlton dance kort is, zie ik hem wel als een herkenbaar afgebakend werk, dat duidelijk een kop en staart heeft. Ik zou dat dansje dus wel een beschermde dans noemen.

Voor mij zou het verweer eerder een vorm van citeren (fair use) of parodie moeten zijn. Het gebruik in de game zou je dan een soort van knipoog noemen naar het werk van Banks, aanhaken op iets dat maatschappelijk algemeen bekend is. Men maakt er ook bepaald geen geheim van dat het dansje van Banks op de korrel is genomen. Ik zou dat dus een parodie noemen, een grappig bedoelde verwijzing naar een maatschappelijk fenomeen. Daarmee heeft meneer Ribeiro weliswaar het auteursrecht, maar is dit geen inbreuk.

Arnoud

Hoezo een verbod op andermans naam op twitter?

| AE 2867 | Informatiemaatschappij | 41 reacties

Tweede Kamerfracties SP, PVV en D66 hebben vragen gesteld over een mogelijk verbod van het gebruiken van andermans naam op sociale media als Twitter, las ik bij Nu.nl. Dit naar aanleiding van een pleidooi in De Wereld Draait Door van een advocate om een strafwetbepaling in te voeren.

Het is natuurlijk heel erg des politiek om bij een geconstateerd probleem een wet te maken, net zoals een informaticus ongeacht het probleem een database gaat maken als oplossing. Maar echt zinnig lijkt het me niet; we hebben al meer dan genoeg wetten en regels die je hiertegen kunt inzetten.

Het enkele aannemen van iemands naam is op zich niet strafbaar, dat is waar. Maar ik vind het nogal wat om dat wél strafbaar te zetten, vooral omdat je dan té veel mogelijkheden krijgt om zaken aan te pakken die gewoon een meningsuiting zijn. Er moet meer zijn, zoals een poging tot zwartmaken of het afhandig maken van geld of goederen bij jou of bij anderen. En als dat meerdere er is, dan heb je al genoeg strafbare feiten – oplichting, smaad, privacyschending – waarmee je die persoon kunt aanpakken.

Bij Twitter is het ondertussen een kunstvorm om via nepaccounts op ludieke manier iemand op de hak te nemen. Dat vinden we normaal, net zoals we het normaal vinden dat in allerlei televisieprogramma’s mensen worden gepersifleerd. Natuurlijk moet het dan wel ergens grappig zijn, maar dat geldt voor die televisiepersiflages ook. Ook al heeft dat indirect een commercieel doel.

En als het vooral een commercieel doel heeft, dan zijn er ook nog andere mogelijkheden. Anke Verhoeven van Solv trekt de lijn naar domeinnaamkaping, waar inderdaad meer dan genoeg jurisprudentie ligt. Het wezenlijke verschil tussen een twittergebruikersnaam en een domeinnaam zie ik niet.

Er is ook nog wat rechtspraak over gebruik van stem of beeltenis e.d. in een commerciële context. Zo won de Staat in 2000 een rechtszaak over een reclamespotje waarin de stem van Beatrix werd gebruikt. Dat was geen toegelaten gebruik van haar “persoonlijke karakteristieken”, en dus moest het spotje van de buis. Als je die lijn doortrekt dan zou ook commerciële hinder op Twitter verboden kunnen worden. Update (19 januari): maar de stem is geen portret zegt vandaag de rechtbank Amsterdam in een zaak over TomTomstemmen.

Maar @Koningin_NL zou blijven mogen want dat is gewoon een hilarische parodie. Idem voor @NSCommunicatie. Wie weet er meer goede parodieaccounts?

Arnoud

Mijndomein wint ook in hoger beroep van konijn

| AE 2704 | Intellectuele rechten, Iusmentis | 13 reacties

nijntje-nijn-eleven.pngDe “Nijn-Eleven”-tekening is een rechtmatige parodie, aldus het Gerechtshof Amsterdam eerder deze week. De uitgeverij van de kinderboeken met het schattige konijn had internetprovider Mijndomein aangeklaagd toen deze een aantal grappig bedoelde spotprenten over het dier niet wilde verwijderen. In eerste instantie won Mijndomein over vijf van de zeven afbeeldingen, maar verbood de rechter juist de grappigste. Het Hof vindt nu echter ook deze door de beugel kunnen.

Eind 2009 had Mercis, de uitgever van de Nijntje-kinderboeken, hostingprovider Mijndomein voor de rechter gesleept omdat deze geen gehoor hadden gegeven aan een sommatie tot weghalen van zeven tekeningen waarin Nijntje op de hak werd genomen. Deze zouden het auteursrecht van Dick Bruna schenden. Mijndomein (overigens een klant van mijn bedrijf; ze werden hier bijgestaan door Kennedy van der Laan) vond deze klacht niet terecht: deze tekeningen vielen onder de parodie-uitzondering en daarmee zijn ze geen inbreuk op het auteursrecht. En als er geen inbreuk is, hoeft er ook niets weggehaald te worden.

De rechter was het daar in december 2009 grotendeels mee eens, maar verbood wél twee van de zeven tekeningen omdat die de grenzen van de parodie-uitzondering te buiten gingen. Deze tekeningen waren namelijk niet zelfgemaakte imitaties maar copypastewerk uit een originele Nijntje-tekening. De bekende Nijn-Eleven cartoon is bijvoorbeeld gewoon een kopie van Nijntje vliegt met twee flatgebouwen in de Bruna-stijl. Omdat je voor een parodie niet meer mag overnemen dan nodig is om je punt te maken, vond de rechter dit te ver gaan. Oftewel: je mag wel parodiëren maar dan moet je zelf tekenen, niet copypasten.

Het Hof vernietigt deze redenering. Het gaat er niet om of je copypaste dan wel zelf tekent, het gaat erom of je aan het bespotten dan wel grappenmaken bent. Dat kan prima door een gecopypasted origineel te bewerken, zoals in de Nijn-Eleven cartoon is gebeurd. En daarmee zijn alle zeven cartoons toelaatbaar:

Dat gebruik is, objectief bezien, in overeenstemming met hetgeen naar de regels van het huidige maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is, ook indien daarbij in aanmerking wordt genomen dat Bruna zich als geestelijk vader van Nijntje erdoor beledigd voelt, in verband waarmee hij zijn hierna nog te bespreken persoonlijkheidsrechten in het geding brengt. Aan Mercis c.s. kan worden toegegeven dat niet iedere als “humor” gepresenteerde associatie van Nijntje met drugs, seks, terrorisme, racisme, of andere onderwerpen die niet als “braaf” worden beschouwd, een toelaatbare parodie oplevert.

Ook had Mercis zich beroepen op de merkenrechten op het hoofd van Nijntje. Een gedeponeerd merk mag je niet zomaar gebruiken, ook niet voor nietcommerciële doelen, zo staat in de merkenwet. Maar bij een parodie is er óók onder de merkenwet ruimte. Deze parodieën hadden een humoristische bedoeling, concurrentiemotieven ontbraken en geen mens zal denken dat deze tekeningen van Bruna zelf zijn. Daarmee is er geen kans op verwarring (en profiteren daarvan) en dus is er geen sprake van merkinbreuk.

Mercis moet niet alleen de cartoons tolereren maar ook de advocaatkosten van Mijndomein betalen – een dikke 35 duizend euro.

Meer hele sterke Nijntjeparodieën bij Retecool.

Arnoud

Mijndomein wint van konijn

| AE 1907 | Intellectuele rechten, Iusmentis | 17 reacties

Volwassenen snappen best dat de bekende Nijntje-parodieën grappig bedoeld zijn, en daarom hoeft hostingprovider Mijndomein.nl ze niet te verwijderen van de site van een klant. Dat blijkt uit het vonnis dat gisteren bekend werd in de zaak tussen de provider en Dick Bruna-bedrijf Mercis. Bij twee afbeeldingen (waaronder helaas de bekende Nijn-Eleven) is echter meer… Lees verder

Een ringtone van Joran van der Sloot, mag dat?

| AE 864 | Intellectuele rechten, Privacy | 2 reacties

Slechte smaak is niet verboden, al zou je soms willen van wel. De affaire-Joran van der Sloot maakte de nodige ‘creativiteit’ in mensen los. Nou mag er in principe een hoop bij zo’n actuele gebeurtenis met grote media-aandacht. Citeren uit de verborgencameraopnamen van het programma van De Vries, of het gebruik van een klein fotootje… Lees verder