Hoe toegankelijk moet je videospel zijn?

| AE 12637 | Ondernemingsvrijheid | 19 reacties

Via Reddit:

I can’t use one hand and some fingers on the other after an industrial accident. I do things on the computer using mouse and 3 foot pedals. I play this game called Path of Exile, and in the game you need to refresh 4 potion buffs every 3-8 seconds. I physically can’t press 4 keys every few seconds so I use a macro that automatically does it for me. I got banned for it recently.

Een en ander blijkt nep te zijn, maar de vraag bleek desondanks interessant genoeg om duizenden discussies in allerlei subreddits op te werpen. De kern is: hoe ver moet je als game-ontwikkelaar mensen tegemoet komen die vanwege een lichamelijke beperking het spel niet kunnen spelen op de manier die jij had bedacht?

In de VS gaat het dan om de Americans With Disabilities Act uit 1990, die kort gezegd bepaalt dat je mensen niet vanwege een fysieke beperking de toegang tot een “locatie opengesteld voor publiek” mag ontzeggen. Heb je een verhoogde ingang, dan moet daar dus een oprit voor rolstoelen bij, bijvoorbeeld. En moet je dingen lezen om wat te kunnen doen, dan moet er dus braille bij (zoals bij geldautomaten op het nummerpad). Maar is een website een locatie? In 2016 bepaalde het Hof van Beroep van niet – de website van Domino’s hoeft niet toegankelijk te zijn voor een schermlezer van een blinde persoon die een pizza wilde bestellen.

Rond die tijd was er ook in Europa ophef: in januari 2016 werd het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap goedgekeurd. Dit verdrag beschrijft rechten van mensen met een handicap (langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen) en bevat tevens de verplichting dat verdragsstaten alle passende maatregelen nemen om te waarborgen dat redelijke aanpassingen worden verricht.

Vanaf 2017 geldt in Nederland daarom de reden dat dienstverleners – ook online – “verplicht [zijn] tot het treffen van voorzieningen van eenvoudige aard en gaandeweg zorg te dragen voor de algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte, tenzij dat voor hem een onevenredige belasting vormt.” Er zijn geen harde specifieke regels; zo is het ondertitelen van Youtubevideo’s een voorziening maar die hoeft dus alleen als dat geen onevenredige belasting oplevert.

Maar wat betekent dat nu voor games? In 2001 bepaalde het Amerikaanse Supreme Court dat een golfer met een fysieke handicap toegestaan moest worden met een golfkarretje van hole naar hole te rijden, omdat de reglementair verplichte wandeling voor hem niet haalbaar was. Dit omdat “use of the golf cart does not “fundamentally alter the nature” of the game of golf.” Een eis dat hij de bal met de hand zou mogen werpen, zou dus niet toegewezen hoeven te worden om eens een simpel voorbeeld te noemen.

In Nederland is er volgens mij nooit zo’n zaak geweest, maar in principe zou dit criterium heel goed bij ons kunnen werken. Er zit een fundamenteel stukje eerlijkheid in: als de regel mede bepalend is voor hoe het spel verloopt, dan zou je het spel dus aantasten als je uitzonderingen gaat maken. Is het een zijdelingse kwestie (zoals dat je een bril nodig hebt als voetballer) dan is een uitzondering dus in beginsel vereist.

Tussengevallen houd je dan nog over, en die zijn lastig. In een restaurant moet de voedselhygiëne goed geregeld zijn, dus geen dieren naar binnen. Maar als ik een hond nodig heb om vrij te kunnen lopen, dan moet die hond mee naar binnen. Daar kom je denk ik niet snel uit – al is in de VS bepaald dat zo’n hond dan wél mag omdat de impact van één geleidehond op de hygiëne acceptabel klein is.

Hoe zou dat bij dit spel uitpakken? De vraagsteller gebruikt dus een trucje om niet elke zo veel minuten snel vier toetsen achter elkaar in te hoeven drukken, omdat hij daar simpelweg de vingers en flexibiliteit in de hand niet voor heeft. Het doel van deze eis uit het spel is te controleren dat je nog steeds in het spel zit. Dat voelt voor mij als een zijdelingse kwestie. Bij een boks-spel waar snel toetsen indrukken snel slaan zou betekenen, zou dit een oneerlijk voordeel opleveren namelijk beter vechten dan je eigenlijk kan.

De complicatie is natuurlijk dat de spel-aanbieder dat niet kan zien, in tegenstelling tot een scheidsrechter bij het voetbal die je medische verklaring over je ogen kan lezen, of een restaurateur die zelf waarneemt dat een persoon blind is en die hond dus nodig heeft. Het voelt dan ook best risicovol om dit toe te staan enkel omdat mensen zeggen vingers te missen. Maar heel cru oordelen “dat doen we niet want cheaters” is wettelijk ook weer niet de bedoeling.

Hebben jullie een idee?

Arnoud

 

Schenden van de gebruiksvoorwaarden van een site is toch geen computervredebreuk

| AE 11863 | Regulering, Security, Uitingsvrijheid | 6 reacties

Het schenden van de gebruiksvoorwaarden van een site is toch geen computervredebreuk, las ik bij Ars Technica. Een federale rechter in Washington, DC heeft geoordeeld dat de strenge Amerikaanse Wet Computercriminaliteit (Computer Fraud and Abuse Act) niet van toepassing is enkel omdat iemand op een site actief is in strijd met de gebruiksvoorwaarden. Dat zal enige rust geven bij veel onderzoekers, want in de literatuur werd vaak gedacht van wel: je bent dan immers ergens waar je niet mag zijn, en dat zou naar de letter van de wet al computervredebreuk zijn. Maar de rechter wijst erop dat je dan private partijen de strafwet laat schrijven, en dat is natuurlijk niet de bedoeling.

De zaak was aangespannen door onderzoekers die raciale discriminatie wilden vaststellen op banenzoeksites. Daarvoor moeten ze data scrapen van die sites, iets dat in de voorwaarden natuurlijk verboden is. Ook wilden ze nepprofielen aanmaken, en ook dat is tegen de voorwaarden. Hun zorg was niet dat ze dan een schadeclaim zouden krijgen (wat in theorie kan, mits de schade aan te tonen is) maar vooral dat de sites dan de FBI op ze los zouden laten wegens computervredebreuk.

De CFAA verbiedt namelijk ” intentionally accessing a computer without authorization or in excess of authorization”, waarbij onduidelijk is wat “authorization” dan precies is. De gedachte dat dat is wat men toestaat in de gebruiksvoorwaarden is geen gekke; op iemands privé-eigendom mag je doen wat die je toestaat en niet meer, dus dat zou ook bij computers gelden. Dat maakt het wel heel makkelijk voor site-eigenaren om ongewenst gedrag af te schrikken: formuleer een verbod en bel de FBI (het is een federale wet immers) wanneer iemand het toch doet.

Met name bij onderzoekers in securitygebied gaf dit veel zorgen, maar ook in andere gebieden zoals hier onderzoek naar gedrag van grote sites is dit een punt van zorg. Daarom de rechtszaak, die overigens mede ingestoken was op het First Amendment want als onderzoeker niet mogen zoeken in openbare data is toch wel een ernstige inbreuk op je informatievrijheid – ook het vergaren van informatie valt onder dit recht, namelijk. Ook bij ons.

De rechtbank heeft dat echter niet nodig, en concludeert simpelweg dat het niet de bedoeling is dat website-eigenaren zelf stukjes strafwet mogen schrijven:

Under such circumstances, the CFAA’s prohibition on “access[ing] a computer without authorization,” even though phrased “in the form of a general prohibition” that can often escape nondelegation worries, see Silverman v. Barry, 845 F.2d 1072, 1086 (D.C. Cir. 1988), becomes unworkable and standardless. Criminalizing termsof-service violations risks turning each website into its own criminal jurisdiction and each webmaster into his own legislature. Such an arrangement, wherein each website’s terms of service “is a law unto itself,” Emp’t Div., Dep’t of Human Res. of Or. v. Smith, 494 U.S. 872, 890 (1990), would raise serious problems. This concern, then, supports a narrow interpretation of the CFAA.

Dit is niet de eerste uitspraak langs deze lijn. Ars Technica citeert een 3-2 uitkomst van zaken die voor en tegen dit argument aanliepen. Dat betekent dat het naar de Supreme Court moet om een definitieve uitspraak te krijgen, iets dat nog wel even zal duren.

In Nederland zou ik overigens eveneens niet verwachten dat iemand wordt vervolgd enkel omdat de voorwaarden iets verbieden. Als je er ‘gewoon’ bij kunt komen, dan is het civiel onrechtmatig maar daarmee nog lang niet strafbaar. Data scrapen waar je zonder exploits bij kunt, is daarvan een voorbeeld. Idem voor een nepprofiel. Pas als wat je doet sowieso al strafbaar is (een nepprofiel ten behoeve van identiteitsfraude of oplichting bijvoorbeeld) dan krijg je het OM achter je aan.

Arnoud

Een website als gemeenschappelijk eigendom, het kan

| AE 10855 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Een opmerkelijke (maar positieve) uitspraak van de rechtbank Amsterdam: de website Boschproject.org (over het werk van Jheronimus Bosch) telt als gemeenschappelijk eigendom van partijen die daaraan gewerkt hebben. Dat las ik bij IE-Forum. Dat is opmerkelijk omdat een website niet echt een ding is dat je in eigendom kunt hebben, laat staan gemeenschappelijk eigendom dus. Maar de uitspraak is een mooie oplossing voor een praktisch probleem: wat doe je met een gezamenlijk gebouwde site als er ruzie ontstaat en partijen uit elkaar willen?

Achtergrond van deze zaak was de verdieping van kennis van het werk van Jheronimus Bosch door middel van internationaal wetenschappelijk onderzoek. Deel hiervan was het ontwikkelen van een projectwebsite waarin met geavanceerde technieken hoge kwaliteit reproducties van het werk van Bosch ontsloten zou worden. De ontwikkeling hiervan liep kort gezegd niet zoals iedereen beoogd had, maar uiteindelijk kwam er toch iets te staan dat rudimentair in de buurt kwam.

Na het nodige geharrewar wilde de stichting achter het Bosch-initiatief de website aanpassen en verder publiceren, maar de persoon die de reproducties maakte weigerde dat met onder meer een beroep op zijn auteursrechten op de software die daarbij nodig was. Vervolgens zette deze ook de domeinnaam op zijn eigen naam, althans niet meer die van de stichting. Wat nu?

Dit is een voorbeeld van iets dat ik vaak in de mail krijg: mensen hebben samen een site gebouwd, krijgen dan ruzie of verschil van inzicht over hoe verder en zitten dan met de vraag, van wie is dat ding nu? En daar zit hem het probleem, want een website is geen ding. Het is een verzameling rechten (met name auteursrechten) plus gestolde kennis rondom configuratie et cetera, en een heleboel nuttigs daar omheen dat juridisch echter niet bestaat. Daar een verdeling in maken is bepaald niet eenvoudig.

In dit geval zag de rechtbank gelukkig wel een optie: er is nauw samengewerkt in het begin om die site te bouwen, en ieders aandeel lijkt ongeveer van gelijke waarde te zijn geweest. Daarom merken we de site aan als een gemeenschap (art. 3:166 BW), waarbij iedereen gelijke rechten heeft op dat resultaat. Meestal hebben we het dan over fysieke dingen maar de gemeenschap gaat over goederen – inderdaad, die waarin je kunt trouwen – en omvat dus ook intellectuele scheppingen. Zoals een website.

Ik blijf er altijd wat moeite mee hebben om een website als een schepping te zien, alsof het één ding is zoals een stoel of een auto. Maar het werkt wel in dit soort situaties. Je moet vervolgens er samen uit zien te komen wie wat mag, want je bent nu tot elkaar veroordeeld. Het bijpassende schilderij mag u zelf bedenken.

Arnoud

En nu eisen sitevoorwaarden ook al je eerstgeboren kind op

| AE 8802 | Informatiemaatschappij | 7 reacties

Gaan we weer: hee kijk, niemand leest websitevoorwaarden, zelfs als je erin zet dat je je eerstgeboren kind moet afstaan, gaat iedereen blindelings akkoord. Dat las ik bij Ars Technica. Leuk nieuwtje weer, maar wat mij betreft nieuwswaarde nul. Al sinds het begin van internet staat iedere site bol van de gebruiksvoorwaarden. Ergens wel logisch,… Lees verder

Gebruik van mijn browser betekent akkoord met mijn gebruiksvoorwaarden

| AE 8649 | Informatiemaatschappij | 14 reacties

Gebruik van mijn browser betekent akkoord met mijn gebruiksvoorwaarden, een idee van David Rosenthal, digitaal conservator uit Amerika. Hij vroeg zich af waarom al die sites wegkomen met “Gebruik van onze site betekent akkoord met onze voorwaarden” en of dat niet om te keren was. Dan stel jij voorwaarden aan gebruik van je browser, en… Lees verder

Wat moet ik doen als mijn mediabureau failliet gaat?

| AE 8149 | Informatiemaatschappij | 22 reacties

Een lezer vroeg me: Ik heb een website laten bouwen bij een fullservice mediabureau. Zij hosten, doen vormgeving, hebben de domeinnaam geregistreerd en regelen gewoon alles. Erg prettig, maar nu zitten zij in zwaar weer en is er een bewindvoerder aangesteld. Daarmee gaat het allemaal een stuk minder vlot. Ik wil graag naar een ander,… Lees verder

Gebruik van AdBlock Plus (weer) legaal verklaard in Duitsland

| AE 7708 | Ondernemingsvrijheid | 16 reacties

AdBlock Plus is legaal verklaard in Duitsland, las ik bij Business Insider. Zij wonnen een rechtszaak aangespannen door website-uitgevers die stelden dat ABP misbruik maakte van haar machtspositie en bovendien auteursrechten schond door ongeautoriseerd webpagina’s aan te passen. Dit is de tweede overwinning in korte tijd voor de advertentiefilterdienst. Het blokkeren van advertenties bij websites… Lees verder

Nee, netneutraliteit geldt niet voor websites (maar zou dat moeten?)

| AE 7459 | Ondernemingsvrijheid | 11 reacties

In het DMSA-model is de toegang tot de mobiele versie van de website exclusief voorbehouden aan de gebruikers van merken mobiele telefoons en tablets die daarvoor een overeenkomst hebben afgesloten met Marketingfacts, meldde Marketingfacts vorige week. Het bleek een stunt vanwege hun vernieuwde site, maar het riep bij veel mensen wel vragen op over netneutraliteit…. Lees verder