Koppelverkoop van iPhones, mag dat?

Eind november verplichtte een Duitse rechtbank T-Mobile om in Duitsland de iPhone ook los te verkopen. Voor 999 euro weliswaar, maar toch. In hoger beroep werd deze beslissing teruggedraaid. In Nederland is het nog maar de vraag of zo’n verbod er zou komen.

Inderdaad, dit is koppelverkoop. Maar koppelverkoop is bij ons gewoon toegestaan. De logica daarachter is dat je gewoon met de verkoper kunt onderhandelen over ontkoppelen tegen een lagere prijs, of dat je naar een andere verkoper kunt gaan die niet aan de koppelverkoop doet.

Heeft de verkoper een (bijna)monopolie, dan gaat die redenering natuurlijk niet op. Vandaar dat koppelverkoop dan wel verboden is. Dat is dan misbruik van een economische machtspositie.

T-Mobile, die in Nederland de iPhone zal gaan verkopen, heeft echter absoluut geen machtspositie op de markt voor mobiele telefonie. Een abonnement op die dienst koppelen aan koop van een iPhone is dan dus geen misbruik.

Slimmeriken redeneren andersom: T-Mobile heeft vanwege haar exclusieve contract met Apple wel een monopolie op verkoop van de iPhone. Zij koppelt die dan aan een abonnement, en dat is misbruik van dat monopolie.

Die redenering gaat echter alleen op als de iPhone een afzonderlijke markt is. Een monopolie op een product is wat anders dan een machtspositie in de markt voor dat soort producten. Natuurlijk is het een uniek ding, maar er zijn genoeg andere smartphones die in ieder geval qua functionaliteit in de buurt komen. En in de markt voor smartphones heeft T-Mobile geen machtspositie.

Arnoud

Waarom Google alles gratis weggeeft

Om alvast maar in de sinterklaassfeer te komen. Binnen tien jaar nadat het bedrijf opgericht werd, zit Google op een jaaromzet van meer dan tien miljard dollar. En zowat al hun diensten geven ze nog gratis weg ook. Hoe doen ze dat toch?

Advertenties, inderdaad. Maar niet iedereen die alles gratis weggeeft met een advertentie er op, haalt tien miljard binnen. Er moet dus iets bijzonders zijn aan de manier waarop Google dat doet. Nicholas Carr schreef een artikel over dit Google enigma.

Het sleutelwoord is complementair. Complementaire zaken zijn dingen die de klant nodig heeft bij je core business. Verkoop je hot dogs, dan zijn mosterd en ketchup complementair. Maak je televisies, dan zijn besturingssystemen complementair. Onderdeel van je innovatiestrategie moet zijn er voor te zorgen dat complementaire zaken zo goedkoop mogelijk beschikbaar komen. Daarom gebruiken zo veel bedrijven open source bijvoorbeeld.

In Google’s geval zijn advertenties uiteraard de core business. Of beter gezegd, de beste advertentie bij de zoekresultaten of andere diensten. Al die diensten zijn dan complementair. En wat is nu het mooie voor Google?

Because the marginal cost of producing and distributing a new copy of a purely digital product is close to zero, Google not only has the desire to give away informational products; it has the economic leeway to actually do it. Those two facts — the vast breadth of Google’s complements, and the company’s ability to push the price of those complements toward zero — set the company apart from other firms. Google faces far less risk in product development than the usual business does. It routinely introduces half-finished products and services as online “betas” because it knows that, even if the offerings fail to win a big share of the market, they will still tend to produce attractive returns by generating advertising revenue and producing valuable data on customer behavior. For most companies, a failed launch of a new product is very costly. For Google, in general, it’s not. Failure is cheap.

Lees verder in The Google Enigma.

Mocht u wat cynischer van aard zijn, dan is Fake Steve’s Blindfolded Basketball analyse van Google’s bedrijfsmodellen wellicht interessanter.

Arnoud

Van idee tot lopend vuur

The tipping point, of ‘het kantelpunt’ is het magische moment waarop een idee, trend of sociaal gedrag over een drempel heengaat, kantelt en zich verspreidt als een lopend vuur. Sanne Roemen blogt over The Tipping Point, visuele boekrecensie door Marina Noordegraaf. En die recensie ziet er zo uit:

Arnoud

Neem een octrooi en maak indruk op uw ouders

Een intrigerende opmerking in How to Change the World: The Top Ten Lies of Entrepreneurs, een artikel van venture capitalist Guy Kawasaki:

The optimal number of times to use the P word in a presentation is one. Just once, say, “We have filed patents for what we are doing.” Done. The second time you say it, venture capitalists begin to suspect that you are depending too much on patents for defensibility. The third time you say it, you are holding a sign above your head that says, “I am clueless.” Sure, you should patent what you’re doing–if for no other reason than to say it once in your presentation. But at the end of the [day], patents are mostly good for impressing your parents. You won’t have the time or money to sue anyone with a pocket deep enough to be worth suing.

Daar kan ik me als octrooigemachtigde helemaal bij aansluiten. Je moet heel goed weten waarom je een octrooi wilt hebben. Niemand zal je een zak met geld geven enkel omdat je “je idee gepatenteerd hebt”. Je concurrent zal er ook echt niet voor uit de markt blijven. En het is al helemaal geen garantie dat niemand anders je met zijn octrooien lastig gaat vallen.

De vraag is dus wat je gaat doen met dat octrooi. In een open innovatie-model zijn octrooien nuttig bij de verkoop of andere overdracht van technologie. Octrooien kunnen ook worden gebruikt als wisselgeld bij onderhandelingen. Als een bedrijf een octrooi heeft op een bepaalde uitvinding die een ander bedrijf wil toepassen, dan moet dat andere bedrijf daarvoor betalen. Maar als het andere bedrijf ook octrooien heeft die het eerste bedrijf graag zou willen gebruiken, dan kan het andere bedrijf in de onderhandelingen een goedkopere (of misschien wel gratis) licentie krijgen. Weet dus wat je van plan bent voor je octrooi aanvraagt. Alhoewel het wel stoer is om een vader met drie octrooien te hebben natuurlijk.

Guy Kawasaki is trouwens naast venture capitalist ook een van de beste sprekers ter wereld.

Arnoud

Gaspedaal.nl mag Autotrack.nl blijven doorzoeken

Alweer een zoekmachine vrijgesproken. Dit keer eens geen huizenzoekmachines maar een autozoekmachine: Gaspedaal.nl. Via deze zoekmachine kun je aan de hand van dingen als merk, kilometerstand, bouwjaar, prijs en postcode zoeken in een aantal sites met aangeboden tweedehands auto’s. Dat vond Wegener, de beheerder van die sites, geen leuk idee want zij hadden ruim 1,9 miljoen Euro gestoken in die sites. Door Gaspedaal liep men zo een deel van de gehoopte advertentie-inkomsten mis.

Trouwe lezers van deze blog herinneren zich ongetwijfeld nog de Jaap-zaak uit augustus van dit jaar, en de heel trouwe lezers ook nog het Zoekallehuizen-arrest uit 2006. Beide huizenzoekmachines opereerden ongeveer op dezelfde manier als Gaspedaal. En in beide gevallen riep de eigenaar van de doorzochte sites hun databankenrecht in om dit tegen te gaan.

Bij de huizenzoekmachines ging dat niet op, omdat je voor een databankrecht een substantiële investering in de databank moet doen. En makelaars investeren niet in een databank, die databank is een bijproduct en dus niet beschermd.

Wegener’s investering van 1,9 miljoen was echter wel substantieel en dus had zij een databankenrecht op haar autodatabank. De site van Gaspedaal.nl vraagt, zoals dat juridisch zo mooi heet, “herhaald of systematisch niet-substantiële gedeelten van de databank op”. Als dat ongerechtvaardigde schade toebrengt aan Wegener, pleegt Gaspedaal inbreuk op het databankenrecht.

Maar nee:

Er kan dan ook in dit geding niet op voorhand van worden uitgegaan dat het aantal bezoekers van AutoTrack.nl als gevolg van het op de markt komen van Gaspedaal.nl zal teruglopen. Dit betekent dat evenmin kan worden aangenomen dat – als Wegener stelt en Innoweb betwist – vanwege de terugloop van het aantal bezoekers van AutoTrack.nl de occasionbedrijven hun abonnementen bij Wegener zullen opzeggen en dat daardoor een terugloop van de inkomsten van Wegener te verwachten is.

Wegener had nog één laatste redmiddel. Net als bij Jaap neemt Gaspedaal stukjes tekst en fotootjes over van onder andere Autotrack. Dus net als bij Jaap werd de geschriftenbescherming in stelling gebracht. En net als bij Jaap haalde dat niets uit. Gaspedaal kopieert niet simpelweg de gegevens, maar selecteert de volgens haar belangrijkste en presenteert deze op haar eigen manier. En alleen als je (vrijwel) integraal alles klakkeloos overneemt, kun je inbreuk op deze bescherming plegen.

Kortom, niets onrechtmatigs aan deze zoekmachine.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9 en SOLV.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Van abstract en vrij idee naar beschermde concrete uitwerking (in Innovatie @ iusmentis.com)

Ideeën zijn vrij, maar andermans uitwerking mag je niet zomaar gebruiken. Waar de grens tussen die twee ligt, is heel moeilijk te zeggen. Het hangt af van in hoeverre er sprake is van een eigen uitwerking van bestaande feiten, techniek en modes of stijlen.

Iedereen mag op zijn eigen manier invulling geven aan een idee, concept, thema of stijl. Wat niet mag is andermans concrete uitwerking daarvan overnemen. Deze uitwerking is beschermd door het auteursrecht, aangenomen dat er sprake is van een creatieve, persoonlijke uitwerking. Wat door technische of andere randvoorwaarden wordt voorgeschreven, is niet beschermd.

Auteursrecht beschermt de vorm, de uitwerking waarin een idee, plot of wat dan ook gegoten is. Je mag geen concrete elementen uit die vorm of uitwerking overnemen. Wel mag je het idee, plot of concept overnemen en op je eigen manier uitwerken. Ook zakelijke feiten uit het origineel, en zelfs de stijl van de maker van het origineel, mag je hergebruiken. Maar bijvoorbeeld een vervolg op een bestaand boek schrijven, mag niet.

Lees verder in Van abstract en vrij idee naar beschermde concrete uitwerking (in Innovatie @ iusmentis.com).

Arnoud

Het recht om gevonden te worden bij de vrije meningsuiting

“Freedom of the press belongs to those who own one.” Dat citaat (van Henry Mencken), lijkt achterhaald nu iedereen een website, blog of vergelijkbare uitlaatklep op internet kan opzetten. Dat gebeurt dan ook, waardoor we nu met een ander probleem zitten: hoe vind je al die meningen, en het liefst ook nog eens de relevante? Met een zoekmachine natuurlijk.

Search is de toekomst, zo wordt ons voorspeld. Straks kunnen we alles vinden. Derde-generatie zoekmachines, ook wel Search 2.0, zullen ons precies de relevantste resultaten laten zien, gebaseerd op context, samenwerkende gebruikers, voorkeuren en al die andere dingen die Web 2.0 groot maken. Hopelijk reduceert dat de zoekmoeheid die mensen vandaag de dag treft.

Maar zoekmachines zijn niet neutraal, en hebben niet noodzakelijkerwijs het beste met ons voor. De klant staat voorop – en dat is de adverteerder. Wij zijn het product, en de zoekresultaten slechts een middel om dat product te kunnen leveren aan de adverteerders. Zoekmachines zijn dus onvermijdelijk vooringenomen.

In het uitstekende artikel A Right to Reach an Audience: An Approach to Intermediary Bias on the Internet schrijft juriste Jennifer Chandler over bias en het recht om gehoord te worden – of in ieder geval niet zomaar door een zoekmachine aan de kant gezet te worden.

Het recht op vrije meningsuiting omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken. Dat betekent niet alleen dat mensen niet gehinderd mogen worden bij hun meningsuiting. Onder omstandigheden kan iemands zelfs verplicht worden mee te werken aan andermans meningsuiting. Dat geldt in ieder geval voor de overheid – denk aan politiebescherming bij een demonstratie. Maar heeft een bedrijf of privépersoon die verplichting?

Of vrije meningsuiting horizontale werking heeft, zoals juristen dat noemen, is een open vraag. In de meeste gevallen niet. Een burger hoeft niet mee te werken aan andermans meningsuiting. Zeker niet op internet, zo lijkt het. Op internet kan iedereen zijn eigen kanaal opzetten en zich vrijelijk uiten. Bescherming lijkt niet zo nodig. Maar, zo pleit Chandler, juist hier is bescherming nodig. Bescherming tegen willekeur door zoekmachines:

[Free speech] includes not only the right to speak and the right to hear, but also the right to reach an audience free from the influence of extraneous criteria of discrimination imposed by selection intermediaries. If selection intermediaries block or discriminate against a speaker on grounds that listeners would not have selected, that speaker’s ability to speak freely has been undermined.

Chandler noemt vier criteria om dit “recht om gevonden te worden” af te kunnen dwingen:

  1. Zoekmachines mogen geen sites verwijderen uit de index, tenzij ze daartoe wettelijk verplicht zijn. Een publicatie die smadelijk is, strafbaar materiaal bevat of inbreuk op auteursrechten vormt, zou verwijderd moeten worden.
  2. <li>Zoekmachines moeten de criteria voor het sorteren van zoekresultaten publiceren. Niet te gedetailleerd, want dat nodigt maar uit tot misbruik, maar op een voldoende niveau dat mensen kunnen inschatten of deze zoekmachine voor hen nuttige resultaten op zal leveren.</li>
    
    <li>Zoekmachines mogen sites alleen weren uit zoekresultaten als sprake is van kennelijk misbruik. En in zo'n geval moeten zij de webmaster van de geweerde site informeren dat zij geweerd zijn.</li>
    
    <li>Zoekmachines moeten gesponsorde koppelingen duidelijk apart neerzetten en als zodanig identificeren, zodat de lezer meteen ziet of een resultaat "organisch" is of gesponsord.</li>
    

Vergelijkbare criteria zouden moeten gelden voor internetproviders, dit om netneutraliteit te kunnen garanderen.

Het is daarbij wel erg belangrijk hoe machtig de zoekmachine is. En dan kom je bij het mededingingsrecht terecht. Een dominante zoekmachine, zoals Google, heeft heel veel invloed. Bedrijven kunnen failliet gaan omdat ze niet meer via Google te vinden zijn. Obscure auteurs kunnen beroemd worden omdat ze ineens bovenaan staan. En wie zo’n machtspositie heeft, zo zegt de Mededingingswet, mag deze niet misbruiken. Op die grond zou je de bovenstaande criteria dus kunnen afdwingen.

Eerder schreef hoogleraar Eric Goldman het artikel Search Engine Bias and the Demise of Search Engine Utopianism, waarin hij stelt dat deze bias van zoekmachines niet noodzakelijkerwijs slecht is. Net als een krant redactionele invloed uitoefent, moet een zoekmachine dat ook. Met slechte resultaten trek je geen bezoekers, dus zoekmachines moeten wel selecteren.

En daar zit natuurlijk het knelpunt. Iedereen wil graag gehoord worden, maar ik wil alleen maar horen waar ik naar op zoek ben. Waarom zou een zoekmachine dan al die meningen in mijn zoekresultaten stoppen?

Goldman ziet dit dan ook als een tijdelijk probleem:

Complaints about search engine bias implicitly reflect some disappointed expectations. … [S]earch engines naturally will continue to evolve their ranking algorithms and improve search result relevancy—a process that, organically, will cause the most problematic aspects of search engine bias to largely disappear. To avoid undercutting search engines’ quest for relevance, this effort should proceed without regulatory distortion.

Daar zit dan weer wel het risico aan vast dat ik dan altijd alleen maar mijn eigen mening bevestigd zie, en nooit geprikkeld wordt door andersdenkenden om mijn eigen opvattingen bij te stellen. Dat pleit dus wel voor volledigheid.

Via Technology & Marketing Law Blog van diezelfde Eric Goldman.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Legal protection of trade secrets and know-how (in Innovation @ iusmentis.com)

Eindelijk weer eens iets in het Engels:

Trade secret law protects information or know-how that is valuable because of its secrecy. The owner of a trade secret must take reasonable steps to keep it a secret. Misappropriation of trade secrets, including violation of a non-disclosure agreement (NDA) is a tort and sometimes even a criminal act.

Trade secret law or tort law protects valuable business information from misappropriation by others. The main requirement is that the information must be kept a secret by its owner. Any kind of information, ranging from manufacturing know-how, formulas or devices to marketing intelligence can be protected as a trade secret. A misappropriator can be convicted to pay damages or to cease using the trade secret information.

Trade secrets are a form of intellectual property, but trade secret protection does not offer rights comparable to those offered by copyright, patent or trademark laws. In most countries, trade secret misappropriation is regarded as a specific form of unfair competition. Some countries have specific laws on the protection of confidential business information. The TRIPS Agreement requires that countries implement adequate legal protection for “undisclosed information”.

Lees verder in Legal protection of trade secrets and know-how (in Innovation @ iusmentis.com).

Vertaling volgt te zijner tijd.

Arnoud

De rol van octrooien bij cumulatieve innovatie

Octrooien beschermen innovatie. Met een octrooi kan een uitvinder anderen beletten de uitvinding toe te passen. Ook kan hij geld (een licentie) vragen voor gebruik van de uitvinding. Het octrooi onthult hoe de uitvinding werkt, zodat anderen deze na verloop van het octrooi kunnen gebruiken. Ze kunnen natuurlijk ook een alternatief verzinnen dat om het octrooi heen werkt.

Dat lijkt eenvoudig genoeg. Maar deze ietwat naïeve visie van innovatie gaat er vanuit dat uitvindingen op zichzelf staan. Een gloeilamp, een fietsbel, het wiel. Dat valt in de praktijk van vandaag vies tegen. Het octrooi op de televisie bestaat niet. Een televisie bevat honderden uitvindingen (uitvindinkjes?) van tientallen partijen. Ook in de ICT is sprake van deze cumulatieve innovatie.

Bij cumulatieve innovatie bestaat het risico dat één van deze tientallen octrooihouders verdere innovatie tegen kan houden, door een te hoge licentievergoeding te vragen of zelfs te weigeren een licentie te verlenen. Dat heet in de literatuur de tragedy of the anti-commons. Hoe kun je dat nu voorkomen? Octrooien maar afschaffen?

Toch niet: in een uitgebreid paper getiteld Patents and Innovation: Friends or Foes? tonen François Lévêque (hoogleraar economie aan de Ecole des mines de Paris) en Yann Ménière (research fellow bij het Centre d’Économie Industrielle) aan dat octrooien ook bij cumulatieve innovatie voor een positief effect op innovatie zorgen.

Available evidence suggests that patents globally have a positive effect on innovation in Computers and Electronics. Empirical studies find substantial Equivalent Subsidy Rates (measured by dividing the value of the firms’ patents by their R&D expense to produce those patents) in these industries (Lanjouw, 1998; Schankerman, 1998; Arora et al., 2003). Such high ESR reveal that the value of patents represents a significant share of R&D expenses, without however proving that patent protection really spurs these expenses.

Een vereiste is wel een deugdelijk functionerend octrooisysteem. Met name de scope van octrooien mag niet te breed zijn. Ook moet natuurlijk het onderzoek van de prior art goed geregeld zijn. De belangwekkendste suggestie vond ik het uitbreiden van de regelingen rond verplichte toegang (compulsory licensing) van octrooien die nodig zijn bij cumulatieve innovatie:

In this context, the enforcement of tight legal standards for patentability and effective mechanisms to challenge the validity of patents and patent claims can prevent the negative effects of patents on innovation (FTC, 2003). In several countries, patent systems also include exemptions to patent law for experimental use on drugs or on research tools in Biotechnology (OECD, 2006). Some authors also suggest that the creation of similar exemptions should be considered for experimentation or interoperability purposes in the software field (Burke & Lemley, 2006).

Eerder kwam ook al Vincenzo Denicolò in Do Patents Over-Compensate Innovators? (Universiteit van Bologna) tot dezelfde conclusie. Hij pleit ook voor het versterken van octrooirechten, zodat innovators beter toegang kunnen krijgen tot elkaars octrooien.

Arnoud