Kun je met een toestemmingsbordje boeven vangen en op internet zetten?

boeven-vangen-camera-toestemmingEen lezer stuurde me bijgaande foto (klik voor groot) en vroeg zich natuurlijk af, “mag dat”. Een bordje in je winkel met “Winkeldieven opgelet! Wij hebben camera’s. Als u hier steelt geeft u toestemming om de beelden te plaatsen op boevenvangen punt nl”, een creatieve truc om privacyschendingen te omzeilen.

Op “dé opsporingssite van Nederland” staan inderdaad camerabeelden van winkeldiefstallen en andere criminaliteit, hoewel de site zich haast erbij te zeggen dat het ‘meestal’ officiële opsporingsberichten zijn die met toestemming van Justitie worden verspreid. En waar het gaat om onofficiële opsporingsberichten (die van de sticker dus), verwijst men naar een Tweede Kamermotie van 8 november 2011 waarin zou worden bepaald “dat burgers beelden van dieven online mogen zetten”.

Inderdaad, in 2011 besloot de Kamer dat het tijd werd voor een wetsvoorstel op grond waarvan

burgers zonder angst voor strafrechtelijke vervolging en/of bestuurlijke beboeting beeldregistraties van overvallers en andere verdachten van misdrijven op internet kunnen zetten of op andere manieren kunnen openbaren, mits daarbij aangifte wordt gedaan bij de politie en de beeldregistratie tevens wordt aangeboden aan de politie,

Alleen: een motie is eigenlijk niet meer dan een verzoek aan de regering, regel dit eens. Het is geen wet en je kunt als burger geen rechten ontlenen aan de inhoud van een motie. Deze tekst uit 2011 heeft dus geen rechtskracht en burgers behouden dus hun angst voor strafrechtelijke vervolging en/of bestuurlijke beboeting.

Wat onder de huidige privacywetgeving een feature is en geen bug: het idee is dat Justitie de opsporing doet en in dat kader beslist of portretten van verdachten gepubliceerd moeten worden of niet. Dat dat een achterhaald standpunt is en massaal geschonden wordt, geloof ik onmiddellijk – maar in het recht geldt dat de specificatie het wint van de implementatie, en niet zoals in de IT andersom.

Die sticker is een leuke hack om dit op te lossen. Immers, met toestemming mag alles, toch? Dus wie zegt “ja ik ben een steeldief zet me maar online” mag achteraf niet meer zeuren over zijn privacy.

Maar zoals wel vaker met bijdehante hacks betwijfel ik ten zeerste of een rechter dit zal accepteren. Toestemming moet onder de privacywet expliciet worden gegeven (hoi cookiewet) en het stelen van benzine of winkelvoorraad kun je toch moeilijk als een expliciete toestemmingshandeling zien.

Bovendien: wat als je géén dief bent en toch op die site gezet wordt omdat men dácht dat je een dief was? Dan is er geen toestemming want het bordje gaat niet over niet-dieven.

Arnoud

Een admin die zomaar illegaal materiaal wist, mag dat?

delete.pngEen lezer vroeg me:

Ik werk als systeembeheerder bij een middelgroot bedrijf. Na klachten over volgelopen netwerkschijven ben ik eens gaan onderzoeken waar dat door kwam, en ik trof grote verzamelingen illegaal gedownloade films, muziek en software aan. (Plus de nodige porno die ik bepaald niet hoefde te zien.) Dat mag natuurlijk niet, dus dat heb ik direct gewist. Maar nu krijg ik boze gebruikers in de mail die mij verwijten de wet te schenden. Dat is toch de wereld op zijn kop?!

Eh, nou, niet helemaal. Dit gaat vast niet goed vallen bij systeembeheerders, maar: een netwerkaccount met eigen opslag is een privéruimte net als de locker bij de ingang of de bureaulades op kantoor. Daar mag je als BOFH dus niet zomaar in gaan snuffelen en al zéker niet zomaar dingen uit weggooien, ook niet als jij denkt dat ze illegaal zijn.

En nee, het is niet illegaal om op je werk muziek of films, of zelfs porno te hebben staan die je hebt gedownload uit illegale bron. Dat staat daar voor je eigen, ahem, gebruik, en daar heeft de werkgever dus in principe niets mee te maken. Pas als collega’s er last van krijgen zou je daarop aangesproken kunnen worden. Maar wie met koptelefoon op een muziekje wil luisteren, mag dat met een mp3-verzameling uit illegale bron.

Verder mag monitoren in principe alleen op anonieme basis, en moet dit gericht zijn op werkgeversbelangen als overlast, schade of storingen. Als ik 20MB aan MP3-tjes in mijn account heb, heeft niemand daar last van. Daar moet het beheer afblijven. Wordt het 20GB, dan lopen er schijven vol en dat kan wellicht een onderzoekje rechtvaardigen. Of als je heel veel inlogs op mijn account ziet vanaf IP’s over de hele wereld. Dat is een aanwijzing dat ik aan filesharing doe (of dat mijn account gecompromitteerd is) en dan mag je ingrijpen.

Zo’n onderzoek zou in eerste instantie anoniem moeten gebeuren. Waarom is die schijf vol, en bij wie kunnen we de vraag neerleggen “ruim eens wat bestanden op”? Persoonsgericht monitoren (wat spookt die Engelfriet uit op ons systeem) mag alleen bij concrete aanwijzingen dat die persoon iets fout doet, en het hoe en wat wordt dan gedocumenteerd in het IT-reglement. Bijvoorbeeld: als uit het maandelijks dataverkeer-rapport blijkt dat er zeer overmatig wordt gedownload, dan mogen we gaan kijken wie daarvoor verantwoordelijk is en die persoon daarop aanspreken. Wel zou ik dan een waarschuwing verwachten naar alle medewerkers toe.

Het verbaast me soms hoe makkelijk sommige systeembeheerders omgaan met data van medewerkers. Maar in dit geval verbaast het me nóg meer dat mensen gaan klagen dat hun porno is gewist.

Arnoud

Mag je cameratoezicht op de openbare weg richten?

Een veelgestelde vraag in de categorie cameratoezicht: mag je de openbare weg filmen met een vaste camera? Menig buurman blijkt camera’s op te hangen om de auto te filmen of het gemeenschappelijke achterpad te bewaken. Of om de buren te pesten.

Bij cameratoezicht spelen er twee wetten. Allereerst heb je het wetboek van strafrecht: het filmen met een aangebrachte camera is strafbaar tenzij dit duidelijk is aangekondigd (art. 441b Strafrecht). Dat wetsartikel geldt overal in de openbare ruimte, dus net zo goed voor een particulier die de stoep voor zijn deur filmt net zo goed als voor de exploitant van een bedrijventerrein die zo dertig panden en een parkeerterrein wil bewaken.

De eerste stap is dus zorgen dat je camera óf duidelijk zichtbaar is opgehangen, óf dat er een duidelijk bordje hangt (leesbaar voordat je in beeld bent) zodat mensen weten waar ze aan toe zijn. Beiden zullen niet meevallen als je de openbare weg gaat filmen, maar in theorie is hieraan te voldoen.

Lastiger is de Wet bescherming persoonsgegevens. Wie camerabeelden vastlegt (in digitaal, doorzoekbaar formaat) valt daarmee onder de Wbp. En deze heeft als hoofdregel dat je alleen persoonsgegevens (camerabeelden) mag vergaren en gebruiken als dat noodzakelijk is voor het door jou beoogde doel. Als dat doel beveiliging is van je eigendommen, dan mag je uiteraard alleen je eigendommen filmen en de onvermijdelijk daarbij in beeld komende omgeving. De openbare weg kán onvermijdelijk deel zijn van die omgeving (de auto die voor de deur bij de stoep staat) maar verder dan dat mag je niet gaan.

En dáár is volgens mij de hele discussie op gebaseerd of je de openbare weg mag filmen. Op zich niet dus, tenzij je een goed doel weet waarom het wel mag én het filmen van de openbare weg daarvoor noodzakelijk is. Ik kan er -behalve beveiliging dus- geen bedenken.

Wel vraag ik me nu af wat ik moet denken van artikel 2 sub 2 Wbp: “Deze wet is niet van toepassing op verwerking van persoonsgegevens: ten behoeve van activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden”. Idee hierachter is dat je een privépersoon niet moet lastigvallen als ‘ie bijvoorbeeld een online adresboek aanlegt voor zijn privécorrespondentie.

Maar wie filmt voor uitsluitend zijn persoonlijke/huishoudelijke beveiligingsdoeleinden, zou langs dit artikel óók buiten de Wbp kunnen komen te staan. En dat zou betekenen dat particulieren dus cameratoezicht mogen toepassen op de openbare weg, maar bedrijven niet. Dat klopt ergens niet helemaal maar het tegenargument kan ik niet bedenken..

Arnoud

Websites publieke omroep gaan achter ‘cookiemuur’

cookies-publieke-omroep.pngAlle websites van de Nederlandse Publieke Omroep zijn binnenkort alleen nog maar te bereiken als de gebruikers cookies accepteren, meldde Tweakers dinsdag. In een verklaring legt men uit dat de PO hiertoe verplicht zou zijn omdat men verantwoording moet afleggen over deze met publiek geld geleverde dienst.

Op zich is het inderdaad legaal dat een website mensen weert die geen cookies wensen te accepteren, maar bij de Publieke Omroep voelt dat toch een beetje gek. Het gaat immers om publieke dienstverlening van een soort-van overheidsclub (jaja, formeel zijn ze geen overheid) en je zou verwachten dat die niet zomaar mensen uit gaan sluiten.

Aanleiding voor deze stap lijkt te zijn dat de OPTA enige tijd terug zo’n 120 overheidsdiensten heeft aangeschreven omdat die de cookiewet schenden. Dit dan weer omdat eerder Rijksoverheid.nl had geroepen dat ze niet onder deze wet zou vallen omdat ze niet commercieel was of iets dergelijks. Maar dat boeit niet: elk cookie vereist toestemming, ongeacht wie het zet en ongeacht of het iets met tracking of privacy doet. Alleen strikt technisch noodzakelijke cookies mogen zonder toestemming.

Wat doet de NPO nu met cookies?

Het is verder onderdeel van de wettelijke taak om van de Publieke Omroep om te rapporteren over onze prestaties. Daarvoor is het nodig om webstatistieken bij te houden. Ook nemen wij deel aan het landelijke internetbereiksonderzoek STIR. Hiervoor gebruiken wij cookies, zodat wij je browser kunnen herkennen en op die manier het aantal unieke bezoekers aan onze website kunnen meten.

Op zich klopt dat, de PO moet rapporteren over hoe zij het doet. En in de televisiecontext is het vrij logisch dat je dan ook rapporteert hoe veel mensen kijken naar je programma’s. Vertaal je dat naar internet, dan moet je inderdaad rapporteren hoe veel unieke bezoekers je op Uitzendinggemist krijgt en dat vereist cookies. Ja, of browser fingerprinting of iets dergelijks maar dat valt óók onder de cookiewet.

Wel weer mooi vind ik de oneclick oplossing van de dienst: wie op de ene site van de PO cookies accepteert, geeft automatisch ook toestemming voor cookies op de andere sites. Dat mag, zolang maar duidelijk is voor welke sites je allemaal ineens toestemming geeft.

Arnoud

“Social Media accounts geven ons een goed beeld van de sollicitant”

Oké, heel apart – solliciteren als hulpverlener bij Emile.nu. Heel hip natuurlijk, een online sollicitatieformulier waarin je meteen de intake doet (“wat zijn je positieve en negatieve punten” en “waarom wil je bij ons werken”). Maar het is ook een mooi voorbeeld van iets te enthousiast vragen om dingen die je eigenlijk helemaal niet mag vragen.

Zo wordt er op scherm één gevraagd om je BurgerServiceNummer:

emile-bsn.png

Mag dat? Nee, dat mag niet. Op zich is het verplicht om van werknemers het BSN te bewaren, want dat is nodig voor de belastingaangifte bij het salaris en dergelijke. Maar een sollicitant is nog lang geen werknemer.

Op scherm twee, minstens zo leuk: wat is uw Hyves/Facebook/LinkedIN/twitter account?

emile-social.png

Mag dat? Nee, nou ja, misschien, nou ja nee eigenlijk gewoon niet. Niet zomaar, in ieder geval. Je zult om uitdrukkelijke toestemming moeten vragen, én moeten toelichten wat je van plan bent met deze informatie.

Nu zou je kunnen zeggen dat het vrijwillig vragen van deze accounts een manier van toestemming vragen is. Immers, wie dit niet wil, vult het niet in. Maar wat voor gevolgen heeft dat voor je sollicitatie? Word je dan niet meteen terzijde gelegd? En leuk verder dat ze zelf ook student zijn maar wat gaan ze wél doen met je accounts?

Heel formeel mag de vraag niet gesteld worden omdat deze ‘verwerking van persoonsgegevens’ (want dat is het) niet aangemeld is bij het College bescherming persoonsgegevens. Ja, je moet de privacytoezichthouder vertellen dat je sollicitanten googelt. Er is een vrijstelling voor sollicitanten, maar die bevat géén mogelijkheid om een online antecedentenonderzoek uit te voeren.

Oh, het formulier blijkt mogelijk gemaakt door privacystelende perfide Amerikanen:

emile-googledocs.png

En nee dat mag al helemaal niet met een BSN of met medische gegevens (“Heb je allergieën?”). Ja, zo rolt de privacywet.

Wat vinden jullie? Ben ik spijkers op laag water aan het zoeken met een verouderde privacywet? Of was dit gewoon een beetje al te enthousiast van dit bedrijf?

Arnoud

E-mail, chat en cloudopslag beschermd in Grondwet

terlouw-briefgeheim.jpgHet kabinet komt met een voorstel om het grondwettelijk beschermde brief- telefoon- en telegraafgeheim uit te breiden naar recente communicatievormen, las ik bij Webwereld. De Grondwet zal worden aangepast: artikel 13 gaat een “brief- en telecommunicatiegeheim” bevatten, zodat ook online communicatie gedekt wordt. Vanaf gisteren is er een internetconsultatie opengesteld, waar ook het voorstel te vinden is.

Het idee van een grondwettelijk vastgelegd communicatiegeheim is op zich niet nieuw. Al sinds de jaren negentig wordt met dit onderwerp gestoeid, nadat was geconcludeerd dat de oude frase “brief-, telefoon- en telegraafgeheim” het internet niet dekte.

Met deze voorgestelde wijziging wordt “brief en telecommunicatie” beschermd tegen meelezen door derden – zowel private partijen als de overheid. En “telecommunicatie” is breed: e-mail, SMS, Facebookbericht, forumprivéberichtje, direct message via Twitter, gegevens in de cloud, Skypegesprekken, een private chat met een klein groepje, alles eigenlijk zolang het maar communicatie op afstand met één of meer specifieke partijen betreft. Een Youtube-video of een uitzending op Programmagemist.nl is géén beschermde telecommunicatie.

Aftappen of kennisnemen van inhoud van telecommunicatie mag alléén nog met machtiging van de rechter. Of nou ja, niet helemaal, want bij zaken die de nationale veiligheid raken mag de minister een machtiging geven aan de betreffende opsporings- of veiligheidsdienst. (Die regeling kennen we al bij brieven, op zich niet nieuw dus.) Wel moet het gaan om privécommunicatie, dus andermans Twitterberichten mag je gewoon blijven lezen, die zijn openbaar tenslotte.

Verkeersgegevens (wie mailt met wie, wanneer kreeg X een SMS) vallen hier niet onder. Deze kunnen dus gemakkelijker worden opgevraagd of ingezien door Justitie. Onder de huidige wet mag bijvoorbeeld iedere politieagent zonder gerechtelijke toetsing naam en adres opvragen van de gebruiker van een IP-adres. Dit blijft zo.

Nu is het in het Wetboek van Strafvordering al redelijk uitgebreid geregeld dat Justitie niet zomaar mailboxen mag opeisen of datacommunicatie mag laten tappen. Heel veel verschil zal dit dan ook niet gaan maken in de strafrechtelijke verhouding, behalve misschien dat we nu al te bijdehante agenten (“ach mag ik even een kopietje mailbox? ik vraag het vriendelijk, werk nou even mee”) gewoon kunnen zeggen “lees de Grondwet”.

Wél heel nieuw is dat op grond van dit telecomgeheim ook private partijen niet zomaar in privécommunicatie mogen kijken. Facebook mag dus niet mijn privéberichten bekijken, en Gmail niet zomaar de mailtjes die ik daar bewaar. Net zoals de postbode mijn brieven niet mag openmaken en KPN niet mee mag luisteren met mijn telefoongesprekken. Hiervoor zal toestemming van de abonnee/klant/gebruiker nodig zijn.

De Grondwetswijziging gaat niet zo ver dat meteen wordt geregeld hoe die toestemming kan worden verkregen en of/wanneer deze mag worden geweigerd. Wat er dus gaat gebeuren zodra dit Grondwet wordt, is dat iedereen in de algemene voorwaarden zet “U geeft ons toestemming uw telecommunicatie te lezen”. Dat is legaal, totdat men besluit lid 3 van het nieuwe Grondwetsartikel in te zetten: daarmee kan een aparte wet worden gemaakt om hier specifiekere regels te stellen.

Ik vraag me heel erg af hoe zo’n regeling eruit moet gaan zien.

Oh, en nog een leuke: ook spam en malwarebijagen vallen onder het telecomgeheim straks. Dat is immers gerichte communicatie per e-mail, dus daar mag een provider niet zomaar in gaan kijken. Ook hier zal dus expliciete toestemming nodig zijn (wat trouwens ook al soort van zo geldt vanwege de netneutraliteitswet).

Arnoud<br/> Afbeelding: Briefgeheim van Jan Terlouw, omdat het gaat om geheime informatie die versleuteld is, net zoals hoe je telecommunicatie geheim houdt.

Een school in de wolken

cloud.jpgRegelmatig krijg ik vragen van scholen van allerlei pluimage die overwegen “iets met de cloud” te gaan doen. Dat varieert van het op Slideshare of Youtube zetten van lesmateriaal tot het delen van teksten via Google Docs tot het compleet migreren van de IT-infrastructuur naar Gmail of Microsoft. En dan komt natuurlijk meteen de vraag: mag dat allemaal wel?

De cloud is leuk, maar juridisch lastig. Allereerst zit je met een probleem van beschikbaarheid: wat als Gmail het een middag niet doet, annuleer je dan je lessen? Natuurlijk, dat kan met een eigen IT-infrastructuur ook maar dan kun je makkelijker iemand bellen om maatregelen te nemen. Of je kunt geld in een SLA steken om dat te voorkomen. Met cloudproviders is dat vaak een stuk moeilijker.

Een groter probleem speelt natuurlijk rond de persoonsgegevens van leerlingen (en hun ouders, en de leerkrachten) die je op die manier in de cloud parkeert. Zeker wanneer die cloud in de VS geparkeerd is (een wolk parkeren? ehm), heb je dan eigenlijk altijd een juridisch probleem. Je kunt niet zomaar als school gegevens naar de VS exporteren, aangezien daar geen goede privacybescherming bestaat. Nee, ook niet met Safe Harbor.

Eigenlijk is de enige optie om met ondubbelzinnige toestemming te werken. Mensen moeten dan vrijwillig en expliciet zeggen “Ja, het is goed dat mijn (kinds) persoonsgegevens op servers in de VS worden opgeslagen”. En de pijn zit hem in dat vrijwillig: je kunt niet halverwege een schooljaar ineens eisen dat men even dat formulier ondertekent. Zeker niet als je bedenkt dat in het basisonderwijs de overeenkomst begint in groep 1 en eindigt in groep 8 – en dus niet per schooljaar opnieuw.

Maar wacht, we hadden toch ook nog de goede uitvoering van die overeenkomst als grond? Ja, dat klopt: zonder toestemming mag je iemands persoonsgegevens verwerken (ook in de VS) als dat noodzakelijk is voor het goed nakomen van een overeenkomst met die persoon. Maar is het noodzakelijk om iemands cijferlijst in Google Docs bij te houden, of de spreekbeurten via Slideshare of Prezi te laten lopen? Volstrekt niet.

Als je een Europese cloudprovider gebruikt, dan is dit allemaal een stuk minder problematisch. Het grootste aandachtspunt dat dan overblijft is de beveiliging natuurlijk. Maar probeer maar eens een Europese cloudprovider te vinden die kan wat Google of Microsoft kunnen.

Arnoud

Mag je details van oplichters publiceren?

scam-waarschuwen.jpgEen lezer vroeg me:

Ik ben opgelicht via internet. Nu blijk ik niet de enige, dus ik wil samen met mijn mede-gedupeerden een site beginnen om mensen te waarschuwen over deze persoon. Daar moeten natuurlijk dan zijn personalia en contactgegevens in, zodat mensen die daarop googelen het vinden. Maar nu zei iemand dat dat niet mag van de privacywet?

Het publiceren van iemands naam, adres of andere contactgegevens is inderdaad een probleem onder de privacywet, de Wet bescherming persoonsgegevens. Deze eist dat je toestemming hebt, behalve in beperkt een aantal uitzonderingssituaties (zoals een goede uitvoering van een contract).

De uitzondering hier zou zijn “de eigen dringende noodzaak die zwaarder weegt dan de privacy”, of iets anders geformuleerd “de vrijheid van meningsuiting”. Je mag namelijk dingen zeggen over mensen op grond van de vrije meningsuiting, dat is net als privacy een grondrecht.

Bepalen wat er wint -privacy of meningsuiting- is geen eenvoudige kwestie. Het is niet zo dat vrije meningsuiting absoluut is, of dat de privacy voorop staat. Je moet echt elke keer alle feiten en omstandigheden van het geval afwegen tegen elkaar om te zien wiens belang het grootste is in die specifieke situatie. En dat is niet eenvoudig.

Een groot probleem dat bij dit soort sites speelt, is dat er makkelijk misbruik van gemaakt kan worden. Mensen kunnen wraak willen nemen op een leverancier, en die dan als oplichter aanmelden. Of er is sprake van naamsverwarring: ik ken diverse mensen die hetzelfde heten als een oplichter, en dan staan hún adresgegevens steeds op dergelijke sites. In één geval zelfs omdat de oplichter opzettelijk die gegevens gebruikt, met dan erbij “ik heb tijdelijk een andere 06”.

Maar ook als je de juiste persoon te pakken hebt, kan het moeilijk zijn. Is er wel sprake van scamming of oplichting? Of is het “gewoon” een slordige leverancier? Of gebruiken boze gedupeerden hier gewoon sterk taalgebruik? Iemand in een boze forumpost “vuile oplichter” noemen, is wat anders dan een zakelijke analyse publiceren waarin je concludeert dat sprake is van oplichting.

Verder kun je er donder op zeggen dat je binnen de kortste keren van zo’n vermeende oplichter een blafbrief te pakken hebt waarin hij dreigt met maatregelen wegens smaad, laster, privacyschending en wat al niet meer. Of dat steek houdt, is dus maar de vraag, maar ondertussen moet je wél kosten maken om erop te reageren.

Ik zou dus altijd liever gebruik maken van een grote, gerespecteerde site (zoals OpgeletopInternet) om dit soort dingen aan te kaarten. Vaak zie je dat daar al procedures zijn om gegevens op een zorgvuldige manier te verzamelen, en dat moderatoren actief opletten of er geen al te rare dingen worden gezegd. Zelf daar iets voor gaan hobby’en lijkt me vragen om problemen.

Arnoud

De Amerikaanse cloud in op basis van Safe Harbor: vergeet het maar

Wie met een Amerikaanse cloudprovider in zee gaat (met de wolken in zee?), kan niet achterover zitten met “Oh ze doen Safe Harbor”. Dat zegt namelijk niets over hoe ze met data omgaan; Safe Harbor regelt alleen het formele puntje dat de data überhaupt Europa uit mag. Dat is wat ik opmaak uit de recente Zienswijze van de privacytoezichthouder, waarin men in algemene zin ingaat op een serie vragen van academische software- en dienstenboer SURFmarket.

Als je met persoonsgegevens werkt, mag je die niet zomaar aan niet-Europeanen geven want die doen er enge dingen mee, zo staat in de wet. De Amerikanen hebben natuurlijk de Safe Harbor-verklaring, waarmee ze beloven zich echt aan de regels te houden. Maar dat gaat écht niet helpen, zo concludeert het College bescherming persoonsgegevens.

Ik moet ook wel eens mijn lachen inhouden als ik vertel hoe Safe Harbor werkt: het is dus écht genoeg dat je als Amerikaanse club zegt “oké ik zal me aan die Europese regels houden”. Zelfcertificering heet dat. Maar goed, die gekke Europeanen willen dat je dat zegt en vooruit dus maar. En wij maar denken dat daarmee de kous af is.

Maar nee: het Safe Harbor raamwerk gaat alleen over het mogen exporteren (doorgeven) van persoonsgegevens. Alles dat daarna gebeurt, moet alsnog apart worden geregeld. Een Amerikaans bedrijf dat bewezen zich houdt aan wat Safe Harbor eist, kan dus nog steeds de Europese privacyregels schenden. Men kan gegevens opslaan zonder adequate beveiliging, of gegevens gebruiken voor andere doelen dan waarvoor ze zijn verkregen. Dat valt buiten de scope van Safe Harbor. Nog even afgezien van de eis dat je een schriftelijk contract moet hebben als je verwerking uitbesteedt, en een accountje bij Google telt niet als “schriftelijk contract”.

Wie dus Amerikaanse bedrijven met data wil laten werken, moet dus zelf aan de bak. En naast dat contract zul je vooral moeten gaan auditten: wat doen die met onze data, beveiligen ze die wel goed en waar gaat de data allemaal nog meer heen? Dat ben je als Europese verantwoordelijke namelijk wettelijk verplicht, en je draait op voor de schade als de Amerikaanse cloudprovider de Europese wet blijkt te schenden.

Gelukkig is er een soort van oplossing: de Third Party Mededeling (TPM). Nee, ik weet ook niet waarom dat half Engels is en ik weet ook niet waar de spaties of koppelstreepjes horen, maar zo heet het kennelijk. (Update 15:15 het heet Third Party Memorandum officieel.) Het Cbp legt uit:

Een TPM is een verklaring van een onafhankelijke externe deskundige, waarin deze een oordeel geeft over de maatregelen die een bewerker heeft getroffen. De TPM wordt opgesteld in opdracht van de bewerker, en wordt verstrekt aan de verantwoordelijken die gebruikmaken van diens diensten. Het doel van het verstrekken van een TPM is om de verantwoordelijken inzicht te bieden in de getroffen maatregelen, zonder dat iedere verantwoordelijke daar zelf onderzoek naar hoeft te (laten) doen.

Zo kan een cloudprovider dus met één TPM laten zien wat hij allemaal doet aan beveiliging en dergelijke, zodat de verantwoordelijke weet dat het wel snor zit met die persoonsgegevens in de Amerikaanse cloud. Een SAS70 verklaring mag het niet meer heten, wat wel jammer is want “ISAE 3402 verklaring” of “SSAE 16 verklaring” bekt toch een stukje minder.

En ja, wat nu. Want zo’n bevinding is mooi, en dat er iets scheef zit is ook wel duidelijk, maar wat gaan we nu in de praktijk concreet doen om dit te verbeteren? Gaan we nu allemaal contractjes sluiten met de Amerikaanse cloudproviders? En wie gaat al die ISAE3402 verklaringen afgeven na het datacenter van Amazon te hebben bezocht?

Arnoud

Privacy en een goede uitvoering van de overeenkomst

mijn-iak-portaal.pngEen lezer vroeg me:

Mijn verzekeraar heeft zonder mijn toestemming persoonsgegevens gebruikt voor een nieuwe dienst waarbij ik voortaan online via een ‘Mijn [naam verzekeraar]’ mijn verzekeringszaken kan afhandelen. Ik heb mijn verzekeraar een jaar geleden al laten weten dat ik hiervoor geen toestemming geef en dat ik geen gebruik wil maken van deze nieuwe dienst. De verzekeraar zegt nu dat ze mijn gegevens niet offline hoeven te halen en dat ik alleen de verzekering kan opzeggen.

Toestemming is de hoofdregel uit de privacywet, maar er zijn uitzonderingen. Eén zo’n uitzondering is als de verwerking “nodig is voor een goede uitvoering van de overeenkomst”. Ze hoeven bijvoorbeeld geen toestemming te vragen om je een pasje te geven met je naam erop. Dat pasje is nodig om elders te bewijzen dat je verzekerd bent. Net zoals een bank geen toestemming nodig heeft om mijn rekeningnummer te verwerken als iemand geld naar me overmaakt.

De vraag is dus of deze dienst “nodig” is voor het leveren van de verzekering. Zij zeggen van wel natuurlijk. Er is maar rechtspraak over dit onderdeel, dus dat wordt een moeilijke discussie. In de OV-chipkaartdiscussie was bijvoorbeeld de vraag of de NS studenten mocht verplichten om in- en uit te checken, onder meer met het argument dat dat een onterechte verwerking van hun persoonsgegevens opleverde. Maar dat mocht van de rechter. Dit had een redelijk doel en paste daarmee binnen de uitvoering van de vervoersovereenkomst:

Het niet inchecken maar het slechts laten uitlezen van de OV-chipkaart door de conducteur is dan ook niet meer voldoende omop basis van een geldig vervoersbewijs met het studentenreisrecht te kunnen reizen. (…) Een conducteur moet [], bijvoorbeeld op de dagen waarin de vrij reizenperiode overgaat in de 40%-reductieperiode en vice versa, middels het moment (tijdstip) van inchecken kunnen vaststellen of de reis de vrij reizen periode of de 40%-reductie periode betreft. Het uitlezen van het type studentenreisrecht door de conducteur is dan onvoldoende.

Bij een verzekeringsportal zie ik de noodzaak iets minder. Het is immers goed mogelijk om de producten op papier te blijven leveren en telefonisch contact te onderhouden met de verzekerden. Maar aan de andere kant, het is een brede wens om dingen online te doen, dus redelijkerwijs is online aanbieden van verzekeringsinformatie wel een normale manier van levering van die dienst. En als je als grote verzekeraar dit voor veel mensen uitrolt, dan moet je het wel voor iedereen doen eigenlijk.

Wat denken jullie? Is een verplicht “Mijn [insert verzekeraar]”-portaal normaal en redelijk? Of moet je kunnen eisen dat alles op papier en telefoon gaat?

Arnoud