Mogen Facebook, LinkedIn en consorten mij uitnodigen via mijn vrienden?

facebook-invite.pngVolgens het mailtje dat ik vanochtend kreeg, zitten er 93 mensen met smart te wachten op mijn terugkeer op LinkedIn. Hoe veel er op Plaxo zitten weet ik niet, maar ik word er regelmatig aan herinnerd dat dat nog bestaat. En op Facebook is het ook heel gezellig maar zou het toch leuker zijn met mij erop. Zo ongeveer de enige waar ik géén regelmatige mailtjes van krijg is Google+. Maar mag dat allemaal zomaar, al dat commerciële gemail om mij op die netwerken te krijgen?

In principe mag dat natuurlijk niet. Ongevraagde commerciële mail heet spam, en is voor Facebook of LinkedIn net zo hard verboden als voor de Aziatische v1agraspammers. Ook in de VS, waar die bedrijven gevestigd zijn. Maar de truc die ze daar hanteren, is dat degene die zijn adresboek openzet zodat de sociale netwerken iedereen daarin kunnen oogsten en mailen, in de voorwaarden moet garanderen dat hij van iedereen uit dat adresboek toestemming heeft om dit te mogen doen. En dan kan Facebook dus met een oprecht gezicht melden dat de mail opt-in is. Ehm, tsja.

In Nederland zie ik dat argument de giecheltoets niet doorstaan. Maar bij ons is er een andere escape, namelijk de tell a friend systemen waarvoor in 2008 een soort-van uitzondering is gemaakt door spamtoezichthouder OPTA en privacywaakhond Cbp.

Een tell-a-friendsysteem is een mailsysteem op een website waarbij je als bezoeker je eigen gegevens en die van een ontvanger (een vriend) kunt invullen, waarna de website daar een mail heen stuur. Het originele idee was dat je zo snel even een tipje of signalering kon versturen, maar zoals met zo ongeveer alle technologieën op internet wordt dat binnen de kortste keren tot op het bot uitgemolken om advertenties en andere meuk mee te versturen.

Een tell-a-friendsysteem is uitgezonderd van het spamverbod als aan vier eisen is voldaan:

  1. De communicatie gebeurt volledig op eigen initiatief van de internetgebruiker (of afzender), de website stelt hier geen (kans op) beloning tegenover voor afzender of ontvanger.
  2. Voor de ontvanger moet het duidelijk zijn wie de initiatiefnemer van de e-mail is, zodat hij diegene kan aanspreken als hij niet gediend is van dergelijke mails.
  3. De afzender moet volledige inzage hebben in het bericht dat namens hem wordt verzonden, zodat hij de verantwoordelijkheid kan nemen voor de persoonlijke inhoud van het bericht.
  4. De website in kwestie mag de e-mailadressen en andere persoonsgegevens niet gebruiken of bewaren voor andere doeleinden dan het eenmalig verzenden van een bericht namens de afzender. Daarnaast dient de website het systeem te beveiligen tegen misbruik, zoals het geautomatiseerd verzenden van spam.

Een uitnodiging om lid te worden van bijvoorbeeld Facebook kan voldoen aan deze eisen. In de praktijk gaat het meestal fout bij eisen 3 en 4. Zo krijg je vaak herinneringen, dus dan worden de gegevens bewaard voor meer dan een eenmalig verzenden. En ook krijg je lang niet altijd een preview van het bericht zoals dat verzonden gaat worden.

Wél fijn is dat sommige van die netwerken de optie bieden “stuur mij nooit meer uitnodigingen”. Die zwarte lijst is niet verplicht maar ik vind dat dat eigenlijk wel zou moeten.

Arnoud

Embedden van plaatjes bij Pinterest

pinterest-embed-knopje.jpgEen lezer vroeg me:

Pinterest laat derden plaatjes publiceren op hun site. Maar ze bieden de plaatjes ook via embedlink aan. Dat betekent dat ik ze dus op mijn site kan zetten, zonder dat ik ze zelf hoef te hosten. Welke positie heb ik als de maker van dat plaatje vervolgens bij mij komt klagen dat zijn auteursrecht is geschonden?

Enige tijd terug blogde ik al over Pinterest: zij zijn niet aansprakelijk voor de foto’s die hun gebruikers (pinners?) bij hen hosten. De pinners zelf zijn dat wel natuurlijk, want zij kopiëren en herpubliceren die foto’s op de site van Pinterest. Maar hier gaat het om een net iets ander stukje: met een speciaal knopje kun je plaatjes die op Pinterest staan, embedden in je eigen blog of site.

In al wat oudere rechtspraak werd nog wel eens aangenomen dat het embedden (inline linken) van een foto vanaf andermans site tot auteursrechtinbreuk leidde. De rechtbank Rotterdam vond het in 2004 bijvoorbeeld een inbreuk om foto’s te tonen op een forumpagina “door middel van een zogenoemde deep-link”. En in 2007 vond de rechtbank Haarlem het inbreuk omdat “[h]et werk immers als onderdeel van een ander werk weergegeven [is]”.

In 2010 werden we verrast door het Gerechtshof Den Bosch dat oordeelde dat “betrekkelijk eensgezind aangenomen [wordt] dat een embedded link wel een openbaarmaking inhoudt.” Maar waar die eensgezindheid uit blijkt, ik weet het nog steeds niet.

Mede vanwege deze uitspraken is Buma/Stemra enige tijd geleden gaan roepen dat embedden van Youtubemuziek je B/S-betalingsplichtig maakt. Ik weet niet of de situaties echt vergelijkbaar zijn: bij embedden van Youtube is immers duidelijk de Youtube-player zichtbaar. Daarmee is die player niet “onderdeel van een ander werk”.

Ik denk dat dit argument ook opgaat bij het embedden van Pinterest-collecties. Die worden in de layout en vormgeving van Pinterest opgenomen, en zijn zo duidelijk een stukje dat van Pinterest afkomstig is. Pas als je individuele plaatjes direct gaat embedden (met je eigen <img src=”http://pinterest.com/example.jpg”>) zou je in de situatie terechtkomen waar deze rechtspraak over ging.

Arnoud

Een cynisch stukje piratenbaaifrustratie

Nee, ik had geen zin erover te schrijven, die Pirate Bay vonnissen van vorige week. Juridisch was er weinig eer aan te behalen, en ik werd vooral heel erg cynisch van opschrijven waar we nu staan. Maar ik kreeg na mijn ps-je van vorige week zó veel mails en reacties dat ik toch maar een blogje ben gaan schrijven. En ja, deze is buitengewoon cynisch.

Goed. In kort geding bepaalde de rechtbank Den Haag dat ook UPC, KPN, T-Mobile en Tele2 de piratenbaai moeten blokkeren. De motivatie is uitgebreid maar komt neer op “dit hadden we in het vonnis tegen Ziggo allemaal al gezegd”. En dat is eigenlijk niet zo heel gek: in de Ziggo-zaak is uitgebreid van alles besproken, en waarom zou de rechter in kort geding dat nog eens dunnetjes over moeten doen?

Het enige echte nieuwe argument was dat onderzoek van de UvA dat concludeerde dat het percentage filesharende abonnees van Ziggo en XS4ALL sinds de Pirate Bay-blokkade niet is gedaald. Dat schuift men snel terzijde: het aantal bezoekers uit Nederland naar de Pirate bay is wél gedaald na het vonnis, dus het vonnis had wel degelijk effect. Nee, ik weet ook niet waar die cijfers vandaan komen maar heel gek lijkt het me niet. Het duurde vast eventjes voordat mensen de proxies hadden gevonden. En er zijn ongetwijfeld massa’s geweest die dachten “oh, mag niet, nou ja dan niet” en een Usenet-abonnement namen.

Dat het ex parte verbod tegen de Piratenpartij vrijwel compleet in stand blijft, verbaasde me wel. Ok, een héél klein beetje maar. De piratenjongens stonden namelijk wel héél hard hun best te doen een boze reactie uit te lokken en dan onschuldig te reageren dat ze toch alleen maar een proxy naar het internet aanbieden. En rechters hebben misschien niet veel verstand van internet, maar ze hebben wél vierhonderd jaar ervaring met bijdehante figuren.

Wat me vervolgens búitengewoon stoorde, is dat zo ongeveer iedereen weer ging roepen dat die rechters geen verstand hadden van internet, dat dit tegen netneutraliteit was en dat torrentsites geen auteursrechten schenden dus belachelijk dat rechters dit toewijzen. Ehm. Nee.

En mensen die roepen dat hier sprake is van corruptie, zijn écht knettergek. Ja jij, Rick Falkvinge, mafkees die je bent. Ik moet me inhouden om niet “ga eens deaud” te zeggen. En niet alleen omdat er geen schijn van bewijs is (nee, een cursus uit 2010 is geen bewijs van corruptie), maar ook omdat je jezelf daarmee volstrekt diskwalificeert bij de partijen bij wie je wél moet zijn – de politiek. En niet alleen jezelf: iederéén die probeert iets te zeggen ter verdediging van TPB of die tegen filteren is.

Het is ondertussen wel duidelijk waar het probleem zit, namelijk in de wet. Eind jaren negentig is er internetwetgeving in elkaar gedraaid die soort-van bescherming introduceerde voor tussenpersonen. Wie alleen maar gegevens doorgaf, was niet aansprakelijk. Goed, soms met notice/takedown wel verplicht dingen weg te halen maar dat was het wel zo’n beetje. De aanname daarachter was dat auteursrechtschending soms per ongeluk kon gebeuren, en dan was notice/takedown wel de nette manier.

Dit werd door de internetondernemers opgevat als “hee, dus als ik iedereen alles zelf laat uploaden en niet screen dan ben ik niet aansprakelijk”. Het resultaat is bekend: bergen sites vol met (links naar) illegale meuk, en iedereen deed braaf of zijn neus bloedde want ze waren toch niet aansprakelijk? Dat zette kwaad bloed bij rechthebbenden.

Wat natuurlijk ook bepaald niet meehielp, was het feit dat de partijen díe eens netjes om een licentie gingen vragen, werden weggelachen bij de contentindustrie. Dat internet werd misschien over twintig jaar eens wat, maar we gaan eerst DVD en daarna Blu-Ray als distributiemedium inzetten en daarna bellen we wel. En als je liet zien dat je systeem gewoon populair was, dan was je een piraat en dan moest je kapot.

Internet besloot daarom dat de contentindustrie dom was, en zoals dat gaat bij techneuten worden domme mensen gewoon gepasseerd. Vervolgens ontstond een jarenlange wedloop tussen contentindustrielobbyisten die met rechtszaken probeerden die diensten uit de lucht te krijgen, en internetslimmeriken die in die vonnissen net zo snel weer gaten schoten. Oh, dus je mag geen centrale server hebben waar je content op zet. Ok, dan doe ik het decentraal met alleen een coördinatieserver. Mag dat ook niet? Dan decentraliseer ik ook de coördinatie en dan zet iemand anders wel een site op met de toegangscodes. Enzovoorts.

En in al die tijd heeft de politiek nooit gezegd “hee dit is wel een beetje gek, al dat geprocedeer, laten wij eens een nieuwe wet maken want dat gaat niet goed met dat auteursrecht versus internet”. Of nou ja, er zijn natuurlijk wel nieuwe wetten gemaakt op dit punt maar eigenlijk altijd alleen ter versterking van de handhaving van auteursrechten. Inclusief dus die Handhavingsrichtlijn waar we het wetsartikel aan te danken hebben dat bepaalt dat tussenpersonen (zoals providers) verplicht kunnen worden inbreuken door hun klanten te beëindigen.

Je vraagt je af waarom niemand toen bedacht heeft dat dat kon betekenen dat internetproviders sites als The Pirate bay moeten blokkeren. Want toen dat gebeurde, schoot Den Haag meteen in de verontwaardigde Twitter maar het was toch écht het gevolg van die wet die jullie zelf hebben aangenomen.

Toegegeven, de rechtbank nam wel een heel creatieve omweg: blokkeren van de Pirate Bay is minder erg voor de gebruiker dan aangeklaagd worden voor illegaal uploaden. Maar dat was weer om dat Brein zo slim was om niet te eisen dat zij de NAW-gegevens van al die auteursrechtschendende gebruikers zou krijgen. Brein is niet gek: het massaal aanklagen van eindgebruikers zou de politiek wél wakker maken, en misschien zelfs wel wetjes ter bescherming van de kiezergebruiker gaan aannemen. Maar zolang er een PirateBay is die haar uiterste best doet over te komen als hét centrale punt voor al uw auteursrechtschendingen, en daarbij geen gelegenheid laat liggen om te laten zien hoe stout ze zijn, is dat een veel makkelijker object om op te schieten natuurlijk.

Omdat de politiek de bal dus zó hard heeft laten liggen, heeft de contentindustrie kans gezien om bij de rechter de vonnissen te krijgen die zij nodig had om alles aan te pakken dat haar niet beviel. Dat daarbij rechtsregels zijn verzonnen die compleet niet in de auteurswet stonden, is een beetje gek maar past in het wettelijk systeem. Corruptie heb je niet nodig om dat te verklaren: rechters zijn van nature conservatief en geneigd om inbreuken op rechten niet goed te vinden, tenzij je met een goed verhaal komt.

Dat goede verhaal is er eigenlijk nooit geweest (afgezien van in Scientology/XS4All en hier en daar een parodie- of citaatzaak) bij het gebruik van die content op internet. Iedereen roept wel informatievrijheid, privacy en grondrechten, maar dat is een holle frase die in zo veel evident-niet-de-bedoeling situaties gebruikt dat je nu uitgelachen wordt als je je erop beroept.

Te vaak zie ik daarbij dat mensen graag wíllen dat iets legaal is en dus de wet gaan oprekken en zoeken naar argumenten waarom het legaal ís. Maar er is nogal een verschil tussen iets dat zou moeten (het kunnen krijgen van licenties, tegen vergoeding) en iets dat is (een absoluut verbodsrecht dat de industrie het recht geeft internet kapodt te maken). Die twee door elkaar halen is iets waar rechters niets mee kunnen, en conservatieve pro-auteursrechtrechters als Hensen al helemaal niet.

Maar goed, het gaat allang niet meer over de inhoud. Bij elke nieuwe actie van Brein wordt alleen nog geschuimbekt over puberproxies en doe-toch-normaal-je-moet-filteren-en-wat-zeik-je-nou. En omgekeerd is de reactie van internet minstens zo voorspelbaar en op de man: Fuck Tim Kuik (punt org), de rechter zal wel corrupt zijn, TPB schendt geen auteursrechten en we hebben netneutraliteit. Of nog lekker ouderwets, de auteurswet geldt niet op internet.

Als je het dus (zoals ik) over de inhoud wil hebben, dan wordt je binnen drie minuten geconfronteerd met dat soort gekkies, en dan ben je eigenlijk wel uitgepraat. Want er is gewoon geen rechtvaardiging voor TPB. Ze hebben hun uiterste best gedaan om ieder redelijk argument waarom linken/torrenten legaal zou zijn onder het recht, omver te schoppen. <aluhoedje>Misschien waren zij wel een deep undercover actie van de contentindustrie, om zo filters en blokkades erdoor te krijgen.</aluhoedje>. En ja dat mag ik zeggen want ik ben er óók van beschuldigd een deep undercover te zijn toen ik de FTD zaak niet glorieus won. Echt. Argh.

Buitengewoon storend vind ik bij die inhoudelijke discussie dat auteursrecht geframed wordt als een stukje eigendom, waar je net als je tuin zelf over beslist en hoezo mogen andere mensen daarin kamperen. Dat is niet waarom we auteursrechten hebben en dat weten ze heus wel, maar vanuit dat frame is het veel makkelijker betogen dat inbreuk gestaakt moet worden.

We hébben auteursrecht om te stimuleren dat werk voor de maatschappij beschikbaar komt, en als het auteursrecht tot precies het tegenovergestelde leidt, dan is er dus iets mis. Het is simpelweg niet de bedoeling dat de industrie bovenop haar content gaat zitten en weigert te accepteren dat mensen die via internet willen afnemen. Helemaal niet als je bedenkt dat de enige reden dat dat gebeurt, is omdat men eerst de andere kanalen maximaal wil uitmelken.

Het is dus volstrekt begrijpelijk dat mensen er boos om worden als elk illegaal kanaal met veel misbaar wordt aangepakt, zij daarbij als crimineel worden weggezet en er ondertussen maar niets aan legaal aanbod komt. Of als dat komt, het vol zit met DRM en bij lange na niet het gebruiksgemak biedt van de illegale concurrent.

En nee Tim, dat is niet omdat ze alles maar gratis willen. Uit elk onderzoek blijkt elke keer weer dat mensen wíllen betalen. Maar dat kán gewoon niet. “Nee, koop maar de DVD-box of neem betaaltelevisie. Da’s toch ook via IP tegenwoordig? Nou dan.” En het mantra nu is “eerst de illegale meuk offline, daarna zullen duizend legale filmdiensten bloeien”. Het zou me verbazen eerlijk gezegd. Al sinds de pianola is er geen enkele innovatie in contentdistributie geweest die uit vrije wil enthousiast omarmd is door de industrie. Ja, DRM.

Maar juridisch is er weinig tegenin te brengen. Het is immers een probleem met de wet, en daarom moet je bij de wetgever zijn die Brein z’n gang laat gaan en de afgelopen tien jaar nooit bedacht heeft dat ook internet wel eens bescherming of stimulans nodig heeft. En nog steeds denkt dat als je de industrie z’n gang laat gaan, die vanzelf een mooi internetplatform lanceert met laagdrempelige en brede toegang tot content. Laat me niet lachen.

En vergis je niet: dit soort uitspraken maakt internet gewoon stuk. Nu is het één site die apart onrechtmatig gevonnist is, de volgende keer is het een site die “gewoon evident onrechtmatig bezig is”, en binnen de kortste keren is dat vertaald naar “providers moeten alles blokkeren dat riekt naar rechtenschending”. En dan gaan ook andere partijen aanspraak maken op die filtermogelijkheid, want hoezo films wel en privacyschendingen of smaad niet?

Internet wordt dus langzaam maar zeker gesloopt, en binnen het huidig recht is dat legaal. Daar kun je over razen en tieren wat je wilt, maar het is zo. Die wet moet anders. Ik zie dat alleen niet gebeuren, want het serieuze verhaal over internetdistributie en nieuwe businessmodellen is compleet ondergesneeuwd door knettergekke piraten en schuimbekkende antipiraten. We zullen nu dus eerst door een periode van heftig filteren heen moeten, en ik voorzie wel dat daar echt dingen stuk gaan die compleet legaal en nuttig zijn.

En daarom ben ik dus zo ontzettend cynisch sinds dit vonnis.

Desondanks ben ik benieuwd naar jullie reacties!

Arnoud

Auteursrecht op programmeertalen kan niet (of je moet wel heel creatief zijn)

little-sas-boek.jpgOp programmeertalen (en dataformaten) rust geen auteursrecht. Ietwat kort door de bocht, maar dat is wel zo ongeveer wat het Hof van Justitie bepaalde in haar arrest van gisteren. Kort door de bocht, want het kán wel, maar het is zeker geen automatisme.

In deze zaak ging het om een interpreter voor de SAS taal. Deze taal is ooit door SAS ontwikkeld als onderdeel van hun analysesoftware, en het bedrijf WPL besloot een eigen interpreter (emulator) te maken die programma’s in die taal kon verwerken zonder dat je SAS nodig had. Dat vond SAS niet leuk, en dus werden de advocaten losgelaten: een beetje iemands taal interpreteren, dat is auteursrechtschending, wat zullen we nou krijgen. (Ok, én de handleidingen overtypen, dat ook, maar daar ging het bij het Hof niet om.)

Het Hof grijpt de gelegenheid aan om er eens goed voor te gaan zitten: wat betekent dat nu eigenlijk, auteursrecht op software. Want software is altijd een probleemkindje geweest in het auteursrecht. Vanaf het begin waren de meningen verdeeld of software -toch een nogal utilitair product- wel onder het auteursrecht -toch voor creatieve kunstzinnige uitingen- gerekend moest worden. Het octrooirecht lag meer voor de hand, alleen dan zou 95% van de software niet beschermbaar zijn en dat was dan ook weer niet de bedoeling. Uiteindelijk is het opgelost door gewoon te zeggen “software is een creatief werk, punt”.

Maar ja, in het recht is “punt” nóóit het einde van een discussie. We gaan gewoon vrolijk verder over wat die punt dan betekent, hoe je ‘m kunt oprekken, of het eigenlijk geen puntkomma had moeten zijn en welk punt ermee gemaakt wordt.

Auteursrecht op software geldt niet voor de user interface, weet u nog? Het Hof kwam in 2010 tot die conclusie met het argument dat software een werk is dat de computer iets laat dóen, en de interface als zodanig dóet niets. De interface is alleen beschermd als ‘ie kunstzinnig is (overigens heb ik een *****-hekel aan kunstzinnige interfaces want de knoppen zitten nooit waar ik wil en keyboard shortcuts heb je al helemaal niet), en niet enkel omdat ‘ie aan een computerprogramma hangt.

Die lijn trekt het Hof nu door: het moet echt gaan om de broncode en/of objectcode als zodanig (argh), en van inbreuk kan dus pas sprake zijn als een van die twee ergens terug te vinden is in het werk van de ander. Letterlijk of niet-letterlijk, maar het moet er wel zijn.

De functionaliteit, de programmeertaal en de bijbehorende bestandsformaten zijn geen deel van de code, maar zijn meer achterliggende ideeën of uitgangspunten waarmee je die code maakt. En dus vallen ze buiten het werk als zodanig.

En ja, dat is ook de bedoeling, aldus het Hof:

to accept that the functionality of a computer program can be protected by copyright would amount to making it possible to monopolise ideas, to the detriment of technological progress and industrial development.

Wat daarmee niet kan, is mensen verbieden om dit formaat of de taal te achterhalen middels reverse engineeren. Dit kan niet op grond van het auteursrecht, en ook niet op grond van een licentiecontract. Want dat is namelijk de truc: je geeft een licentie op de software zelf (de broncode of objectcode dus) en daarin bepaal je dat je oh ja de programmeertaal niet mag reverse engineeren.

Eventueel is het mogelijk dat een creatief uitgewerkt dataformaat als zodanig wél beschermd is, maar dan moet er dus in dat formaat zélf iets creatiefs aan te wijzen zijn. Net als die kunstzinnige interface. Dat kan, maar is niet eenvoudig. Ik herinner me van lang geleden een anti-spam truc waarbij je een licentie op een haiku moest nemen om je mail geaccepteerd te krijgen (met als algemene voorwaarde “ik verstuur geen spam”). Dat is dus op zich een auteursrechtelijk houdbare constructie, maar wel redelijk gezocht. Ik durf dus wel te zeggen “auteursrecht op programmeertalen en -concepten kan niet”, maar ik ben heel benieuwd welke argumenten softwareauteursrechthebbenden gaan verzinnen om hier toch tegenin te gaan.

Arnoud

Wat mag er van het internationaal auteursrecht?

Een lezer vroeg me:

Ik vroeg mij af hoe het zit met het auteursrecht in andere landen (VS, Engeland, Spanje, Duitsland)? Is het zo dat het Nederlandse recht anders omgaat met auteursrechten of gelden dezelfde regels met betrekking tot citeren van foto’s, het citeren van nieuwsartikelen? En gelden dan dezelfde regels, 2 regels overnemen + een link naar de bron?

Auteursrecht is in grote lijnen hetzelfde, omdat internationale verdragen zoals de Berner Conventie deze voorschrijven. Daarbinnen is er wel ruimte voor afwijkingen. Zo hebben ze in Italië geen auteursrechten voor toegepaste kunst, en in Nederland en Duitsland wel.

Fair use is het belangrijkste verschil. In de VS mag je op grond van “fair use” alles doen dat je met een goed verhaal kunt verdedigen als maatschappelijk nuttig, terwijl je in Europa echt een concrete uitzondering (parodie, citeren) moet kunnen aanwijzen in de wet. Dat sluit aan bij de juridische systemen: de VS is gebaseerd op rechtersrecht (common law), waarbij binnen ruime grenzen de rechter de praktische invulling en vooruitgang van het recht bepaalt, terwijl in Europa we veel liever alles direct uit het wetboek halen en de rechter alleen in enkele twijfelgevallen de doorslag zou moeten geven.

Ik ben er trouwens nog steeds niet uit of fair use nu een goed idee is of niet, maar dat terzijde.

Citaatrecht (waar de vraagsteller naar vroeg) ligt Europees vast, maar is wel een recht dat sterk aan interpretatie onderhevig is. De Europese regels gaan niet verder dan dat het mag mits het “naar billijkheid geschiedt en door het bijzondere doel wordt gerechtvaardigd”, en natuurlijk mits je de bron én de naam van de auteur noemt. Maar wat is ‘naar billijkheid’? En hoe meet je of er sprake is van een rechtvaardiging?

Daar komt bij dat er in de internetcontext lang niet overal geprocedeerd is over deze vraag. Bij ons is het een uitgemaakte zaak, want we weten uit de huizenzoekmachinejurisprudentie dat een kort stukje met klein fotootje en hyperlink in principe een citaat is. Maar in België mocht het overnemen van een kort stukje uit een nieuwsbericht door Google News niet, omdat dat niet gebillijkt was door het doel.

Wat mij betreft wordt het dan ook de hoogste tijd voor één Europees auteursrecht, zodat we maar één keer ons zorgen hoeven te maken over de vraag of iets mag. En niet 27 keer in elke lidstaat apart.

Arnoud

ISP’s moeten data copyrightschenders vrijgeven van Europees Hof

aw-hell-naw.jpgInternetserviceproviders kunnen worden gedwongen gegevens van hun klanten over te dragen aan antipiraterijorganisaties en copyrighthouders, las ik bij Webwereld. In het arrest (C-461/10) bepaalt de hoogste Europese rechter dat gegevens die een ISP moet bewaren op grond van de Wet bewaarplicht, afgegeven kunnen worden aan private partijen die auteursrechtclaims vermoeden.

De Zweedse wet bepaalde (op grond van de Auteursrechthandhavingsrichtlijn) dat een provider gedwongen kan worden tot afgifte van NAW-gegevens van gebruikers, als een eisende auteursrechthebbende “duidelijke bewijzen kan overleggen dat inbreuk is gemaakt”. De vraag was echter of dat zo wel mocht, omdat die NAW-gegevens eigenlijk alleen bewaard werden op grond van de Wet bewaarplicht. En die zegt dat dergelijke gegevens alléén mogen worden afgegeven in het kader van ernstige misdrijven en wel alleen aan de bevoegde autoriteiten. Auteursrechtwaakhonden die inbreuk ruiken, vallen daar niet onder.

In de richtlijn over de Wet Bewaarplicht staat:

De lidstaten nemen bepalingen aan om te waarborgen dat de overeenkomstig deze richtlijn bewaarde gegevens alleen in welbepaalde gevallen, en in overeenstemming met de nationale wetgeving, aan de bevoegde nationale autoriteiten worden verstrekt.

Je zou dus zeggen dat afgifte aan niet-autoriteiten daarmee eenvoudigweg niet mag. Maar nee. Het Hof neemt haar oude Promusicae-zaak erbij, waarin werd bepaalt dat er geen Europese regels zijn die verbieden dat private partijen NAW-gegevens mogen opeisen. Je moet het als land zorgvuldig regelen, maar het mag wel. Bij ons is het Lycos/Pessers-arrest de zorgvuldige regeling, we hebben geen aparte wet hierover maar een HR-arrest is formeel goed genoeg.

Het Hof trekt dit nu door en concludeert dat óók de Wet bewaarplicht niet zo’n verbod bevat. De redenering is erg formeel: de Wet bewaarplicht gaat over strafrecht, en dit is civiel recht. Dus hoeven we niet te kijken naar wat die Wet bewaarplicht toestaat of verbiedt; elk land mag zelf weten hoe zij civielrechtelijk willen regelen wanneer een partij NAW-gegevens op kan eisen.

Zoals Bits of Freedom al schrijft, indirect is het natuurlijk wel een ontzettend oprekken van de bewaarplicht. Want al die gegevens zijn er gewoon een half jaar tot een jaar lang, en kunnen daarmee langs de civielrechtelijke weg worden opgeëist. En dat is toch hoogst opmerkelijk, als die wet eerder verkocht is met het argument dat de gegevens echt echt echt alleen voor ernstige misdrijven zullen worden gebruikt.

Arnoud

Ex parte verboden moeten echt gewoon kapodt

piratenpartij.jpgDe Piratenpartij eist onmiddellijke opschorting van de opgelegde Pirate Bay-blokkade, las ik bij Webwereld. Haar reverse proxy voor de verboden magnetindexsite werd via een ex parte verbod auteursrechtinbreukmakend verklaard, wat nogal bizar is aangezien TPB zélf geen auteursrechten schendt. Ondertussen opent GeenStijl alvast een eigen stijlloze proxy.

In januari moesten Ziggo en XS4All de Pirate Bay blokkeren. De rechter vond dat de meest gepaste manier om een einde te maken aan het illegaal uploaden door abonnees van die providers. De rest van internet vond dat niet, en de mirrors en proxies doken dan ook overal op bij wijze van burgerlijke ongehoorzaamheid.

Al snel wist Brein de Haagse rechter te overtuigen dat dit écht auteursrechteninbreuk was, waarmee ze een ex parte verbod kon krijgen en zodoende zonder vervelende tegenargumenten die sites kon sluiten. Buitengewoon stuitend allemaal, en Joris van Manen is een heel naar advocaatje met zijn “puberproxies”. De arrogantie straalt er vanaf: een beetje ons zelfgebouwde juridisch raamwerk gaan zitten doorkruisen met een internetprotest, wat zullen we nou krijgen kinders.

De Piratenpartij had ook een proxy, en hoewel ik had gedacht dat de rechter bij een politieke partij wel iets meer rekening zou houden met de politieke vrijheid van meningsuiting, was ook daar het ex parte verbod snel verkregen. Wel met een soort van weerwoord (een “grijsmaking”) maar de praktijk leert dat wie een ex parte vraagt, een ex parte krijgt. Goed dus van de boekanierspartij dat ze in het geweer komt in een échte procedure.

Wat ik dan wél weer buitengewoon ergerlijk vind in deze procedure is dat iedereen nu begint te roepen dat generieke proxies ineens verboden zouden zijn omdat je er TPB mee zou kúnnen bezoeken. Ik zag alweer tientallen mails en tweets van mensen die wijzen op Google Translate als proxy en wanneer Brein zou “durven” Google aan te pakken. Ik snap de frustratie maar dat slaat dus nergens op.

Ja, Brein eist dwangsommen vanwege het feit dat de Piratenpartij nog steeds de toegang tot TPB faciliteert, in strijd met het ex parte verbod. Maar dat is niet omdat ze “zomaar” een proxy aanbiedt. De PP bood een specifieke proxy aan die maar één ding kon – TPB toegankelijk maken. En toen dat niet mocht, zetten ze er gauw een generieke proxy op met een onschuldige glimlach “Tsja je kúnt natuurlijk naar een verboden site maar wij moedigen dat verder niet aan of zo hoor”. Ehm, giecheltoets? Kom nou jongens, zo maak je het alleen maar makkelijk voor Brein om met oneigenlijke argumenten het geschil te winnen.

Burgerlijke ongehoorzaamheid juich ik toe bij domme vonnissen, zeker in dit geval waarbij ex parte iets werd toegewezen waarvan iedereen (behalve advocaatje Van Manen, maar die wordt betaald wat anders te vinden) weet dat het op tegenspraak nooit zou worden toegewezen. En dat hele ex parte ding moet gewoon kapodt – of in ieder geval teruggebracht tot zijn juridische proporties: als laatste redmiddel bij dreigende inbreuk. Niet als makkelijke oplossing bij onrechtmatig handelen, en al helemaal niet forumshoppend naar een rechter die altijd zo’n verzoek zal toewijzen.

diep ademhaalt

Ok. Dit is niet goed voor mijn bloeddruk. Ik hoop écht dat de PP het gaat winnen. Zeker omdat Brein dan in hoger beroep gaat en we dan een stevig stukje jurisprudentie kunnen krijgen over wat er wel en niet mag met het ex parte misbaksel.

Arnoud

BREIN pakt Pirate Bay-proxy’s met ex-parteverbod

Stichting Brein is een grote schoonmaakactie begonnen onder de proxy’s in Nederland die het mogelijk maken voor internetters om The Pirate Bay alsnog te kunnen gebruiken, meldde Webwereld gisteren. Ze stuurt sommatiebrieven waarin wordt geëist dat die uit de lucht gehaald worden, omdat deze het vonnis tegen Ziggo en XS4All zouden omzeilen. Proxysite DeHomies werd zelfs via een ex parte beschikking (zonder wederhoor) door de rechter verplicht dit te doen.

Is het verboden om proxies te runnen, zo vroegen vele vele mensen me in de mail? Nee, natuurlijk niet. Een proxy is een doorgeefluik, een door de wet beschermde dienstverlener die niet aansprakelijk is voor wat ze doorgeven.

Alleen: omdat het hier niet om algemene proxies gaat, gaat het argument “wij zijn slechts een doorgeefluik” niet op. De proxies waar het hier om gaat, leggen alleen verbindingen met TPB en wie zo’n specifieke proxy bouwt, moet weten dat er verbinding met TPB gelegd gaat worden. En omdat TPB volgens de rechter onrechtmatig is in Nederland, kun je zeggen dat ook het leveren van toegang tot TPB onrechtmatig is. Zeker nu dat vonnis er ligt dat Ziggo en XS4All verplicht zo’n filter te introduceren. Als zij dat moeten als generiek doorgeefluik, dan een specifiek TPB-aangeefluik toch zeker ook?

Het argument van het vonnis frustreren vind ik onzin; die proxyjongens zijn geen partij bij dat vonnis en niemand is verplicht andermans vonnis na te leven. Misschien hoopt Brein dat die jongens te veel Amerikaanse series hebben gekeken en geloven in dingen als “minachting van het hof”, waar ze bij ons eigenlijk nooit aan doen, en al helemaal niet bij niet-partijen.

Tegelijkertijd snap ik niet hoe je kunt zeggen “ik lever toegang tot een onrechtmatig verklaarde site en dat is gewoon legaal”. Kan iemand me het argument aanreiken dat deze figuren gebruiken?

Als protestmiddel tegen het blokkeervonnis snap ik het, en er hangt hoger beroep dus je kunt je afvragen of die blokkade überhaupt wel in de lucht had gemoeten. Maar dat zijn geen argumenten waarom een TPB-proxy legaal zijn; dat zijn redenen om burgerlijk ongehoorzaam te gaan zijn. Wat prima is, daar niet van. Maar wie dat doet, moet niet gek opkijken als er dan juridische stappen volgen.

Verder ben ik heel benieuwd wanneer de Piratenpartij die brief gaat krijgen. Als politieke partij met proxy hebben zij een sterker argument: de rechter zal niet snel een politieke meningsuiting willen verbieden. Of het partijprogramma daarvoor als standpunt genoeg is, is een goeie vraag. Wel helpt het als ze dan ook daadwerkelijk ergens een politiek relevante mening neer zouden zetten die deze proxy rechtvaardigt. Sorry jongens maar een 404 op je standpuntenpagina?

Arnoud

Prijsopvraagbotjes zijn geen inbreuk op databankrechten of geschriftenbescherming

wegolo.jpgRyanair kan niet verbieden dat handige jongens met botjes geautomatiseerd prijsopgaven komen opvragen. Dat bepaalde het Hof Amsterdam vorige week. Ryanair ligt al langer in de clinch met handige jongens met botjes. Het bedrijf Wegolo had een botje lopen dat bij een prijsverzoek op haar site gauw op de achtergrond bij Ryanair opvroeg wat dat zou kosten. Ryanair maakte daar bezwaar tegen, omdat zij wilde dat mensen bij haar eigen site boeken (zodat ze zelf kunnen upsellen met hotels en autoverhuur natuurlijk). Ryanair beriep zich op databankenrecht en geschriftenbescherming, maar het Hof wijst dat af.

In eerste instantie had de rechtbank beslist dat Wegolo de geschriftenbescherming van Ryanair schond door het herhaaldelijk opvragen van gegevens uit het “geschrift” (lees: de databank) van Ryanair met haar prijsinformatie. Dat is opmerkelijk, omdat met de Databankenwet de geschriftenbescherming eigenlijk gewoon dood had gemoeten. Maar de rechtbank vond een leuke kronkel: een databank die niet beschermd is onder de Databankenwet, mag beschermd blijven onder de geschriftenbescherming.

Het Hof beslist anders, en terecht, zeker nu het Europese Hof onlangs nog eens heeft bepaald dat auteursrecht alléén mag gelden wanneer een werk een “eigen intellectuele schepping van de maker” is.

Ryanair kan geen databankenrecht claimen op haar vertrektijden- en prijzenlijsten. Natuurlijk niet, zou je zeggen, maar ik herhaal het toch maar even om blaffende databankrechtadvocaten tegen de schenen te schoppen. Een databankrecht geldt alleen als er een substantiële investering is gedaan in de opbouw of het opschonen van de databank zelf. Investeringen gedaan voor het maken van de gegevens tellen niet mee. Ryanairs gegevens zijn vluchttijden en prijzen, en alle kosten die daarmee gemoeid gaan, vallen buiten het databankenrecht.

Ook het feit dat Ryanair een verkoopdienst aanbiedt bij haar databank, telt mee. De website is in feite een webwinkel voor vliegreizen, en de kosten van die website zijn dan kosten voor het runnen van de webwinkel. Dat zijn óók geen databankrechtelijk relevante kosten.

De informatie van Ryanair zijn “gewoon” geschriften, beter gezegd verzamelingen van gegevens. Op grond van artikel 24a Auteurswet mag de rechtmatige gebruiker deze verveelvoudigen als dat noodzakelijk is om toegang te verkrijgen tot en normaal gebruik te maken van de verzameling. Dit kan niet in een licentie worden verboden of ingeperkt. Een bezoeker van de Ryanairsite mag dus opvragen wat een vliegreis kost.

Oók Wegolo mag dit doen, omdat de manier die zij toepast precies is “zoals de klant dat zelf ook zou doen”. Wegolo kopieert geen gegevensverzameling, maar doet een onderwaterquery op Ryanair’s site en schraapt de resultaten naar haar eigen layout. Daar is niets mis mee. Wellicht dat dat anders zou zijn, zo overweegt het Hof, als Wegolo’s scrapen zou leiden tot overlast. Grootschalig e-mailadressen scrapen voor spamverzending is een voorbeeld van zulke overlast, net als het overbelasten van de servers van Ryanair.

Verder doet Wegolo ook niets anders dat onrechtmatig is. Ze mag de prijzen van Ryanairs vluchten tonen en mensen overhalen een vlucht daar te boeken (daar heeft Ryanair zelfs profijt van) en het is niet illegaal om daarbij dan zelf de upsells van huurauto’s en dergelijke te doen. Dat Ryanair dan provisie daarop misloopt, is gewoon vrije concurrentie.

Het Hof gaat niet zo ver om de geschriftenbescherming als geheel illegaal te verklaren, wat ik wel een gemiste kans vind maar het was in dit geval niet nodig. Had Wegolo nou de hele prijslijst van Ryanair gekopieerd, dan was dit nog een leuke geweest. Maar voorlopig blijft dit punt dus nog even in juridisch limbo hangen. Wel zijn er leuke juridische opinies te over.

Arnoud

Mondelinge toestemming voor het overnemen van krantenartikelen

cozzmoss-bvpf.jpgStel je publiceert artikelen uit diverse online kranten op je eigen site. Wat gebeurt er dan? Inderdaad, dan krijg je een factuur van Cozzmoss, pardon Auxen, omdat je de auteursrechten van die kranten schendt. Overnemen van nieuwsberichten mag immers niet, behalve wellicht een korte alinea als citaat, en Auxen heeft als businessmodel het incasseren van vergoedingen van nieuwsberichtovernemers. Maar als je toestemming hebt van de kranten zelf, dan mag het natuurlijk wel. Alleen: hoe bewijs je dat?

Belangenvereniging BVFP heeft een website waar zij haar leden en andere geïnteresseerden van informatie voorziet over funderingsproblematiek. Zij nam daarbij artikelen over uit de Volkskrant, Trouw, NRC en Cobouw, en had dat mondeling afgestemd met de redacties dat dit mocht gezien het specifieke karakter van hun organisatie. Daar had Cozzmoss weinig boodschap aan, en ze stapte naar de rechter met als eis 17.243,85 euro aan schadevergoeding (kuch scrabbleclaim kuch) plus zesduizend euro aan advocaatkosten.

Vrijwel alle verweren van BVFP (persexceptie, citeren, nonprofit zijn) werden afgewezen, maar het verweer van mondelinge toestemming werd toegewezen. Alleen moest er dan nog wel bewijs komen dát er toestemming was gegeven door de uitgevers. En dus bepaalde de rechter bij tussenvonnis dat BVFP hier naar op jacht mocht, maar meldde er meteen bij dat ze zonder dat bewijs zou verliezen en dus flink zou moeten betalen.

Voor 24.000 euro wil je best even rondbellen, en dat deed BVFP dus meteen. Er kwamen dan ook twee getuigen opdraven, die zich nog wisten te herinneren dat het bestuur van de vereniging destijds aan het bellen was met die redacties. Dat is bewijs, maar niet heel sterk omdat het ging om “partijgetuigen”, oftewel mensen die partijdig geacht worden te zijn. Hun verklaringen tellen alleen als aanvulling op ander bewijs. In dit geval was het aanvullend bewijs er: diverse extra getuigenverklaringen plus een stapel e-mails, en een uitleg over hoe men had geprobeerd weer in contact te komen met de redacties van de kranten (maar tevergeefs).

Cozzmoss kon daar niet meer tegenover stellen dan schriftelijke verklaringen uit 2011 van Trouw, NRC, Volkskrant en Cobouw:

In die (korte en in identieke bewoordingen opgestelde) verklaringen staat dat de betreffende krant ‘nimmer (mondeling) toestemming heeft verleend” aan BVFP voor het plaatsen van artikelen op haar website. Deze verklaringen zijn echter onvoldoende om het door BVFP geleverde bewijs te ontkrachten, gezien het navolgende.

Niet alleen is het natuurlijk opmerkelijk dat verschillende kranten in identieke bewoordingen een getuigenverklaring afleggen, maar BVFP had ontdekt dat deze “getuigen” helemaal niet de redacteuren waren die in 2002 de toestemming gegeven of geweigerd zouden kunnen hebben. Ook bleek nergens uit of deze verklarende personen hadden gecheckt met die redacteuren wat toen de situatie was.

Dus tsja. Daar zit je dan als rechtbank. Kranten die roepen dat zij geen toestemming geven, een vereniging die met stapels (maar gedeeltelijk partijdig) bewijs het tegendeel stelt, en de personen die het écht zouden kunnen weten (de redacteuren uit 2002) zijn nergens te vinden. Wat moet je dan?

Uiteindelijk vindt de rechtbank de uitleg van BVFP toch net iets geloofwaardiger, zodat ze bewezen acht dat er wel degelijk toestemming was verleend in 2002. Want “toestemming in 2002 [werd] wellicht gemakkelijker verleend dan heden ten dage.”

Omdat de toestemming is verleend, valt er niets meer te claimen voor Cozzmoss. Sterker nog, er valt nu wat te claimen voor BVFP want die mag nu haar advocaat laten betalen door Cozzmoss. En wel “18.238,98 om precies te zijn. (Die 98 cent fascineert me, maar dat terzijde.)

Het toont maar weer eens aan hoe belangrijk het is om gegeven toestemmingen vast te leggen. Want wie zich op toestemming beroept, moet bewijzen dat ie deze heeft. En eenvoudig is het niet; de rechter had in deze zaak net zo goed het omgekeerde kunnen beslissen.

Arnoud