Aziatische privacyregeling: een model voor de wereld?

Google pleit voor wereldwijde regels voor privacy-bescherming, en dan het liefst voor harmonisatie volgens het APEC privacy framework. Zo schrijft Tweakers:

Peter Fleischer, die bij Google raadgever is betreffende privacy-aangelegenheden, stelt dat het van levensbelang is voor het internet en de wereldwijde economie, maar niet in het minst voor Googles eigen zaakjes, dat er maatregelen genomen worden tegen het huidige lappendeken van conflicterende privacyregels.

Nee, APEC kende ik ook niet. De Asia-Pacific Economic Cooperation is een samenwerkingsverband tussen 21 Aziatische landen (inclusief de VS), dat niet-bindende raamwerken en adviezen opstelt. Eentje daarvan is dus het privacy framework (PDF).

De pers lijkt positief: Google in de bres voor online privacy, meldt b.v. ZDNet. De Automatisering Gids ziet zelfs een kruistocht voor privacy. Slechts een enkel bericht (de NRC bijvoorbeeld) is kritisch. Wat staat er dan voor bijzonders in dat raamwerk?

De uitgangspunten komen grotendeels overeen met de Europese privacyregels: er is een informatieplicht voor de persoon in kwestie, deze heeft het recht de gegevens aan te passen, verwerking mag alleen voor de afgesproken doelen, enzovoorts. Het raamwerk kent op diverse plekken wel de mogelijkheid af te wijken als dat “not appropriate” zou zijn.

Wat mij trof, was de uitzondering voor “publicly available information”, alle informatie die de persoon zelf publiceert of die uit openbare bronnen te halen is.

The APEC Privacy Framework has limited application to publicly available information. Notice and choice requirements, in particular, often are superfluous where the information is already publicly available, and the personal information controller does not collect the information directly from the individual concerned. Publicly available information may be contained in government records that are available to the public, such as registers of people who are entitled to vote, or in news items broadcast or published by the news media.

Concreet: het recht van inzage en de meldingsplicht dat persoonsgegevens worden verwerkt, komen te vervallen bij verwerking van publiek beschikbare persoonsgegevens. Wat op internet bij elkaar geharkt wordt, hoeft niet gemeld te worden aan de betrokkene(n). Dat wijkt behoorlijk af van de Europese regels.

Een andere belangrijke afwijking is dat de APEC regels geen onderscheid maken tussen ‘gewone’ en ‘bijzondere’ persoonsgegevens. Die laatste zijn bijvoorbeeld ras, afkomst of seksuele voorkeur. Zulke gegevens mogen alleen in bijzondere gevallen worden verzameld en verwerkt, en daar gelden extra strenge regels voor. Het APEC raamwerk doet daar niet moeilijk over, dat mag gewoon allemaal.

Daarnaast is dit raamwerk zo algemeen geformuleerd dat je nauwelijks kunt spreken van een eenvormige regeling. De juridische kritiek is dan ook niet mals.

Natuurlijk zijn deze regels fijn voor Google, dat immers vrijwel alleen informatie uit openbare bronnen verwerkt. Denk aan Google Street View en allerlei databanken die zij verzamelen en combineren. Reden voor EPIC om boos te worden.

Het idee van wereldwijd dezelfde privacyregels is natuurlijk goed. Alleen, dan moeten het ook wel goede regels zijn.

Arnoud

Het recht om te Hyven/Twitteren/bloggen onder werktijd

Steeds meer mensen bloggen of gebruiken sociale netwerken zoals Hyves, Linkedin, Myspace en Facebook. De meeste daarvan zijn puur voor privé: berichtjes uitwisselen met je vrienden, foto’s delen enzovoorts. Slechts een enkeling (met name Linkedin) richt zich primair op zakelijke netwerken. Toch worden die sites vooral onder werktijd gebruikt. Mag dat eigenlijk wel?

De Britse Trade Union Congress (TUC) heeft onlangs een paper gepubliceerd over sociale netwerken en de relatie tot het werk. Emerce citeert uit de conclusie:

“Dat sommige werkgevers de netwerken blokkereren, is een overreactie,” schrijft de TUC. Ze vindt dat goede werkgevers hun werknemers in ieder geval tijdens pauzes moeten toestaan om sociale handelingen te verrichten op hun Facebook of MySpace profiel. De belangrijkste reden: de netwerken zijn een onlosmakelijk onderdeel van de levens van veel werknemers geworden.

Nederlandse vakbonden hebben zich, zover bekend, nog niet over dit onderwerp uitgesproken, meldt Emerce er nog achteraan. We hebben natuurlijk wel het CBP-rapport Goed werken in netwerken (wat ik al kort noem in mijn gids Bloggen op het werk) en niet te vergeten het proefschrift Wangedrag van werknemers van Miranda Koevoets (2006).

Uitgangspunt is dat je als werknemer een zekere beperking op je vrijheid hebt te accepteren. Je wordt tenslotte betaald om te werken en niet om te twitteren. Maar dat betekent niet dat elk privé-telefoontje verboden is of even je Hotmail checken reden kan zijn voor ontslag. Laat staan dat de werkgever zomaar alle internetverkeer mag monitoren. Het CBP schrijft hierover:

In het algemeen zal een beperkte vorm van privé-gebruik worden toegestaan evenals bij telefoneren gebruikelijk is. In zijn algemeenheid is een totaal verbod op privé-gebruik van e-mail en internet niet aanvaardbaar. Alleen bij communicatiefaciliteiten met een specifieke doelstelling, kan het privé-gebruik verboden worden. De werknemer moet dan wel andere communicatiemogelijkheden ter beschikking hebben.

Overigens zou ook bij een algeheel verbod op privé-gebruik de werkgever nog niet het recht hebben om continue het gebruik te controleren. Dit zou immers een ingrijpende en niet-evenredige inmenging in het functioneren van de werknemers betekenen. Continue controle wordt door de Arbeidsomstandighedenwetgeving dan ook met reden als schadelijk gezien voor de gezondheid en het welzijn van de werknemer en zal in het algemeen ook niet kunnen worden gekwalificeerd als goed werkgeverschap.

En het draait om dat laatste. Een werkgever heeft de taak zich als “goed werkgever” te gedragen. Koevoets komt tot de conclusie (p. 78) dat dit betekent dat de privacy van de werknemer onder normale omstandigheden boven monitoren of loggen gaat. Pas bij een redelijk vermoeden van wangedrag mag de werkgever gaan observeren (zie ook cameratoezicht op het werk). Een essentieel element daarbij is het vooraf bekendmaken van het beleid over monitoren en toezicht.

Heeft de werkgever zo’n redelijk vermoeden, dan mag hij dus een werknemer in de gaten houden om te kijken of het vermoeden bevestigd kan worden. Blijkt na zulk toezicht dat de werknemer inderdaad onrechtmatig bezig is, dan kunnen aldus Koevoets de volgende sancties worden opgelegd:

de officiële, schriftelijke waarschuwing of berisping; overplaatsing; het passeren voor een periodieke verhoging; het intrekken van emolumenten; functieverlaging met de daarbij behorende loonsverlaging; vermindering van vakantiedagen; de schorsing of non-actiefstelling met of zonder behoud van loon; het inhouden van het loon; de boete; opzegging van de arbeidsovereenkomst, opzegging wegens een dringende reden en ontbinding door de kantonrechter, zowel wegens verandering in de omstandigheden, als wegens een dringende reden, als wegens wanprestatie.

De betreffende maatregel dient noodzakelijk te zijn ter beëindiging van de ongewenste situatie.

Arnoud

Privacywaakhond CBP kan burgers niet langer helpen

Mede door geldtekort gaat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) zich niet langer bezighouden met privacy-problemen van privépersonen, meldt De Pers. In een memorandum op haar site legt het CBP uit waarom:

Daarnaast vinden talloze burgers en individuele professionals inmiddels de weg naar het CBP: in 2006 waren dat er 6200. … Maar eerlijkheid gebied te zeggen dat (te) veel van deze individuele voorlichtingsverzoeken en verzoeken om advies niet verder in behandeling worden genomen: wij kunnen ons , hoe graag we dat ook zouden willen, gegeven de hoogte van het aan ons toegekende budget, onmogelijk het privacyleed van een ieder aantrekken omdat dat ten koste zou gaan van ons toezicht op een selectie van ontwikkelingen die potentieel élke burger kunnen raken.

Zonder klachtmogelijkheid bij het CBP kan de burger alleen nog naar de rechter, wat niet altijd even praktisch is.

Jammer. Bewaking van de privacy is en blijft belangrijk. Ook al is wellicht nieuwe wetgeving nodig in het Internet-tijdperk.

Arnoud

Privacy nieuw verkoopargument zoekmachines

Niemand weet hoe veel informatie zoekmachines bijhouden over gebruikers, maar het is ongetwijfeld meer dan we allemaal denken. Google bewaart bijvoorbeeld elke zoekvraag met daarbij het tijdstip, browser type, browser taal en IP adres van elke zoekvraag. En dankzij de deal met Doubleclick kunnen ze daar heel veel mee. Bovendien werd tot voor kort alles tot 2038 bewaard. Onlangs kondigde Google aan dit terug te brengen naar twee jaar, maar dat verstomde de kritiek allerminst.

Toch lijkt het er op dat zoekmachines wel degelijk hun beleid structureer gaan aanpassen op dit punt. De BBC meldt dat na Google nu ook Microsoft, Yahoo! en Ask.com persoonsgebonden informatie sneller weg gaan gooien. Microsoft na anderhalf jaar, Yahoo! na 13 maanden, en Ask.com nog sneller: die komen met een tool waarmee je zelf weg kunt gooien wat je niet bevalt over jezelf.

Google heeft ondertussen ook de Webgeschiedenis-dienst, waarmee gebruikers kunnen zien wat Google allemaal over hen weet.

Het wordt dus langzaam maar zeker een marketingtechniek om te laten zien dat je bezig bent met de privacy van je klant. Maar niet alleen dat. Zoekmachines staan onder steeds grotere druk over precies dit onderwerp, dus proactief maatregelen nemen kan juridisch of wettelijk ingrijpen wellicht voorkomen, aldus Ars Technica:

Such movements from Microsoft and Google are more than just an act of oneupmanship—though there’s certainly an element of that at work—but are a broader response to consumer concerns and nasty allegations of antitrust behavior that’ve been flung around recently. With the Senate set to review Google’s proposed merger with DoubleClick and with Microsoft’s own recent purchase of aQuantive, its in the industry’s best interest to appear very concerned about personal privacy, even as market consolidations point towards more specific, focused, and, in a word, personalized advertising on the horizon.

Het College Bescherming Persoonsgegevens schreef al eerder dat zoekmachines gewoon aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens gehouden zijn en dus onjuistheden in persoonsgegevens moeten wijzigen als de betrokkene daarom vraagt. Je zou dus aan een zoekmachine moeten kunnen vragen om pagina’s in hun index te verwijderen of aan te passen.

Benieuwd hoe veel succes Witheet en ZIJonline daarmee hebben trouwens. Connie Breukhoven wist via de rechter af te dwingen dat deze sites smadelijke informatie over haar zouden verwijderen, en dat ze Google en Yahoo opdracht zouden geven tot verwijdering uit de zoekmachine van de publicaties.

Solv meldt nog dat een samenwerkingsverband van verschillende Europese privacytoezichthouders heeft aangekondigd onderzoek te gaan doen naar de bescherming van persoonsgegevens door zoekmachines.

Arnoud

Alweer portretrecht voor de politie

Portretrecht voor de politie, het blijft een actueel onderwerp. Het Nederlands Juridisch Dagblad bericht over de antwoorden van minister Ter Horst over kamervragen over publicatie van foto’s van agenten. Kort gezegd ziet de minister geen aanleiding om nadere regels te stellen over het politiek-portretrecht.

De regels omtrent het portretrecht bepalen dat bij foto’s als deze een belangenafweging gemaakt moet worden tussen de privacy van de agent en de uitingsvrijheid van degene die de foto publiceert.

Uit jurisprudentie blijkt dat een van de uitgangspunten bij de belangenafweging is dat personen die in het kader van een onderwerp van maatschappelijk belang in het openbaar in de uitoefening van hun functie optreden, zoals politieambtenaren, als publieke personen onder omstandigheden meer kritiek en een grotere inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer moeten toestaan dan privépersonen.

Er is dus geen algemeen antwoord te geven op de vraag of agenten op de foto mogen, en of zo’n foto gepubliceerd mag worden. Het hangt er van af.

Arnoud

Netkwesties: “Discussies over privacy zijn er nauwelijks”

Netkwesties maakt de balans op over de ondermijning van privacy door nieuwe opsporingstechnieken en overheidsdatabases. De belangrijkste conclusie lijkt te zijn dat het debat nauwelijks op gang komt. Een klein groepje mensen is zeer actief, maar de overgrote meerderheid lijkt het niets uit te maken.

Maar is dat wel zo? Matt Poelmans wordt geciteerd met deze zeer rake opmerking:

Verder wordt nogal makkelijk beweerd dat het de mensen blijkbaar niets uitmaakt. Men wijst dan op afgenomen betekenis die men hecht aan privacy of aan het gemak waarmee met name de jeugd te koop loopt met persoonlijke informatie. Dat die onnadenkendheid is gebaseerd op gemakzucht of onwetendheid over wat er met gegevens wordt gedaan wordt er niet bij gezegd.

Dat roept wel de vraag op hoe mensen dan op een makkelijke manier geïnformeerd kunnen worden over de negatieve dingen die met al die gegevens gedaan kunnen worden. De positieve dingen zijn namelijk makkelijk zichtbaar: nooit meer wachtwoorden intypen, websites weten precies wat jij leuk vindt, en advertenties gaan alleen maar over dingen die je graag wilt hebben. Dat je wellicht ergens op een zwarte lijst staat, of afgewezen wordt voor sollicitaties bij de overheid vanwege een foute koppeling bij de AIVD, zul je niet snel merken.

Arnoud

Internetproviders in problemen met persoonsgegevens

Wanneer moeten internetproviders (ISP’s) nog weigeren om persoonsgegevens van klanten af te geven? Na de uitspraak over BREIN vs. KPN lijkt het wel erg makkelijk te worden om die op te eisen in een civiele rechtszaak.

ISPam meldt over een artikel van Remy Chavannes in Mediaforum, waarover eerder Boek 9 ook berichtte:

“De antwoorden van de Haagse voorzieningenrechter in de zaak tussen Brein en KPN zijn in het licht van de feiten te begrijpen, maar vormen een onjuist en onwenselijk precedent. (…) De realiteit van het ‘internetrecht’ is echter dat er vrijwel uitsluitend uitspraken in kort geding zijn die, bij gebrek aan hardere precedenten, in volgende zaken worden aangehaald, door partijen en door rechters. Dat betekent dat een uitspraak als deze wel degelijk belangrijk is, met name voor wat betreft (a) welke criteria worden gehanteerd bij de beoordeling van vorderingen tot verstrekking van NAW-gegevens en afsluiting van internetverbindingen; en, even belangrijk (b) hoe streng die criteria in concreto worden toegepast. (…) Als de criteria uit Lycos/Pessers op deze manier gehanteerd (moeten) worden, dan brengt dat het risico met zich mee dat ISP’s zullen concluderen dat het op deze manier opkomen voor de privacy klanten een dure en onzekere – zo niet zinloze – exercitie is.”

Arnoud

Is Google watching you? Discussieer mee op Frankwatching

Is Google een probleem voor de privacy, of valt dat allemaal wel mee? Een uitgebreid artikel over Google, Google is watching you op Frankwatching:

Het ooit zo studentikoze Google is uitgegroeid tot een multinational die voorop loopt in de strijd om de ‘totale informatie’. Ook in een ander opzicht heeft de zoekmachine de leiding genomen: Google is van alle datahandelaren de grootste privacyschender. Een artikel van Aart Brouwer (De Groene Amsterdammer) over de totalitaire ambities van Google. Discussieer mee!

(Het artikel verscheen eerder in de Groene Amsterdammer)

Arnoud

Van privacyparadijs tot controlestaat – de nieuwste speeltjes van de geheime dienst (via SYNC.nl)

Op SYNC.nl een bespreking van het rapport Van privacyparadijs tot controlestaat? (PDF) over de nieuwe speeltjes van politie en geheime dienst bij misdaad- en terreurbestrijding in Nederland. Het rapport is van Anton Vedder, Leo van der Wees, Bert-Jaap Koops en Paul de Hert, bij TILT. Wat achtergrond in de NRC.

Nieuwe technologie maakt ook nieuwe manieren van opsporing mogelijk. En het is vaak een stuk makkelijker: in plaats van de hele nacht in een koude auto met vieze koffie voor iemands deur wachten, hang je gewoon een sensor op die een piepje geeft als de deur opengaat. En met de GPS-verklikker onder de auto kun je dan op je gemak nagaan waar de verdachte heengaat.

Zoals SYNC schrijft:

Regeringen zijn verslaafd aan gadgets. Van kleine draadloze microfoons en verborgen signaleringschips tot schotelantennes en satellieten, als het maar hightech is, geen methode wordt onbeproefd gelaten in de strijd tegen de illegaal, de crimineel, de terrorist.

Natuurlijk ontkom je er niet aan om inbreuk te maken op privacy van onschuldige mensen bij de opsporing van strafbare feiten of het voorkomen van aanslagen. Maar welke inbreuken ‘kunnen’ nog wel, en welke niet? Het rapport stelt terecht: “De vereiste afweging vraagt echter vóór alles om een open discussie, waarin alle voor- en tegenargumenten aan bod komen. … In het huidige politieke en maatschappelijke debat over de opsporings- en veiligheidsmaatregelen ontbreekt het aan een dergelijke openheid.”

Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens zei vorig jaar nog vrijwel hetzelfde (op een debat in de Balie):

Een beetje privacy inleveren omwille van grotere veiligheid valt onder omstandigheden zeker te billijken. Maar dan moeten nut en noodzaak van nieuwe bevoegdheden in de strijd tegen terrorisme wel aangetoond worden. Want inadequaat optreden van de daarbij betrokken overheidsorganen mag geen reden zijn om aan grondrechten van burgers te tornen.

Een beetje jammer is wel dat technologie op deze manier alleen wordt gezien als de bedreiging van privacy, en niet als de oplossing. Je kunt wel strengere wetten of hogere straffen invoeren, maar daarmee los je het probleem niet op. Techniek kan wel oplossingen bieden.

Ja, een RFID chip kan op straat worden uitgelezen om stiekem te kijken wat je allemaal gekocht hebt. Dan kun je dat uitlezen wettelijk verbieden, of je eist dat fabrikanten een zelfmoordcommando in de chip stoppen. Dat laatste lijkt me iets effectiever.

Arnoud

Webwinkelen onder pseudoniem, met creditcard

Security.NL bericht over een nieuwe dienst voor onder pseudoniem winkelen op Internet waarbij toch met een creditcard kan worden betaald. Het idee is dat je je creditcard en andere gegevens aan “a.K.a Card” geeft, waarna zij je een alternatieve naam en nummer geven waarmee je verder kunt winkelen. De winkelier komt via die alternatieve naam bij aKa Card uit, en die keuren de transactie goed nadat de echte creditcard maatschappij heeft gezegd dat het goed is.

Voordeel is dus dat een webwinkel geen idee meer heeft wie wat bij hem koopt. Nadeel is dat aKa Card nu precies weet wie waar koopt. Amazon weet alleen dat je boeken bij hen koopt, maar komt nooit te weten dat je ook een CD bij Bol (of een pornofilm bij XXXfilms) koopt. AKA Card wel. Dus je moet dit bedrijf net zo hard vertrouwen als je eigen creditcard maatchappij.

Hoe goed je privacy beschermd is bij dit systeem, is nog maar de vraag. Als je tenslotte dingen moet laten bezorgen, dan weet de webwinkel nog steeds je echte adres. En een krantenartikel over deze dienst meldt dat het helpt tegen identiteitsdiefstal, wat ik niet snap. Als iemand deze valse identiteit steelt, kan hij net zo goed dingen kopen waar jouw eigen creditcard voor opdraait.

Het is wel makkelijker zo om te switchen van identiteit.

Arnoud