Ubisoft schakelt in september online-diensten 15 games uit, mag dat?

| AE 13437 | Ondernemingsvrijheid | 11 reacties

Ubisoft gaat op 1 september de online-diensten van 15 games ontoegankelijk maken, meldde Tweakers zondag. Zeven PC-titels verliezen ook al hun downloadbare content (dlc), zelfs als die al gekocht is. Opvallend is daarbij dat een aantal van deze games momenteel met korting aangeboden wordt, inclusief aanprijzing van hun ‘innovatieve multiplayermodus’ en extra dlc. Je gaat dan dus terug naar enkel single player modus met de basiscontent. Dat roept natuurlijk de vraag op, eh wat krijgen we nou, kan dat zomaar?

Het afsluiten van diensten voor oudere games kan een manier zijn om het bedrijf in korte tijd financieel gezonder en daarmee aantrekkelijker voor een overname te maken, zo sluit het artikel af. En dat is ook niet zo raar, want het in de lucht houden van online games is een dure kwestie met al die servers en bijbehorende infrastructuur. Maar vanuit spelersperspectief is dit wél raar, want je betaalt voor een spel met de belofte van online tegen anderen spelen (én dlc) en die belofte wordt dan eenzijdig ingetrokken.

Mijn cynische opener is dan altijd, welkom in de diensteneconomie. Want zo’n online game is een dienst, en diensten mag je op zeker moment stoppen. Daar hoef je niet eens een reden voor te hebben (zoals dat het onrendabel is), een voldoende lange opzegtermijn en/of een schadevergoeding is juridisch gezien eigenlijk al genoeg.

Maar sinds een tijdje is een online game juridisch gezien wel iets meer dan alleen een dienst. Er is speciale wetgeving in Boek 7 van het Burgerlijk wetboek voor zogeheten overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten tussen handelaren en consumenten. Dat wil zeggen (art. 7:50ab lid 1 sub a BW):

overeenkomsten waarbij de handelaar digitale inhoud of een digitale dienst aan de consument levert of zich ertoe verbindt die te leveren en de consument een prijs of een digitale weergave van waarde betaalt of zich ertoe verbindt die te betalen ongeacht of de digitale inhoud of digitale dienst volgens zijn specificaties is ontwikkeld;
Hierbij geldt een eigen conformiteitsvereiste, art. 7:50ad BW:
De afgeleverde digitale inhoud of digitale dienst moet aan de overeenkomst beantwoorden.
Deze zin kennen we van conformiteit van gewone producten, wat mensen ook wel de “wettelijke garantie” noemen. Het volgende artikel noemt een aantal criteria om te bepalen of een game voldoet:
  • wat betreft de beschrijving, hoeveelheid en kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit, interoperabiliteit en andere kenmerken, voldoen aan de overeenkomst;
  • van updates worden voorzien als bepaald in de overeenkomst;
  • beschikken over de hoeveelheid, kwaliteit en prestatiekenmerken, onder meer met betrekking tot functionaliteit, compatibiliteit, toegankelijkheid, continuïteit en beveiliging, waarover de digitale inhoud of digitale diensten van hetzelfde type gewoonlijk beschikken en die de consument gezien de aard van de digitale inhoud of digitale dienst redelijkerwijs mag verwachten, rekening houdend met publieke mededelingen die zijn gedaan door of namens de handelaar of andere personen in eerdere schakels van de transactieketen, in het bijzonder in reclameboodschappen of op etikettering.
Die laatste is natuurlijk interessant (hoe langer de tekst, hoe meer een jurist er uit kan halen natuurlijk). Want die term continuïteit gaat precies over dit soort situaties: je moet zo’n dienst kunnen afnemen gedurende de tijd die je mag verwachten bij dit soort games, dit platform et cetera. Daar valt dus heel veel over te discussiëren, maar gezien het doel van de achterliggende Europese regels ligt het voor mij voor de hand dat wat Ubisoft van plan is, er voor zorgt dat de games nonconform worden.

Alleen: wat dan? Artikel 7:50ai (haha, hij zei ai; BW) noemt het in mooi juridische taal:

Beantwoordt de afgeleverde digitale inhoud of digitale dienst niet aan de overeenkomst, dan is de consument bevoegd om nakoming te eisen, de prijs te verminderen in evenredigheid met de mate van afwijking van hetgeen is overeengekomen, of de overeenkomst te ontbinden.
Je geld terug is dus een optie, al zullen weinig mensen gaan procederen over deze bedragen – de proceskosten zijn ordegroottes hoger dan de aanschafprijs. Nakoming eisen is interessanter, er is vast een principiële strijder die maatschappelijke gerechtigdheid wil afdwingen. Dan kom je uit bij lid 2:
De consument is bevoegd om nakoming te eisen overeenkomstig lid 1 tenzij dat onmogelijk is of voor de handelaar onevenredige kosten met zich brengt, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, waaronder: a.de waarde die de digitale inhoud of digitale dienst zou hebben wanneer er geen gebrek zou zijn geweest; b.de omvang van het gebrek.
Ubisoft zal bij de online multiplayer variant meteen wijzen op die “onevenredige kosten”, ze zullen vast kunnen aantonen dat gezien het aantal spelers de kosten van de infrastructuur niet redelijk meer zijn. En dat lijkt dus een winnend argument te zijn op grond van de wet.

Afdwingen dat die gekochte dlc gewoon blijft werken lijkt me dan weer niet iets dat “onevenredige kosten” zou moeten kosten. Ik kan niet echt achterhalen waarom dit überhaupt nodig is, het moet te maken hebben met een serverside controle of je nog recht hebt op die dlc lijkt me. Dan zou het uitzetten van die check de simpele oplossing zijn die Ubisoft dan moet maken. Dat is zeker te verdedigen als “herstellen van het gebrek”, maar ook hier zal echt een principezaak nodig zijn bij de rechter om dat af te dwingen.

(De EULA van Ubisoft is hierbij volledig irrelevant gezien art. 7:50ap BW dat bepaalt dat alle bovengenoemde artikelen dwingend recht zijn en dus niet in de overeenkomst uitgesloten mogen worden. En dat Europees recht geldt, volgt weer uit andere Europese regels.)

Arnoud

Hoe lang mogen Xbox credits geldig zijn?

| AE 6935 | Informatiemaatschappij | 11 reacties

xbox-credits-krediet-tegoed-cadeaubonEen vraag via Tweakers (dank voor de tip Yaz): bij Xbox live moet je een kredietsaldo opbouwen om spellen e.d. te kopen. Dit saldo bouw je op door tegoedkaarten in de winkel te tonen (zoals hiernaast getoond) of door online met je creditcard te betalen. Dit krediet kan vervallen na zekere tijd, en men vroeg zich af of dat rechtsgeldig is. Met name omdat je van tegoedkaart (te zien als waardebon) naar online krediet gaat.

In de context van Xbox lijkt het me niet uit te maken dat je van een papieren/plastic bon naar een digitaal tegoed gaat. Waar het om gaat is dat je een claim hebt, een recht om een nader te kiezen product of dienst te krijgen. Dat het een getal in Microsoft’s database is in plaats van een getal op een papier of in een magneetstrip maakt juridisch volstrekt niets uit. Er is een tegoed, een claim, een vordering.

Het maakt niet uit in welke vorm men het tegoed administreert, want de wet zegt niets letterlijk over waardebonnen, cadeaubonnen, credits of andere dergelijke kredietconstructies. Er is alleen algemene regelgeving over rechten en vorderingen, oftewel juridische claims die je kunt leggen jegens iemand.

Hoofdregel is dat een claim normaal oneindig lang duurt, hoewel dat in het recht nooit echt bestaat. Er is het concept van verjaring, oftewel vanaf dat moment mag je de claim niet meer opeisen bij de rechter. De termijn van verjaring is hier 5 jaar omdat het gaat om een claim die ontstond uit een overeenkomst (art. 3:307 BW).

Je kunt afspreken dat een claim eerder vervalt. Zo’n afspraak is een algemene voorwaarde, en daarover kent de wet een zogeheten zwarte lijst met verboden voorwaarden. Op die lijst staat een verbod op een voorwaarde die een claim binnen een jaar laat vervallen (art. 6:236 sub g BW).

Het maakt hierbij niet uit hoe je de afspraak noemt: verkoopvoorwaarden, EULA, TOS of “dat bordje boven de toog”. Als de afspraak standaard is en voor meerdere klanten wordt gehanteerd, dan is het een algemene voorwaarde en die moet zich dan aan dit verbod houden.

Daarnaast er een grijze lijst van algemene voorwaarden die onredelijk zijn tenzij de winkelier de redelijkheid kan bewijzen. Op deze lijst staat (art. 6:237 sub h BW) een verbod op het laten vervallen van een claim als “sanctie op bepaalde gedragingen, nalaten daaronder begrepen”. Je bon niet inwisselen kun je zien als een nalaten, en het ongeldig verklaren is dan een sanctie. Dit is een minder sterk argument, aangezien er vast wel een redelijk argument is om bonnen te laten vervallen (zoals dat de administratie na x jaar volloopt). Ik vind daarom het zwartelijstargument beter.

Dus: staat er niets bij de bon of kredietkoopfaciliteit, dan is het “oneindig” hoewel je na vijf jaar het niet meer op kunt eisen (verjaring). Staat er wel iets bij, dan moet dat iets minstens één jaar zijn. Staat er dat het minder dan een jaar zou zijn, dan is dat niet rechtsgeldig en dan is het “oneindig”.

Er is wel eens discussie hoe dit zit bij bijvoorbeeld festivalmunten. Dat zijn ook vorderingen, maar het is nogal gek dat ik een jaar na een festival nog een biertje zou kunnen eisen van de organisatie. Binnen het systeem van algemene voorwaarden kom je daar niet uit denk ik.

Er is nog de juridische exception handler van de redelijkheid en billijkheid: als je eis redelijkerwijs onaanvaardbaar zou zijn, dan gaat ie niet door ook al zegt de wet van wel (art. 6:248 BW). Dat zou heel misschien op digitaal tegoed kunnen gelden, maar dan zou ik wel eens willen weten waarom het redelijkerwijs onaanvaardbaar is – oftewel, waarom “kom nou toch, dat is belachelijk” een gepaste reactie is als iemand het probeert.

Ook lees je her en der dat die vijf jaar alleen geldt wanneer er een uitgiftedatum op staat (maar geen vervaldatum). Staat er geen uitgiftedatum op, dan zou de bon oneindig geldig moeten zijn. Ik weet niet waar dat op gebaseerd is. Ik denk dat het idee is dat zonder uitgiftedatum niet te bewijzen is wanneer de verjaringstermijn vervalt. In het topic verwees iemand naar een rechtszaak hierover. Als iemand nog weet welke rechtszaak dat is, dan hoor ik dat heel graag.

Blijft over de vraag of Microsoft zich hieraan moet houden, omdat de EULA vast zegt dat alles onder Amerikaans recht valt. Dat is niet per se rechtsgeldig als men zich duidelijk op Nederland richt. Wie in iDeal af laat rekenen op zijn Nederlandstalige webshop, richt zich op Nederland en valt dus onder ons recht. Afdwingen is vers 2, maar dat is altijd het probleem met consumentenrecht.

Arnoud

Gastpost: Videogames na Usedsoft v. Oracle

| AE 6876 | Intellectuele rechten | 13 reacties

pacman-spelletjes-gewelddadig.pngOmdat ik met vakantie ben deze week een aantal bijdragen van vaste bezoekers. Vandaag wederom jurist Bas van der Geld over tweedehands verkoop van videogames versus het auteursrecht.

Als videogame liefhebber was ik na de uitspraak in Usedsoft v Oracle aangenaam verrast. Ik was in de veronderstelling dat net als software, nu ook videogames mochten worden doorverkocht. Anders dan bijvoorbeeld e-books en digitale muziekbestanden zijn videogames namelijk software, toch?

Nee, volgens het Hof van Justitie zijn videogames meer dan software. Videogames zijn namelijk:

complex materiaal dat niet alleen een computerprogramma bevat, maar ook grafische en geluidselementen die, hoewel zij in computertaal zijn gecodeerd, een eigen scheppende waarde hebben die niet tot deze codering kan worden beperkt.

Men zou verwachten dat de auteursrechtelijke bescherming van het computerprogramma onder de Softwarerichtlijn (Richtlijn 2009/24) valt. Dat digitale audiovisuele elementen beschermd worden op basis van de Auteursrechtrichtlijn is niet verwonderlijk. Maar hoe zit het dan met de auteursrechtelijke bescherming van de videogame in zijn geheel?

Voor zover de delen van een videogame, in casu de grafische en geluidselementen, bijdragen aan de oorspronkelijkheid van het werk, worden zij samen met het volledige werk auteursrechtelijk beschermd op grond van de bij richtlijn 2001/29 ingestelde regeling.

Bepalend zijn de audiovisuele elementen van de videogame en de mate waarin zij bijdragen aan de oorspronkelijkheid. De gehele videogame wordt beschermd op grond van de Auteursrechtrichtlijn (Richtlijn 2001/29), zelfs het computerprogramma. Juist op dit punt knelt de toepassing van het Usedsoft arrest met het doorverkopen van videogames. Terwijl het hof bepaalt heeft dat software mag worden doorverkocht op basis van de Softwarerichtlijn, bestaat er nog veel onzekerheid over de doorverkoop van zaken die onder de Auteursrechtrichtlijn vallen. Denk hierbij aan de zaak Tom Kabinet over het doorverkopen van e-books. Hoe merkwaardig ook, laat het nu net zo zijn dat videogames in het geheel onder dezelfde richtlijn vallen.

Zo bevestigde ook de Duitse rechter in een geschil tussen de Duitse consumentenbond en videogame platform Steam. In een procedure beriep de consumentenbond zich op het Usedsoft arrest om de doorverkoop van videogames op Steam mogelijk te maken. Wijzend op het unieke karakter van videogames bepaalde de rechter dat de Auteursrechtrichtlijn van toepassing was. Uitputting van het auteursrecht zoals in het Usedsoft arrest was volgens de rechter beperkt tot software onder de Softwarerichtlijn. Zodoende werd de consumentenbond in het ongelijk gesteld. Ook in een Duitse zaak over e-books en digitale muziekbestanden werd uitdrukkelijk gewezen op het onderscheid tussen beide richtlijnen.

Met spanning wacht ik momenteel de bodemprocedure in de zaak Tom Kabinet af. Ik hoop dat in deze zaak de reikwijdte van het Usedsoft arrest eindelijk duidelijk wordt. In tegenstelling tot de Duitse rechter, die simpelweg de werking van Usedsoft op de Auteursrechtrichtlijn afwees, realiseerde de Nederlandse voorzieningenrechter dat:

op dit moment niet met zekerheid kan worden gezegd wat de reikwijdte van het UsedSoft arrest is en of de betekenis van dit arrest zich ook uitstrekt tot de handel in e-books.

Daarbij, het:

Voor de hand ligt dat, zoals Tom Kabinet ook heeft betoogd en in een op onderdelen vergelijkbare bodemprocedure voor de rechtbank te Den Haag mogelijk zal geschieden, hierover in een bodemprocedure prejudiciële vragen worden gesteld.

Tot het HvJ zich uitlaat over de toepassing van Usedsoft op andere zaken dan software, bestaat er onzekerheid over het doorverkopen van videogames. Toch heb ik na het Usedsoft arrest wel een omslag geconstateerd in de benadering van videogame ontwikkelaars/platforms ten opzichte van digitale “eigendom”. Zo stelde Blizzard, tot een aantal maanden geleden, spelers in staat virtuele goederen (of ja licenties) voor echt geld te verhandelen. Daarnaast biedt het zojuist besproken Steam sinds kort de mogelijkheid om via haar online platform videogames uit te lenen. Een handeling die voorheen alleen in traditionele eigendomsverhoudingen denkbaar was.

Met de woorden van Neelie Kroes, vice-president van de Commissie (Digital Agenda), zou ik graag afsluiten:

the legal framework needs to take account of the needs of society. Users’ interest and expectations matter alongside creators’ rights. Rules cannot be impractical, uncertain, or unreasonable for ordinary users.

Bas van der Geld is recent afgestudeerd in de master Nederlands recht aan de Universiteit Maastricht. Hij is gefascineerd door intellectueel eigendom en IT, zowel op juridisch als technisch vlak. Met een achtergrond in Europees recht, houdt hij de Europese ontwikkelingen in deze rechtsgebieden nauwkeurig in de gaten. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar ontwikkelingen op het gebied van videogames.

Gastpost: Mosterd na de maaltijd voor gamers

| AE 3095 | Innovatie, Intellectuele rechten | 19 reacties

Omdat ik met vakantie ben deze week nog enkele gastblogs. Vandaag een gastblog van Tim van Maarseveld over de gamingindustrie en hoe deze (in tegenstelling tot zekere andere contentindustrieën) wél snel omgaat met veranderingen in de markt. Arnoud heeft er eerder over geschreven op zijn blog: de volgens ITenRecht baanbrekende uitspraak van het Hof van… Lees verder

Auteursrecht op schaakproblemen

| AE 1878 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Een lezer vroeg me: Voor onze schaakclub wil ik graag een boekje maken met partijen en schaakproblemen als studiemateriaal. Nu zijn er tientallen sites op internet waar je die materialen kunt vinden, maar vaak staat onderaan dat er copyright zit op die pagina’s. Kan ik ze dan toch overnemen? Zo’n copyrightnotice onderaan een webpagina zegt… Lees verder

Kun je Creative Commons iconen in GPL applicaties stoppen?

| AE 1825 | Intellectuele rechten | 5 reacties

Via-via kwam ik op het Alientrap forum waar een interessante discussie liep over het mixen van GPL code met anders gelicentieerde code. Meer specifiek: kun je plaatjes die onder Creative Commons zijn, eigenlijk wel laten verschijnen in een programma dat onder GPL uitgebracht is? Hoofdregel van de GPL open source licentie is dat “verveelvoudigingen in… Lees verder

Diefstal van game-credits – kun je daar eigenaar van zijn?

| AE 438 | Informatiemaatschappij, Innovatie | Er zijn nog geen reacties

‘Een principieel verschil met het pikken van andermans knikkers is er niet.’ Planet – Arjan Dasselaar maakt zich boos over de sensatiezoekende berichtgeving over de pogingen om de Runescape-credits in te pikken. Sinds wanneer komt het NOS Journaal opdraven op het moment dat een leerling van een middelbare school een paar tikken krijgt? Nou, sinds… Lees verder