“You wouldn’t download a server” – maar Brein wel

youwouldntdownloadaserversmall.pngStichting Brein handelde in strijd met de wet door servers zonder gerechtelijk bevel in beslag te nemen, meldde Tweakers gisteren op gezag van onder meer hoogleraar executie- en beslagrecht Ton Jongbloed. De stichting had de servers meegenomen bij hostingprovider Worldstream omdat deze een grote topsite zouden hosten. “Ik heb de indruk dat Worldstream wat makkelijk heeft gezegd: neem maar mee”, zei ik voorzichtig bij Webwereld. “Al kan ik me wel voorstellen dat partijen snel overdonderd en geïntimideerd zijn door de manier waarop Brein werkt.” Minder voorzichtigheid bij ITenRecht.nl: daar spreken ze van eigenrichting (art. 284 Strafrecht).

Brein beroept zich op de Auteurswet, en inderdaad staat er in artikel 28 van die wet dat een rechthebbende roerende zaken (zoals harde schijven dus) die een inbreuk opleveren kan opeisen als zijn eigendom dan wel onttrekking aan het verkeer, vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan kan vorderen. Doel hiervan is dat illegale kopieën zo van de markt gehaald kunnen worden. Maar om van dit recht gebruik te kunnen maken, moet een rechter daar wel toestemming voor hebben gegeven. Zie de Memorie van Toelichting en artikel 10 van de Europese Richtlijn waar dit uit komt.

De rechter moet daarbij (zie achtste lid) zoeken naar “evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gevorderde maatregelen en met de belangen van derden.” Het lijkt me bijvoorbeeld wel redelijk dat de rechter inbeslagname en vernietiging van een stapel illegaal gekopieerde dvd’s vordert, maar niet dat een boek wordt teruggehaald omdat er één inbreukmakende foto in staat. Hoe dat bij servers moet uitpakken, is een lastige vraag want dit is nog niet eerder aan de orde geweest. Belangrijk lijkt me in ieder geval wel dat zo’n server ook de nodige niet-inbreukmakende data zal bevatten, zodat opeisen als eigendom me niet redelijk lijkt. Dat zou een onevenredige privacyschending zijn. Vernietiging van de server lijkt me dan meer voor de hand liggen – als vaststaat dat dit een zaak is die inbreuk op het auteursrecht oplevert.

Brein blijkt volgens Webwereld en in de server rondgekeken te hebben:

Brein schrijft tevens: “Van het Gmail-adres dat uw klant gebruikt werden geen bestanden teruggevonden op de in beslag genomen servers.” Dit impliceert dat Brein de inhoud van de servers heeft onderzocht. Bovendien klaagt de eigenaar dat er wachtwoorden van verschillende accounts zijn veranderd.

Nog even afgezien van de opmerking in hun eigen persbericht dat “Er zijn geen aanwijzingen dat er iets anders dan de inbreuken en daarmee verband houdende gegevens op de servers staan.” Hoe weet je dat als er niet gekeken is op de harde schijven?

De advocaat van de provider heeft beslag laten leggen bij Brein zodat deze de servers niet meer mag kwijtmaken of daar nog langer iets mee doen. Of en wanneer de provider een rechtszaak gaat beginnen tegen Brein is nog niet duidelijk.

Tijd in ieder geval voor een nieuw shirt (bedankt eth0 voor de tip): You wouldn’t download a server!

Update (14:46) bij Webwereld meldt de hoster dat “Als wij lucht krijgen van illegale content dan halen we dat meteen offline. Dat is ons goed recht. We willen gewoon geen rommel in ons netwerk.” Het meegeven aan Brein zou in overleg met een jurist zijn geaccordeerd.

Arnoud

FTD moet discussies over downloaden sluiten

you-wouldnt-upload-a-car-ftd-brein.pngHmpf. Op al je punten gelijk krijgen en toch verliezen. Dat was mijn gevoel bij het lezen van het FTD-vonnis van gisteren. Downloaden uit illegale bron is écht legaal, het faciliteren daarvan ook, maar toch moet FTD stoppen met het laten spotten van werk: een deel van de spotters zijn ook uploaders en daarmee wordt het het illegaal uploaden gefaciliteerd en gestimuleerd. En vanwege die uploaders moeten nu alle spots verwijderd worden.

De rechtbank wijst net als het Gerechtshof de stelling af dat FTD zelf werk zou publiceren (openbaar maken). Daarvan is pas sprake als FTD een “signaal” zou doorgeven op een of andere manier, oftewel dat je door FTD een werk zou ontvangen. FTD is hooguit behulpzaam bij dat ontvangen maar geen essentiële schakel. “Wat FTD doet, is het enkele verwijzen door middel van spots naar bestanden”, aldus de rechtbank. En dat is geen (her)publicatie van die bestanden.

De afwezigheid van een downloadknop (of NZB-knop) zorgt er ook voor dat geen sprake is van “mede-openbaarmaken”. FTD is niet betrokken bij het downloaden. Dat doen mensen zelf via hun Usenetprovider. En er is geen samenwerking tussen FTD en Usenet.

Uitgemaakte zaak, zou je zeggen. Maar nee: de rechtbank kijkt vervolgens naar het uploaden, dat “FTD niet kan voorkomen”. Dat uploaden is illegaal en levert schade op – waar de thuiskopieheffing geen vergoeding voor levert. Het excuus dat downloaden gelegaliseerd is vanwege die vergoeding, gaat hier niet op. En ook het argument dat de schade door de uploader veroorzaakt is en niet door FTD wordt afgewezen:

Anders dan FTD is de rechtbank van oordeel dat die schade wel degelijk in verband staat met de handelwijze van FTD. Ook al gebeurt het up- en downloaden op Usenet, het feit dat FTD bijdraagt aan de vindbaarheid van de bestanden, betekent dat zij (mede)veroorzaker van de schade is. Aangenomen moet immers worden dat degene die een geupload bestand downloadt over het algemeen geen auteursrechtelijk beschermd werk meer tegen vergoeding zal aanschaffen.

De redenering is dus: dankzij FTD worden bestanden beter vindbaar, dat stimuleert uploaders om meer te gaan uploaden, en daarom handelt FTD onrechtmatig. De zaak levert daarmee een nieuw criterium op waarmee Brein websites, forums en tijdschriften kan gaan slaan: het “structureel en stelselmatig een internetforum exploiteren dat het illegaal uploaden faciliteert en stimuleert en waarmee zij zelf inkomsten verwerft”. Het hebben van directe downloadlinks is dus niet meer relevant. Ook een tekstuele uitleg of een faciliteit die alleen indirect werkt of een zeer beperkte stimulans biedt (kudo’s!) kan genoeg zijn.

Wat die faciliteiten waren bij FTD:

  • Spots plaatsen en vinden is heel eenvoudig (maar dat was daarnet nog legaal verklaard omdat het over downloaden ging).
  • Er is een “watchlist” om een seintje te krijgen bij toekomstige spots op bepaalde keywords (wat m.i. niets met uploaders te maken heeft).
  • Spots worden op kwaliteit gefilterd door de moderatoren (zie item 1, dat gaat over downloadkwaliteit).
  • Kudo’s zijn een daadwerkelijke aanmoediging voor uploaders (mensen plegen graag misdrijven voor een opgestoken duim).
  • Mensen kunnen verzoeken plaatsen voor bepaalde content (hoewel dat eigenlijk altijd gaat over of iemand een spot weet en niet of iemand een film wil uploaden).

Alles bij elkaar voelt het een beetje als een “dit moest niet mogen dus hoe verklaren we het illegaal”-argument. Het was op zijn zachtst gezegd niet de core business van FTD om uploaders een veilige haven te bieden, de gemeenschap bestond vrijwel volledig uit downloaders. En ik ga mezelf nu nog heel lang kwalijk nemen dat ik niet nóg harder alle verwijzingen naar uploaden en uploaders heb laten verwijderen.

Arnoud

Wanneer mag je een RSS-feed herpubliceren?

Veel lezers vragen me:

Graag wil ik RSS-feeds van diverse bronnen bij elkaar brengen en daarmee een eigen site vullen. Maar hoe veel mag ik overnemen uit die feeds? Maakt het uit of de feed full-text is of dat men alleen kleine stukjes (partial feed) aanlevert?

De inhoud van een RSS-feed is vrijwel altijd auteursrechtelijk beschermd. Herpubliceren van die inhoud vereist dus toestemming van de auteur daarvan. Het feit dat men volledige artikelen in de feed heeft staan, verandert daar niets aan: dat impliceert nog geen toestemming tot overnemen op je eigen site.

Herpubliceren van korte stukjes uit een feed zou in principe wel moeten kunnen op grond van het citaatrecht. Op die manier kun je aankondigen wat er op de site te lezen is. Wel moet je dan natuurlijk een bronvermelding (“Lees meer bij Nu.nl”) doen, en duidelijk maken dát je iets aankondigt dat elders staat. Ik zou het houden bij de titel plus een paar regels uit elk artikel.

Ik zie dit vaak fout gaan bij de bronvermelding. Die wordt vaak niet expliciet toegevoegd, en dat is auteursrechtelijk echt een probleem. Sterker nog, veel blogplugins waarmee je RSS-feeds automatisch kunt herpubliceren, zetten er bij “Auteur: admin” of de naam van de blogeigenaar, en niet de werkelijke bron. Dat is natuurlijk gewoon keihard fout.

De waarde van zo’n site met bijeen geplukte content en verwijzingen lijkt me niet zo groot. Natuurlijk, een paar Adsense-centjes zijn altijd leuk maar heeft dit nu werkelijk praktisch nut voor iemand? En wanneer gaat Google zulke sites bannen vanweg ete weinig eigen originele content?

Arnoud

“De wijze van schadeberekening is niet juist, dan wel niet redelijk”

sapph-lingerie.pngGoh, da’s een vonnis om vrolijk van te worden: doorlinken naar een site geen nieuwe openbaarmaking, die richtprijzen fotografie daar doen we niet aan én het gaat over een pikant onderwerp ook nog. Het lingeriemerk Sapph had een fotograaf ingehuurd voor reclamefoto’s. De uitleg van het contract leidde tot een fors juridisch geschil, waarbij de fotograaf uiteindelijk maar liefst 2,6 miljoen euro aan schadevergoeding eiste. Daar blijft maar bar weinig van over – zo’n 13.000 euro – want de rechtbank hanteert als terechte maatstaf voor de schade de misgelopen royalties en niet de fantasievolle 300%-berekenwijze van de Fotografenfederatie. En meerdere domeinnamen maken van een website nog niet méérdere sites.

Sapph wilde de fotograaf inhuren voor een serie reclamefoto’s, en dat wilde die fotograaf ook wel maar wel onder zijn eigen eisen en voorwaarden. Hij zag zichzelf niet als gewoon een reclamefotograaf die eenmalig betaald krijgt, en hij wilde dan ook per herpublicatie opnieuw geld. Na enig geharrewar ging Sapph akkoord, maar u voelt hem al aankomen: de afspraak was niet helemaal tot volle tevredenheid doorgecommuniceerd binnen alle gelederen van het bedrijf. Er werd dus vrolijk gebillboard en geposterd met die foto’s zonder dat daarvoor per publicatie opnieuw werd afgerekend met de fotograaf. Dat wordt door de rechtbank afgestraft: als je zo’n expliciete afspraak maakt, dan zit je daaraan vast ook al is de afspraak zeer ongebruikelijk binnen de reclame.

Dan komt het bekende probleem bij auteursrechtschendingen: welk bedrag aan schade is er geleden? Bij een kras op je auto is dat objectief vast te stellen, maar bij een ongautoriseerde kopie van een foto op een billboard heel wat minder. De fotograaf kwam aan een bedrag van EUR 2.646.390,40, berekend aan de hand van de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie. Die bepalen:

Op grond van artikel 15 van de algemene voorwaarden is Sapph volgens [A] voor elk gebruik van een werk (buiten het eenmalig gebruik op grond van de licentie) een vergoeding verschuldigd van tenminste driemaal de “bij de fotograaf gebruikelijke vergoeding voor een dergelijke vorm van gebruik”, met een minimum van EUR 500,–. Voor de bepaling van de “gebruikelijke vergoeding” knoopt [A] aan bij de richtprijzen. Bij het nalaten van het vermelden van zijn naam dient, aldus [A], dit bedrag te worden verhoogd met 100 % van de bij de fotograaf “gebruikelijke vergoeding voor een dergelijke vorm van gebruik” op grond van artikel 16 van de algemene voorwaarden.

De rechtbank vindt deze vaak gehanteerde dikkeduimmethode “niet juist, dan wel niet redelijk”. Terecht concludeert men dat de schade niet hoger kan zijn dan de afgesproken vergoeding. Die is de fotograaf misgelopen en die moet dus alsnog worden betaald. En zo hoort het.

Ook verwerpt de rechtbank de verzesvoudiging van de schade omdat Sapph’s website sapphlingerie.com ook bereikbaar was vanaf de domeinnamen sapph.be, spahh.eu, sapphbeach.be, sapphbeach.eu en sapphbeach.nl. Dit zijn slechts aliassen en geen aparte websites, dus van vijf maal herpublicatie op die andere domeinnamen kan geen sprake zijn.

Wel erkent de rechtbank dat de naam van de fotograaf genoemd had moeten worden. Dat was immers expliciet afgesproken, en afspraak is afspraak – ook als het volstrekt ongebruikelijk is om op een reclame-uiting de naam van de fotograaf te vermelden. Lastig is wederom de vraag: wat is de schade? Die is er niet, aldus de rechtbank. Voor dit soort dingen moet je een contractuele boete afspreken, en dat is niet gebeurd. Gewoon maar wapperen met wederom die algemene voorwaarden is niet genoeg. De schade is dus nihil.

Er waren nog vele andere schadeposten, maar omdat die niet (genoeg) waren onderbouwd geeft de rechtbank nu gelegenheid om die nader uit te werken. Ik ben heel benieuwd.

Arnoud<br/> Foto: Shoppen.blog.nl

RTL beschuldigt maker RTL Gemist-applicatie van overtreding auteursrecht

rtl-gemist-app.pngRTL Nederland beschuldigt een student, die een iPhone-applicatie met RTL Gemist-programma’s heeft ontwikkeld, van auteursrechtschending. Dat meldde, gisteren, Nu.nl (met irritante komma’s). Met deze applicatie kunnen de iPad-programmastreams worden opgevraagd vanaf RTL Gemist. Wie vanaf een mobiele telefoon RTL-programma’s wil bekijken, moet (soms) betalen per kijk.

Het is me niet helemaal duidelijk wie er nu voor het eerst “auteursrechtschending” heeft gezegd. De woordvoerder van RTL wordt geciteerd dat men dit “oneigenlijk gebruik” vindt, en dat kan ik ergens wel volgen, maar of het dan ook een schending van de Auteurswet oplevert, is vraag 2.

De streams worden niet gekopieerd of opnieuw uitgezonden. Gebruikers van de app vragen de stream op vanaf hun iPhone, maar deze komt nog steeds direct vanaf de originele plek (de server van RTL). In feite is dit dus niets anders dan een variant op embedded linken – en daarvan is zeer de vraag of het inbreuk op auteursrechten is.

Bovendien is er nóg een wezenlijk verschil: een webpagina met embedded viewer kan door meerdere mensen tegelijk worden bekeken, terwijl de stream op die app maar door één persoon wordt bekeken. Om van auteursrechtinbreuk te spreken, moet sprake zijn van “aanbieden aan een nieuw publiek” en niet van vertonen binnen de privésfeer. Het schermpje van een iPhone lijkt me evident een privéomgeving.

Wel kun je – in analogie met de ZoekMP3, Mininova, Pirate Bay en FTD-zaken – betogen dat dit onrechtmatig is: RTL loopt geld mis, en dat is niet netjes, daarom mag het niet. Maar ik moet zeggen dat ik dat een beetje een zwaktebod vind. Immers zo is alles wel krom te praten: als het concurreert met een “officiële” dienst en de officiële dienst is betaald, dan handelt de concurrent maatschappelijk onzorgvuldig door dat gratis te doen. Nee, dat gaat me te makkelijk.

Arnoud

Terugblik: OM niet ontvankelijk in P2P-strafzaak (gastpost)

Vorige week vernietigde het Gerechtshof Den Haag het vonnis in de eerste strafzaak rond P2P-filesharing. In onderstaande gastbijdrage bespreekt jurist Maarten van Amerongen het arrest en de opmerkelijke achtergrond van de zaak. Maarten studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht en werkt bij de Centrale Raad van Beroep als zittingsgriffier.

Op 22 december 2010 kwam middels het arrest van het hof Den Haag een einde aan een zes jaar (!) lopende procedure tegen zeven beheerders van twee e-Donkey indexeringsites; Releases4U en ShareConnector.

De rechtbank Rotterdam kwam in 2007 nog tot een veroordeling van een enkele verdachte. Ondanks de forse strafeis van de officier van justitie van ” 5000,- kwam de rechtbank bij slechts een enkele verdachte tot een matige veroordeling in de vorm van een boete van ” 250,- als gevolg van, naar het oordeel van de rechtbank, het verspreiden van enkele auteursrechtelijke werken. Van beroeps- dan wel bedrijfsmatigheid in het verspreiden van auteursrechtelijk beschermde bestanden en een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Strafrecht was geen sprake. Voor een overzicht van de overige feiten verwijs ik naar het vonnis. Drie verdachten werden veroordeeld tot een boete, vier werden vrijgesproken.

Het vonnis vormde aanleiding voor de verdediging en het OM om hoger beroep in te stellen. Na meerdere zittingsdagen, een verhoor van deskundige J.A. Pouwelse, een heropening van het onderzoek en uiteindelijk zelfs het verhoren van totaal vier (hulp-)officieren van justitie wijst het hof arrest. Het OM krijgt rake klappen in de vorm van niet-ontvankelijkheid.

Het hof stelt in het arrest de gang van zaken vast die voorafgingen aan de aanhoudingen buiten heterdaad en de inbeslagname van servers en PC’s op 14 december 2004. Gedurende die periode werden diverse dossiers (bewust lijkt niet langer het woord “aangifte” gebruikt, zoals in het vonnis door de rechtbank werd gedaan maar voor het meer algemene woord “dossier” gekozen), door Stichting Brein aan de FIOD-ECD overhandigd. De FIOD-ECD doet eigen onderzoek naar het dossier en doet verzoeken bij de ISP van de verdachten om NAW gegevens te verkrijgen en na overleg met de officier van justitie wordt besloten tot aanhouding buiten heterdaad.

Bijna een jaar later wordt het overzicht van verdenkingen opgesteld waarin men als basis van de verdenking voornamelijk gegevens gebruikt die zijn verkregen ná aanhouding en inbeslagname van de PC.

Bij de beoordeling wijst het hof op de Aanwijzing Intellectuele Eigendomsfraude van het College van Procureurs-Generaal, in werking getreden op 1 april 2002. Hierin is verwoord dat bij auteursrechtenschending civielrechtelijke handhaving de norm is en strafrechtelijke handhaving enkel aangewezen in indien dit in het algemeen belang is. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien de volksgezondheid of veilige samenleving in het geding is.

Het hof stelt dat uit het dossier evenmin uit het getuigenverhoor naar voren is gekomen dat hiervan sprake is. Evenmin kan het hof vaststellen dat de FIOD-ECD een zorgvuldig onderzoek heeft verricht en aldus komt het hof tot de conclusie dat er op het moment van aanhouding buiten heterdaad géén feiten of omstandigheden bestonden waaruit de verdenking van enig strafbaar feit door de verdachten bestond. Van de gestelde beroeps- en bedrijfsmatigheid is het hof niets gebleken en ook de getuigenverhoren ter zitting brachten het hof niet tot een ander inzicht.

Al met al lijkt dit een misbruik van bevoegdheden geweest te zijn. Stichting Brein klaagt bij de FIOD-ECD over twee websites. De FIOD-ECD komt tot de conclusie dat artikel 31b Auteurswet de enige mogelijkheid is de noodzakelijke dwangmiddelen toe te passen om de verdachten aan te kunnen houden en baseert vervolgens de verdenking op basis van gegevens die verkregen zijn na onderzoek aan de in beslag genomen PC’s en verhoren van de verdachten. Dit alles brengt het hof tot de slotsom dat het OM in redelijkheid niet tot de vervolgingsbeslissing mocht komen en verklaart het OM niet-ontvankelijk in de vervolging. Naar mijn inzicht een terechte conclusie.

Civielrechtelijk zijn er inmiddels meerdere uitspraken aangaande dit onderwerp. Vele daarvan zijn reeds op het weblog van Arnoud genoemd. Op strafrechtelijk gebied blijft met dit arrest de vraag onbeantwoord. Ik meen dat geconcludeerd kan worden dat een beheerder van een indexeringsite in beginsel strafrechtelijk niet makkelijk te vervolgen is. Ik beschouw dit niet als een probleem. Stichting Brein heeft voldoende middelen om over te gaan tot civielrechtelijke handhaving en de wet verzet zich tegen de inzet van zware middelen in de vorm van het strafrecht. Ik vraag mij af wat de conclusie geweest zou zijn indien er wel een inhoudelijk oordeel zou zijn gekomen”

Maarten

Auteursrecht op software geldt niet voor user interface

windows-30-interface.pngDe gebruikersinterface (user interface) van een computerprogramma valt als zodanig niet onder het auteursrecht op dat programma. Dat oordeelde het Europese Hof van Justitie gisteren (zaak C-393/09, via). Een interface is pas beschermd als het ontwerp zelf creatief en origineel is. Maar functioneel bepaalde interface-aspecten kunnen nooit onder het auteursrecht vallen.

Aanleiding voor deze uitspraak was een zaak van de Tsjechische BSA tegen het ministerie van Cultuur. De BSA wilde als ik het goed begrijp een vergunning om collectief beheer op software te gaan voere, zeg maar zoals Buma/Stemra voor muziek bij ons. Het ministerie weigerde dat (omdat “verplicht collectief beheer ondenkbaar was en vrijwillig collectief beheer geen zin had”) en liet zich daarbij ontvallen dat

het auteursrecht enkel de doel- en de broncode van een computerprogramma beschermt, maar geenszins het op het computerscherm zichtbaar resultaat van dit programma.

Dat was in het hoger beroep reden voor de Tsjechische rechter om eens aan het Europese Hof te vragen hoe dat nu zit. Is de interface automatisch deel van het programma en dus in alle omstandigheden net zo hard beschermd als het programma? Dat klinkt als een gekke vraag, maar het kan betekenen dat als je een interface imiteert, of een screenshot vertoont, je het auteursrecht op het origineel schendt (citaatrecht even daargelaten).

Het Hof redeneert als volgt. Het auteursrecht op software beschermt die software in al zijn verschijningsvormen. Zowel de broncode als de objectcode zijn dus beschermd, en de versie op de harde schijf is net zo hard beschermd als de versie in het werkgeheugen. Tot zover niets verrassends, maar het Hof concludeert hieruit dat het dus moet gaan om een verschijningsvorm waardoor de computer zijn taken kan uitvoeren. En daaraan voldoet een user interface niet. Die is “louter een element van het programma dat de gebruikers de mogelijkheid biedt om dit programma optimaal te gebruiken.”

Anders gezegd: wie een screenshot ziet van een programma, kan daarmee niet werken en kan het auteursrecht op die software dus niet schenden. Het screenshot is geen kopie van de software.

Een user interface is daarmee pas auteursrechtelijk beschermd als de interface zelf creatief is. De mooi gedesignde icoontjes of knoppen zijn dus beschermd, net als het kunstzinnig ontworpen arrangement van dropdowns en selectievakjes. De maker van een webshop-interface kan bijvoorbeeld bezwaar maken tegen een concurrent die de plaatjes van zijn knoppen (bv. dat winkelwagentje of telefoontje) overneemt.

Maar elementen uit de UI die “louter worden gekenmerkt door hun technische functie” zijn niet beschermd. Daarmee zou immers die functie kunnen worden gemonopoliseerd, en dat mag niet met een auteursrecht. De Amerikanen noemen dit de idea/expression divide: als er te veel overlap is tussen het idee en de implementatie dan is de implementatie niet beschermd. Die webshop-bouwer kan geen bezwaar maken tegen concurrenten die ook icoontjes met winkelwagentjes hanteren, of zelfs tegen concurrenten die hun icoontjes op dezelfde plek zetten als in zijn shop. Ook al lijken de shops daarmee op elkaar, dit valt niet onder het auteursrecht.

Eerder had de advocaat-generaal daarover opgemerkt dat

Het is moeilijk om vast te stellen of een grafische gebruikersinterface oorspronkelijk is, aangezien de meerderheid van de samenstellende elementen ervan een functioneel doel dient, namelijk het gebruik van het computerprogramma vereenvoudigen.
Zo is een uitklapmenu niet beschermd, omdat dat “gewoon” een menu-item is met daarin een aantal functioneel bepaalde kreten (de menu-opties). Dat soort dingen moet iedereen kunnen gebruiken. Heel misschien zou het mooie plaatje dat betekent “klap mij uit” als kunstwerkje beschermd kunnen zijn.

Ik weet niet of dit arrest heel veel praktisch nut heeft, want hoe vaak komt het nu voor dat de interface los van de software zelf wordt nagemaakt?

De BSA had de zaak zo te lezen ingestoken op het vertonen van screenshots op televisie, dat inbreuk zou zijn. Dat lijkt me onzinnig, dat valt vrijwel altijd onder citaatrecht. En bovendien, welk economisch belang is ermee gediend om dat onder het auteursrecht te rekenen.

Arnoud

Blogdialoog: Waar gaan we heen? (toekomst van auteursrecht)

copyright-protect-pirates.pngAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Ja, het was me de dialoog wel. We hebben geworsteld met een paar fundamentele vragen. Wie beslist over exploitatie van een werk? Hoe gaan we om met het conservatisme bij rechthebbenden? Hoe gaan we om met uitzonderingen in het auteursrecht? Eén vraag blijft open: hoe nu verder?

Ik zie grofweg twee problemen, hoewel FOC waarschijnlijk liever heeft dat ik “uitdagingen” zeg (want “disbalans” mocht ook al niet). Twee uitdagingen: hoe trekken we de markt voor digitale werken vlot, en hoe maken we de Auteurswet eerlijk voor zowel auteurs als gebruikers?

Iedereen is het er wel over eens dat de markt voor legaal aanbod nu onder de maat functioneert. Dit zit hem vooral in de krampachtige houding van de grote rechthebbenden: die zien weinig been in nieuwe bedrijfsmodellen voor digitale exploitatie. Voor een deel zal meespelen dat die modellen lastig op te zetten zijn (en riskanter te exploiteren), maar voor een deel ook dat men liever de bekende kanalen uitmelkt en niet wil innoveren voordat het echt zou moeten. Om auteursrechtenprof William Patry weer te citeren:

I cannot think of a single significant innovation in either the creation or distribution of works of authorship that owes its origins to the copyright industries.

Ik denk dus dat het niet genoeg is om te wachten op de rechthebbenden. Het door FOC beloofde contentplatform voor pay-per-view zie ik er op korte termijn niet van komen – en op middellange termijn ook niet (mijn aanbod voor het kistje wijn staat nog steeds).

Voor de tweede uitdaging – de uitzonderingen – zie ik een sterk vergelijkbaar probleem. Het huidige stelsel werkt niet goed. Een aparte uitzondering voor user-generated content lijkt me op zich een goed idee, maar lastig te formuleren. FOC zegt daarover terecht:

Technische ontwikkelingen en toepassingen volgen elkaar tegenwoordig in een dergelijk snel tempo op, dat tegen de tijd dat de UGC-exceptie zou worden ingevoerd, er vast alweer een nieuwe technologische toepassing om een nieuwe exceptie roept.

Het grote voordeel van een expliciete UGC-exceptie is dat je een duidelijk signaal afgeeft dat je de UGC-cultuur erkent als legitiem. Bovendien geef je rechtbanken de ruimte om nieuwe toepassingen te erkennen onder de UGC-exceptie, zonder dat de wet daarvoor op de schop moet. Zoals FOC het zegt:

Voor wie niet duidelijk is of aanvoelt welk (her)gebruik fair is, zullen nieuwe rechtszaken daar vanzelf duidelijkheid in scheppen.

Maar daar zit het tweede fundamentele probleem, pardon uitdaging. Want hoe duidelijk we de wet ook maken, er zit een disbalans in de positie van rechthebbenden ten opzichte van gebruikers.

Rechthebbenden zijn repeat players in het recht: ze procederen graag, veel en vaak, om hun positie te beschermen. Daar hebben ze immers alle belang bij, want elk gebruik dat onder een exceptie is toegestaan, levert hen geen geld op. Omgekeerd zijn gebruikers van werk meestal one shot players: zij meenden dat iets mocht en krijgen daar een factuur voor. Daarover procederen is lastig en duur voor hen, dus laten ze het er maar bij.

We hebben dit in het verleden regelmatig gezien. Denk maar aan de krantenuitgevers die dankzij procederen digitale knipselkranten niet meer hoefden te tolereren (een gevalletje voortschrijdend exploitatie-inzicht). Of aan deze zaak waarin de rechthebbende de persexceptie zó interpreteerde dat deze volgens de rechtbank “volledig zinledig [zou] zijn”. Gelukkig werd dat afgewezen, maar men blijft het proberen. Net als in alle rechtszaken rond linksites, torrentsites en FTD waarin men blijft proberen linken als openbaarmaken aan te laten merken.

In de VS zie je dat bijvoorbeeld in muziek en film fair use juist <A HREF=”http://books.google.nl/books?id=2eIv86spUR0C->minder wordt ingeroepen. Voor samples en flitsen wordt gewoon betaald, en logo’s en werk dat per toeval in beeld komt, wordt uitgeblokt om claims te vermijden. Lessigs favoriete voorbeeld is een documentairemaker die een flits van vier seconden The Simpsons moest verwijderen omdat hij de tienduizend dollar (nietcommercieel tarief) niet kon betalen en niemand durfde te garanderen dat dit fair use zou zijn.

Dit is een heel fundamenteel probleem. Wie werk als zijn eigendom ziet, is inherent geneigd het te verdedigen tegen alles waar hij geen zin in heeft. En wanneer de maatschappij creatieve werken als eigendom ziet, is elk gebruik zonder toestemming eigenlijk bij voorbaat al verdacht. Door iemands tuin lopen is niet netjes, en stukjes tekst overnemen eigenlijk ook niet. En die piraat zal vast wel een mooi verhaal hebben (“geen schade”, “overpad”, “citaatrecht”) maar het blijft gebruik van andermans werk zonder te betalen.

Daarom denk ik dat je er niet aan ontkomt om van het eigendomsdenken af te stappen en naar een fundamenteel andere aanpak te gaan, waarbij makers en gebruikers een even sterk uitgangspunt krijgen. Eén waarbij een rechthebbende niet kan besluiten dat een nieuwe innovatie onwenselijk is of een exceptie kapodt kan procederen. Maar hoe dat precies moet worden ingevoerd, weet ik ook niet. 🙁

Arnoud

Wordt een roman Creative Commons door copypasten uit Wikipedia?

michel-houellebecq-boek-creative-commons.pngOmdat de bekende Franse schrijver Michel Houellebecq grote stukken van Wikipedia heeft overgenomen, valt zijn roman nu onder de Creative Commons licentie, zo las ik in de Volkskrant. Die baseert zich op de blog van een Franse jurist (waarom diens leeftijd relevant is, snap ik niet) die diverse uit Wikipedia overgenomen passages aantrof in de roman en concludeerde dat Houellebecq daarmee de licentie heeft aanvaard.

Houellebecq verweert zich met de stelling dat hij slechts banale stukjes uit de encyclopedie heeft overgenomen en dat dit een aanvaarde stijlvorm in de literatuur is. Ondertussen staat de roman al wel al als vrije PDF online bij Archive.org.

Ik denk niet dat je uit het enkele feit dat er tekstjes zijn overgenomen, al mag concluderen dat de licentie dus is aanvaard. Creative Commons-licenties zijn contracten, en je moet dus iets aanwijzen dat bewijst dat de gebruiker de licentiebepalingen heeft geaccepteerd. Copypasten van de tekst lijkt mij daarvoor niet genoeg. Dat kan ook door slordigheid of door een (onterecht) beroep op citaatrecht gemotiveerd zijn.

Natuurlijk is het zo dat een professional geacht wordt te onderzoeken of er licentievoorwaarden gelden als hij andermans werk gebruikt. Dat blijkt uit bv. de Nederlandse en Belgische creativecommonszaken, plus de al wat oudere Netwise/NTS rechtszaak. Maar in al die zaken werd die onderzoeksplicht gebruikt om te concluderen dat er inbreuk werd gepleegd, en dat het verweer “ik dacht dat het publiek domein was” niet opging. Nergens werd geconcludeerd dat men dus vastzat aan de voorwaarden. Ook in de Duitse GPL–zaken werd de distributeur niet aan de GPL gehouden maar voor inbreuk veroordeeld.

Je kunt je tegen zo’n inbreukclaim verweren door te zeggen dat je de voorwaarden geaccepteerd hebt, met dan als consequentie dat je eigen werk ineens vrij verspreidbaar wordt onder de licentie van Wikipedia. Of je kunt, zoals Houellebecq dus doet, stellen dat je in het geheel geen inbreuk maakt omdat het gaat om een banaal (en dus niet auteursrechtelijk beschermd) stukje dat je overnam, of omdat het eigenlijk gaat om een toelaatbaar citaat. Als dat verweer wordt toegewezen, dan zit je nergens aan vast. Wat niet beschermd is, kan niet onder een licentie vallen, en citaatrecht gaat boven de licentie.

Arnoud

Videosite 123video aansprakelijk voor uploads door gebruikers

Kim Holland heeft aan het langste eind getrokken in een rechtszaak tegen de videowebsite 123video, meldde DePers.nl gisteren. Op de videowebsite waren filmpjes van de pornoster geupload, en de rechtbank Amsterdam oordeelt nu dat de site-exploitanten daarmee het auteursrecht van Holland geschonden hebben. Dat het gebruikers waren die de filmpjes uploadden, acht de rechtbank irrelevant: omdat 123video de filmpjes bekeek en zo nodig verplaatste naar de juiste categorie, kan ze niet meer claimen slechts een dienstverlener te zijn.

Op 123video kunnen gebruikers zelf filmpjes uploaden in diverse categorieën, waaronder “XXX – Erotiek & Sex”. Eind 2007 en begin 2008 werden er filmpjes geüpload van Kim Holland, die daarvoor de site aansprakelijk stelde. De site had de uploader in vrijwaring opgeroepen, maar dat bleek uiteindelijk geen praktisch haalbare kaart. 123video verweerde zich vervolgens zelf, met als hoofdargument dat zij niet aansprakelijk is voor auteursrechteninbreuk. 123video ziet zich als een tussenpersoon, een dienstverlener die mensen filmpjes laat uploaden maar zelf geen bemoeienis heeft met de inhoud. En volgens art. 6:196c BW is zo’n tussenpersoon niet aansprakelijk voor eventuele inbreuken door uploaders.

De rechtbank denkt daar anders over:

123 Video komt met volledige kennis van de gevolgen van haar gedrag tussen om aan bezoekers van haar site toegang tot beschermde werken te verlenen. Zij heeft op haar website een aparte categorie voor pornovideo’s aangemaakt, waardoor de op haar site geplaatste pornovideo’s voor gebruikers eenvoudig toegankelijk zijn. Video’s die in de categorie XXX niet thuishoren, maar daar desalniettemin zijn geplaatst, verplaatst 123 Video (al dan niet na een melding) naar een andere categorie.

Daarbij neemt de rechtbank voor onweersproken en dus waar aan dat:

Bijna alle andere grote online pornosites hebben hetzelfde gedaan: eerst veel materiaal naar de site laten uploaden. Dat genereert het nodige verkeer naar de site. … Zodra er voldoende verkeer naar de site is, wordt de content gelegaliseerd. … De rechtbank houdt het er daarom voor dat de aanwezigheid van illegale content binnen de categorie XXX eerder regel dan uitzondering was.

123video faciliteert dus niet slechts het uploaden van filmpjes maar publiceert ze zelf opnieuw. En daarbij mag ze géén beroep doen op de uitsluiting voor aansprakelijkheid voor tussenpersonen: 123 laat zich “wel degelijk in met de van gebruikers afkomstige informatie, alsmede dat zij controle heeft over die informatie en de gebruikers van de website van 123 Video”.

Hier schemeren de vonnissen uit de Mininova– en Stokke/Marktplaats-zaken doorheen: van een dienstverlener mag worden verwacht dat hij maatregelen neemt tegen illegale content, en als dat onvoldoende blijkt dan kan hij aansprakelijk worden gehouden voor de schade. Maar de rechtbank neemt hier wel erg makkelijk aan dat 123video te weinig heeft gedaan. Wat 123video doet is niet meer dan wat elke communitysite doet: modereren en verplaatsen van dingen zodat het overzichtelijk en netjes blijft (nou ja, voor zover een pornosite netjes is).

Ik vind dat bijzonder zorgelijk: het kan echt niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest om alléén de puur passieve dienstverlener te beschermen, en partijen die ook maar de geringste controle uitvoeren meteen ten volle aansprakelijk te houden. Het wordt tijd voor een aparte exceptie voor dienstverleners als 123video: wie zijn best doet een site netjes te houden, mag daar niet voor worden gestraft.

Omdat niet duidelijk is of Holland de auteursrechten heeft op de gewraakte filmpjes (er is nogal wat geschoven met BV’s), houdt de rechtbank de zaak aan tot Holland met bewijs daarmee komt. Maar ik begrijp van 123video dat ze toch nu al in hoger beroep gaat tegen de conclusie dat zij aansprakelijk is voor wat gebruikers uploaden.

Update (10 maart 2011): er is geschikt dus het hoger beroep zal wel van de baan zijn.

Arnoud