De teniet gegane hardware

hardware-software-computer-gollem-huh.jpgHardware komt pas tot leven als het in een systeem wordt verwerkt en met software gevoed. Deze prachtige formulering vond ik via ITenRecht.nl in een vonnis uit 1999 dat kennelijk pas recent online kwam. Het ging hier om wat ITenRecht de “angst van iedere rechthebbende” noemt: een curator die je spullen niet teruggeeft terwijl je nog een euroton aan facturen open hebt staan.

In deze zaak had het failliet geraakte bedrijf QTecQ computers en bijbehorende software besteld bij leverancier ABB. Deze waren onder eigendomsvoorbehoud geleverd, wat wil zeggen dat QTecQ pas eigenaar zou worden nadat alle facturen waren betaald. Op zich een standaardmanier om die angst te bestrijden. Immers, wat geen eigendom is van de failliet kun je gewoon opeisen bij de curator.

De curator stelde in deze zaak echter dat afgifte niet hoefde omdat de hardware en software onderdeel was geworden van het grotere geheel van de sluiscomputers van QTecQ. En dan is er sprake van zaaksvorming:

Indien iemand voor zichzelf een zaak vormt of doet vormen uit of mede uit een of meer hem niet toebehorende roerende zaken, wordt hij eigenaar van de nieuwe zaak, tenzij de kosten van de vorming dit wegens hun geringe omvang niet rechtvaardigen.

En ja, dat betekent dat het eigendom van de oorspronkelijke eigenaar of eigenaren teniet gaat. Een standaardvoorbeeld: plaats je een dak op andermans huis, dan zijn de dakpannen niet meer je eigendom want ze zijn nu onderdeel van dat huis. Dat geldt ook als je ze had geleverd onder een eigendomsvoorbehoud. Natuurlijk heb je nog wel recht op betaling van je factuur voor de dakpannen (of het leggen van het dak), maar je kunt je dakpannen niet meer terugvorderen bij wanbetaling want het zijn je dakpannen niet meer.

Gaat dat ook op als je een stapel besturingscomputers ergens naar binnen rolt en aansluit? De president beschrijft de apparatuur zoals hij die ter plekke heeft mogen waarnemen:

De door ABB geleverde hardware bestaat uit tientallen componenten. De opstelling bij QtecQ omvat enkele manshoge en tenminste meterbrede metalen kasten, eigendom van QtecQ, waarin de hardwarecomponenten van ABB zijn bevestigd. De bezichtiging laat kasten zien die van onder tot boven zijn volgepakt met electronische apparatuur, de hardware, gemonteerd op bevestigingssystemen en onderling verbonden met veel bedrading. Voorts omvat de opstelling personal computers, beeldschermen en printers. Niet in geschil is dat de onderdelen van de opstelling zonder beschadiging uit de kasten kunnen worden gedemonteerd.

De functie van het systeem zal zijn om de computerbesturing van de sluizen mogelijk te maken, voegt hij daaraan toe. En dan komt die mooie zin over de hardware die tot leven komt. Want:

Indien de hardware van ABB uit het systeem wordt verwijderd is het zonder meer incompleet. Zonder hardware kan de functie van het systeem, besturing van de sluizen, niet worden verwezenlijkt. Het totaal van de aangeleverde onderdelen is door QtecQ samengevoegd tot een nieuw geheel met een specifieke functie.

En daarom acht men het systeem nu een nieuwe zaak, in plaats van een kamer waar toevallig wat apparatuur van QTecQ naar binnen geschoven is. Alles werkt met elkaar samen voor één doel, die sluizen besturen. En daarom geldt de wet over zaaksvorming: we vinden dit een nieuw systeem en dus is het een nieuw systeem. De hardware van ABB bestaat niet meer, en dus kan die ook niet meer worden teruggeëist.

Arnoud

Blogdialoog: Een stimulerende interactie tussen makers en maatschappij (toekomst van auteursrecht)

portal-portaal.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Deze week weer een bijdrage van FoC, ditmaal over de afweging tussen de rechten van makers en de rechten van consumenten (en een verzoek aan mij geen baard te laten staan):

Het resultaat in een notendop: wij hebben vertrouwen in de efficiëntie van de markt als ontwikkelingsplaats voor goede oplossingen; Arnoud kijkt liever naar de publieke sector om een systeem voor digitale distributie van content en eerlijke vergoedingen te ontwikkelen.

Vanuit welk uitgangspunt er ook aan nieuwe modellen gewerkt wordt, het auteursrecht neemt er een centrale plaats in.

Lees verder bij Future of Copyright en reageer daarna want met jullie hulp wordt de discussie alleen maar beter! 🙂

Arnoud

Maar het zijn toch mijn foto’s?

Een lezer vroeg me:

Een tijd geleden heb ik een professioneel fotograaf ingehuurd om mooie foto’s van mezelf te maken voor op mijn website. Nu werk ik sinds kort bij een nieuw bedrijf, en die wilden graag foto’s van medewerkers online. Maar nog geen week nadat ik die foto ook daar had neergezet, ontving ik al een rekening van de fotograaf wegens schending van zijn auteursrecht. Kan dat zomaar? Het zijn toch mijn foto’s? Ik heb (flink) betaald voor het maken van die foto’s!

Ja, dat kan zomaar en nee, het zijn niet jouw foto’s. Hoe gek het ook klinkt: als je iemand betaalt om foto’s, teksten of wat dan ook voor jou te maken, dan word je daar geen eigenaar van. Je krijgt alleen een gebruiksrecht – je mag die foto’s gebruiken conform de afspraken, meer niet.

Het is dus zaak om bij het inhuren meteen duidelijke afspraken te maken over wat er wel en niet mag met het werk dat je bestelt. Je kunt afspreken dat alle rechten naar jou gaan, maar dat moet dan wel schriftelijk en ondertekend. Je kunt ook een brede licentie afspreken, of opties inbouwen dat een bepaalde andere vorm van gebruik ook mag mits je dan maar een bepaald bedrag extra betaalt.

Over die factuur: die zul je (waarschijnlijk) moeten betalen. In de algemene voorwaarden van de fotograaf zal ongetwijfeld iets staan over een boete bij ongeautoriseerd gebruik. Ik maak me vaak kwaad om de onterechte scrabbleclaims van fotografen, maar in dit geval zijn zulke claims wel ergens op gebaseerd: die algemene voorwaarden zijn deel van je contract. En als jij afspreekt dat je een boete zult betalen, dan moet je die boete betalen.

Arnoud

Blogdialoog: De weg naar nieuwe businessmodellen (toekomst van auteursrecht)

platform-ja-grappig-he.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Een downloadverbod, een Europees auteursrecht en state-of-the-art legale online contentdistributie-platforms. Dat is volgens Future of Copyright wat er nodig is voor een competitieve en bloeiende creatieve industrie waar de consument mee gediend is. Het is maar goed dat ze erbij zeggen dat het in alfabetische volgorde is, anders zou ik ze nog gaan verdenken van de drogreden dat die platforms vanzelf komen als je downloaden maar verbiedt. Het is simpelweg niet reëel om te verwachten dat een downloadverbod de “krampachtige houding van de grote rechthebbenden” richting internetdistributie en -verkoop ook maar 1 sikkepit zal veranderen door zo’n wetswijziging.

Zoals ik twee weken terug al betoogde, het probleem is fundamenteler dan koudwatervrees of het enkele feit dat er illegale bronnen zijn. Auteursrecht geeft rechthebbenden een machtsmiddel om verstorende innovaties in de markt voor distributie tegen te houden. Dit is iets unieks, geen enkele andere markt heeft dat. Ja, verstorende innovaties komen overal voor, maar dat een partij uit markt A een innovatie in markt B kan tegenhouden is echt uniek voor de auteursrechtenbusiness. En fundamenteel is die mogelijkheid slecht: verstorende innovaties zijn goed voor de maatschappij, en behoren niet tegengehouden te kunnen worden door een kleine belangengroep die graag het oude model wil behouden.

Verder valt me op dat de discussie vaak heel snel in een cirkeltje terecht komt: de maker heeft auteursrecht, dus hij beslist, dus hij mag een onwenselijk geacht distributiekanaal sluiten. Maar waarom is het wenselijk dat hij dat mag? Ja, omdat hij auteursrecht heeft en dat is nu eenmaal het recht om te beslissen wat er gebeurt met zijn werk. En waarom heeft hij dat recht? Ja, omdat het wenselijk is dat hij piraterij tegengaat. En waarom is dat piraterij? Nou, omdat de maker dat kanaal niet goedgekeurd heeft. En waarom is het wenselijk dat hij dat mag? Afijn, u voelt hem al aankomen. Dat schiet dus niet op.

(Dat het eigenlijk niet over de maker gaat, maar over de contentindustrie, is een terecht punt uit de comments dat op zichzelf een essay waard is.)

Ik pleit daarom voor een fundamentele discussie. Je kunt niet uitgaan van de huidige wet als je wilt zoeken naar een oplossing. Die huidige wet heeft ons het probleem gegeven, en zonder een grondige wetswijziging levert deze ons echt geen oplossing. Vandaar mijn pleidooi voor de maatschappij die moet beslissen. Meer rechten bij de distributiekanalen, en minder mogelijkheden om innovaties tegen te houden puur omdat ze de huidige businessplannen verstoren. Een nieuwe balans in het auteursrecht. En daarvoor moeten we niet kijken bij het uitgangspunt van de huidige wet, maar bij de plek waar we willen uitkomen. Aan welke criteria voldoet dat utopia, en hoe kunnen we die voor elkaar krijgen?

De legale markt die er nu is, laat op een paar plekken zien wat er werkt: een groot aanbod, een redelijke prijs en uitgebreide mogelijkheden om als koper met je content te doen wat je wil. Vele eerdere initiatieven hebben laten zien wat er niet werkt: uitgebreide DRM, hoge prijzen en beperkte mogelijkheden.

De illegale markt bevestigt dat beeld. Mensen willen graag een breed aanbod aan content hebben, en liefst ook in diverse formaten. Streaming, P2P download, all-you-can-eat Usenet, noem maar op: de techniek staat voor niets. Tuurlijk, het is (vaak) gratis, maar daar gaat het even niet om: mensen betalen graag voor kwaliteit en convenience (zie iTunes).

Het komt dus neer op de vraag: hoe realiseren we een florerende markt met vele distributieplatformen en businessmodellen, waar content in alle gewenste formaten, bundels en betaalmodellen beschikbaar is? Wil je graag pay-per-view of liever een vast bedrag per maand? Bewaren of éénmalig streamen? Kijken wat je vrienden leuk vinden en daar weer op reageren? En misschien is er wel een slimmerik die zijn eigen distributiekosten kan drukken door met P2P te werken. Er zijn tientallen voorbeelden van werkende modellen te vinden – in die illegale markt. Innovatie kan dus wel, maar we noemen het piraterij. En dat vind ik raar.

Mijn zorg is dan ook dat we het antwoord op die vraag niet van de industrie mogen verwachten. Zij is daar niet op ingesteld, omdat hun verdienmodellen gebaseerd zijn op de huidige distributieplatformen en businessmodellen. En het valt niet te ontkennen dat er met nieuwe platformen en modellen minder per kopie aan rechten afgedragen zal worden. Dat is namelijk tot nu toe bij elk nieuw medium het geval geweest. Alleen: de aantallen waren elke keer zo veel groter dat het uiteindelijk toch winstgevend genoeg bleek.

Ik maak me dan ook weinig zorgen over de toekomst van content, als we het initiatief bij de huidige innovators leggen (en afspreken dat er een faire beloning naar de maker gaat). En ik ben zeer benieuwd hoe FoC de ontwikkeling van die state-of-the-art legale online contentdistributie-platforms ziet gebeuren als die eerst toestemming van de contentindustrie nodig hebben.

Minstens zo benieuwd ben ik naar jullie comments 🙂

Arnoud

Mag een fotograaf bruidsfoto’s online zetten?

bruid-bruidegom-trouwen-wedding-bruidsfoto.jpgEen lezer vroeg me:

Als bruidsfotograaf wil ik mezelf graag goed presenteren, dus ik ben een website aan het bouwen met mijn portfolio. Nu kreeg ik laatste een mail van een klant dat zij niet willen hebben dat hun trouwfoto daar online staat. Dit terwijl in mijn algemene voorwaarden staat dat ik foto’s gewoon mag publiceren, maar volgens hun rechtsbijstandsverzekeraar had ik apart schriftelijk toestemming moeten vragen. Klopt dat?

Een fotograaf mag in opdracht gemaakte portretten niet publiceren, tenzij afgesproken is van wel. Dit blijkt uit artikel 20 van de Auteurswet:

Tenzij anders is overeengekomen is degene, wien het auteursrecht op een portret toekomt, niet bevoegd dit openbaar te maken zonder toestemming van den geportretteerde of, gedurende tien jaren na diens overlijden, van diens nabestaanden.

De wet zegt niet hoe die afspraak gemaakt moet worden. Het lijkt me dan dat dit in algemene voorwaarden mag, mits die natuurlijk tijdig en juist overhandigd zijn aan het bruidspaar. Dat wil zeggen:

  • bij de offerte, niet pas na betaling
  • op papier als de offerte op papier was, en als PDF bij de mail als de offerte is gemaild
  • met verwijzing vanuit de offerte naar de algemene voorwaarden

Als deze zo zijn overhandigd, dan zijn deze algemene voorwaarden gewoon onderdeel van de overeenkomst tot het maken van de bruidsfoto’s. Ook als ze niet gelezen zijn door het bruidspaar.

Mogelijk kan het bruidspaar de toestemming intrekken of als onredelijk bezwarend onderuit halen wanneer de foto een inbreuk op hun privacy maakt. Ik zou alleen wel zeggen dat er iets meer moet zijn dan alleen het enkele feit dat het een trouwfoto (en dus een privémoment) is. Dat is me iets te makkelijk als argument, hoewel ik meteen toegeef dat ik moeilijk een beter criterium kan verzinnen.

Arnoud

Blogdialoog: Het kan, dus het moet (niet) (Toekomst van auteursrecht)

dinosaurus-innovatie-auteursrecht-skelet.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Deze week reageert FoC op mijn blog over conservatisme in het auteursrecht:

De contentindustrie bestaat uit machtsmisbruikende dinosaurussen, die met lede ogen toezien hoe het innoverende volk succesvol aan hun grip ontkomt. Het vermaledijde auteursrecht geeft ze een wettelijk middel om de markt voor content te verstoren en de massa naar hun pijpen te laten dansen. Die macht moet worden ingeperkt, zo vat ik Arnoud’s laatste reactie in onze gezamenlijke en goed op gang komende blogdialoog kort samen. Niet geheel tot veler verrassing deelt Future of Copyright die visie niet.

Lees verder bij Future of Copyright en reageer daarna daar of hier!

Arnoud

Blogdialoog: Het conservatisme in het auteursrecht (Toekomst van auteursrecht)

sony-betamax-vcr-video.pngAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

De entertainmentindustrie voldoet niet aan de behoeftes van haar klanten, maar daarom hoeft nog niet meteen alles als all-you-can-eat en tegen verplichte licenties via filesharing online. Zo vat ik de bijdrage van Future of Copyright van vorige week maar even samen. Ook in de comments alhier werd gesignaleerd dat het vooral in de uitwerking zou zitten en niet in de principes van het auteursrecht. FOC noemt dat de “krampachtige houding van de grote rechthebbenden”: die komen maar niet met nieuwe distributiemodellen, en zo wil de legale markt maar niet van de grond komen.

Tot op zekere hoogte hebben ze daarin gelijk. Als “Big Content” (zeg maar Hollywood plus de grote vier muziekmaatschappijen) zélf flexibele en innoverende diensten hadden gelanceerd aan het begin van dit decennium, dan hadden we deze discussie waarschijnlijk niet eens nodig gehad. Ongetwijfeld zouden er ook dan mensen zijn geweest die zonder te betalen werken zouden uitwisselen, maar dat was dan een marginaal verschijnsel gebleven, ongeveer net zoals er nu mensen gratis betaaltelevisie kijken of autorijden zonder wegenbelasting te betalen.

Maar of het spreekwoordelijke kopje koffie met de industrie genoeg zal zijn om ze over te halen nu dan alsnog met downloaddiensten en distributiemodellen te komen, betwijfel ik. Er is namelijk een heel fundamenteel probleem met auteursrecht. Dit probleem maakt het onwaarschijnlijk dat de industrie ooit uit zichzelf met innoverende internetdiensten zal komen.

Napster, KazaA, Bittorrent en al hun vrienden zijn wat economen verstorende technologieën noemen. Ze zetten de bestaande bedrijfsmodellen op hun kop. Geen innovatie in de vorm van een betere geluidskwaliteit of een sterkere compressietechniek, maar een innovatie die een andere vorm van afnemen, een andere vorm van zakendoen oplevert. Dat roept meteen weerstand op bij de gevestigde orde, want het tast meteen hún bottom line aan. Er is geïnvesteerd in productiemiddelen en afzetkanalen, er zijn winstprojecties gebaseerd op omzetverwachtingen, en die kunnen nu allemaal de prullenbak in.

Dit is natuurlijk niet uniek voor auteursrechten. Neem bijvoorbeeld de digitale camera. Deze technologie verstoorde de markt voor fotorolletjes en analoge camera’s. Omdat consumenten deze nieuwe technologie verkiezen boven de oude wint zij snel marktaandeel. Daar kan de gevestigde orde weinig aan doen. Er zit weinig anders op dan de nieuwe technologie omarmen en het verlies van de omzet aan fotorolletjes voor lief nemen. Het alternatief is de onvermijdelijke ondergang – verstorende technologieën kunnen bestaande markten compleet wegvagen.

Wél uniek voor auteursrechten is dat er niet echt één markt is die verstoord wordt. Er zijn twee produktgroepen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: afspeelapparatuur en inhoud. Verstorende technologiën vinden altijd plaats aan de zijde van de apparatuur. Denk aan videorecorders, computers, CD-branders, internetverbindingen, peer-to-peer uitwisseling, Bittorrent-distributie en ga zo maar door. De bedrijfsvoering die daardoor verstoord wordt bevindt zich echter grotendeels aan de andere zijde. De opkomst van televisie verstoorde bijvoorbeeld vooral de markt voor bioscopen en filmzalen. Een televisiekijker betaalde niet om een film te kijken, dus kon van een televisiezender niet hetzelfde bedrag voor vertoning van een film gevraagd worden als van een bioscoop. Daar gaat je winstprojectie.

En nu komt het: waar een camerafabrikant de verstoring in zijn markt met lede ogen aan moet zien, heeft een filmproducent een wettelijk middel om de verstoring tot staan te brengen. Hij deelt gewoon geen licentie uit. Dat is immers geen plicht onder het auteursrecht. Of hij gaat nog een stapje verder en begint een rechtszaak tegen die technologie omdat deze immers alleen maar bedoeld is zijn auteursrechten te schenden.

De makers van die technologie hebben dat maar te slikken, of moeten dan diep door het stof om alsnog toegang tot die inhoud te krijgen die de consument graag wil afnemen via die nieuwe technologie. Dit verklaart waarom nieuwe technologieën vaak van rare beperkingen voorzien zijn – van heffingen op lege dragers tot kopieerbeveiligingen op stekkertjes (HDCP), waarom nieuwe diensten jarenlang op zich laten wachten – zoals streamingvideodiensten zoals Hulu. Of waarom ze onderuit gaan nog voor ze een succes zijn – Napster of Kazaa. De markt krijgt geen kans, zoals bij digitale camera’s wel het geval was, om te beslissen wat zij beter vindt, maar blijft afhankelijk van de welwillendheid van de rechthebbenden.

Dit is een rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg van het principe van “de auteur beslist” in de huidige auteurswetten. De mogelijkheid om “nee” te zeggen tegen verstorende technologie is een machtig wapen – en daarmee een gigantische rem op innovatie. Dat downloadverbod dat FoC steeds bepleit, versterkt alleen maar hun positie, zonder dat er enige prikkel is om zelf wél met een innovatief bedrijfsmodel te komen voor internet.

Ik geloof dus niet dat we de keuzes aan de rechthebbenden kunnen overlaten. Zij hebben er immers een te groot belang bij dat de situatie blijft zoals zij is. Om auteursrechtenprof William Patry te citeren:

I cannot think of a single significant innovation in either the creation or distribution of works of authorship that owes its origins to the copyright industries.

Innovatie is onvermijdelijk, en internetdistributie dus ook. Het enige dat de industrie bereikt met haar conservatisme, is dat anderen vóór haar gaan innoveren. De apparatuur is er, de distributiemechanismen ook, en die gaan echt niet meer weg. Wachten op de industrie is geen optie. Dus hoe krijgen we haar in beweging?

Arnoud (met dank aan Daniël Mantione)

Wie is nou eigenlijk eigenaar van onze website?

Een lezer vroeg me:

Een paar jaar terug hebben we een website laten bouwen door een professioneel bureau. Recent heb ik een ander bureau ingeschakeld om wat wijzigingen te maken en een forum toe te voegen. Maar na oplevering zegt het oude bureau dat de nieuwe site inbreuk maakt op hun auteursrechten (copyrights)! Zij zouden alle rechten hebben en ik had hen het onderhoud en de uitbreidingen moeten laten doen.

Klopt dat? We hebben toch betaald voor de site en het ontwerp, dan is het toch onze site en mogen wij toch zeker wel zelf bepalen wie het onderhoud gaat doen?

Het bureau heeft waarschijnlijk gelijk, maar dat hangt allemaal vrijwel volledig af van wat er precies in het contract (en de bijgehorende algemene voorwaarden) staat.

Hoofdregel van het auteursrecht/copyright is namelijk dat wie het maakt, de rechten heeft. De website is hier door het bureau gemaakt, en dus hebben zij daarop de rechten. Daar is eigenlijk maar één uitzondering op: als in het contract staat dat de auteursrechten naar de opdrachtgever gaan (soms staat er “eigenaar wordt”, dat vind ik twijfelachtig).

Wie betaalt, is auteursrechtelijk compleet irrelevant.

De opdrachtgever krijgt alleen een gebruiksrecht voor de site zoals door hen opgeleverd. Wat dat gebruiksrecht precies omvat, hangt af van het doel van de site en wat er zoal tijdens het offertetraject is gezegd. Is er bijvoorbeeld gesproken over “makkelijk zelf aanpassen” van layout of teksten via een handige WYSIWYG-editor, dan heeft de opdrachtgever het recht die layout of teksten aan te passen. Maar is er niets gezegd, dan zou ik zeggen dat je niet zelf zomaar van alles mag wijzigen. Goed, typefouten waarschijnlijk wel, maar een hele nieuwe layout niet.

Dit betekent ook dat je niet zomaar als opdrachtgever een ander bedrijf mag inschakelen om de site te laten verbouwen. Je zult daarvoor toestemming moeten krijgen van de oude ontwerper, en het is nog maar de vraag of je die zult krijgen.

Ik zou dus altijd adviseren om in zo’n opdracht op te laten nemen dat het eigendom van de site overgaat naar de opdrachtgever, of op zijn minst dat onderhoud door de opdrachtgever zelf mag worden gedaan, dan wel door een door hem gekozen hulppersoon.

Arnoud

Amerikaans Hof: auteursrecht op software kan niet uitgeput raken

“EULAs, and whatever nonsense they may contain, are legally binding in the US.” OSNews berichtte afgelopen vrijdag over een arrest van het Amerikaanse Hof van beroep (9th Circuit) waarin werd geoordeeld dat levering van software niet als verkoop gezien moet worden, maar puur als een licentieverstrekking. Dat betekent dat een verkrijger van software in de VS deze niet mag doorverkopen als dat in de licentie verboden is. Het principe van “first sale” oftewel uitputting geldt daarmee niet (meer) voor software in de VS.

Het Hof komt hiermee terug op een vonnis uit 2009 waarin de rechtbank juist wél oordeelde dat een licentienemer van software gerechtigd is deze door te verkopen. Tenminste, als hij de software op de originele dragers doorverkoopt natuurlijk. De basis daarvoor was de regel uit het auteursrecht die zegt dat legaal op de markt gekomen “exemplaren” vrijelijk mogen worden doorverkocht. Het Hof zegt nu dat die regel niet geldt voor software, omdat daarbij de licentie (EULA) vérgaande beperkingen stelt aan het gebruik. Meer precies: uitputting geldt niet wanneer

  1. De auteursrechthebbende expliciet het woord “licentie” gebruikt.
  2. De licentie “significantly restricts the user’s ability to transfer the software” (oftewel gebruikt een standaardzin dat de licentie niet overdraagbaar is).
  3. De licentie “imposes notable use restrictions” (zoals dat maar één gebruiker de software mag gebruiken).

Als aan die drie eisen is voldaan, dan zou volgens het Hof duidelijk moeten zijn dat je géén eigenaar bent van het exemplaar maar slechts een gebruiker. Je zou dit kunnen vergelijken met een huurder – die weet ook duidelijk dat hij huurt en niet koopt, en dat zijn gebruik aan de nodige beperkingen onderworpen is.

De zorg van OSNews, en ook van Ars Technica, is dat het Hof hiermee lijkt te zeggen dat rechthebbenden alles in zo’n EULA mogen zetten en dat dat dus bindend is. Dat gaat me wat te ver. Het Hof zegt in het arrest alleen dat áls aan die drie items voldaan is, er geen sprake is van uitputting. Men ontkent niet dat er ontoelaatbare eisen in een licentie kunnen staan.

In Nederland lijkt uitputting voor voorgeinstalleerde software juist wel te bestaan, tenminste volgens de rechtbank Dordrecht. Die oordeelde:

Er zijn dus exemplaren van de CAD-software geïnstalleerd op dragers (werkstations) in het verkeer gebracht door middel van eigendomsoverdracht aan Nelcon door de exclusief distributeur Han Dataport, en dus met toestemming van de auteursrechthebbende. … Dit heeft tot gevolg dat Han Dataport zich niet kon verzetten tegen de verdere verspreiding van deze software(…).

De inhoud van de licentie was daarbij irrelevant.

Deze aanpak van de rechtbank Dordrecht spreekt me wel aan, maar hij gaat alleen op voor verkoop van software op fysieke dragers. En daarvan is steeds minder sprake natuurlijk vandaag de dag. Meer en meer software (maar ook andere content, zoals muziek en films) gaat digitaal, en daarbij geldt de uitputtingsregeling sowieso niet. Wat mij betreft wordt het tijd om hier expliciete regels over te maken (wat ook in het Ninth Circuit-arrest gezegd wordt.)

Arnoud

Blogdialoog: Een goede markt voor digitale downloads (Toekomst van auteursrecht)

dvd-five-euro-counterfeit.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Deze week de reactie van Future of Copyright op mijn post Laat de maatschappij beslissen:

Ha, dat gaat goed. We hebben allebei één post geplaatst en de stellingen zijn ingenomen. De maker versus de massa. Het leuke van deze discussie is dat we eigenlijk hetzelfde willen. Commenters (dank voor jullie waardevolle bijdragen), Arnoud en wij willen allemaal een online omgeving met een goed, ruim en makkelijk toegankelijk aanbod aan mooie films, games, e-boeken, journalistiek, muziek en ga zo maar door. En daar willen we best voor betalen.

Het grote verschil zit in ieders geduld en de route die we kiezen naar het eindstation.

Lees verder bij Future of Copyright. En reageer dan ook alsjeblieft (hier of daar) want jullie comments zijn absoluut zeer waardevol.

Arnoud