Wie een robot als confrère verwacht, begrijpt niets van legal tech

| AE 11449 | Informatiemaatschappij | 7 reacties

Een robot in de rechtbank zal niet snel voorkomen, want het werk van advocaten „is heel moeilijk te automatiseren”. Dat las ik in NRC Handelsblad onlangs. Het idee is hardnekkig: de robots en/of de AI’s komen eraan, en ze gaan onze banen inpikken (South Park referentie optioneel). Waarbij de illustrator van dienst dan vaste prik een robot in toga tekent die een vlammend betoog ter behoud van de democratische rechtsstaat houdt, of een moeilijk dossier leest met de vinger bij de betreffende regel. Allemaal leuk en aardig maar legal tech en robots gaan helemaal niet het werk van advocaten overnemen of automatiseren. Ze gaan de maatschappij transformeren zodat dat werk irrelevant of een beperkte niche wordt.

Dat het werk van advocaten heel moeilijk te automatiseren is geloof ik graag. Het “heeft een hoge creativiteitsfactor”, zo zegt ABN Amro-bankier en sectorspecialist Han Mesters in de NRC. Slimme argumenten, spitsvondige reacties, aanvoelen wat de rechter eigenlijk wil horen, een schikkingsvoorstel verzinnen dat de emotie van de wederpartij erkent, in een duister uitziende zaak toch een lichtpuntje vinden én met onvermoeibaar pleiten daar de winst uit slepen – nee, daar zie ik vooralsnog geen computerprogramma voor komen.

Software is goed in het automatiseren van het gewone, het alledaagse. Het vinden van afwijkingen, het controleren van patronen, het doen van extrapolaties. Dat is heel iets anders dan het soort maatwerk waar de advocatuur voor staat. Dat zie ik meteen. En om die reden hoef je je inderdaad nul zorgen te maken dat je pleitwerk overgenomen wordt door een robot in een toga.

Grappig genoeg lijkt het NRC artikel juist te bevestigen waar het wél pijn gaat doen in de juridische sector:

Bosman voorziet echter dat het ‘productiewerk’ dat zij verrichten door technologische ontwikkelingen veel sneller zal gaan. „Daar zit de pijn voor advocatenkantoren. Dan stort dit businessmodel in. Mensen zullen in de advocatuur niet vervangen worden door machines, maar er zullen wel minder mensen nodig zijn omdat men productiever wordt.”

Dus het werk van advocaten wordt niet weggeautomatiseerd, alleen 80% van de advocaten. Oké, dat is inderdaad een nuanceverschil.

Daar komt bij dat software-gedreven dienstverlening zorgt voor een andere manier van werken. Automatiseren is nooit het simpelweg automatisch doen van wat je voorheen handmatig deed. Toen de treinen van stoom naar elektrisch gingen, werden stokers overbodig en moesten machinisten hun vak opnieuw leren. Er kwam geen robot die schepjes diesel in de oven gooide. Datzelfde gaat gebeuren in de juridische sector.

Het is misschien een wat gevaarlijk voorbeeld, maar e-Court heeft laten zien wat er kan gaan gebeuren. De organisatie is controversieel omdat consumenten niet doorhadden dat ze naar arbitrage gingen (en dat een robotrechter daarbij meekeek), maar men had wel een alternatieve geschilbeslechting opgetuigd met effectieve inzet van ict-middelen. Lagere kosten, snellere rechtsgang en inzet van AI om standaardkwesties standaard af te doen. Dat is innovatie volgens het boekje. Niet slechts faxen in plaats van brieven, maar het proces opnieuw doen.

Die manier van denken, die wordt de toekomst. De bulk van het proceswerk is standaard, en dáár is software goed in om te verwerken. Daarom gaan die 80% van de advocaten minder werk krijgen. Die software zoekt de standaardzaken uit, en er is dan geen advocaat meer nodig die daar nog eens zhaar zegje over doet.

Ja, natuurlijk zullen er dan altijd nog rare gevallen zijn waarbij je wél een advocaat zou willen. Een mens die jou uit het bureaucratisch geweld van de machines plukt. Maar dat zullen zeldzame situaties zijn, en ik heb zelfs serieuze twijfels of die nieuwe systemen daar rekening mee gaan houden.

Arnoud

Fakenews, trollen en de toekomst van de uitingsvrijheid

| AE 11452 | Informatiemaatschappij | 6 reacties

Wie als jurist problemen met internet moet duiden, kwam lange tijd standaard als eerste met het auteursrecht aan zetten. Of sinds 25 mei 2018 natuurlijk de AVG. Heel logisch en die wetten zijn heel belangrijk, maar binnen het internetrecht is de uitingsvrijheid minstens zo belangrijk – het is één van de vier grondrechten die centraal staan in het rechtsgebied. En daar is ook een heleboel te doen juridisch, al is het wat lastiger om daar echt de legale vinger achter te krijgen.

De uitingsvrijheid is natuurlijk ook buiten internet een van de belangrijkste grondrechten. Informatie kunnen verspreiden en ontvangen zonder overheidsbemoeienis is een fundamenteel vereiste voor een werkende democratie. Maar sinds internet zien we een enorme groei in de hoeveelheid informatie, en vooral een enorm verlies in de kwaliteit door de kwantiteit. Fakenews noemen we dat tegenwoordig.

Wat is fakenews en waarom is het niet strafbaar, ik vroeg het me al eens af. De term is ondertussen te vaag om echt een werkbaar begrip te zijn, maar het is ondertussen wel duidelijk dat het borgen van de kwaliteit van informatie een probleem is. Of het nu gaat om grappig bedoeld getrol of actieve manipulatie of gewoon onwetendheid. En daarom zie je steeds meer stemmen om het dan toch maar te verbieden – wat weer grote risico’s op zichzelf met zich meebrengt want welke legitieme uitingen verhinder je dan meteen ook?

Een tijdje terug las ik nog een stelling die me zo aansprak dat ik de bron niet meer weet. Jarenlang is geroepen, vertrouw niet lui op Wikipedia maar check je eigen bronnen. En daardoor gaat iedereen nu zelf zitten grasduinen op internet, en neemt alles voor waar aan dat met strak lettertype is gezet onder een “New Times Herald” logo. In plaats van de zorgvuldige en eindeloos geduldige factcheckers van de vrije encyclopedie te vertrouwen en van daaruit eventueel verder te werken. Achteraf gezien was het dan misschien beter geweest om juist wél op Wikipedia te vertrouwen.

Meer horen over dit onderwerp, en vooral er zelf mee aan de slag? Op ons event The Future is Legal houdt Alexander Pleijter een workshop over het herkennen van en omgaan met fake news. Schrijf je snel in want het aantal plaatsen is beperkt!

Arnoud

Gaat de macht van de platforms omhoog of omlaag?

| AE 11439 | Informatiemaatschappij | 2 reacties

De macht van de platforms, de buzzphrase van 2019 in het internetrecht volgens mij. Want waar internet ooit begon als een open ruimte waar iedereen z’n eigen stalletje kon inrichten, zitten we nu met een paar hele grote silo’s waar je moet zijn om je klanten, partners of bezoekers te kunnen bereiken. Niemand schrijft meer in gastenboeken (rust zacht, guestbook.cgi) maar ze laten krabbels achter op je Hyves, oh nee vindikleuks op je Facebook. Dus daar moet je zijn. En daarmee is Facebook ineens een hele machtige, want als je daar dan niet meer mag zijn dan heb je dus een groot probleem.

Hoe komt dat nu, die macht? Het standaardantwoord is dan het netwerkeffect, het fenomeen dat online diensten exponentieel waardevoller worden met iedere extra deelnemer. Plat gezegd komt het erop neer dat je op Facebook moet zijn omdat iedereen op Facebook zit, zodat iedereen op Facebook blijft. En omdat die bedrijven dan ook nog eens heel handig omgaan met hun macht – mensen ver hun gang laten gaan, geen al te stevige sturing geven en vooral gehaaid adverteren – groeien die diensten vervolgens als kool. Tel daarbij op een gebrekkige handhaving, en je snapt waarom zeg Facebook nu machtiger is dan menig land.

Wat mag er met die macht? Juridisch is daar dus geen antwoord op. Het is geen kartel of monopolist in klassieke zin. Er zijn alternatieven en deze platforms oefenen geen directe macht uit op ontoelaatbare manier om die concurrenten weg te pesten. Dat is waar we het mededingingsrecht tegen zouden kunnen inzetten. Maar kun je het Facebook of Google verwijten dat iedereen daar wil adverteren of publiceren? Is dat misbruik van hun macht? Dat is een hele open vraag, waardoor toezichthouders enigszins naar elkaar blijven kijken en het van handhaving niet echt komt.

Een heel ander probleem blijft voor mij de macht van de EULA. Want over wat er op hun platform gebeurt, hebben die bedrijven natuurlijk forse macht. De EULA (of TOS, hoe je ’t maar wilt noemen) staat vol met regels, en daar heb je je aan te houden. Op zich terecht; hun server, hun regels. Net als een café, zeggen we dan. Maar juist door die grote macht, die onvermijdelijkheid, wordt het ineens een stuk minder gezellig als je iets wilt doen dat niet mag van die regels. Waar moet je dan naartoe? Iedereen zit hier.

En als derde leiden platforms tot nieuwe diensten, vaak in de vorm van bemiddeling, mensen bij elkaar brengen. Disintermediation heet dat dan, de klassieke tussenpersonen of tussenhandel verdwijnt en mensen komen direct bij elkaar. Maar dat platform is natuurlijk gewoon een nieuwe tussenpersoon, die op zijn eigen manier daar geld mee verdient. En dat is prima op zich, alleen botst het vaak met bestaande regels. Recent nog Helpling dat te horen kreeg dat hun verdienmodel niet mocht van de rechter. Maar het valt meestal niet mee te duiden wat die platforms nu precies zijn.

Al deze vragen spelen al jaren, maar je merkt de laatste maanden wel dat er meer en meer gemord wordt over hoe ver het gaat. Ik zie dan ook steeds meer pogingen om deze macht aan banden te leggen, van rechtszaken en bestuursrechtelijk handhaven tot protestacties en boycots. Het zou me dan ook niets verbazen als we over een aantal jaar internet een stuk decentraler vinden.

Wie meer wil horen over platforms en hun machten en mogelijkheden: Koop snel tickets voor ons jubileumcongres The Future is Legal op 15 november. Platformexpert Martijn Arets vertelt over de platformrevolutie.

Arnoud

De EULA als dranghek versus de wet als verkeersbord

| AE 11409 | Informatiemaatschappij | 4 reacties

Blog ik vorige week over wat internetrecht is, zeg ik helemaal niets over de EULA. Opmerkelijk, want internet hangt van de EULA’s aan elkaar en die EULA’s bepalen feitelijk hoe het recht uitpakt, bepalen wat rechtens is. Tegelijkertijd is algemeen bekend dat niemand zich wat van EULA’s aantrekt. En dat geeft een raar spanningsveld, met… Lees verder

Je mag de openbare weg filmen als dat nodig is voor je beveiliging

| AE 11407 | Informatiemaatschappij, Privacy | 22 reacties

Een lezer vroeg me: Onze buren hebben sinds vorig jaar een camera in voor- en achtertuin. Als je voor hun tuin staat op de stoep, dan wordt alles opgenomen wat je doet of zegt. Zij zeggen dat ze dat doen vanwege overlastgevende mensen in de buurt (hondenpoep, vuilnis op straat) maar ik voel me er… Lees verder

The future is legal. Een uniek congres over internetrecht: 15 sprekers over de toekomst van het recht

| AE 11394 | Informatiemaatschappij | 5 reacties

Mijn adviesbureau ICTRecht bestaat in november 15 jaar. En dat gaan we vieren met een uniek congres over internet, technologie en recht: The Future is Legal. 15 november. Houd deze datum vrij. Zodra het gehele programma klaar is, volgt de gehele uitnodiging! Wat is dan internetrecht, zult u misschien denken? Daar schreef ik een artikel… Lees verder

Google-medewerkers luisteren Nederlandse gesprekken mee, is dat erg?

| AE 11388 | Informatiemaatschappij | 16 reacties

Medewerkers van Google luisteren gesprekken mee die Nederlanders voeren met hun slimme Google-assistent, zonder dat Google daar vooraf duidelijkheid over geeft. Dat meldde de NOS vorige week. Het gaat om fragmenten van gesprekken die door de AI-assistent niet werden verstaan; een mens maakt dan een transcriptie waar de AI van kan leren. Vanuit technisch perspectief… Lees verder

Wat doen we met zijn profiel na overlijden? Facebook, Twitter en de digitale erfenis

| AE 11352 | Informatiemaatschappij | 9 reacties

Hoe ga je om met de berichten en foto’s van een dierbare na diens overlijden? Met die vraag opende de Volkskrant vorige week vrijdag. Sociale media gaan steeds vaker fungeren als online begraafplaatsen, je digitale nalatenschap. De journalist ging op onderzoek uit naar de vragen die dat oproept, waaronder dus juridische vragen en ik kreeg… Lees verder