Auteursrecht én merk op een logo, mag dat?

Op 1 december blogde ik over het parodiërend merkgebruik van verzekeraar Ditzo. Deze had de naam “Datzo” laten opmaken in de stijl van de merken van andere verzekeraars. Sanne Roemen stelde toen de intrigerende vraag of er ook sprake zou zijn van inbreuk op auteursrecht.

Een logo kan natuurlijk best beschermd zijn door auteursrecht. Het moet dan wel iets creatiever zijn dan bijvoorbeeld het OHRA logo -een gestileerde tekst met een rode streep- maar bijvoorbeeld het bladvormige Adidas-logo of natuurlijk het Philips-schild zijn gewoon auteursrechtelijk beschermde werken.

Een logo zoals dat van OHRA kan prima als merk beschermd worden. Het is tenslotte geschikt om de diensten van OHRA te onderscheiden van die van andere verzekeraars. Hoe artistiek of triviaal het logo is, maakt daarbij niet uit. Als je het ziet en denkt “ah ja, OHRA”, dan is het in principe geschikt als merk.

Heb je je logo als merk geregistreerd, en kopieert iemand het vervolgens, dan zou je hem zowel van inbreuk op je merk als inbreuk op auteursrecht kunnen beschuldigen. Zo’n Samenloop van rechten, zoals juristen dat noemen, is eigenlijk niet de bedoeling. In de rechtspraak is dan ook de regel ontwikkeld dat je een apart, specifiek belang moet hebben bij je claim op inbreuk van auteursrecht. Als je iets probeert te verbieden, en het lukt met je merk niet, dan mag je het niet alsnog met je auteursrecht een tweede keer proberen, is de gedachte.

adihash.jpgJe moet dus een reden hebben die niets met het merk als merk te maken heeft. Misschien verkoop je het plaatje dat in je logo zit, ook los als kunstwerk bijvoorbeeld. Denk aan een fotograaf die één van zijn mooiste foto’s als logo hanteert. Of je ziet het plaatje van hiernaast op internet en je wilt daar als Adidas wat aan doen.

Je kunt je afvragen of dit merkinbreuk is, zeker als het niet b.v. op t-shirts verkocht wordt maar gewoon gratis op internet staat. Maar inbreuk op auteursrecht is een ander verhaal. Het blad is gewoon nagetekend, en alleen de letters er onder zijn aangepast. Dat zou dus al snel inbreuk moeten zijn. Ware het niet dat dit waarschijnlijk wel een parodie op zou leveren.

De G-star broek met het vormmerk uitgelichtEen iets serieuzer voorbeeld is de G-star broek. De broek als geheel is auteursrechtelijk beschermd, en het merk was de manier waarop het kniestuk vormgegeven was. G-Star kon toen zowel haar auteursrecht als haar merkrecht inzetten tegen de broeken van concurrent Benetton. Het auteursrecht omdat Benetton nagemaakte broeken verkocht, en het merkrecht omdat de kniestukken van de Benetton-broeken verwarrend veel leken op het merk van G-Star.

Uitgebreid over oneigenlijk gebruik van auteursrecht is Liever misbruikt dan misplaatst auteursrecht: Het doelcriterium ingezet tegen oneigenlijk auteursrechtgebruik van Ashwin van Rooijen, promovendus bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam.

Arnoud

Huizenzoekmachine Jaap mag toch doorgaan met overnemen

Donderdag won huizenzoekmachine Jaap.nl haar hoger beroep tegen de stichting Baas in eigen Huis. Jaap mag nu dus weer vrolijk gaan overnemen van huizensites, behalve bij die makelaars die daar bij Jaap tegen protesteren.

In augustus moest Jaap stoppen met overnemen van teksten en foto’s van te koop staande huizen van makelaarsites. Een intrigerend vonnis, waarin het beeldcitaatrecht tot op de pixel werd vastgelegd en de geschriftenbescherming flink werd opgerekt. Maar dat is nu allemaal niet langer geldend recht.

Jammer. Vooral omdat het vonnis niet werd herzien, en het gerechtshof ook niet met een eigen regel over wat je wel en niet mag overnemen kwam. Het vonnis werd namelijk vernietigd omdat die stichting een class action zaak oftewel een groepsactie was begonnen, terwijl ze niet aan de eisen (3:305a BW) hadden voldaan.

De stichting kwam namelijk op namens het “gemeenschappelijk belang van makelaars”. Dat mag, maar dan moeten die wel een gemeenschappelijk belang hebben natuurlijk. Jaap kon echter laten zien dat ruim een derde van alle makelaars geen enkel bezwaar had tegen overname. Weliswaar slechts 5% van de NVM makelaars (want uiteraard gaat het vooral om overnemen van Funda), maar toch.

Onder deze omstandigheden kan niet worden volgehouden dat Baas in Eigen Huis, die zegt “in de bres te springen” voor de auteursrechten van alle makelaars, dus zonder onderscheid naar voor- en tegenstanders van de handelwijze van Plazacasa, opkomt voor gelijksoortige belangen in de zin van artikel 3:305a BW.

Kortom, je mag alleen een groepsactie beginnen als de groep achter je staat. Of beter gezegd als je minstens kunt aangeven welk deel van de groep achter jou staat. En dat had de stichting niet gedaan. Die vond het Jaap’s taak om toestemming te gaan vragen bij elke individuele makelaar. Het Hof zag dat anders: waarom zou de stichting niet binnen haar achterban de leden kunnen zoeken die tegen overname door Jaap zijn, en dan namens hen de vordering instellen?

Nou ja, gelukkig hebben we de Gaspedaal-zaak nog. En natuurlijk het Zoekallehuizen-arrest van 2006.

Lex Bruinhof verwacht ongetwijfeld een vervolg.

UPDATE (10 januari): en er is een vervolg, de stichting heeft volgens NU.nl een nieuw proces gestart waarin zij uitsluitend boze makelaars vertegenwoordigt:

De stichting zegt na deze uitspraak 1650 steunbetuigingen van makelaars verzameld. Daarmee hoopt de stichting wel gezien te worden als dé vertegenwoordiger van makelaars. Jaap zegt het kort geding, dat vrijdag dient in Alkmaar, met vertrouwen tegemoet te zien. “Ook wij krijgen veel steunbetuigingen binnen”, zegt een woordvoerder. De site wijst op het belang van een transparante woningmarkt.

Arnoud

Deponeer uw idee online via het i-Depot

Sinds eind november is het mogelijk om online een i-depot te doen. De i-depot envelop blijft bestaan maar een elektronisch depot is goedkoper, handiger en sneller.

Het i-depot is een vorm van ideeregistratie, aangeboden door het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Het BBIE omschrijft het zelf als

een middel dat kan dienen als officieel bewijs, waarmee iemand kan aantonen dat hij op een bepaalde datum een bepaald idee, concept of uitvinding heeft ontwikkeld

maar dat is niet helemaal juist. Ik kan tenslotte prima andermans idee, concept of uitvinding opsturen naar het BBIE en dan krijg ik keurig een i-depot registratiebewijs. Het is dan maar te hopen voor die ander dat hij bewijs heeft van nog eerdere datum, want in zulke gevallen zal de rechter snel geneigd zijn de persoon met de oudste datum als bedenker of uitvinder aan te merken.

Een idee beschermen blijft dus een lastige zaak. Zoals dit voorbeeld laat zien, levert depot van een idee op zichzelf nog geen recht op. Het bewijst alleen dat iemand op de datum van depot in het bezit was van de gedeponeerde tekst of afbeelding.

Sommige mensen denken dat je net zo goed het idee in een envelop naar jezelf kunt sturen. De datumstempel van de post zou dan het bewijs zijn. Niet helemaal. Je kunt tenslotte enveloppen opsturen die niet dichtgeplakt zijn, en dan op een later moment er elke brief instoppen die je wilt.

Ook bij aangetekende post zou ik twijfelen. Mag je niet-dichtgeplakte enveloppen aangetekend versturen? Of is het mogelijk zo’n envelop nadien open te weken en weer dicht te plakken?

Het grote voordeel van een i-Depot is dan ook dat het BBIE een uitspraak doet over de inhoud die men op de de datum van depot ontving. Omdat het BBIE onafhankelijk is, zal de rechter dan minder snel twijfelen aan de datering.

Arnoud

CBP: regels privacy en persoonsgegevens op internet, nu definitief

Een verjaardagskadootje dat me niet eens was opgevallen. Op 11 december publiceerde College bescherming persoonsgegevens (CBP) de definitieve tekst van de Richtsnoeren ‘Publicatie van persoonsgegevens op internet’ (PDF). Deze Richtsnoeren leggen uit hoe het CBP vindt dat de Wet Bescherming Persoonsgegevens toegepast zou moeten worden op internet, met name bij websites en forums.

Veel kritiek, pardon feedback over het omgaan met persoonsgegevens van minderjarigen. Je mag geen stamboom met daarin de naam van je kind publiceren, om eens wat te noemen. Maar, iets belangrijker, sites zoals Hyves, Sugababes en CU2 zijn illegaal bezig omdat ze kinderen profielen laten aanmaken zonder expliciet toestemming aan de ouders te vragen. Deze regel zal grote problemen op gaan leveren voor veel sites, nu meer dan 90 procent van alle jongeren regelmatig online bezig is en 58% vaak gebruik maakt van zulke sites. Toch vindt het Cbp het door haar gepropageerde strenge regime belangrijk:

Bij publicatie op internet moet echter rekening worden gehouden met het feit dat de gevolgen pas jaren later merkbaar kunnen worden, door koppeling van gegevens over een persoon door de tijd heen, of omdat een jongere zich in een nieuwe omgeving (bijvoorbeeld bij wisseling van school) op een andere manier wil kunnen ontwikkelen dan voorheen.

Ook handhaaft het Cbp de opvatting dat een IP-adres een persoonsgegeven is (in combinatie met een datum en tijdstip). Hierop was de nodige kritiek gekomen, omdat IP-adressen eigenlijk bij elke communicatie via internet nodig zijn en de Wbp zo wel heel ruim uitgelegd wordt. Maar deze brede uitleg past binnen de wet en de Europese privacyrichtlijn.

Als laatste bleek er veel verwarring te zijn over de verschillende begrippen, en met name wat de bijbehorende consequenties zijn. Zo gaat het vaak over de “verantwoordelijke” voor een verwerking van persoonsgegevens. Deze term lijkt te suggereren dat je die persoon dan dus aan kunt spreken op de gevolgen. Verantwoordelijkheid op grond van de Wbp is echter iets anders dan aansprakelijkheid. Je kunt verantwoordelijk zijn voor een verwerking zonder aansprakelijk te zijn voor de gevolgen. Zo is Youtube niet aansprakelijk voor schade door een daar gepubliceerd filmpje waar iemand herkenbaar op te zien is. Pas als Youtube getipt wordt, en men het filmpje dan niet weghaalt, kan dat anders worden.

De beheerder van een discussieforum is daarentegen wel verantwoordelijk én aansprakelijk voor persoonsgegevens die op zijn forum geplaatst worden. Een goed moderator-team is dus erg belangrijk. Het Cbp gaat nog een stapje verder:

Houders van websites of forums zijn onder de Wbp ook verantwoordelijk voor onjuiste of onnodige vermeldingen van persoonsgegevens door de bezoekers van hun publicatie. De verantwoordelijke moet daarom actief modereren om aperte onrechtmatigheden te voorkomen, zeker als het gaat om bijzondere gegevens, zoals strafrechtelijke of gezondheidsgegevens (zie hoofdstuk I paragraaf 8). Om onrechtmatigheid van de publicatie te voorkomen, dienen verantwoordelijken ervoor te zorgen dat bijdragen alleen gepubliceerd kunnen worden op tijdstippen dat er moderatie aanwezig is.

Dat wil niet zeggen dat het dus verplicht is om alleen publicaties na moderatie te laten verschijnen. Wie die strenge regel hanteert, zit goed volgens het Cbp. Wie dat niet doet, loopt het risico dat er een bijdrage op het forum komt die achteraf gezien iemands privacy schendt. Maar als dat niet gebeurt, is er geen juridisch probleem.

De regels zijn officieel gepubliceerd in de Staatscourant 2007, 240, pag. 27.

Eerste commentaar bij Netkwesties.

Arnoud

De regelneef van Musicopy

Een lezer was op zoek naar de regelneef. Nee, niet die van Koot & Bie maar van Nederhopper Extince. En die zou hierrr moeten staan, maar dat viel vies tegen:

Helaas wordt het mij onmogelijk gemaakt door de organisatie van Musicopy om door te gaan met deze website. De personen achter deze organisatie komen op voor de belangen van muziekuitgevers die blijkbaar niet willen dat de songteksten gelezen worden. Oh nee, dat zeg ik verkeerd, ze willen er uiteraard geld voor hebben. Aangezien ik geen geld ga geven aan een organisatie die niet duidelijk laat zien aan wie zij het geven en hoe zij de inkomsten duidelijk verspreiden, ben ik dus helaas genoodzaakt om de website te stoppen.

Op songteksten zit inderdaad gewoon auteursrecht. Je mag dus geen songteksten op je site zetten zonder toestemming. Die toestemming moet je bij de maker (componist) zien te halen. Stichting Musicopy is opgericht door een aantal componisten om licenties aan gebruikers voor het gebruik van bladmuziek (liedteksten en muzieknotaties) te verstrekken. Anders dan b.v. de BUMA of de Thuiskopie is Musicopy niet door de minister aangewezen. Maar iedereen mag natuurlijk een stichting of ander bureau beginnen om licentievergoedingen te innen namens auteursrechthebbenden, en wie dat een goed idee lijkt mag daar lid van worden. Zelfs als de club 50% administratiekosten vraagt.

In augustus was er nogal wat gedoe om Musicopy, dat begonnen was om zangkoren “boetes” op te leggen voor het kopiëren van partituren en bladmuziek zonder licenties bij hen te nemen. Nu is er in Nederland maar één instantie die boetes op kan leggen, en dat is de overheid. Meestal de rechter dus, hoewel ook het Openbaar Ministerie of een orgaan zoals de OPTA boetes kunnen opleggen. Musicopy werd dan ook door minister Hirsch Ballin op de vingers getikt, wat de club zelf overigens een constructief overleg noemde.

In ieder geval, het is sneu voor de lezer maar zonder toestemming van de componist mag je toch echt geen site vol lyrics aanbieden. Ook niet als het, zoals bij deze site, geheel niet-commercieel is.

Arnoud

Parkeerkaartjesverzamelaars bederven beroep tegen parkeerbelasting

Postzegels verzamelen vond ik vroeger al nerdy, maar wat dan te denken van verzamelaars van parkeerkaartjes? U hoort misschien een vette knipoog aankomen, maar van eventuele insinuaties dat hiermee boetes kunnen worden omzeild, wil de site zich nadrukkelijk distanciëren (sic). Afijn. Het doet er ook niet toe, want rechters prikken er doorheen, zo blijkt uit dit vonnis.

Een klager had beroep ingesteld tegen zijn naheffing voor de parkeerbelasting (want dat betaal je door een kaartje te kopen). Er lag geen kaartje achter de voorruit, dus kreeg hij een naheffing. Het beroep ging over de vraag of het achteraf laten zien van een kaartje genoeg was. Nee, aldus de rechter:

Met het enkele feit dat eiser achteraf een kaartje overlegt is als gezegd niet aangetoond, dat de belasting door eiser is betaald. Het is algemeen bekend dat kaartjes, al dan niet via internet, worden uitgewisseld.

Men verwacht toch op zijn minst dan een plausibele, zo mogelijk onderbouwde, uitleg, waarom dat kaartje niet achter de voorruit lag. En die moet dan als het even kan ook nog in je beroepschrift staan, dus niet pas ter plekke op de zitting bedacht naar voren gebracht worden.

Update (13 juli 2010): in deze zaak kwam hetzelfde argument naar boven, maar tegenbewijs door uitlezen chipknip en een vier dagen later gestuurde brief met kopie van parkeerkaart was voor de rechter genoeg “in dit bijzondere geval”.

Arnoud

NSFW als handelsmerk

Leest u deze blog ook op het werk? Ik doe mijn best educatief verantwoord te zijn, dus ik ga er vanuit dat dat geen probleem is. (Als dat wel zo is, wil ik graag weten wat voor werk u doet) Mijn links zijn in ieder geval zelden tot nooit Not Safe For Work, zoals dat zo mooi heet.

Eigenlijk zou ik Not Safe For Work® moeten schrijven, want de bedenker van deze term heeft onlangs een merkaanvraag ingediend voor deze kreet, en wel voor

Entertainment Services namely providing a website featuring photographic, audio, video and prose presentations featuring comedic captions regarding current events and online discussions and/or reviews of web materials of an adult nature; Entertainment services, namely, providing a web site featuring musical performances, musical videos, related film clips, photographs, and other multimedia materials; Entertainment services, namely, providing on-line reviews of photogrpahs and /or web postings of an adult nature

Naar goed gebruik was iedereen, van Slashdot tot Ars Technica daar erg boos over. En dat was nou net de bedoeling.

Want wat meldde Fark zelf op maandagavond:

1) Yes, we applied for it.
2) Can’t comment on the prank angle other than “stay tuned.”
3) Muhahaha.

Arnoud

De eisen voor inbreuk op auteursrecht

Een lezersvraag over het bewijzen van inbreuk op auteursrecht:

In hoeverre wordt geacht dat teksten hetzelfde kunnen zijn? Ik bedoel, het kan voorkomen dat er een paar regels zijn in een artikel die exact hetzelfde zijn als in een ander artikel. Is dit inbreuk op auteursrecht?

Dat twee dingen lijken, is niet genoeg. Er is pas sprake van inbreuk op auteursrecht wanneer er creatieve stukken ontleend zijn aan het origineel. Eerst moet dus worden vastgesteld welke van de twee op elkaar lijkende werken het oudste is. Vervolgens wordt gekeken welke stukken daarvan ook terug te vinden zijn in het jongste werk. Daarna is de vraag of die stukken ‘creatief’ zijn. Een zakelijke zin zoals “Peter is 32 jaar” is niet creatief, en als twee artikelen diezelfde zin bevatten, is dat nog geen inbreuk.

Als dit kan worden aangetoond, is er meestal sprake van inbreuk door het jongste werk. De maker daarvan kan echter nog bewijs leveren dat hij niet ontleend heeft, maar het zelf heeft gemaakt en dat de gelijkenis toeval is. Twee foto’s van het Paleis op de Dam in Amsterdam zullen veel op elkaar lijken maar kunnen best onafhankelijk gemaakt zijn.

Een mooi voorbeeld is het al wat oudere Barbie/Sindy-arrest.

Barbie versus Sindy

De Barbie-pop (links) is auteursrechtelijk beschermd. De Sindy-pop (rechts) leek er wel erg veel op. De makers daarvan moesten toen proberen te bewijzen dat hun pop toch echt geheel zonder kennis van de Barbie gemaakt was.

Arnoud