Livre: ‘Gratis open source software hoeft niet te worden aanbesteed’

Op 13 december verscheen de handreiking van programma OSOSS ‘Het verwerven van (open source) software‘ (PDF), meldt Livre. Deze handreiking legt uit hoe de overheid om moet gaan met inkopen van open source software. Livre signaleert een opmerkelijke conclusie: gratis open source hoeft niet te worden aanbesteed.

Nu is dat natuurlijk waar, maar het gaat dan toch om maar een zeer kleine categorie open source software. Want heel veel open source is niet of nauwelijks gratis te gebruiken. De handreiking is iets genuanceerder:

In principe zijn overheidsorganisaties vrij om gratis software zonder aanbesteding in gebruik te nemen. Dit geldt ook voor open source software, mits dat dus gratis is (…). In de praktijk is dat echter niet altijd het geval. Open source software licenties bepalen dat open source software vrij en zonder kosten mag worden gebruikt. Er is dus geen licentievergoeding gekoppeld aan open source software. Dit betekent niet dat aanbieders van open source software dan maar gratis moeten aanbieden.

Wanneer de overheid producten of diensten in wil kopen, gelden daar bijzondere regels voor. Deze aanbestedingsregels schrijven gelijke behandeling van aanbieders, geen discriminatie en transparantie in de besluitvorming voor bij de aankoop. Een aantal actielijnen uit het actieplan open standaards en open source software noemen expliciet aanbesteding, inkoop en het gebruik van open source software. Maar expliciet open source voorschrijven ligt lastig, omdat dan aanbieders van gesloten software buitengesloten worden. Je kunt niet zeggen dat open source categorisch technisch beter is dan gesloten software, dus dan kun je open source niet als eis stellen.

Als software gratis beschikbaar is, hoef je geen aanbestedingsprocedure te volgen voordat je die mag downloaden en gebruiken. Dat is natuurlijk mooi voor open source, want heel veel open source staat gewoon gratis ter download op internet.

Vroegâh was dat een vrij normale manier om met open source aan de slag te gaan. Je had iets nodig, je zocht even op internet en je installeerde wat het meest aansprak of waar mensen op nieuwsgroepen of forums positief over waren. En werkte het niet, dan kon je op diezelfde groepen of forums even snel vragen wat je fout deed, en dan kreeg je nog nuttig advies ook. Sterker nog, als je aan je baas zou vragen of dat wel mocht, had je waarschijnlijk een probleem.

Open source jurist Brendan Scott noemde dat ooit de siege mentality: een IT-er ziet een handig stukje open source, vraagt zijn baas om toestemming, die aarzelt of zegt nee (“wat is dat voor onzin, gratis software”), vervolgens komen ze bij de bedrijfsjurist, die begint kwaad over virale software, slordige aansprakelijkheid en de aanvaarding naar Nederlands recht, en het eind van het liedje is dat de IT-er de software gewoon alsnog gebruikt maar dat tegen niemand zegt.

Maar in veel gevallen kom je er niet met die aanpak. Die is leuk voor een tool binnen de IT-afdeling, of een stuk standaardsoftware (zoals een webserver) dat je neer kunt zetten en dan gewoon werkt. Maar zeker als je met eindgebruikers te maken krijgt, komt er heel wat configuratie, integratie en ondersteuning kijken. Denk bijvoorbeeld aan training om mensen van Microsoft Word naar OpenOffice.org Writer te laten overstappen. Dan zal er al snel een externe partij ingeschakeld moeten worden om dat allemaal voor elkaar te krijgen, en dan kom je eveneens al snel weer bij de aanbestedingsregels. Want het aan de gang krijgen van software is een dienst.

Arnoud

Maakt linken met GPL code mijn code open source?

Een open source ontwikkelaar mailde me:

Ik wil voor mijn programma gebruik maken van de s-lang library. Nu zag ik dat deze onder de GPL valt, maar mijn programma is tot nu toe altijd onder de BSD licentie uitgebracht. Moet ik mijn programma nu GPL maken?

Inderdaad heeft de GNU General Public License (GPL) als eis dat je “afgeleide werken” alleen onder de GPL mag verspreiden. Dit mechanisme zorgt er voor dat mensen die voortbouwen op GPL code, hun bijdragen niet voor zichzelf mogen houden. Nare mensen zien dat als een “viraal effect“, ik zie het als een belangrijke voorwaarde voor open innovatie.

De combinatie van eigen code en GPL code kan dus alleen onder de GPL worden uitgebracht. De vraag wanneer iets nu een afgeleid werk is, laat ik even in het midden. De vraag is hier tenslotte of dat eigen programma op zichzelf ook onder de GPL moet worden geplaatst, of onder de huidige licentie kan blijven.

De GPL zegt daar het volgende over:

If identifiable sections of that work are not derived from the Program, and can be reasonably considered independent and separate works in themselves, then this License, and its terms, do not apply to those sections when you distribute them as separate works. But when you distribute the same sections as part of a whole which is a work based on the Program, the distribution of the whole must be on the terms of this License, whose permissions for other licensees extend to the entire whole, and thus to each and every part regardless of who wrote it.

Vrije vertaling: jouw code blijft jouw code, en als je daar een BSD licentie onder plakt, dan mag dat. Het is alleen de combinatie van jouw code en de s-lang library die onder GPL verspreid mag/moet worden. Knipt iemand s-lang weg, dan blijft jouw code over en die is onder BSD. Bouwt die iemand de code dan om naar bijvoorbeeld ncurses ipv s-lang, dan kan hij het resultaat onder zijn eigen gesloten licentie aanbieden als hij dat wil (want ncurses is MIT-licensed).

Kortom, laat de BSD license op je eigen werk staan en leg in de README uit dat je s-lang nodig hebt. Met eventueel een tekstje als “Since s-lang is GPL, when you distribute the combination of this software and s-lang, you must comply with the GNU GPLv2 for the combination.”

Arnoud

Google omzeilt Java-licentie op Android-platform

Google Android is Java en toch ook weer niet. Onlangs bracht Google het Android-platform voor mobiele telefoons uit. Het platform is Linux-gebaseerd en je kunt de software in Java ontwikkelen. Bovendien is alle code beschikbaar onder de Apache licentie (dezelfde als die van de Apache webserver dus). Daarmee is Android open source. Mooi toch?

Mooi, maar wel vreemd. Sun’s Java platform is GPL, en op mobiele platforms geldt dan de eis dat je Java-applicaties ook als GPL moeten worden uitgebracht. Reden voor veel applicatie-ontwikkelaars voor mobiele platforms om Sun geld te betalen, zodat ze hun code voor zichzelf kunnen houden.

Hoe krijgt Google het met Android voor elkaar om Java te gebruiken en toch mensen toe te laten gesloten software voor Android te bouwen?

Heel simpel: er zit geen Java in Android.

Stefano Mazzocchi ontdekte dit als eerste, en legt uit:

Android uses the syntax of the Java platform (the Java “language”, if you wish, which is enough to make java programmers feel at home and IDEs to support the editing smoothly) and the java SE class library but not the Java bytecode or the Java virtual machine to execute it on the phone (and, note, Android’s implementation of the Java SE class library is, indeed, Apache Harmony’s!)

The trick is that Google doesn’t claim that Android is a Java platform, although it can run some programs written with the Java language and against some derived version of the Java class library.

Een creatieve aanpak.

Via Planet, Slashdot en Fake Steve Jobs.

Arnoud

Licentie nodig om software te mogen downloaden?

Een verbaasde lezer mailde me:

Gisteren wilde ik Python downloaden, en tot mijn verrassing kreeg ik toen een licentie voor mijn neus. Nu weet ik dat je voor gebruik en verspreiding van software een licentie nodig hebt, maar voor downloaden van open source? Ik zit toch pas aan de licentie vast als ik de software ga aanpassen of verder verspreiden?

Downloaden is legaal, maar voor software ligt dat anders. kopiëren, verspreiden maar ook downloaden van software mag alleen met toestemming. In plaats van het recht op een kopie voor strikt eigen gebruik, dat bijvoorbeeld downloaden van films en muziek legaliseert (ongeacht de bron), heeft de verkrijger van software alleen recht om een reservekopie (backup) te maken.

Wanneer iemand zelf het werk ter download aanbiedt, geeft hij daarmee een impliciete licentie voor anderen om het ook werkelijk te downloaden. Dat er in de zipfile of tarball misschien een lijst met voorwaarden voor gebruik zitten, is dan niet relevant. Die kun je pas lezen nadat de download klaar is, en die voorwaarden kunnen dan per definitie niet gelden voor de download zelf.

Dus of iets nou open source is of niet, maakt niet uit. Wat met toestemming ter download wordt aangeboden, mag je downloaden. De aanbieder is verantwoordelijk voor de toestemming om het te mogen aanbieden, al kun je als downloader niet zomaar je kop in het zand steken. “Klik hier voor Windows XP” is geen legitieme download.

Sommige download-sites hanteren een doorklikregime: de bezoeker moet eerst voorwaarden accepteren voordat hij een download-link te zien krijgt. Met zo’n regime is de downloader natuurlijk gebonden aan de voorwaarden die hij accepteert.

Een grijs gebied is bijvoorbeeld de tekst “Read and accept the GNU Public License (GPL)” op de SCTP download pagina. Deze link staat los van de echte download-link, die direct naar de tarball verwijst. Is lezen en accepteren van de GPL nu een vereiste om op die link te mogen klikken?

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Uit principe: de GNU General Public License (GPL) versie 3 (in Software > Open source software @ iusmentis.com)

Versie 3 van populairste open source licentie introduceert vérgaande verboden op octrooien, technische voorzieningen en beperkt toegankelijke hardware.

Na vijftien jaar is er dan eindelijk een derde versie van de GNU General Public License. De reden: onvrede over bepaalde praktijken in de open source wereld. In dit artikel, gepubliceerd in het juridisch tijdschrift Computerrecht bespreekt ICT-jurist en octrooigemachtigde Arnoud Engelfriet de nieuwe bepalingen in GPL versie 3. Download het artikel (PDF, 1.7 MB).

Lees verder in Uit principe: de GNU General Public License (GPL) versie 3 (in Software > Open source software @ iusmentis.com).

Arnoud

Anonieme Wikipedia-bijdragen leveren verrassend hoge kwaliteit

Wie leveren de bijdragen met de hoogste kwaliteit op Wikipedia, denkt u? De enkeling die twee keer iets typt, of de harde kern die al jaren meedoet? Inderdaad, de enkeling. Dat is de verrassende conclusie in het rapport van Denise Anthony en Sean Smith, onderzoekers aan de universiteit van Dartmouth:

We find that quality is associated with contributor motivations, but in a surprisingly inconsistent way. Registered users’ quality increases with more contributions, consistent with the idea of participants motivated by reputation and commitment to the Wikipedia community. Surprisingly, however, we find the highest quality from the vast numbers of anonymous “Good Samaritans” who contribute only once. Our findings that Good Samaritans as well as committed “zealots” contribute high quality content to Wikipedia suggest that it is the quantity as well as the quality of contributors that positively affects the quality of open source production.
Kwaliteit wordt hier gedefinieerd als “wijzigingen die nog steeds in het artikel staan”.

Opvallend was dat de kwaliteit van anonieme gebruikers daalde naarmate ze meer meedoen, terwijl geregistreerde gebruikers met veel bijdragen juist gemiddeld een hogere kwaliteit leverden.

Geldt dit nu ook voor open source? Open content en open source software hebben veel gemeen. Ze worden door een groot aantal mensen samen ontwikkeld, er is geen direct financieel motief bij een bijdrage en het resultaat komt voor iedereen vrij beschikbaar. Het rapport trekt ook een aantal keer die lijn.

Ik vroeg het Ruben van Wendel de Joode (Twynstra Gudde), die in 2005 promoveerde op het organisatievermogen van open source communities, en die reageerde als volgt:

De auteurs stellen open source gelijk aan open content. Daar ben ik het op een hoog abstractieniveau wel mee eens. In veel opzichten lijken beide op elkaar: zo is bij beide de kern open, kan iedereen een bijdrage leveren, is het sterk modulair opgezet, etc.

Echter, bij het type onderzoek dat men doet in dit paper vind ik het niet terecht. Ik heb het hele rapport (nog) niet gelezen, maar ik vind het wel een wezenlijk verschil over men kwaliteit van software of kwaliteit van open content onderzoekt. Zo stellen de onderzoekers dat de kwaliteit van bijdrages door een persoon die slechts 1 bijdrage levert aan Wikipedia verrassend hoog is, zelfs hoger dan bijdrages van mensen die vaak een bijdrage leveren. Dat idee lijkt mij intuitief niet van toepassing bij software. In software zal men zich toch goed moeten inwerken voordat men een bijdrage kan leveren. Bij Wikipedia daarentegen kan een specialist op een bepaald onderwerp zeer eenvoudig een artikel doorlezen en een kwalitatief super bijdrage te leveren. Bij software is dat toch minder makkelijk denk ik.

Via the Inquirer, dat nog steeds boos is over de verwijdering van de pagina van hun hoofdredacteur.

Arnoud

Kroes: “Microsoft zal haar API’s voor open source beschikbaar stellen”

Microsoft luistert naar Eurocommissaris Kroes. In een persbericht vandaag verklaart ‘Steely’ Neelie Kroes dat zij overeenstemming bereikt heeft met Microsoft over o.a. gebruik van haar interoperabiliteitsinformatie door open source ontwikkelaars:

I told Microsoft that it had to make interoperability information available to open source developers. Microsoft will now do so, with licensing terms that allow every recipient of the resulting software to copy, modify and redistribute it in accordance with the open source business model.

I told Microsoft that it should give legal security to programmers who help to develop open source software and confine its patent disputes to commercial software distributors and end users. Microsoft will now pledge to do so.

Alleen dat “commercial” is wat ongelukkig. Ook open source verspreiders zijn commercieel. Het verschil zit hem in de manier van zakendoen. Geen royalties per kopie, maar bijvoorbeeld geld voor diensten of bijkomende producten. Ik hoop dat MS dit niet interpreteert als “we hoeven alleen hobbyisten gratis octrooilicenties te geven”. Dat zou wel erg makkelijk zijn, want hobbyisten kunnen per definitie geen inbreuk maken op octrooien. Alleen commercieel gebruik van een octrooi kan inbreuk zijn.

Al eerder gaf Microsoft namelijk een gratis octrooilicentie aan “hobbyisten”:

Many software developers, often referred to as “hobbyists,” write code not with the expectation of making money, but because they enjoy solving technical challenges and participating in a community of enthusiasts who recognize and encourage one another’s talents. One such community of hobbyist developers participate in the development of open source software. To further encourage these efforts, this pledge provides non-compensated individual hobbyist developers royalty-free use of Microsoft patents as set forth below.

Via Yahoo (via Reuters) nog de opmerking dat het overleg tijdens diverse diners in Rotterdam plaatsvond. Kroes betaalde; mag ook wel als de ander je al driekwart miljard euro heeft betaald.

Arnoud

The Jem Report: The real heart of the GPLv3 rift

Alweer een zeer juiste observatie over GPL versie 3 in The Jem Report:

With events like Eben Moglen’s bizarre tirade against Tim O’Reilly, the FSF leadership (even though Moglen is no longer officially a leader, he still acts as a spokesperson) is appearing more like a group of religious extremists, and less like programmers intent on creating free replacements for proprietary programs. The FSF’s focus is increasingly to protest, boycott, censure, and exclude all things it does not find morally agreeable. By contrast, it is the open source community that is doing all the real work — the coding, the documentation requesting, and the reverse-engineering. The rift is forming primarily between the people who do the talking, and the people who do the actual software development. This has come to mean a rift between free software, which for all its bluster and bombast has failed miserably to produce a complete GNU operating system; and open source, which has produced many financially and/or technologically successful operating systems over virtually the same period of time.

Inderdaad. Open source is een ontwikkelmodel. Vrije software is een sociale beweging.

Alleen die laatste opmerking over “complete GNU operating system” is niet helemaal terecht. De Hurd kan na vijftien jaar ontwikkelen echt wel opstarten. Die oude grap

Q: What’s the difference between GNU and Linux?
A: Linux has a kernel that boots.

is dus echt achterhaald.

Lees verder in The real heart of the GPLv3 rift.

Arnoud

Eén trol maakt nog geen “patentbarrage” – Linux onderwerp van octrooirechtszaak

Onder de zeer tendentieuze kop Patentenbarrage op Linux begint meldt Planet over een octrooirechtszaak tegen Linux-distributeurs Red Had en Novell. Kom op zeg. Het was toch ook geen “barrage” toen Acacia het octrooi tegen Apple inzette. Afgaande op de in het artikel geciteerde bronnen baseert Planet zich daarbij vooral op het de laatste tijd nogal hysterische Groklaw, dat achter elk juridisch hobbeltje voor Linux een Microsoft-samenzwering ziet. (Tweakers bericht neutraal trouwens)

Die samenzwering bestaat, als ik het goed begrijp, uit drie dingen:

  1. Ballmer heeft onlangs gezegd “dat alle Linux-gebruikers schatplichtig aan Microsoft zijn”.
  2. <li>Al eerder riep Microsoft-octrooidirecteur Brad Smith dat <a href="http://money.cnn.com/magazines/fortune/fortune_archive/2007/05/28/100033867/">Microsoft meer dan 200 octrooien heeft</a> waar Linux inbreuk op maakt.</li>
    
    <li>De octrooihouder in kwestie is "<a href="http://blogs.ocregister.com/morningeye/archives/2006/07/acacia_ceo_were_not_a_patent_troll.html">wij zijn geen trol</a>" <a href="http://www.buildingipvalue.com/06US_Can/113_116.htm">octrooitrol</a> Acacia, waar twee <a href="http://blogs.cnet.com/8301-13505_1-9796697-16.html">voormalige Microsoft octrooimensen zijn gaan werken</a>.</li>
    

Alleen is het octrooi afkomstig van Xerox, niet van Microsoft. Wat dit dus met Microsoft IP te maken heeft, weet ik niet.

Verder was Ballmer een beetje dom toen hij dat getal riep. Dat was geen eigen Microsoft-onderzoek, maar een citaat uit de studie van Dan Ravicher’s Public Patent Foundation uit 2004. En die studie concludeerde alleen dat er mogelijk sprake was van inbreuk op 283 octrooien, niet dat dat zeker zo was. Laat staan trouwens dat die 283 van Microsoft waren. Ravicher vond er 27, geen 283.

Maar nu even serieus. Octrooien en open source blijven een lastige combinatie, dat is waar. Maar octrooirechtszaken zijn niet uniek voor open source. Ook de manier waarop deze zaal zal worden opgelost -een schikking– is niet uniek.

Het belangrijkste is echter dat dit soort overspannen retoriek niet goed is voor open source. Open source draait om samenwerken, en daarbij moet je op een normale manier met elkaar kunnen praten. Ook over risico’s en bedreigingen. Wat schiet je op met dit soort retoriek en holle kreten? Het is een mooi verhaal, maar wat moet een bedrijf met een claim dat er een “barrage” aan octrooirechtszaken aankomt? Dat klinkt vreselijk. Stoppen met Linux dan maar?

Al in 2004 schreef David McGowan dan ook terecht:

If the F/OSS community wants to be in commercial space, community members will have to learn to deal calmly with IP litigation. The F/OSS production model will work where it makes sense, and it will not work where it doesn’t. It’s really just that simple. Particular claims in individual suits—even one against a flagship program such as the GNU/Linux OS—will not determine the fate of the community. Such cases present factual issues that will get resolved one way or another; they do not represent a crisis for F/OSS production as a whole. Norm entrepreneurial rhetoric that plays off such cases should be treated as entertainment. Enjoy it if you like it, take inspiration from it if you must, but don’t confuse it with the way things actually get done.

En Jerry Rosenthal van Open Invention Network (waar Red Hat, Novell en mijn werkgever oprichters van zijn, samen met nog Sony, IBM en NEC) zei al eerder:

This is not the first time that unsubstantiated claims of patent infringement have been leveled at Linux. Moreover, just as in the past, these claims are made without disclosing any evidence. It’s time to stop the accusations and show the evidence. What’s happening with these accusers is the equivalent of declaring four aces while being unwilling to show even a pair of deuces.

Laten we dus eerst maar eens kijken wat er in die octrooiclaims staat.

Arnoud