Hoe lang mogen Xbox credits geldig zijn?

| AE 6935 | Contracten | 11 reacties

xbox-credits-krediet-tegoed-cadeaubonEen vraag via Tweakers (dank voor de tip Yaz): bij Xbox live moet je een kredietsaldo opbouwen om spellen e.d. te kopen. Dit saldo bouw je op door tegoedkaarten in de winkel te tonen (zoals hiernaast getoond) of door online met je creditcard te betalen. Dit krediet kan vervallen na zekere tijd, en men vroeg zich af of dat rechtsgeldig is. Met name omdat je van tegoedkaart (te zien als waardebon) naar online krediet gaat.

In de context van Xbox lijkt het me niet uit te maken dat je van een papieren/plastic bon naar een digitaal tegoed gaat. Waar het om gaat is dat je een claim hebt, een recht om een nader te kiezen product of dienst te krijgen. Dat het een getal in Microsoft’s database is in plaats van een getal op een papier of in een magneetstrip maakt juridisch volstrekt niets uit. Er is een tegoed, een claim, een vordering.

Het maakt niet uit in welke vorm men het tegoed administreert, want de wet zegt niets letterlijk over waardebonnen, cadeaubonnen, credits of andere dergelijke kredietconstructies. Er is alleen algemene regelgeving over rechten en vorderingen, oftewel juridische claims die je kunt leggen jegens iemand.

Hoofdregel is dat een claim normaal oneindig lang duurt, hoewel dat in het recht nooit echt bestaat. Er is het concept van verjaring, oftewel vanaf dat moment mag je de claim niet meer opeisen bij de rechter. De termijn van verjaring is hier 5 jaar omdat het gaat om een claim die ontstond uit een overeenkomst (art. 3:307 BW).

Je kunt afspreken dat een claim eerder vervalt. Zo’n afspraak is een algemene voorwaarde, en daarover kent de wet een zogeheten zwarte lijst met verboden voorwaarden. Op die lijst staat een verbod op een voorwaarde die een claim binnen een jaar laat vervallen (art. 6:236 sub g BW).

Het maakt hierbij niet uit hoe je de afspraak noemt: verkoopvoorwaarden, EULA, TOS of “dat bordje boven de toog”. Als de afspraak standaard is en voor meerdere klanten wordt gehanteerd, dan is het een algemene voorwaarde en die moet zich dan aan dit verbod houden.

Daarnaast er een grijze lijst van algemene voorwaarden die onredelijk zijn tenzij de winkelier de redelijkheid kan bewijzen. Op deze lijst staat (art. 6:237 sub h BW) een verbod op het laten vervallen van een claim als “sanctie op bepaalde gedragingen, nalaten daaronder begrepen”. Je bon niet inwisselen kun je zien als een nalaten, en het ongeldig verklaren is dan een sanctie. Dit is een minder sterk argument, aangezien er vast wel een redelijk argument is om bonnen te laten vervallen (zoals dat de administratie na x jaar volloopt). Ik vind daarom het zwartelijstargument beter.

Dus: staat er niets bij de bon of kredietkoopfaciliteit, dan is het “oneindig” hoewel je na vijf jaar het niet meer op kunt eisen (verjaring). Staat er wel iets bij, dan moet dat iets minstens één jaar zijn. Staat er dat het minder dan een jaar zou zijn, dan is dat niet rechtsgeldig en dan is het “oneindig”.

Er is wel eens discussie hoe dit zit bij bijvoorbeeld festivalmunten. Dat zijn ook vorderingen, maar het is nogal gek dat ik een jaar na een festival nog een biertje zou kunnen eisen van de organisatie. Binnen het systeem van algemene voorwaarden kom je daar niet uit denk ik.

Er is nog de juridische exception handler van de redelijkheid en billijkheid: als je eis redelijkerwijs onaanvaardbaar zou zijn, dan gaat ie niet door ook al zegt de wet van wel (art. 6:248 BW). Dat zou heel misschien op digitaal tegoed kunnen gelden, maar dan zou ik wel eens willen weten waarom het redelijkerwijs onaanvaardbaar is – oftewel, waarom “kom nou toch, dat is belachelijk” een gepaste reactie is als iemand het probeert.

Ook lees je her en der dat die vijf jaar alleen geldt wanneer er een uitgiftedatum op staat (maar geen vervaldatum). Staat er geen uitgiftedatum op, dan zou de bon oneindig geldig moeten zijn. Ik weet niet waar dat op gebaseerd is. Ik denk dat het idee is dat zonder uitgiftedatum niet te bewijzen is wanneer de verjaringstermijn vervalt. In het topic verwees iemand naar een rechtszaak hierover. Als iemand nog weet welke rechtszaak dat is, dan hoor ik dat heel graag.

Blijft over de vraag of Microsoft zich hieraan moet houden, omdat de EULA vast zegt dat alles onder Amerikaans recht valt. Dat is niet per se rechtsgeldig als men zich duidelijk op Nederland richt. Wie in iDeal af laat rekenen op zijn Nederlandstalige webshop, richt zich op Nederland en valt dus onder ons recht. Afdwingen is vers 2, maar dat is altijd het probleem met consumentenrecht.

Arnoud

Gastpost: Videogames na Usedsoft v. Oracle

| AE 6876 | Auteursrecht | 13 reacties

pacman-spelletjes-gewelddadig.pngOmdat ik met vakantie ben deze week een aantal bijdragen van vaste bezoekers. Vandaag wederom jurist Bas van der Geld over tweedehands verkoop van videogames versus het auteursrecht.

Als videogame liefhebber was ik na de uitspraak in Usedsoft v Oracle aangenaam verrast. Ik was in de veronderstelling dat net als software, nu ook videogames mochten worden doorverkocht. Anders dan bijvoorbeeld e-books en digitale muziekbestanden zijn videogames namelijk software, toch?

Nee, volgens het Hof van Justitie zijn videogames meer dan software. Videogames zijn namelijk:

complex materiaal dat niet alleen een computerprogramma bevat, maar ook grafische en geluidselementen die, hoewel zij in computertaal zijn gecodeerd, een eigen scheppende waarde hebben die niet tot deze codering kan worden beperkt.

Men zou verwachten dat de auteursrechtelijke bescherming van het computerprogramma onder de Softwarerichtlijn (Richtlijn 2009/24) valt. Dat digitale audiovisuele elementen beschermd worden op basis van de Auteursrechtrichtlijn is niet verwonderlijk. Maar hoe zit het dan met de auteursrechtelijke bescherming van de videogame in zijn geheel?

Voor zover de delen van een videogame, in casu de grafische en geluidselementen, bijdragen aan de oorspronkelijkheid van het werk, worden zij samen met het volledige werk auteursrechtelijk beschermd op grond van de bij richtlijn 2001/29 ingestelde regeling.

Bepalend zijn de audiovisuele elementen van de videogame en de mate waarin zij bijdragen aan de oorspronkelijkheid. De gehele videogame wordt beschermd op grond van de Auteursrechtrichtlijn (Richtlijn 2001/29), zelfs het computerprogramma. Juist op dit punt knelt de toepassing van het Usedsoft arrest met het doorverkopen van videogames. Terwijl het hof bepaalt heeft dat software mag worden doorverkocht op basis van de Softwarerichtlijn, bestaat er nog veel onzekerheid over de doorverkoop van zaken die onder de Auteursrechtrichtlijn vallen. Denk hierbij aan de zaak Tom Kabinet over het doorverkopen van e-books. Hoe merkwaardig ook, laat het nu net zo zijn dat videogames in het geheel onder dezelfde richtlijn vallen.

Zo bevestigde ook de Duitse rechter in een geschil tussen de Duitse consumentenbond en videogame platform Steam. In een procedure beriep de consumentenbond zich op het Usedsoft arrest om de doorverkoop van videogames op Steam mogelijk te maken. Wijzend op het unieke karakter van videogames bepaalde de rechter dat de Auteursrechtrichtlijn van toepassing was. Uitputting van het auteursrecht zoals in het Usedsoft arrest was volgens de rechter beperkt tot software onder de Softwarerichtlijn. Zodoende werd de consumentenbond in het ongelijk gesteld. Ook in een Duitse zaak over e-books en digitale muziekbestanden werd uitdrukkelijk gewezen op het onderscheid tussen beide richtlijnen.

Met spanning wacht ik momenteel de bodemprocedure in de zaak Tom Kabinet af. Ik hoop dat in deze zaak de reikwijdte van het Usedsoft arrest eindelijk duidelijk wordt. In tegenstelling tot de Duitse rechter, die simpelweg de werking van Usedsoft op de Auteursrechtrichtlijn afwees, realiseerde de Nederlandse voorzieningenrechter dat:

op dit moment niet met zekerheid kan worden gezegd wat de reikwijdte van het UsedSoft arrest is en of de betekenis van dit arrest zich ook uitstrekt tot de handel in e-books.

Daarbij, het:

Voor de hand ligt dat, zoals Tom Kabinet ook heeft betoogd en in een op onderdelen vergelijkbare bodemprocedure voor de rechtbank te Den Haag mogelijk zal geschieden, hierover in een bodemprocedure prejudiciële vragen worden gesteld.

Tot het HvJ zich uitlaat over de toepassing van Usedsoft op andere zaken dan software, bestaat er onzekerheid over het doorverkopen van videogames. Toch heb ik na het Usedsoft arrest wel een omslag geconstateerd in de benadering van videogame ontwikkelaars/platforms ten opzichte van digitale “eigendom”. Zo stelde Blizzard, tot een aantal maanden geleden, spelers in staat virtuele goederen (of ja licenties) voor echt geld te verhandelen. Daarnaast biedt het zojuist besproken Steam sinds kort de mogelijkheid om via haar online platform videogames uit te lenen. Een handeling die voorheen alleen in traditionele eigendomsverhoudingen denkbaar was.

Met de woorden van Neelie Kroes, vice-president van de Commissie (Digital Agenda), zou ik graag afsluiten:

the legal framework needs to take account of the needs of society. Users’ interest and expectations matter alongside creators’ rights. Rules cannot be impractical, uncertain, or unreasonable for ordinary users.

Bas van der Geld is recent afgestudeerd in de master Nederlands recht aan de Universiteit Maastricht. Hij is gefascineerd door intellectueel eigendom en IT, zowel op juridisch als technisch vlak. Met een achtergrond in Europees recht, houdt hij de Europese ontwikkelingen in deze rechtsgebieden nauwkeurig in de gaten. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar ontwikkelingen op het gebied van videogames.

Gastpost: Mosterd na de maaltijd voor gamers

| AE 3095 | Auteursrecht, Innovatie | 19 reacties

game-voucher.jpgOmdat ik met vakantie ben deze week nog enkele gastblogs. Vandaag een gastblog van Tim van Maarseveld over de gamingindustrie en hoe deze (in tegenstelling tot zekere andere contentindustrieën) wél snel omgaat met veranderingen in de markt.

Arnoud heeft er eerder over geschreven op zijn blog: de volgens ITenRecht baanbrekende uitspraak van het Hof van Justitie inzake tweedehands verkoop van software. Volgens het Hof is het toegestaan gedownloade software door te verkopen. Voor tweedehands softwareverkopers is dit ongetwijfeld fijn nieuws. Maar de software branche bestaat uit meer dan operating systems en office pakketten. Games zijn ook een groot onderdeel van de softwaremarkt. Kopers en verkoper van tweedehands games zullen in eerste instantie verheugd zijn, maar de praktijk is echter een stuk weerbarstiger.

Games worden nog steeds via fysieke gegevensdragers (dvd’s/blu-ray) aangeboden, maar er is ook een stijging in het aantal games dat via digitale distributieplatforms zoals Steam, Origin en Xbox Live wordt aangeboden. Naast de reguliere retail verkoop van games is er ook een levendig handel in tweedehands spellen. Ondanks dat de prijzen van eerstehands games na ongeveer een jaar met 50% afnemen, blijft dit voor veel jeugdige gamers (10 tot en met 25 jaar) toch nog een behoorlijk hoog bedrag. Daarom zoeken deze gamers hun heil op de tweedehands markt, waar de games, vaak met wat vertraging, een stuk goedkoper te verkrijgen zijn.

De gamesindustrie is groot en nog steeds groeiende. Men beweert zelfs dat de gamesindustrie groter is dan Hollywood. Met een omzet van 6 miljard dollar voor een van de bekendste game-franchises dit niet moeilijk te geloven. De gamesindustrie claimt al een aantal jaar dat het verlies ondervindt van deze tweedehands handel.

Nu er zoveel geld mee gemoeid is, heeft de industrie een paar jaar terug als reactie op de tweedehands markt vouchers bij haar spellen gevoegd. Deze voucher krijgt een koper bij zijn nieuw aangeschafte game. Zo’n voucher geeft recht op extra content of toegang tot online functionaliteit om gezamenlijk met andere gamers via internet te kunnen gamen). Deze vouchers zijn eenmalig bruikbaar en kopers krijgen er maar 1 van bij hun spel. Bij tweedehands doorverkoop van een spel is een gebruikte voucher nutteloos.

Naast de tendens tot het uitgeven van vouchers is er een andere tendens te zien in de gamemarkt. Games worden meer als dienst in de markt gezet dan als product. Tegenwoordig zijn er namelijk steeds meer spellen waar je voor een bepaalde speeltijd, extra content of bepaalde voorwerpen (micropayments) in het spel geld betaald. Het traditionele business model van eenmalig betalen en onbeperkt gebruiksgenot is langzaam aan het verdwijnen. Daarvoor in de plaats wordt ‘gaming’ meer als dienst in de markt gezet, dan als product.

Uit het bovenstaande valt te concluderen dat de industrie snel en adequaat reageert op veranderingen in haar omzet en de markt.

Juristen zullen op basis van de uitspraak van het Hof beargumenteren dat deze voucherconstructie tegen het wettelijke gebruiksrecht van de tweedehands koper ingaat, omdat de game in zijn totaliteit (voucher en game) gekocht is voor een vast eenmalig bedrag wat recht geeft op onbeperkt (qua tijd) gebruik.

Toch denk ik dat deze uitspraak weinig effect voor de tweedehandsmarkt voor games zal hebben. Ten eerste is het voor de consument penny wise, pound foolish om te procederen over het kunnen doorverkopen van een game. Ten tweede heeft de gamesindustrie al laten blijken snel en adequaat te kunnen reageren op veranderingen in de markt. En als laatste zijn al alternatieve modellen voor de voucherconstructie in de vorm van micropayments en het aanbieden van games als diensten.

Zetten deze tendensen voort dan zal, naar mijn mening, de vraag naar tweedehands spellen dalen en als resultaat de tweedehandsmarkt voor games krimpen tot een nichemarkt voor verzamelaars voor de koop en verkoop van oude spellen.

En om in de stijl van Arnoud af te sluiten met een vraag:

Hoe zien jullie de toekomst van de gamesindustrie en de rechten van de gamer?

Tim van Maarseveen is Consultant bij Thauris BV. Als jurist afgestudeerd in informatierecht, maar ook als IT’er en gamer volgt hij de gamesindustrie op de voet.

Kan een avatar auteursrechten hebben?

| AE 1924 | Auteursrecht, Contracten, Webwinkels | 3 reacties

Let op: op 13 juni 2014 is de consumentenwetgeving ingrijpend veranderd. De onderstaande blog is daarom mogelijk verouderd. Voor actuele informatie zie Webwinkelrecht.nl. Een lezer vroeg me: Al geruime tijd ben in actief in Second Life. Ik heb daar een winkel waar ik zelfgemaakte virtuele artikelen verkoop. Daar zit een licentie aan, en ik heb… Lees verder

Auteursrecht op schaakproblemen

| AE 1878 | Auteursrecht | 13 reacties

Een lezer vroeg me: Voor onze schaakclub wil ik graag een boekje maken met partijen en schaakproblemen als studiemateriaal. Nu zijn er tientallen sites op internet waar je die materialen kunt vinden, maar vaak staat onderaan dat er copyright zit op die pagina’s. Kan ik ze dan toch overnemen? Zo’n copyrightnotice onderaan een webpagina zegt… Lees verder

Kun je Creative Commons iconen in GPL applicaties stoppen?

| AE 1825 | Auteursrecht, Open source | 5 reacties

Via-via kwam ik op het Alientrap forum waar een interessante discussie liep over het mixen van GPL code met anders gelicentieerde code. Meer specifiek: kun je plaatjes die onder Creative Commons zijn, eigenlijk wel laten verschijnen in een programma dat onder GPL uitgebracht is? Hoofdregel van de GPL open source licentie is dat “verveelvoudigingen in… Lees verder

Diefstal van game-credits – kun je daar eigenaar van zijn?

| AE 438 | Innovatie, Internetrecht | Er zijn nog geen reacties

‘Een principieel verschil met het pikken van andermans knikkers is er niet.’ Planet – Arjan Dasselaar maakt zich boos over de sensatiezoekende berichtgeving over de pogingen om de Runescape-credits in te pikken. Sinds wanneer komt het NOS Journaal opdraven op het moment dat een leerling van een middelbare school een paar tikken krijgt? Nou, sinds… Lees verder