Hoe moet je omgaan met bronvermeldingen versus de AVG?

| AE 11770 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 8 reacties

Interessante discussie via Twitter: wanneer moet of mag je nu bronvermeldingen geven met persoonsgegevens daarin, en hoe moet je omgaan met verwijderverzoeken van mensen die zich in de bron herkennen? Dit speelt vaak bij publicaties van genealogische gegevens zoals stambomen. Men wil graag de juiste bron noemen, ook voor andere onderzoekers, maar die bron kan best een persoon zijn of verwijzen naar een persoon. En dan loop je tegen de AVG aan. Wat dan?

Genealogie is een discipline van de geschiedkunde die zich bezighoudt met voorouderonderzoek dan wel de afstamming van de familienaam. Dat betekent vaak spitten in bronnen, en die wil je dan ook graag noemen bij je publicatie van de resultaten. Dat is wetenschappelijk gezien netjes, en het helpt andere onderzoekers om weer verder te komen met hun onderzoek. Maar zoals gezegd kan zo’n bron een persoon zijn: de naam van de persoon die de brondocumenten aanbood bijvoorbeeld, of de auteur van een boek waar je de gegevens in aantrof.

Wie iets overtypt uit een boek (of andere publicatie) zal gelijk denken, daar heb ik vast het citaatrecht voor nodig. En dat eist inderdaad dat je de bron, waaronder de naam van de maker noemt. Echter, dat geldt alleen als je iets overneemt dat anders het auteursrecht zou schenden. Typ je enkel feiten over (zoals een naam en geboortedatum) dan heb je niets met auteursrechten te maken en hoef je dus ook geen bron of maker/auteur te noemen.

Het mág natuurlijk wel, want ik snap goed dat het netjes voelt om een bron te noemen waar je je op baseert. Al is het maar dankbaarheid of een wetenschappelijke ethos. Maar dan kom je weer bij een andere wet terecht, namelijk die vermaledijde AVG die dat dan een verwerking van persoonsgegevens noemt en dan héél streng schijnt te doen over toestemming en recht te worden vergeten. Zit je dan met je ethos.

Gelukkig denk ik dat het specifiek hier wel meevalt. Het noemen van de naam van een bron zie ik als journalistieke verwerking onder de AVG, het is een vorm van feiten en informatie delen met het publiek immers. Daarmee zit je op het eigen belang (artikel 6 lid 1 sub f AVG) waardoor toestemming niet meer aan de orde is.

Natuurlijk moet je dan wel een privacy-afweging maken, maar als het gaat om een naam die de persoon zelf ook al publiek maakte bij een gelijksoortige publicatie dan heb ik héle grote moeite een te respecteren privacybelang te bedenken. Als er bijzondere redenen zijn, dan is dat wel iets om rekening mee te houden (artikel 21 AVG) maar dat is meer dan “ik vind het niet prettig”. En de persoon in kwestie moet zich dan eerst melden met die onderbouwde persoonlijke redenen.

Het verwijderrrecht geldt niet bij journalistieke verwerkingen (artikel 17 lid 3 AVG) en meer algemeen niet als jij gewoon een belang hebt bij publicatie. Wissen van gegevens moet pas als je ze eigenlijk toch al weg had moeten gooien.

Arnoud

Hoe groot mag een beeldcitaat anno 2018 zijn?

| AE 10969 | Intellectuele rechten | 8 reacties

Een lezer vroeg me:

Bij een nieuw project wil ik afbeeldingen en stukjes tekst van andere websites gebruiken. Ik wil dat graag netjes als citaat doen, maar klopt het echt dat je anno 2018 nog steeds aan die grens van 194×145 pixels zit? Dat is toch vandaag de dag te bizar voor woorden, dat is kleiner dan zelfs een Facebook-thumbnail!

Volgens de Auteurswet mag je inderdaad afbeeldingen of tekst van een ander overnemen binnen de grenzen van het citaatrecht. Denk aan het tonen van een screenshot bij een bespreking van een website, of een stukje tekst met een “lees meer bij” link bij wijze van aankondiging wat je bij die bron kunt gaan lezen. Of het overnemen van teksten om daarop te kunnen reageren.

Het citaatrecht geldt ook voor beeld. Je mag dus ook een foto of zelfs bewegend beeld overnemen zonder toestemming (maar met bronvermelding) wanneer je dat binnen de grenzen van het citaatrecht kunt rechtvaardigen. Belangrijkste daarbij is de inhoudelijke reden, waarom neem je dat beeld over? Bespreken van het beeld is een evidente reden, maar ook aankondigen of bespreken van iets dat direct aan het beeld gerelateerd is, is een reden. Dat screenshot van de website bijvoorbeeld illustreert de website die je gaat behandelen. Dat mag.

De eis is wel dat je niet meer dan nodig mag overnemen. En dat is waar die 194×145 een rol speelt: dat is in 2007 ooit goedgekeurd als “nodig” voor een huizenzoekmachine. Die liet op Funda te koop staande huizen zien inclusief een overgenomen afbeelding van dat formaat. De rechter vond het een geldig beroep op citaatrecht om die foto te laten zien, want zo krijg je snel een indruk van het te koop staande huis en kun je beslissen naar de bron te gaan. Dat is dan aankondigen van de bron.

Die 194×145 was echter nooit bedoeld als algemene grens. De rechter wilde alleen bevestigen dat de gekozen omvang van het thumbnailtje in orde was, en noemde daarom letterlijk de omvang van de duimnagel. Maar de wet blijft functioneel: niet meer dan nodig voor het beoogde gebruik.

Als je dus zegt, anno 2018 is het echt nodig om een huizenfoto van 640×480 te tonen anders lukt het niet, dan is een beeldcitaat van 640×480 dus legaal. Meen je dat bij jouw doelgroep een fullscreen-afbeelding van 1920×1080 pixels nodig is, dan kun je dat inzetten. Natuurlijk heb je wel een héél stevig verhaal nodig waarom dat dan nodig is, want de wederpartij zal erop wijzen dat er genoeg sites zijn met 200×200 pixel thumbnails zodat dat dus kennelijk de norm is. Zelf zou ik geen argument weten om boven de zeg 640×480 pixels uit te komen.

Arnoud

Hoe groot mag een foto-citaat anno 2016 zijn?

| AE 8392 | Intellectuele rechten | 5 reacties

pasfoto-lijstje-kader-polaroid.jpgEen lezer vroeg me:

Ik wil signaleringen posten naar actueel nieuws, inclusief stukje tekst en foto. Ik weet dat dat in principe mag, maar moet het nog steeds net zo’n postzegel zijn als in 2007? Hoe groot mag een geciteerde foto zijn?

Op foto’s zit auteursrecht, en die mag je dus niet zomaar overnemen zonder toestemming. Alleen als je een wettelijke uitzondering kunt vinden, en je je houdt aan de voorwaarden daarvan, kun je wegkomen met geen toestemming vragen (en dus ook geen schadeclaim hoeven te betalen).

Het citaatrecht is zo’n uitzondering. Voor aankondiging, bespreking, kritiek en dergelijke op een werk mag je een deel daarvan overnemen (en bij een klein werk het hele werk), mits je niet meer overneemt dan nodig is voor jouw doel en je netjes de bron en de naam van de maker vermeldt. Dit geldt ook voor beeld: wil je commentaar geven op een foto, dan mag je die tonen en wil je een film aankondigen, dan mag je de poster of een paar stills laten zien.

In 2007 speelde dit in de context van huizenzoekmachines. In één van die zaken werd toen bepaald dat een thumbnail van 194×145 pixels een toelaatbaar citaat was in het kader van aankondigen van zoekresultaten (“dit huis is te koop, klik hier voor de Funda advertentie”). Dat was voor die tijd een prima fotootje, maar anno 2016 word je uitgelachen zonder beeldvullende foto met softone filter. Hoe verouderd is de wet dus?

Eigenlijk is dat een oneerlijke vraag, want de wet noemt helemaal geen getallen. Het citaatrecht (art. 15a Auteurswet) komt neer op ‘niet meer dan nodig’. Letterlijk:

[Vereist is dat] het citeren in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd;

Hier zijn dus geen harde getallen op te plakken. Het komt altijd neer op, kun je motiveren waarom in dit geval deze omvang redelijkerwijs geoorloofd was gezien je doel.

In 2014 publiceerde HP/De Tijd een artikel over recent in de pers verschenen foto’s van Volkert van der G. en Marc Dutroux. Die waren recent vrijgelaten, en diverse media brachten paginavullende foto’s met grote koppen. HP/De Tijd wilde daarop reageren en publiceerde bij haar artikel screenshots van de kranten, inclusief grote foto (2/3e van het artikel, volgens de fotograaf). Meer dan een thumbnail, dus de fotograaf stapte naar de rechter: dit was gewoon herpubliceren van de foto met een paar obligate zinnen om het een artikel te laten lijken.

De rechter bepaalde echter dat het citaatrecht heir wel degelijk opgaat. De wijze van reproductie was nodig voor de lezer om te kunnen zien hoe groot de foto in de originele media was gebruikt. Die moet je dan gewoon groot kunnen zien. Toegegeven, de foto was wel een erg groot deel van het artikel. Echter:

Het citaatrecht is echter een zwaarwegend en diep geworteld recht dat een belangrijke bouwsteen is voor de vrijheid van meningsuiting. Voor de te maken afweging is het relevant dat HP/De Tijd een opinieblad is dat met het artikel verslag doet van een actuele en wezenlijke discussie over de spanning tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Gezien die omstandigheden was het gerechtvaardigd om de foto’s in groot formaat te publiceren. Iets dergelijks werd eerder bepaald in een zaak over een grote foto (50% van de webpagina) die als ankeiler diende naar een artikel over de afgebeelde persoon.

De foto kan worden beschouwd als ondersteuning van de inhoud van het interview en heeft een duidelijke functie bij de tekst door het bericht goed herkenbaar te maken voor de lezer en met als doel de lezer door te laten klikken naar het volledige artikel op de achterliggende site. De foto heeft derhalve als doel de lezer een indruk te geven van het betreffende artikel.

Daar staat tegenover dat als je een foto primair als versiering gebruikt, je geen citaatrecht kunt claimen. Een voorpaginavullende foto was geen citaat, omdat er nauwelijks aandacht werd besteed aan de inhoud van de foto en deze dus alleen maar als versiering en lokkertje diende.

De grenzen zijn dun, maar het komt er dus op neer dat de foto duidelijk inhoudelijk relevant moet zijn. Mijn vuistregel: als het artikel zonder de foto niet meer ‘werkt’, en ook moeilijker te begrijpen wordt met kleiner beeld, dan is het een rechtsgeldig citaat (mits met bronvermelding natuurlijk). Daar staat dan weer tegenover dat “Je zult niet geloven wat je op deze foto’s ziet”-achtige artikelen eigenlijk alleen bestaan bij de gratie van het overgenomen beeld, en dat is dan ook weer niet de bedoeling. Dus het moet wel een ‘echt’ artikel zijn, maar daar een definitie van geven, daar kom ik niet uit.

Is er een verschil tussen wat HP/De Tijd deed en wat je op Buzzfeed en consorten ziet?

Arnoud

Is een screenshot een citaat onder het auteursrecht?

| AE 8051 | Intellectuele rechten | 3 reacties

Als je erop gaat letten, zie je het overal: sites (vooral kranten) die foto’s van elders publiceren in de vorm van een screenshot. De achterliggende gedachte is dat het dan een beeldcitaat zou zijn: een gebruik ter aankondiging of bespreking van de foto, waarbij de bronvermelding dan volgt uit het meegeshotte logo van de bronsite… Lees verder

Auteursrechten op bijbelteksten, hoe zit dat?

| AE 7088 | Intellectuele rechten | 35 reacties

Het Nederlands Bijbelgenootschap stelt de Nieuwe bijbelvertaling (NBV) niet langer gratis beschikbaar aan derden, las ik bij de EO. De bijbel-app YouVersion moest daarom haar kopie van de NBV verwijderen, wat tot veel teleurstelling leidde bij gebruikers. Op de teksten die de bron vormen voor de Bijbel rust geen auteursrecht meer, aangezien hun auteurs langer… Lees verder

In strijd met het goed fatsoen – maar wiens fatsoen?

| AE 4724 | Informatiemaatschappij | 25 reacties

Vandaag weer even een filosofisch iets, en dat mag want ik ben jarig. Ik las een intrigerend artikel in de NY Times: Impermium, a Silicon Valley company that helps Web sites deal with unwanted reader comments, has begun marketing technology that identifies “all kinds of harmful content — such as violence, racism, flagrant profanity, and… Lees verder

Helpt een wachtwoord op mijn blog tegen auteursrechtclaims?

| AE 5689 | Intellectuele rechten | 12 reacties

Een lezer vroeg me: Bij de Volkskrant loopt nu een discussie over gebruik van foto’s op blogsites. Schrijver Kluun heeft met veel bombarie zijn blog opgeheven na een aantal auteursrechtclaims. Om te voorkomen dat ik die ook krijg, dacht ik een wachtwoord op mijn blog te kunnen zetten. Dan is het geen openbaar blog meer…. Lees verder