Wanneer is een ransomware-aanval eigenlijk een datalek?

Parkeerbedrijf Q-Park is onder de organisaties die zijn getroffen door de wereldwijde cyberaanval, meldde de NOS. Nou ja, cyberaanval: grootschalige ransomware-infectie. Wat onder meer de vraag via Twitter gaf:

Dat is dus ook een geval van een #datalek omdat ze gegevens “kwijt” zijn toch @ictrecht ?

Ook het verloren gaan van gegevens telt als datalek onder de Wet bescherming persoonsgegevens inderdaad (en straks de AVG). Dat voelt gek, want misbruik is niet echt aan de orde als iets weg is, maar naast dat het formeel gewoon onder de term ‘verwerken’ valt is er gewoon een goede reden: het verloren gaan van gegevens kan je status als klant et cetera aantasten. Als de computer niet meer weet dat jij betaald hebt om te parkeren, dan heb je een probleem.

Natuurlijk is dit geen issue als er een goede recente backup is. En in die situatie noemen we zo’n verlorengaan dan ook geen datalek, althans niet eentje die het melden waard zou zijn. Dus in principe is het antwoord simpel: ja, tenzij men goede backups heeft.

En hier zou je zelfs nog een stapje verder kunnen gaan: welke persoonsgegevens zijn verloren gegaan door de ransomware in die Q-Park garages? Die staan toch op een server ergens, en deze terminals dienen alleen als interface om te betalen? Niet kunnen betalen is heel vervelend maar geen datalek.

Intrigerender -wie erop wil afstuderen moet maar even mailen- vind ik nog de vraag of ingijzelneming van persoonsgegevens wel telt als verloren gaan. De data is er immers nog, je moet alleen betalen om hem weer terug te krijgen. Ik weet het, de Autoriteit Persoonsgegevens vindt van wel, maar om een wat verdergaande reden:

Er moet namelijk toegang tot de bestanden zijn geweest om deze te kunnen versleutelen. … De besmetting kan het hele systeem en alle gekoppelde bestanden raken. Er kan dus toegang zijn verkregen tot veel meer persoonsgegevens. Ook kan er meer met de gegevens zijn gebeurd dan op het eerste gezicht lijkt. De gegevens kunnen bijvoorbeeld zijn gekopieerd of gemanipuleerd.

Kort samengevat: omdat je niet kunt uitsluiten dat ransomware de gegevens ook kopieert, moet je het als een datalek behandelen. Daar ben ik het mee eens, maar wat nu als we wél kunnen uitsluiten dat er gegevens zijn gemanipuleerd of gekopieerd? Stel de ransomware infecteerde een computer via een USB-stick, en achteraf kunnen we met extern opgeslagen hashes vaststellen dat de bestanden in originele toestand zijn hersteld.

Is dit nu zeg maar een heel ingewikkelde backup/restoreprocedure? Of moet je gijzelen zien als verloren gegaan?

De implicaties zijn interessant, want als je zegt dat dit een datalek is dan is het offline halen van een clouddienst met de enige kopie van de gegevens óók een datalek. En dat zit me niet helemaal lekker.

Arnoud

Wat is het verschil tussen data delen en data verkopen?

Audiobedrijf Bose werd vorige maand aangeklaagd wegens het bespioneren van zijn gebruikers, las ik bij Nu.nl. De Bose Connect-app zou bijhouden naar welke muziek en podcasts gebruikers luisteren. Het bedrijf heeft de app aangepast, maar ontkent dat die data wordt verkocht aan derden. En dan lees ik “Het bedrijf ontkent echter niet dat de gegevens gedeeld worden met derde partijen” en denk ik, wat is dan het verschil?

Steeds meer apparaten vergaren informatie over hun eigenaren en sturen dat naar de fabrikant. Van slimme televisies die luisteren naar wat er wordt gezegd tot beeldbewerking op afstand. Maar ook heel simpel een website die je bezoekt, verzamelt van alles over je. Commercieel heel waardevolle informatie voor derden, met name voor adverteerders. Want weten wat iemands interesses zijn, maakt het mogelijk gericht te adverteren.

Dit is op zich Ouder dan het Internet(tm): ook daarvoor al werd er driftig gehandeld in databestanden zodat je wist waar je een direct mailing het beste heen kon sturen. Verkoopcijfers van huizen, interesse in dure meubels en ga zo maar door. Verkoop van klantenbestanden en -informatie werd privacytechnisch dan ook al snel een punt van zorg.

Dit zie je op veel websites en diensten dan ook terug in de privacyverklaring: Wij verkopen uw gegevens niet aan derden. En voor zover ik weet houdt iedereen zich daar ook netjes aan. En dat is maar goed ook, want bestandenhandel is sinds de Wet bescherming persoonsgegevens eigenlijk altijd verboden – en onder de AVG of GDPR van volgend jaar helemáál.

Erg is dat niet, want er is een veel slimmer alternatief. In plaats van bestanden met waardevolle persoonsgegevens aan derden te verkopen, verhuur je een reclameplekje voor die derden op een generiek omschreven (dus niet persoonsgebonden) plekje op je site. Facebook zal mij nooit data verkopen waarin staat welke gebruikers advocaat zijn, IT-savvy en druk bezig zich in te lezen over die AVG die eraan komt. Maar ik kan wel gericht reclame tonen voor mijn boek over de AVG op precies het segment advocaat, IT-savvy en vond-ik-leukte-AVG-artikelen.

Effectief is dat hetzelfde, maar verkopen is het niet. Ik denk dus dat dat ongeveer is wat men met dat “delen maar niet verkopen” bedoelde. En het is dus legaal denk ik, omdat je geen persoonsgegevens verkoopt maar alleen geaggregeerde data. Hoe je dat wettelijk zou verbieden, weet ik niet. Dat kan dan beter bij de bron aangepakt worden: je mag zulke gegevens niet verzámelen zonder aparte toestemming, en dergelijke toestemming mag niet verbonden worden aan de koop van een ‘slim’ apparaat.

Arnoud

Mag je andermans brakke IoT-apparaten op afstand onschadelijk maken?

De brickerbot is terug, las ik bij Ars Technica. Het gaat om een initiatief van de mysterieuze “Janit0r”, een handige hacker die brakke apparaatjes met internetverbinding kaapt en gebruikt om hun broertjes en zusjes permanent stuk te maken (“bricken”, oftewel de enige resterende functionaliteit is die van een baksteen). Dit omdat dergelijke apparaten zó veel schade aanrichten dat het niet mooi meer is, en geen hond zin heeft daar wat aan te doen.

De frustratie is begrijpelijk. Aanvallen door gekaapte Internet-of-Things apparaten lopen aan alle kanten de spuigaten uit. Zo zette een denial-of-service aanval door gehackte videorecorders en webcams het wereldrecord voor grootste aanval ooit. En dat is belachelijk: hoe moeilijk is het nu werkelijk om een webcam of recorder te beveiligen tegen triviale kapingen?

Het probleem is, zoals security-expert Bruce Schneier recent mooi aangaf, dat niemand zich geroepen voelt er wat tegen te doen. Consumenten vinden het niet hun probleem dat een apparaat lek is. Leveranciers pakken de snelle winst en verwachten geen toename in de verkoop als er “Nu extra veilig tegen hacks” of “100% niet-kaapbaar garantie” op de doos staat. Internetproviders merken weinig van de aanvallen, omdat de data in één specifiek netwerk te klein is om overlast te geven. En voor toezichthouders is het probleem te diffuus om op te treden, nog los van ontbrekende wetgeving. Brakke apparaten aan internet hangen is volstrekt legaal.

De oplossing zit natuurlijk in dat laatste: verplicht leveranciers tot ICT-veilige apparatuur. Net zoals apparaten niet mogen ontploffen en niet giftig mogen zijn, mogen apparaten niet onveilig zijn in de zin van hackbaar of te kapen voor ddos-aanvallen. Dat is niet moeilijk, wel een hoop gedoe en natuurlijk kost het geld, maar als álle leveranciers dat moeten dan blijft het speelveld gelijk.

De tactiek van de Janit0r is slim. Door die apparaten fysiek onbruikbaar te maken, komt het probleem bij de consument te liggen. Die moet nu gaan klagen bij de winkel (waardoor het probleem verschuift) of hij heeft een nutteloos apparaat (waardoor het probleem weg is). En de winkel zou dan bij genoeg klachten zijn inkoopbeleid moeten gaan herzien.

Lastig is natuurlijk: dat mag eigenlijk niet, andermans apparaat permanent uitschakelen. Dat is binnendringen en schade aanrichten, en dat is een strafbaar feit.

Tenzij je zegt: het gaat hier om zaakwaarneming, de juridische figuur waarbij je je bemoeit met andermans zaken om verdere schade te voorkomen. Je mag bij de buren een ruitje intikken als je ziet dat er nog een spreekwoordelijk pannetje melk aan staat terwijl ze net op vakantie zijn gegaan. En als de tuinslang ’s nachts ineens op volle kracht sproeit, mag je die dichtdraaien. Dan mag je dus ook die datalekkende apparaten dichtdraaien, zou dan het argument zijn.

Wat vinden jullie? Terecht gepast ingrijpen of niet?

Arnoud

Mag je door anoniem browsen een paywall omzeilen?

Een lezer vroeg me:

Laatst vond ik in een discussiegroep een link naar een artikel, maar dat bleek achter een paywall te zitten. Nadat ik me daarover beklaagd had, kreeg ik te horen dat ik met anoniem browsen het artikel wél gratis kon zien. Maar is dat geen computervredebreuk dan, ik omzeil dan toch een beveiliging?

De beveiliging waar het hier om gaat, is een cookie: je krijgt bij bijna alle paywall-sites een aantal artikelen gratis, en dat aantal wordt geteld in een cookie. Met anoniem browsen (“private mode”) worden cookies na elke sessie weggegooid, dus staat dat aantal elke keer op nul.

Van computervredebreuk is sprake wanneer je opzettelijk en wederrechtelijk binnendringt in een computersysteem. Een beveiliging of toegangscontrole omzeilen is een mogelijke manier om dat te doen, maar waar het uiteindelijk om gaat is of je weet of moest weten dat je ergens bent in het systeem waar je niet mag zijn.

Met enige fantasie is die cookie-teller als een beveiliging te zien, of kun je het weggooien van het cookie zien als een technische ingreep. Daarmee is aan dat deel van het delict computervredebreuk voldaan.

Blijft over de vraag: ben je wederrechtelijk binnengedrongen? Oftewel ben je ergens waar je niet mag zijn, en ben je daar zonder enige bevoegdheid?

Het lijkt me evident dat als iemand een truc uithaalt om een betaald bericht gratis voor ogen te krijgen, hij computervredebreuk pleegt. Denk aan het gebruik van andermans wachtwoord, of het kapen van iemands inlogsessie om zo die toegang te krijgen. Maar de truc hier is niet gericht op het zoamaar lezen van een betaald bericht; het gaat om het toegang krijgen tot een zesde bericht die maand terwijl je er maar vijf mag lezen.

Dat voelt toch net even anders. Deze berichten zitten niet echt achter een paywall, je staat te lezen in de tijdschriftenwinkel en de juffrouw (m/v) achter de balie snauwt je toe “het is hier geen bibliotheek meneertje (m/v)”. En nu doe je na elk artikel een andere jas aan zodat ze je niet herkent. Ik kan dat moeilijk op één lijn stellen met na sluitingstijd inbreken. Dus nee, ik denk niet dat dit een strafbaar feit is.

Arnoud

Mag ik mijn collega haar Out of Office aanzetten met een gereset wachtwoord?

Een lezer vroeg me:

Vanochtend ontdekten wij dat een collega die er een maand niet is, haar Out of Office niet aan heeft staan. Om dit voor haar te doen, hebben we haar wachtwoord nodig. Is het toegestaan om hiervoor het account te resetten, of stuit dat op privacybezwaren? We hebben geen reglement dat ons toegang zou geven tot haar mailbox.

Ook op het werk heb je recht op privacy – en ja, zelfs als je met vakantie bent. Collega’s mogen dan ook niet ineens in je bureaulades kijken of de achtergelaten broodtrommel eens inspecteren.

Niet ineens – er moet een goede werkgerelateerde reden voor zijn die deze privacyinbreuk kan rechtvaardigen. Die broodtrommel stinkt, dat is een gevaar voor de gezondheid. Dus openmaken en leeggooien dat ding. Dat ene dossier dat nú nodig is, dat mag je zoeken in die bureaulade maar die portemonnee die daar ligt, daar blijf je natuurlijk af. (Om een of andere reden vindt iedereen dit heel logisch, maar wordt het meteen heel ingewikkeld bij ICT-equivalenten.)

Bij het doorzoeken van mailboxen moet er dus ook een goede reden zijn. Het werk moet worden overgenomen, er is een specifieke mail nodig om afspraken na te kijken of een ruzie te voorkomen. Dan is het in principe oké om in die mailbox te kijken. Je moet dan rekening houden met de privacy van de werknemer, bijvoorbeeld door het doorzoeken op basis van trefwoorden (zoals afzender) te doen. Dan verklein je de kans dat je per abuis privézaken ziet.

Bij het aanzetten van een out-of-officebericht zie ik eerlijk gezegd die privacyzorg eigenlijk niet. Ja, je krijgt met het wachtwoord toegang tot de mailbox, maar je gáát er niet in. Je opent de mailbox, negeert de map Inbox die dan getoond wordt en zet in Instellingen een en ander aan. Daarna de browser sluiten.

Als je je écht zorgen maakt, dan moet je een vierogenprincipe toepassen: een IT-er en een manager (of iemand van HR) gaan samen die mailbox in en navigeren naar dat menu om het bericht aan te zetten. Voor het nazoeken van werkmails zou ik dat een redelijke stap vinden, maar voor een out of office lijkt mij dat nogal overdreven.

Natuurlijk moet de werknemer na haar vakantie tekst en uitleg krijgen van deze actie, maar dat terzijde.

Arnoud

Mag een bedrijf telefonisch informatie verstrekken aan iemand anders dan de contracthouder?

Een lezer vroeg me:

Steeds vaker merk ik dat wanneer ik voor mijn partner of ouders een helpdesk bel, ze meteen afhaken wanneer ik zeg dat ik niet zelf de contracthouder ben. Dit “vanwege de privacy” en “omdat ze niet kunnen verifiëren dat ik gemachtigd ben”. Maar is die privacywet echt zo streng? En hoe zou het dan wel moeten?

Vroeger, toen bits nog van hout waren, kon je inderdaad een stuk makkelijker namens anderen bellen of informatie inwinnen. Maar het vertrouwen dat daaronder lag, is ondertussen wel stevig aangetast. En terecht, social engineering is wel érg makkelijk als iemand bij mijn gegevens kan door te zeggen dat hij mijn echtgenoot is.

Het is wat verwarrend als bedrijven dan “vanwege de privacy” zeggen, want dit is niet specifiek een privacy-issue. Het is meer een veiligheidsissue of een bevoegdheids-issue, als je het juridisch bekijkt. Maar wellicht dat dat lastiger aan de telefoon uit te leggen is.

Als je gemachtigd bent, dan zou “vanwege de privacy” of security geen issue moeten zijn. Die persoon mág dan namens die ander de conversatie voeren. Alleen, hoe toon je dat aan als gemachtigde? Machtigen kan ook mondeling (of per mail), dus het is denkbaar dat iemand belt die geen stuk papier kan laten zien.

Het lijkt me in beginsel redelijk dat je als bedrijf zegt, telefonisch willen we geen gemachtigden spreken want dat is niet te verifiëren. Maar in veel gevallen zou ik dat wel wat streng vinden. Denk aan afspraken maken of dingen aanvragen die vervolgens worden opgestuurd.

Arnoud

Slimme vibrator met camera gekraakt door beveiligingsbedrijf

De Svakom Siime Eye, een slimme vibrator met aan het uiteinde een camera, blijkt relatief eenvoudig te kunnen worden gemanipuleerd. Hierdoor zijn de gemaakte beelden ook op afstand door vreemden te bekijken, zo las ik bij Nu.nl na diverse tips (dank, iedereen). En ergens hoop ik dat dit faalproduct ten voorbeeld wordt gesteld aan alle andere faalproducten die we het Internet der Dingen noemen. Maar ja.

De camera in het apparaat kan foto’s en video’s maken, die vervolgens via een app kunnen worden uitgelezen. Leuk bedoeld, alleen heeft men zo te zien hardware van een algemene IP-camera gebruikt. De camera is namelijk op afstand te benaderen, alleen is het wachtwoord een standaardwaarde en is de webinterface (de webinterface?!) geheel van wachtwoorden ontdaan. Ook kunnen zaken als lokale netwerknamen worden uitgelezen.

Een keiharde faal dus, dit apparaat. Alleen is dit dus enkel nieuws omdat het om een vibrator gaat: het is doodnormaal dat dergelijke internet-enabled apparaatjes worden voorzien van slechte beveiliging, standaardwachtwoorden en abuisievelijke achterdeuren. Wordt het niet eens tijd dat daar wat aan gedaan wordt?

In theorie zou dat hier kunnen: het apparaat verwerkt persoonsgegevens (de beelden zullen naar verwachting mensen in beeld brengen) en moet daarom adequaat beveiligd zijn tegen datalekken en misbruik van persoonsgegevens. Een stevige boete zou hier dus wel op zijn plaats zijn. Maar ja.

Arnoud

Is er wetgeving die encryptie juist verbiedt?

Een lezer vroeg me:

Nu de Privacyverordening eraan komt, wordt het gebruik van encryptie steeds belangrijker. Maar is er ook wetgeving die encryptie juist verbiedt? Ik herinner me dat je als bedrijf geen encryptie mag gebruiken op administratie en belangrijke logs en dergelijke, omdat de Belastingdienst of Justitie dan geen onderzoek kan uitvoeren op je boeken. Hoe gaat de wet om met zo’n conflict?

Er is in Nederland géén wetgeving die het gebruik van encryptie verbiedt. Dat zou ook erg raar en onwerkbaar zijn, zeker vanwege het belang om een goede beveiliging van met name persoonsgegevens te realiseren. Wetten zoals de vraagsteller die formuleert, bestaan niet.

De Privacyverordening verplicht tot een adequate beveiliging van persoonsgegevens, in de praktijk zal dat vaak betekenen dat er encryptie moet worden toegepast. Heel strikt gesproken zouden ook andere oplossingen mogelijk zijn, zolang dat er maar voor zorgt dat persoonsgegevens niet zomaar bloot staan aan misbruik of ongeautoriseerd gebruik.

Wat de wet wél zegt, is dat als Justitie gerechtigd is om toegang tot data te vorderen, eventuele encryptie daarop ongedaan gemaakt moet worden. Een bedrijf mag dus niet weigeren een wachtwoord af te geven als ze daarover beschikt. Dit geldt zowel de eigen bedrijfsdata als eventuele klantdata waar een bedrijf een decryptiewachtwoord voor heeft (bijvoorbeeld voor disaster recovery).

Het is dan weer niet zo dat je als bedrijf in staat móet zijn om encrypted data te decrypten. Als de klant zelf data versleutelt en dat bij een bedrijf parkeert (zoals bij een online backup met clientside encrypted data), dan is het bedrijf niet verplicht een achterdeur of kopie wachtwoord te eisen. Wat je niet kunt decrypten, hoef je niet te decrypten.

Arnoud

Mag je gekraakte wachtwoorden of hashes in je bezit hebben?

Een lezer vroeg me:

Er zijn veel dumps van gehackte wachtwoorddatabases (b.v. LinkedIn) beschikbaar op internet. Is het strafbaar om (1) deze in je bezit te hebben (2) hashes in zo’n dump te kraken en (3) gekraakte wachtwoorden publiek te maken in b.v. presentaties of publicaties?

Het is op dit moment algemeen niet strafbaar om in het bezit te zijn van gegevens die door misdrijf zijn verkregen. Bezitten van dergelijke waar noemen we ‘heling’ maar dat geldt alleen bij fysieke goederen, niet bij informatie. Heb je bijvoorbeeld een foto of een PDF met jaarcijfers in je bezit die iemand anders heeft gedownload na een computervredebreuk, dan ben jij niet strafbaar.

Specifiek voor wachtwoorden is dat anders: het is strafbaar om een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan te hebben (of te verkopen of te verspreiden, et cetera). Zie artikel 139d lid 2 Strafrecht. Dus hebben en publiceren daarvan is strafbaar.

Ik denk dat dit artikel ook gaat over hashes. Hoewel dat strikt gesproken geen wachtwoorden zijn (je kunt er niet mee inloggen) is het meestal wel mogelijk om die wachtwoorden terug te halen, en daarom zou ik ze “daarmee vergelijkbaar” noemen. Een hash die goed gesalt is en daarmee niet terug te rekenen is, zou een uitzondering zijn.

Er ligt een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer om de strafwet te wijzigen

zodanig dat het strafbaar wordt om niet-openbare gegevens voorhanden te hebben als die door misdrijf verkregen zijn en jij dat wist of had moeten weten.

Daarmee zou dus ook het bezit van die PDF met jaarcijfers ineens strafbaar zijn (een jaar cel). Er is een uitzondering (lid 2) voor handelen in het algemeen belang, zoals bij journalisten die met gestolen bronmateriaal een grote misstand aan de kaak willen stellen.

Arnoud

Wanneer is een responsible disclosure beleid rechtsgeldig?

Een lezer vroeg me:

Sommige bedrijven hebben een responsible disclosure beleid en maken dit bekend op hun website. Ik zie alleen daarin steeds vaker iets over geheimhoudingsplicht voorkomen: je mag kwetsbaarheden wel zoeken en melden, maar zonder toestemming (of soms “zonder overleg”) niet publiceren. Maar het hele idee van responsible disclosure is toch juist dat je op zeker moment naar buiten treedt, natuurlijk wel op zorgvuldige wijze. Kunnen bedrijven dit zo stellen, is dit rechtsgeldig? Dan gaat toch het hele concept onderuit?

Een bedrijf dat responsible disclosure-beleid publiceert en daarin zegt dat er nimmer mag worden gepubliceerd zonder haar toestemming, is wat mij betreft misleidend bezig. Dat is niet wat de term responsible disclosure impliceert en het is zeer ergerlijk dat bedrijven op die manier doen alsof ze RP-beleid hebben.

Het hele idee achter responsible disclosure is dat kwetsbaarheden op zeker moment publiek móeten worden, omdat dan iedereen er rekening mee kan houden. Als de good guys hun mond moeten houden dan kunnen bedrijven kwetsbaarheden onder de pet houden. Wat slecht is voor de maatschappij, want de bad guys weten het toch wel. Natuurlijk is het ook weer niet de bedoeling dat kwetsbaarheden direct publiek worden, want dan kan er misbruik van worden gemaakt zonder dat het bedrijf het kon repareren.

De Leidraad over responsible disclosure uit 2013 van de overheid zoekt naar een middenweg. Het idee is dat melder en bedrijf in overleg treden over wanneer naar buiten te treden, met als vuistregel 60 dagen na de melding. Maar dát er naar buiten getreden wordt, staat daarbij voorop. En gezien het belang van security in ICT-systemen is dat ook niet meer dan logisch. Wie anno 2017 nog verdedigt dat security by obscurity beter is, kan beter wat anders gaan doen.

Of responsible disclosure beleid rechtsgeldig is, is een lastige vraag. Beleid is natuurlijk maar beleid, en dat kan zomaar veranderen. Belangrijkste is: wat dóet het, dat beleid. Zijn daar rechten of plichten aan te ontlenen? Plichten opleggen in beleid is erg moeilijk, want de wederpartij moet daar wel mee akkoord gaan. Je kunt dus niet op voorhand iemand aansprakelijk laten zijn voor alle schade die het gevolg is van een ontdekte kwetsbaarheid. Omgekeerd is het wél makkelijk mogelijk om het bedrijf te houden aan een toezegging. Met name dus de toezegging “wij zullen geen aangifte/schadeclaim doen als je je aan het beleid houdt”.

Arnoud