Duitse rechter weigert persoonsgegevens filesharers af te geven

Schending van auteursrecht is Bagatellkriminalität, aldus de Duitse rechter. In Duitsland kun je als auteursrechthebbende niet zoals in Nederland van een provider eisen dat deze persoonsgegevens van gebruikers afgeeft als die je auteursrecht schenden. Alleen het Openbaar Ministerie kan dit opvragen, wanneer er sprake is van een misdrijf. Maar in deze recente beslissing (die volgens Heise niet uniek is in Duitsland trouwens) wordt schending van auteursrechten niet als ernstig genoeg gezien.

On the grounds of “obvious disproportionateness” the Local Court (AG) in Offenburg had on July 20 prohibited the local public prosecutor’s office from requesting that a provider reveal the personal data that match the IP addresses of alleged P2P network users. Offering a few copyright-protected music tracks via a P2P network client was “a petty offense,” the court declared.

Bovendien leek het niet waarschijnlijk dat de organisatie werkelijk geïnteresseerd was in strafvervolging.

The case did not fulfill the indispensable condition of an investigation being in the public interest, because the offenses committed by the alleged users of the file-sharing network had not “disturbed law and order beyond the sphere of life of the client,” the chief public prosecutor’s office in Celle declared. In addition the offenses were “minor.” And there was no evidence that substantial damage had been done. The chief public prosecutor’s office goes on to say that “some parties may regret the fact” that the legislator has not given holders of copyrights a civil law right to obtain the type of information in question from providers. Such parties “could not however expect such omissions on the part of the legislator to be offset in other areas and in every minor case by the endeavors of the prosecuting authorities with their limited resources.”

Het Duitse beleid is daarmee in lijn met het advies dat onlangs aan het Europese Hof van Justitie werd gegeven over precies dit onderwerp.

Arnoud

OM: “downloaden niet langer gedogen” – was dat illegaal dan?

Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep in de strafzaak over het aanbieden van links naar inbreukmakende werken. In die zaak werd beslist dat het aanbieden van zulke links medeplichtigheid aan inbreuk op auteursrecht kan opleveren. In De Telegraaf legt het OM uit waarom ze hoger beroep aantekenen:

“Het is bijna normaal geworden om illegale kopieën in bezit te hebben”, aldus officier van justitie Annemieke Drogt. “Nederlandse websites die toegang bieden tot kwalitatief hoogwaardig materiaal, breiden zich uit als een olievlek. Met deze eerste strafrechtelijke vervolging geven we een signaal af: dit accepteren wij in ons land niet langer.”

Nou kan het OM wel van alles vinden, maar voordat iets strafbaar is, moet het toch echt bij wet verboden worden. Opzettelijke inbreuk op het auteursrecht is een misdrijf (art. 31 jo. 33 Auteurswet), dat is waar. Ook het “bewaren uit winstbejag” van een voorwerp met daarop een inbreukmakend werk is strafbaar (art. 32 sub d Auteurswet). Dus aanpakken van sites die werk aanbieden, of links daarnaar, kan inderdaad op grond van de strafbepalingen uit de auteurswet.

Maar die eerste zin verhoudt zich moeizaam tot het Nederlands recht, zou mijn docent Encyclopedie Rechtsgeleerdheid zeggen. Hoezo illegale kopieën in bezit hebben? Veel gedownload werk is een thuiskopie: een kopie die voor strikt eigen gebruik gemaakt wordt en niet met anderen wordt gedeeld. De thuiskopie is legaal, punt uit. En een legale thuiskopie is geen inbreuk op het auteursrecht. Het hebben of maken van een thuiskopie is dus ook geen strafbaar feit.

Ja, dat roep ik al sinds april 2002. Maar ik ben heus niet de enige.

De rechter in de zaak TechnoDesign versus BREIN:

Anderzijds heeft de wetgever blijkens zowel de huidige Auteurswet en de Wet op de naburige rechten als de reeds genoemde Richtlijn en het daaruit voortvloeiende Wetsontwerp bepaald dat op zichzelf het kopiëren (in dit geval door middel van downloaden) van een inbreuk-makend/illegaal mp3-bestand voor eigen gebruik, geen strijd met de Auteurswet of de wet op de naburige rechten oplevert.
In het hoger beroep werd hier niet verder op ingegaan: “Of deze ontvanger recht heeft op een zogenoemde ’thuiskopie’ kan daarom in dit verband verder onbesproken blijven.”

Antwoord op kamervragen aan de Minister van begin augustus:

Vraag 3
Geldt [de thuiskopie-regeling] ook voor het aanbod van werken op het Internet die nog niet legaal voor het publiek te koop zijn of openbaar gemaakt zijn? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord
Artikel 16c Auteurswet stelt niet de eis dat een privékopie uitsluitend mag worden gemaakt van een legale bron. Het ontbreken van de eis dat het origineel ‘legaal’ moet zijn leidt tot een voor consumenten ruimhartig thuiskopieregime. Inherent daaraan is dat van een illegale bron legale privékopieën kunnen worden gemaakt, voor zover de overige wettelijke voorwaarden in acht worden genomen (Kamerstukken II, 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33 en Kamerstukken II, 2002- 2003, 28 482, nr. 8, blz. 13). Daaraan heeft allereerst het feit ten grondslag gelegen dat artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van Richtlijn nr. 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PbEG L 167; hierna: de richtlijn) evenmin de voorwaarde van de legale bron stelt. Verder kan in een Internetomgeving van een gebruiker over het algemeen niet worden gevraagd te beoordelen of er al dan niet sprake is van een legale dan wel illegale bron. Voorts werd betwijfeld of de introductie van dit onderscheid bij de thuiskopieregeling wel handhaafbaar zou zijn (Kamerstukken II 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33), omdat het thuiskopiëren zich bij uitstek in het privédomein van de consument afspeelt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 5, blz. 33:

Het ontbreken van de eis dat het origineel legaal moet zijn, kan er dus toe leiden dat van een illegale bron legale privé-kopieën worden gemaakt, voor zover de overige voorwaarden die artikel 16c stelt in acht worden genomen. De beperking inzake privé-kopiëren staat het niet toe dat zo’n kopie wordt afgegeven of wordt openbaar gemaakt. … Het heeft mijn voorkeur dat alleen van een legale bron een privé-kopie wordt gemaakt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 8, blz. 13:

[De thuiskopie-regeling] verbindt aan het privé-kopiëren de voorwaarde dat een vergoeding wordt betaald. Die vergoeding is verschuldigd ongeacht of er sprake is van een legale of illegale bron en wordt geheven bij de producent of importeur en doorberekend aan de consument. Indien bij de vaststelling van de vergoeding de privé-kopie van een illegale bron niet in aanmerking zou worden genomen, dan zou de gebruiker die illegale werken kopieert in feite goedkoper uit zijn. De wet zou dan een premie zetten op gebruik van illegaal werk. Dat dat niet de bedoeling kan zijn verklaart dat ook de richtlijn niet de beperking stelt dat het moet gaan om een legale bron. Het feit dat een heffing is betaald legitimeert overigens niet dat een kopie daarvan vervolgens in omloop of anderszins in het verkeer wordt gebracht. Dat blijft niet toegestaan. Evenmin is toegestaan een privé-kopie in opdracht van derden te maken of een privé-kopie af te geven.

(Deze twee links met dank aan GeenCommentaar.nl’s Parlando maar dan goed)

En al in 2000 schreef auteursrechtexpert en hoogleraar Bernd Hugenholtz:

Downloaden is reproduceren, daarover zijn de auteursrechtgeleerden het wel eens. Is hier sprake van kopiëren voor eigen gebruik? Vermoedelijk wél; als het kopiëren van gehuurde of geleende CD’s is toegestaan, moet het downloaden van Napster-bestanden ook kunnen.

Arnoud

Werknemer gebruikt GPL software van werkgever bij eigen bedrijf

Toevallig vond ik een vonnis over een geschil tussen een automatiseringsbedrijf en een (ex-)werknemer. Deze werknemer was gedurende zijn dienstverband vennoot van een vof, door hemzelf aangeduid als hobbybedrijfje. Dit hobbybedrijf leerde Virtual Private Network (VPN) oplossingen aan een bedrijf dat ook klant van zijn werkgever bleek te zijn. Daarbij zou onder andere de software van dat bedrijf gebruikt zijn. Echter:

Met betrekking tot de gebruikte technieken voert [gedaagde] aan dat Serac ten deze vordering onvoldoende heeft onderbouwd, dat VRISned (en niet [gedaagde]) gebruik heeft gemaakt van software die gratis te downloaden is (zgn. GPL-software) van het internet (wat ook Serac bij uitvoering van een dergelijke opdracht zou doen) en dat derhalve onduidelijk is welke technieken Serac bedoelt. [gedaagde] betwist dat Serac rechten zou kunnen ontlenen aan enig auteursrecht, laat staan dat sprake zou zijn van enige inbreuk daarop door [gedaagde].

Mag een medewerker bij zijn eigen bedrijf gebruik maken van dezelfde open source als bij zijn werkgever? Die laatste heeft natuurlijk geen auteursrecht op die software. Hooguit zou je kunnen betogen -en dat gebeurde hier ook- dat de manier waarop je die aan elkaar knoopt, unieke toegevoegde waarde is van het bedrijf. En bedrijfsgeheimen mag je niet zomaar meenemen en zelf gebruiken als werkgever.

In een heel andere zaak, over je eigen bedrijf beginnen na ontslag en zonder concurrentiebeding, werd de ex-werknemer verboden de software van de baas te gebruiken. Maar de rechter meldde daarbij wel dat “delen van het systeem die uitsluitend informatie bevatten die voor iedereen vrij via het publieke domein toegankelijk zijn, van het verbod zijn uitgezonderd”. Je mag dus dezelfde open source gebruiken als je vroeger bij je werkgever deed.

Arnoud

Marco Raaphorst: De gouden toekomst voor open content

De tijd dat je als maker alleen iets voor radio of televisie maakte is voorbij, schrijft Marco Raaphorst. Internet is erbij gekomen met de potentie om een grotere groep kijkers of luisteraars aan te spreken. En dat klemt met de huidige modellen voor auteursrecht (waarom hadden we dat ook alweer).

Wat moet bijvoorbeeld de NOS en de andere publieke omroepen doen? Hun content weggeven is niet handig, want dan gaat de concurrent (de commerciële omroepen) er mee lopen. Beter, schrijft Raaphorst, is open content:

De wereldwijde populaire licenties van Creative Commons bijvoorbeeld, die erg lijken op de licenties die gehanteerd worden bij open source software (heel internet maakt daar gebruik van). Zo kun je met Creative Commons niet-commercieel gebruik toestaan (bij Creative Commons aangeduid met het NC symbool), waarmee je dus uitsluit dat een commerciële partij er zonder kosten aan mee kan verdienen. Bovendien is naamsvermelding bij Creative Commons verplicht, dus het logo en de naam NOS zal ten alle tijden aan de productie en afgeleiden gekoppeld blijven. Dit heeft een tweetal belangrijke voordelen: voor het publiek duidelijkheid over wat het met deze content wel en niet mag doen en voor bijvoorbeeld de NOS naamsbekendheid die steeds groter wordt, want haar eigen publiek zal deze content gaan gebruiken.

Nu ligt Creative Commons lastig bij reeds gemaakte content. Daar zitten allerlei rechten op, die door een wirwar van organisaties beheerd worden. En niet altijd even flexibel. Regel maar eens met al die groepen dat het werk opnieuw uitgebracht mag worden onder een Creative Commons licentie.

Maar dat is geen probleem voor Raaphorst. Sterker nog, dat is een uitdaging:

Dus wanneer de NOS materiaal wil gaan aanbieden die het publiek kan gebruiken en herbewerken, dan moet men investeren in producenten die deze open content kunnen leveren. Makers zoals ik. Makers die bijvoorbeeld niet bij de BUMA aangesloten zijn, maar zelf hun rechten beheren en het niet-commerciële gebruik graag willen afstaan.

Een uitgelezen kans dus om te laten zien dat je wel degelijk geld kunt verdienen met content weggeven. Zoals Irene Kress al eerder schreef:

Content weggeven en zo loyale relaties creëren, is van groter belang geworden. Dit kan leiden tot het genereren van inkomsten uit de meer mainstream kanalen. En tot online werken met offline activiteiten en inkomsten. Voor de nieuwe generatie is het internet niet slechts een bibliotheek of enorme etalage; sociale netwerken op het internet zijn hét nieuwe bindmiddel. Waar online en offline door elkaar lopen.

Arnoud

Driestappentoets voor Nederlandse thuiskopieregeling (2)

Een tijd geledenOp 29 juni heeft SP-Kamerlid Gerkens kamervragen gesteld over de thuiskopieregeling. De antwoorden zijn nu al(!) binnen:

Bij vraag 1 bevestigt de minister dat de thuiskopieregeling ook geldt bij kopiëren vanaf een illegale bron. Het antwoord op vraag 2 is typisch ambtenarentaal, dus dat citeer ik integraal:

Vraag 2
Zijn deze bepalingen ook van toepassing op het aanbod van werken op het internet?
Antwoord
Ja.

Het belangrijkste is het antwoord op vraag 4, 5 en 6 over de Berner driestappentoets, drie eisen die de Berner Conventie stelt aan beperkingen op het auteursrecht. De vraag of de thuiskopieregeling aan die toets voldoet, beantwoordt de minister met een volmondig ja:

De drie-stappen-toets is bij de vormgeving van de thuiskopieregeling in acht genomen en ligt besloten in de voorwaarden die aan de inroepbaarheid van de privékopie-exceptie worden gesteld (Kamerstukken II 2002- 2003, 28 482, nr. 5, blz. 18). In de thuiskopieregeling komt dit met name tot uitdrukking in het feit dat het moet gaan om een privékopie a) uitsluitend voor eigen studie, oefening of gebruik, b) gemaakt zonder direct of indirect commercieel oogmerk en c) van de natuurlijke persoon die de kopie maakt. Daartegenover staat, zoals gezegd, de aanspraak van rechthebbenden op een billijke vergoeding.

Gezien recente ontwikkelingen, met name op het gebied van legale webwinkels voor films en muziek, en ook gezien afwijkende wetgeving in andere Europese landen, wil de minister in 2008 bekijken of een wijziging van deze regeling wellicht gewenst is.

Gevonden via Volledig Bericht, pardon Boek 9. Ook op Solv.

Arnoud

Netkwesties: Vrijspraak met bijsmaak bij hyperlink-strafzaak

Netkwesties schrijft in Vrijspraak met bijsmaak een mooi overzicht van de strafzaak inzake het aanbieden van codes voor peer-to-peer uitwisseling.

Ondanks de vrijspraak voor van ‘georganiseerde piraten’ in het eerste Nederlandse strafproces voor p2p-beheerders schept de Rotterdamse rechtbank een opmerkelijk precedent: het beheren van linksites kan in beginsel wél strafbaar zijn. Ze zijn ‘medeplichtig’ aan illegaal uploaden, in principe althans.

Arnoud

Charles Dickens en de auteursrechtpiraterij

Over Charles Dickens en het auteursrecht (PDF). Aan de hand van Dickens’ bemoeienis met het auteursrecht laat Jan Kabel, hoogleraar informatierecht bij het IVIR, de mechanismen van piraterij (“het (toentertijd) mede van overheidswege ondersteunde business model van de verkoop en marketing van buitenlandse literatuur op een binnenlandse markt”) in de 19e eeuw zien.

De Engelse auteur Dickens ageerde veel tegen het kopiëren van zijn werk in de Verenigde Staten, dat op dat moment geen auteursrechtelijke bescherming voor buitenlandse auteurs erkende. Piraterij? Schandalig?

Integendeel: in de meeste landen werd piraterij juist als wettelijk gewaarborgde eerzame handel beschouwd, die bijdroeg aan de verspreiding van kennis en verlichting voor de natie en die ook veel goedkoper was dan het aanschaffen van de boeken bij de oorspronkelijke uitgever.

Met een mooi overzicht van de ontwikkeling in de wetgeving.

Dickens schreef overigens ook een mooi verhaal over de moeite die het in die tijd kostte om een Engels octrooi op je uitvinding te krijgen.

Arnoud

Filteren van filesharing verkeer: providers via achterdeur toch aansprakelijk?

In een opmerkelijk Belgisch vonnis is internetprovider Scarlet (Tiscali) veroordeeld om filesharing verkeer van klanten te voorzien van een filter. Dat filter moet materiaal detecteren waarvan de rechthebbenden de verspreiding hebben verboden. Sabam pakt gelijk maar door en eist dat ook alle andere Belgische ISP’s zo’n filter installeren. Scarlet gaat in hoger beroep trouwens.

Dat filteren werkt met zogeheten digitale vingerafdrukken, zoals bijvoorbeeld Audible Magic en Gracenote (dat het kocht van Philips trouwens). Van muziek en film worden dan bepaalde unieke kenmerken gemeten, zoals veranderingen in signaalsterkte binnen bepaalde frequentiebanden. Deze worden, net als echte vingerafdrukken, vergeleken met eerder opgeslagen kenmerken in een database. Staat het werk in die database, dan mag het werk niet verspreid worden. Dat werkt in principe dus betrouwbaarder dan het enkele filteren op bestandsnaam of titel en naam van de artiest (wat bij Napster een totale mislukking werd).

Juridisch gezien is deze beslissing opmerkelijk, omdat hiermee een provider via de achterdeur aansprakelijk gehouden wordt voor inbreukmakende handelingen van klanten. Zoals Christiaan Alberdingk Thijm schrijft:

Je bent misschien niet aansprakelijk voor het uitwisselen van muziek, maar wel voor het nalaten maatregelen daartegen te treffen. Scarlet moet voor de kosten van de maatregelen opdraaien en enorme boetes betalen indien deze inadequaat zijn.

De belangrijkste eis om niet aansprakelijk gehouden te worden is namelijk dat providers niet filteren. Artikel 6:196c BW zegt letterlijk dat een provider “niet aansprakelijk [is] voor de doorgegeven informatie, indien hij: … de doorgegeven informatie niet heeft geselecteerd of gewijzigd.” Filteren is een vorm van selecteren, je laat immers alleen door wat het filter niet tegenhoudt.

Bovendien is er nog een ander probleem. De vingerafdruk wordt genomen van ongeveer 10 seconden van de muziek. Als iemand nu zo’n stukje om legitieme redenen gebruikt (bijvoorbeeld een citaat), zal het werk toch tegengehouden worden. Op deze manier filteren zou dus hooguit toegestaan moeten zijn als vaststaat dat het gehele werk wordt gedeeld zonder toestemming.

Een creatief alternatief is in mei door de Amerikaanse profielensite Myspace ingevoerd: “Take down and stay down“. De vingerafdruk wordt daar pas genomen na de eerste klacht. Vanaf dat moment kan geen enkele gebruiker het werk meer publiceren bij zijn of haar profiel. Dit vind ik een stuk redelijker. Er ligt dan een concrete klacht over een specifiek werk. Dat is reactief in plaats van pro-actief. En het past ook binnen de wet: een provider die materiaal aanbiedt dat inbreukmakend blijkt te zijn, is niet aansprakelijk als hij “prompt de nodige maatregelen neemt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken” na een klacht.

Arnoud

Hyperlinken mogelijk strafbaar feit

Sites die links naar illegale bestanden aanbieden kunnen medeplichtig zijn aan een strafbaar feit, juicht BREIN op Boek 9. ‘Internetpiraten’ grotendeels vrijgesproken, kopt daarentegen Nu.nl. Toch was er, zoals Planet terecht opmerkt, sprake van een principiële overwinning voor Brein in een recente strafzaak tegen twee eDonkey-sites. Update (23 december 2010) het vonnis is vernietigd in hoger beroep omdat het OM lui achter BREIN aanliep en geen eigen onderzoek heeft gedaan.

Via eDonkey kunnen mensen bestanden met elkaar uitwisselen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van hashcodes, die uniek zijn voor een bestand. Wie dus een bepaald bestand zoekt, moet weten welke hashcode het heeft. Op de sites Releases4u en Shareconnector van de verdachten was te zien welke code bij illegaal aangeboden films en muziek hoorde.

Nu werden er inderdaad opzettelijk en zonder toestemming werken verspreid, dus de aanbieders op eDonkey pleegden een misdrijf. Ben je nu medeplichtig aan dat misdrijf als je de hashcodes aanbiedt waarmee anderen de werken kunnen verspreiden? Ja, oordeelde de rechtbank:

[H]et handelen van de bij de website betrokken personen, onder wie verdachte als administrator, [kan] in beginsel beschouwd worden als medeplichtigheid aan de door de gebruikers van de website gepleegde inbreuken op auteursrechten door middel van het uploaden, doordat met de website de gelegenheid wordt geboden tot snelle verspreiding van de bestanden.

Wel moet worden bewezen dat bezoekers van de website via de aangeboden hashcodes werken hebben gevonden en die vervolgens ook weer hebben verspreid (geupload). Want zonder plegers geen medeplichtigen. Dat lukte in dit geval niet, waardoor de verdachten werden vrijgesproken.

Het vonnis bespreekt ook nog de vraag of de beheerders van de site schuldig waren aan medeplegen van de inbreuk. Bij medeplegen pleeg je het misdrijf zelf, in samenwerking met anderen. Er moet dan sprake zijn van “bewuste, nauwe en volledige samenwerking” tussen de betrokkenen. Bij medeplichtigheid help je of geef je gelegenheid tot het plegen. De mate van samenwerking mag dan een stuk minder zijn.

De legaliteit van torrentsites, maar ook van linksites in het algemeen, komt met dit vonnis onder druk te staan. De bekende vraag zijn hyperlinks legaal heeft er daarmee weer een nuance bij.

Arnoud

Alweer portretrecht voor de politie

Portretrecht voor de politie, het blijft een actueel onderwerp. Het Nederlands Juridisch Dagblad bericht over de antwoorden van minister Ter Horst over kamervragen over publicatie van foto’s van agenten. Kort gezegd ziet de minister geen aanleiding om nadere regels te stellen over het politiek-portretrecht.

De regels omtrent het portretrecht bepalen dat bij foto’s als deze een belangenafweging gemaakt moet worden tussen de privacy van de agent en de uitingsvrijheid van degene die de foto publiceert.

Uit jurisprudentie blijkt dat een van de uitgangspunten bij de belangenafweging is dat personen die in het kader van een onderwerp van maatschappelijk belang in het openbaar in de uitoefening van hun functie optreden, zoals politieambtenaren, als publieke personen onder omstandigheden meer kritiek en een grotere inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer moeten toestaan dan privépersonen.

Er is dus geen algemeen antwoord te geven op de vraag of agenten op de foto mogen, en of zo’n foto gepubliceerd mag worden. Het hangt er van af.

Arnoud