Een lezer stuurde me bijgaande foto (klik voor groot) en vroeg zich natuurlijk af, “mag dat”. Een bordje in je winkel met “Winkeldieven opgelet! Wij hebben camera’s. Als u hier steelt geeft u toestemming om de beelden te plaatsen op boevenvangen punt nl”, een creatieve truc om privacyschendingen te omzeilen.
Op “dé opsporingssite van Nederland” staan inderdaad camerabeelden van winkeldiefstallen en andere criminaliteit, hoewel de site zich haast erbij te zeggen dat het ‘meestal’ officiële opsporingsberichten zijn die met toestemming van Justitie worden verspreid. En waar het gaat om onofficiële opsporingsberichten (die van de sticker dus), verwijst men naar een Tweede Kamermotie van 8 november 2011 waarin zou worden bepaald “dat burgers beelden van dieven online mogen zetten”.
Inderdaad, in 2011 besloot de Kamer dat het tijd werd voor een wetsvoorstel op grond waarvan
burgers zonder angst voor strafrechtelijke vervolging en/of bestuurlijke beboeting beeldregistraties van overvallers en andere verdachten van misdrijven op internet kunnen zetten of op andere manieren kunnen openbaren, mits daarbij aangifte wordt gedaan bij de politie en de beeldregistratie tevens wordt aangeboden aan de politie,
Alleen: een motie is eigenlijk niet meer dan een verzoek aan de regering, regel dit eens. Het is geen wet en je kunt als burger geen rechten ontlenen aan de inhoud van een motie. Deze tekst uit 2011 heeft dus geen rechtskracht en burgers behouden dus hun angst voor strafrechtelijke vervolging en/of bestuurlijke beboeting.
Wat onder de huidige privacywetgeving een feature is en geen bug: het idee is dat Justitie de opsporing doet en in dat kader beslist of portretten van verdachten gepubliceerd moeten worden of niet. Dat dat een achterhaald standpunt is en massaal geschonden wordt, geloof ik onmiddellijk – maar in het recht geldt dat de specificatie het wint van de implementatie, en niet zoals in de IT andersom.
Die sticker is een leuke hack om dit op te lossen. Immers, met toestemming mag alles, toch? Dus wie zegt “ja ik ben een steeldief zet me maar online” mag achteraf niet meer zeuren over zijn privacy.
Maar zoals wel vaker met bijdehante hacks betwijfel ik ten zeerste of een rechter dit zal accepteren. Toestemming moet onder de privacywet expliciet worden gegeven (hoi cookiewet) en het stelen van benzine of winkelvoorraad kun je toch moeilijk als een expliciete toestemmingshandeling zien.
Bovendien: wat als je géén dief bent en toch op die site gezet wordt omdat men dácht dat je een dief was? Dan is er geen toestemming want het bordje gaat niet over niet-dieven.
Arnoud
Een lezer vroeg me:
Alle websites van de Nederlandse Publieke Omroep zijn binnenkort alleen nog maar te bereiken als de gebruikers cookies accepteren, 


Het kabinet komt met een voorstel om het grondwettelijk beschermde brief- telefoon- en telegraafgeheim uit te breiden naar recente communicatievormen, las ik
Regelmatig krijg ik vragen van scholen van allerlei pluimage die overwegen “iets met de cloud” te gaan doen. Dat varieert van het op Slideshare of Youtube zetten van lesmateriaal tot het delen van teksten via Google Docs tot het compleet migreren van de IT-infrastructuur naar Gmail of Microsoft. En dan komt natuurlijk meteen de vraag: mag dat allemaal wel?
Een lezer vroeg me:
Wie met een Amerikaanse cloudprovider in zee gaat (met de wolken in zee?), kan niet achterover zitten met “Oh ze doen Safe Harbor”. Dat zegt namelijk niets over hoe ze met data omgaan; Safe Harbor regelt alleen het formele puntje dat de data überhaupt Europa uit mag. Dat is wat ik opmaak uit de recente
Een lezer vroeg me: