Nederland in top 5 illegale contentverspreiders

Suske en Wiske en de Sinistere SiteNederland behoort tot de vijf landen die de meeste illegale content via het internet verspreiden, meldt Security.NL. Dit blijkt uit een aanstaand rapport van X-Force. De term “illegale content” moet breed worden uitgelegd: hiermee bedoelt het rapport niet alleen aanbod van software, films of muziek dat inbreuk maakt op het auteursrecht, maar ook websites die worden gebruikt voor computercriminaliteit, illegale drugs, malware of die gewelddadig en extremistisch van aard zijn. Tsja. Om dat nou allemaal over één kam te scheren?

Ditzelfde definitieprobleem zie je wel vaker bij cybercrime: de kreet “misdrijven die met een computer gepleegd worden” is zo breed dat volgens sommige definities ook iemand de hersens inslaan met een laptop onder computercriminaliteit valt. Zijn sites van een coffeeshop sites die gebruikt worden voor illegale drugs?

Bron: 2007 X-Force report

Arnoud

Content-centrische netwerken

Het internet gaat aan haar eigen succes ten onder. Hoewel er steeds meer kabels gelegd worden en steeds grotere datacentra, blijft het netwerk kwetsbaar. Dat komt door een fundamentele beperking in de opzet van internet: elk stukje informatie moet van één bron komen. En als die verstopt of onbereikbaar wordt, gaat het fout.

Caches en mirrors (of hulpnetwerken zoals Akamai) zijn een gedeeltelijke oplossing. Meer fundamenteel is een nieuwe opzet van het internet: zet de data centraal, niet de computers waar het vandaan komt. Iedereen doet mee aan de verspreiding, zodat er altijd genoeg bronnen zijn om de data te pakken te krijgen die je wilt. Technisch haalbaar, maar alle wetten over aansprakelijkheid, auteursrecht en aanverwante zaken kunnen het raam uit.

Het internet zou gebouwd zijn om gedurende een nucleaire oorlog te blijven werken. Dat is een mythe. Het internet is allerminst robuust. Deze kaart van de Guardian (via ZBDigitaal) laat zien hoe weinig verbindingen er eigenlijk zijn tussen de continenten:

Bron: The Guardian 2008

En het gaat ook vaak genoeg mis. Eén kabelbreuk blijkt al genoeg om het halve Midden-Oosten zonder internet te laten zitten (complottheorieën te over trouwens). In december 2006 zorgde een zeebeving voor een grote internetstoring in Zuid-Oost Azië. Vietnam zat in juni 2007 zonder internet door diefstal van kilometers glasvezelkabel.

Raar eigenlijk, want op zich is er netwerkcapaciteit genoeg in die landen, en de meeste pagina’s, filmpjes en andere content die de mensen daar wilden zien was ook ongetwijfeld allang aanwezig op de harde schijven op de miljoenen computers aldaar. Maar toch moest iedereen per se naar de originele server om zijn eigen kopie van die pagina’s of filmpjes op te vragen. Onzin eigenlijk, maar ja, zo is internet nu eenmaal gebouwd.

Bittorrent is een voorbeeld van hoe het ook anders kan. Net als bij elk file sharing netwerk worden bestanden van computer naar computer verspreid. Het unieke aan Bittorrent is dat er niet één persoon is die het hele bestand verstuurt. Elk bestand wordt in delen opgehakt, en elk deel wordt afzonderlijk verstuurd. Zodra iemand een deel heeft, deelt hij dat deel ook weer met iedereen die op zoek is naar dat bestand.

Bron: Master New MediaDeze techniek is een eenvoudige versie van wat in de wetenschappelijke wereld bekend staat als content-centric networking, content disseminatie netwerken of swarming.

Deze video-uitleg van Van Jacobson legt heel duidelijk uit waar het over gaat. Iedere computer die een stukje data langs ziet komen, bewaart daar een kopietje van. Als deze vervolgens een verzoek langs ziet komen voor dat stukje data, stuurt hij zijn kopietje in plaats van het verzoek door te geven aan de mogelijk heel ver weg staande oorspronkelijke server.

Deze netwerktechnologie heeft vérstrekkende gevolgen, ook voor het internetrecht. Als er geen centrale bron meer is die de content “op internet zet”, wie moet je dan aanspreken als de publicatie onrechtmatig is? En zelfs als je de eerste plaatser van de content vindt, hoe kan deze dan de publicatie stopzetten? Ben ik aansprakelijk als mijn computer iets bewaart en doorgeeft dat in Koeweit illegaal is?

Of wat dacht je van de vraag hoe je een stuk content vindt? Als er geen “officiële” site meer is, en content overal vandaan kan komen, kan ik het verschil niet meer zien tussen een geautoriseerde en een ongeautoriseerde publicatie.

De oplossing zal op een of andere manier uitgebreid gebruik moeten maken van encryptie en digitale handtekeningen. Vervalsing van data is immers triviaal, als iedereen antwoord mag sturen op elk verzoek. Met een digitale handtekening kan de ontvanger dan nagaan of hij echt de voorpagina van NU.nl heeft gekregen of een neppagina. En voor veel data (zoals e-mail of chatgesprekken) is het niet de bedoeling dat iedereen meeleest, dus daar is encryptie cruciaal.

Via de digitale handtekening op content zou je dus de plaatser kunnen achterhalen. Maar dat is een lastige: hoe weet je welke digitale handtekening gezet is door welke persoon? Wie is de echte Disney?

En om dan de content te kunnen verwijderen, is nog heel wat meer nodig. Youtube heeft nu al problemen genoeg om een film weg te halen als ze daar een bevel toe krijgen.

Kortom, genoeg stof om over na te denken. Onlangs kocht ik het boek The Big Switch van Nicholas Carr, een aanrader over dit onderwerp!

Arnoud

De legaliteit van reverse engineeren – hardware en drivers

multimeter2.jpgHet is toegestaan om te achterhalen hoe dingen werken. Heb je een mooie grafische kaart gekocht, en wil je weten welke signalen deze afgeeft, dan mag je gerust met je multimeter aan de slag. Wil je zien hoe je televisie er van binnen uitziet, veel plezier met de schroevendraaier. De garantie vervalt natuurlijk wel, maar dat terzijde.

Wil je met die informatie een eigen product bouwen, dan mag dat ook. Ideeën en technische principes zijn vrij. Daar is één uitzondering op: je kunt tegen octrooien aanlopen natuurlijk. Voor een octrooi maakt het niet uit of je het product zelf gemaakt hebt of hebt afgekeken: als het doet wat in het octrooi staat, pleeg je inbreuk.

Afgezien van octrooien is het reverse engineeren van de werking van hardware dus legaal. Dat is erg handig voor bijvoorbeeld open source zoals Linux, waarvoor minder aanstuursoftware (drivers) voor hardware beschikbaar is dan bij Windows. Een open source-ontwikkelaar mag dus kijken welke commando’s er van de driver op de PC naar een hardwarekaart (of terug) gestuurd worden en welk effect dat heeft. Hij kan daarmee zijn eigen driver maken die op het juiste moment de juiste commando’s stuurt. Dit mag: artikel 45l Auteurswet bepaalt dat een licentienemer van de software mag achterhalen hoe de software werkt “teneinde de daaraan ten grondslag liggende ideeën en beginselen te achterhalen.” Daaronder valt ook het achterhalen van de communicatie tussen de driversoftware en de hardware.

Een nadeel van deze aanpak is dat je dan niet zeker weet dat je alle situaties gehad hebt. Misschien is er wel een commando dat alleen gestuurd wordt als de kaart erg warm wordt, of wanneer iemand een resolutie van 1194×768 pixels gebruikt en een 3D-bal wil laten stuiteren als screensaver.

Een betere oplossing is dan ook de bestaande driver pakken en deze disassembleren: de binaire code uit elkaar halen om zo in één keer te zien wat de driver allemaal voor commando’s kan versturen en ontvangen. Daarmee is dan een nieuwe driver te maken die hetzelfde doet, maar dan voor Linux.

Deze oplossing ligt juridisch iets lastiger. Software is beschermd door auteursrecht. Bij reverse engineeren moet je de software uitvoeren om te kunnen zien wat hij doet. Dat is normaal inbreuk op het auteursrecht. Maar voor deze vorm van reverse engineering is er artikel 45m.

Dit artikel zegt dat je mag reverse engineeren om interoperabiliteit van je eigen software met andere software tot stand te brengen. Bijvoorbeeld dus je eigen driver maken om de (embedded) software in de grafische kaart te kunnen besturen. Het recht is in zoverre beperkt dat je alleen datgene mag reverse engineeren wat je nodig hebt om je eigen driver te kunnen maken.

Dit artikel is natuurlijk ook relevant voor andere soorten software, zoals de vele open source alternatieven voor gesloten software zoals Microsoft Office. Daar kom ik binnenkort op terug, want de situatie is daar iets minder rooskleurig dan bij drivers.

Hoe dan ook, je mag dus een driver reverse engineeren en met de gevonden informatie je eigen driver maken. Wat niet mag, is stukken van de oorspronkelijke driver overnemen in je eigen driver. Dan pleeg je inbreuk op het auteursrecht. Je mag alleen achterhalen wat de driver doet, en vervolgens moet je je eigen software schrijven die dezelfde activiteiten verricht. Zonder te kijken op welke slimme manier de oorspronkelijke software dit doet.

Dat zal bij drivers gelukkig niet altijd een groot probleem zijn. De implementatie van een driver is namelijk voor een groot deel bepaald door de hardware. Er moet nu eenmaal code 0x31337 gestuurd worden om een bepaald beeld op het scherm te tonen, en als de printer de code 0xDEADBEEF stuurt, dan is het papier op en moet het printen tijdelijk ophouden. Daardoor zit er weinig creatieve ruimte voor programmeurs bij het schrijven van drivers. Hoewel dus een nieuwe driver voor een deel zal lijken op het origineel, komt dat door die technisch bepaalde factoren. En iets dat hetzelfde is vanwege een technische eis, is geen inbreuk op het auteursrecht.

Bij dit soort activiteiten wordt wel de bewijslast omgekeerd: als beide drivers hetzelfde doen, moet de maker van de nieuwe driver bewijzen dat hij geen code heeft overgenomen van de oorspronkelijke driver. Vandaar de clean-room praktijk: laat de ene persoon achterhalen en documenteren wat de driver doet, en laat een andere persoon op basis van die documentatie een nieuwe driver schrijven. De andere persoon kan dan geen code hebben overgenomen, want daar had hij geen toegang toe. En de eerste persoon heeft geen code geschreven, en heeft dus ook geen inbreuk gepleegd.

Deze bepalingen zijn dwingend recht. Dat betekent dat dit recht niet in een softwarelicentie (EULA) verboden kan worden. Staat het toch in een EULA, dan zal de rechter die clausule negeren.

Arnoud

Computerinbraak door persbureau Novum Nieuws

Het persbureau Novum Nieuws is veroordeeld voor computervredebreuk. Novum, opgericht als concurrent voor ANP, bleek regelmatig ingebroken te hebben op de servers van het ANP om zo toegang tot ANP-nieuws te krijgen. Daarbij maakte het bedrijf gebruik van inlogcodes van McPro, RTV Utrecht en Sky Radio. Het gebruik van andermans inlogcode (gebruikersnaam en wachtwoord) is een vorm van computervredebreuk. Bij mijn weten is dit de eerste keer dat een rechtspersoon (bedrijf) veroordeeld wordt voor dit misdrijf.

Er was nog wat discussie over welke vorm van computervredebreuk het nu was, maar de rechtbank maakte daar korte metten mee. Het OM had ten laste gelegd dat een “technische ingreep” (een computerkraak of exploit) was gebruikt, maar het bedrijf verweerde zich door te zeggen dat men gewoon een bestaand wachtwoord had gebruikt. Dat vond de rechter juist, maar ook gebruik van andermans wachtwoord is een strafbaar feit. En terecht.

De rechtbank legde het bedrijf een geldboete op van € 4.000 (waarvan € 2.000 voorwaardelijk). Dit is lager dan de eis van 11.250 euro. Het OM had onvoldoende onderbouwd hoe zij tot haar eis kwam. Bovendien nam de rechtbank het ANP kwalijk dat zij kennelijk te weinig had gedaan om zich te beschermen tegen dit soort ongeautoriseerd gebruik door derden. Er zijn tenslotte genoeg eenvoudige technische maatregelen om dit te voorkomen, zoals het beperken van het aantal IP-adressen dat gebruik mag maken van de dienst.

In haar motivatie is de rechtbank hard:

Novum heeft zeer kwalijk gehandeld door zich ten behoeve van haar nieuwsgaring via aan derden verleende inlogcodes de toegang te verschaffen tot de Artos nieuwsserver van het ANP en daarvan ook veelvuldig gebruik te maken. Wetende dat aan haar als opkomend concurrent van het ANP geen toegang tot die server zou worden verleend, heeft Novum die toegang gezocht en gevonden via een bevriende relatie, de eigenaar/directeur van de zaak McPro. Na afloop van het contract tussen McPro en het ANP is Novum gebruik gaan maken van de inlogcodes die aan RTV Utrecht en Sky Radio waren verleend (periode [E]). Aldus van de informatie van het ANP profiterend heeft Novum haar eigen positie in haar concurrentie met het ANP willen versterken.

De oprichter/voormalig commercieel directeur en de voormalig hoofdredacteur werden veroordeeld tot een boete van € 2000, waarvan € 1000 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Ook deze eis is lager dan de geëiste voorwaardelijke taakstraf van 80 uur met een proeftijd van 2 jaar. Hoewel zij niet persoonlijk de ‘hack’ pleegden, gebeurde dit wel onder hun feitelijke leiding en daarom werden ook zij vervolgd.

Een eerder kort geding van ANP tegen Novum werd in juli 2005 door het Gerechtshof Amsterdam afgewezen omdat het bewijs niet duidelijk genoeg was. ANP moest, aldus het Hof, maar een bodemprocedure beginnen. ANP heeft er echter voor gekozen aangifte te doen van computervredebreuk.

Update (17 december 2009): in hoger beroep bevestigd. Veroordeling voor Novum zelf en voor de hoofdredacteur als leidinggevende maar vrijspraak voor directeur vanwege onvoldoende directe betrokkenheid.

Update (15 november 2011): in cassatie veroordeling hoofdredacteur in stand gehouden want motivatie Hof niet onbegrijpelijk.

de verdachte – hoewel daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden – [heeft] geen maatregelen genomen om te voorkomen dat met de inlogcodes zou worden ingelogd op de nieuwsserver van het ANP, de aanmerkelijke kans heeftaanvaard dat van die inlogcodes gebruik zou worden gemaakt om onbevoegd toegang te verkrijgen tot de server van het ANP.

Arnoud

Denial-of-service aanval op Scientology-beweging

T-shirt van XS4All naar aanleiding van de gewonnen rechtszakenEen groep anonieme hackers heeft de oorlog verklaard aan de omstreden Scientology-beweging, meldde Tweakers gisteren. Het initiatief voor deze serie aanvallen komt van een groep die zich “Project Chanology” noemt.

Directe aanleiding voor deze actie is de actie van Scientology tegen een gelekt video-interview van Tom Cruise. Diverse sites kregen een takedown notice om de film te verwijderen. Enkele daarvan waren gerelateerd aan 4chan, een internetfenomeen dat verantwoordelijk is voor allerlei internet-ongein (zoals de de lolcat) maar ook serieuze vormen van internetvandalisme.

Security.NL meldt dat er meer dan 488 DDoS-aanvallen zijn uitgevoerd op Scientology-websites, goed voor een dataverkeer van gemiddeld 21 megabytes per seconde oftewel de inhoud van zo’n 3 DVD’s per minuut. Best veel, maar niet uitzonderlijk voor verstikkingsaanvallen.

Op internet heeft Scientology een slechte reputatie, door de keiharde manier waarop zij tegenstanders en kritiek aanpakt, zoals schrijfster Karin Spaink en internetprovider XS4All halverwege de jaren negentig ondervonden. Het is mede dankzij hun standvastig optreden dat ik nu IT-jurist ben trouwens.

Hoe begrijpelijk de weerstand tegen Scientology ook is, het is nog geen excuus voor dit soort vigilante justice. Al was het maar vanwege de kans op onschuldige slachtoffers, zoals een Nederlandse school die een paar minuten per ongeluk op de korrel werd genomen omdat de aanvallers het verkeerde IP-adres hadden gebruikt (oh noes!). Bovendien: Scientology van het net proberen te krijgen is precies hetzelfde als wat de beweging altijd kwalijk wordt genomen.

Kritiek leveren mag best, zelfs als je daarbij gebruik maakt van gelekt materiaal zoals die Tom Cruise video. Dat bepaalde het Gerechtshof in die eerder genoemde zaak tegen XS4All en Spaink:

Naar ’s hofs oordeel kan in deze bijzondere omstandigheden niet worden gezegd dat een beperking van de informatievrijheid op grond van de handhaving van het auteursrecht nodig is in de zin van artikel 10 EVRM en evenmin dat het belang van [F] en de Providers en het algemeen belang bij de informatievrijheid van artikel 10 lid 1 EVRM in verhouding tot dat van Scientology c.s. bij handhaving van hun auteursrecht in dit geval minder zwaar weegt. Derhalve behoort het eerstgenoemde belang niet te wijken voor het belang van Scientology c.s. en slaagt het beroep op artikel 10 lid 1 EVRM.

Maar dit is natuurlijk van een heel andere orde dan Scientology proberen van internet te pesten met dit soort computercriminaliteit. Ook Scientology heeft het recht om haar mening te uiten. Uit jurisprudentie over datzelfde artikel 10 lid 1 EVRM blijkt dat je heel ver mag gaan daarin. Pas wanneer je de democratie zelf aanvalt, overschrijdt je een grens. Maar zelfs dan is het de taak van de overheid, en niet zelfbenoemde vigilantes met te veel vrije tijd om daar wat aan te doen.

Arnoud

Agenten misbruiken politieinformatiesystemen voor privédoeleinden

Politieagenten in Nederland maken massaal gebruik (misbruik) van de politie informatiesystemen voor privédoeleinden, schrijft CorCom Security Analysing. Dit zou een “geaccepteerd verschijnsel” of zelfs een “beroepsvoordeel” zijn voor agenten:

Politieagenten zien het gebruik van de informatie als een beroepsvoordeeltje. Het mag eigenlijk niet, maar elke politieambtenaar doet het wel eens. Het is een grijs gebied. Het gebruik van de politiecomputer om kentekens na te trekken voor privé doeleinden is zelfs min of meer een vast praktijk bijvoorbeeld geworden bij het kopen van een tweedehands auto of om te checken of er criminelen in een bepaalde wijk wonen. Officieel mag dat niet, maar het wordt beschouwd als een onschuldig vergrijp zolang het voor eigen gebruik is. Er wordt immers niemand door benadeeld zegt men. Maar deze politie uitspraken kloppen niet. Regelmatig worden medewerkers van de politie met onmiddellijke ingang ontslagen, omdat deze zich schuldiggemaakt hebben aan contact met criminelen en het lekken van politie informatie. Dit geld zowel voor de recherche als de geuniformde dienst.

Lees verder in Agenten misbruiken massaal politie informatiesystemen voor privé doeleinden bij CorCom Security Analysing.

Arnoud

Een open draadloos netwerk als bewijs van onschuld

De grote beveiligingsgoeroe Bruce Schneier heeft een volledig open draadloosnetwerk thuis, zo schreef hij in een recente column bij Wired. Iets dat veel van zijn bezoekers verbaast: weet hij dan niet dat er allerlei onfrisse types zijn die daar misbruik van maken, waarna de politie hem zal komen arresteren omdat alles vanaf zijn IP-adres gedaan lijkt te zijn?

While this is technically true, I don’t think it’s much of a risk. I can count five open wireless networks in coffee shops within a mile of my house, and any potential spammer is far more likely to sit in a warm room with a cup of coffee and a scone than in a cold car outside my house. And yes, if someone did commit a crime using my network the police might visit, but what better defense is there than the fact that I have an open wireless network? If I enabled wireless security on my network and someone hacked it, I would have a far harder time proving my innocence.

Dat laatste is intrigerend: als Schneier zijn netwerk goed beveiligt, is het dus onmogelijk dat een ander er op ingebroken is. Dus alles wat dan vanaf zijn IP-adres is gebeurd, moet hij zelf gedaan hebben. Daar zit wat in.

Je zou dat kunnen omkeren: als je je netwerk dus openzet voor iedereen, valt nooit te bewijzen dat jij iets gedaan hebt. Je kunt dan altijd die langsrijdende hacker de schuld geven. Maar dat is ook weer iets te makkelijk.

Bij een strafzaak moet de rechter ‘overtuigd’ zijn van de schuld van de verdachte (artikel 338 Strafvordering). Heeft de verdachte een redelijk klinkende alternatieve verklaring voor het gebeurde, dan kan hij worden vrijgesproken. Maar een enkele theoretische mogelijkheid is meestal niet genoeg. Pas als het bewijs een redelijke twijfel oproept, kan vrijspraak volgen.

In dit geval zal het bewijs vrijwel altijd een verklaring van een getuige-deskundige zijn. Een getuigenverklaring is “wettig bewijs” (art. 339 Strafvordering). Logfiles en andere aanwijzingen zijn op zichzelf meestal niet duidelijk genoeg om meteen als bewijs te dienen. De getuige-deskundige moet dan uitleggen wat voor elektronische aanwijzingen hij heeft gevonden op de PC en het thuisnetwerk van de verdachte, en of daaruit redelijkerwijs blijkt dat er sprake was van een indringer van buitenaf.

Uit het hebben van een onbeveiligd draadloos netwerk volgt niet dat elke activiteit door een wardrivende hacker gepleegd is. Er zullen op zijn minst concrete aanwijzingen in bijvoorbeeld de logfiles moeten zijn dat iemand zich heeft aangemeld met een MAC-adres dat nooit eerder is gebruikt.

In een arrest van de Hoge Raad afgelopen juni over bedreiging per e-mail voerde de verdachte aan dat hij de mails niet gestuurd had:

dat uit de stukken niet kan worden afgeleid dat de verdachte de berichten heeft verzonden, dat de mogelijkheid bestaat dat de berichten vanuit een andere computer zijn verzonden en dat uit de bewijsmiddelen niet duidelijk is geworden of het [gebruikte] IP-adres een statisch of dynamisch IP-adres is, hetgeen zou meebrengen dat meer mensen van dit IP-adres gebruik hebben kunnen maken, terwijl verder de verzending van e-mail vanaf een bepaald hotmail-adres niet zonder impliceert dat de houder van dat adres die e-mail ook verzonden heeft.

Het IP-adres bleek echter al bijna twee jaar uitsluitend bij de verdachte in gebruik. Dit is bij de provider eenvoudig na te gaan.

Dat de andere berichten verzonden zouden kunnen zijn van een andere computer – hetgeen inderdaad bij een hotmail-adres mogelijk is – is een mogelijkheid die het Hof als hoogst onwaarschijnlijk buiten beschouwing heeft kunnen laten, mede in aanmerking genomen wat het Hof over het IP-adres, zoals hiervoor vermeld en de verhouding tussen verdachte en [het slachtoffer] heeft vastgesteld. Dan zou een derde zich onbevoegd het wachtwoord en het e-mailadres hebben moeten verschaffen. Daarbij komt nog dat uit bewijsmiddel 9 kan worden afgeleid dat het desbetreffende e-mailadres “[e-mailadres 1]” 168 keer is aangetroffen op de computer van de verdachte.

Oftewel: het IP-adres was twee jaar lang aan u toegekend, niemand anders kon op de tijdstippen vanaf uw PC mails versturen en gezien de inhoud is het zeer aannemelijk dat u ze geschreven heeft. Dus u was het.

Nu is het theoretisch mogelijk dat iemand die PC op afstand gekraakt heeft, en zo vanaf die PC alles kon doen waar hij zin in had. Inclusief dus bedreigende mails sturen naar de collega van de verdachte die de aangifte van bedreiging had gedaan. Ook voor dat geval heb je een getuige-deskundige nodig, die sporenonderzoek gaat doen om te kijken of er b.v. een Trojaans paard of rootkit op de PC aanwezig is.

In dit vonnis gaf de rechtbank mooi weer hoe zulk bewijs wordt toeepast:

Tegen het feit dat [een tweede deskundige] ter terechtzitting in hoger beroep, sprekend over de theoretische mogelijkheid dat hem sporen van hacking zouden zijn ontgaan, heeft opgemerkt dat hacken niet uit te sluiten is, weegt op dat hij voor het feit dat dat zou zijn gebeurd (te weten dat die computers wèl gehackt zouden kunnen zijn geweest) geen enkele aanwijzing heeft gevonden en dat de aangetroffen sporen op de computers dermate in elkaar grijpen en interne consistentie vertonen dat het onwaarschijnlijk is dat de sporen anders dan door normaal gebruik van de computers – en dus niet door manipulatie van buitenaf – op die computers terecht zijn gekomen.

Je kunt dus niet zonder meer zeggen “er kan gehackt zijn, dus ik was het niet”. Wat er precies gebeurd is, moet meespelen bij de inschatting of de verdachte het gedaan heeft. Een geavanceerde computerinbraak bij Defensie vanaf het thuisnetwerk van Jan en Petra van 83 die vorige week voor het eerst “internet hebben gekocht”, zal waarschijnlijk door een langsrijdende hacker gepleegd zijn. Een ruzie op school die vervolgens leidt tot anonieme scheldmails zal echter waarschijnlijk door de ruziemaker gestart zijn.

Arnoud

Vervalsen van digitaal bewijs

Een slimme lezer las mijn artikel over digitaal spoorzoeken en bedacht het volgende:

Een verzender verstuurd daadwerkelijk een bericht dat zo is vormgegeven dat het lijkt dat het vervalst is. Hiermee lokt hij bijvoorbeeld een levering, dienst of toezegging uit en probeert onder zijn eigen toezeggingen uit te komen door zijn bericht als onecht aan te merken.

Aangezien de ontvanger er belang bij kan hebben om een onecht bericht voor echt door te laten gaan, hebben beide partijen dus een motief om te “knoeien” met een emailbericht. Met andere woorden, welke conclusie moet een rechter trekken als je kunt aantonen dat een email niet in orde lijkt?

Elektronisch bewijs is in theorie triviaal te vervalsen, dat klopt. Er zijn het afgelopen jaar een paar zaken geweest waarbij b.v. MSN chatlogs gebruikt werden als bewijs, maar daarbij waren partijen het eens over de inhoud van de log. De discussie ging over hoe het gezegde moest worden geïnterpreteerd.

De rechter moet bij bewijs altijd afwegen wat de partijen zeggen over het bewijs, en dan concluderen wat hem het meest logisch voorkomt. De eerste vraag is dus altijd of de partijen het bewijs wel in twijfel trekken. Als beiden het eens zijn, of zelfs maar er niets over zeggen, dan mag de rechter niet zelfstandig nog eens gaan kijken of het bewijs technisch wel klopt.

De rechter hoeft dus geen verstand te hebben van techniek. Hij moet alleen maar kunnen inschatten welke deskundige het meest overtuigend overkomt. Degene die uitlegt dat er met bewijs geknoeid is, of degene die aantoont dat dit toch echt een legitiem bericht was?

De partijen zullen dus zelf moeten aantonen of het bewijs klopt. Alleen maar roepen dat het bewijs vervalst zou kunnen zijn, is niet genoeg. Je zult wel moeten aangeven waarom dat waarschijnlijker is dan dat het bericht echt is. Waarom zou een hacker nu net jouw draadloze netwerk uitkiezen om muziek mee te verspreiden, en dan ook nog eens jouw account gebruiken? Om die reden verloor Jammie Thomas haar rechtszaak. Plus natuurlijk het feit dat zij geen draadloos netwerk had. Oeps.

In het geval van de vraagsteller hebben we persoon A, die een bestelling plaatst bij B met daarin opzettelijk aangebrachte wijzigingen. B ziet deze niet en handelt de bestelling keurig af. Achteraf zou A dan kunnen claimen dat hij de bestelling niet geplaatst heeft. Maar waarom zou hij? Dan moet hij het bestelde natuurlijk teruggeven. Dat is hooguit leuk voor 13jarigen die een keer iemand willen pesten.

Ik zou me kunnen voorstellen dat persoon A iets beledigends over B wil publiceren, en dat doet vanaf zijn eigen account maar in een vaag cybercafé in Duitsland, met meer spelfouten dan normaal en met nog wat dingen die hij normaal niet doet. Hij kan dan achteraf claimen dat zijn account gehackt was, of dat iemand anders er in geslaagd is het bericht te plaatsen onder zogenaamd zijn naam. Dat zou hij kunnen winnen. Maar ik zou dan wel verwachten dat hij het bericht meteen weghaalt of laat halen. Gaat hij eerst verdedigen dat het bericht niet beledigend was, en daarna pas roepen dat hij gehackt was, dan zal dat niet geloofwaardig overkomen.

Het zal dus altijd afhangen van alle omstandigheden van de zaak.

Arnoud

Mag de werkgever privébestanden op een bedrijfspc doorzoeken?

Een lezer vroeg zich af:

Stel op een bedrijfspc staan bestanden die het privé-eigendom zijn van een medewerker. Nu wil de werkgever op die pc bepaalde werkgerelateerde documenten opvragen, maar hij weet niet precies waar die staan. Vanwege een arbeidsconflict wil de werknemer niet meewerken. Mag de werkgever nu de pc doorzoeken, of moet hij vanwege het risico van privacyschending toch de werknemer dit laten doen?

Ook op het werk heb je privacy. Een werkgever mag niet zomaar monitoren wat mensen doen op de bedrijfspc. Hij moet daar een reglement voor opstellen waarin staat wat er wanneer gemonitord wordt en voor welk doel. En zelfs met een reglement mag niet zomaar alles: er moet altijd een redelijke aanleiding zijn om te gaan monitoren. Een vermoeden van fraude of illegale activiteiten, maar ook disproportioneel veel dataverkeer kan zo’n aanleiding zijn.

Hier ligt het iets lastiger: de werkgever heeft een legitieme reden om op die pc te gaan zoeken, maar kan daarbij (bedoeld of onbedoeld) een blik werpen in privé-bestanden. Hij zou bijvoorbeeld een zoekopdracht kunnen geven voor alle documenten met een bepaalde tekst. Als die ook in een privé-document staat, krijgt hij vervolgens daar de inhoud van te zien. En bij bijvoorbeeld afbeeldingen laat Windows heel behulpzaam een thumbnail zien met de inhoud.

Als je het de werknemer niet kunt laten doen, dan wordt het lastig. Het beste zou zijn om dan een onafhankelijk iemand de doorzoeking te laten doen. Grote bedrijven hebben vaak een speciaal iemand, een vertrouwenspersoon of compliance officer wiens taak het is om toe te zien op de naleving van de ethische regels binnen een bedrijf. Bij een vermoeden van bedrijfsmatige fraude kun je dan als werknemer die persoon inschakelen. Deze zou dan ook in dit geval kunnen helpen.

Natuurlijk is het niet de bedoeling dat mensen privé-bestanden op een bedrijfspc zetten. Maar zolang die bestanden geen schade aanrichten, kan een werkgever daar weinig tegen doen. De grens is soms ook lastig te trekken. Ik doe een cursus voor mijn werk; is de uitwerking van een cursusopgave nu een werkgerelateerd document? En de routebeschrijving om bij die lokatie te komen? En de lijst met goeie restaurantjes in de buurt? En de e-mail naar een vriendin met een uitnodiging om dan samen te gaan eten omdat zij vlakbij de cursuslokatie woont?

Arnoud

Opgenomen gesprekken publiceren

Via mijn referer log vond ik deze vraag op een forum over bijstand, onder het kopje Onterecht beschuldigd van agressie!! De vraagsteller had telefonisch geklaagd over een “bitse reactie” van een medewerkster van de Sociale Dienst, en de persoon aan de andere kant had dit verstaan als “die bitch z’n reactie”. Wat aanleiding was om maatregelen tegen de vraagsteller te nemen. Die schrijft:

Ik heb een opname van het gesprek (en ja ik heb uitgezocht dat het legaal is om je eigen gesprekken op te nemen), mag ik dit als bewijs invoeren bij dat gesprek om aan te tonen dat het gaat om een misinterpretatie van het gezegde? Of moet ik een officieel bezwaarschrift indienen?

Inderdaad mag je je eigen telefoongesprekken opnemen. Het is pas strafbaar als je een gesprek opneemt waar je geen deelnemer aan bent. Je hebt dus geen toestemming nodig om je eigen gesprekken op te nemen, en je hoeft het zelfs niet te melden (al is dat wel netjes).

Maar, zoals verderop in de discussie naar voren kwam, je mag niet zomaar gesprekken publiceren zonder toestemming van je partner. Die verwacht dat zo’n telefoongesprek vertrouwelijk is, en publicatie zal dus al snel schending van zijn of haar privacy opleveren.

Of dat hier ook opgaat? Ik denk het niet. De medewerker van de sociale dienst heeft zelf de inhoud van het gesprek doorgegeven om te klagen over het taalgebruiker van de beller. Zij kan er dan moeilijk bezwaar tegen maken als de beller laat horen wat er werkelijk gezegd is.

Arnoud