Winkeliers mogen luxeartikelen niet op Amazon verkopen

| AE 9993 | Webwinkels | 7 reacties

Fabrikanten van luxeartikelen mogen winkeliers verbieden om die producten ook aan te bieden op Amazon en andere online marktplaatsen. Dat meldde het FD vorige week. Cosmeticaproducent Coty Duitsland had een winkel gedagvaard wegens verkoop op Amazon van hun producten. De zaak liep op tot het Hof van Justitie, dat op 6 december bevestigde dat dit mocht. Daarop kreeg ik veel vragen, of nu wederverkoop op die platforms volledig verboden zou gaan worden. Nou nee: een belangrijke nuance die veel nieuws hierover mist, is dat het moet gaan om officiële wederverkopers van de luxeproducten.

Al decennia geldt in Europa het vrij verkeer van goederen. Wie een product legaal op de Europese markt verwerft, mag dat doorverkopen en de merkhouder of fabrikant kan dat niet verbieden en er zelfs geen eisen aan stellen. Dus een wederverkoper verbieden je merk te gebruiken of hem het recht ontzeggen een restpartij op Marktplaats.nl te zetten is gewoon niet mogelijk.

Nu is een merkhouder of fabrikant natuurlijk niet verplicht om aan je te leveren, dus het is mogelijk om met verkoopcontracten een gesloten distributiesysteem op te tuigen. In die contracten staat dan waar je wél mag verkopen en op welke manier, waarbij het dan op papier mogelijk is om te zeggen “alleen in de winkel” of “niet op grote online marktplaatsen”. Omdat dit interfereert met dat beginsel van het vrije verkeer, zitten daar dan wel weer strenge regels op.

In deze zaak speelde precies die situatie. Het merk Cozy verkoopt luxe cosmetica en had contractueel de distributie dichtgetimmerd, waarbij onder meer de eis gold dat elk verkooppunt goedgekeurd moest zijn en dat

de depositair het recht [heeft] de producten via internet aan te bieden en te verkopen. Voorwaarde is echter dat de internetactiviteiten van de depositair als ‚elektronische etalage’ van de erkende winkel plaatsvinden en dat het luxekarakter van de producten onaangetast blijft.

De wederverkoper stapte naar de rechter met de stelling dat hiermee het vrij verkeer van goederen werd aangetast en de vrije mededinging werd gehinderd. Al eerder was uitgemaakt dat een selectief distributiestelsel in principe mag, wanneer de wederverkopers worden gekozen op grond van objectieve, uniforme criteria en wanneer het passend is voor die producten (bijvoorbeeld wanneer de luxe-uitstraling een essentieel onderdeel is van het product, hetgeen bij cosmetica natuurlijk voor 99% de prijs bepaalt). De nieuwe vraag was dus, mag bij zo’n distributiestelsel dan ook verkoop via internet worden verboden?

Omdat het hier gaat om een luxeproduct waarbij een duidelijke specifieke uitstraling werd gezocht, mag de fabrikant/merkhouder die uitstraling ook verlangen bij verkoop via internet. Ze mag dus bijvoorbeeld eisen stellen aan hoe de webshop eruit mag zien.

Bij platforms van derden (zoals Amazon dus) ligt dat wat moeilijker. Die hebben hun eigen uitstraling en daar is als winkelier weinig aan te doen. Is dat genoeg om te zeggen dat handel op die platforms niet mag, omdat laten we zeggen de luxe-uitstraling een tikje minder is? Ja, aldus het Hof, omdat 90% van dit soort selectieve handel via de fysieke winkel en/of webwinkel van de winkeliers gaat en niet via deze platforms:

zoals blijkt uit [onderzoek van de Europese Commissie zijn het] de eigen webshops van de wederverkopers, die door meer dan 90 % van de ondervraagde wederverkopers worden gebruikt, ondanks de toenemende betekenis van platforms van derden bij het op de markt brengen van producten door wederverkopers, het voornaamste distributiekanaal in het kader van de distributie op internet vormen.

Wanneer die grote platforms dus én een lage uitstraling hebben én slechts een marginaal kanaal vormen, dan is het geen wezenlijke inperking van de handelsvrijheid om verkoop via die platforms te verhinderen. Ja, dat is een cirkelredenering. Maar in theorie zou een winkelier dus kunnen onderhandelen dat hij wél op die manier mag verkopen, en na verloop van tijd zou daarmee de platformverkoop belangrijker kunnen worden.

Arnoud

Amazon-patent moet prijsvergelijken via wifi van winkel tegenhouden

| AE 9493 | Octrooien | 10 reacties

Amazon heeft onlangs goedkeuring ontvangen voor een patent, waarin een methode is beschreven om het vergelijken van prijzen via de wifi-verbinding van fysieke winkels tegen te gaan. Dat meldde Tweakers vorige week. Doel van die methode is te zorgen dat je niet snel online bestelt wat je zojuist in de winkel hebt gezien. Maar het patent noemt ook de optie van een tegenbod door de winkel, wat commercieel iets slimmer lijkt. Denk je dat ze na de ophef over 1-click patenteren iets geleerd hebben, tsja.

Uiteraard wil het weinig zeggen dat een bedrijf ergens patent op krijgt. Dat betekent alleen maar dat de patentverlenende instantie geen bezwaren zag, met name niet ten aanzien van nieuwheid (bestond dit al), inventiviteit (is het meer dan een triviale variatie) en technisch karakter (is dit significant meer dan een wiskundig of economisch principe). Het is zeer zeker geen voornemen of teken dat een bedrijf dit wil doen – en ook geen erkenning dat het iets bijzonders is, wat sommige uitvinders nog wel eens lijken te denken.

Het ligt echter wel in de lijn van Amazons nieuwste tak van sport: het fysiek laten winkelen van mensen, gekoppeld aan een online afrekenproces. Je hoeft zo niet meer langs een kassa, alles gaat via je telefoon behalve het dingen in je mandje leggen. En dit is ook waarom “huh, dan gebruik je toch gewoon je 4g verbinding” niet werkt: het afrekenproces vereist dat je via het lokale wifi-netwerk verbonden bent met Amazon. Daarmee hebben ze je.

Het octrooi is alleen in de VS verleend, dus in Europa hoeven we hier niet voor te vrezen. Het verbaast me sowieso al dat het in de VS is toegekend – mij lijkt dit een vrij duidelijk voorbeeld van een sinds Alice niet meer octrooieerbaar softwarepatent. Uit het verleningsdossier haal ik dat het argument hem erin zat dat een browser wordt bestuurd, en dat dat meer zo zijn dan enkel het idee “ze mogen de prijzen niet zien”. Meh.

Bij Tweakers las ik nog de vraag hoe zich dit zou verhouden tot netneutraliteit. Het is nogal een forse ingreep en direct gericht op commercieel voordeel van de aanbieder. Maar onder de Europese Netneutraliteitsverordening gelden die regels alleen voor aanbieders van openbare internettoegang, en daar vallen winkels met wifi niet onder.

Arnoud

Amazon klaagt ruim duizend mensen aan voor plaatsen nepreviews

| AE 8109 | Contracten | 26 reacties

yelp-een-ster-reviewAmazon klaagt 1.114 mensen aan voor het verkopen van nepreviews en het misleiden van zijn klanten, las ik bij Nu.nl. Op de website Fiverr.com bieden mensen de dienst aan om vijfsterrenrecensies achter te laten bij Amazon, zodat webwinkeliers daar er beter uit springen. Amazon claimt reputatieschade, merkinbreuk, cybersquatting en contractbreuk.

Het hebben van een goede reputatie (vijf sterren) op Amazon is van levensbelang voor handelaren. Logisch dus dat er partijen zijn die in dat ‘gat’ in de markt springen en zichzelf verhuren om goede recensies te geven. Bij voorkeur met een “verified purchase”, oftewel een recensie gedaan na een aankoop, want dat geeft meer vertrouwen. Dergelijke recensies zijn te koop via allerlei sites, van het vrij expliciete buyamazonreviews punt com tot algemene sites als Fiverr waar je allerlei diensten aan kunt bieden.

Amazons hoofdargument is dat dit in strijd is met de Terms of Service (TOS) oftewel de huisregels. Logisch, als je zegt “X mag niet” dan is een juridische claim “boehoe hij deed X en nu heb ik schade” vrij eenvoudig. Merkinbreuk, samenzwering en dergelijke wordt er in de VS altijd bijgehaald om de zaak wat stoerder te doen klinken. Net als driehonderd keer met “wilfully caused actual malice through unfair means” gooien.

In Nederland zou er nog een ander mooi argument zijn: het is een misleidende handelspraktijk om jezelf voor te doen als bona fide consument met een recensie van een product. Ook op die grond kun je dus je schade claimen als bedrijf.

Moet je ze wel kunnen vinden natuurlijk. In de VS is dat dan iets makkelijker: je start een John Doe-rechtszaak tegen de plaatsers én de site, waarna de site er tussenuit valt als ze zeggen welke IP-adressen werden gebruikt. Vervolgens kun je bij de internetproviders de NAW-gegevens van de heren en dames Doe opeisen. Die procedure kennen wij niet, hooguit indirect via het Lycos/Pessers-arrest alleen moet het dan “voldoende aannemelijk” zijn dat de recensies nep of misleidend zijn, en dat zal niet meevallen.

Verder is de vraag wat de schade is. Reputatieschade is natuurlijk notoir moeilijk te kwantificeren. Amazon doet daar vooralsnog ook geen poging toe, maar eist winstafdracht en een nader te bepalen bedrag aan schade. Die kan in de VS nog hoog oplopen: als blijkt dat opzet en kwade trouw bewezen kan worden, kan de jury punitive damages opleggen, oftewel een uit de dikke duim gezogen bedrag dat als gepaste boete voelt voor de overtreding.

Hoe herkennen jullie neprecensies eigenlijk?

Arnoud

Is de Amazon cloud nu wel veilig voor Europese persoonsgegevens?

| AE 7575 | Internetrecht | 13 reacties

De Europese privacytoezichthouders hebben Amazon’s clouddienst privacytechnisch goedgekeurd, las ik op diverse media. Daarmee zou Amazon Web Services ineens da juridische bomb (oké, The Register) zijn. Het ligt iets subtieler: de contracten waaronder Amazon werkt, zijn voorzien van juridische clausules over export en gebruik van persoonsgegevens door Amazon. En die clausules zijn goedgekeurd, zodat Amazon… Lees verder

Amazon in VS aangeklaagd om beleid in-app aankopen

| AE 6799 | Software, Webwinkels | 7 reacties

De Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC) klaagt internetbedrijf Amazon aan vanwege zijn beleid met betrekking tot in-app aankopen, las ik bij Nu.nl. Dit beleid zou het te makkelijk maken dingen te kopen, met name voor kinderen. Na klachten werd er een wachtwoord gevraagd bij aankopen van $20 of meer, en pas een jaar later ook… Lees verder