Blogdialoog: Fairness (toekomst van auteursrecht)

tros-wondere-wereld-chriet-titulaer-computer-mac-internet.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Deze week de laatste bijdrage van Future of Copyright:

Arnoud vraagt zich in zijn voorlaatste post af hoe we in het auteursrecht de échte balans tussen maatschappij en rechthebbende weer terug kunnen krijgen. Ik zou niet zozeer willen zeggen dat we de balans terug moeten brengen (dat zou betekenen dat er een disbalans is), maar eerder dat we de balans kunnen verbeteren. De aanscherping en bijstelling van de balans lijkt me een continue proces, zeker in het licht van de snelle technologische, digitale ontwikkelingen die het (her)gebruiken en delen van auteursrechtelijk beschermde content mogelijk maken.

Lees verder bij Future of Copyright en reageer daarna daar én hier 🙂

Volgende week mijn afsluiter!

Arnoud

“Gaarne het auteursrecht op uw review van ons inleveren”

Opmerkelijk: de Amerikaanse Crutchfield Dermatology eist het auteursrecht op forumposts die haar klanten kunnen doen. Daarmee wil ze voorkomen dat deze mensen negatieve dingen gaan posten over haar praktijk.

By this agreement, you grant all copyright ownership in any and all published statements, comments, blog postings, and any other communication made by you outside of the Patient Satisfaction Agreement Procedures.

Nu zou je zeggen, waarom zo moeilijk: je kunt toch ook bij smadelijke teksten klagen bij de hoster? Niet helemaal. In de VS is een dienstverlener categorisch niet aansprakelijk voor wat dan ook dat klanten online zetten. Hoe evident mogelijk ook de wetschending, de Communications Decency Act verklaart de provider niet aansprakelijk. De enige uitzondering is het auteursrecht: op grond van de DMCA kan men een takedown eisen van alle content die inbreuk op auteursrechten oplevert.

Vlak nadat ze op BoingBoing gegrild waren over dit beleid, maakte het bedrijf bekend dat ze afstappen van deze constructie:

Second, we sought to find a way to determine the legitimacy of complaints and adopt a means to impress upon a host site when a claim is false. We rejected the overreaching legal recommendation to demand all claims in copyright. Instead, we offered the very limited requirement that patients give us a chance to make things right before taking concerns public. Patients we consulted before implementation thought the arrangement was helpful and fair.

Dit is anders bij ons. Volgens onze wet moet een provider bij elke evident onrechtmatige uiting ingrijpen wanneer hij weet dat die er staat. Of het nou auteursrecht is, smaad, privacyschending, contractbreuk of het gebruik van een hond als trekkracht: de provider moet het weghalen als het evident is dat de wet geschonden wordt. Er is dus geen reden om zo’n indirecte constructie toe te passen (die trouwens in algemene voorwaarden niet eens kan).

Ik vraag me wel eens af wat er zou zijn gebeurd als we in Europa ook die regel hadden ingevoerd. Providers categorisch nergens voor aansprakelijk, maar wel een plicht om desgevraagd als doorgeefluik te fungeren tussen klagers en klanten. Waarbij dan na een dagvaarding de NAW-gegevens van de klant moeten worden onthuld aan de deurwaarder. Zo vermijd je de discussie wanneer iets “evident” is, en komt de klager altijd uit bij wie hij moet zijn.

Arnoud

Blogdialoog: Omgaan met uitzonderingen (toekomst van auteursrecht)

ondergang-buma-recht-parodie-fair-use.pngAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Is een uitzondering voor user-generated content haalbaar, vroeg FOC me vorige week. Zo’n uitzondering zou betekenen dat gewone internetters zonder toestemming werken mogen remixen, bewerken, combineren en transformeren tot eigen uitingen – én die online mogen zetten natuurlijk. Zo’n uitzondering lijkt me een goed idee. We leven vandaag de dag in een beeld/geluid/remixcultuur, en de wet dient dat te ondersteunen.

Wel lijkt het me heel lastig om deze uitzondering goed te formuleren. Hoe wil je onderscheid maken tussen ‘users’ en ‘non-users’? Waar houdt de blogger op en begint de krantensite? Is een fotosoep-actie nog UGC als ze op een blog met advertenties staan? En hoe trek je de grens tussen legale UGC en illegale piraterij?

De Europese Commissie heeft ooit een generieke uitzondering voor transformerend gebruik bepleit. Kort gezegd komt die erop neer dat het nieuwe werk een duidelijk eigen karakter moet hebben en niet alleen maar een lichte bewerking van een ander werk moet zijn. Dat lijkt me wel een goed idee. Je vermijdt zo het onderscheid tussen users en professionals en focust om waar het om gaat: mogen remixen en bewerken, in plaats van simpelweg reproduceren.

Mijn grote zorg bij een dergelijke uitzondering blijft: gaat hij wel werken? We hébben immers al de nodige uitzonderingen in de Auteurswet: de parodie-exceptie, het citaatrecht, de kopie voor strikt eigen gebruik, het “incidenteel ondergeschikt gebruik”, zesentwintig reproregelingen met bijbehorende incassostichting, de kunst op openbare plaatsen, de gemeentezang bij erediensten en ga zo maar door. De een wat duidelijker dan de ander, sommige vaker ingezet dan andere en niet allemaal even nuttig bij internetdiensten.

Maar allemaal met hetzelfde probleem: wil je je erop beroepen, dan moet je naar de rechter. Daarmee neem je een fiks risico, want als je verliest moet je de totale factuur van de advocaat van de wederpartij vergoeden. En neem van mij aan, die zijn duur. De rechthebbende heeft daarentegen over het algemeen geld zat om het op een procedure aan te laten komen, en geen advocaat die je kan garanderen dat je die zult winnen.

FOC’s voorbeeld van de Untergangparodie laat dat mooi zien. Het is evident dat dit een parodie is, en dat je die filmpjes met je eigen al dan niet flauwe ondertitels dus gewoon online mag zetten. Maar één claim van de rechthebbende en ze gaan offline. Gewoon, omdat het kan. Of die claim nu terecht is of niet.

We kunnen dus wel een UGC-exceptie invoeren, en een betoog tegen de driestappentoets is wellicht ook wel te verzinnen. Maar waarom zou ook maar één rechthebbende zich laten weerhouden door zo’n wetstekst om gewoon een claim in te dienen als een hem onwelgevallig filmpje online staat?

Laat ik het algemener vragen. Hoe krijgen we de échte balans weer terug in het auteursrecht – de balans tussen maatschappij en rechthebbende? Hoe zorgen we ervoor dat wetten en praktijk rond auteursrecht niet alleen maar de exclusieve rechten dienen, maar ook de belangen van de gebruikers?

Arnoud

Buma/Stemra vraagt weer geld voor embedden, nou ja ongeveer dan

Oh jee, daar gaan we weer: Buma/Stemra gaat toch geld vragen voor embedden muziek, meldde Tweakers gisteren. Die plannen gaven eind 2008 een forse discussie, waarna het plan in de ijskast ging. B/S vindt dat ze daar niet op terugkomt: de afspraak gold voor particulieren met achtergrondmuziek, en het gaat nu om radioportals die geld verdienen. Die portals verspreiden niet zelf muziek, maar bieden embedded players aan waarmee je eenvoudig naar muziek op allerlei internetradiostations kunt luisteren.

Buma/Stemra meldt zelf:

Bij achtergrondmuziek is de rol die muziek op een site speelt secundair, bij de in het stuk genoemde portals vervult muziek een primaire functie. Deze portals dienen hier dan ook een R/TV-licentie voor af te sluiten, in dit geval ook voor het embedded gebruik van muziek. Het gaat hierbij om websites die door primaire inzet van muziek geld verdienen of meerwaarde creëren.

Ik vind het een rare redenering dat je concludeert dat iemand moet betalen omdat hij “door primaire inzet van muziek geld verdient” en dus moet betalen. Het gaat erom of het inbreuk op auteursrechten is. En pas dán kijk je naar geld verdienen of meerwaarde creëren. Maar goed, dat is een onmogelijke discussie in auteursrechtenland zo lijkt het: als je geld verdient dankzij andermans werk dan moet dat haast wel inbreuk zijn.

3voor12 meldt nog:

Dit lijkt in tegenspraak met de eerdere bewering dat tarieven voor embedded muziek tot nader orde opgeschort zijn. Ook is onduidelijk wat precies de randvoorwaarden zijn van de R/TV licentie. In hoeverre bijvoorbeeld geldt dat voor een weblog dat iedere dag een muziekvideo plaatst en inkomsten genereert door middel van advertenties? Op dit moment is niemand van Buma/Stemra bereikbaar om deze onduidelijkheid toe te lichten.

Ik weet niet of het een kwestie is van enkel een onduidelijkheid. De hoofdvraag is volgens mij: wie moet er betalen voor muziek en wanneer? Je kúnt ervoor kiezen om iedereen met een embedded player onder de Auteurswet te laten vallen, maar dat is wel een ontzettende oprekking van die wet. Je kunt ook zeggen: de radiostations die de muziek origineel verspreiden moeten betalen, net zoals Youtube dat moet. En die stations moeten dan meebetalen voor het feit dat anderen hun muziek embedden. Of ben ik nu te zeer techneut? Moeten we niet kijken naar de techniek maar alleen naar het resultaat: iemand hoort de muziek dus dan zal er iemand moeten betalen?

Arnoud

Downloaden is écht legaal, maar profiteren van uploads niet

En dan is het nu afgelopen met het gezeur: downloaden is legaal, ook uit illegale bron. Dat lijkt de belangrijkste boodschap geweest te zijn van het Gerechtshof in Den Haag, dat gisteren twee arresten wees (tegen Thuiskopie en tegen FTD) waarin de Nederlandse wet overeind blijft. Usenetplatform FTD (dat ik juridisch bijsta voor wie het nog niet wist) pleegt daarbij géén auteursrechtinbreuk. Wel vindt het Hof het naar voorlopig oordeel onrechtmatig om uploaden structureel te ‘stimuleren’ en daarvan te profiteren via advertenties.

De uitspraak vernietigt een geruchtmakende uitspraak waarin het FTD-platform werd aangemerkt als verspreider van de film: melden waar een film te downloaden is, zou hetzelfde zijn als deze zelf online zetten. Daarvan kan, aldus het Hof, geen sprake zijn. Je moet wel de film op een of andere manier beschikbaar stellen. Het is niet genoeg dat je het vergemakkelijkt.

Wel kan dat vergemakkelijken “maatschappelijk onzorgvuldig” zijn, oftewel “het is strikt gesproken niet tegen de wet maar we vinden het toch niet kunnen”. En dat is waarom FTD alsnog geboden wordt alle spots van de Eyeworks-films verwijderd te houden (ze waren al weg, maar toch).

Ik ben blij met het arrest: we zijn nu hopelijk eindelijk af van de discussie dat downloaden illegaal zou zijn omdat de wet dat niet zo bedoeld had, omdat het aankoopvervangend zou zijn of omdat het in strijd zou zijn met de Europese driestappentoets. Wat dat laatste betreft: het Hof past niet rechtstreeks die toets toe (waar ik recent bang voor was) maar geeft wel aan dat je deze bij uitleg van de wet wel mag gebruiken. Alleen niet in dit geval: de discrepantie tussen wat die toets zou opleveren en wat de wet zegt is zó groot dat daarmee de rechtszekerheid in gevaar zou komen.

Natuurlijk vind ik het dan weer wel jammer dat het Hof oordeelt dat FTD toch onrechtmatig is, omdat ze stimuleert dat mensen illegaal uploaden. Daarbij lijkt ze zwaar te leunen op de lossepolsopmerking van Eyeworks dat de meeste spotters (melders van wat er te downloaden is) zelf uploaders zouden zijn. Ik heb daar geen bewijs van gezien, maar FTD heeft zelf ook niet onderzocht hoe dat zit. En het Hof zegt dan:

[Eyeworks heeft] naar voren gebracht … dat een groot deel van de spotters op FTD ook uploaders zijn op Usenet. [Eyeworks] heeft meer concreet gesteld dat 39 van de 50 grootste spotters zelf ook uploaden. Deze stelling is door FTD niet gemotiveerd betwist. … Nu FTD echter niet heeft aangegeven welk (globaal) percentage spotters ook uploadt, terwijl zij geacht moet worden over die informatie te kunnen beschikken, moet het er in dit kort geding voor worden gehouden dat een aanmerkelijk deel van de spotters ook uploader is.

En daar baal ik dus van: als we ter zitting keihard hadden geroepen “welnee, slechts een fractie van de spotters is uploader en die top 50 is een vertekend beeld”, was het oordeel dan anders uitgevallen? Humpf. Ik kan alleen maar hopen dat de rechtbank Haarlem hier genuanceerder tegenaan kijkt.

Arnoud

Blogdialoog: Keeping the balance (toekomst van auteursrecht)

balans-geld-rechten-uitzonderingen.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

En daar zijn we weer, na een paar weken iets minder activiteit komt nu Future of Copyright met een reactie op mijn recente blogs over de uitzonderingen in het auteursrecht.

Het is voor de rechtvaardiging van het toekennen van een exclusief recht (zoals auteursrecht) inderdaad van groot belang dat daar ook wettelijke excepties op bestaan. … Dat contenteigenaren als kranten nieuwe digitale exploitatievormen en businessmodellen zoals digitale (knipsel)kranten ontwikkelen, lijkt mij – met de huidige downloaddisussie in het achterhoofd – echter iets dat juist aangemoedigd moet worden. Zeker, de free flow of information moet goed worden beschermd, maar de dienst van een krantenuitgeverij die in zijn dienstverlening met de tijd mee gaat ook. Al kost het ze soms even wat tijd om die te ontwikkelen.

Lees verder bij Future of Copyright en reageer daarna hier (én daar)!

Arnoud

Blogdialoog: Hoe bewaren we de balans (toekomst van auteursrecht)

driestappentoets-three-steps.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Omdat Future of Copyright vorige week met vakantie was, is het een beetje moeilijk reageren. Vandaar dat ik maar alvast een nieuw onderwerp aansnijd dat me al een tijdje dwars zit in verband met de wettelijke uitzonderingen (waar ik twee weken terug over begon). Denk aan citaatrecht, het recht van parodie of het recht om een thuiskopie te mogen maken.

Die uitzonderingen zitten in de wet omdat het auteursrecht een balans moet bieden: aan de ene kant een stimulans voor auteurs om werken te maken, en aan de andere kant de mogelijkheid voor de maatschappij om die werken te gebruiken. Als auteurs te weinig bescherming krijgen, zullen ze waarschijnlijk minder werken gaan maken, en onder een bepaalde grens is dat niet langer aanvaardbaar. Omgekeerd is het ook onwenselijk dat auteurs onbeperkte bescherming krijgen, want dan gaan werken ‘op slot’ en wordt voortbouwen op andermans werk of gebruik van cultureel erfgoed onmogelijk.

Er zit echter sinds een tijdje een mechanisme in de wet dat de rechthebbenden per definitie een voordeeltje geeft: als een uitzondering hen te lastig wordt, dan kan deze opzij gezet of uitgeschakeld worden. Dit mechanisme heet de driestappentoets en staat in artikel 5 van de Auteursrechtenrichtlijn. Deze toets zegt dat een beperking op het auteursrecht slechts mag als aan drie eisen is voldaan:

  1. Het moet gaan om “bepaalde bijzondere gevallen”.
  2. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de normale exploitatie van de werken.
  3. De wettige belangen van de rechthebbende worden niet onredelijk geschaad.

Nu klinkt dat heel logisch en eenvoudig. Als het auteursrecht is bedoeld om exploitatierechten bij de auteur neer te leggen, dan moet een wetgever daar niet zomaar doorheen gaan fietsen en allemaal brede uitzonderingen in gaan voeren. Ineens het verveelvoudigingsrecht afschaffen kan niet, dat doet afbreuk aan de normale exploitatie. Maar een recht om stukjes te mogen citeren mag wel: dat schaadt de belangen van rechthebbenden niet want deze verkopen geen stukjes werk.

Maar let op: wanneer een rechthebbende een manier bedenkt om zijn werk op een nieuwe manier te exploiteren, dan valt die manier vanaf dan ook onder “normale exploitatie” en dienen wettelijke uitzonderingen daarvoor te wijken (Hugenholtz 2000). Concreet: als rechthebbenden hun teksten niet meer per artikel maar per zin gaan licentiëren, dan doet citeren van vijf zinnen ineens afbreuk aan de normale exploitatie.

Vergezocht? Nou, Associated Press doet het al. Vijf woorden gebruiken? Dat is dan $12,50 alstublieft. (Maar fair use dan? Tsja, ook het Amerikaanse fair use is in strijd met deze toets.)

Een iets minder vergezocht voorbeeld is de knipselkrant. In 2005 oordeelde de Haagse rechtbank dat een digitale knipselkrant niet mag worden opgezet zonder toestemming van de rechthebbenden. Dit terwijl in 1995 nog de Hoge Raad papieren knipselkranten legaal verklaarde. Het verschil? Ik citeer de rechtbank:

waar het gebruik van nieuwsberichten een economisch zelfstandige betekenis krijgt en die ook een exploitatiebelang van rechthebbenden raakt, bijvoorbeeld omdat rechthebbenden in die behoefte met behulp van dienstverlening voorzien. Nieuwe technologieën leiden tot het ontstaan van een nieuwe markt voor informatielevering op maat vanuit informatiedatabanken en elektronische nieuwsdiensten.

Oftewel: toen nieuws per krant werd verkocht, was het niet zo erg dat mensen wat knipselden en dat doorverkochten. Maar nu nieuws per artikel wordt verkocht, moeten die mensen daar per direct mee ophouden want dat is nu de normale exploitatie geworden.

In Nederland was in 2008 veel ophef over dat vonnis dat downloaden illegaal verklaarde omdat de

uitleg [van de thuiskopieregeling], waarbij ervan wordt uitgegaan dat een privé-kopie van een illegale bron legaal is, is in strijd met de drie-stappen-toets

Eenzelfde redenering kun je ophangen voor elke andere nu legale vorm van gebruik van een werk. Wat te denken van de reservekopie van software of e-boeken? Bied als rechthebbbende een optie “Download een extra exemplaar voor 50 cent” en de reservekopie kan het raam uit. Regel dat e-boeken een week te huur zijn en we kunnen bibliotheken afschaffen. En ga zo maar door, ook voor nieuwe manieren om werk te presenteren die nu nog niet eens technisch haalbaar zijn. In alle gevallen geldt: zodra rechthebbenden een manier weten om daar geld voor te vragen, kan en mag die vorm van gebruik alleen nog in ruil voor geld.

Hoe we de Auteurswet ook hervormen: zolang deze toets blijft bestaan, komen we vanzelf weer uit bij een situatie waarin de rechthebbenden vrijwel volledige controle over elk gebruik van hun werk krijgen en wettelijke uitzonderingen één voor één worden uitgekleed. Ik vind dat hoogst zorgelijk, zeker gezien het conservatisme van rechthebbenden. De driestappentoets verstoort de balans tussen makers en gebruikers op een onaanvaardbare wijze.

Arnoud

Blogdialoog: Wat vinden jullie eigenlijk?

Auteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Future of Copyright slaat een weekje over in verband met vakantie en drukte. Ik wilde daarom graag eens jullie, mijn grote schare gewaardeerde lezers en commenters, de gelegenheid geven. Wat vinden jullie van de discussie tot nu toe?

Of, iets algemener: hoe zien jullie de toekomst van het auteursrecht? Waar gaat het fout, hoe kan het beter?

Arnoud

Mag je een krantenartikel inscannen en op internet zetten?

Niet echt een lezersvraag maar ik werd genoemd op Twitter in een discussie over auteursrechten bij ingezonden brieven in de Volkskrant. Het ging hier over een ingezonden brief die was ingescand en op internet gezet. Kan een krant daar bezwaar tegen maken?

Allereerst is dan de vraag: heeft de krant wel het auteursrecht? Dat lijkt me niet, de krant heeft de brief niet geschreven en volgens de wet heeft alleen de schrijver het auteursrecht. Het is dus de ingezondenbrievenschrijver die bezwaar moet maken tegen publicatie van zijn tekst. Bij een zeer uitgebreid geredigeerde brief zou het kunnen dat de redacteur (en daarmee de krant) een auteursrecht krijgt op de versie zoals gepubliceerd. Immers, redigeren kan creatieve arbeid vereisen en dat kan een auteursrecht opleveren. Maar meestal wordt er niet zó veel aangepast in een ingezonden brief.

Maar stel dat de krant wel een auteursrecht heeft, kan zij dan bezwaar maken tegen herpublicatie van een artikel op internet? Daarover werd in die conversatie gezegd

Wanneer is t ‘verspreiden’ en wanneer is t een vriend laten meelezen? Nogmaals, kranten laten zich voorstaan op meeleescijfers

Auteursrechtelijk gezien is het echter duidelijk: een kopie tonen is wat anders dan het origineel tonen aan een ander. Dat origineel mag je vertonen, laten rondslingeren, doorverkopen aan iemand anders, op de post doen, aan een prikbord hangen of in de vogelkooi leggen, maar met een kopie val je ineens onder de Auteurswet.

Voor die kopie is toestemming nodig. Maak je hem voor jezelf, dan valt dat onder de thuiskopieregeling: je mag een “klein gedeelte” uit een krant of tijdschrift kopiëren en bewaren voor je eigen studie of gebruik. Publiceer je deze op internet, dan is dat een publicatie.

Vaak zul je denk ik wel kunnen stellen dat sprake is van citeren: je zet die scan online omdat je wilt reageren op wat er staat. Bij korte artikelen mag je het werk integraal citeren. Bij een ingezonden brief gaat dat wel op lijkt me zo.

Het punt over meeleescijfers is in zoverre terecht dat je als krant moeilijk schade kunt claimen door digitaal meelezen als je je tegelijkertijd voorstaat op het aantal meelezers. Want welke schade lijdt je dan door dit meelezen?

Arnoud

Blogdialoog: Van portalen naar weeswerken (toekomst van auteursrecht)

trabant-innovatie-vooruitgang-ddr-communisme-baard.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Toen ik nog een heel klein nerdje was, ging ik met mijn ouders wel eens op bezoek bij kennissen in de DDR. We zijn daar ook een keer gaan winkelen, en dat was een zeer aparte ervaring. De keuze in de speelgoedafdeling was beperkt: er stond letterlijk één model bouwvliegtuig op de plank. Afrekenen was ook een hele ervaring. Eerst met de doos naar een streng kijkende mevrouw die de prijs noteerde op een briefje (met carbonnetje), waarmee ik dan naar een apart hokje moest met mijn vader. Daar moest het geld worden neergeteld, in ruil voor een ander bonnetje waarmee ik weer naar de eerste mevrouw mocht en eindelijk mijn bouwdoos mocht meenemen. (Helaas bleek de bijgesloten verf zwaar giftig maar dat terzijde.)

Die jeugdherinnering werd getriggerd door Future of Copyright’s opmerking over communistische baardmannen van vorige week. Want mijn voorstel om het auteursrecht en de maatschappij vooruit te werken door duizend <del”>bloemenbedrijfsmodellen te laten bloeien middels een systeem van verplichte licenties, was namelijk “contentcommunisme”, terwijl een streamingportaal van één aanbieder “vertrouwen in de efficiëntie van de markt” is. Ik hoop dan maar dat die portals van de entertainmentindustrie zelf minder karig en dichtgetimmerd worden dan die DDR-winkel (en Considerati krijgt een mooi kistje wijn als dat zo is).

Deze jeugdherinnering biedt me tevens een mooi opstapje naar een nieuw onderwerp rond innovatie in het auteursrecht: de wettelijke uitzonderingen, oftewel de mogelijkheden om legaal een werk te gebruiken voor maatschappelijk relevante doelen. Het auteursrecht bevat immers een balans tussen de belangen van de maker en de belangen van de maatschappij. Die uitzonderingen zijn er om te zorgen dat een maker cultuur niet ‘op slot’ kan doen: mensen moeten een werk kunnen bespreken, bekritiseren, parodiëren of kunnen bewaren.

Laten we eens met dat laatste verder gaan. Het is goed dat er 1200 Nederlandse films en honderden series digitaal beschikbaar komen, maar Nederland heeft veel meer dan 1200 films en series. Om over oude boeken nog maar niet te spreken. Dit is de problematiek van de weeswerken: werken waarvan de eigenaar niet bekend is, zodat hergebruik een juridisch risico is. Want ook al investeer je een hoop in het restaureren, digitaliseren en verkopen van dat werk, de eigenaar kan zich op elk moment melden en je investering teniet doen met een beroep op zijn exclusieve recht. De maker beslist, nietwaar?

Kortom: laten we het even niet meer hebben over het actuele aanbod maar over de oudere werken die ook dolgraag digitaal beschikbaar willen komen (zoals ook onze Koninklijke Bibliotheek al signaleerde). Hoe maken we dat mogelijk?

Arnoud