Pornosite moet van rechter toestemming vragen aan mensen op amateurbeelden

| AE 13174 | Ondernemingsvrijheid | 17 reacties

De pornowebsite Vagina.nl mag alleen naaktbeelden publiceren na toestemming van de personen die in beeld komen, las ik bij Nu.nl. Dit bepaalde de rechtbank Amsterdam in een massaclaim van stichting Stop Online Shaming (SOS) en Helpwanted.nl vorige week. De site bevat naast professionele porno ook amateurporno, waaronder heimelijk gefilmd materiaal waarop mensen te zien zijn die geheel of gedeeltelijk ontkleed zijn. Het rondzingen van zulk materiaal is schadelijk voor de slachtoffers, en met deze massaclaim wilde men paal en perk daartegen stellen.

De site is een typische pornosite: gebruikers mogen zelf materiaal uploaden, dat komt na een minimale screening online en komt dan in een van tientallen categorieën terecht. De algemene voorwaarden klinken mooi, en er is een notice-takedown procedure die wederom op papier mooi klinkt: stuur een klacht, we kijken ernaar en als het ons terecht lijkt, halen we het weg.

Leuk en aardig, maar voor veel mensen is dit een lastige hobbel. Je moet dan aantonen dat jij in beeld was, dat jij géén toestemming hebt gegeven en dat het bezwaarlijk of schadelijk voor je is en ga zo maar door. Nog los van dat vele sites gewoon geen gehoor geven aan je sommatie, wetende dat je toch niet naar de rechter gaat als slachtoffer.

De stichting draaide het in haar massaclaim om: de eis kwam neer op een verklaring voor recht (een “gerechtelijk bevel”, zo u wilt) dat het onrechtmatig is om amateurporno online te zetten zonder dat je aantoonbaar toestemming hebt van de betrokken acteurs. Zoiets kan tegenwoordig onder de Wet massaclaims. Zoals de rechtbank het uitlegt, de wet gaat uit van de fictie dat alle Nederlanders die onder de groep vallen voor wiens belangen wordt opgekomen, betrokken zijn in het geding, tenzij ze expliciet hebben aangeven niet vertegenwoordigd te willen zijn door de eisers (opt-out).

Allereerst constateert de rechter dat de site inhoudelijk filtert op wat mensen uploaden. De stichting had een paar testvideo’s geupload, en die werden met inhoudelijke motivatie afgekeurd. Dan ben je dus redactioneel bezig, en dan kun je je niet beroepen op de vrijstelling voor platforms.

Vervolgens doet de rechtbank de gebruikelijke belangenafweging: de privacy van betrokkenen versus de nieuwswaarde van de video’s (vrijheid van meningsuiting, immers) en het commercieel belang (ondernemersvrijheid) van de site. Het gaat hier specifiek om gluurvideo’s, stiekem gemaakt in situaties waarin mensen zich onbespied mogen wanen, zonder dat er enig algemeen belang of iets dergelijks te bedenken is. Ook ging het om gelekte privébeelden (zoals wraakporno), waarbij mensen misschien dan de video wel wilden maken maar zeker niet akkoord gingen met openbare publicatie.

De slotsom is dat het onrechtmatig is om op een adult website beeldmateriaal te publiceren dat heimelijk is gefilmd en dat personen herkenbaar toont die (geheel of gedeeltelijk) ontkleed zijn te zien op plekken waar zij zich onbespied wanen of dat niet professioneel is gemaakt en personen herkenbaar toont die in de privésfeer seksuele handelingen verrichten, tenzij de exploitant, in dit geval [gedaagde] , zich ervan heeft vergewist dat die personen toestemmen in de openbaarmaking van die beelden.
Dat je een notice/takedownprocedure hebt of in je algemene voorwaarden mensen zogenaamd laat zeggen dat er toestemming is van iedereen, helpt daarbij helemaal niets. Je moet de schade vergoeden van iedere persoon die herkenbaar op zo’n video staat. Bovendien, en dat is belangrijker: er staan dwangsommen op het online houden van zulke video’s, namelijk 10.000 euro per video en 500 euro per dag. Dat is een enorme opsteker voor slachtoffers, want dan hoef je dus eigenlijk geen schadebedrag te onderbouwen.

De uitspraak is niet specifiek voor deze site, andere sites die op dezelfde manier werken (en dat doen ze vrijwel allemaal) kunnen dus op dezelfde manier worden aangesproken. Alleen de dwangsom geldt formeel niet voor andere sites.

Arnoud

 

 

Facebook moet gegevens geven aan slachtoffer wraakporno

| AE 7781 | Ondernemingsvrijheid | 32 reacties

post-facebook-wall.pngFacebook moet binnen twee weken de gebruikersgegevens verstrekken van de persoon die een seksfilmpje op de website heeft gezet. Dat meldde NRC gisteren. In een kort geding had het slachtoffer dit geëist, en de rechter wijst deze eis nu toe. En wanneer Facebook niet binnen 14 dagen die gegevens overlegt, moet een onafhankelijke IT-deskundige bevestigen dat de gegevens inderdaad weg zijn.

Het kort geding was aangespannen door een vrouw wiens ex-vriend (toen ze beiden nog minderjarig waren) een seksfilmpje had gemaakt. Het filmpje was opgedoken op Facebook, Whatsapp en nog wat media, maar uiteraard stond er niet de naam van de plaatser bij. Facebook zou die gegevens moeten hebben – althans, die gegevens eisen ze in hun gebruiksvoorwaarden – en gezien het antipestbeleid van Facebook zou je verwachten dat ze die dan geven als je als slachtoffer erom vraagt:

Het kan zijn dat we je gegevens gebruiken, bewaren en delen als antwoord op een juridisch verzoek (zoals een bevel tot huiszoeking, gerechtelijk bevel of dagvaarding) indien we te goeder trouw menen dat de wet ons hiertoe verplicht.

Op 30 april had de advocaat van de vrouw de gegevens van de plaatser opgeëist, waarop Facebook reageerde met de standaardfout dat daarvoor een valid court order nodig zou zijn. Na enig doorvragen kwam in juni het antwoord dat die gegevens er niet meer zijn, omdat het account al verwijderd was.

Ik zeg standaardfout omdat het in Nederland écht fout is om te denken dat je alleen NAW-gegevens hoeft af te geven als daarvoor een gerechtelijk bevel is afgegeven of de politie op de stoep staat. Al in 2006 wees de Hoge Raad het Lycos/Pessers-arrest, dat zegt dat je op verzoek die gegevens moet geven als duidelijk is dat het gaat om iets dat niet door de beugel kan, jij eigenlijk de enige bent die die gegevens kán geven en het belang van de verzoeker zwaarder weegt dan de privacy van je klant.

Natuurlijk kan het zijn dat je die niet (meer) hebt. Maar in dat verband doet het gek aan dat men eerst schermt met een court order en pas later zegt, “oh nee die zijn al lang weg”. Je zou op zijn minst verwachten dat als er zo’n klacht komt binnen het kader van je antipestbeleid, je de gegevens vasthoudt voor het geval men terugkomt met die court order. En de rechtbank vindt dit zó raar dat ze het als onrechtmatig kwalificeert. Dit hoor je gewoon niet te doen, en nu je het toch hebt gedaan, moet je de schade vergoeden bij de persoon die er last van heeft.

Tegen de achtergrond van voornoemde feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat Facebook, door op de valreep te volstaan met de mededeling dat zij niet meer over de gevraagde gegevens beschikt bij het naleven van haar – in dit geval in beginsel aanwezige – rechtsplicht jegens eiseres tot het verstrekken van NAW-gegevens met betrekking tot degene die onrechtmatig jegens eiseres heeft gehandeld, onvoldoende zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Daarmee heeft Facebook op haar beurt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onrechtmatig gehandeld jegens eiseres.

Oftewel, Facebook ga nog maar eens héél goed zoeken en kom binnen 14 dagen met die gegevens. Anders kan mevrouw een schadeclaim bij jullie leggen.

Een logische uitspraak, wat mij betreft. Het heeft me eigenlijk altijd verbaasd waarom sites als Facebook zich zó onwillig opstellen. Zeker als je bedenkt dat de gegevens die ze hebben, meestal niet meer zijn dan een IP-adres en een e-mailadres, waardoor er toch nog zeker wat vervolgonderzoek nodig is alvorens je echt iemand aan kunt spreken. Ik snap dat je hierdoor met de privacy in het gedrang komt, maar daarvoor is er een belangenafweging ingebouwd in de Lycos/Pessers-toets.

En wat me hier dan helemaal verbaast, is dat het erop lijkt dat de gegevens zijn pas gezocht nadat er met een rechtszaak werd gedreigd. Dat voelt als je klanten weinig serieus nemen. En ja, dan krijg je uitspraken als deze met gewoon een keiharde plicht “ga maar zoeken en anders de schade vergoeden”. Dat had Facebook wel wat handiger aan kunnen pakken.

Arnoud

Israëlische wet verbiedt ‘wraakporno’, hoe zit dat bij ons?

| AE 6281 | Privacy, Regulering | 8 reacties

porno.jpgIsraël heeft het uploaden van seksueel getinte foto’s en filmpjes zonder toestemming van de personen in beeld verboden, om ‘wraakporno’ tegen te gaan, las ik bij Tweakers. Wie seksueel expliciete afbeeldingen van een ander publiceert, is strafbaar als hij geen toestemming heeft. Daarmee wil men het fenomeen ‘revenge porn’ oftewel wraakporno aan banden leggen: het publiceren van expliciet privébeeld om zo de ex-partner terug te pakken. En hoe zit dat in Nederland?

In Nederland is geen aparte wetgeving tegen wraakporno. Er zijn twee sporen waarlangs een dergelijke publicatie kan worden aangepakt: smaad en portretrecht.

Van smaad is sprake als je opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt. Dat kan ook per foto: in 2008 werd een man veroordeeld voor het verspreiden van naaktfoto’s van zijn exvriendin via internet. Door deze foto’s te voorzien van haar naam, was het duidelijk dat zijn doel was haar reputatie te beschadigen.

Wel moet daarbij sprake zijn van een publiek aanbieden, zo leerden we afgelopen juli. Een filmpje met één persoon delen via WhatsApp is geen smaad; daarmee komt het filmpje niet “voor het publiek” beschikbaar en dat is een vereiste bij smaad.

Een ander discusiepunt is of de publicatie wel bedoeld is om iemands reputatie te beschadigen. Dat klinkt evident, maar in de Manon Thomas-zaak werd in hoger beroep bepaald dat daar geen sprake van was. Kennelijk is het voor een BN-er een compliment als je naakt over internet gaat?

Thomas kreeg wél gelijk op het punt van portretrecht. Wie herkenbaar in beeld is (wat ook zonder je gezicht mogelijk is, bv. omdat mensen je naam erbij zetten), kan zich verzetten tegen publicatie van dat beeld. Daarbij onderscheidt de wet twee situaties. Als de foto’s in opdracht van het model zijn gemaakt, dan is toestemming nodig. Zijn de foto’s zonder opdracht gemaakt (zoals bij straatkiekjes) dan is een belangenafweging nodig tussen nieuwswaarde en privacy (of ander portretrechtbelang).

Veel wraakporno is door het slachtoffer zelf gemaakt of door diens toenmalige partner, je mag dan veronderstellen dat dit in opdracht is gemaakt. De expartner mag dit dan niet publiceren zonder toestemming. Echter, als de partner de foto’s stiekem maakte dan zou je inderdaad spreken van een portret zonder opdracht, zodat het slachtoffer zou moeten aantonen dat de privacy zwaarder weegt dan de publicatiewaarde. Maar de nieuwswaarde van zulke foto’s lijkt me minimaal en de privacyschending maximaal, dus dat zou wel een héél uitzonderlijke situatie moeten zijn die publciatie rechtvaardigt.

Een aparte wet tegen dit fenomeen lijkt me dus niet echt nodig. Maar ja, het klinkt stoer.

Arnoud

Seksfilmpje versturen via WhatsApp is geen smaad of belediging

| AE 5615 | Regulering, Uitingsvrijheid | 34 reacties

Het versturen van een seksfilmpje via WhatsApp naar één persoon maakt je niet schuldig aan smaad, ook niet als die persoon het vervolgens doorstuurt. Dat bepaalde de rechtbank Overijssel deze week. Van smaad kan pas sprake zijn als “het publiek” kennisneemt van die berichten, en daarvan is bij een WhatsApp bericht geen sprake. Daarbij is… Lees verder

Veroordeling voor publicatie naaktfoto’s ex-partner op internet

| AE 881 | Privacy | 5 reacties

Afgelopen vrijdag is een man tot 6.000 euro schadevergoeding veroordeeld voor het verspreiden van naaktfoto’s van zijn exvriendin via internet (Emule en MSN), las ik op Nu.nl. De foto’s bleken via Emule, een filesharing netwerk, aangeboden te worden. Ook had de verdachte deze foto’s via MSN gedeeld met allerlei mensen. Gauw het vonnis erbij gepakt,… Lees verder