Kroes keurt overname Doubleclick door Google goed

De Europese Commissie heeft Google dinsdag toestemming gegeven voor de overname van het online advertentiebedrijf Doubleclick, meldt nu.nl. De grootste advertentieboer en zoekmachine ter wereld kan daarmee haar aankoop van die andere grote advertentieboer afronden.

Uit onderzoek van de Commissie bleek namelijk dat er geen kans was op een beperking van de concurrentie, iets waar de Commissie altijd erg fel op is. De reden is vrij eenvoudig: de twee bedrijven opereren niet in dezelfde markt.

Zoals Emerce schrijft:

Google brengt adverteerders via een zelf ontwikkeld bemiddelingssysteem in contact met gebruikers van zijn zoekmachine en geaffilieerde sites. DoubleClick is een bedrijf dat technologie exploiteert om beeldreclame (banners) uit te serveren.
DoubleClick is met andere woorden niet actief in de markt waar Google groot in is. Door DoubleClick te kopen, verandert er dus niets aan Google’s positie op die markt. En daarom is er geen juridisch bezwaar tegen de overname.

Maar het privacyprobleem daarmee dan? Tsja. Dat behoort niet tot het onderzoeksgebied van de Europese Commissie. Daar moeten andere instanties een uitspraak over doen, maar dat kan pas als blijkt dat Googleclick zich niet aan de strenge Europese wetgeving over privacy houdt.

Poll: wie heeft Doubleclick nog niet in zijn of haar Adblock lijst dan wel /etc/hosts staan? en zo ja waarom niet?

Arnoud

Google Knol: Wikipedia, maar dan anders

Gaat Google de aanval aan op Wikipedia? Dat vraagt Marketingfacts zich af na de aankondiging van Google Knols. Knols zijn pagina’s geschreven door experts op elk denkbaar gebied. De pagina’s worden gemaakt door een eigen CMS binnen Google en zullen speciaal belicht worden bij relevante zoekresultaten. Dat lijkt dus op Wikipedia (dat ook altijd belachelijk hoog scoort bij zoekopdrachten), maar er is één belangrijk verschil: waar Wikipedia pagina’s door iedereen mogen worden gewijzigd, houdt de auteur van een Knol de controle over zijn werk. Voor Google erg handig, want ze willen namelijk auteurs vergoeden voor hun werk via inkomsten uit advertenties.

Google Knol met Creative Commons licentieIk zie een intrigerende nieuwe mogelijkheid: Knols zijn beschikbaar onder Creative Commons (CC-BY 3.0), dus hergebruik in aangepaste vorm is toegestaan. Je kunt dus andermans Knol niet wijzigen, maar wel de boel integraal copy&pasten naar je eigen knol en daar de wijzigingen doorvoeren die je leuk vindt. En als mensen dan jouw versie beter vinden, kom jij hoger in Google dan de oude versie. Zo ontstaat er concurrentie tussen auteurs en tussen teksten.

Om een heel andere reden ziet Ars Technica die gedeelde inkomsten als ‘evil’:

The lure of filthy lucre is likely to force several changes on the community model of current social knowledge projects. For one, it will break the community-oriented, we’re-all-working-on-this-together spirit of sites like Wikipedia. With Knol, we’re not in this together; we’re in competition. Writing a knol on a popular topic could become a cash cow, as Google promises to split ad revenue with the author.

UPDATE: (31 december) bij Ars Technica is Citizendium er van overtuigd dat zij gaan winnen van Google Knol.

Arnoud

Waarom Google alles gratis weggeeft

Om alvast maar in de sinterklaassfeer te komen. Binnen tien jaar nadat het bedrijf opgericht werd, zit Google op een jaaromzet van meer dan tien miljard dollar. En zowat al hun diensten geven ze nog gratis weg ook. Hoe doen ze dat toch?

Advertenties, inderdaad. Maar niet iedereen die alles gratis weggeeft met een advertentie er op, haalt tien miljard binnen. Er moet dus iets bijzonders zijn aan de manier waarop Google dat doet. Nicholas Carr schreef een artikel over dit Google enigma.

Het sleutelwoord is complementair. Complementaire zaken zijn dingen die de klant nodig heeft bij je core business. Verkoop je hot dogs, dan zijn mosterd en ketchup complementair. Maak je televisies, dan zijn besturingssystemen complementair. Onderdeel van je innovatiestrategie moet zijn er voor te zorgen dat complementaire zaken zo goedkoop mogelijk beschikbaar komen. Daarom gebruiken zo veel bedrijven open source bijvoorbeeld.

In Google’s geval zijn advertenties uiteraard de core business. Of beter gezegd, de beste advertentie bij de zoekresultaten of andere diensten. Al die diensten zijn dan complementair. En wat is nu het mooie voor Google?

Because the marginal cost of producing and distributing a new copy of a purely digital product is close to zero, Google not only has the desire to give away informational products; it has the economic leeway to actually do it. Those two facts — the vast breadth of Google’s complements, and the company’s ability to push the price of those complements toward zero — set the company apart from other firms. Google faces far less risk in product development than the usual business does. It routinely introduces half-finished products and services as online “betas” because it knows that, even if the offerings fail to win a big share of the market, they will still tend to produce attractive returns by generating advertising revenue and producing valuable data on customer behavior. For most companies, a failed launch of a new product is very costly. For Google, in general, it’s not. Failure is cheap.

Lees verder in The Google Enigma.

Mocht u wat cynischer van aard zijn, dan is Fake Steve’s Blindfolded Basketball analyse van Google’s bedrijfsmodellen wellicht interessanter.

Arnoud

Octrooi op portable datacentrum

Advertentiereus annex zoekmachine Google is al een tijd bezig met portable datacentrums in de vorm van containers. Ik geloof niet dat iemand ze ooit gefotografeerd heeft (al zijn er wel veel foto’s van een portable Sun datacentrum), maar Google heeft er ondertussen wel octrooi op. Dat is opvallend, want dit idee bestond allang.

Het octrooi beschermt een combinatie van twee zeecontainers. In de ene is een verzameling computersystemen gemonteerd zodanig dat ze gewoon werken in de zeecontainer, en in de andere zit de koeling. Als je de twee aan elkaar schakelt, heb je een werkend datacenter.

Wat verbaast is dat het idee niet nieuw was. Eind 2005 schreef Bob Cringely als eerste over deze Google “datacenters-in-een-container”:

This shipping container is a prototype data center. Google hired a pair of very bright industrial designers to figure out how to cram the greatest number of CPUs, the most storage, memory and power support into a 20- or 40-foot box. We’re talking about 5000 Opteron processors and 3.5 petabytes of disk storage that can be dropped-off overnight by a tractor-trailer rig. The idea is to plant one of these puppies anywhere Google owns access to fiber, basically turning the entire Internet into a giant processing and storage grid.

Foto (mockup) uit het Petabox paper, fotograaf onbekendMaar de octrooiaanvraag is uit december 2003. Het ging dan ook niet zozeer om deze column, maar om dit artikel van Bruce Baumgart, waarin hij ten behoeve van het Internet Archive beschrijft hoe de Petabox er uit zou kunnen zien. En dat artikel was al op 8 november 2003 gepubliceerd. Prior art dus; wat in dat artikel staat, kan Google niet rechtsgeldig in een octrooi claimen.

Wat ik helemaal opvallend vond, was de column van Cringely waarin hij meldt dat Bruce Baumgart het idee diverse malen in het openbaar zou hebben gepresenteerd – met Larry Page van Google in het publiek.

Een verschil is wel dat de container van Baumgart de koeling regelt via een serie airco’s die aan de buitenkant van de container is gemonteerd. Google stopt ze in een aparte container, wat het voordeel heeft dat beide containers via standaard methoden verplaatst kunnen worden. Airco’s aan de buitenkant maken het lastig om deze containers dicht op elkaar te plaatsen bijvoorbeeld.

Container uit het paper van Baumgart

Via Slashdot en Nicholas Carr, die dit trouwens trailer park computing noemt.

Arnoud

Aziatische privacyregeling: een model voor de wereld?

Google pleit voor wereldwijde regels voor privacy-bescherming, en dan het liefst voor harmonisatie volgens het APEC privacy framework. Zo schrijft Tweakers:

Peter Fleischer, die bij Google raadgever is betreffende privacy-aangelegenheden, stelt dat het van levensbelang is voor het internet en de wereldwijde economie, maar niet in het minst voor Googles eigen zaakjes, dat er maatregelen genomen worden tegen het huidige lappendeken van conflicterende privacyregels.

Nee, APEC kende ik ook niet. De Asia-Pacific Economic Cooperation is een samenwerkingsverband tussen 21 Aziatische landen (inclusief de VS), dat niet-bindende raamwerken en adviezen opstelt. Eentje daarvan is dus het privacy framework (PDF).

De pers lijkt positief: Google in de bres voor online privacy, meldt b.v. ZDNet. De Automatisering Gids ziet zelfs een kruistocht voor privacy. Slechts een enkel bericht (de NRC bijvoorbeeld) is kritisch. Wat staat er dan voor bijzonders in dat raamwerk?

De uitgangspunten komen grotendeels overeen met de Europese privacyregels: er is een informatieplicht voor de persoon in kwestie, deze heeft het recht de gegevens aan te passen, verwerking mag alleen voor de afgesproken doelen, enzovoorts. Het raamwerk kent op diverse plekken wel de mogelijkheid af te wijken als dat “not appropriate” zou zijn.

Wat mij trof, was de uitzondering voor “publicly available information”, alle informatie die de persoon zelf publiceert of die uit openbare bronnen te halen is.

The APEC Privacy Framework has limited application to publicly available information. Notice and choice requirements, in particular, often are superfluous where the information is already publicly available, and the personal information controller does not collect the information directly from the individual concerned. Publicly available information may be contained in government records that are available to the public, such as registers of people who are entitled to vote, or in news items broadcast or published by the news media.

Concreet: het recht van inzage en de meldingsplicht dat persoonsgegevens worden verwerkt, komen te vervallen bij verwerking van publiek beschikbare persoonsgegevens. Wat op internet bij elkaar geharkt wordt, hoeft niet gemeld te worden aan de betrokkene(n). Dat wijkt behoorlijk af van de Europese regels.

Een andere belangrijke afwijking is dat de APEC regels geen onderscheid maken tussen ‘gewone’ en ‘bijzondere’ persoonsgegevens. Die laatste zijn bijvoorbeeld ras, afkomst of seksuele voorkeur. Zulke gegevens mogen alleen in bijzondere gevallen worden verzameld en verwerkt, en daar gelden extra strenge regels voor. Het APEC raamwerk doet daar niet moeilijk over, dat mag gewoon allemaal.

Daarnaast is dit raamwerk zo algemeen geformuleerd dat je nauwelijks kunt spreken van een eenvormige regeling. De juridische kritiek is dan ook niet mals.

Natuurlijk zijn deze regels fijn voor Google, dat immers vrijwel alleen informatie uit openbare bronnen verwerkt. Denk aan Google Street View en allerlei databanken die zij verzamelen en combineren. Reden voor EPIC om boos te worden.

Het idee van wereldwijd dezelfde privacyregels is natuurlijk goed. Alleen, dan moeten het ook wel goede regels zijn.

Arnoud

Perfect 10 – oude zaak, nieuwe insteek

Perfect 10, de pornoboer met de vele rechtszaken, heeft er weer een nieuwe bij. Microsoft’s MSN Search wodt ditmaal aangeklaagd voor schending van auteursrecht omdat ze –net als Google– kleine versies laten zien van de plaatjes op de site van Perfect 10.

Hardleers? Misschien. Maar wel slim. Google staat bekend om haar laten we zeggen flexibele houding tegenover auteursrecht. Maar bij Microsoft ligt dat anders, zo verklaarde Perfect 10:

You would think that as a major copyright holder itself, Microsoft would be extremely sympathetic to concerns of other copyright holders, and would go out of its way to not copy copyrighted works without permission, or link to or promote massive thieves [sic] of other people’s property

Slim. Ik zie Microsoft niet zo snel roepen dat het maar eens wat minder streng moet met dat auteursrecht.

Arnoud

Innovatie in draadloos breedband: Nederland versus VS

In Nederland zal het nog wel even duren voor we landelijk draadloos breedband hebben. Het laatste nieuws hier is dat we een “proeftuin voor digitale diensten” gaan beginnen dit najaar. Zo kan bijvoorbeeld een rederij in de haven een kleine FM-zender neerzetten om wachtende passagiers via de autoradio te informeren. Hoe innoverend.

Nee, dan de VS. Daar komt het 700 MHz spectrum vrij omdat alle Amerikaanse televisie in 2009 digitaal moet zijn. De FCC organiseert een veiling voor bedrijven die draadloze breedbandnetwerken op deze frequenties willen aanbieden. Traditioneel zitten in de VS draadloze netwerken meestal stevig op slot, en de apparaten zijn beperkt in hun mogelijkheden. Dankzij lobbywerk van Google gelden voor dit spectrum nu andere regels.

Die netwerken moeten open zijn: klanten mogen op zo’n netwerk willekeurige applicaties gebruiken, zoals bijvoorbeeld Skype, en het moet werken met elk apparaat op het draadloos netwerk. Het belangrijkste doel van de veiling lijkt daarmee gedeeltelijk gehaald: met zo’n open netwerk ontstaat een derde manier van toegang tot Internet, naast kabel en (ADSL)-telefoon.

In een kritisch artikel in Fortune maakt Brent Schlender zich nog zorgen over de marktmacht van Google die blijkt uit dit lobbywerk en wat Google van plan is met die bandbreedte. Google is een advertentiefirma die zo veel mogelijk kanalen wil openstellen om advertenties aan gebruikers van hun diensten te kunnen tonen:

Google wants to take its breathtakingly profitable targeted advertising beyond PCs and inject it into any other medium it can find, whether it be radio or TV or even newspapers and magazines. But the biggest prize of all may be cellphones. Why? Because there are so damn many of them, and they’re behaving more and more like pocket-sized, full-blown computers (e.g. the iPhone).

Ik hoef geen iPhone, maar ik wil wel landelijk dekkend draadloos breedband. Dan zoek ik op de site wel op wanneer de veerboot vertrekt.

Arnoud

Google blogt over wetgeving, politiek en recht

Google blijkt al twee maanden een Google Public Policy Blog online te hebben, alleen is het nu pas publiek toegankelijk.

De blog bespreekt de Google visie en policy op allerlei onderwerpen, zoals netwerk-neutraliteit (met reactie op Ars Technica) en privacy.

De voor mij interessantste is auteursrecht. Google krijgt tenslotte veel kritiek over hun aanpak van “wij indexeren alles tenzij u zegt dat u het niet wilt”. Google legt nu uit waarom zij het zo doen:

Of course, some people argue that we should be asking content owners to opt in, not requiring them to opt out. Google aims to provide comprehensive search results. This would be impossible in a world where permission simply to index (which is entirely legal) was necessary. But we also believe that opt-out rather than opt-in benefits not just Google users, but also content owners. If content isn’t indexed it can’t be searched. And if it can’t be searched, how can it be found? Imagine a library with no index of titles or subjects of the books on its shelves, or no catalogue of the authors who wrote them.

Doel van de blog is duidelijk lobby’en:

We hope this blog will serve as a resource for policymakers around the world — including legislators, ministers, governors, city councilmembers, regulators, and the staffers who support them — who are trying to enact sound government policies to foster free expression, promote economic growth, expand access to information, enable innovation, and protect consumers. We also hope (cliché alert) that this blog will promote real conversation, so we’ve enabled comments.

Gevonden via Searchengineland nadat the Inquirer het meldde maar de link wegliet. Handig jongens!

Arnoud

Politie “googelt”, maar niet met Google

Intrigerende kop op NU.nl: Het Korps Landelijke Politiediensten en de andere 25 politiekorpsen kunnen binnenkort criminele informatie van andere korpsen ‘googelen’. Het blijkt echter te gaan om een intern informatiesysteem, BlueView geheten, waarmee het makkelijker wordt om gegevens bij elkaar te zoeken over criminelen.

De redacteur die besloten heeft om dit met “googelen” te koppen, kan een boze brief van Google verwachten. Want googelen mag alleen met Google.

Het is niet alleen NU.nl, maar ook vele anderen. De Pagerank van de resultaten suggereert dat het de Automatisering Gids is die het eerste met deze kop kwam.

Arnoud

“Ik google” mag niet, “iGoogle” mag wel?

Google’s persoonlijke zoekdienst heet voortaan iGoogle, meldt o.a. Tweakers. Leuke dienst, maar weten de merkenjuristen van Google hier van? Die kreet kan het bedrijf tenslotte bijna 50 miljard euro kosten.

“I Google” is immers Engels voor “ik google” (of “ik googel”, allebei mag), en als er iets is waar merkenmensen allergisch voor zijn dan is het wel dat merknamen als werkwoord worden gebruikt. Dan worden ze namelijk al heel snel gebruikt als generieke term, en dat is dodelijk voor je merk. Een algemene term kan geen merk zijn, want een merk moet een product of dienst onderscheiden van de concurrent.

De merkenadvocaat van Google legt uit:

Het is voor ons belangrijk dat we ons merk beschermen. Als mensen spreken over googlen willen we zeker weten dat ze zoeken met Google bedoelen en niet met een andere zoekmachine.

Op Adformatie meer uitleg van merkenadvocaat Evert van Gelderen:

Verwatering kan (juridisch gezien) plaatsvinden door toedoen van de merkhouder (in dit geval: Google) of door stilzitten van die merkhouder. Met andere woorden: als het Google te verwijten valt dat het merk Google in het normale spraakgebruik de gebruikelijke benaming van het soort product/dienst is geworden, dan kan Google niet langer optreden tegen het gebruik van het merk Google door anderen. De merkhouder zal – in voldoende mate – moeten optreden om te voorkomen dat zijn merk een soortnaam wordt. In dit geval dreigt het merk Google soortnaam te worden voor het zoeken op Internet en zal Google dus actief moeten optreden.

Google is dan ook erg alert op het gebruik van ‘Google’ als werkwoord. Zo las ik in een wat ouder artikel op BNR dat De Dikke van Dale als betekenis van “googelen” gewoon “zoeken op internet” hanteert.

De laatste versie van de Dikke van Dale geeft zoeken op internet als betekenis. Hoofdredacteur Ton den Boon zei dinsdag nog geen waarschuwing te hebben ontvangen.

,,Het is een algemeen bekend verschijnsel dat bedrijven hun merk zo proberen te beschermen”, reageerde Den Boon laconiek. Van Dale is in ieder geval niet van plan haar uitleg te wijzigen. ,,We beschrijven het algemeen Nederlands. U, ik en iedereen gebruikt googelen in deze betekenis.”

Op Taalbank maakte Ton van der Boon zich daar nog kwaad over.

Engelstalige woordenboeken zoals Merriam-Webster en de Oxford English Dictionary hanteren keurig als definitie “to use the Google search engine to obtain information on the World Wide Web”. De eerste keer dat het woord zo gebruikt werd, was overigens in 1999.

Arnoud