Simulatie is technische uitvinding, aldus Europees Octrooibureau

Het Europees Octrooibureau (EOB of EPO) trekt de laatste tijd een strengere lijn over wat ze wel en niet als “uitvinding” zien. Het moet gaan om techniek, en niet om iets zakelijks of abstracts zoals een veilingtechniek of een wiskundige formule. Wat je in je hoofd kunt nadoen, is geen uitvinding. Pas als er een stuk technologie aan te pas komt, kun je er wellicht octrooi op krijgen. Uitgebreid hierover is mijn artikel Taking care of business methods.

Onlangs publiceerde het EPO echter beslissing T 1227/05, waarin een simulatie-techniek tot uitvinding werd verklaard. Dit omdat hij gebruikt wordt bij het simuleren van halfgeleiders (chips), en daar zelfs een essentieel onderdeel voor de productie daarvan is.

Een merkwaardig contrast met eerdere zaak T 914/02. Daar besliste het EPO juist dat er geen sprake was van een uitvinding bij een manier om te berekenen hoe je een reactorkern het beste in een kerncentrale kunt laden:

technical character would be provided through the technical implementation of the method, resulting in the method providing a tangible, technical effect, such as the provision of a physical entity, eg a reactor core loaded according to a given design, or a non-abstract activity, such as through the use of technical means. The claimed method, however, lacks such a technical implementation.

Helemaal opvallend was deze passage die uitlegt waarom het EPO haar nieuwe uitleg gerechtvaardigd vindt:

A further fundamental change is to be found in the fact that development and production are increasingly separated, materially and geographically, in a globally distributed industry. In that light, too, the board considers specific patent protection to be appropriate for numerical development tools designed for a technical purpose.

In juni schreef ik nog dat het EPO haar regels duidelijk vond. Dat vindt men nog steeds (in ieder geval de heer Steinbrener die al deze regels uitvaardigt als voorzitter van de Kamer van Beroep), maar ik begrijp er zo niet veel meer van. Het doet me steeds meer denken aan een aflevering van Monty Python. Vandaar de geciteerde plaatjes uit Life of Brian hierboven, een passage uit mijn presentatie over business method octrooien van eind 2006.

Arnoud

Antigua mag inbreuk maken op Amerikaanse auteursrechten

De woordgrap over Pirates of the Caribbean weet ik nog steeds niet, maar ik weet wel dat dat Antigua nu straffeloos inbreuk mag maken op Amerikaanse auteursrechten. En wel voor maximaal 21 miljoen dollar. Dat besliste een WTO-arbitragecommissie afgelopen vrijdag naar aanleiding van een klacht van de microstaat dat de Verenigde Staten haar het internetgokken onmogelijk maakte.

De VS is fel tegen internetgokken, en doet er alles aan om buitenlandse poker- en goksites die zich op de VS richten het leven zuur te maken. Een recente wet, de SAFE Port Act, verbiedt het Amerikaanse financiële instellingen (banken en creditcardmaatschappijen) om geld op te sturen naar buitenlandse goksites. En zonder creditcardbetaling is de lol van internetgokken er snel af natuurlijk.

Het eiland AntiguaProbleem bij dit alles is dat die buitenlanden menen dat zij soevereine staten zijn en dus best goksites mogen exploiteren. En we hebben de Wereldhandelsorganisatie (WTO) om bij dat soort handelsdisputen in te grijpen. De gebruikelijke oplossing is om dan het benadeelde land tegensancties in te laten stellen. Als de VS Europese bananen van een oneerlijke invoerbelasting voorziet, dan mag Europa dat doen met Amerikaanse schoenen.

Alleen, Antigua (dat hele kleine groene stipje links) verkoopt geen bananen en ook geen schoenen. De economie telt grofweg maar twee dingen – toerisme en internetgokken. Dus waar kan men dan een invoerbelasting op heffen die de VS in de portemonnee treft?

Nou, intellectueel eigendom dus. Antigua moet van het TRIPS-verdrag de auteursrechten, octrooien, merken en aanverwante rechten van andere WTO-lidstaten respecteren. En nu heeft de arbitragecommissie beslist dat Antigua dat tijdelijk niet hoeft te doen:

the Arbitrator determines that Antigua may request authorization from the DSB, to suspend the obligations under the TRIPS Agreement mentioned in paragraph 5.6 above, at a level not exceeding US$21 million annually.

Klinkt leuk voor Antigua, al zal het nog wel lastig worden om te bepalen wanneer je 21 miljoen dollar aan inbreuk hebt gepleegd. Hoe vaak moet Pirates dan gedownload worden?

Meer achtergrond bij The Antigua- US WTO Dispute over Internet Gambling.

Arnoud

Europees Octrooiverdrag 2000 van kracht

EPC 2000Op 13 december is het gewijzigde Europees Octrooiverdrag (EOV) in werking getreden. Het EOV regelt de verkrijging van Europese octrooien. Dit verdrag is, mede dankzij Nederland, in 1973 van de grond gekomen maar was ondertussen wel eens aan een grondige revisie toe. En dat is nu EPC 2000 geworden. Geen commentaar graag dat het al 2007 is, de discussies over de wijzigingen waren al moeilijk genoeg.

De belangrijkste wijzigingen worden samengevat door CMS Derks Star Busmann. Het gaat vooral om aanpassingen in de verleningsprocedures, maar er zijn twee inhoudelijke wijzingen die van groot belang zijn.

Uitvindingen met technisch karakter: EPC 2000 vermeldt nu expliciet dat octrooien alleen op uitvindingen op gebieden van de technologie verleend mogen worden. Dit zou duidelijk moeten maken dat b.v. puur zakelijke procedures (business methods) niet geoctrooieerd kunnen worden. Software is en blijft alleen octrooieerbaar als de software onderdeel is van een technische uitvinding.

Uitleg van octrooien: Europese octrooien moeten in elk land volgens de nationale wet worden uitgelegd. Zo kan het gebeuren dat de Nederlandse rechter vindt dat er inbreuk is, en de Duitse rechter concludeert van niet. Artikel 69 van EPC 2000 bevat een uitgebreid protocol dat probeert de uitleg enigszins te harmoniseren. Vooral belangrijk is het stuk over equivalentie. Hoorneman van CMS legt uit:

Soms wordt door een (beweerd) inbreukmaker een uitvoeringsvorm van de geoctrooieerde uitvinding toegepast waarbij één kenmerk niet hetzelfde is als beschreven in de conclusie. Bijvoorbeeld in de octrooiconclusie staat als kenmerk onder meer “verlichting voor een fiets” terwijl de (beweerd) inbreukmaker een “verlichting voor een scooter” toepast. Onder omstandigheden zal de rechter kunnen oordelen dat toch sprake is van inbreuk omdat het kenmerk scooter in het licht van de geoctrooieerde uitvinding equivalent moet worden geacht met fiets. Dit zal in de rechtspraktijk van belang kunnen zijn.

Het plaatje rechtsboven is de cover van het boek van Nicholas Fox over EPC 2000, volgens IP Kitten een zeer relevant boek voor wie meer over EPC 2000 wil leren.

Er is zelfs een wiki over EPC 2000.

Arnoud

Kabinet presenteert beleid op het gebied van auteursrecht

Gisteren heeft de regering een beleidsbrief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin de plannen voor de komende jaren op het gebied van auteursrecht en piraterij worden gepresenteerd, meldt o.a. Tweakers. Het auteursrecht is immers “de laatste jaren in toenemende mate voorwerp van maatschappelijke en politieke discussie geworden” (goh, echt?), dus het werd tijd om hier nieuw beleid voor te maken.

Belangrijkste punten uit dit beleid zijn:

  1. Meer toezicht op collectieve instanties zoals Stichting de Thuiskopie
  2. Een geschillenkamer waar tariefgeschillen over die collectieve inning van heffingen kunnen worden afgehandeld
  3. Er moet één factuur voor het bedrijfsleven komen voor afdrachten van auteursrechten, in plaats van de soms meer dan tien nu
  4. Het thuiskopiestelsel moet worden geëvalueerd om een toekomstbestendige visie te ontwikkelen (altijd vervelend, die visies die niet bestand zijn tegen de toekomst)
  5. Het wetsvoorstel over auteursrechtcontracten moet nu eindelijk eens worden afgerond
  6. Meer optreden tegen roofovervallen op schepen op volle zee, pardon tegen grootschalige illegale verspreiding van auteursrechtelijk beschermde werken
  7. Onderzoeken naar onder andere wat te doen met “weeswerken”: publicaties waarvan de auteursrechthebbende onvindbaar is

Meer over de collectieve incasso van heffingen bij Planet.

Hoofdstuk 7, over de relatie tussen auteursrecht en innovatie, vond ik intrigerend. “De onderlinge beïnvloeding van innovatie, auteursrecht en marktwerking laat zich moeilijk in abstracte termen duiden en kan in de praktijk van geval tot geval sterk uiteenlopen”, schrijft men. Het voorbeeld is muziek:

Zo kunnen artiesten via internet een directe relatie opbouwen met de eindgebruiker om muziek te verkopen, zowel via de eigen website als via webwinkels, en kunnen door de toepassing van DRM licenties op maat worden aangeboden. Daarnaast ontstaan bedrijfsmodellen die reclame-inkomsten, abonnementsgelden of goodwill van fans als basis voor het verdienmodel hanteren. … Deze modellen kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op licentieverlening door middel van een Creative Commons-licentie of op de toepassing van vormen van DRM. Het bestaan van verschillende bedrijfsmodellen kan veel voordelen bieden, zoals meer keuzevrijheid en bevordering van de concurrentie.

Van het weekend nog maar eens goed lezen dus. Pierre Gorissen deed dat al en schreef:

Er zal nog voldoende te zeggen, doen en te vinden zijn rond auteursrechten in 2008. Maar zoals ik aan het begin al zei, deze brief wekt op mij een typisch Nederlandse indruk. Niet extreem in opvattingen. Organisaties als Brein zullen er voldoende in zien om te roepen dat de regering haar bestaansrecht onderschrijft. De Consumentenbond zal ongetwijfeld hernieuwd aandacht vragen voor de donkere kanten van DRM. En wij, gewone gebruikers, hoeven ook in 2008 niet bang te zijn voor een klop op de deur midden in de nacht.
We leven eigenlijk toch best in een prettig landje.

Arnoud

Nederlandse rechter bevestigt lijn Europees Octrooibureau bij business method patents

Figuur 1 uit octrooi EP1399908Op de hiernaast getoonde vrachtwagen zit octrooi. Zat, eigenlijk, want het octrooi is vernietigd omdat de uitvinding al bekend was. De truc zat hem in dat afneembare paneel (20) met reclame (“BUY!”). Als je dat van maasmateriaal-doek met luchtdoorlatende openingen, maakt, kan de wind er minder vat op krijgen, zodat de panelen er niet zo gemakkelijk afwaaien. Slim, maar dat bleken ze in Japan al eerder bedacht te hebben. Dus werd het octrooi ongeldig verklaard.

Opmerkelijk bij dit octrooi was dat er ook een claim in stond op een werkwijze voor het verkrijgen en exploiteren van mobiele reclames. Die kwam kort gezegd neer op het sluiten van een contract met een vrachtvervoersbedrijf en het ophangen van afneembare panelen van maasmateriaal-doek aan de vrachtauto’s van dat bedrijf. Uiteraard “in ruil voor betalingen”. Hela, maar dat is een werkwijze voor het zakendoen, roepen nu alle meelezende octrooigemachtigden. En daar mag je geen octrooi op aanvragen. Octrooien zijn er alleen voor technologische innovatie, en niet voor zakelijke bedenksels, hoe creatief ook.

In het verleden werd het Europees Octrooibureau (EOB) nogal eens bekritiseerd over al te makkelijk verlenen van octrooien op dit soort zaken. De laatste jaren is men echter een stuk strenger geworden: je moet laten zien dat sprake is van een technologische vernieuwing. Maar de gehanteerde redenering was daarbij wel erg kort door de bocht, hoewel men deze zelf duidelijk genoeg vond.

De Nederlandse rechter gaat in dit vonnis nu even kort door de bocht:

Nu op grond van voornoemde TBA-rechtspraak de nieuwheid en inventiviteit slechts kan worden gebaseerd op technische maatregelen, dienen de niet-technische maatregelen bij het beoordelen van de inventiviteit van conclusie 22 buiten beschouwing te worden gelaten. Uit een en ander volgt dat conclusie 22 nietig is bij gebreke van inventiviteit.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Het auteursrechtelijk publiek domein

Een werk is in het publiek domein als het auteursrecht is verlopen, of wanneer de auteur zelf verklaart dat het werk publiek domein is. Een bewerking of reproductie van een publiek domein werk is niet automatisch ook publiek domein.

Het feit dat een werk gepubliceerd is, wil nog niet zeggen dat het publiek domein is. De term “publiek domein” betekent juridisch dat de auteursrechten op het werk verlopen zijn. Dat gebeurt in Nederland pas 70 jaar na de dood van de maker, of 70 jaar na publicatie als het werk door een bedrijf gemaakt is.

Een auteur kan verklaren dat zijn werk als publiek domein beschouwd kan worden. De auteur kan dan niet meer optreden tegen normaal hergebruik. Op grond van zijn morele rechten behoudt hij het recht om verminking van zijn werk te verbieden.

Een bewerking van een publiek domein werk is niet automatisch ook publiek domein. Als de bewerking creativiteit vergde, zal deze snel auteursrechtelijk beschermd zijn.

Lees verder in Het auteursrechtelijk publiek domein (in Auteursrecht @ iusmentis.com).

(En ik zie dat ze bij Wikipedia al net zo eigenwijs zijn als ikzelf. Alleen jammer dat zij het zonder bronvermelding doen, terwijl ik drie juridische bronnen aandraag voor mijn eigenwijze standpunt.)

Arnoud

Het einde van de spin in het web bij octrooizaken

Wie een Europese octrooi heeft, denkt misschien dat hij dan in heel Europa octrooi heeft. Dat valt tegen. Met een Europees octrooi krijg je niet meer dan een verzameling nationale octrooien, waarbij je ook nog eens in elk land een vertaling in een landstaal aan moet leveren. Doe je dat niet, dan vervalt het octrooi in dat land. Ook voor rechtszaken geldt: in elk land afzonderlijk. Al dat procederen is een dure grap, en het lijkt nogal overdreven omdat de inbreuk vaak steeds hetzelfde bedrijf betreft in diverse Europese landen.

Kan dat nou niet anders, dacht het Gerechtshof in Den Haag, en men verzon de “spin in het web” theorie:

Deze theorie hield kort gezegd in dat als het hoofdkantoor van het vermeend inbreukmakende concern was gevestigd in Nederland, en vanuit dit kantoor een beleidsplan was uitgegaan, de Nederlandse rechter zich ook bevoegd achtte in een procedure waarin de andere buitenlandse vennootschappen van hetzelfde concern werden gedagvaard. De octrooihouder kon dus volstaan met een procedure in Nederland tegen meerdere vermeende nationale en buitenlandse inbreukmakers.

Slim bedacht, maar de constructie bleek in strijd met Europees recht. Je kunt niet zomaar in Nederland het Duitse dochterbedrijf dagen wegens inbreuk in Duitsland op je Europese octrooi, ook niet als je tegelijkertijd het Nederlandse moederbedrijf daagt wegens inbreuk in Nederland op hetzelfde octrooi. Want, zo oordeelde het Hof van Justitie, het is niet hetzelfde octrooi. Het zijn twee losse octrooien, die je naar nationaal octrooirecht moet toepassen.

Onlangs heeft onze eigen Hoge Raad uitspraak gedaan over een spin-in-het-web arrest, en de theorie definitief naar de prullenbak verwezen. Tot er dus een Gemeenschapsoctrooi komt, blijft het nodig om in elk land afzonderlijk te procederen.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Livre: ‘Gratis open source software hoeft niet te worden aanbesteed’

Op 13 december verscheen de handreiking van programma OSOSS ‘Het verwerven van (open source) software‘ (PDF), meldt Livre. Deze handreiking legt uit hoe de overheid om moet gaan met inkopen van open source software. Livre signaleert een opmerkelijke conclusie: gratis open source hoeft niet te worden aanbesteed.

Nu is dat natuurlijk waar, maar het gaat dan toch om maar een zeer kleine categorie open source software. Want heel veel open source is niet of nauwelijks gratis te gebruiken. De handreiking is iets genuanceerder:

In principe zijn overheidsorganisaties vrij om gratis software zonder aanbesteding in gebruik te nemen. Dit geldt ook voor open source software, mits dat dus gratis is (…). In de praktijk is dat echter niet altijd het geval. Open source software licenties bepalen dat open source software vrij en zonder kosten mag worden gebruikt. Er is dus geen licentievergoeding gekoppeld aan open source software. Dit betekent niet dat aanbieders van open source software dan maar gratis moeten aanbieden.

Wanneer de overheid producten of diensten in wil kopen, gelden daar bijzondere regels voor. Deze aanbestedingsregels schrijven gelijke behandeling van aanbieders, geen discriminatie en transparantie in de besluitvorming voor bij de aankoop. Een aantal actielijnen uit het actieplan open standaards en open source software noemen expliciet aanbesteding, inkoop en het gebruik van open source software. Maar expliciet open source voorschrijven ligt lastig, omdat dan aanbieders van gesloten software buitengesloten worden. Je kunt niet zeggen dat open source categorisch technisch beter is dan gesloten software, dus dan kun je open source niet als eis stellen.

Als software gratis beschikbaar is, hoef je geen aanbestedingsprocedure te volgen voordat je die mag downloaden en gebruiken. Dat is natuurlijk mooi voor open source, want heel veel open source staat gewoon gratis ter download op internet.

Vroegâh was dat een vrij normale manier om met open source aan de slag te gaan. Je had iets nodig, je zocht even op internet en je installeerde wat het meest aansprak of waar mensen op nieuwsgroepen of forums positief over waren. En werkte het niet, dan kon je op diezelfde groepen of forums even snel vragen wat je fout deed, en dan kreeg je nog nuttig advies ook. Sterker nog, als je aan je baas zou vragen of dat wel mocht, had je waarschijnlijk een probleem.

Open source jurist Brendan Scott noemde dat ooit de siege mentality: een IT-er ziet een handig stukje open source, vraagt zijn baas om toestemming, die aarzelt of zegt nee (“wat is dat voor onzin, gratis software”), vervolgens komen ze bij de bedrijfsjurist, die begint kwaad over virale software, slordige aansprakelijkheid en de aanvaarding naar Nederlands recht, en het eind van het liedje is dat de IT-er de software gewoon alsnog gebruikt maar dat tegen niemand zegt.

Maar in veel gevallen kom je er niet met die aanpak. Die is leuk voor een tool binnen de IT-afdeling, of een stuk standaardsoftware (zoals een webserver) dat je neer kunt zetten en dan gewoon werkt. Maar zeker als je met eindgebruikers te maken krijgt, komt er heel wat configuratie, integratie en ondersteuning kijken. Denk bijvoorbeeld aan training om mensen van Microsoft Word naar OpenOffice.org Writer te laten overstappen. Dan zal er al snel een externe partij ingeschakeld moeten worden om dat allemaal voor elkaar te krijgen, en dan kom je eveneens al snel weer bij de aanbestedingsregels. Want het aan de gang krijgen van software is een dienst.

Arnoud

Auteursrecht én merk op een logo, mag dat?

Op 1 december blogde ik over het parodiërend merkgebruik van verzekeraar Ditzo. Deze had de naam “Datzo” laten opmaken in de stijl van de merken van andere verzekeraars. Sanne Roemen stelde toen de intrigerende vraag of er ook sprake zou zijn van inbreuk op auteursrecht.

Een logo kan natuurlijk best beschermd zijn door auteursrecht. Het moet dan wel iets creatiever zijn dan bijvoorbeeld het OHRA logo -een gestileerde tekst met een rode streep- maar bijvoorbeeld het bladvormige Adidas-logo of natuurlijk het Philips-schild zijn gewoon auteursrechtelijk beschermde werken.

Een logo zoals dat van OHRA kan prima als merk beschermd worden. Het is tenslotte geschikt om de diensten van OHRA te onderscheiden van die van andere verzekeraars. Hoe artistiek of triviaal het logo is, maakt daarbij niet uit. Als je het ziet en denkt “ah ja, OHRA”, dan is het in principe geschikt als merk.

Heb je je logo als merk geregistreerd, en kopieert iemand het vervolgens, dan zou je hem zowel van inbreuk op je merk als inbreuk op auteursrecht kunnen beschuldigen. Zo’n Samenloop van rechten, zoals juristen dat noemen, is eigenlijk niet de bedoeling. In de rechtspraak is dan ook de regel ontwikkeld dat je een apart, specifiek belang moet hebben bij je claim op inbreuk van auteursrecht. Als je iets probeert te verbieden, en het lukt met je merk niet, dan mag je het niet alsnog met je auteursrecht een tweede keer proberen, is de gedachte.

adihash.jpgJe moet dus een reden hebben die niets met het merk als merk te maken heeft. Misschien verkoop je het plaatje dat in je logo zit, ook los als kunstwerk bijvoorbeeld. Denk aan een fotograaf die één van zijn mooiste foto’s als logo hanteert. Of je ziet het plaatje van hiernaast op internet en je wilt daar als Adidas wat aan doen.

Je kunt je afvragen of dit merkinbreuk is, zeker als het niet b.v. op t-shirts verkocht wordt maar gewoon gratis op internet staat. Maar inbreuk op auteursrecht is een ander verhaal. Het blad is gewoon nagetekend, en alleen de letters er onder zijn aangepast. Dat zou dus al snel inbreuk moeten zijn. Ware het niet dat dit waarschijnlijk wel een parodie op zou leveren.

De G-star broek met het vormmerk uitgelichtEen iets serieuzer voorbeeld is de G-star broek. De broek als geheel is auteursrechtelijk beschermd, en het merk was de manier waarop het kniestuk vormgegeven was. G-Star kon toen zowel haar auteursrecht als haar merkrecht inzetten tegen de broeken van concurrent Benetton. Het auteursrecht omdat Benetton nagemaakte broeken verkocht, en het merkrecht omdat de kniestukken van de Benetton-broeken verwarrend veel leken op het merk van G-Star.

Uitgebreid over oneigenlijk gebruik van auteursrecht is Liever misbruikt dan misplaatst auteursrecht: Het doelcriterium ingezet tegen oneigenlijk auteursrechtgebruik van Ashwin van Rooijen, promovendus bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam.

Arnoud