Mag je anno 2016 nog een telefoon verkopen met een 2 jaar oude Android?

kurio-telefoonEen lezer vroeg me:

Wij kochten recent een Kurio telefoon, die wordt geadverteerd als “de veiligste telefoon voor kinderen”. Alleen bleek het ding binnen de kortste keren vol met virussen te staan, en na enig opruimwerk zag ik dat de telefoon Android 4.2.2 draait en dat het toestel dus zo kwetsbaar is als wat voor de Stagefright-bug uit 2015. Is dat niet gewoon een conformiteitsgebrek, zulke oude software op een gloednieuwe telefoon?

Dat lijkt me wel, maar helaas is deze praktijk zó wijdverbreid dat het haast ondoenlijk is hier een punt van te maken.

Een product moet voldoen aan de redelijkerwijs gewekte verwachtingen (art. 7:17 BW). Dat noemen we de conformiteitseis. Als een toestel daar niet aan voldoet, dan moet de winkel het gratis herstellen of vervangen. Laat bijvoorbeeld het scherm een stukje los na drie maanden, of doet de batterij het al na een half jaar niet meer, dan is dat een conformiteitsgebrek.

Smartphones zijn echter een stuk complexer en vertonen in de praktijk vaak eerder gebreken op het gebied van beveiliging. En dat is juridisch lastig, want er is geen expliciete regel dat ICT-apparatuur goede security moet hebben. Dat maakt het dus moeilijker om aan te tonen dat sprake is van een conformiteitsgebrek als de firmware uit zo’n toestel een securitybug blijkt te hebben, ook omdat de meeste mensen zich daar moeilijk wat bij kunnen voorstellen of het niet merken als hun telefoon gehackt wordt.

De Consumentenbond heeft een proefproces hierover gestart tegen Samsung. De Bond ziet het als onrechtmatig (ik neem aan: als conformiteitsgebrek) om telefoons zonder recente firmware uit te brengen, en om niet twee jaar lang nog updates na te leveren. Men verloor eerder in kort geding omdat deze vraag te complex werd geacht voor die spoedprocedure. Ik hoop dat het vonnis uit die zaak meer duidelijkheid gaat brengen, want wat mij betreft hoort dit gewoon een uitgemaakte zaak te zijn.

Arnoud

Is e-mail nou wel of niet veilig genoeg voor communicatie van basale persoonsgegevens?

email-e-mail-elektronische-post-envelopEen lezer vroeg me:

Ik heb een discussie met het waterbedrijf. Zij mailen mij met allerlei informatie, maar nemen elke keer ook naam, adres, klantnummer en dergelijke van mij op. Laatst stuurden ze zelfs mijn bankrekeningnummer in een mail. Op mijn vraag hoe dat zit met bescherming van persoonsgegevens, zei men dat e-mail buiten haar macht lag. Kan dat zomaar?

In het recht kan er veel, maar zelden zomaar. En ik moet zeggen dat ik deze lastiger vind dan hij op het eerste gezicht lijkt.

Een bedrijf is verplicht persoonsgegevens adequaat te beveiligen tegen misbruik en ongeautoriseerde toegang. Wat adequaat is, staat niet in de wet. Je moet dus zelf een afweging maken: welke risico’s zijn er, welke opties zijn er om daartegen te beveiligen en wegen de kosten en moeite daarvan op tegen die risico’s.

E-mail is nou niet bepaald een veilig medium. Berichten gaan onversleuteld over de lijn, en kunnen eenvoudig worden gelezen door allerlei partijen tijdens het transport. Of, wat veel vaker gebeurt: ze gaan naar de verkeerde persoon. Dus e-mail zou snel afvallen in de categorie “hoe transporteren we veilig deze persoonsgegevens naar de klant”.

Daar staat tegenover dat we het hier niet hebben over medische dossiers of gevoelige persoonlijke details. Een naam en adres plus klantnummer kan ik op geen enkele manier een gevoelig gegeven vinden. Ik zie dan ook weinig bezwaar tegen die gegevens per mail sturen bij zaken als de meterstanden opnemen of een zakelijk berichtje naar die klant. (Natuurlijk wel met de vraag, móet dat in die mail, ik weet al waar ik woon immers.)

Wat vinden jullie? Is e-mail principieel onveilig, of moet dit kunnen voor basale persoonsgegevens?

Arnoud

Privacyprogramma AVROTROS offline gehaald vanwege privacyschending

fail-faal-it-project-altijd-kat.jpgJaja, dat is hilarisch: het AVROTROS-programma De Privacytest, dat vorige week maandagavond werd uitgezonden op NPO 3, blijkt zelf de privacy van nietsvermoedende Instagram-gebruikers te hebben geschonden. Men wilde met een quiz aandacht vragen voor onverwachte privacykwesties, en daarbij werden foto’s van rijbewijzen en sleutels van Instagram geplukt om het punt te maken dat die makkelijk op Instagram staan. Maar eh ja, dan zet je wel iemands privé op teevee. Mag dat?

Het spreekt voor zich dat het op zijn zachtst gezegd niet handig is om je rijbewijs of identiteitskaart op internet te zetten. Zeker niet als je je bsn erin laat staan. (Over een foto van je creditcard op internet zetten heb ik het al helemaal niet.) Dus aandacht vragen daarvoor – doe het niet, in vredesnaam doe het niet – dat zie ik wel.

Ook bij sleutels (“Eindelijk, mijn nieuwe huis! #sleuteloverdracht”) speelt dat, en dat is nóg belangrijker want weinig mensen beseffen dat je een sleutel van zo’n foto kunt namaken met een 3D printer.

Mag je dan als televisieprogramma een paar voorbeelden laten zien? Ik meen van wel: het punt “dit komt vaak voor” is niet goed te maken als je vervolgens zegt “ik heb er alleen geen beeld van”. Dus ik denk dat auteursrechtelijk het wel goed zit met die foto’s. De bron had misschien wel moeten worden genoemd, maar in combinatie met de privacyschending is dat misschien niet zo handig. “Bron bij de redactie bekend” zou dan beter zijn, of “Bron ivm privacy verborgen”.

Wel hadden die foto’s natuurlijk geblurd moeten zijn vanwege de privacy. Het punt blijft dan duidelijk, dit is eenvoudig te vinden. Maar je hoeft dan niet dubbelop de privacy nog eens te schenden.

Arnoud

Mag je met een Kapture armband je hele omgeving opnemen?

kapture-armbandEen lezer vroeg me:

Mag je met een Kapture armband rondlopen en alles opnemen dat in je buurt gezegd wordt?

De Kapture armband is een simpel apparaatje dat continu een minuut aan geluid opneemt dat in de buurt te horen is. De opname staat in een buffertje dat continu wordt overschreven. Twee drukken op een knop zorgt er voor dat de laatste minuut permanent wordt opgeslagen en naar je mobiel wordt gestuurd.

Het is legaal in Nederland om gesprekken op te nemen waar je deelnemer aan bent. Dus als je de armband daarvoor gebruikt, zit je goed.

Lastiger wordt het als de armband dingen opneemt waar je zelf niet aan deelneemt. Denk aan het gesprek achter je in de bus of iemand die toevallig voor je loopt en net wat harder praat. Dat zijn geen eigen gesprekken, dus die regel hierboven geldt niet. Maar het zijn wél gesprekken aan de openbare weg, dus hoe zit dat dan?

Gesprekken in een woning of besloten ruimte mogen niet worden opzettelijk opgenomen zonder dat een deelnemer daarmee instemt (art. 139a Strafrecht). Het maakt dus niet uit of het heimelijk gebeurt – tenzij je de eigenaar bent van de ruimte en de opnameapparatuur duidelijk zichtbaar ophangt.

Gesprekken buiten de woning mogen niet heimelijk worden opgenomen (art. 139b Strafrecht). Buiten rondlopen met een prominente boom-microfoon is dus altijd legaal, dat ziet en snapt iedereen.

Maar die armband lijkt me een stuk minder prominent, dus daar kun je echt een probleem hebben als die het gesprek achter je opneemt. Voor de wet doet het er niet toe of het gesprek in de openbare ruimte werd gevoerd. Het gaat erom dat mensen niet verwachten opgenomen te worden, ook niet in de bus en ook niet op straat als ze vlakbij iemand anders lopen.

Arnoud

Hoe snel moet je van de wet een nieuwe securitystandaard implementeren?

norm-security-beveiliging-certified-gecertificeerdEen lezer vroeg me:

In de ICT zijn de beveiligingseisen volop in beweging. Het is dus welhaast onmogelijk om deze allemaal stipt na te volgen, zeker bij grote pakketten waar het doorvoeren van wijzigingen vele maanden (zo niet jaren) kan kosten vanwege complexiteit en testen en evaluatie. Is er juridisch gezien een termijn waarbinnen nieuwe standaarden geïmplementeerd moeten zijn?

Dit is een persoonlijke frustratie van mij, maar de wet kent eigenlijk überhaupt geen eis dat je enige security-standaard moet volgen, of zelfs maar dat je product enige security moet hebben. Fysieke veiligheid wel (productveiligheid, art. 6:186 BW) maar je informatiebeveiliging mag volstrekt brak zijn. Ik weet niet waarom.

De enige echte uitzondering is die van systemen die persoonsgegevens verwerken. Daar bepaalt de Wet bescherming persoonsgegevens (art. 13 Wbp) dat je “passende technische en organisatorische maatregelen” moet nemen “om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.”

De in 2013 geformuleerde beleidsregels Beveiliging van persoonsgegevens van de Autoriteit Persoonsgegevens adviseren te handelen binnen een plan­do­check­act­cyclus: beoordeel de risico’s, gebruik erkende beveiligingsstandaarden en controleer en evalueer de resultaten. Er wordt wel naar standaarden verwezen, maar dat laat meteen zien waarom dat niet werkt: het document is uit februari 2013 en de daarin genoemde norm ISO 27002:2007 werd in oktober 2013 ingetrokken.

Uiteindelijk zal het altijd neerkomen op een evaluatie achteraf als het mis blijkt te zijn gegaan. Had dit redelijkerwijs voorkomen kunnen worden met wat voorhanden was, was het redelijkerwijs te verwachten dat deze standaard gevolgd zou worden en hadden we al redelijkerwijs mogen verwachten dat er zou worden geupgrade of was dat gezien de kosten nog niet redelijk? (Met excuses aan de vraagsteller die me nadrukkelijk vroeg de term ‘redelijk’ te vermijden maar dat is ben ik bang een MUST in de zin van RFC 2119.)

Arnoud

Wie is aansprakelijk voor schade door malware op een website?

oud-virus-drop-charactesEen lezer vroeg me:

Wie is verantwoordelijk voor schade door malware op een website, wanneer mijn browser of besturingssysteem ook niet up-to-date zijn?

In het Nederlands recht geldt dat wie een ander een onrechtmatige daad aandoet, de schade daardoor moet vergoeden. Dat geldt voor alles, van auto’s bekrassen tot malware infecteren.

Op zich is het antwoord dus simpel: die schade moet worden vergoed door de eigenaar van die website. Natuurlijk zal de hoogte van de schade moeten worden aangetoond, maar dat is een praktisch detail.

Of de eigenaar wist van de malware, doet er daarbij niet toe. Over het algemeen is voor een onrechtmatige daad niet verplicht dat je bewust of zelfs opzettelijk de schade berokkende. Bij malware zou je hooguit nog kunnen zeggen, deze malware was zó moeilijk tegen te houden dat je het mij niet kunt verwijten. Een besmetting als overmacht. Het kan, maar ik zou de lat daar wel hoog voor willen zien.

Lastiger wordt het als het slachtoffer de schade had kunnen voorkomen of beperken. De wet kent de constructie van eigen schuld (art. 6:101 BW), waarbij de hoogte van de schadevergoeding wordt verlaagd naarmate de schade meer te wijten is aan het slachtoffer. De rechter mag daarbij uiteindelijk altijd naar billijkheid van afwijken.

Het niet hebben van een up-to-date browser, besturingssysteem of virusscanner zou je kunnen zien als een stukje eigen schuld, iets dat je zelf makkelijk had kunnen voorkomen. Daar staat tegenover dat je als websitebeheerder in de beste positie bent om malware te voorkomen. Ik denk dus niet dat je heel makkelijk aan eigen schuld komt hier, of je moet wel héél ver achterlopen, geen enkele securityscanner hebben en een browser uit 1998 gebruiken.

Arnoud

Hoe kun je voldoen aan een beveiligingsplicht én een achterdeurplicht?

brakke-beveiligingEen lezer vroeg me:

Sinds kort hebben we een wet tegen datalekken. Die zegt dat je je beveiliging zo goed mogelijk moet regelen. Maar nu lees ik dat er allerlei voorstellen in de maak zijn om end-to-end encryptie te verbieden. Hoe kun je nu aan twee zulke tegenstrijdige wetten tegelijk voldoen?

Van tijd tot tijd krijgen overheden het inderdaad in hun hoofd dat het een goed idee zou zijn om sterke en dus niet-aftapbare encryptie te verbieden of aan banden te leggen. Het niet kunnen meelezen met digitale communicatie is voor inlichtingen- en opsporingsdiensten nogal vervelend.

Dat zo’n wet een sterke negatieve invloed heeft op de beveiliging, staat buiten kijf. De technische feature van een achterdeur is neutraal: iedereen met de juiste toegang kan deze gebruiken, of hij daar nu toe gerechtigd is of niet.

Tegen ongeautoriseerde toegang hebben we sinds 1 januari een Wet meldplicht datalekken. Deze is breder dan enkel melden: ook op het niet goed op orde hebben van je beveiliging staan nu boetes. Moedwillig een achterdeur inbouwen kan daarmee in strijd zijn. Je verzwakt dan de beveiliging en maakt misbruik mogelijk.

Echter, hier zou het dan gaan om een wettelijk voorgeschreven achterdeur. Enkel het hebben van die achterdeur zal dan geen strijd met deze beveiligingseis opleveren. Wetten kunnen niet met elkaar in strijd zijn, is de gedachte daarachter: als er toch strijd lijkt te zijn, moet je gaan puzzelen hoe je de wetten met elkaar in overeenstemming kunt lezen.

Ik zie daar wel ruimte voor: die achterdeur moet er dan komen en dat is dan niet strijdig met je beveiligingsplicht of datalekmeldplicht. Gebruik daarvan door bevoegde opsporingsambtenaren is dan geen datalek, dat is dan immers wettelijk toegestaan en dus geen misbruik of ongeautoriseerd gebruik.

Natuurlijk moet je dan ook die achterdeur goed beveiligen (organisatorisch en technisch) tegen wél ongeautoriseerd gebruik. Dat is lastig en duur, maar dat is dan een onvermijdelijk uitvloeisel van een wettelijke plicht.

Mogen onze buren mijn overpad filmen?

dome-camera.jpgEen lezer vroeg me:

Onze buren hebben beveiligingscamera’s opgehangen. Deze filmen ook het pad waar wij een recht van overpad over hebben. Mag dat zomaar zonder overleg?

Mensen mogen beveiligingscamera’s ophangen om hun eigendommen, dus ook hun grond, te beschermen. Wel moet er duidelijk worden gewaarschuwd aan bezoekers dat cameratoezicht plaatsvindt.

De openbare weg mag eigenlijk niet worden gefilmd. De jurisprudentie is daar vrij streng in. De weg is niet van jou, dus daar heb je in principe geen noodzaak om te filmen. Maar ik kan dat wel omkeren: als het wél nodig is om de openbare weg te filmen, bv. om je auto te kunnen filmen als er regelmatig iets vernield wordt, dan zou het wél moeten kunnen.

Hier is sprake van een soort tussensituatie. Dat pad is geen openbare weg, maar de buren hebben een recht van overpad. Zij mogen er dus overheen, en hun bezoek ook. Maar het is eigendom van de andere buren, die met de camera’s.

In principe mogen zij een camera ophangen, want ze mogen hun eigendom beveiligen. Maar daarbij moeten ze vanwege het overpad wel echt rekening houden met de privacy van hun buren. De redelijkheid en billijkheid vereisen dit.

Volgens mij volgt daaruit dat je alleen in overleg met je buren die camera’s mag ophangen, en dat als zij dat écht niet willen, je naar iets anders moet zoeken. Maar specifiek hierover ken ik geen jurisprudentie.

Arnoud

Gastpost: Mag mijn telefoon mijn vingerafdruk eigenlijk wel gebruiken?

iphone-vingerafdrukDeze week ben ik met vakantie, dus traditiegetrouw een aantal gastblogs. Vandaag: Xinthia Krielaart met een juridische kijk op vingerafdrukken op je telefoon.

Tot twee maanden geleden behoorde ik nog tot de zeer kleine groep mensen die nog nooit een smartphone had gekocht. Maar toen ik in dienst kwam bij een hip IT-bedrijf, moest mijn oude telefoon plaatsmaken voor een state-of-the-art smartphone. Vol met nieuwe snufjes, inclusief handige vingerafdruk scanner. Geweldig: geen gezeur meer met het onthouden en vegen van specifieke patronen of het intikken van een pincode. Alleen: wordt mijn vingerafdruk wel veilig opgeslagen? Hoe weet ik zeker dat mijn unieke afdruk niet gebruikt of doorgestuurd wordt naar een bepaalde app of leverancier?

De General Data Protection Regulation (GDPR) Aangezien ik een juridische achtergrond heb, begon ik mijn zoektocht bij wet- en regelgeving. Mijn startpunt was de nieuwe General Data Protection Regulation (GDPR, in het Nederlands ook wel de Privacyverordening) die in mei 2018 van kracht gaat samen met de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (wbp). In vergelijking met de Wbp gaat er behoorlijk wat veranderen in 2018, waaronder de uitgangspunten omtrent het gebruik van biometrische gegevens.

Volgens de GDPR zijn alle biometrische gegevens bijzondere persoonsgegevens. De verwerking van biometrische gegevens is hiermee verboden, tenzij is voldaan aan een van de uitzonderingssituaties. Bovendien moet in het geval van een uitzonderingssituatie de verwerking van persoonsgegevens voldoen aan het subsidiariteit en proportionaliteit principe en aan strenge organisatorische en technische maatregelen.

Werp je een vlugge blik op de limitatief opgesomde uitzonderingen in de GDPR, dan lijkt het opslaan van biometrische gegevens ten behoeve van authenticatie door commerciële bedrijven hier niet direct onder te vallen. De meeste uitzonderingssituaties vallen namelijk binnen de publieke sector (zoals publieke gezondheid, werkgelegenheid en sociale veiligheid). Ik kan bijvoorbeeld geen situatie bedenken waarbij het gebruik van je vingerafdruk voor het ontgrendelen van je smartphone noodzakelijk is voor je werkgever.

Wettelijke uitzondering: toestemming De enige situatie waarin commerciële bedrijven wel biometrische persoonsgegevens mogen verwerken is de situatie waarin het datasubject expliciete toestemming heeft gegeven. Mijn mobiele telefoon mag dus mijn vingerafdruk gebruiken, omdat ik hiervoor expliciete toestemming heb gegeven. Of niet?

De vraag is namelijk of mijn toestemming wel expliciet genoeg was. Je kunt je namelijk, net zoals bij cookies, afvragen wanneer er sprake is van expliciete toestemming. Zoals ik al zei was ik bij ingebruikname vooral gedreven door het voor mij nieuwe en interessante technologische snufje. Ik dacht op het moment van instellen niet na over mogelijke gevolgen voor mijn privacy. Ik heb bovendien nergens zien staan wat er precies met mijn vingerafdruk gebeurt. Heeft de fabrikant nu ook mijn vingerafdruk in een database staan?

Toestemming of niet? Op basis hiervan zou ik dus kunnen beargumenteren dat ik geen expliciete toestemming hebben gegeven. Ik heb immers niet alle consequenties afgewogen. Door het gebrek aan informatie was dit bovendien ook niet echt mogelijk. De fabrikant daarentegen zou kunnen zeggen dat ik een keuze heb gehad. Het was namelijk ook mogelijk om mijn smartphone niet te beveiligen, of om enkel een wachtwoord of patroontje te gebruiken. Doordat ik toch heb gekozen voor mijn vingerafdruk, zou de fabrikant kunnen zeggen dat ik expliciet toestemming heb gegeven.

Wie heeft er nu gelijk? Ik weet het niet. Ik denk wel dat dit vraagstuk een stuk makkelijker wordt wanneer de biometrische gegevens versleuteld worden opgeslagen. Als je dit doet, zijn de data immers niet meer direct herleidbaar tot een natuurlijke persoon. In de GDPR staat bovendien dat persoonsgegevens data zijn die direct of indirect herleidbaar is tot een geïdentificeerd of identificeerbaar persoon. Maakt de versleutelmethode de data onherleidbaar tot een persoon? Dan is de kans groot dat deze data niet meer als persoonsgegeven te bestempelen zijn. De GDPR is dan niet meer van toepassing.

Toekomst Er zijn tegenwoordig legio van functionaliteiten te verzinnen waarbij biometrische gegevens gebruikt kunnen worden om de gebruiker te authenticeren. Continuous authentication kijkt bijvoorbeeld niet meer naar fysieke kenmerken, maar ‘leert’ van het gedrag van de gebruiker. Op basis van deze informatie kan de applicatie bijvoorbeeld bepalen om de toegang van de gebruiker te blokkeren, of extra bewijs te vragen, als zijn handelingen te veel afwijken van hoe de gebruiker normaliter acteert. Ook dit soort informatie valt binnen de GDPR onder bijzondere persoonsgegevens. In mijn situatie is het gebruik van een vingerafdruk nog redelijk behapbaar en is het uitleggen aan de gebruiker wat er met deze gegevens gebeurt nog vrij eenvoudig. In het kader van zelflerende techniek wordt dat een behoorlijke uitdaging.

De toekomst van biometrische authenticatiemethoden is enigszins onzeker. De GDPR lijkt immers enkele barrières op te werpen die het gebruik van biometrische authenticatiemethoden kunnen vertragen of tegenhouden. De lat voor het verkrijgen van expliciete toestemming lijkt namelijk steeds hoger te worden. Voor mij zal de regeling in de GDPR voor het verwerken van biometrische gegevens geen directe gevolgen hebben. Ik zal nog steeds elke dag blij zijn dat het zo makkelijk is om mijn telefoon met mijn vingerafdruk te ontgrendelen. Of mijn toestemming nou expliciet was of niet.

Xinthia Krielaart is Associate Advisory bij Everett B.V. Dit is een advies- en systeemintegratiebureau dat gespecialiseerd is in digitale identiteiten. Xinthia heeft een achtergrond in Privaatrecht en in Communicatie. Haar interesses liggen op het vlak van IT en dataprotectie.

Is het strafbaar om je Netflix-wachtwoord te delen?

login-inloggen-pin-number-nummer-password-wachtwoordWanneer is het strafbaar om je wachtwoord te delen? Recent werd er in de VS weer een arrest gewezen hierover, wat eigenlijk meer vragen opriep dan het beantwoordde. Maar de wachtwoorddeler werd wel veroordeeld, dus paniek in de tent: is wachtwoorden delen dan altijd strafbaar?

Computervredebreuk is kort gezegd een computer binnendringen. In de Amerikaanse wet spreken ze ook van “exceeding authorization”, om ook strafbaar te stellen dat je verder gaat dan je mocht in een computer waar je op zich mocht zijn. Wie als gewone gebruiker ergens mag inloggen en an het beheerswachtwoord raadt, gaat zijn autorisatie te buiten en pleegt dan computervredebreuk.

In deze zaak waren twee werknemers bij een concurrent gaan werken, en een derde werknemer had zijn wachtwoord uitgeleend zodat zij bij de klantendatabase konden. Dat wachtwoordgebruik werd gezien als een vorm van computervredebreuk. Die concurrent mocht niet in die computer zijn, ook niet met een login die technisch gewoon werkt.

Ik denk dat we in Nederland op dezelfde conclusie uit zouden komen. Als je ergens niet mag zijn in een computer, dan mag je dat ook niet met een geleend wachtwoord. (Dat noemen we een valse sleutel onder art. 138ab Strafrecht.)

Wel maakt het zoals altijd uit hoe je aan het wachtwoord kwam en wat je ermee doet. En dat maakt het gelijk zo lastig bij dingen als Netflix: dat zijn geen bedrijfsdatabanken waar ongeautoriseerde toegang eenvoudig aan af te meten is. Met een Netflix-wachtwoord neem je gewoon de dienst af zoals die bedoeld is. Netflix controleert op het aantal gelijktijdige logins. Kennelijk dus geen probleem wíe er het wachtwoord gebruikt, zolang het maar binnen het maximum blijft. Het lijkt me dan ook sterk dat dát een vorm van binnendringen is wanneer je andermans wachtwoord gebruikt.

Je loopt in Nederland misschien eerder tegen art. 326c Strafrecht aan: het afnemen van een betaaldienst zonder daarvoor te betalen. Maar ook dan: is het wel wederrechtelijk gezien de aard van de dienst? De dienst wordt niet twee keer afgenomen waar één keer normaal is. Netflix regelt dat zelf. Dus wat is het probleem dat het strafrecht moet oplossen?

Arnoud