Mag een promocodedienst stiekem commissie vangen als je deze gebruikt?

Photo by Ron_Hoekstra on Pixabay

PayPal Honey neemt geld af van adverteerders en biedt klanten niet altijd wat de dienst belooft, meldde Tweakers net na de kerst. Zo krijg je minder korting dan je voorgeschoteld werd, en worden affiliate-vergoedingen van adverteerders afgeroomd doordat Honey de onderliggende codes verandert. En dan nu de vraag: is dat strafbaar eigenlijk?

De dienst PayPal Honey is een coupondienst: ze sprokkelen internet af op zoek naar kortingscodes, en als jij (met hun plugin gewapend) ergens wat koopt, krijg je relevante coupons voorgeschoteld. Korting, altijd leuk, en Honey verdient er ook wat aan: zij voorzien jouw aankoop van een zogeheten affiliatecode, zodat de winkel hen een kickback geeft voor de klant.

Naast de klacht dat Honey lang niet altijd de beste kortingscodes heeft (en vaak met ‘eigen’ kortingen komt in plaats van een betere) gaat het hier over de klacht dat Honey eventuele bestaande affiliatecodes vervangt door de hare. Wanneer iemand een review van een product plaatst, kan die daar ook zo’n code aan hangen, zodat zhij voor mensen die dankzij de review besluiten te kopen ook een kickback krijgt.

Wat Honey dus doet, is die bestaande code vervangen door de eigen. Logisch vanuit haar businessmodel, maar erg vervelend voor die reviewer die uiteindelijk óók daarmee het geld moet verdienen.

Dit probleem is niet nieuw natuurlijk. Het kon al veel langer gebeuren dat er twee partijen waren die een product aanraadden: een review hier en een overzichtssite daar. Die geven dan beide zo’n code mee (via een cookie), en de webwinkel wil natuurlijk maar één keer de affiliatevergoeding betalen.

De best practice in de markt is dan “last-click attribution”, de laatste partij waar je geweest was voordat je bestelde krijgt de vergoeding. Dit is waar Honey zich op beroept als verdediging. Maar die praktijk is natuurlijk ontstaan onder marketingsites waarbij de ene keer de een wint en de andere keer de andere. Hier pakt Honey altijd die laatste klik, dat dwingen ze zelf af met hun plugin.

Strafbaar is dat niet, althans ik kan geen artikel bedenken uit het wetboek van strafrecht. Termen als diefstal of oplichting liggen voor de hand, maar zijn vooral emotie en niet zozeer een juridische kwalificatie. Al is het maar omdat de praktijk van het vervangen van andermans affiliatecode gangbaar is.

Is het misleidend, zodat bijvoorbeeld de ACM kan optreden? Daar twijfel ik over. Want de consument merkt niet dat dit gebeurt, het afrekenen met Honey of de marketingwebsite gebeurt buiten hem of haar om en dan ben je zo ongeveer alle regels van de oneerlijke handelspraktijk al kwijt.

Ik zie heel misschien een lichtpuntje in punt x van de zwarte lijst (art. 6:193g BW):

het verschaffen van zoekresultaten in reactie op een online zoekopdracht van een consument zonder duidelijk aan te geven dat het een betaalde reclame betreft of er een betaling is gedaan die specifiek was bedoeld om een hogere rangschikking voor producten te verkrijgen;
De vermelding in Honey zou dan een “zoekresultaat” moeten zijn, waarbij Honey dan niet duidelijk is dat zij betaald krijgt van de webwinkel en het dus een betaalde reclame is. Dit gaat me wat ver, met name omdat Honey niet zelf zoekresultaten toont maar bij een door jou gezocht product zegt “met deze coupon krijg je 10% korting”.

Natuurlijk heb je ook nog de open norm: iedere handelspraktijk kan oneerlijk zijn (art. 6:193b BW). Alleen is daarvoor vereist dat de consument er last van heeft, “het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt of kan worden beperkt”. En dat gebeurt gewoon niet met deze truc.

Arnoud

 

Een duim omhoog appen kan een bindende rechtsverklaring zijn, zegt rechtbank Saskatchewan

Photo by Rowen Smith on Unsplash

Het Hof van Beroep van Saskatchewan (Canada) heeft een eerdere beslissing bekrachtigd dat een duim-omhoog-emoji een bevestiging was van een contract tussen twee agrarische bedrijven. Dat meldde CBC News eind december. Wel woog mee dat de twee bedrijven al een lopende zakelijke relatie had, zodat je eerder van gewekt vertrouwen kunt spreken.

Ik blogde over de uitspraak in 2023:

The matter came to court after Mr Achter failed to deliver 86 tonnes of flax that grain buyer Kent Mickleborough was looking to purchase in 2021, prompting Mr Mickleborough to take legal action.
Als ik meen 86 ton vlas te mogen leveren en daarvoor betaald te krijgen, dan stap ik ook wel naar de rechter. Traditioneel laat je dan een ondertekend stuk papier zien, maar juridisch hoeft dat natuurlijk niet: een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding, wat op iedere manier kan gebeuren. Ook in Canada.
De communicatie hier verliep via WhatsApp, waarbij de ene partij appte “please confirm flax contract” en de ander daar de “thumbs-up” emoji als reactie op stuurde. Het Hof van Beroep signaleert heel slim dat daar natuurlijk ook metadata bij zat, zoals het telefoonnummer van de afzender.

Het probleem: hoe moet je die duim omhoog opvatten? Inderdaad ligt “ik stem in met het contract” voor de hand, maar dat duimpje sturen mensen óók vaak om te zeggen “ik heb dit gelezen en ga het doen #komtgoed”. Dat laatste is dan niet meer dan een ontvangstbevestiging dat het contract gelezen gaat worden.

De rechter in eerste aanleg had geconcludeerd dat in dit specifieke geval het duimpje omhoog als aanvaarding van het contract moest worden opgevat. Dit afgaande op de woordenboekbetekenis van de emoji van “assent, approval or encouragement in digital communications”. Maar ook woog mee dat de wederpartij wel vaker heel kort reageerde:

It is important to note that each time [Mr. Mickleborough] added to the offered contract “Please confirm terms of durum contract” and [Mr. Achter] did so by succinctly texting “looks good”, “ok” or “yup”. The parties clearly understood these curt words were meant to be confirmation of the contract and not a mere acknowledgement of the receipt of the contract by [Mr. Achter]. There can be no other logical or creditable explanation because the proof is in the pudding. [Mr. Achter] delivered the grain as contracted and got paid.
Als je meerdere keren “yup”-achtige termen appt op een contractsvoorstel en vervolgens het contract nakomt, dan bedoel jij met die termen dus “ik aanvaard het aanbod”. Dan kun je niet een volgende keer zeggen dat je alleen maar “ik ga het lezen en laat je weten” bedoele met een equivalente korte term.

Arnoud

 

Als je afspreekt backups te maken, dan zijn niet-gemaakte backups echt voor jouw rekening (ongeacht je algemene voorwaarden)

Photo by Markus Spiske on Pexels

“Leverancier [zal] met inachtneming van de schriftelijk overeengekomen periodes, en bij gebreke daarvan eens per week, een volledige back-up maken van de bij hem in bezit zijnde gegevens van klant.” Toen ging de backup mis en eiste de klant een half miljoen aan schadevergoeding. Kan Leverancier zich dan beroepen op de beperking van aansprakelijkheid uit de voorwaarden?

De klant had met de leverancier gecontracteerd voor ICT beheer bij diverse van haar vestigingen. Daarbij hoorde “Dagelijkse back-up controle” als ict-dienst, en apart gecontracteerd was wekelijks een volledige backup maken. Dit alles voor €150.000 per jaar.

Zoals dat gaat in de ict ging er op zeker iets mis:

Op 3 oktober 2024 bleken na een verdere analyse meerdere servers gecrasht en defect. [Leverancier] heeft de gecrashte servers vervangen, opdat back-ups daarop konden worden geplaatst. Tijdens het herplaatsen is duidelijk geworden dat er sinds juli 2022 geen back-up is gemaakt van de nieuwe server, met als gevolg dat alle data van de nieuwe server vanaf juli 2022, die door de crash verloren zijn gegaan, niet teruggeplaatst konden worden maar definitief verloren zijn gegaan.
Nee, die 2022 was geen typefout:
Vast staat dat de server waar de oude versie van het ERP-systeem op draaide één van de servers was waarvan [leverancier] conform de overeenkomst back-ups maakte. Na de vervanging van deze server door [leverancier] (zie 2.6), is [leverancier] abusievelijk gedurende een jaar lang back-ups blijven maken van de oude server die fysiek niet was verwijderd maar niet langer een functie had. Van de gegevens op de nieuwe server heeft [leverancier] geen back-ups gemaakt.
Diverse lezers zien “ERP-systeem” en schrikken zich nu rot. Want inderdaad is dat een bedrijfskritisch proces, de bedrijfsvoering en het productieproces van de klant ligt nu (gedeeltelijk) stil. En dat is iets dat zeker meeweegt als je als ict-beheerder optreedt.
De voorzieningenrechter acht het dan ook onbegrijpelijk dat [leverancier] in haar hoedanigheid van ICT-beheerder van [klant], na de vervanging van de server waarop dit ERP-systeem draaide, back-ups is blijven maken van de oude server, die niet meer in gebruik was, en geen back-ups heeft gemaakt van (de mutaties op) de nieuwe server. Anders dan door een menselijke fout is dit niet te verklaren.
Wanprestatie dus. Maar zoals vrijwel iedereen in de ict had ook deze leverancier algemene voorwaarden met daarin een stevige exoneratie. Alleen “directe schade tot maximaal het bedrag van de voor die overeenkomst bedongen prijs” van het afgelopen jaar kwam voor vergoeding in aanmerking. [Pet peeve: ‘directe schade’ is geen Nederlands juridisch begrip]

Kun je je daarop beroepen in zo’n situatie? Normaal wel, het zijn twee grootzakelijke partijen en die mogen zo ongeveer alles afspreken dat ze willen over ict-dienstverlening. Maar dat voelt hier wel héél onbillijk. En dat triggert artikel 6:248 lid 2 BW:

Een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
De belangrijkste omstandigheid die de rechter hier laat meewegen is dat het maken van backups een kernverplichting is van de leverancier. Die term verwijst naar afspraken die de essentie van de overeenkomst raken: dit is waar je voor betaalt, dit is wat je afgesproken had, hoezo mag je dít nalaten zonder dat dat gevolgen heeft?

Ook weegt mee dat het bedrag dat onder die AV moet worden betaald, niet in verhouding staat tot de werkelijke schade. Dit wordt niet uitgespeld maar lijkt te gaan om het verschil tussen € 29.187 wegens uitval productielijnen en € 368.861,73 dat de rechter uiteindelijk toekent. Hadden de AV een plafond van zeg anderhalve ton ingesteld, dan was de discussie mogelijk anders verlopen.

Arnoud

De woningstichting wil deursloten vervangen met app, mag dat?

Iloq elektronisch slot

Via Reddit:

Ik woon in een studentenhuis met eigen kamer en een gemeenschappelijke voordeur. De huurbaas/Woningstichting stuurt ons vandaag een mail met het bericht dat zij van plan zijn de voordeursloten te veranderen voor digitale sloten, bediend door een app. Hier hebben wij verder geen inspraak of aankondiging op gehad.
De vraagsteller denkt dat het om sloten van het merk iLoq gaat; “toonaangevende, modulaire software en diensten voor al uw toegangsbehoeften” aldus de ronkende website. Een unieke toegangsbehoefte is dat je geen fysieke sleutel meer hebt, maar alleen een “breed scala aan slimme toegangsfuncties” met een app op je telefoon.

Het eerste wat je je dan kunt afvragen is wat er gebeurt als je batterij leeg is net op het moment dat je dringend naar buiten moet. Zoals bij een brandalarm, om eens wat te noemen. Wie kan vinden waar staat dat deze sloten van binnenuit zonder app te openen zijn, ik hoor het graag.

Ook interessant zijn de vele slimme rond toegang gegroepeerde behoeftes, zoals deze:

Houd actuele informatie bij over wie waar en wanneer toegang heeft. Gebruik audittrailrapporten om gevallen van onbevoegde toegang te voorkomen of te helpen oplossen.
In het Nederlands: dit slot houdt bij wie wanneer het slot open deed, en dat kun je correleren aan bevoegd en onbevoegd gebruik. Je kunt bijvoorbeeld een code geven aan bezoek, die dan op jouw gezag naar binnen gaat. De beheerder kan dan terugzien dat er dinsdag om 14:23 iemand naar binnen is gegaan dankzij jouw autorisatie. Volgens het privacybeleid is iLoq daarbij de verwerker en de gebouwbeheerder de verwerkingsverantwoordelijke.

Een aanverwante zorg van de vraagsteller/huurder is dat hiermee de verhuurder naar binnen zou kunnen gaan. Dat is inderdaad een risico, maar niet anders dan met fysieke sleutels waar men immers ook een duplicaat of loper zou kunnen hebben. Het mag natuurlijk absoluut niet zonder toestemming.

Normaal vervang je dan de cilinder (en bewaar je de originele) en dan is binnengaan onmogelijk. Maar hier zou je dan een bijzetslot moeten plaatsen. En als je dat ook van buifenaf bedienbaar wil maken, dan moet je dus een slotgat in je deur maken en dát is even iets heftiger dan een schroef losmaken en de cilinder vervangen.

Binnen het huurrecht is een niet-afsluitbare toegangsdeur een gebrek categorie A7. Het gaat dan om aan twee zijden afsluitbaar zijn, niet alleen aan de binnenzijde (waar een schuif nog een doe-het-zelf optie zou zijn). Je kunt dus naar de huurcommissie, in theorie is hiermee de huur tot 20% te verlagen totdat de verhuurder een deugdelijk slot heeft geplaatst.

Alleen: ís het wel een ondeugdelijk slot? De privacy policy leest solide, de verhuurder zal beleid overleggen dat niet binnengetreden wordt zonder toestemming of uitzonderlijke situatie en er zit een CE keurmerk op de slotelementen. Dan blijven theoretische speculaties over onveiligheid over, en daar kom je niet zo ver mee.

Ook dat van naar buiten bij brand is niet doorslaggevend. Ik lees dat iLoq speciale dingesen verkoopt die hetzelfde werken maar dan de vormfactor van een sleutel hebben. Die zouden tegen een redelijke meerprijs verstrekt kunnen worden, en hebben geen batterij nodig.

Ik realiseer me dat dit weinig opwekkend is, maar ik zie geen manier hier juridisch wat tegen te doen totdat het aantoonbaar een keer misgegaan is.

Arnoud

 

Veroorzakers ongeval door appen tijdens het rijden nu persoonlijk aansprakelijk?

Photo by DariuszSankowski on Pixabay

Sinds kort laten vier grote verzekeraars je de schade zelf betalen als je bij een ongeval aan het appen was achter het stuur. Dat meldde het AD, dat gelijk voorrekent dat dit kan oplopen tot miljoenen euro’s en je persoonlijk faillissement. Oké dan. Maar hoe zit dat juridisch?

Als voorbeeld pak ik dan de nieuwe WA-polisvoorwaarden van Interpolis er bij. Die vermelden bij de algemene uitsluitingen:

De bestuurder vertoont zeer gevaarlijk rijgedrag zoals staat in artikel 5a van de Wegenverkeerswet. Bijvoorbeeld: de bestuurder houdt een mobiele telefoon vast of typt hierop een bericht tijdens het rijden.
Artikel 5a Wvw begint als volgt:
Het is een ieder verboden opzettelijk zich zodanig in het verkeer te gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Als zodanige verkeersgedragingen kunnen de volgende gedragingen worden aangemerkt:
En dan volgt een lijst verkeersgedragingen, waaronder “gevaarlijk inhalen” maar ook “tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden” (sub 1 onder k). Dat is de wettelijke term voor een mobiele telefoon (zoals in art. 61a Rvv gebruikt).

Wat de verzekeraar dus zegt, is feitelijk: als er sprake is van een overtreding van artikel 5a Wvw, dan hoeven wij niet uit te keren. En appen of je mobiel vasthouden is een voorbeeld van zo’n overtreding. Oftewel: we keren niet uit wanneer bewezen is dat je je telefoon vasthield tijdens het rijden.

Dit is wat kort door de bocht (ja sorry). Enkel zo’n gedraging vertonen is niet genoeg om artikel 5a te overtreden. Allereerst moet die gedraging opzettelijk zijn begaan. Volgens de minister zal dat bij veel van die regels “niet anders dan opzettelijk” kunnen spelen. Te hard rijden kan per ongeluk, maar je telefoon springt niet zelf in je hand.

Verder moet ook apart bewezen worden dat van de gedraging “levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is”. En dat vereist meer dan een theoretische optie, het zal concreet in die situatie gespeeld moeten hebben.

Interpolis rechtvaardigt de keuze met deze zeer recente cijfers:

Daarin geeft 15% van de respondenten aan enkele of meerdere keren in een gevaarlijke situatie terecht te zijn gekomen door gebruik van de telefoon in het verkeer. Ook is 1 op de 5 het (zeer) eens met de stelling dat ze vaak afgeleid worden door de telefoon in het verkeer, zelfs als ze er niet actief mee bezig zijn. 64% van de deelnemers van het onderzoek is bereid volledig offline te rijden, maar toch wordt dat niet altijd gedaan. De mobiele telefoon leidt nog vaak tot onverantwoord gedrag.
Alles bij elkaar vind ik het dus een goede stap, zij het dat er natuurlijk altijd weer onbillijke gevallen zullen opduiken. Een risico waar ik nog bang voor ben: mensen die liegen over telefoongebruik uit angst voor personlijk faillissement, waarna de verzekeringsuitkering geweigerd wordt wegens opgeven onjuiste informatie.

Arnoud

DPG Media test betaling voor weigeren van cookies, mag dat?

DPG Media doet momenteel een ‘zeer kleinschalige test’ op een aantal media. Dat meldde Tweakers vorige week. Als je geen cookies wilt, moet je 4 euro per maand betalen. Onduidelijk is of er dan ook geen advertenties worden getoond. (Je kunt nog niet echt betalen trouwens, ze meten je klikbereidheid.) Het riep de vraag op of dat zomaar mag, geld vragen voor online content.

Ja, die voelde als de omgekeerde wereld: dat een krant geld vraagt om je toegang te geven tot haar content. Maar nu zo veel content zo lang gratis beschikbaar is geweest, heeft daar een forse normverschuiving plaatsgevonden en moet betaling als tegenprestatie weer haar rechtvaardiging verdienen.

Dit alles komt uit een arrest van het Hof van Justitie uit 2023, of Meta gezien haar machtspositie op de Europese markt mag eisen dat je je persoonsgegevens laat verwerken om de dienst te mogen gebruiken. Bij ‘normale’ diensten lijkt dat verdedigbaar (het is jouw keuze die af te nemen) maar Meta is zó groot dat het niet normaal meer is. En dan krijg je andere spelregels, moet je eerlijker doen en anderen toelaten waar je kleine concurrenten dat niet hoeven.

Het Hof zegt dan dat het eigenlijk niet mag, maar wél als “een gelijkwaardig alternatief [wordt] geboden bij het weigeren van toestemming, in voorkomend geval tegen een passende vergoeding”. Dus pay or consent, zoals dat is gaan heten, is legaal. Alleen: wat bedoelde het hof met “passende vergoeding”? Daar gaan ze niet nader op in.

Het lijkt niet de bedoeling te zijn dat Meta gewoon een willekeurig bedrag mag verzinnen. Als ze de betaalde versie van Facebook op 3000 euro per jaar stellen, dan zou dat natuurlijk niemand aantrekken. Mogelijk dat het Hof dacht aan de figuur van excessieve prijzen, wat marktmachtige partijen nog wel eens doen. De standaard daarbij is “excessive in relation to the economic value of the service provided.”, dus zeg maar onredelijk/overdreven gezien wat een normale marktprijs is.

Voor die marktprijs kun je dan benchmarken en daar zijn allerlei methodieken voor. Maar welke prijs hanteer je dan bij Meta? Wat moet een sociaal netwerk kosten, er is er niet eentje ter wereld die puur op abonnementsbasis werkt (ik sta graag gecorrigeerd).

Er is wat onderzoek geweest wat mensen zouden willen betalen voor sociale media, en grofweg kom je dan rond de tien euro uit. Dat is denk ik ook waarom Meta voor 9.99 koos (hoewel dat nu 5.99 lijkt te zijn.

Wat mag DPG vragen? Dat hangt dus af van de vraag of ze ‘machtig’ zijn. Zo niet, dan mogen ze vragen wat ze willen want dan lees jij gewoon de concurrent. Welke concurrent, vraag je gezien Wikipedia: DPG Media? Oh, dan zijn ze machtig en dan moeten ze dus een redelijke marktvergoeding vragen. Het genoemde bedrag van 4 euro per maand lijkt me vrij redelijk.

Arnoud

Mag je van de GPL genullde WordPress plugins hosten, of kan Automattic dan voor een miljoen beslag bij je leggen?

“Geschil over open source software WordPress en WooCommerce”, zo opende een recent Amsterdams vonnis enigszins cryptisch. Het bleek te gaan om een beslaglegging door WordPress-eigenaar Automattic versus de eigenaar van Festinger Vault, een site die onder meer genullde premium WordPress/WooCommerce plugins aanbiedt. Dat geschil speelt in Nederland omdat die eigenaar hier woont. Wat is er aan de hand?

Het was even zoeken, maar dit is soort van een neutrale beschrijving van wat Festinger Vault doet:

Festinger Vault is a popular GPL (General Public License) site that provides access to a vast collection of WordPress themes and plugins at a fraction of their original price. Unlike traditional marketplaces where you pay for each theme or plugin individually, Festinger Vault offers these products under GPL, allowing users to download, modify, and use them freely, all within the legal framework of WordPress’s open-source philosophy.
Dat “under GPL” moet hard werken om die omschrijving legaal te houden. Want die betaalde plugins staan daar in genullde vorm, wat WordPress-jargon is voor het weghalen van de controle of jij wel betaald hebt (exacte etymologie-links welkom). En dat is een zeer discutabele praktijk.

Enerzijds: als code (zoals een WP plugin) onder GPL vrijgegeven wordt, dan mag je iedere letter daarvan aanpassen. Dus ook de letters die die controle uitvoeren. Anderzijds: dit is héél hard niet de bedoeling, botst (discutabel) met de letter van GPL artikel 2(d), en wringt nog meer als je vervolgens geld vraagt en doet of het de officiële plugin is zoals tegen geld beschikbaar gesteld door de originele ontwikkelaar.

Dat laatste is meer een merkenkwestie natuurlijk. En dat was dan ook waar Automattic (het bedrijf achter WordPress en WooCommerce) met gestrekt been mee binnenkwam bij Festinger Vault. Via een zogeheten ex parte procedure (art. 1019e Rv) overtuigde ze de rechter dat hier een evidente en grote inbreuk op IE-rechten aan de gang was, die per direct moest stoppen en niet kon wachten tot er een hele zaak over was gevoerd.

De voorzieningenrechter had dat verzoek toegewezen, met een dwangsom van € 25.000,00 per dag (gemaximeerd op een half miljoen). Een dag later legde Automattic voor € 1.078,000,00 beslag op de bankrekening, het huis en de auto van de eigenaar van de site, in afwachting van de inhoudelijke uitspraak.

Nu is het handelen van Automattic en met name haar CEO de laatste tijd nogal opmerkelijk te noemen. Ik wil niet insinueren dat Rian van Rijbroek een nieuwe scharrel heeft, maar Matt Mullenweg doet nogal opmerkelijke uitspraken over wat er mag van de GPL of het merkenrecht. Zo zei hij in een inmiddels berucht interview:

… dat GoDaddy geen gebruik maakt van de merken van Automattic, maar nadat hij heeft gezegd dat het handelen van [bedrijf] niet in strijd is met de GPL, voegt hij daaraan toe: “We were able to use the trademark basically to shut them down.
Wat GoDaddy doet, leek een heel eind op wat er bij Festinger Vault gebeurde. Het is dat licht opmerkelijk dat het ex parte verzoek uitgebreid motiveert waarom sprake is van auteursrechtinbreuk / schending GPL, en maar heel kort iets over merkenrecht zegt. Ook zegt Mullenweg dat hij normaal altijd eerst informeel contact opneemt, en dat is hier niet gebeurd.

Als achtergrond: het verlenen van ex parte toestemming en het laten leggen van conservatoir beslag is iets dat zonder wederhoor gebeurt. Rechters gaan er van uit dat een en ander eerlijk wordt voorgesteld (art. 21 Rv), en worden dus zéér sjachrijnig als dat niet het geval blijkt. Zoals ook hier:

Tot slot blijkt uit het interview dat de ‘online community’ – zoals [bedrijf] ter zitting ook heeft gezegd – forse kritiek heeft op Automattic, omdat zij haar merkrechten gebruikt om concurrent WP Engine aan te pakken (deze kritiek was de aanleiding voor het interview). De voorzieningenrechter merkt hierbij op dat uit het interview blijkt dat WP Engine een grote onderneming is (in omvang vergelijkbaar met Automattic/WordPress), met een private equity fund als investeerder – terwijl [bedrijf] een eenmanszaak is – en dat dit de enige andere onderneming is waarmee Automattic in een juridische strijd is gewikkeld. Uit de door [bedrijf] in het geding gebrachte (links naar) publicaties over de strijd tussen WP Engine en WordPress maakt de voorzieningenrechter voorts op dat de website van WP Engine gewoon (weer) in de lucht lijkt te zijn, terwijl de website van [bedrijf] – door het ex parte verbod – nog steeds op zwart staat.
“Van een zekere schending van artikel 21 Rv door Automattic in dit kort geding lijkt in het licht van dit alles voorshands wel sprake”, is dan de conclusie. Dat betekent niet dat Festinger Vault inhoudelijk gelijk heeft: deze procedure gaat alleen over de vraag of het beslag er af moet.

FV krijgt hierin gelijk, mede omdat Automattic de schade als “véél te hoog” heeft geclaimd en omdat op die bankrekening ook het PGB van de directeur in privé binnenkomt. Het beslag wordt dus opgeheven en we gaan naar de volgende, inhoudelijke ronde. En dat zou zomaar eens de eerste uitspraak kunnen zijn over de scope van de GPL.

Arnoud

 

De webwinkel weigert een retour van een Black Friday aankoop, wat nu?

Photo by NguyenLe365 on Pixabay

Vele lezers vroegen me een variatie van deze:

Afgelopen (week|vrijdag) kocht ik een bijzondere aanbieding bij een webwinkel. Deze viel na ontvangst toch tegen vanwege $reden, dus ik wilde de koop ongedaan maken. De winkel (weigert dat echter|wil alleen een tegoedbon geven) omdat het hier gaat om een speciale aanbieding. Is dat rechtsgeldig?
Korte antwoord: nee, “aanbieding” is geen reden om een retour te weigeren. Ook niet als de korting uniek was, het er bij stond of dit exclusief voor Black Friday was. En je hebt recht op je geld terug, niet slechts een tegoedbon.

Bij een online aankoop heb je altijd recht om het product binnen 14 dagen na ontvangst terug te sturen. De winkel mag die termijn verlengen, maar niet inkorten. Let op dat de termijn begint bij het ontvangen van het product, niet de dag van bestelling. En je haalt de termijn zodra je de winkel meldt dat je het gaat terugsturen, niet pas als het binnen is.

Er zijn uitzonderingen, maar die zijn in de wet (art. 6:230p BW) genoemd:

  1. Maatwerk (zie eerdere blogs wat dat is, zoals over computers op specificatie, zonnepanelen of kleurenwaaiers)
  2. Bederfelijke waar (zie eerdere discussie en aanvullend over kamerplanten)
  3. Hygiëneproducten (dat als ze én hygiëneaspecten hebben én in een verzegelde zak zitten – een wc-bril valt hier buiten)
  4. Vermengingsproducten (tenzij je een kuub grint hebt gekocht niet relevant)
  5. Een ‘vin en primeur’ (moest ik ook opzoeken)
  6. Software of films op fysieke drager als je het zegel hebt verbroken
  7. Software of films (en dergelijke) digitaal als je al gedownload hebt én je toen een vinkje moest zetten dat je afstand deed van je recht
  8. Een krant, tijdschrift of magazine
  9. Crypto’s (financiële producten)
  10. Loten en dergelijke
Een stevige korting, een uniek aanbod, dat het speciaal voor jou uit Verweggistan is geïmporteerd of al dat soort argumenten doen dus niet ter zake.

Ook is niet relevant of je het hebt opengemaakt (inclusief bij blisterverpakkingen) of zelfs hebt uitgeprobeerd dan wel gepast. Het criterium is dat wat je deed, niet meer was dan “noodzakelijk om de aard, de kenmerken en de werking daarvan vast te stellen” – uitproberen dus. Lomp opensnijden mag niet, een laptop een keer aanzetten mag wel, net als een dagje varen met een nieuwe buitenboordmotor.

En let op: als je wél te veel hebt gedaan, of zelfs concrete schade aangebracht, dan betekent dat niet dat je retourrecht is vervallen. Het betekent alleen dat de winkel een redelijke waardevermindering mag berekenen bij het teruggeven van je geld.

Bij dat laatste zit hem natuurlijk de crux. Als de winkel vindt dat hun uitzondering wel opgaat, terwijl de wet vindt van niet, dan moet je eigenlijk naar de rechter maar dat is zelden het geld en de moeite waard. Heb je een rechtsbijstandsverzekering dan is dit het moment die aan te spreken.

Als de winkel bij een keurmerk zoals Thuiswinkel is aangesloten, dan is een klacht bij deze instantie zeker een eenvoudige manier om te proberen het snel op te lossen. En zit de winkel in een ander land in de EU, dan kan het Europees Consumenten Centrum je helpen.

Arnoud

 

 

Mag je de sportschool altijd per e-mail opzeggen of moet het persoonlijk aan de balie?

Photo by Danielle Cerullo on Unsplash

Via Reddit:

Een collega van mij is lid bij een sportschool, is verhuisd en heeft meerdere keren per e-mail opgezegd. Deze opzegging is geweigerd want de eigenaar heeft in zijn voorwaarden staan dat het enkel mondeling en in persoon kan worden opgezegd. … Hij heeft in de sportschool een formulier ingevuld en getekend, dus feitelijk is de inschrijving schriftelijk gegaan.

Ik licht deze vraag er vooral uit omdat het doet denken aan de discussie “is e-mail rechtsgeldig”. Die is eigenlijk te breed geformuleerd, omdat het sterk afhangt van context, doel en afspraken.

Heel algemeen geldt dat je overeenkomsten vormvrij kunt afsluiten en opzeggen. Dat wil zeggen, de wet stelt geen eisen aan hoe je dat doet, dus per e-mail is prima. Veel ondernemers stellen echter wel eisen, en dat mag ook: algemene voorwaarden mogen vormvoorschriften stellen.

Alleen zitten daar wel weer wat beperkingen aan, onder meer vanwege grapjassen zoals deze sportschooleigenaar met z’n “Om het lidmaatschap te beëindigen kunt u langskomen in de sportschool tijdens openingstijden.” En dan alleen bij de eigenaar persoonlijk ongetwijfeld.

De belangrijkste beperking is die van art. 6:236 sub o BW:

[Onredelijk bezwarend is een voorwaarde die] de bevoegdheid van de wederpartij om de overeenkomst, die mondeling, schriftelijk of langs elektronische weg tot stand is gekomen, op een overeenkomstige wijze op te zeggen, uitsluit of beperkt;
Oftewel: als de ondernemer het goed vond dat je via e-mail het contract sloot, dan mag hij niet verbieden dat je ook via e-mail opzegt. De voorwaarde uit het contract lijkt me daarmee in strijd: men sluit schriftelijk het contract, dus moet dat schriftelijk op te zeggen zijn. En e-mail is een geschrift.

Discussie kun je dan krijgen over of “een formulier aan de balie” telt als “schriftelijk”, en of een e-mail gelijk te stellen is met zo’n formulier omdat e-mail niet ondertekend wordt en ik zomaar gok dat er een handtekening gezet moest worden op dat stuk papier.

Dan is er nog art. 6:237 sub m BW:

[Vermoedelijk onredelijk bezwarend is een voorwaarde die] voor de geldigheid van een door de wederpartij te verrichten verklaring een strengere vorm dan het vereiste van een onderhandse akte stelt;
Een onderhandse akte is elk ondertekend geschrift, en dat kan ook elektronisch zijn – alleen zit je dan weer met die handtekening. Een e-mail met een PDF bijlage met daarin een opzegbrief met handtekening is wél een onderhandse akte (art. 25 eIDAS Vo), en gezien het simpele doel hier wel rechtsgeldig (art. 3:15a BW).

De sportschooleigenaar mag bezwaar maken tegen die opzegbrief als hij kan motiveren waarom bij hem het echt niet werkt dat je een ondertekende brief opstuurt. “Ik wil mensen overtuigen te blijven” is daarbij geen geldige reden, ik zeg het maar even.

(Opzeggen aan de balie is “strenger” dan een brief sturen, zie deze rechtszaak uit 2013).

Praktisch gezien is het advies dus: automatische incasso stopzetten (als die er was) en een mail sturen waarin je een PDF met ondertekende opzegging stuurt. In die opzegging-PDF vermeld je “ik vernietig hierbij uw algemene voorwaarde omtrent opzegging aan de balie omdat deze onredelijk bezwarend is”.

Arnoud

Nederlandse gezondheidszorg stopt met gebruik van fax

Photo by OpenClipart-Vectors on Pixabay

Project Faexit heeft op de relatiedag van de VZVZ symbolisch ‘de allerlaatste faxmachine uit de Nederlandse gezondheidszorg’ overgedragen aan het Nederlandse Instituut voor Beeld en Geluid. Dat meldde Tweakers begin deze week. Waarschijnlijk technisch ingegeven: KPN ondersteunt de onderliggende protocollen niet meer.

Ik dacht in 2021 dat de rechtspraak de laatste was, maar de zorg was dus nóg steviger gehecht aan de in 1843 geoctrooieerde kopieertelegraaf. Niet geheel zonder reden: het werkt rechttoe rechtaan, je weet of het heeft gewerkt en er zijn nauwelijks compatibiliteitsproblemen. Faxen komen niet in de spam, en “de toner is op” is een stuk duidelijker dan “421 4.7.0 [TSS04] Messages from xx.xx.xx.xx temporarily deferred due to unexpected volume or user complaints”.

Natuurlijk heeft iedereen het dan over de bewijskracht van de fax. Daarover blogde ik toen in 2021, uitgaande van (de conclusie A-G van) de strafzaak HR 13 september 1988, NJ1989, 12, waarin ter discussie stond of een gefaxte pleitnota wel rechtsgeldig ondertekend was door de advocaat:

Nodig is dat de advocaat telefonisch of schriftelijk aan de griffie van de HR laat weten dat de gefotocopieerde handtekening zijn handtekening is. Waar zo een nadere mededeling ontbreekt zal slechts een toevallige omstandigheid, zoals de aanwezigheid in het dossier van een brief van de indienende advocaat met diens originele handtekening en de mogelijkheid om de overeenkomst van die handtekeningen zonder moeite vast te stellen, de schriftuur met de gefotocopieerde of ‘gefaxte’ handtekening kunnen redden.
In andere zaken werd vergelijkbaar geoordeeld, waarbij ook wel als argument werd geaccepteerd dat je het origineel naleverde en dat men achteraf kon zien dat dit identiek was aan de fax. Dan heb je je origineel maar kan het allemaal net wat sneller. Daar kon niemand op tegen zijn, maar zeker woog ook mee dat professionele procespartijen zoals advocaten of rechters er geen belang bij zouden hebben om vervalste faxen te sturen. De kans op vervalsingen zou dus klein genoeg zijn.

In de zorg heb ik me altijd afgevraagd hoe dat nou gewogen werd. Ik zie zeker wel belangen bij het versturen van vervalste recepten, alleen al door medicatieverslaafden. Hoe ga je als apotheek dan na dat de fax écht van de arts komt? Verder dan het afzender-telefoonnummer controleren kom ik niet. Ik heb in ieder geval nog nooit een uitspraak of klacht tegen een apotheker gezien over het verwerken van een vervalst gefaxt recept.

In de zorg was het doel van de fax met name snelheid en zekerheid: nú een recept sturen en verwerken is een stuk prettiger dan eentje die morgen aankomt. En daar zijn ondertussen ook internetgebaseerde alternatieven te over voor.

Arnoud