Wij stellen ons niet aansprakelijk voor de inhoud van deze disclaimer

Burger@Overheid.nl ergert zich aan de ook bij de overheid oprukkende disclaimers, las ik op Nu.nl:

Een afzender kan niet eerst allerlei informatie verstrekken en aan het eind doodleuk vermelden dat de boodschap eigenlijk als niet betrouwbaar moet worden beschouwd”, protesteert de organisatie. “Overheidscommunicatie moet gevrijwaard zijn van dergelijke onnodige voorbehouden.

Het voorstel is om een proclaimer in te voeren: wat beloven en wat doen we wel. Een nuttige zaak lijkt me. Zelf erger ik me ook dagelijks aan domme disclaimers die voor de zekerheid van alles uitsluiten. Ik zou zeggen, je bent aansprakelijk of je bent het niet, en daar horen zes regels tekst op een bordje aan de muur niets aan te kunnen veranderen.

Arnoud

Terugblik: de Estste cyberoorlog

Weet u nog, de cyberoorlog in Estland? In mei van dit jaar werden verschillende websites uit Estland, met name overheidssites, bestookt met verstikkingsaanvallen (DDoS-aanvallen). Dat ging zo ver dat Estland overwoog de NAVO er bij te halen voor een militaire actie tegen Rusland, de beweerdelijke dader. Er waren Russische computers bij de aanval betrokken, maar daaruit kun je nog niet concluderen dat het land er dus zelf achter zit. Ook Rusland heeft last van zombie-PC’s.

Nu, een paar maanden later, heeft Kevin Poulsen een uitgebreid artikel geschreven over wat er nu werkelijk gebeurde, en vooral hoe er op werd gereageerd.

Via Bruce Schneier.

Arnoud

Aansprakelijk bij dieplinken naar Youtube-filmpjes

Een vraag van een lezer:

Youtube geeft je de mogelijkheid filmpjes van anderen te integreren in je site met behulp van de ‘embed’ code. Stel dat zo’n filmpje inbreuk pleegt op het auteursrecht. Kan je dan ook verantwoordelijk gesteld worden door dit op je site te tonen, of enkel de eigenaar van het filmpje?

Ik doe dat ook wel eens, maar alleen als ik weet dat ik geen problemen hoef te verwachten.

Meestal is een hyperlink legaal, behalve in uitzonderingsgevallen. Een link naar een inbreukmakend bestand is zo’n uitzondering, ook als het gaat om een inline link. Kan een zoekmachine nog verdedigen dat zij niet elke link kunnen verifiëren, bij zo’n filmpje ligt dat anders. Je weet dan welke film je linkt, en je kunt dan zonder al te veel moeite inschatten of dat een probleem is. Die Hard 4 wordt vast niet legaal op Youtube aangeboden.

Daar komt nog bij dat zo’n “embed” constructie een inline link is, die iedereen meteen het filmpje laat zien (en met 1 klein trucje zelfs helemaal automatisch). Dat gaat nog weer een stapje verder dan alleen linken naar een pagina bij Youtube.

Je verwerkt dus een film waarvan je zou moeten weten dat deze illegaal aangeboden wordt, in je eigen site om zo je eigen publiek die film te laten zien. Je komt dan wel heel dicht in de buurt van het Indymedia/Deutsche Bahn-vonnis, waarin Indymedia aansprakelijk werd gehouden voor een hyperlink:

Aangezien Indymedia weet dat enkele op haar website geplaatste hyperlinks leiden tot [onrechtmatige publicaties], handelt zij … onrechtmatig jegens Deutsche Bahn door geen maatregelen te treffen om verspreiding van de onrechtmatige informatie te staken. Daaraan doet niet af dat Indymedia, als persmedium, de gewraakte informatie niet tot haar eigen informatie maakt. De vraag welke vorm van hyperlinken wordt gebruikt is in dit verband niet van belang. Doorslaggevend is dat Indymedia het technisch mogelijk maakt en laat de informatie te bereiken.

En heel recent nog in deze zaak:

Het werk is immers als onderdeel van een ander werk weergegeven en als zodanig opnieuw (en zonder toestemming van [eiseres]) geopenbaard.

Ik zou dus zeggen dat wie een Youtube-filmpje in zijn blog of site embedt (opneemt), best aansprakelijk gesteld kan worden als het filmpje zonder toestemming op Youtube geplaatst blijkt.

In de praktijk is het natuurlijk het meest efficiënt om bij Youtube zelf te gaan klagen. Als die de film weghalen, werken al die links er naar ook niet meer. Dus de kans dat je ook werkelijk aansprakelijk gesteld zult worden, is vrij klein.

Arnoud

Het recht om te Hyven/Twitteren/bloggen onder werktijd

Steeds meer mensen bloggen of gebruiken sociale netwerken zoals Hyves, Linkedin, Myspace en Facebook. De meeste daarvan zijn puur voor privé: berichtjes uitwisselen met je vrienden, foto’s delen enzovoorts. Slechts een enkeling (met name Linkedin) richt zich primair op zakelijke netwerken. Toch worden die sites vooral onder werktijd gebruikt. Mag dat eigenlijk wel?

De Britse Trade Union Congress (TUC) heeft onlangs een paper gepubliceerd over sociale netwerken en de relatie tot het werk. Emerce citeert uit de conclusie:

“Dat sommige werkgevers de netwerken blokkereren, is een overreactie,” schrijft de TUC. Ze vindt dat goede werkgevers hun werknemers in ieder geval tijdens pauzes moeten toestaan om sociale handelingen te verrichten op hun Facebook of MySpace profiel. De belangrijkste reden: de netwerken zijn een onlosmakelijk onderdeel van de levens van veel werknemers geworden.

Nederlandse vakbonden hebben zich, zover bekend, nog niet over dit onderwerp uitgesproken, meldt Emerce er nog achteraan. We hebben natuurlijk wel het CBP-rapport Goed werken in netwerken (wat ik al kort noem in mijn gids Bloggen op het werk) en niet te vergeten het proefschrift Wangedrag van werknemers van Miranda Koevoets (2006).

Uitgangspunt is dat je als werknemer een zekere beperking op je vrijheid hebt te accepteren. Je wordt tenslotte betaald om te werken en niet om te twitteren. Maar dat betekent niet dat elk privé-telefoontje verboden is of even je Hotmail checken reden kan zijn voor ontslag. Laat staan dat de werkgever zomaar alle internetverkeer mag monitoren. Het CBP schrijft hierover:

In het algemeen zal een beperkte vorm van privé-gebruik worden toegestaan evenals bij telefoneren gebruikelijk is. In zijn algemeenheid is een totaal verbod op privé-gebruik van e-mail en internet niet aanvaardbaar. Alleen bij communicatiefaciliteiten met een specifieke doelstelling, kan het privé-gebruik verboden worden. De werknemer moet dan wel andere communicatiemogelijkheden ter beschikking hebben.

Overigens zou ook bij een algeheel verbod op privé-gebruik de werkgever nog niet het recht hebben om continue het gebruik te controleren. Dit zou immers een ingrijpende en niet-evenredige inmenging in het functioneren van de werknemers betekenen. Continue controle wordt door de Arbeidsomstandighedenwetgeving dan ook met reden als schadelijk gezien voor de gezondheid en het welzijn van de werknemer en zal in het algemeen ook niet kunnen worden gekwalificeerd als goed werkgeverschap.

En het draait om dat laatste. Een werkgever heeft de taak zich als “goed werkgever” te gedragen. Koevoets komt tot de conclusie (p. 78) dat dit betekent dat de privacy van de werknemer onder normale omstandigheden boven monitoren of loggen gaat. Pas bij een redelijk vermoeden van wangedrag mag de werkgever gaan observeren (zie ook cameratoezicht op het werk). Een essentieel element daarbij is het vooraf bekendmaken van het beleid over monitoren en toezicht.

Heeft de werkgever zo’n redelijk vermoeden, dan mag hij dus een werknemer in de gaten houden om te kijken of het vermoeden bevestigd kan worden. Blijkt na zulk toezicht dat de werknemer inderdaad onrechtmatig bezig is, dan kunnen aldus Koevoets de volgende sancties worden opgelegd:

de officiële, schriftelijke waarschuwing of berisping; overplaatsing; het passeren voor een periodieke verhoging; het intrekken van emolumenten; functieverlaging met de daarbij behorende loonsverlaging; vermindering van vakantiedagen; de schorsing of non-actiefstelling met of zonder behoud van loon; het inhouden van het loon; de boete; opzegging van de arbeidsovereenkomst, opzegging wegens een dringende reden en ontbinding door de kantonrechter, zowel wegens verandering in de omstandigheden, als wegens een dringende reden, als wegens wanprestatie.

De betreffende maatregel dient noodzakelijk te zijn ter beëindiging van de ongewenste situatie.

Arnoud

Inline link is inbreuk op auteursrecht

Een inline link, waarbij een plaatje op andermans site getoond wordt alsof het een onderdeel is van je eigen site, is inbreuk op het auteursrecht. Dat is al vaker zo geoordeeld, maar nu is er weer een rechtszaak waarin inline linken zonder toestemming als inbreuk werd aangemerkt:

Dat het werk van [eiseres] in technisch opzicht niet wordt verveelvoudigd nu het werk op de oorspronkelijke server blijft staan, doet er niet aan af dat van een auteursrechtelijk relevante handeling sprake is. Het werk is immers als onderdeel van een ander werk weergegeven en als zodanig opnieuw (en zonder toestemming van [eiseres]) geopenbaard. Naar het oordeel van de kantonrechter levert een en ander schending op van het auteursrecht van [eiseres], op grond waarvan [gedaagde] aan [eiseres] een vergoeding verschuldigd is.

In juni werd profielensite CU2 nog vrijgesproken voor aansprakelijkheid wegens een dergelijke link. Dat kwam omdat ze de link meteen verwijderden bij een klacht.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Uw nieuwe wachtwoord: “gemutileerde zeehond”

Is dit slim of zie ik iets over het hoofd?

Al die sites die eisen dat je een naam en wachtwoord kiest, zijn eigenlijk heel onveilig. Vrijwel iedereen gebruikt tegenwoordig zijn e-mailadres als gebruikersnaam, en vaak heb je niet eens meer een aparte gebruikersnaam. De veiligheid komt dan volledig te liggen op het wachtwoord. Zo hoort het ook, alleen als mensen zelf wachtwoorden mogen kiezen, kiezen ze vaak hele onveilige.

Nu kwam ik van het weekend dit voorstel tegen: schaf gebruikersnamen af, en verzin voor iedereen die zich registreert, een lange, makkelijk te onthouden maar moeilijk te raden zin (een passphrase):

  • A user should enter only his password. Login is not needed for this scheme. Certainly, a password should be unique for each user.
  • <li>The password is not chosen by user, but generated by the program. There is nothing new here: passwords are often generated by software using secure random number generators.</li>
    

  • The password is a random sentence. Raskin proposes to put together two random adjectives and one noun from a large dictionary (e.g., about 10 000 words):
    old free papaya
    exclusive malformed seal
    savoury manlike oracle
  • <li>User can choose to use another type of password. As Raskin says, you can give user a choice from five methods of generating easy-to-remember passwords. I would also add that you can use Koremutake algorithm (passwords like “habakysomagri” or “gafevipromystu”), a random sentence generator (”old free papaya” or “exclusive malformed seal”) and several other generators.</li>
    

Wel een beetje opletten natuurlijk wat je genereert, want “gemutileerde zeehond” is dan misschien makkelijk te onthouden maar niet voor iedereen een even fijn wachtwoord.

Arnoud

Conservatoir beslag op domeinnaam

Bram Heerink -mister 112.nl- meldde onlangs:

Ter voorbereiding van het door mij aangekondigde hoger beroep inzake de door mij aan de Staat kwijtgeraakt domeinnaam www.112.nl is door mijn advocaat Q. Meijnen beslag gelegd.

Heerink was de aanvrager van de persoonsgebonden domeinnaam www.112.nl. In mei vonniste de rechter dat hij deze domeinnaam moest afgeven aan de Staat, waar Heerink tegen in hoger beroep gaat.

Beslag leggen is een niet ongebruikelijke procedure als je bang bent dat de wederpartij zich gaat ontdoen van datgene wat jij via een rechtszaak op wilt eisen. In het geval van een domeinnaam bijvoorbeeld door de naam op te heffen of door te geven aan een ander. Iets wat in zaken over .com-domeinnamen nog wel eens wil gebeuren. “Haha, ik heb de naam gisteren aan een Chinees bedrijf overgedaan!”

De SIDN heeft hiervoor een uitgewerkte regeling. Begin jaren ’00 was daar nog de nodige discussie over. Uit de actuele jurisprudentie blijkt dat dit geen probleem meer zou moeten zijn.

Arnoud

RIAA-optreden mogelijk mededingingsbeperkend

Een originele verdediging tegen een beschuldiging van inbreuk op auteursrecht: de eiser is lid van een verboden kartel. Ars Technica citeert uit een pleitnota in een van de vele RIAA-zaken over muziek op internet:

The plaintiffs, who are competitors, are a cartel acting collusively in violation of the antitrust laws and of public policy, by tying their copyrights to each other, collusively litigating and settling all cases together, and by entering into an unlawful agreement among themselves to prosecute and to dispose of all cases in accordance with a uniform agreement, and through common lawyers, thus overreaching the bounds and scope of whatever copyrights they might have.

Een kartel is een overeenkomst tussen bedrijven, een besluit van een ondernemersvereniging of een wat zo mooi heet “onderling afgestemde feitelijke gedraging” met als strekking of gevolg dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Kartels zijn verboden op grond van de Mededingingswet.

De RIAA is, net als bij ons de BUMA of BREIN, wel te zien als een ondernemersvereniging of een serie afspraken tussen bedrijven – de auteursrechthebbenden dus. De vraag is dus of de handelwijze van de RIAA er voor zorgt dat de mededinging, de concurrentie wordt vervalst. Welke concurrentie? Nou ja, die tussen platenmaatschappijen, of misschien zelfs die tussen liedjes.

In een vrije markt zou je kunnen verwachten dat sommige maatschappijen uit concurrentieoverwegingen filesharing aanmoedigen, of goedkopere licentietarieven vragen dan anderen. Maar hier reageren ze allemaal precies hetzelfde. Want let wel, het zijn en blijven de maatschappijen die de rechtszaken aanspannen. Niet de RIAA zelf. Toevallig zijn al die rechtszaken wel identiek, zo ongeveer tot en met de voetnoten in de pleitnota’s. En dat is voor kartelwaakhonden normaal reden tot fronzen van wenkbrauwen.

Slashdot gaat er uitgebreid op verder, met o.a. deze nuttige comment

If the RIAA labels were actually competing among themselves, then any one of them would be happy to see the others suffer alleged loss of sales. Paying RIAA lawyers to safeguard their alleged competitors’ profits is therefore direct anti-competitive collusion, rather than mere pooling of legal costs: they pay shared lawyers to perform actions which they know will support their “competitors”.

Het is wel eens vaker geroepen, maar deze rechtszaak ziet er iets serieuzer uit dan de eerdere pogingen.

Arnoud

TLC: welke Creative Commons-licentie kan op een verzamelwerk?

Technologie- en media-advocaat Olivier Oosterbaan is bezig met een fotoboek over Japan, waar hij graag publiek beschikbare foto’s van anderen in wil gebruiken. Dat leidt tot gepuzzel over portretrecht, de vraag wat is “commercieel”, hoe zit het met het publiek domein, en dan nu : welke licentie kan hij op het verzamelwerk plaatsen?

If I also use content of others, I must make sure that whatever license I end up applying, or would like to apply in the future, does not conflict, in whole or in part, with the license or licenses applicable to the works I use. Carving out or replacing those parts is likely to be a painstaking process. For example, if there is a chance that how I use the works could be seen as Commercial, for example because money changes hands for the hard-copy version, then I cannot use works licensed under a Non-Commercial license.

Japan Picture Book, 6: Choosing A Creative Commons License.

Arnoud

Online betalen grootste risico bij zakelijke e-commerce

Op Techzine las ik over de risico’s van online betalen zoals gemeten in de ICT Barometer van Ernst & Young:

Bijna de helft van de ondervraagde bedrijven zegt regelmatig te kampen te hebben met criminaliteit op het internet. Dit geldt in het bijzonder voor de middel- en kleinbedrijven. Betalen met een creditcard is in de ogen van twee op de vijf ondervraagden het meest riskant. Een op de vijf ondervraagden vindt betalen met het betalingssysteem iDeal gevaarlijk.

Nu kleven er zeker risico’s aan creditcard-betalingen, maar die zijn grotendeels hetzelfde als bij offline betalen met je creditcard: je geeft een nummer aan een bedrijf, dat dan belooft niet meer af te boeken dan je moet betalen.

En nee, er liggen echt geen hackers op de loer bij uw ADSL-verbinding in de hoop dat ze die zestien cijfers plus vervaldatum en CVV langs zien komen. Waarom zouden ze? Gewoon de database bij de winkel hacken is veel efficiënter. In tegenstelling tot uw verbinding met die winkel is die database zelden versleuteld en vaak nog via internet toegankelijk ook.

En nog een opmerking uit het -niet linkbare(!)- persbericht, van Jacob Verschuur, directeur ICT Leadership bij Ernst & Young:

Op de meeste plekken ter wereld kun je zelf aangeven wanneer je de bestelde online goederen geleverd wilt hebben, terwijl dat hier nog steeds tussen de traditionele kantooruren is. We lopen in Nederland ver achter op dit gebied en dat kan gezien de snelheid waarmee online winkelen zich ontwikkelt echt niet meer.

Hear hear. En het zou al heel wat zijn als zo’n leverancier kan zeggen wanneer hij er is. En dan bedoel ik niet “tussen tien en vier uur” maar een tijdstip met een marge van laten we zeggen een half uur.

Arnoud