‘Toddler takedown’ geen misbruik van DMCA

Een Amerikaanse rechter heeft een moeder in het ongelijk gesteld in een rechtszaak die zij had aangespannen tegen Universal, meldde Nu.nl gisteren. Het platenlabel liet vorig jaar een filmpje van Youtube verwijderen waarin haar peuter danst op muziek van Prince. En de moeder is toen een rechtszaak begonnen wegens misbruik van auteursrecht.

Universal bezit de auteursrechten op een deel van het Prince-repetoire, waaronder het nummer “Let’s go crazy”. Stephanie Lenz had een filmpje gemaakt van haar peuterzoon, terwijl toevallig de radio aanstond en dat liedje te horen was. Reden voor Universal om meteen een DMCA takedownverzoek te sturen. Zoiets kan bij ons ook: een hostingprovider kun je aanschrijven met een verzoek om onrechtmatig materiaal weg te halen. Doet hij dat niet, dan kun je hem aansprakelijk stellen voor je schade.

Punt is natuurlijk wel dat dit een typisch geval van fair use is. De muziek is toevallig te horen en niet gekozen en het filmpje heeft geen commercieel oogmerk. Iets dat Universal had moeten weten, aldus de moeder in haar rechtszaak. Door desondanks toch een klacht in te dienen, maakte Universal misbruik van de takedownprocedure om het filmpje weg te krijgen.

Maar met dat argument kwam ze niet ver. De fairness was ook weer niet zo duidelijk dat Universal die hele brief niet had mogen sturen, aldus de rechter.

Opvallender was het tweede stuk van de zaak: Universal kwam met het originele verweer dat zij in haar vrije meningsuiting werd gehinderd door Lenz’s zinloze rechtszaak. Dit verweer heet de anti-SLAPP wet, en is bedoeld om mensen te beschermen die door grote bedrijven met tientallen onzinnige rechtszaken worden lastiggevallen als ze een misstand aan de kaak proberen te stellen of gewoon kritiek op die bedrijven willen leveren. Dit is de eerste keer dat de wet omgekeerd wordt toegepast: een groot bedrijf voert dit verweer bij een rechtszaak aangespannen door een individu.

De zaak is hiermee nog lang niet ten einde. Beide partijen mochten naar huis om hun verzoeken nog eens netjes over te doen. “En ditmaal goed!”, zou mijn oude leraar Duits zeggen.

Arnoud

Zit er auteursrecht op een octrooi?

Auteursrecht en octrooirecht zijn twee heel verschillende dingen. Auteursrecht krijg je automatisch op elke tekst die je schrijft, terwijl je alleen octrooi krijgt op uitvindingen die nieuw en inventief zijn, en dan ook nog eens alleen op aanvraag. En daar zit nog een interessante kronkel in de wet: is de tekst van een octrooi auteursrechtelijk beschermd?

De tekst van een octrooi moet namelijk in detail uitleggen hoe de uitvinding werkt, zodat anderen weten welke uitvinding beschermd is en hoe ze die (na afloop van het octrooi) kunnen namaken. De eerste vraag is dan of die tekst wel het “stempel van de maker” draagt. Vorig jaar werd bijvoorbeeld nog geen auteursrecht op een offerte erkend, omdat de tekst van die offerte uitsluitend functioneel en zakelijk was. De tekst beschreef de huidige en historische toestand van een bedrijfsgebouw en haar omgeving. Ik denk alleen niet dat dat hier opgaat. Neemt u van mij als octrooigemachtigde aan dat het behoorlijk wat creativiteit, woordkeuzes en afwegingen vergt om een goede octrooitekst te maken.

Maar zelfs als de tekst puur functioneel en zakelijk geacht zou worden te zijn, dan is er nog steeds de geschriftenbescherming. Octrooiteksten zijn immers schriftelijk en bestemd om openbaar gemaakt te worden.

Bij de aanvraagprocedure stuurt de uitvinder (of zijn octrooigemachtigde) die tekst naar het Europees Octrooibureau (EOB) of het Octrooicentrum Nederland (OCNL). Het EOB onderzoekt de aanvraag en publiceert het octrooi als alles in orde is. OCNL doet geen inhoudelijk onderzoek en publiceert de ingediende tekst simpelweg na 18 maanden als octrooi, ongeacht of er nu aan de eisen voor octrooi is voldaan.

Zowel EOB als OCNL zou je kunnen zien als overheidsinstanties, en dan zijn er een paar beperkingen in de Auteurswet (inmiddels zonder 1912, weet u nog?). De eerste is dat op “wetten, besluiten en verordeningen” geen auteursrecht rust. Maar een octrooi is geen van die drie, dus daar hebben we niet zo veel aan.

Een octrooi is daarentegen wel een “door of vanwege de openbare macht openbaar gemaakt werk”, en volgens artikel 15b Auteurswet mag je het dan kopiëren en verspreiden tenzij het auteursrecht uitdrukkelijk is voorbehouden. Maar dan moet wel de openbare macht de maker of rechtverkrijgende zijn van de tekst, en dat is niet het geval – de octrooigemachtigde die de tekst schreef, is geen medewerker van de overheid, en bij indiening van een octrooiaanvraag hoef je ook nergens je auteursrecht over te dragen.

Een octrooischrift is dan ook gewoon auteursrechtelijk beschermd.

Toch hoeft dat geen probleem te zijn. Wie een octrooiaanvraag indient, weet dat dit als octrooi zal worden gepubliceerd en dan in allerlei octrooidatabanken over de hele wereld te lezen zal zijn. Door dus toch de aanvraag in te dienen, geeft de uitvinder een licentie om dat alles te mogen doen.

Lastiger is het voor uitgevers van boeken zoals Patenten op de 20e eeuw. Wie zijn eigen tekst schrijft over beroemde of waardevolle octrooien, mag daar best als beeldcitaat een tekening uit het octrooischrift bij laten zien. Maar sommige van die boeken bestaan vrijwel geheel uit samenvattingen en tekeningen van octrooien, en dat kun je geen citaat meer noemen.

Arnoud

Auteurswet moet veranderen voor digitale bibliotheek

De Auteurswet moet worden aangepast omdat anders de opbouw van een omvangrijke digitale bibliotheek een illusie is, las ik gisteren in de NRC. In een uitgebreid opiniestuk betogen Martin Bossenbroek en Hans Jansen van de Koninklijke Bibliotheek dat het huidige systeem van opt-in bij gebruik van andermans beschermd materiaal niet werkt.

Opt-in wil zeggen dat je voorafgaand aan digitale publicatie toestemming moet vragen. Kun je de rechthebbende niet vinden, of krijg je geen toestemming, dan houdt het op. En in combinatie met de vaak meer dan 100 jaar durende termijn van het auteursrecht, maakt dat het bijzonder lastig om cultureel erfgoed te digitaliseren.

Het idee van opt-in is op zichzelf misschien nog wel te verdedigen. Maar wat nu als je de auteur niet eens kunt vinden? Dat heet het probleem van de “weeswerken” (orphan works). Diverse landen hebben al gezocht naar oplossingen.

Zo kent Canada een Copyright Board die toestemming kan geven om een verweesd werk te gebruiken, mits de gebruiker ‘reasonable efforts’ heeft ondernomen om de rechthebbende te vinden. Betaling hoeft pas achteraf plaats te vinden, als zich alsnog een rechthebbende meldt. In de Verenigde Staten is een wetsvoorstel ingediend dat niet-commercieel gebruik van een verweesd werk toestaat voor een wetenschappelijk of educatief doel. Wel moet dit gebruik worden gestaakt – lees: het werk moet van de website af – als een rechthebbende daar bezwaar tegen maakt. In Engeland wordt gedacht in dezelfde richting, met een Copyright Tribunal dat, als gebruiker en rechthebbende er onderling niet uitkomen, achteraf de hoogte van de vergoeding bepaalt – en afhankelijk van het soort gebruik(er) kan die ook op nul uitkomen.

Iets dergelijks zou in Nederland ook prima moeten kunnen werken.

De termijn van het auteursrecht terugdraaien is een vrijwel onhaalbare zaak, omdat daarvoor diverse internationale verdragen (Berne, TRIPS) moeten worden aangepast of opgezegd. Maar er is wel degelijk ruimte voor creatieve constructies om gebruik van weeswerken werkbaarder te maken. Lawrence Lessig had eens een alternatief systeem voorgesteld: na een zekere periode moet je als auteur elk jaar je adres doorgeven aan een Copyright Office en 1 dollar betalen. Doe je dat niet, dan komt het werk onder een lichter regime en mogen anderen er op bepaalde manieren gebruik van maken. Nietcommercieel hergebruik zou dan bijvoorbeeld toegestaan worden. Of de schadeclaims zouden beperkt moeten worden tot een redelijke vergoeding.

Arnoud

Auteursrechtelijk beschermde Twitterberichten

Naar aanleiding van mijn blogpost over Twitter en privacy kreeg ik nog de vraag of je je op auteursrecht zou kunnen beroepen bij herpublicatie van de inhoud van je Twitterberichten (’tweets’).

Het is nog maar de vraag of een Twitterbericht auteursrechtelijk beschermd is. 140 tekens (de maximumlengte van zo’n bericht) is wel erg kort voor het auteursrecht. Je moet dan wel heel creatief zijn. Een simpele mededeling als “ben een blogpost aan het schrijven” of “luister naar een saaie presentatie” is te zakelijk om onder het auteursrecht te vallen.

Maar zelfs als een bericht voldoende creatief is om beschermd te zijn, dan zal vrijwel elke herpublicatie op grond van het citaatrecht toegestaan zijn. Bij zo’n kort bericht is het namelijk toegestaan het integraal te citeren als je wilt aankondigen, bespreken of bekritiseren wat er in het bericht staat. De enige eis is een bronvermelding.

Een mooi voorbeeld is Erwin Blom’s compilatie van een vervelende gebeurtenis van Meisje van de Slijterij. Dat mag gewoon. Zolang het dus maar om openbare tweets gaat en niet om hergepubliceerde privéberichten.

Arnoud

Vergemakkelijk gebruik van Creative Commons-foto’s met PhotoDropper

PhotoDropper. Een briljante plugin voor alle WordPress-gebruikers die graag legaal een plaatje bij hun berichten stoppen. Installeer deze WordPress plugin en vervolgens is het een kwestie van trefwoorden opgeven en het mooiste plaatje kiezen in het gewenste formaat (klein, medium of groot):

In het configuratiescherm kun je opgeven of je blog “commercieel” is of niet. Zo ja, dan krijg je alleen resultaten waarvan commercieel hergebruik is toegestaan. Dat is pas handig gebruik maken van Flickr’s Creative Commons search!

Via PlagiarismToday.

Arnoud

Zet je auteursrecht in je testament

Ik was voorlopig nog niet van plan dood te gaan, maar je weet nooit. Dus is het verstandig om via een codicil of testament te regelen wat er met je spullen gebeurt na je overlijden. Wat veel mensen daarbij vergeten, is te regelen wat er met je auteursrechten gebeurt. Ook auteursrechten zijn namelijk deel van je ‘vermogen’, en je erfgenamen verkrijgen ook al je auteursrechten. Het is dan nog zeventig jaar geldig.

De erfgenamen mogen dan beslissen wat er verder met je werk gebeurt. Al gegeven licenties kunnen ze niet zomaar intrekken of opheffen, maar ze kunnen bijvoorbeeld wel het geven van nieuwe licenties stopzetten en het origineel van internet halen. Voor mensen die hun werk onder bijvoorbeeld Creative Commons-licenties publiceren, is dat niet altijd wenselijk. Is daar wat aan te doen?

Je kunt bij testament iemand aanwijzen als erfgenaam van je auteursrechten. Een codicil is niet genoeg: daarmee kun je alleen bepaalde roerende zaken zoals sieraden en meubels nalaten. Een auteursrecht is een vermogensrecht en geen ‘zaak’. De persoon die je aanwijst, moet dan iemand zijn in wie jij vertrouwen hebt dat hij of zij het auteursrecht zal uitoefenen zoals jij dat wilt.

Je kunt iemand aanwijzen als erfgenaam onder een voorwaarde, bijvoorbeeld de voorwaarde dat hij of zij het werk onder een bepaalde Creative Commons-licentie zal blijven aanbieden op internet. Daarmee heb je dus meer controle over wat er zal gebeuren met je auteursrecht. Wil de erfgenaam echter die voorwaarde niet op zich nemen, dan vervalt die aanwijzing en vallen de auteursrechten via de gewone regels toe aan je “wettelijke erfgenamen”.

Afdwingen dat de erfgenaam die voorwaarde naleeft, is natuurlijk wat lastig als je ondertussen dood bent. Daarom zou je bij deze constructie een executeur aan moeten wijzen, die bevoegd is om de naleving te controleren en desnoods via de rechter af te dwingen. Die executeur mag iedereen zijn, het hoeft niet één van de erfgenamen te zijn. Hij of zij moet er wel zin in hebben natuurlijk.

Een andere optie is om het auteursrecht via een legaat aan iemand toe te wijzen. Een legaat is een soort van schenking die pas plaatsvindt als de schenker overlijdt. Die schenking mag ook onder zo’n voorwaarde. De ontvanger, de legataris is geen erfgenaam maar kan alleen aanspraak maken op het geschonken deel van de boedel. De legataris heeft bijvoorbeeld niets te maken met eventuele schulden in de boedel.

Een nadeel van een legaat is wel dat de legataris niet automatisch het auteursrecht krijgt. Hij krijgt slechts een vorderingsrecht op de erfgenamen, en kan daarmee van de erfgenamen eisen dat zij het auteursrecht aan hem afstaan. Maar als er meer schulden in de boedel zitten dan bezittingen, dan krijgt de legataris niets. De schulden moeten eerst worden betaald, en als het daarvoor nodig is dat auteursrecht te verkopen, dan gaat dat boven het recht van de legataris.

Arnoud

Auteursrecht op het Atomium

Dit is geen Belgenmop: wie wil er meehelpen het Atomium weg te retoucheren? De Belgische stad Mechelen organiseert de “Anno Expo” als viering van de vijftigste verjaardag van de Wereldtentoonstelling Expo 1958. Symbool van deze Expo is het Atomium, dus zou je denken dat dit gigantische ijzermolecuul centraal staat in de campagne. Maar nee:

opgepast met beeldmateriaal waar het Atomium op te zien is, want dit bouwwerk is auteursrechtelijk beschermd. Elk gebruik van het beeld dient aan de vzw Atomium of aan SABAM (dat de rechten beheert) gemeld te worden. Men dient ook © vzw Atomium te noteren.

Naar Nederlands recht zou een dergelijke claim niet (meer) haalbaar zijn. Sinds de laatste wijziging van de Auteurswet is het namelijk toegestaan (artikel 18) om een bouwwerk zoals het Atomium te fotograferen en de foto’s te publiceren, mits de foto maar is van “het werk zoals het zich aldaar bevindt.” Op grond daarvan mag je bijvoorbeeld de Erasmusbrug fotograferen en publiceren zonder toestemming of afdracht van rechten. Zolang je deze maar niet uitknipt of de omgeving wegpoetst.

De Belgische Auteurswet kent een strengere bepaling (art. 22 lid 1 sub 2):

Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, kan de auteur zich niet verzetten tegen … de reproduktie en de mededeling aan het publiek van een werk tentoongesteld in een voor het publiek toegankelijke plaats, wanneer het doel van de reproduktie of van de mededeling aan het publiek niet het werk zelf is

Dit is vergelijkbaar met het oude Nederlandse criterium dat het werk niet het hoofdonderwerp van de foto mag zijn.

De Anno-Expo-organisatie bedacht een creatieve oplossing. Men zoekt retoucheerders om het gebouw uit foto’s weg te poetsen en/of te vervangen door alternatieve afbeeldingen, bijvoorbeeld als parodie.

De Standaard citeert rechtenorganisatie Sabam:

Sabam houdt het been stijf. ‘Een herdenkingsjaar maakt voor ons geen verschil’, zegt Marina Seabra. ‘We krijgen elke dag een tiental aanvragen tot copyright in de bus. Maar voor Sabam maakt het niet uit of het om een foto gaat of een gereproduceerde tekening, zoals op de website van Anno Expo. Ze mogen zich in Mechelen dus aan een reactie verwachten.’

Overigens kan Anno Expo ook nog een boze brief van Adobe verwachten: men gebruikt consequent de term “fotoshoppers” en “photoshoppen” als algemene term voor het bewerken van foto’s, ook als er geen Adobe Photoshop gebruikt wordt.

De foto rechtsboven komt van Google Maps.

Via Pierre Gorissen.

Arnoud

Het recht om te fotograferen in de schouwburg

Een lezer vroeg zich af:

Als ik naar de schouwburg ga, geldt de regel dat ik geen foto’s of video-opnamen mag maken. Soms wordt dit zelfs voor aanvang van een voorstelling omgeroepen. In hoeverre is dit juridisch correct als ik de opnamen alleen voor eigen gebruik zou maken?

Die regel kan men stellen op grond van het eigendomsrecht. Net zo goed als jij thuis kunt verbieden dat gasten roken, mag een schouwburg verbieden dat men filmt. Dat heeft dus niets met auteursrecht te maken.

Een schouwburg is over het algemeen privé eigendom, en daarmee is het recht aanwezig om grenzen te stellen die de eigenaar goeddunkt. Zeker nu je een kaartje moet kopen om er binnen te komen. Bij een winkelcentrum waar je zo binnen kunt lopen, zou dat wellicht anders zijn.

Het feit dat je geld betaalt, geeft je het recht om de voorstelling bij te wonen. Niet perseper se ook om te mogen filmen. Juridisch is dan de vraag of het normaal is dat bezoekers filmen of fotograferen in de zaal. Zo ja, dan mag het. Maar dat kan lastig aan te tonen zijn natuurlijk.

Bovendien kan de schouwburg het expliciet verbieden via de voorwaarden voor bezoek aan een voorstelling. Wel is dan vereist dat voor of bij het sluiten van de overeenkomst deze voorwaarde wordt gemeld. Dat hoeft niet mondeling, het kan ook in de algemene voorwaarden staan. Men kan ook bij de kassa een bordje ophangen met “Verboden te filmen in de zaal”.

Arnoud

Cozzmoss-claims en social bookmarkingknopjes

Weblogger Joffrey Vermeule had een artikel uit BN-deStem gekopieerd en kreeg een boze brief van de auteur – mevrouw Irene van den Berg van Cozzmoss, u misschien nog bekend van vorig jaar. Overnemen van andermans werk mag niet zonder toestemming, dat is duidelijk. Maar dit komt toch wat sneu over: Vermeule had in de maand dat het artikel er stond, slechts 20 bezoekers op zijn weblog gehad die ook nog eens binnen 10 seconden weer weg waren.

Marketingfacts meldt dat auteur Van den Berg haar claim baseert op gederfde inkomsten en het verpesten van de exclusiviteit. Maar Jolie deed nog een intrigerende observatie:

Screenshot van BN/De Stem door Jolie

Met die knopjes voor ‘social bookmarking‘-links moedigt BN/De Stem haar lezers aan om het artikel op allerlei manieren elders te promoten. De content komt zo op sites als NUjij, eKudos en het Amerikaanse del.icio.us. Als de site zelf mensen aanmoedigt de tekst door te prikken via allerlei media, en er nergens een auteursrechtvoorbehoud staat, dan kun je moeilijk nog volhouden dat die tekst exclusief is en je veel schade lijdt door een herpublicatie. Dat is dan al snel reden voor de rechter om de schadevergoeding te matigen.

Joffrey Vermeule blijkt niet van plan om in te gaan op het schikkingsvoorstel. Dankzij genereuze steun van Ronald van den Hoff is hij in staat om dit geschil bij de rechter uit te vechten. Ik ben benieuwd!

Arnoud<br/> (Foto van jpockele, Flickr, CC-BY 2.0)

Modernisering van de auteurswet, the easy way

Met een kleine maar belangrijke wijziging in de Auteurswet 1912 is deze nu geheel aan de moderne tijd aangepast. Roepen dat een wet uit 1912 vandaag de dag niet meer relevant kan zijn, kunt u vanaf nu vergeten. Met deze wijziging kunnen we het internettijdperk met vertrouwen tegemoet zien.

Het jaartal “1912” is namelijk onlangs geschrapt uit de titel van deze wet.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud