Andermans site scrapen, wanneer mag dat?

Voor Netters, een community voor webbouwers, schreef ik een juridische analyse over scrapen, hergebruik van stukjes content van andermans site.

Scrapen is een vorm van uitbesteden. Een zoekmachine bouwen is veel werk. En dat geldt niet alleen voor algemene zoekmachines zoals Google, maar ook voor speciale zoekmachines voor huizen, auto’s, contactadvertenties en noem maar op. Veel van dat werk zit hem in het verzamelen en onderhouden van de content. Hoe houd je je database up-to-date, wanneer verwijder je een te koop staand huis en bij welke advertenties moet je ingrijpen omdat er iets illegaals wordt verkocht? Erg fijn dus als je al dat gedoe kunt uitbesteden, en jij je alleen bezig hoeft te houden met zoekresultaten tonen – en natuurlijk de advertenties er omheen.

Maar ja, dan moet die advocaat wel een recht in stelling kunnen brengen. Zomaar iets laten verbieden gaat meestal niet. Dus wat valt er juridisch te doen tegen scrapen? Of omgekeerd, wat mag je scrapen van andermans site?

Lees verder in Andermans site scrapen, wanneer mag dat? bij Netters.

Arnoud

Online scrabbelen mag alleen als het Scrabble® is

Screenshot van crabulousSpellenmaker Hasbro is een rechtszaak begonnen om de online variant Scrabulous van internet te krijgen, meldde Slashdot vorige week. De site was in 2006 begonnen maar kreeg veel aandacht doordat men een versie ontwikkelden voor de sociale site Facebook: 2.3 miljoen gebruikers. En dat vond Hasbro dus niet leuk, want het is hun spel. Toch?

Eerst maar het makkelijke deel: als je een bordspel waarbij je woorden moet leggen met letters “Scrabulous” noemt, en daarbij zegt “Play the world’s favorite word game here for free!”, dan is het wel duidelijk dat je op de populariteit van Scrabble® aan het meeliften bent. Dat is merkinbreuk en dat mag dus niet.

Maar goed, dan noemen ze het “Letterblock” of zo, een naam die de schijn van aanhaken bij “Scrabble” vermijdt. En ze geven de blokjes en het bord een andere kleur. Dan wordt het lastig. Want dan kan Hasbro alleen nog in stelling brengen dat hun spelconcept overgenomen is.

Een spelconcept is als zodanig niet auteursrechtelijk beschermd. Een uitgewerkt concept kan beschermd zijn. Je mag dus niet iemands handleiding overtypen, het bord natekenen of de speelkaarten onder het kopieerapparaat leggen en het resultaat als je eigen werk verkopen. Maar op basis van het concept een eigen spel maken, mag wel.

Waar ligt de grens? Dat is, zoals altijd in het recht, lastig aan te geven. “Ontlenen” kan ook doordat je hetzelfde werk op je eigen manier weergeeft. In de Engelse vertaling van deze blogpost zal geen woord van het origineel terug te vinden zijn (behalve het woord Scrabble dan misschien), maar toch is het inbreuk op het auteursrecht om dit te vertalen. Gelukkig maar dat mijn licentie dit toestaat.

De rechter zal kijken of de twee spellen erg veel op elkaar lijken. Hoe meer punten van overeenstemming er zijn, hoe groter de kans dat er afgekeken dan wel ontleend is natuurlijk. En als ze erg lijken, draait de bewijslast om: de aangeklaagde persoon moet dan bewijzen dat hij het spel helemaal zelf bedacht heeft.

In een geval als dit:

Vier op een rij vs Four wins

(uit Hoge Raad 29 juni 2001, MB v Impag, met dank aan Dick van Engelen) bleek dat niet te doen. En ik vrees dan ook het ergste voor Scrabulous: de layout, spelregels, alles eigenlijk is zo duidelijk afgekeken van het bordspel van Hasbro dat de rechter toch heel snel inbreuk op Hasbro’s auteursrecht zal aannemen.

Arnoud

Hoe zeg je: “Dit werk is in het publiek domein”?

Stel je vindt op zolder een doos met oude foto’s van je overgrootvader. Die foto’s behoren tot het publiek domein: er zit geen auteursrecht meer op, want de beste man is meer dan zeventig jaar geleden overleden. Die foto’s kun je dan inscannen en op internet zetten, zodat iedereen daar mooie dingen mee kan doen. Maar hoe geef je nu op een duidelijke manier aan dat die foto’s inderdaad publiek domein zijn?

Creative Commons is daarom het CC Zero project begonnen. Net zoals Creative Commons-licenties machines-leesbaar zijn, is de CC0 aanduiding dat ook.

CC legt uit:

The CC0 Assertion will provide a means by which any person may assert that there are no copyrights in a work, within a system that permits others to judge the reliability of the assertion, based on the Asserter’s identity and other information the Asserter may provide. The CC0 Assertion (United States) is intended to address copyright status under US law. The Assertion may not be appropriate for Works created in or whose copyright status is governed by the law of other jurisdictions.

Dat laatste heeft te maken met het oude systeem van auteursrecht in de VS. In Nederland valt een werk pas in het publiek domein als de auteur 70 jaar overleden is, of er nu een copyright-vermelding op het werk stond of niet. Of je als auteur afstand kunt doen van je auteursrechten is niet helemaal duidelijk.

Tot 1978 moest een werk in de VS op zijn minst van een copyright notice voorzien zijn om auteursrechtelijk beschermd te zijn. Wie dus een oude Amerikaanse film ontdekt waar die notice niet op staat, kan via de CC0 aanduiding bekendmaken dat dit werk in het publiek domein rust. Volgens jurist Lauren Vanpelt zou dit ook moeten gelden voor Mickey Mouse trouwens, omdat de eerste film geen juiste notice had. Disney is het daar mee oneens, maar wie de slag met ze aan wil gaan, heeft nu een handige manier om de eerste stap te zetten.

Via Creative Commons.

Arnoud

Verplicht kijken: Steal This Film II

Anti-anti-piraterijIs het goed of juist slecht dat je informatie steeds minder in doosjes kunt verpakken? Met die vraag opent deel twee van de vrije film Steal This Film. Zoals ze bij Cirocco zeggen:

De film geeft een blik in misschien wel de grootste revolutie die de wereld ooit gekend heeft. Het verdwijnen van intellectueel eigendom en de democratisering van het produceren, reproduceren en herbewerken van content. Internet is het meest geniale medium tot nu toe. Het heeft een organische structuur die lijkt op onze natuur.

De film schetst de trend die al vanaf de uitvinding van de boekdrukkunst werd ingezet. Informatie werd steeds makkelijker te verspreiden, en dat was een bedreiging voor wie gewend was aan controle op informatie. Om die reden voerden de Britten in 1709 de Statute of Anne in, waarin drukkers het exclusieve recht (“copy right”) kregen boeken te drukken – en de koning daarmee een handige mogelijkheid van censuur.

US patent 167841Crux van de film is dat internet wezenlijk anders is dan eerdere kopieermechanismen. Dat zit hem in het gebrek aan centrale controle. Toezicht op een gilde van drukkers lukt nog wel. En een stuk of wat televisie- en radiostations is ook nog wel in de gaten te houden. De mogelijkheid van toezicht zat van nature ingebouwd in het systeem. Maar op internet kan iedere computer alles doen. Er is geen centraal toezicht, en er is geen toestemming van anderen nodig om iets te gaan aanbieden. En dat is, zacht gezegd, even wennen.

Minstens zo belangrijk is de invloed die dit heeft op cultuur. Mensen ontwikkelen nieuwe gewoontes door nieuwe technologie. Door de videorecorder kon ik een televisieprogramma kijken wanneer ik dat wilde. En door internet kan ik downloaden wat ik wil, wanneer ik dat wil. Mensen zijn gewend aan het idee “klik ergens op en je krijgt het; meteen en gratis”. Dat idee wordt alleen maar versterkt door diensten als Flickr en Youtube en ja, ook Napster, Kazaa en Bittorrent.

En dat is natuurlijk niet zo fijn als je business model bestaat uit het gecontroleerd verkopen van een doosje met informatie.

De film is te downloaden via Bittorrent, maar staat ook in vijf delen op Youtube (deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5). Veel pratende hoofden, waarvan eentje computergegenereerd, maar absoluut de moeite van het kijken waard!

Arnoud<BR/> (Pro-piraterij logo door Nick Schaffner, publiek domein)
(drukpers afkomstig uit US patent 167841)

Google Knol: Wikipedia, maar dan anders

Gaat Google de aanval aan op Wikipedia? Dat vraagt Marketingfacts zich af na de aankondiging van Google Knols. Knols zijn pagina’s geschreven door experts op elk denkbaar gebied. De pagina’s worden gemaakt door een eigen CMS binnen Google en zullen speciaal belicht worden bij relevante zoekresultaten. Dat lijkt dus op Wikipedia (dat ook altijd belachelijk hoog scoort bij zoekopdrachten), maar er is één belangrijk verschil: waar Wikipedia pagina’s door iedereen mogen worden gewijzigd, houdt de auteur van een Knol de controle over zijn werk. Voor Google erg handig, want ze willen namelijk auteurs vergoeden voor hun werk via inkomsten uit advertenties.

Google Knol met Creative Commons licentieIk zie een intrigerende nieuwe mogelijkheid: Knols zijn beschikbaar onder Creative Commons (CC-BY 3.0), dus hergebruik in aangepaste vorm is toegestaan. Je kunt dus andermans Knol niet wijzigen, maar wel de boel integraal copy&pasten naar je eigen knol en daar de wijzigingen doorvoeren die je leuk vindt. En als mensen dan jouw versie beter vinden, kom jij hoger in Google dan de oude versie. Zo ontstaat er concurrentie tussen auteurs en tussen teksten.

Om een heel andere reden ziet Ars Technica die gedeelde inkomsten als ‘evil’:

The lure of filthy lucre is likely to force several changes on the community model of current social knowledge projects. For one, it will break the community-oriented, we’re-all-working-on-this-together spirit of sites like Wikipedia. With Knol, we’re not in this together; we’re in competition. Writing a knol on a popular topic could become a cash cow, as Google promises to split ad revenue with the author.

UPDATE: (31 december) bij Ars Technica is Citizendium er van overtuigd dat zij gaan winnen van Google Knol.

Arnoud

Waarom ik al mijn werk gratis weggeef

CC-BY-SAOp Flickr staan meer dan 55 miljoen foto’s onder een Creative Commons licentie. Die mag je dus allemaal gratis en voor niets gebruiken en verder verspreiden. Tenzij je dat commercieel wilt doen: bij bijna 80% van de foto’s heeft de fotograaf dat specifiek verboden. En dat is niet alleen zo bij Flickr. Ook op weblogs en andere sites met Creative Commons materiaal wordt vaak gekozen voor de optie om commercieel gebruik te verbieden. Waarom zou dat zijn?

Creative Commons is voor veel mensen nogal wennen. In plaats van de volledige controle te houden, sta je nu toe dat anderen je werk verspreiden en misschien zelfs bewerken. Goed, ze moeten je naam er bij laten staan, maar zullen ze die wel goed spellen? In mijn geval een zeer relevante vraag. En gaan ze niet knoeien in mijn prachtige tekst, of knippen in die foto? Maar heb je je eenmaal over die angst heen gezet, dan zie je wat een mooi resultaat Creative Commons kan opleveren. Je werk wordt door anderen zichtbaar gewaardeerd. Je vakantiefoto blijkt voor iemand waardevol genoeg om het logo van zijn site te worden. Je blogpost komt in een online cursus over bloggen terecht, of je muziek wordt onderdeel van een grappig filmpje.

Soms zal dat gebruik ‘commercieel’ zijn. Anderen verdienen dan geld met jouw werk. En dat is iets waar veel mensen moeite mee lijken te hebben. Stel je voor dat iemand jouw werk in een boek gaat uitgeven en daar geld mee verdient. Of je foto in een advertentie-campagne verwerkt en overal in bushokjes ophangt. Instinctief roept dat een verontwaardigd gevoel op. Hoe durven ze. Maar is dat gevoel nu “hoe durven ze geld te verdienen met mijn werk” of eigenlijk “hoe durven ze geld te verdienen met mijn werk zonder mij een deel te geven”? Volgens mij het laatste. En ik vraag me af of dat wel een goede reden is.

Een tijd geleden sprak ik daarover met een econoom. Die had een boekje geschreven, zag geen kans dat uitgegeven te krijgen en slingerde het toen maar als Creative Commons op internet. Maar wel onder een “non-commercial” licentie. Want stel iemand ging het toch uitgeven, dan liep hij inkomsten mis. Na een half uur filosoferen kwamen we echter tot de conclusie dat als je zelf geen kans ziet het werk te vercommercialiseren, er eigenlijk geen economische rechtvaardiging is waarom jij geld zou moeten krijgen als iemand anders dat wel lukt. Het geld verdienen is dan niet meer jouw prestatie, maar die van de slimmerik die het gat in de markt zag. Jij hebt jouw prestatie, het maken van het werk, al verricht zonder dat je dat geld verwachtte. Dus waarom zou je dat nu alsnog moeten krijgen? Vond ik wel een opmerkelijk inzicht.

Recht op geld zit hem in de schaarste. Als ik NU een bepaalde foto nodig heb, of een specifieke tekst, dan moet ik daar iemand voor betalen. Heb ik de tijd, dan ga ik wel op Flickr zoeken naar een geschikte foto. Of wachten tot iemand die maakt natuurlijk. Omgekeerd: je hebt recht op royalties omdat je iets doet wat op dat moment uniek en/of schaars is. Dingen schrijven en wachten tot mensen er voor gaan betalen, lijkt me niet helemaal de bedoeling.

(Een bijzonder geval is exclusiviteit. Wil jij als enige van mijn werk op een bepaald gebied profiteren, dan gaat je dat geld kosten. Gelukkig heeft mijn werkgever dat heel goed begrepen.)

Maar copyright dan, is dat geen rechtvaardiging? Want met copyright heb je tenslotte recht op geld voor elke kopie, elke vercommercialisering eigenlijk van je werk. Tsja. Zoals Marco Raaphorst het zegt: Veel mensen denken dat copyright een middel is om geld te verdienen. Dat als je geen copyright gebruikt je arm zult worden. Een kromme gedachte want copyright levert alleen juridische bescherming, maar het garandeert geen inkomen. Royalties zijn voor maar heel weinig mensen genoeg om van rond te komen. Je kunt onderhand beter bij McDonald’s hamburgers gaan bakken, berekende Steve Albini ooit. Nee, van copyright word je niet rijk.

Bovendien, heb ik er wel zin in om iedereen achter de vodden te zitten omdat ze een artikeltje van mijn site overnemen? Niet echt. Dan maak ik liever gebruik van die slimmerikken die geld weten te verdienen met mijn werk. Want, zoals Robert Scoble het mooi omschrijft:

I’ve found that the more I give away my content, the more magical stuff happens to me anyway and if that means my photos or writings or videos get used in some way that I don’t really like, well, that’s a risk I’m willing to take.

Daarom heb ik gekozen voor een Creative Commons licentie met toestemming voor commercieel hergebruik. Materiaal op mijn site mag iedereen hergebruiken. Ja, jij ook. Word jij daar rijk van, hartstikke mooi. Maar zet mijn naam er wel bij, zodat iedereen weet dat ik al die briljante (ahem) dingen heb gezegd. Dat is goede promotie voor mij – zolang je mijn naam maar goed spelt.

Arnoud<br/> (de titel van deze post is geïnspireerd op Marco Raaphorst’s post van 26 april)

Antigua mag inbreuk maken op Amerikaanse auteursrechten

De woordgrap over Pirates of the Caribbean weet ik nog steeds niet, maar ik weet wel dat dat Antigua nu straffeloos inbreuk mag maken op Amerikaanse auteursrechten. En wel voor maximaal 21 miljoen dollar. Dat besliste een WTO-arbitragecommissie afgelopen vrijdag naar aanleiding van een klacht van de microstaat dat de Verenigde Staten haar het internetgokken onmogelijk maakte.

De VS is fel tegen internetgokken, en doet er alles aan om buitenlandse poker- en goksites die zich op de VS richten het leven zuur te maken. Een recente wet, de SAFE Port Act, verbiedt het Amerikaanse financiële instellingen (banken en creditcardmaatschappijen) om geld op te sturen naar buitenlandse goksites. En zonder creditcardbetaling is de lol van internetgokken er snel af natuurlijk.

Het eiland AntiguaProbleem bij dit alles is dat die buitenlanden menen dat zij soevereine staten zijn en dus best goksites mogen exploiteren. En we hebben de Wereldhandelsorganisatie (WTO) om bij dat soort handelsdisputen in te grijpen. De gebruikelijke oplossing is om dan het benadeelde land tegensancties in te laten stellen. Als de VS Europese bananen van een oneerlijke invoerbelasting voorziet, dan mag Europa dat doen met Amerikaanse schoenen.

Alleen, Antigua (dat hele kleine groene stipje links) verkoopt geen bananen en ook geen schoenen. De economie telt grofweg maar twee dingen – toerisme en internetgokken. Dus waar kan men dan een invoerbelasting op heffen die de VS in de portemonnee treft?

Nou, intellectueel eigendom dus. Antigua moet van het TRIPS-verdrag de auteursrechten, octrooien, merken en aanverwante rechten van andere WTO-lidstaten respecteren. En nu heeft de arbitragecommissie beslist dat Antigua dat tijdelijk niet hoeft te doen:

the Arbitrator determines that Antigua may request authorization from the DSB, to suspend the obligations under the TRIPS Agreement mentioned in paragraph 5.6 above, at a level not exceeding US$21 million annually.

Klinkt leuk voor Antigua, al zal het nog wel lastig worden om te bepalen wanneer je 21 miljoen dollar aan inbreuk hebt gepleegd. Hoe vaak moet Pirates dan gedownload worden?

Meer achtergrond bij The Antigua- US WTO Dispute over Internet Gambling.

Arnoud

Kabinet presenteert beleid op het gebied van auteursrecht

Gisteren heeft de regering een beleidsbrief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin de plannen voor de komende jaren op het gebied van auteursrecht en piraterij worden gepresenteerd, meldt o.a. Tweakers. Het auteursrecht is immers “de laatste jaren in toenemende mate voorwerp van maatschappelijke en politieke discussie geworden” (goh, echt?), dus het werd tijd om hier nieuw beleid voor te maken.

Belangrijkste punten uit dit beleid zijn:

  1. Meer toezicht op collectieve instanties zoals Stichting de Thuiskopie
  2. Een geschillenkamer waar tariefgeschillen over die collectieve inning van heffingen kunnen worden afgehandeld
  3. Er moet één factuur voor het bedrijfsleven komen voor afdrachten van auteursrechten, in plaats van de soms meer dan tien nu
  4. Het thuiskopiestelsel moet worden geëvalueerd om een toekomstbestendige visie te ontwikkelen (altijd vervelend, die visies die niet bestand zijn tegen de toekomst)
  5. Het wetsvoorstel over auteursrechtcontracten moet nu eindelijk eens worden afgerond
  6. Meer optreden tegen roofovervallen op schepen op volle zee, pardon tegen grootschalige illegale verspreiding van auteursrechtelijk beschermde werken
  7. Onderzoeken naar onder andere wat te doen met “weeswerken”: publicaties waarvan de auteursrechthebbende onvindbaar is

Meer over de collectieve incasso van heffingen bij Planet.

Hoofdstuk 7, over de relatie tussen auteursrecht en innovatie, vond ik intrigerend. “De onderlinge beïnvloeding van innovatie, auteursrecht en marktwerking laat zich moeilijk in abstracte termen duiden en kan in de praktijk van geval tot geval sterk uiteenlopen”, schrijft men. Het voorbeeld is muziek:

Zo kunnen artiesten via internet een directe relatie opbouwen met de eindgebruiker om muziek te verkopen, zowel via de eigen website als via webwinkels, en kunnen door de toepassing van DRM licenties op maat worden aangeboden. Daarnaast ontstaan bedrijfsmodellen die reclame-inkomsten, abonnementsgelden of goodwill van fans als basis voor het verdienmodel hanteren. … Deze modellen kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op licentieverlening door middel van een Creative Commons-licentie of op de toepassing van vormen van DRM. Het bestaan van verschillende bedrijfsmodellen kan veel voordelen bieden, zoals meer keuzevrijheid en bevordering van de concurrentie.

Van het weekend nog maar eens goed lezen dus. Pierre Gorissen deed dat al en schreef:

Er zal nog voldoende te zeggen, doen en te vinden zijn rond auteursrechten in 2008. Maar zoals ik aan het begin al zei, deze brief wekt op mij een typisch Nederlandse indruk. Niet extreem in opvattingen. Organisaties als Brein zullen er voldoende in zien om te roepen dat de regering haar bestaansrecht onderschrijft. De Consumentenbond zal ongetwijfeld hernieuwd aandacht vragen voor de donkere kanten van DRM. En wij, gewone gebruikers, hoeven ook in 2008 niet bang te zijn voor een klop op de deur midden in de nacht.
We leven eigenlijk toch best in een prettig landje.

Arnoud

Verhaal van een vertrekker: presenteren, Erwin Blom-stijl

Slecht bij stem zijn blijkt de inspiratie voor deze prachtige presentatie van Erwin Blom met zijn visie op de toekomst van de (publieke) omroep:

Via Marco Raaphorst.

Bekijk ook eens Hans Appel’s presentatie. Hans is de Nederlandse Dick Hardt, voor wie Dick kent. Wie Dick niet kent, moet zeker diens presentatie gaan kijken.

Arnoud

Deponeer uw idee online via het i-Depot

Sinds eind november is het mogelijk om online een i-depot te doen. De i-depot envelop blijft bestaan maar een elektronisch depot is goedkoper, handiger en sneller.

Het i-depot is een vorm van ideeregistratie, aangeboden door het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Het BBIE omschrijft het zelf als

een middel dat kan dienen als officieel bewijs, waarmee iemand kan aantonen dat hij op een bepaalde datum een bepaald idee, concept of uitvinding heeft ontwikkeld

maar dat is niet helemaal juist. Ik kan tenslotte prima andermans idee, concept of uitvinding opsturen naar het BBIE en dan krijg ik keurig een i-depot registratiebewijs. Het is dan maar te hopen voor die ander dat hij bewijs heeft van nog eerdere datum, want in zulke gevallen zal de rechter snel geneigd zijn de persoon met de oudste datum als bedenker of uitvinder aan te merken.

Een idee beschermen blijft dus een lastige zaak. Zoals dit voorbeeld laat zien, levert depot van een idee op zichzelf nog geen recht op. Het bewijst alleen dat iemand op de datum van depot in het bezit was van de gedeponeerde tekst of afbeelding.

Sommige mensen denken dat je net zo goed het idee in een envelop naar jezelf kunt sturen. De datumstempel van de post zou dan het bewijs zijn. Niet helemaal. Je kunt tenslotte enveloppen opsturen die niet dichtgeplakt zijn, en dan op een later moment er elke brief instoppen die je wilt.

Ook bij aangetekende post zou ik twijfelen. Mag je niet-dichtgeplakte enveloppen aangetekend versturen? Of is het mogelijk zo’n envelop nadien open te weken en weer dicht te plakken?

Het grote voordeel van een i-Depot is dan ook dat het BBIE een uitspraak doet over de inhoud die men op de de datum van depot ontving. Omdat het BBIE onafhankelijk is, zal de rechter dan minder snel twijfelen aan de datering.

Arnoud