Is e-mail nou wel of niet veilig genoeg voor communicatie van basale persoonsgegevens?

email-e-mail-elektronische-post-envelopEen lezer vroeg me:

Ik heb een discussie met het waterbedrijf. Zij mailen mij met allerlei informatie, maar nemen elke keer ook naam, adres, klantnummer en dergelijke van mij op. Laatst stuurden ze zelfs mijn bankrekeningnummer in een mail. Op mijn vraag hoe dat zit met bescherming van persoonsgegevens, zei men dat e-mail buiten haar macht lag. Kan dat zomaar?

In het recht kan er veel, maar zelden zomaar. En ik moet zeggen dat ik deze lastiger vind dan hij op het eerste gezicht lijkt.

Een bedrijf is verplicht persoonsgegevens adequaat te beveiligen tegen misbruik en ongeautoriseerde toegang. Wat adequaat is, staat niet in de wet. Je moet dus zelf een afweging maken: welke risico’s zijn er, welke opties zijn er om daartegen te beveiligen en wegen de kosten en moeite daarvan op tegen die risico’s.

E-mail is nou niet bepaald een veilig medium. Berichten gaan onversleuteld over de lijn, en kunnen eenvoudig worden gelezen door allerlei partijen tijdens het transport. Of, wat veel vaker gebeurt: ze gaan naar de verkeerde persoon. Dus e-mail zou snel afvallen in de categorie “hoe transporteren we veilig deze persoonsgegevens naar de klant”.

Daar staat tegenover dat we het hier niet hebben over medische dossiers of gevoelige persoonlijke details. Een naam en adres plus klantnummer kan ik op geen enkele manier een gevoelig gegeven vinden. Ik zie dan ook weinig bezwaar tegen die gegevens per mail sturen bij zaken als de meterstanden opnemen of een zakelijk berichtje naar die klant. (Natuurlijk wel met de vraag, móet dat in die mail, ik weet al waar ik woon immers.)

Wat vinden jullie? Is e-mail principieel onveilig, of moet dit kunnen voor basale persoonsgegevens?

Arnoud

Dynamische ip-adressen zijn ook persoonsgegevens voor websitehouders

shirt-127-0-0-1-ip-adresHet Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat dynamische ip-adressen persoonsgegevens kunnen zijn, zo meldde Tweakers vorige week. Daar schijn je over te kunnen twijfelen, dus goed dat er nu een uitspraak (zaaknr. C-582/14) over is.

De zaak werd aangespannen door een Duitse burger die constateerde dat overheidswebsites zijn IP-adres logden. Hij maakte daartegen bezwaar: als hij zich op de website had geïdentificeerd (bijvoorbeeld door in te loggen) dan zou na de bezoeksessie er geen reden meer zijn om zijn IP-adres te bewaren. En wat niet nodig is, moet weg onder de privacywet. Nee, aldus de instantie: dat IP-adres is geen persoonsgegeven als u niet inlogt want wij weten niet dan wie u bent. Dus niks privacywet.

Dit lijkt een wat gezocht argument en dat is het natuurlijk ook, maar het raakt wel aan een heel fundamenteel punt. Namelijk, hoe ver ga je met iets persoonsgegeven verklaren? De literatuur is daarover verdeeld in de objectieven en de relatieven, zeg maar de preciezen en de rekkelijken. De objectieven/preciezen vinden dat een gegeven een persoonsgegeven is als de koppeling naar de betrokkene met redelijke moeite te maken is, ook als je daarvoor een derde (zoals de isp, in dit geval) nodig hebt en ook als die daar niet perse aan mee werkt. De relatieven/rekkelijken vinden dat iets alleen een persoonsgegeven is voor wie de koppeling kan maken, in dit geval dus alleen de isp.

Het Hof pakt de wet er nog eens bij en constateert dat de objectieven gelijk hebben: de wet spreekt ook van “indirect identificeerbaar” zijn, dus iets is niet alleen maar een persoonsgegeven voor wie zélf de koppeling kan leggen. Dus de vraag is alleen nog, hoe moeilijk is het om de identificatie ui te voeren, oftewel hoe moeilijk is het die isp’s mee te krijgen?

Redelijk moeilijk, want in Duitsland gaat het opvragen van NAW-gegevens bij een IP-adres altijd via Justitie. Maar dat is genoeg:

Hoewel de verwijzende rechter in zijn verwijzingsbeslissing preciseert dat de internetprovider de extra informatie die noodzakelijk is voor de identificatie van de betrokken persoon, naar Duits recht niet rechtstreeks mag doorgeven aan de aanbieder van onlinemediadiensten, lijken er – onder voorbehoud van de door de verwijzende rechter in dit verband te verrichten verificaties – voor de aanbieder van onlinemediadiensten juridische mogelijkheden te bestaan om zich, met name in geval van cyberaanvallen, te wenden tot de bevoegde autoriteit opdat deze de nodige stappen onderneemt om die informatie van de internetprovider te verkrijgen en om strafvervolging in te stellen. … De aanbieder van onlinemediadiensten lijkt dan ook te beschikken over middelen waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs kunnen worden ingezet om de betrokken persoon met behulp van derden, te weten de bevoegde autoriteit en de internetprovider, te identificeren aan de hand van de bewaarde IP-adressen.

Als dát al genoeg is, dan zijn we er. In Nederland ligt de lat lager dankzij het Lycos/Pessers-arrest, zodat ik er geen enkele twijfel over heb dat in Nederland aan het vereiste is voldaan dat het Hof hier oplegt.

Gelukkig voor de Duitse overheidssites mogen zij wel gewoon doorgaan met loggen. Dit is namelijk te rechtvaardigen onder een “eigen dringende noodzaak” (bij ons art. 8 sub f Wbp), zonder ip-adressen is het lastig aanvallen en dergelijke te herkennen. Maar dat is dus wel het kader waarbinnen élk gebruik van een IP-adres zal moeten worden bekeken vanaf nu. Hoe groot is de noodzaak dat gegeven te gebruiken, en hoe groot is het privacybelang van de websitebezoeker?

Arnoud

Facebook moet gegevens Nederlandse gebruiker doorgeven om chantage

naam-handelsnaamFacebook moet gegevens van een gebruiker opsporen en doorgeven om vervolging van die persoon mogelijk te maken, meldde Nu.nl maandag. Het gaat om gegevens van iemand die dreigde intieme foto’s van een gebruiker te publiceren. De rechter bepaalde dat Facebook die moet afgeven. Opmerkelijk genoeg wel met de overweging dat Facebook terecht niet zelf die gegevens heeft afgegeven maar het op een rechtszaak liet aankomen. Ik mis even iets.

De eiseres had via Facebook een ander leren kennen op wie ze verliefd was geraakt, en die ander wist bij haar intieme beelden los te peuteren (in ruil voor nepbeelden terug). Op zeker moment ontstonden bij haar twijfels over of haar wederpartij wel echt was, waarop het gesprek explodeerde en de ander dreigde deze beelden van haar op internet te slingeren.

Een klassiek geval, en lastig aan te pakken want de politie ziet hier vaak weinig heil in (“niet strafbaar, had je maar geen naaktfoto’s moeten sturen”, is een klant van me eens verteld) en zelf een rechtszaak beginnen is toch een hele hoop tijd en moeite. Al is het maar omdat je dan op zijn minst een naam nodig hebt, en alleen Facebook heeft dergelijke informatie.

Naar de rechter dus en opeisen die gegevens. Lycos/Pessers biedt daar een grondslag voor: bij onrechtmatig handelen van een klant waarbij alleen Facebook diens identiteit kent én er geen andere optie is én de klant zijn privacy ondergeschikt is aan de claim, moeten deze gegevens worden afgegeven. Alleen: staat dan in voldoende mate vast dat hier sprake is van iets onrechtmatigs?

Natuurlijk, een dreigement om naaktfoto’s te publiceren is een strafbaar feit (smaad, schending van portretrecht en als er iets wordt gevraagd om het dreigement niet uit te voeren dan is het chantage) maar hoe weten we dat dat echt is uitgevoerd? Veel zal immers in privéberichten (of zelfs buiten Facebook om) gebeuren, dus dat is geen gelopen race.

De rechter in deze zaak kijkt niet naar dit arrest, maar formuleert een eigen norm toegespitst op dit soort gevallen:

Een vordering zoals ingesteld door [eiseres] kan slechts worden toegewezen, indien een gebruiker door middel van een valse identiteit tracht om in het bezit te komen van gegevens die niet voor hem of haar zijn bedoeld en die hij of zij, indien zijn of haar ware identiteit was gebruikt, niet zou hebben ontvangen.

Wanneer iemand dus met een nepprofiel gegevens probeert los te peuteren, handelt hij onrechtmatig. Dat biedt dan voldoende grondslag om tegen de dienstverlener te zeggen, afgeven wat je over deze persoon weet zodat het slachtoffer hem kan aanklagen.

Opmerkelijk vind ik dan dat de rechtbank zegt dat Facebook onrechtmatig handelt door die gegevens niet te geven, maar:

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Facebook terecht niet op eerste verzoek van [eiseres] privacy gevoelige informatie van haar gebruikers heeft prijsgegeven, maar een uitspraak van de rechter over dit punt heeft afgewacht.

Onder het Lycos/Pessers arrest moet nu juist wél direct die gegevens worden verschaft. Dat is het hele idee van “onrechtmatig handelen door ze niet te geven”. Je richt schade aan door die gegevens achter te houden terwijl het duidelijk is dat ze afgegeven moeten worden. Ik denk dat de rechter tussen de regels door bedoelt dat het voor Facebook hier niet duidelijk genoeg was of sprake was van onrechtmatigheid, en in dat geval is inderdaad een rechterlijke toets nodig.

Maar het is wel jammer dat het zo geformuleerd staat, want dit wekt dan toch weer de indruk dat je als tussenpersoon altijd naar de rechter mag verwijzen. En dat is nadrukkelijk onjuist.

Arnoud

Vergeet ik al die tijd helemaal wat te vinden van het Privacy Shield

privacy-shieldAlweer uit juli: het Privacy Shield, het nieuwe dataverdrag tussen de EU en de VS, is definitief aangenomen. Daarmee is er eindelijk weer een werkbare juridische basis voor doorgifte van persoonsgegevens aan de VS. Althans zou je denken. En ja sorry, dit is belangrijk maar het is me gewoon even ontschoten erover te bloggen.

Al sinds de jaren negentig schuurt het qua persoonsgegevens tussen de Europese Unie en de VS. De Europese regels over persoonsgegevens zijn de strengste ter wereld, en bepalen onder meer dat persoonsgegevens de EU niet uit mogen tenzij het derde land zelf een minstens zo goed niveau van bescherming heeft. En dat heeft de VS dus, zo bepaalde de Europese Commissie in de Safe Harbor-beslissing eind jaren negentig. Amerikaanse bedrijven konden zichzelf certificeren als compliant met Europese regels, en daarmee was het geregeld. Ja moehaha ik weet het.

Dankzij de Snowden-onthullingen kon niemand er meer omheen dat deze fictie geen stand kon houden. Het Hof van Justitie prikte er dan ook in 2015 doorheen: de Amerikaanse haven is niet veilig, punt. Safe Harbor kende geen harde garanties zoals Europees recht vereist, met name omdat de Amerikaanse overheid te allen tijde door de beschermingsregels heen kon prikken.

Na die uitspraak was het enige tijd paniek in de tent: mag je nog wel persoonsgegevens in de Amerikaanse cloud opslaan, of een Amerikaans bedrijf dingen laten doen met Europese persoonsgegevens? Eigenlijk niet, tenzij je via speciale ellenlange modelcontracten specifieke afspraken mag én die kon handhaven, wat nogal een gedoe is.

Nu is er dan een nieuw akkoord dat iets strengere regels stelt. Zo komt er een onafhankelijk toezichtpanel op de zelfcertificering; bij klachten kan een certificaat dan worden ingetrokken. Verder moeten Amerikaanse bedrijven zich duidelijker committeren aan Europese regels en wordt een ombudsman aangesteld die klachten over mogelijke massasurveillance onafhankelijk kan behandelen. De politiek zal de afspraken jaarlijks evalueren.

Zijn we er nu? Niet echt. Voorlopig zitten we goed, want als de Europese Commissie zegt dat een land veilig is, dan is dat zo – althans totdat de onafhankelijke toezichthouders en uiteindelijk het Hof van Justitie zeggen van niet. Dus zorg voor een bewerkersovereenkomst (ADV: doe die training) en let op dat je leveranciers gecertificeerd zijn onder Privacy Shield.

Op de lange termijn zal dit geen stand houden. Uiteindelijk blijft bij Privacy Shield net als bij Safe Harbor het probleem dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten te makkelijk in bulk mogen graaien in persoonsgegevens die Amerikaanse bedrijven onder zich hebben. Dan kun je honderd ombudsmannen aanstellen maar die diensten gaan dat echt niet minder doen. En afspreken dat de VS niet gaat graaien in gegevens bij hun eigen onderdanen, dat kun je wel vergeten als Europese Unie.

Dus ja, leuk dat het gat van Safe Harbor tijdelijk gerepareerd is, we kunnen weer even door. Maar meer dan een doekje voor het bloeden is het niet. Het fundamentele probleem blijft: je moet haast wel de cloud in vandaag de dag, maar dat betekent automatisch opslag in de VS en dat wil je eigenlijk gewoon niet.

Arnoud

Hoe kan WhatsApp alle Duitse klanten uitzonderen van haar Facebookkoppeling?

whatsappFacebook moet WhatsApp-data wissen van Duitse privacywaakhond, meldde Tweakers vorige week. De privacytoezichthouder van de deelstaat Hamburg (waar Facebook gevestigd is) heeft bepaald dat de recente Facebook/Whatsapp-koppeling in strijd is met de Duitse Wet bescherming persoonsgegevens. Facebook mag nu geen gegevens van Duitse WhatsApp-gebruikers meer hebben. Maar hoe kan Facebook dat doen, vroegen diverse mensen me.

De reden voor het Duitse stakingsbevel is dat WhatsApp nooit vooraf heeft gevraagd of zij gegevens aan andere bedrijven mag geven. Zoiets mag alleen met toestemming, ook als het gaat om je nieuwe moederbedrijf. En die toestemming heeft WhatsApp noch Facebook geregeld. Dat is dus gewoon een overtreding van de privacywet, de Wbp.

(Facebook kletst dan ook uit haar nek in haar persbericht dat zij zich zou houden aan Europese privacywetgeving. Allereerst omdat die er niet is – de Richtlijn is geen wet maar een instructie om wetten te máken. En ten tweede omdat in heel Europa die wetten hetzelfde zijn, en de Duitse interpretatie correct is.)

Maar goed, stel dat WhatsApp zegt, prima, we houden ons hieraan, we blokkeren dit voor Duitsers. Hoe moet dat dan? Want er is geen paspoortcontrole als je WhatsApp neemt, dus hoe weten zij dan welke accounts Duits zijn?

Er zijn natuurlijk diverse benaderingen te verzinnen. Accounts met Duitse telefoonnummers (kengetal +49) zullen vermoedelijk aan personen uit Duitsland behoren. Je kunt een landinstelling doen via je account. De taalinstelling zegt misschien ook iets (hoewel Oostenrijk en Zwitserland, en wellicht België, daar anders over zullen denken). Wellicht logt WhatsApp de landen waar je bent, het land waar je 90% van de tijd bent zal dan wel ‘jouw’ land zijn. Een optelsom van een aantal van die factoren zou voor mij een prima manier zijn. Maar toegegeven, 100% zekerheid heb je niet.

Is dat een probleem? Voor de wet niet. Wetten bepalen zelden hoe je dingen moeten doen, ze zeggen wat het gewenste eindresultaat is en verlangen van jou dat je dat doet of uitlegt waarom dat niet kan. En de lat bij dat laatste ligt hoog. In het algemeen moet je alles doen dat je redelijkerwijs kan om aan zo’n bevel te voldoen.

Honderd procent zekerheid wordt niet verlangd, en het is dus geen argument dat je die niet kunt geven. Laat maar zien wat je wél kunt doen en hoe goed dat resultaat is.

Arnoud

Mag je persoonsgegevens eigenlijk wel gebruiken in een aangifte?

Een lezer vroeg me:

Ons bedrijf neemt inkomende telefoongesprekken op voor kwaliteits- en trainingsdoeleinden. Dit wordt ook keurig gemeld. Alleen nu is er iemand die onze receptioniste ernstig heeft bedreigd. Alleen, nu zegt onze security officer dat we geen aangifte mogen doen met de opname omdat we die niet voor dit doel verkregen hebben (art. 9 Wbp). Klopt dat?

De vraag klinkt absurd, maar onder de Wbp moet je toch altijd even verder kijken.

Wie persoonsgegevens wil verwerken, moet daar een grondslag voor hebben. Dat kan toestemming zijn, uitvoering van een overeenkomst of een eigen dringende noodzaak. Het opnemen voor trainings-of servicedoeleinden zie ik als nodig voor uitvoering overeenkomst. Ook de aanloop tot contracteren valt daaronder, net als klantenservice achteraf.

Echter, met een grondslag ben je er nog niet. Er is ook het principe van doelbinding (art. 9 Wbp):

Persoonsgegevens worden niet verder verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen.

Je moet dus concreet nagaan waarom (binnen die grondslag) je de gegevens exact kreeg. En dan mag je de gegevens alleen gebruiken (binnen die grondslag) voor dat doel. Vraag je bijvoorbeeld een geboortedatum om na te gaan of de klant 18 is, dan mag je niet de klant op zijn verjaardag een felicitatie sturen. Dat is immers een ander doel, hoewel ze beiden binnen het ‘uitvoeren overeenkomst’ gerekend zouden kunnen worden.

Hierbij moet je kijken naar zaken als het soort gegevens, de relatie tussen de doelen, de gevolgen van het nieuwe gebruik, de wijze van verkrijging van de gegevens en de waarborgen tegen misbruik die je inbouwt bij het nieuwe gebruik. Dit is een open norm, dus het komt neer op een goede onderbouwing.

Specifiek bij aangifte is er gelukkig een escape. Artikel 43 Wbp bepaalt dat je artikel 9 (de doelbinding) mag negeren bij “de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten”. Aangifte doen en daarbij die opgenomen gesprekken aanleveren als bewijs is dus legaal, ongeacht het doel waarvoor die gesprekken ooit zijn opgenomen.

Zou je wat anders willen, bijvoorbeeld de opname aan een tv-programma als Opgelicht?! geven, dan zul je dat wél moeten rechtvaardigen onder de doelbindng. Dat lijkt me iets lastiger. Aan de andere kant, het voelt ongepast om bij crimineel handelen je te beroepen op je privacy.

Arnoud

Mag de helpdesk me complimenteren met mijn sportprestaties?

je-hoeft-niet-gek-te-zijn-om-hier-te-werken-maar-het-helpt-wel.jpgEen lezer vroeg me:

Laatst had ik op mijn werk een probleem met de mail. De helpdesk gebeld, en het lag aan een mail met gigantische bijlage van een collega. Tijdens het uitzoeken zei de helpdeskmedewerker echter spontaan: “Goh wat leuk, heb je ook de halve marathon in Hengelo gedaan, ik ook!”. Dit haalde hij uit de subject van een andere mail in die map. Mogen ze dat?

Heel strikt gesproken mag dat niet, maar als we dát gaan handhaven dan wordt de Wbp net zo populair als de Auteurswet.

Een mailbox bevat persoonsgegevens, en het bedrijf moet zorgen voor een zorgvuldige omgang daarmee. Deel daarvan is dat er geen persoonsgegevens worden verwerkt die niet noodzakelijk zijn voor het doel van waar je mee bezig bent. Gaat een mailbox stuk, dan is het logisch dat je in het mailoverzicht kijkt naar bijvoorbeeld grote bijlagen, gecorrumpeerde headerregels of virusbijlagen. Mails lezen hoort daar bijvoorbeeld dus eigenlijk al niet bij, inhoud raadpleeg je pas als de metadata niet helpt.

Hier zat de privéinformatie in de header. Op zich dus iets dat je gewoon tegen kunt komen als medewerker. Eigenlijk mag je dat niet verwerken want het is privé. Maar de verwerking is onvermijdelijk gezien waar het staat en het doel van waar hij mee bezig is. Dus dan mag het. Maar de verwerking moet dan beperkt blijven tot “oké, niet relevant bericht” en drukken op de Next-knop. De informatie hoort dan eigenlijk het andere oog weer uit te gaan.

Het lijkt me vooral een stukje professionaliteit. Als helpdeskmedewerker moet je weten dat je bij het openen van mail privédingen kunt zien. En even los van de discussie of dat mag, privédingen in werkmail, dan wel of het handig is: daar blijf je dan gewoon vanaf tenzij het probleem ermee te maken lijkt te hebben. Net zo goed als de automonteur bij de zakelijke leaseauto niet in het handschoenenkastje kijkt tenzij hij daar moet zijn voor bepaalde kabeltjes of zo. Dat doe je gewoon niet.

Alleen: als je iemand treft die dat wél normaal vindt (“gewoon een praatje met de klant, je ziet toch soms ook een foto op het bureau of een poster aan de muur” of het nog dodelijker “ah joh doe niet zo ongezellig”), hoe reageer je dán?

Arnoud

Wbp move over: de Europese Privacyverordening is hier!

wbp-west-bengal-policeNa buitengewoon veel gelobby, gesteggel en geharrewar over toestemming geven, profiling, toezicht en boetes zijn we er dan eindelijk uit: de Europese Privacyverordening is definitief aangenomen in het Europees Parlement. De nieuwe regels zullen de huidige nationale privacywetten, zoals onze Wet bescherming persoonsgegevens, gaan vervangen en zo een éénvormige privacyregulering bieden voor alle Europese burgers. Dat werd hoog tijd, want die oude regels waren uit 1995 en toen werkte internet iets anders dan nu. Wat betekent de privacyverordening voor de praktijk?

De definitieve tekst laat zien dat het in principe vooral méér, méér, méér regeltjes op gaat leveren. Er zijn geen volstrekt nieuwe begrippen of fundamenteel andere insteken. Het is aanscherpen, verdiepen, en vooral meer verplichten voor bedrijven die omgaan met persoonsgegevens. In theorie moet dit de privacy van de burger zeer ten goede komen. Maar ik ben bang voor een cookiewet on steroids: alle waarborgen uit de Verordening ten spijt zie ik de duizenden popups met “Graag willen wij uw uitdrukkelijke toestemming” al voor me.

Het begrip ‘persoonsgegeven’ wordt een eind opgerekt. Het gaat niet perse meer over identificeren aan de hand van iemands naam of contactgegevens: ook locatie en online nicknames zijn nu beschermde data geworden:

an identifiable natural person is one who can be identified, directly or indirectly, in particular by reference to an identifier such as a name, an identification number, location data, an online identifier or to one or more factors specific to the physical, physiological, genetic, mental, economic, cultural or social identity of that natural person;

Hiermee komt (hoop ik dan) een einde aan de discussie of een IP-adres, kenteken, nickname of “die meneer op de achterste bank met dat rode shirt” nu een persoonsgegeven is. Dat zijn ze: ze identificeren iemand aan de hand van een bepaalde identifier, en dat is genoeg. Een naam is ook maar gewoon een tekentje.

Ook de toestemming wordt opgerekt. Waar de huidige wet een vrije, specifieke en op informatie beruste uiting vereiste, luidt de huidige riedel als volgt:

any freely given, specific, informed and unambiguous indication of the data subject’s wishes by which he or she, by a statement or by a clear affirmative action, signifies agreement to the processing of personal data relating to him or her;

De toestemming moet dus nu ook “niet-ambigu” zijn, en er moet een verklaring of duidelijke bevestigende handeling zijn. Uit impliciet handelen valt dus geen toestemming meer af te leiden. En oh ja:

If the data subject’s consent is given in the context of a written declaration which also concerns other matters, the request for consent shall be presented in a manner which is clearly distinguishable from the other matters, in an intelligible and easily accessible form, using clear and plain language.

Wil je dus meerdere dingen vragen waarvan eentje een privacytoestemming is, dan zul je die privacytoestemming apart moeten vragen in gewone taal. En dit is dus waarom ik duizenden cookiepopups verwacht onder de nieuwe wet.

Het ‘recht te worden vergeten’ staat ook in de Verordening. Inhoudelijk weinig nieuws: je hád al het recht je gegevens te laten wissen als ze niet meer relevant zijn, en gewist worden in Google-zoekresultaten is niet anders dan gewist worden bij een winkel waar je jaren terug eens wat bestelde. Wel nieuw is dat de verantwoordelijke nu ook de plicht krijgt bij collega’s die deze data van hem hebben gekregen, het ook daar te laten verwijderen.

Verder heb je straks het recht een kopie van je data te krijgen in een portable formaat, zodat je deze bijvoorbeeld bij een andere dienstverlener kunt laten importeren. (Wel moet het gaan om geautomatiseerde diensten én moet de data verwerkt zijn krachtens toestemming of een contract.)

Verwerken zonder toestemming mag op zich nog steeds, mits je het kunt rechtvaardigen onder een eigen dringende noodzaak. Nieuw is dat mensen bezwaar kunnen maken tegen dergelijke verwerkingen. Bij zo’n bezwaar moet de verantwoordelijke vervolgens een stevige motivatie geven waarom ondanks het bezwaar hij tóch verder mag gaan. En dit wordt nog een leuke: specifiek bij profiling voor direct marketing is die motivatie per definitie niet mogelijk. De vraag voor de komende vijf jaar wordt dus of getargete internetadvertenties hieronder vallen.

De nieuwe wet zet veel zwaarder in op compliance. Bedrijfsprocessen die met persoonsgegevens werken, moeten gedocumenteerd worden (met name hoe toesteming verkregen is). Bedrijven moeten kunnen verantwoorden waarom het niet een onsje minder kan met die persoonsgegevens. En bedrijven wiens kernactiviteit het

processing operations which, by virtue of their nature, their scope and/or their purposes, require regular and systematic monitoring of data subjects on a large scale

is, moeten een onafhankelijke privacy officer aanstellen.

Om dit alles kracht bij te zetten, krijgt de toezichthouder een boetebevoegdheid die op kan lopen tot € 20.000.000 per overtreding of 4% van de wereldwijde jaaromzet voor de grote overtredingen en 10 miljoen/2% voor de meer formele dingen. Wereldwijd, want Google, Facebook en andere Amerikaanse bedrijven kunnen ‘pakken’ is expliciet de bedoeling. Deze vallen volgens de Verordening onder Europese jurisdictie wanneer zij persoonsgegevens van Europese burgers verwerken, ongeacht in welk land dat gebeurt. (En hee, komt dát even handig uit dat ze allemaal hun omzet via een Nederlandse IP-bv doorstromen.)

De Verordening is alles bij elkaar 261 pagina’s juridische taal, dus dat gaat nog wel even flink wat gepuzzel worden voor mij en mijn collega’s. En dat roept gelijk wel een zorg bij me op: deze wet is zó groot, kun je daar wel aan voldoen? Of omgekeerd, deze wet is zó groot, daar is altijd wel een truc in te vinden om er onderuit te komen. Dus was dit wel een goed idee, zó veel ineens regelen?

Arnoud

Mag ik statistieken maken van het verkeer door mijn straat?

nummerborden.png lezer vroeg me:

Ik woon naast een drukke sluiproute in mijn dorp en wil graag statistieken maken van het autoverkeer dat langs rijdt. Ik wil daartoe met een webcam uit mijn slaapkamerraam auto’s fotograferen en de kentekens herkennen. De beelden gooi ik meteen weg, de kentekens sla ik op zodat ik statistieken kan maken over regelmatige passanten versus eenmalig verkeer et cetera. Ik publiceer de kentekens nergens maar ga de statistieken wel rapporteren aan de gemeente. Mag dat?

Kentekens van auto’s worden in Nederland in principe gezien als persoonsgegevens. Ze zijn immers (via het RDW-register of soms andere bronnen) te herleiden tot een natuurlijk persoon, de eigenaar van de auto. Natuurlijk zullen sommige kentekens op bedrijfsnamen staan – dat zijn dan geen persoonsgegevens – maar de overgrote meerderheid van de auto’s is privé-eigendom. Je moet kentekens dus behandelen als persoonsgegevens tenzij je zeker weet dat er geen privéauto’s tussen zullen zitten.

De toezichthouder houdt een slag om de arm door te zeggen dat het om de context gaat: het zijn “geen persoonsgegevens indien redelijkerwijs ook niet te verwachten valt dat die gegevens langs een omweg (eventueel door derden) zullen worden herleid”. Maar volgens mij is die context er al heel snel, zeker als het gaat om auto’s in een bepaalde dorpswijk die daar vaker langskomen. Anderen uit die wijk zullen die snel kunnen herkennen.

Persoonsgegevens dus. Dat betekent dat het gebruik er van te rechtvaardigen moet zijn onder de Wbp. Dat komt hier neer op een belangenafweging: hoe groot is het belang van de vraagsteller bij zijn statistieken, en hoe ernstig is de privacyschending van de passanten? En, aanvullend, kan de vraagsteller iets doen om de privacyschending te beperken?

Een veelgebruikte truc is bijvoorbeeld de kentekens direct na herkenning te hashen. Weliswaar zijn het dan nog steeds persoonsgegevens, maar de privacyimpact is veel kleiner (met een goede hashfunctie). Het idee is immers dat een derde die de hashes heeft, ze niet kan terugrekenen naar de originele kentekens. In de praktijk zijn daar trucs voor, maar hashen lijkt nog steeds acceptabel bij de privacytoezichthouder (zoals bij deze zaak).

Verder heeft de vraagsteller al een paar goede stappen genomen. Hij gaat de kentekens niet publiceren maar alleen geaggregeerde informatie (15% van de auto’s rijdt dagelijks heen en terug door mijn wijk, 80% van de auto’s doet dat minstens één keer per week). Dat zijn geen persoonsgegevens. Hij moet alleen de kentekens niet opslaan, zodat de kans op een datalek verkleind wordt.

Het enige dat nog misgaat, is dat er geen informatie wordt verstrekt aan de auto-eigenaren dat hun persoonsgegevens op deze manier worden verwerkt. Ik heb alleen geen idee hoe dat zou moeten gebeuren. Een groot bord langs de weg lijkt me lastig te realiseren (nog even afgezien van vergunningen die daarvoor nodig zouden zijn), maar hoe anders?

Arnoud

Mag je systemen testen met productiedata met persoonsgegevens?

test-checkbox-lijst-vinkjeEen lezer vroeg me:

Bij mijn laatste klant kreeg ik te horen dat ik bij de update van hun software wel mag testen, maar alleen met nepgegevens. Het argument was dat hun klanten geen toestemming hadden gegeven voor gebruik van hun data voor testdoeleinden. Deed ik dat toch, dan zouden ze de boetes wegens datalekken op mij verhalen. Klopt dat?

Dat verhaal over toestemming en boetes wijst erop dat de klant denkt aan een overtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Natuurlijk staat daar nergens letterlijk in dat het verboden is om te testen met productiegegevens. Die wet zegt alleen dat je de gegevens mag gebruiken voor het doel waarvoor je ze hebt verkregen, en voor doelen die in duidelijk direct verband daarmee staan (art. 8 en 9 Wbp).

Het testen van de omgeving waarbinnen je persoonsgegevens wilt gaan gebruiken, lijkt mij zonder meer voldoende verband te hebben met het daadwerkelijk (productie) gebruik van die omgeving. Als er dus toestemming is voor het productiegebruik, dan ook voor validatie en acceptatie van de software die dat gaat doen.

Tegelijkertijd kun je je afvragen of het echt wel nódig is om te testen met productiegegevens. Als je gaat testen, werk je haast per definitie met een systeem waarvan je nog niet weet of alles goed zit. Je neemt dan dus het risico dat er ergens een lek zit, of dat er verkeerde dingen gebeuren met die gegevens. (Ik krijg elke maand volgens mij wel een abusievelijke testmailing van de een of andere, om eens wat te noemen.) Vanuit dat perspectief zou je het eigenlijk niet moeten doen.

Ik zou dus zeggen dat je waar je kunt nepdata moet gebruiken. Alleen bij die tests waar de echte data gebruikt móet worden, is dat toegestaan onder de Wbp. Ik denk dan aan zaken als “is de productiedata correct geïmporteerd” of “klopt de rapportage nu wel met wat we verwachten”. In die situaties is geen aparte toestemming van de klanten nodig.

Arnoud