Hoe bewijs je dat een webpagina bestond op een bepaald moment?

| AE 5674 | Internetrecht | 27 reacties

Dat kan geen toeval zijn: gisteren kreeg ik drie keer (in iets verschillende bewoordingen, dat wel) de volgende vraag:

Wat moet je eigenlijk doen om de inhoud van een webpagina op een bepaald moment rechtsgeldig vast te leggen i.v.m. schadeclaims e.d.? Een “Akte van Inhoud” laten opmaken door een notaris, of op een andere manier ergens deponeren waardoor een rechter dit als feit kan hanteren, ook al is de pagina nadien veranderd?

In Nederland gelden geen formele regels voor bewijs: alles dat je kunt aandragen om je standpunt te onderbouwen, is welkom. Het verhaal “dit is onrechtmatig verkregen want” zal je weinig helpen. Hooguit kun je er een rechter achterdochtiger mee maken over de échtheid van het bewijs. Maar als partijen geen punt maken van die echtheid dan mag de rechter er gewoon op afgaan. Ook bij iets triviaals als een MSN-chatlog.

Als mensen wél gaan betwisten dat iets de waarheid is, dan wordt het lastig. Want hoe bewijs je dat een website echt wél online was met bepaalde inhoud op een bepaald moment. Ik herinner me een vonnis (helaas het LJN vergeten) waarin een webwinkel de bewijsopdracht kreeg aan te tonen dat haar bestelprocedure zoals gehanteerd bij de procederende klant anderhalf jaar geleden een aanvinkvakje voor de algemene voorwaarden bevatte. Nou, succes. Wie heeft er überhaupt screenprints of een filmpje van zijn bestelprocedure?

In de andere zaak werd de gedaagde verplicht om iedere verwijzing naar het merk van de eiser van zijn site te verwijderen. Na de deadline waren er in Google nog zoekresultaten zichtbaar met de merknaam in de URL, dus dat gaf een executiegeschil. Daarbij werden screenprints overlegd, maar die waren onvoldoende als bewijs:

Allereerst geldt dat op grond van de schermafbeelding niet is vast te stellen of de getoonde URL daadwerkelijk toegang gaf tot de website van het ’t Stokertje, die volgens het oordeel van de rechtbank in haar bodemvonnis inbreuk maakte op de merkrechten van Smeedatelier De Jong.

Het was dan ook een screenprint van de Google zoekresultaten. Ja, mijn eerste gedachte was ook, wtf, waarom niet een screenprint van de pagina zelf. Mogelijk dat het idee was dat Google-zoekresultaten er officiëler uitzien, of mogelijk was de site zelf onbereikbaar en was dit de enige optie.

En in een zaak uit 2012 stond ter discussie wie de ontwerper was van een set lampen. Daar had de eisende partij een mooie oplossing voor: registratie bij de Belastingdienst (wat niet meer kan tegenwoordig). Maar

de door [appellante A.] overgelegde registraties bewijzen niets meer dan dat [appellante A.] in 2008 en 2010 foto’s bij de Belastingdienst heeft gedeponeerd.

Dat is juist maar wel érg formeel: wie als eerste een registratiedatum kan laten zien, mag toch gevoeglijk worden vermoed de maker te zijn. Wat pijnlijker was dat de registratie door een Commanditaire Vennootschap was gedaan en niet door [appelante A].

Ook had zij screenprints uit Windows Photo Viewer en uit Windows Picture and Fax Viewer overlegd, waarbij per foto tevens de eigenschappen zichtbaar waren, zoals de aanmaak-, bewerkings- en toegangsdatum. Deze screenshots bewijzen niet dat het [appellante A.] was die de lampen had ontworpen. Het Hof komt met diverse scenario’s:

– de screenshots kunnen afkomstig zijn van een andere computer dan die van [appellante A.];
– de ontwerpenkunnen door een ander vervaardigd zijn op [appellante A.]s computer;
– de afbeeldingen kunnen afkomstig zijn van bestanden welke elders, op een andere computer of door iemand anders, zijn vervaardigd en vervolgens op deze computer zijn gezet en al dan niet (op al dan niet onderge-schikte onderdelen) zijn aangepast,
– ongeacht wie de op de screenshots zichtbare ontwerpen heeft “vervaardigd” kan het ook gaan om het resultaat van een poging om lampen welke degene die achter de computer zat elders had gezienna te maken;
– de datum op de computer kan zijn gemanipuleerd.

Daarvan zeggen ze meteen, we wéten niet of dat is gebeurd maar deze mogelijkheden geven zo veel twijfel dat we er geen overtuigend bewijs in zien. Wederom, wat erg formeel. Maar in deze context wel kloppend: de gedaagde hád er een punt van gemaakt dat niet vaststaat dat de eiser de maker/rechthebbende was. En dan is een screenshot inderdaad wat weinig.

Hoe dan wel? Allereerst lijkt me een objectieve datumbron van belang. Dus niet een screenshot vanaf je eigen PC, maar een i-depot, een akte door de notaris of proces-verbaal van constatering door de deurwaarder. Dan staat in ieder geval vast wáár het om gaat en wannéér. Maar bij al deze diensten geldt dat ze geen verificatie doen, geen verificatie kúnnen doen van het werkelijke makerschap. Ik kan een ontwerp stelen en de deurwaarder laten constateren dat het in mijn bezit is of op mijn website staat. Zolang de bestolene niet hardop piept, zou ik dan kunnen claimen maker te izjn.

Bij bewijs over wat de inhoud van een site was (zoals die merkinbreukzaak hierboven of bij zeg smaad) zou zo’n proces-verbaal wél kunnen helpen. De deurwaarder gaat dan zelf naar de site, leest wat er staat en zet dat in zijn proces-verbaal (al dan niet met screenshot). Dan staat vast dat die tekst online stond toen de deurwaarder ging kijken. Een i-depot lijkt een goedkoop alternatief, maar je kunt een webpagina natuurlijk snel even bewerken voor je ‘m i-deponeert dus dat zou iets minder bewijskracht geven.

Algemeen denk ik dat er geen keiharde oplossing is voor het probleem. Hebben jullie suggesties?

Arnoud

Nee, vastleggen van je idee in een i-depot gaat je écht niet helpen

| AE 2898 | Innovatie | 52 reacties

idepot-vastleggen.pngNatuurlijk wil je voorkomen dat een ander je idee steelt en daarom wil je het beschermen, las ik bij “Goed idee – iDepot”. Maar hoe doe je dat, vraagt de site zich retorisch af. Nou, met een i-Depot natuurlijk. Want als je je idee maar opschrijft op een bierviltje, dan kun je “aantonen dat het idee op dat moment al in jouw bezit was.” Ehh, ja. En wanneer is dat ook alweer praktisch relevant?

Even verderop:

Na het indienen van je i-DEPOT kun je over je idee gaan praten met bijvoorbeeld een potentiële partner of investeerder. Je hebt immers jouw gedetailleerde omschrijving van een uitvinding, idee of concept in een i-DEPOT vastgelegd. Je kunt dus altijd aantonen dat het idee op dat moment al in jouw bezit was.

Maar het ZEGT HELEMAAL NIETS DAT HET IDEE IN JOUW BEZIT WAS. Juridisch is dat VOLSTREKT irrelevant. Een idee kun je op honderd manieren gedeponeerd hebben, maar ideeën zijn vrij en MOGEN dus worden overgenomen ook als je ze van een ander hoort. En ook als ze bij het BBIE in een envelop liggen.

Het enig juiste advies staat een zin verderop: “Het is wel verstandig om daarnaast ook een geheimhoudingsverklaring te laten tekenen.” maar ik zou nog verder willen gaan: het is niet verstándig maar het is veréist om een geheimhoudingsverklaring (sponsored link) te laten tekenen als je ook maar iets van bescherming voor je idee wil. Want als je afspreekt een idee niet verder te vertellen, dan mag je dat niet – ook niet als het idee zelf niet beschermd is.

Natuurlijk, een uitgewerkt idee (niveau draaiboek) is wél beschermd als auteursrechtelijk werk. Men mag dan dat werk niet nabootsen, verveelvoudigen of openbaarmaken. Alleen: als het in de kluis bij het BBIE ligt in zo’n i-depot envelop, dan is het best moeilijk nabootsen. En wie het idee onafhankelijk opnieuw bedenkt en uitwerkt, schendt nimmer het auteursrecht.

Je kunt een uitgewerkt technisch idee beschermen via een octrooi, maar dat is een dure grap. En een i-depot voegt daar niets aan toe, behalve in de zeer specifieke situatie van voorgebruik misschien. Maar dat zal bij deze doelgroep in 99% van de gevallen niet spelen.

Ik maak me hier regelmatig kwaad om commerciële depotdiensten die roepen “bescherm je idee” en de indruk wekken dat een recht ontstaat om anderen je idee te ontzeggen als je bij hen nu maar het idee vastlegt. Het i-Depot is van een overheidsinstantie en werd altijd keurig neutraal in de markt gezet: wij zetten er een stempel op en wensen u veel succes. Deze promotiedienst schoot me dan ook flink in het verkeerde keelgat. Nu wekt potverdorie het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom de indruk dat het deponeren van ideeën je een recht geeft waar je wat aan hebt!

Goed. Tijd voor koffie.

Update (2 maart) ik lees bij IE Forum dat i-Depot een elektronische handtekening is en daarom “als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures wordt toegelaten in alle 27 landen van de Europese Unie”. Gast. Echt. Om mijn bloeddruk onder controle te houden zeg ik daar niet meer over dan dat ook documenten zónder handtekening worden toegelaten als bewijsmiddel.

Arnoud

Waarom zou je een idee deponeren?

| AE 2853 | Innovatie | 14 reacties

brievenbus-deponeren-idee.jpgVele, vele lezers vragen me:

Ik heb een geweldig idee voor [iets] en dat wil ik graag beschermen. Ik las dat je het bij de Belastingdienst, het BBIE of de notaris kunt deponeren, dus dat heb ik gedaan. Ben ik nu beschermd of kan ik nog meer doen?

Nee, met een depot bij een van die diensten (of bij een commerciële club zoals File-reg) ben je niet beschermd. Je krijgt géén wettelijk recht dan waarmee je anderen kunt verbieden je idee te gebruiken.

Dat kan ook helemaal niet, want ideeën zijn niet beschermbaar.

Een uitgewerkt idee kan beschermd zijn via het auteursrecht, en als het een technisch idee is dan is een octrooi (dat wél moet worden aangevraagd) wellicht een optie. Met auteursrecht of octrooi kun je verbieden dat anderen hetzelfde gaan doen. Maar voor die rechten is deponeren bij zo’n dienst niet nodig.

Als je een idee wilt beschermen naar een specifieke partij toe, dan kun je dat onder geheimhouding doen. Je sluit dan een geheimhoudingsovereenkomst (NDA) met de wederpartij en vertelt hem dan wat je wilt delen.

De enige reden om een idee, een tekst of iets dergelijks te deponeren is om sterker bewijs te vergaren dat het idee bestond op de datum van depot. Een datum van een onafhankelijke derde heeft meer waarde dan een zelfgeschreven datum op het origineel. Alleen: dergelijk bewijs is zelden nodig. Je ziet vrijwel nooit discussie over “wanneer bestond dit”. Heel soms bij informatie onder NDA, omdat van geheimhouding uitgezonderd is informatie die de ontvanger zelf al had voordat de NDA werd getekend.

Discussie over “wie heeft het bedacht” speelt iets vaker, en daarbij kan een datum van een deponeringsdienst handig zijn. Alleen, formeel bewijst dat depot niets: ik kan bij elk van die diensten, en bij elke commerciële dateringsdienst, een kopie van de nieuwste Harry Potter deponeren en daar zetten zij dan braaf een datum op. En iedere dateringsdienstverlener die vertelt dat zijn dienst wél iets van bescherming pretendeert, faalt op dit punt.

Arnoud

Online faillissementsveilingen: strijd met de wet?

| AE 1663 | Innovatie | 14 reacties

Het onvolprezen weblog van TILT meldde dinsdag dat online faillissementsveilingen wel eens in strijd met de Nederlandse wet zouden kunnen zijn. Bij een faillissementsveiling is het volgens de Wet Ambtelijk Toezicht Openbare Verkopingen, de Watov, namelijk verplicht om deze “ten overstaan van notarissen of van deurwaarders bij de rechterlijke colleges” te houden. Internetveilingen draaien 24… Lees verder

Notarissen schrijven saai, hebben wel databankrecht

| AE 1112 | Auteursrecht | Er zijn nog geen reacties

Ook notarissen hebben recht op databankrecht. Dat blijkt uit een recent arrest (PDF van 2 MB) van het Gerechtshof Arnhem. De website Veilingnotaris.nl is een huizenzoekmachine, maar dan voor gedwongen verkoop (dat gaat per veiling). Op Openbareverkopen.nl waren een aantal van de ter veiling aangeboden huizen ook te vinden, en natuurlijk was dat aanleiding voor… Lees verder