Mag je foto’s uit een gevonden camera op Facebook zetten?

lost-found-verloren-voorwerpenEen lezer vroeg me:

Een kennis van me met behoorlijk wat Facebookvrienden vond onlangs een camera op straat. Hij heeft enkele foto’s daarvan op Facebook gezet (met afgeblokte gezichten) met een oproep om het bericht te delen en hem te contacteren als iemand weet wie dit zijn. Maar mag dat wel met de privacywet?

Volgens de wet behoor je een gevonden voorwerp aan te geven bij de gemeente – niet bij de politie dus. Ook moet je het melden bij de eigenaar van de ruimte waar je het vond, bijvoorbeeld de NS als het in de trein was of de klantenservice als je iets in een winkel vindt. Het is niet verplicht een voorwerp op te rapen (vindplicht) maar wel om een opgeraapt voorwerp aan te geven.

In de praktijk werkt dit lang niet altijd, zeker niet als het voorwerp uit het buitenland komt of op straat lag zonder verdere aanknopingspunten over de eigenaar. Terwijl veel mensen wel op sociale netwerken zitten, of mensen kennen die daarop zitten. Logisch dus om te denken dat zo’n oproep op Facebook meer kans op succes heeft.

Het publiceren van foto’s kan al snel een privacyschending opleveren. Als mensen herkenbaar zijn, hebben ze immers portretrecht. Het plaatsen van een balkje over het gezicht is een oplossing, maar bekenden zullen waarschijnlijk desondanks deze mensen herkennen. (Dat is ook het hele punt natuurlijk van die foto’s publiceren.) Of dat genoeg is om het portretrecht te weerleggen, betwijfel ik dus.

(Daarnaast zit er auteursrecht op die foto’s dus publiceren mag niet zonder toestemming maar gezien de context zou ik dat toch citeren noemen.)

De vraag is dan: is deze privacyschending te rechtvaardigen met een ander belang dat minstens zo zwaar weegt? Het is natuurlijk een nobel doel: het terugbezorgen van de camera. En dan moet je wel iets laten zien waarmee mensen weten dat het hún camera is. Je weet dat in de praktijk de politie hier weinig prioriteit aan geeft, dus welke opties heb je anders? Ik zou dan ook zeggen dat dit moet kunnen mits je natuurlijk alleen keurige foto’s uitzoekt en goed nadenkt per foto of men het vervelend zou vinden dat nou net die foto voor de hele wereld zichtbaar is.

Een tip die specifiek bij camera’s nog handig is, is om als eerste foto een afbeelding van naam, adres en telefoonnummer op te nemen. Zo weet je als eerlijke vinder meteen waar je terecht moet.

Arnoud

Tiradeweek: Toestemming vragen gaat ‘m echt niet worden bij privacydingen

rantweek-tiradeweekEen vervolg op mijn tirade van gisteren: wat te doen tegen het probleem dat niemand echt graag zijn privacy opgeeft. De gebruikelijke oplossing bij zulke situaties is dan mensen om toestemming vragen. Toon er een kort tekstje bij dat uitlegt wat we doen, en wie dan ja zegt die zal het wel vrijwillig willen. Zo doen we dat bij de dokter ook, toch?

Maar nee, dat gaat niet werken. En niet alleen omdat dat tekstje door Legal is opgesteld en waarschijnlijk zonder al te veel overleg met de technische mensen. Ook niet omdat het in de weg zit van wat mensen eigenlijk willen – als iets belangrijks in de weg zit, dan lezen mensen het echt wel. Het gaat niet werken omdat mensen er geen reden voor zien. Wat kan er immers misgaan? Blabla, waar gaat dit over. Boeien. Klik.

Is dat dom van die mensen? Misschien wel. Misschien moet je je wel eerst goed informeren en juridisch advies inwinnen alvorens je een website gaat gebruiken. Je moet tenslotte ook een rijbewijs halen voor je de weg op mag met bromfiets of auto. Je moet ook een schriftelijke en mondelinge toets afleggen voordat je in een winkelcentrum wat mag kopen. Oh wacht, nee dat hoeft niet. Wat is dan het verschil? Oh ja. Bij winkels gaan we er vanuit dat die winkels het goed geregeld hebben en dat duidelijk is wat daar kan gebeuren. Kan weinig misgaan dus, afgezien van dat je ineens thuiskomt met een paar schoenen dat je eigenlijk niet wil hebben.

En dáár zit hem het probleem: Facebook en consorten zien eruit als winkels, als gewone eerlijke dienstverleners net als de Albert Heijn en dat grappige eetzaakje op de hoek waar ze heerlijke koffie en gratis wifi hebben. We projecteren dus ons vertrouwensmodel op die online diensten. Onterecht, oké, maar het gebeurt wel en zo massaal dat je niet kunt zeggen dat iedereen dom is. Oké, dit is een tirade dus ik kan nu 90% van de mensheid dom verklaren maar ik ben eigenlijk bozer op die mensen en bedrijven die er geen been in zien om daarvan te profiteren door na een pro forma “mag dat”-bordje van alles te doen en schaapachtig te lachen dat men nu eenmaal “ja” gezegd heeft en maar niet zo dom moet zijn.

Ik zeg het wel vaker: wil je dat mensen geen gekke dingen doen met privacy of persoonsgegevens, dan maak je een wet die zegt: blijf met je rotpoten van andermans persoonsgegevens af. Vind je dat dat óók weer wat te ver gaat, dan ga je in de wet opnemen wat er wel en vooral wat er niet mag en hou je toezicht op de naleving. Wat je alleen vooral NIET moet gaan doen is zeggen: weet je wat, we gaan de burger opvoeden dat ze moeten lezen wat er gebeurt. En al helemaal niet met een popup of tekst die ze moeten accorderen waarna “het in orde is”.

Wie denkt van wel, mag eerst verdedigen waarom de cookiewet een mooi functionerend voorbeeld van dit standpunt is. En daarna hetzelfde bij de “U gaat dood van deze sigaret”-sticker op rookwaarverpakkingen.

Ik wil geen popups met uitleg over wat men gaat doen. Ik wil geen toestemming hoeven geven voordat de door mij gewenste diensten allerlei leuke dingen gaat doen. Ik wil niet hoeven nádenken over hoe ver de privacy-inbreuk mag gaan door de adverteerder van een dienst die ik gratis gebruik. Net zo min als ik wil hoeven nadenken over de hygiëne in de keuken van waar ik eet. Of de productveiligheid van de spullen die ik in de winkel koop. Dat wordt voor mij geregeld door mensen die daar verstand van hebben. En zo zou het ook moeten zijn bij privacyzaken.

Waarom mag ik er wel op vertrouwen dat producten mij geen fysieke schade toebrengen – maar niet dat diensten mijn privacy schade toebrengen?

Arnoud

Tiradeweek: Is het vrijwillig, je privacy opgeven bij online diensten?

rantweek-tiradeweekEen mooie dooddoener in elke discussie over online privacy: waarom je druk maken over privacy en privacywetgeving – de mensen vandaag de dag geven toch al hun privacy op door alles op Facebook, Instagram en Twitter te gooien. Dus wat maakt het dan uit, die paar duizend securitycamera’s erbij en het dataminen op basis van bonuskaart, profiel bij je televisiezender en telefoon-MAC-adres terwijl je rondloopt?

Nou nee. Privacy is niet dood, in wat voor mooie kreten bigdataboeren dat ook mogen formuleren. Privacy is springlevend, het is alleen zo verdomde lastig om je privacy te claimen. Allereerst omdat je dan gelijk voor gek staat als een bitsoffreedomtshirthebbende wereldvreemde principiële gekkie. Ten tweede omdat privacy niet te automatiseren is en dus vaak niet of nauwelijks ingebouwd wordt in een dienst. En ten derde omdat data mining winstgevender is dan je gebruiker privacy beloven.

En wat die Instagrammende jeugd van tegenwoordig betreft: Generatie Z hecht net zo zeer aan privacy als X en Y. Het punt is alleen dat ze weinig keus heeft: de enige plekken waar Gen-Z actief kan zijn, zijn de privacyschendende virtuele ontmoetingsplekken als Facebook en Instagram, zoals aangetoond in het mooie onderzoek van danah boyd. De huidige jeugd ként het begrip privacy en wéét van datagraaien en verzamelen van persoonsgegevens. Ze hebben alleen geen keus: alle plekken waar zij geacht worden te zijn, alle plekken waar hun vrienden zijn, zijn massale datagraaiers. Net zoals de burger in de DDR geen keuze had dan door de Stasi gevolgd te worden. Zijn die mensen opgegroeid zonder begrip van privacy?

Oké ik chargeer een tikkeltje (hoewel Facebook meer van ons weet dan de Stasi destijds – sorry, doe ik het weer). Maar er is een wezenlijk verschil tussen weten dat je iets opgeeft en je daarbij neerleggen, en niet weten dat er zoiets als privacy kan bestaan. Het idee dat je wácht totdat je favoriete film begint, of dat je een serie één aflevering per week doet op het door de zendr bepaalde tijdstip, ja daar heeft GenZ geen enkel begrip voor, of zelfs maar kennis van. Maar het idee dat je ouders meekijken via het schoolportal, dat de politie bezoek aan je favoriete hangplek in een app bijhoudt, dat tientallen camera’s je de hele dag filmen, dat je verplichte online hangplek je dataminet en verkoopt aan de enahoogste bieder – dát weten ze heus wel. En dat vinden ze net zo eng als jij en ik. Maar ze hebben geen keus.

Wie nu zegt dat je niet op Facebook hóeft te zijn, lach ik keihard uit. (Tenzij ‘ie een bitsoffreedomtshirt aanheeft.) Ja het kan. Je kunt ook winkelen zonder ooit met pin te betalen. Je kunt de straat op zonder gefilmd te worden. En door heel Nederland komen op de fiets. Maar om nou te zeggen dat dat de standaardsituatie is, nee. Dus dat gaat de oplossing niet worden.

Meer algemeen is er vrijwel niemand die er echt voor kiest zijn privacy op te geven, een enkele performance artist met bodycam daargelaten. Verreweg de overgrote meerderheid doet méé met iedereen, en gaat er maar vanuit dat er geen al te gekke dingen gebeuren. Albert Heijn zal heus niet de bonuskaartdata verkopen aan verzekeraars. Facebook zal echt niet je foto’s gaan dataminen en gezichtsherkenning loslaten, of je timeline manipuleren voor wetenschappelijk onderzoek. Je bank gaat echt niet je pintransacties dataminen voor gerichte advertenties en aanbiedingen. En adverteerders bouwen heus geen gedetailleerde profielen waarmee je over een paar jaar meer betaalt dan de buurman. Echt niet.

Als het allemaal zo transparant en vrijwillig is, waarom komt iedereen dan schreeuwend in opstand zodra een keertje duidelijk wordt wát men precies doet met persoonsgegevens? Waarom voelen advertentiebedrijven zich genoodzaakt steeds te spreken van “optimaliseren van de bezoekerservaring” in plaats van “een profiel met 800 kenmerken (waaronder uw gezondheid, geldbelustheid en emotionele zwakke plekken) opgebouwd door u langs alle 12.000 websites in ons netwerk te volgen en middels statistische analyse over tachtig miljoen mensen te vergelijken”?

Dit stoort me al een hele tijd. Het idee dat we vrijwillig kiezen voor onze privacy opgeven. Dat je kunt zeggen “nee nu gaat Facebook te ver, ik ga weg”. Het netwerkeffect is te groot. En niemand die echt kán begrijpen hoe al dat retargeting, profiling en targeting nu precies werkt. Het is ergens ook onvoorstelbaar dat elke keer als je naar zeg nu.nl gaat, er driehonderd advertentiebedrijven binnen een halve seconde live gaan bieden tegen elkaar om een banner te mogen laten zien, allemaal hun profielen over jou naar elkaar zwaaiend zodat de beste match mag winnen. Maar het gebeurt wel. Hoewel het eerder 900 dan 300 bedrijven zijn.

Nee, dit is geen pleidooi voor het verbieden van diensten als Facebook. Ze hebben nut en mensen hebben er veel plezier van. En het is logisch dat zulke bedrijven geld willen verdienen en dat advertenties beter werken als ze op de persoon zijn toegesneden. Maar het is ook een feit dát die diensten heel diep in andermans privé grabbelen en dat haar gebruikers dat eigenlijk liever niet hebben. Hier moet dus een oplossing voor komen. Alleen: hoe krijg je dan die balans tussen enerzijds geld verdienen met advertenties en anderzijds mensen hun privacy enigszins respecteren?

Arnoud

Tiradeweek: Nee, Google moet zich gewoon ook aan onze wet houden

rantweek-tiradeweekWeinig uitspraken van het Hof van Justitie hebben zo veel losgemaakt als het vergeetrechtarrest. Zoekmachines als Google dienen (op grond van de privacywetgeving) zoekresultaten op te schonen wanneer deze over personen irrelevante of verouderde informatie bevatten. Termen als censuur en de opmaat tot boekverbrandingen zijn nog de lichtste kwalificaties die ik hierover heb gelezen van boze commentatoren. Maar eh joehoe is het écht zo veel gevraagd dat een bedrijf zich aan de wet houdt?

Google heeft met haar fantastische zoekalgoritmen een revolutie ontketend in wat je op internet kunt vinden. Ik was jarenlang fan van Altavista en had altijd nog drie zoekmachines bij de hand, maar toen Google met haar kale homepage opkwam was ik binnen een week verkocht. Gewoon vinden wat je nodig hebt, en nog het meest relevante resultaat eerst ook.

Met haar zoekmachine is zo ongeveer alle informatie vrij beschikbaar. En wel zo makkelijk als nooit te voren. Dat is geweldig, maar heeft ook een keerzijde: niets is meer privé te houden En zelfs als je zélf denkt je informatie netjes af te schermen, is er altijd wel iemand die je tagt in een foto, je naam in een bericht opneemt of een oude databank met tijdschriften of krantenartikelen online gooit.

Maar uitingsvrijheid is niet het enige grondrecht, en ook niet het belangrijkste. Privacy is er ook nog, en is minstens zo belangrijk als uitingsvrijheid. Daar heb je dus rekening mee te houden als je uitingen gaat produceren. Net zoals je met dingen als smaad, racisme of bedreiging rekening moet houden. Maar hoewel die dingen allemaal bestaan, zie je zelden dat een informatie-aanbieder iets doet om rekening te houden met de privacy. Waarom toch?

Het enige dat ik kan bedenken is dat hier een sterke Amerikaanse invloed in zit. Daar is freedom of speech zo ongeveer absoluut, leer je in elke uitleg en cyberlawguide. Hooguit wordt wat lippendienst beleden aan smaad, maar voor smaad moet daar wel bewezen zijn dat de uiting onjuist is. Oftewel dat speelt vrijwel nooit en programmeer dus maar alsof alles dat openbaar is, vrij gebruikt kan worden. (En voor irritante auteursrechthebbenden doen we wel een DMCA formuliertje.)

Ik zie geen enkele reden waarom Google informatie zou moeten tonen die irrelevant is als je zoekt op een persoon. Want nee, Google is geen neutraal doorgeefluik. Ze zijn geen bakje in de bieb waar je zelf eens in snuffelt en ziet wat je wel interessant lijkt. Google is een speurneus die zélf bepaalt wat belangrijk is, en jou dat op een presenteerblaadje aanreikt. Google bepaalt wat relevant is.

En vanuit dat perspectief is het héél gek dat de privacy van personen uit broninformatie niet wordt meegewogen bij de bepaling van die relevantie. De oplossing van het Hof van Justitie is dan ook zo gek nog niet. De broninformatie mag netjes blijven staan. Daar is niks mis mee (anders zouden we van smaad of laster spreken, een heel ander soort probleem) en bronarchieven zijn van grote waarde. De bron mag gerust ontsloten worden door zoekmachines als Google moet zorgen dat die broninformatie niet ontsloten wordt wanneer deze irrelevant is voor de zoekopdracht.

Natuurlijk is het een hele lastige om te bepalen óf informatie irrelevant dan wel verouderd is. En de vraag waarom Google dat moet beslissen, is dan ook een goeie.

Je zou kunnen zeggen dat de vraag beter bij een instantie als het Cbp neergelegd zou moeten worden. Logisch. Dat zijn professionals die objectief kunnen inschatten of iets wel of niet tegen de wet is. Alleen, dan wordt het weer gelijk zo’n zelfde circus als bij de rechter: discussies met advocaten, een heel gedoe, plus een grote kans dat de beslissing dan openbaar moet worden want rechtspraak moet dat nu eenmaal. En als er iets is dat niet handig is, dan is het wel het openbaar maken van een verzoek om iets privé te houden.

Het antwoord is dan overigens niet om in persberichten bekend te maken dat vooral rare snuiters hun verleden willen oppoetsen: verwijderverzoeken van oplichters, pedofielen en andere criminelen krijgen ruim de aandacht als je Google vraagt hoe het nu gaat met het vergeetrecht. Ook geen antwoord is bij zoekresultaten te zeggen “we hebben dingen weggelaten vanwege privacy” met een grote knop “Zoek op onze andere site waar je wél die dingen krijgt”. Dat soort grappen noemen ze in de VS “contempt of court” en het is stuitend dat een megabedrijf als Google dat niet inziet bij een uitspraak van de hoogste Europese rechter. Zijn grondrechten alleen belangrijk als ze je bedrijf goed uitkomen?

Arnoud

Gastpost: Kostbare privacy op internet

privacy-statement.jpgOmdat ik met vakantie ben deze week een aantal bijdragen van vaste bezoekers. Vandaag advocate Nine Bennink over haar privacyzorgen en onze laksheid met dit grondrecht.

Een tijdje terug haalde ik mijn internetbestelling op in een winkel van een bekende modeketen. Het meisje achter de kassa vroeg naar mijn paspoort. Ik overhandigde het, waarop zij het documentnummer noteerde op een papiertje. Het papiertje verdween in een rode map. Verontwaardigd vroeg ik haar wat zij met die gegevens ging doen. “Geen idee”, kreeg ik als antwoord. Thuis heb ik direct de winkelketen gemaild. Ik wil weten waar die gegevens worden opgeslagen en waarom. Terecht. Privacy vind ik een belangrijk goed. Toch betrap ik mijzelf op inconsequent gedrag. Op internet ben ik namelijk niet zo oplettend waar mijn gegevens blijven. Bovendien accepteer ik klakkeloos de privacyvoorwaarden van verschillende social media waarmee ik mijn gegevens eenvoudig en zonder tegensputteren aan de desbetreffende dienst weggeef. Aan de hoeveelheid gebruikers van social media te zien ben ik niet de enige. Want ach, wie geeft er daadwerkelijk nog iets om privacy op internet?

Als jurist is het voor mij teleurstellend dat het begrip ‘privacy’ niet wordt gedefinieerd in de wet. Ik ben dan ook aangewezen op de algemene uitleg van het begrip. Privacy schijnt tenminste uit twee onderdelen te bestaan, namelijk: het recht om alleen te zijn en de bescherming van onze gegevens. Ik voel mij vrijwel altijd onbespied en alleen op internet. Ik weet echter niet precies wat er over mij bekend is en waar mijn gegevens zich allemaal bevinden. Ik scherm mijn gegevens slecht af op internet. Niet omdat ik niets te verbergen heb, in tegendeel! Het is een soort struisvogelpolitiek die ik ook niet kan verklaren. Het online beschermen van privacy voelt voor mij minder noodzakelijk dan offline bescherming. Het slachtoffer worden van cybercriminaliteit overkomt toch alleen naïevelingen?

Veel mensen zijn zich niet bewust van alle gevolgen die het delen van gegevens met zich meebrengt. Veel anderen zullen zich verschuilen achter het feit dat zij niet weten hoe de techniek werkt om bijvoorbeeld gegevens te kunnen versleutelen. Is de overheid de aangewezen instantie om ons te informeren en te beschermen tegen het ‘boze’ internet? De overheid heeft naar mijn idee alleen geen macht om daadwerkelijk de privacy op internet de beschermen zolang de burgers niet zelf zeer actief gegevens versleutelen. Internet is een ongrijpbaar en enorm medium waar de overheid (nog) niet op kan anticiperen. De gebruiksvriendelijke techniek is er. Ik ben er dan ook van overtuigd dat vrijwel iedereen kan leren hoe hij zijn gegevens moet versleutelen. We hebben er alleen geen zin in. Het zorgen voor een beveiligde opslag van gegevens, het doorlezen van privacyvoorwaarden die meer dan dertig pagina’s beslaan is te inspannend. Zonder WhatsApp en Facebook hebben we geen sociaal leven. We delen, linken en gebruiken diensten zonder na te denken. Volgens mij willen we niet echt weten wat er met onze gegevens gebeurt.

Bedrijven zullen ons zo min mogelijk wijzen op onze online privacy. Onze laksheid is hun marketinginstrument. Ondernemingen zijn dol op onze zoekgeschiedenis, cookies en aangeklikte links. Met deze informatie kunnen zij mij overhalen om toch dat ene paar schoenen aan te schaffen dat weer als gesponsorde advertentie verschijnt. Zolang bedrijven het hier bij houden, vind ik het acceptabel. Wanneer ‘mijn’ vrienden op Facebook (niets is immers van mij op Facebook) mij die schoenen aanprijzen, gaat het voor mij te ver. Zolang wij als burgers te laks zijn en de overheid ons niet écht informeert, kan deze situatieschets werkelijkheid worden.

We geven daadwerkelijk niets om onze online privacy. We zijn ook nog niet klaar voor een anoniem internet. Foto’s uploaden, delen, webwinkelen, klikken en zoeken op de manier zoals wij dat nu doen, is in ons dagelijks bestaan ingebakken. We accepteren dat we online net iets meer delen dat dat we dat in de kantine tijdens de lunchpauze zouden doen. Prima. Zolang we offline en online letten op de gevaren die er kunnen spelen, zie ik geen problemen. Toch koop ik mijn kleding bij die bewuste winkelketen nooit meer online. Ik winkel wel offline. Dat is tenminste lekker anoniem.

Mijn naam is Nine Bennink. Na mijn studie Recht en ICT bij de RUG ben ik sinds februari 2014 werkzaam als advocaat bij Damsté op de sectie handels- en ondernemingsrecht. Ik houd mij voornamelijk bezig met IE/IT recht. Na werktijd dans ik salsa en kook ik graag.

Elektronische communicatie gaat onder het briefgeheim vallen

email-e-mail-elektronische-post-envelopElektronische communicatie als e-mail wordt opgenomen in het brief-, telefoon- en telegraafgeheim uit de Grondwet, meldde Nu.nl vorige week. De geplande Grondwetswijziging zal een generiek ‘brief- en telecommunicatiegeheim’ vermelden, zodat alle vormen van privé telecommunicatie, dus ook berichten via bv. Facebook, in principe vertrouwelijk zijn. Hiermee komt eindelijk een eind aan de onzekere status van het briefgeheim voor e-mail en socialemediacommunicatie.

Het plan artikel 13 Grondwet te wijzigen loopt al sinds 2011 maar al begin jaren nul waren er plannen om het brief-, telefoon- en telegraafgeheim aan te passen. Naast de diverse struikelende kabinetten in die tijd was ook een probleem hoe de overheid mocht inbreken op dat telecomgeheim – zou er altijd een rechter nodig zijn, of zou bijvoorbeeld de AIVD makkelijker bij elektronische communicatie moeten mogen?

Nu lijkt men daar dan toch eindelijk uit te zijn:

Beperking van dit recht is mogelijk in de gevallen bij de wet bepaald met machting van de rechter of, in het belang van de nationale veiligheid, met machtiging van een of meer bij de wet aangewezen ministers.

De “nationale veiligheid”-uitzondering is bedoeld voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zo werkt het op dit moment al: de AIVD hoeft “alleen maar” toestemming van de minister en niet van een onafhankelijke rechter te krijgen om in mailboxen te kijken.

Het wijzigen van de Grondwet is een stuk lastiger dan het ‘gewoon’ invoeren van een wet. Er moet twee maal over gestemd worden in de Tweede Kamer, en tussentijds moeten er verkiezingen zijn geweest voor diezelfde Tweede Kamer. De theorie daarachter was dat je zo zeker wist dat ook het volk achter de wijziging stond: na het aannemen van de Grondwetswijziging in eerste lezing zouden aparte verkiezingen worden uitgeschreven met als onderwerp die wijziging. In de praktijk wordt er gewoon gewacht tot de eerstvolgende gewone verkiezingen. Verder moet er een tweederde meerderheid zijn bij die tweede keer stemmen. Natuurlijk moet ook de Eerste Kamer er in beide ‘lezingen’ van de wijziging mee akkoord zijn.

Voegt het wat toe? Ik weet het niet. Het feit dat er geen andere wetten aangepast hoeven te worden, wijst er voor mij op dat de status quo hetzelfde blijft. We leggen er alleen een mooiere formele regeling onder.

Een belangrijk gemis vind ik dat dit grondrecht enkel bedoeld is tegen de overheid. Er is geen “horizontale werking”, oftewel werking tussen burgers onderling. Dat wil zeggen dat als je buurman, internetprovider of werkgever in privécommunicatie snuffelt, je hem niet van schending van je telecommunicatiegeheim kunt beschuldigen. Je zult het moeten gooien op de algemene regel van een schending van je privacy, en dat is altijd een lastige. Wel is er nog een glimpje licht: de Grondwet zal ook vermelden dat er nadere wettelijke regels gemaakt mogen worden voor horizontale bescherming van het briefgeheim.

Arnoud

Mijn buren verzamelen bewijs per foto tegen mij, mag dat wel?

schutting-buren-erf-overpadDiverse lezers vroegen me, in lichte variatie:

Mijn buren fotograferen/filmen mijn tuin/huis/erf. Ze doen dit zogenaamd om bewijs te verzamelen omdat ik ruzie met ze heb over de erfgrens/de nieuwe aanbouw/geluidsoverlast/hondenpoep. Maar ze doen het wel op rare momenten dus het voelt als pesten. Kan ik hier wat tegen doen? Is dit niet in strijd met de wet op de privacy?

Op zich is het legaal om huizen of erven te fotograferen, zolang je dat maar vanaf de openbare weg doet of vanaf een erf waar je met toestemming mag zijn. Er is geen portretrecht voor gebouwen.

Als je ménsen op de foto zet in huin huis of tuin, dan schend je mogelijk hun privacy. Zeker als je gaat publiceren moet je rekening houden met portretrecht. Dit recht zegt dat als mensen een redelijk belang kunnen aanvoeren tegen publicatie (bijvoorbeeld omdat het een evidente privésituatie was) je de foto niet mag publiceren.

Gebruik als bewijs, bijvoorbeeld bij de rechter of gemeente in een bezwaarprocedure, is eigenlijk altijd toegestaan. Je moet bewijs kunnen verzamelen van waar je klacht (of verweer tegen een klacht) over gaat. Natuurlijk mag zulk verzamelen van bewijs mensen niet hinderen, dus kies bij voorkeur een rustig moment en vermijd mensen op de foto tenzij dát essentieel is voor het bewijs.

Als je foto’s of films maakt als bewijs, is het natuurlijk niet de bedoeling dat dat vervolgens op Youtube verschijnt om je standpunt nog eens kracht bij te zetten. Ook niet als je de procedure verliest en tóch vindt dat je gelijk hebt.

Arnoud

Kun je via de privacywet als ondernemer uit Google Maps en Streetview blijven?

kaart-streetview-maps-sarphatistraatEen juridisch ondernemer stond met een stichting ingeschreven bij de KVK (ik gok een advocaat met een stichting derdengelden), waarbij zijn persoonsnaam in de stichtingnaam zat en hij zijn eigen huisadres als vestigingsadres had opgegeven. Toen zijn gegevens opdoken in Google Maps, en foto’s van zijn huis in Streetview, diende hij een klacht in. Deze leidde ertoe dat Google een en ander ging blurren, maar dat was niet genoeg voor de ondernemer. Die stapte naar de rechter met een beroep op de Wet bescherming persoonsgegevens: het ging immers om zijn naam in de stichtingnaam.

De rechtbank wees die eis af, met onder meer de opmerkelijke overweging dat een bedrijfsnaam met persoonsnaam geen persoonsgegeven is omdat het dan niet gaat om “een gegeven dat betrekking heeft op die natuurlijke persoon”. En als dat wel zo zou zijn, dan zou Googles grondrecht om een bedrijf te runnen het moeten winnen van het grondrecht van meneer op zijn privacy.

In hoger beroep (via) komt het Hof niet toe aan die gekke overweging. Ergens jammer, want even expliciet opmerken dat dat niet klopt, had ik wel op prijs gesteld. Het is namelijk wél een persoonsgegeven. En de beoordeling moet gaan over die belangenafweging, dat is hoe de Wbp in elkaar zit.

Het Hof constateert dat door het blurren en beperken van de informatie er uitsluitend nog informatie over het huis te vinden is. En dat identificeert niet de eigenaar, want weten hoe een huis eruit ziet zegt niets over de eigenaar daarvan. De informatie moet tot de persoon te herleiden zijn:

Aan dat vereiste is niet voldaan indien na het intypen van (enkel) een adres uitsluitend de locatie van het betreffende adres en wazig gemaakte fotografische afbeeldingen rondom dat adres – zonder dat daarop individuen staan afgebeeld – worden weergegeven, omdat in dat geval uitsluitend gegevens over een object, en geen persoonsgegevens over een individu, worden geopenbaard.

En dat klopt, hoewel het gek aanvoelt. Immers je adres lijkt me vrij evident een persoonsgegeven. Maar het klopt wel dat die link te leggen moet zijn. Enkel een adres zegt nog niets, er moet wel met een redelijke inspanning te achterhalen zijn wie daar woont of eigenaar van is. En dat is hier niet het geval.

Minstens zo gek is de bron van alles. Als je jezelf inschrijft als ondernemer bij de KVK (wat wettelijk verplicht is), dan verkoopt de KVK je gegevens aan allerhande partijen door. Ook aan Google, en die combineert dat handig in haar kaartendienst Maps. Hierbij werkt men nog steeds met een opt-out, en ik heb werkelijk geen idee waarom. Maar het feit dat meneer de opt-out had gebruikt, leidt ertoe dat zijn eis verder wordt afgewezen. Door die opt-out zal Google de gegevens niet meer opnemen.

Arnoud

Hoe ver mag een beveiligingscamera reiken?

dome-camera.jpgAls het niet de mij meest gestelde vraag is, dan zit ie toch zeker in de top 3: mag de buurman mijn tuin filmen met zijn beveiligingscamera? Het standaardadvies is: nee, maar wel zijn eigen terrein, en ga met hem práten want hier een juridisch punt van maken gaat de sfeer niet verbeteren. Maar soms stappen er toch mensen naar de rechter over buurmans camera en dat geeft dan weer leuke brokjes jurisprudentie. Zoals nu.

In deze zaak (via) ging het om buren op een bedrijventerrein, beiden met woning in bedrijfspand dus. De gedaagde buurman had twee beveiligingscamera’s bevestigd aan een muur van zijn bedrijfspand, en die muur stond vijf meter van slaapkamers en terras van de eisende buurman. En dat gaf de eisende buurman “voortdurend het gevoel dat hij door [gedaagde] wordt bespied.”

De rechtbank constateert terecht dat het hier gaat om twee grondrechten: de privacy van de buurman en het eigendomsrecht van de buurman, waarbij dat laatste recht met zich meebrengt dat hij beveiligingsmaatregelen mag nemen zoals cameratoezicht. Bij twee tegenover elkaar staande grondrechten krijg je een afweging van belangen. Maar er moet natuurlijk wel allereerst bewijs zijn dát de eisende buurman in zijn privacy wordt aangetast. En dat krijgt hij niet voor elkaar:

[eiser] stelt dat hij in zijn privacy wordt aangetast door de aanwezigheid van de camera’s en dat uit de technische beschrijving van de camera’s kan worden afgeleid dat deze een zodanig bereik hebben dat er opnamen van zijn woning en tuin kunnen worden gemaakt. Wat [eiser] hiermee stelt, komt in feite daarop neer dat hij het gevoel heeft dat er inbreuk op zijn privacy wordt gemaakt, zonder dat hij deze inbreuk nader kan onderbouwen.

Belangrijk punt daarbij was nog dat de gedaagde buurman had uitgelegd dat hij niet kijkt naar de beelden, maar dat deze worden opgeslagen “enkel om te kunnen worden bekeken in het geval van bijvoorbeeld een inbraak.” En als niemand de beelden bekijkt, dan kun je ook niet echt spreken van continu bekeken worden.

Ja dit voelt wat makkelijk maar de hele situatie is nogal ongrijpbaar. Het is buitengewoon moeilijk een camera zo op te stellen dat deze inbrekers kan filmen maar de buren niet, wanneer de aanlooproute van de inbrekers bij de buren ligt. Een kapje kan natuurlijk, maar dan mis je net de wide shot waarmee de inbrekers nog met gezicht en dergelijke zichtbaar zijn. En je kunt wel van alles softwarematig regelen of beloven dat je niet kijkt, maar hoe weet je dat als buurman?

Omgekeerd is dat gevoel óók buitengewoon moeilijk te benoemen. Je weet niet of de buurman stiekem zit te kijken. En zelfs als er een legitieme zakelijke reden is, dan is het gewoon nog niet prettig om een camera in je rug te voelen. Ik vind het ook niet prettig als ik in een winkel kom en de verkoper tegen me begint te praten. Maar wat doe je eraan?

Arnoud

Wanneer mag je je partner in huis bespioneren?

Een lezer vroeg me:

Wanneer je samenwoont, al of niet getrouwd, mag je elkaar dan afsluiteren of met verborgen camera’s observeren?

Ik had al eens eerder een dergelijke vraag gehad, maar ik kreeg de afgelopen drie weken vier keer deze vraag dus ik dacht, hier moet ik nog eens op terugkomen.

Iedereen heeft privacy, maar als je met elkaar bent getrouwd of samenwoont dan wordt die privacy een heel stuk minder. Je moet dan eerder verwachten dat je partner dingen van je weet of dingen opvalt die je eigenlijk liever privé zou willen houden. Douchen is privé maar dat je partner binnenkomt tijdens het douchen, tsja dat hoort erbij.

De wet verbiedt het ‘wederrechtelijk’ aftappen van telefoontjes, mail of internetchats en ook het ‘wederrechtelijk’ installeren van verborgen camera’s in huis. Wederrechtelijk wil zeggen dat er geen recht, geen reden voor is. En dat is hier het lastige: omdat je een stuk privacy inlevert als je trouwt of samenwoont, kun je minder snel spreken van “geen recht” als zoiets gebeurt.

Wanneer je in gemeenschap van goederen bent getrouwd, dan is het nóg moeilijker om van wederrechtelijkheid te spreken. Het is dan immers je (mede)eigendom waar je de aftap/opnamespulen op installeert. En binnendringen in je eigen computer, dat kan niet. Maar zaligmakend is dat criterium niet: ik mag het bezoek op mijn verjaardag ook niet zomaar filmen met een verborgen camera, ook al heb ik die in mijn eigen huis verstopt.

Het gebruik van andermans wachtwoord is formeel strafbaar als computervredebreuk. Maar ook hier weer, het moet gaan om ‘wederrechtelijk’ gebruik. En of daar sprake van is, is dus onduidelijk.

Wel lijkt het me buitengewoon moeilijk om in een huwelijk/partnerschap met dergelijke juridische zaken te beginnen. Ga je werkelijk aangifte doen tegen je echtgenoot als je zo’n camera vindt? Een schadevergoeding eisen als je vriendin je aftapt?

Arnoud