Facebook moet gegevens geven aan slachtoffer wraakporno

| AE 7781 | Ondernemingsvrijheid | 32 reacties

post-facebook-wall.pngFacebook moet binnen twee weken de gebruikersgegevens verstrekken van de persoon die een seksfilmpje op de website heeft gezet. Dat meldde NRC gisteren. In een kort geding had het slachtoffer dit geëist, en de rechter wijst deze eis nu toe. En wanneer Facebook niet binnen 14 dagen die gegevens overlegt, moet een onafhankelijke IT-deskundige bevestigen dat de gegevens inderdaad weg zijn.

Het kort geding was aangespannen door een vrouw wiens ex-vriend (toen ze beiden nog minderjarig waren) een seksfilmpje had gemaakt. Het filmpje was opgedoken op Facebook, Whatsapp en nog wat media, maar uiteraard stond er niet de naam van de plaatser bij. Facebook zou die gegevens moeten hebben – althans, die gegevens eisen ze in hun gebruiksvoorwaarden – en gezien het antipestbeleid van Facebook zou je verwachten dat ze die dan geven als je als slachtoffer erom vraagt:

Het kan zijn dat we je gegevens gebruiken, bewaren en delen als antwoord op een juridisch verzoek (zoals een bevel tot huiszoeking, gerechtelijk bevel of dagvaarding) indien we te goeder trouw menen dat de wet ons hiertoe verplicht.

Op 30 april had de advocaat van de vrouw de gegevens van de plaatser opgeëist, waarop Facebook reageerde met de standaardfout dat daarvoor een valid court order nodig zou zijn. Na enig doorvragen kwam in juni het antwoord dat die gegevens er niet meer zijn, omdat het account al verwijderd was.

Ik zeg standaardfout omdat het in Nederland écht fout is om te denken dat je alleen NAW-gegevens hoeft af te geven als daarvoor een gerechtelijk bevel is afgegeven of de politie op de stoep staat. Al in 2006 wees de Hoge Raad het Lycos/Pessers-arrest, dat zegt dat je op verzoek die gegevens moet geven als duidelijk is dat het gaat om iets dat niet door de beugel kan, jij eigenlijk de enige bent die die gegevens kán geven en het belang van de verzoeker zwaarder weegt dan de privacy van je klant.

Natuurlijk kan het zijn dat je die niet (meer) hebt. Maar in dat verband doet het gek aan dat men eerst schermt met een court order en pas later zegt, “oh nee die zijn al lang weg”. Je zou op zijn minst verwachten dat als er zo’n klacht komt binnen het kader van je antipestbeleid, je de gegevens vasthoudt voor het geval men terugkomt met die court order. En de rechtbank vindt dit zó raar dat ze het als onrechtmatig kwalificeert. Dit hoor je gewoon niet te doen, en nu je het toch hebt gedaan, moet je de schade vergoeden bij de persoon die er last van heeft.

Tegen de achtergrond van voornoemde feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat Facebook, door op de valreep te volstaan met de mededeling dat zij niet meer over de gevraagde gegevens beschikt bij het naleven van haar – in dit geval in beginsel aanwezige – rechtsplicht jegens eiseres tot het verstrekken van NAW-gegevens met betrekking tot degene die onrechtmatig jegens eiseres heeft gehandeld, onvoldoende zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Daarmee heeft Facebook op haar beurt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onrechtmatig gehandeld jegens eiseres.

Oftewel, Facebook ga nog maar eens héél goed zoeken en kom binnen 14 dagen met die gegevens. Anders kan mevrouw een schadeclaim bij jullie leggen.

Een logische uitspraak, wat mij betreft. Het heeft me eigenlijk altijd verbaasd waarom sites als Facebook zich zó onwillig opstellen. Zeker als je bedenkt dat de gegevens die ze hebben, meestal niet meer zijn dan een IP-adres en een e-mailadres, waardoor er toch nog zeker wat vervolgonderzoek nodig is alvorens je echt iemand aan kunt spreken. Ik snap dat je hierdoor met de privacy in het gedrang komt, maar daarvoor is er een belangenafweging ingebouwd in de Lycos/Pessers-toets.

En wat me hier dan helemaal verbaast, is dat het erop lijkt dat de gegevens zijn pas gezocht nadat er met een rechtszaak werd gedreigd. Dat voelt als je klanten weinig serieus nemen. En ja, dan krijg je uitspraken als deze met gewoon een keiharde plicht “ga maar zoeken en anders de schade vergoeden”. Dat had Facebook wel wat handiger aan kunnen pakken.

Arnoud

Israëlische wet verbiedt ‘wraakporno’, hoe zit dat bij ons?

| AE 6281 | Privacy, Regulering | 8 reacties

porno.jpgIsraël heeft het uploaden van seksueel getinte foto’s en filmpjes zonder toestemming van de personen in beeld verboden, om ‘wraakporno’ tegen te gaan, las ik bij Tweakers. Wie seksueel expliciete afbeeldingen van een ander publiceert, is strafbaar als hij geen toestemming heeft. Daarmee wil men het fenomeen ‘revenge porn’ oftewel wraakporno aan banden leggen: het publiceren van expliciet privébeeld om zo de ex-partner terug te pakken. En hoe zit dat in Nederland?

In Nederland is geen aparte wetgeving tegen wraakporno. Er zijn twee sporen waarlangs een dergelijke publicatie kan worden aangepakt: smaad en portretrecht.

Van smaad is sprake als je opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt. Dat kan ook per foto: in 2008 werd een man veroordeeld voor het verspreiden van naaktfoto’s van zijn exvriendin via internet. Door deze foto’s te voorzien van haar naam, was het duidelijk dat zijn doel was haar reputatie te beschadigen.

Wel moet daarbij sprake zijn van een publiek aanbieden, zo leerden we afgelopen juli. Een filmpje met één persoon delen via WhatsApp is geen smaad; daarmee komt het filmpje niet “voor het publiek” beschikbaar en dat is een vereiste bij smaad.

Een ander discusiepunt is of de publicatie wel bedoeld is om iemands reputatie te beschadigen. Dat klinkt evident, maar in de Manon Thomas-zaak werd in hoger beroep bepaald dat daar geen sprake van was. Kennelijk is het voor een BN-er een compliment als je naakt over internet gaat?

Thomas kreeg wél gelijk op het punt van portretrecht. Wie herkenbaar in beeld is (wat ook zonder je gezicht mogelijk is, bv. omdat mensen je naam erbij zetten), kan zich verzetten tegen publicatie van dat beeld. Daarbij onderscheidt de wet twee situaties. Als de foto’s in opdracht van het model zijn gemaakt, dan is toestemming nodig. Zijn de foto’s zonder opdracht gemaakt (zoals bij straatkiekjes) dan is een belangenafweging nodig tussen nieuwswaarde en privacy (of ander portretrechtbelang).

Veel wraakporno is door het slachtoffer zelf gemaakt of door diens toenmalige partner, je mag dan veronderstellen dat dit in opdracht is gemaakt. De expartner mag dit dan niet publiceren zonder toestemming. Echter, als de partner de foto’s stiekem maakte dan zou je inderdaad spreken van een portret zonder opdracht, zodat het slachtoffer zou moeten aantonen dat de privacy zwaarder weegt dan de publicatiewaarde. Maar de nieuwswaarde van zulke foto’s lijkt me minimaal en de privacyschending maximaal, dus dat zou wel een héél uitzonderlijke situatie moeten zijn die publciatie rechtvaardigt.

Een aparte wet tegen dit fenomeen lijkt me dus niet echt nodig. Maar ja, het klinkt stoer.

Arnoud

Seksfilmpje versturen via WhatsApp is geen smaad of belediging

| AE 5615 | Regulering, Uitingsvrijheid | 34 reacties

webcamHet versturen van een seksfilmpje via WhatsApp naar één persoon maakt je niet schuldig aan smaad, ook niet als die persoon het vervolgens doorstuurt. Dat bepaalde de rechtbank Overijssel deze week. Van smaad kan pas sprake zijn als “het publiek” kennisneemt van die berichten, en daarvan is bij een WhatsApp bericht geen sprake. Daarbij is de bedoeling immers dat alleen de ontvanger het bericht leest. Hoe juridisch om te gaan met ongewenst naakt blijft dus een lastige.

De verdachte had een seksfilm met hem en zijn partner (gemaakt tijdens zijn relatie) verspreid naar een gezamenlijke vriendin, en daarbij aangegeven dat deze het niet verder mocht verspreiden. En dan, eh, “bevestigt [zij] dat en verklaart dat zij dat desondanks tóch heeft gedaan. Vanaf dat moment is het filmpje verder verspreid en naar verluidt ook op internet beland.”

(Waarom dat filmpje nu zo nodig moest worden verspreid, wordt niet echt duidelijk. De verdachte was ‘boos’ dat zijn ex-vriendin een ander had, maar hoe je die situatie verbetert door iemand anders een naaktfilm te whatsappen ontgaat me.)

De politie kwam vervolgens bij hem aan met de strafbare feiten smaadschrift en belediging. Beiden komen kort gezegd neer op iemands eer en goede naam aantasten, hoewel het bij smaad vooral gaat om een specifiek feit (“Henk is een oplichter”) en bij belediging meer om gewoon nare taal (“Henk is een eikel”). Beiden zijn prima met een afbeelding te plegen – juridisch gezien heet zo’n afbeelding een geschrift, ook als het elektronisch is, en dat maakt het bij smaad in ieder geval erger want op smaadschrift staat een zwaardere straf.

Wel is bij beiden vereist dat sprake is van een uiting in het “openbaar”, althans “waaraan ruchtbaarheid wordt gegeven” bij smaad dan. Anderen moeten het gehoord of gezien hebben. Logisch ook wel: je kunt iemands reputatie moeilijk aantasten als niemand merkt dat dat gebeurt. Als niemand deze blog kan lezen, heeft Henk nergens last van.

Dat je iemands reputatie of goede naam kunt aantasten door een naaktfoto of -filmpje te verspreiden, lijkt me vrij duidelijk. Al in 2008 werd een man veroordeeld voor het publiceren van dergelijke foto’s van zijn ex. Wel moet je intentie erop gericht zijn om die goede naam aan te tasten. In de Manon Thomas-zaak was er geen sprake van smaad of belediging, hoewel me nog steeds niet duidelijk is waarom. Is het een compliment als iemand je foto’s online zet?

Hoe dan ook, een ander vereiste is dus dat de foto’s wel openbaar moeten zijn. En daarvan was hier geen sprake:

kan het versturen van één ‘WhatsApp’ naar één persoon, met de opdracht dit niet verder te sturen, niet gelden als in het openbaar gedaan. Evenmin kan bewezen worden dat verdachte, zoals ook is tenlastegelegd, heeft beledigd door via de ‘social media’ het filmpje naar derden te sturen. Hij heeft het filmpje immers naar slechts één persoon, anders dan het slachtoffer, verstuurd.

Dat vervolgens die andere persoon het verspreidde, valt hem niet aan te rekenen. Dat voelt wel een beetje gek aan, maar dat zat hem erin dat de verdachte het duidelijk had gemaakt dat het niet mocht. Eigenlijk had die andere persoon dus vervolgd moeten worden, maar dat was niet gebeurd. Onbevredigend voelt het wel.

Arnoud

Veroordeling voor publicatie naaktfoto’s ex-partner op internet

| AE 881 | Privacy | 5 reacties

Afgelopen vrijdag is een man tot 6.000 euro schadevergoeding veroordeeld voor het verspreiden van naaktfoto’s van zijn exvriendin via internet (Emule en MSN), las ik op Nu.nl. De foto’s bleken via Emule, een filesharing netwerk, aangeboden te worden. Ook had de verdachte deze foto’s via MSN gedeeld met allerlei mensen. Gauw het vonnis erbij gepakt,… Lees verder