Jongen beboet voor filmen leraar (via Techzine)

800 euro boete als je je leraar op Youtube zet. Een Finse rechtbank heeft een 15-jarige jongen veroordeeld tot een geldboete, nadat hij een filmpje van zijn leraar online zette, zo staat in Techzine. Of nou ja, geldboete: schadevergoeding aan de lerares natuurlijk.

Op zich niet zo bijzonder. Dit kan bij ons ook: publicatie van een film waar iemand herkenbaar in te zien is, kan schending van het portretrecht zijn. Als de geportretteerde een redelijk belang kan aanvoeren, mag de film niet online. Gebeurt dat toch, heeft de geportretteerde recht op een schadevergoeding. Hoe je de schade inschat die iemand lijdt door een inbreuk op de privacy, is natuurlijk een hele lastige.

Wat wel bijzonder is, is de hoogte van die schadevergoeding. Naast een vergoeding van je echte schade, kun je bij een gewonnen proces ook de proceskosten vergoed krijgen. Normaal is dat een vast bedrag(je), maar bij geschillen over intellectueel eigendom geldt sinds enige tijd de bijzondere regel dat je de werkelijke proceskosten vergoed krijgt. En die kunnen best hoog uitvallen, want advocaten zijn duur (al krijgen ze hun diners niet vergoed).

Auteursrecht is een intellectueel eigendomsrecht, dus bij een geslaagde inbreukzaak moet de inbreukmaker alle kosten van de wederpartij vergoeden. Portretrecht staat geregeld in de auteurswet, dus geldt dat dan ook bij een geslaagd beroep op portretrecht?

Een lastige vraag. Albert Ploeger van Houthoff Buruma schrijft op Volledig bericht, pardon Boek 9 dat dit niet op hoort te gaan:

Gelet op de doelstelling van de richtlijn en de tekst van artikel 2 lid 1, die zien op de handhaving door rechthebbenden van intellectuele eigendomsrechten, komt het mij voor dat het beroep van een geportretteerde op een redelijk belang tegen de openbaarmaking van zijn portret jegens de rechthebbende op het intellectuele eigendomsrecht op het portret, niet onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt. Dit is in lijn met eerdere commentaren van Hugenholtz (Pres. Rb Utrecht 18 maart 1999, AMI 1999-6, p. 94-96) en Schuijt (Pres. Rb Amsterdam 28 januari 2000, Mediaforum 2004-4, nr. 26) bij uitspraken waarin portretrecht naar hun oordeel ten onrechte als intellectueel eigendomsrecht in de zin van het TRIPs-verdrag werd beschouwd.

Arnoud

“Begin dan een rechtszaak” – over portretrecht en mobieltjes

Internetrecht op televisie: Christiaan Alberdingk Thijm vertelt in het NOS Journaal wat je als geportretteerde kunt beginnen tegen misbruik van je portret. Bekijk de uitzending (het stuk begint op 4:00).

Het advies: probeer te achterhalen wie de foto maakte, en/of wie achter de website zit, en begin dan een rechtszaak. Alhoewel een boze brief vaak ook heel aardig kan werken.

Voor meer over portretrecht, zie mijn eerdere postings. Heel in het kort: fotograferen van personen mag niet zomaar. De geportretteerde heeft ook bepaalde rechten. Op grond van zijn portretrecht mag de geportretteerde zich verzetten tegen publicatie als daarmee een redelijk belang van de geportretteerde in gevaar komt. Bijvoorbeeld een privacy-belang of een commercieel belang.

Arnoud

Buma goes Creative Commons – Pilot flexibel rechtenbeheer

Jaja, na anderhalf jaar is het dan toch zover: de Buma is compatible met Creative Commons. Creative Commons Nederland en de Buma zijn een Pilot flexibel rechtenbeheer (met irritante audio) begonnen:

Creative Commons Nederland en Buma/Stemra zijn een pilot gestart om muziekauteurs meer keuzevrijheid te bieden in de wijze van verspreiding van hun werken via internet. Binnen deze pilot is het mogelijk om Buma/Stemra vergoedingen te laten innen voor commercieel gebruik van je werk, en tegelijkertijd delen van je repertoire ter promotie aanbieden onder Creative Commons Licenties voor niet-commercieel gebruik.

De contracten tussen Buma en artiesten eisen dat de artiest alle rechten afstaat aan de Buma. Zoals Planet het uitlegt:

De verplichte uniforme winkelnering was steeds meer rechthebbenden een doorn in het oog. Zelfs om muziek op de eigen website te zetten moesten ze betalen aan Buma/Stemra.

Nu is dan de ‘ingewikkelde materie’ (aldus Buma tegenover Planet) eindelijk opgelost: artiesten behouden het recht hun eigen werk onder Creative Commons versie 3-licenties uit te brengen, mits ze maar de “Niet-Commercieel” varianten gebruiken.

En Marco Raaphorst zag dat het goed was. 😉

Arnoud

Perfect 10 – oude zaak, nieuwe insteek

Perfect 10, de pornoboer met de vele rechtszaken, heeft er weer een nieuwe bij. Microsoft’s MSN Search wodt ditmaal aangeklaagd voor schending van auteursrecht omdat ze –net als Google– kleine versies laten zien van de plaatjes op de site van Perfect 10.

Hardleers? Misschien. Maar wel slim. Google staat bekend om haar laten we zeggen flexibele houding tegenover auteursrecht. Maar bij Microsoft ligt dat anders, zo verklaarde Perfect 10:

You would think that as a major copyright holder itself, Microsoft would be extremely sympathetic to concerns of other copyright holders, and would go out of its way to not copy copyrighted works without permission, or link to or promote massive thieves [sic] of other people’s property

Slim. Ik zie Microsoft niet zo snel roepen dat het maar eens wat minder streng moet met dat auteursrecht.

Arnoud

Auteursrecht op screenshots

Een nieuwe voor de auteursrecht-FAQ: hoe zit het met auteursrecht op screenshots? Dat is waar Pierre Gorissen tegenaan liep toen een van zijn reaguurders zich afvroeg hoe het zat met zijn portretrecht op een screenshot.

Bij een screenshot kopieer je stukjes van de software (de plaatjes, de layout, etc) in kwestie. In dit geval was één van die stukjes een klein fotootje van een persoon met wie Pierre aan het Skypen was. Inderdaad heeft die persoon een portretrecht: als hij een redelijk belang heeft dat tegen publicatie pleit, dan mag hij niet herkenbaar in beeld. Maar kan de maker van de software eigenlijk ook optreden tegen het screenshot?

Rust op een screenshot auteursrecht?<BR/> Kopiëren van stukjes van een beschermd werk is niet toegestaan. De eerste vraag is daarom of je beschermde stukjes overneemt.

Op dit screenshot rust geen auteursrecht

Een screenshot zoals dit, van de standaard Windows knopjes rechtsboven op elk venster bijvoorbeeld is geen probleem; op een grijs vakje met een kruisje of twee vierkantjes rust geen auteursrecht.

Beeldcitaat uit de Mozilla Thunderbird-knoppenbalk

Maar een rij iconen zoals in het voorbeeld hierboven uit Mozilla Thunderbird kan best beschermd zijn. Dat vereiste tenslotte creatief werk om te maken. Gelukkig staat de licentie van Thunderbird mij toe dit screenshot te maken en te laten zien, mits met bronvermelding.

Wanneer mag je een beschermd screenshot toch publiceren?<BR/> Als je iets overneemt dat onder auteursrecht valt, pleeg je in beginsel inbreuk, net zo goed als bij een foto van een design CD-speler. De wet noemt dat een “nabootsing in gewijzigde vorm” maken. Dat mag alleen met toestemming van de rechthebbende op de software, of wanneer de wet een uitzondering biedt.

Een voorbeeld van toestemming is Linden Labs bij Second Life:

you may use screenshots from Second Life to the extent that Linden Lab has the right to authorize use of the content within such screenshot, including screenshots of Linden in-world objects and Linden avatars, subject to these usage guidelines.

Bij Second Life kan dan nog weer meespelen dat je beschermde werken van anderen in je screenshot vastlegt, bijvoorbeeld een mooi ontwerp op virtuele t-shirts of een stuk kunst aan de muur van iemands virtuele huis. Daar kan Linden Labs geen toestemming voor geven.

De meest voorkomende uitzondering voor screenshots en foto’s lijkt me het citaat: als ik de CD-speler wil bespreken of aankondigen, mag ik er best een foto van maken en die bij mijn bespreking of aankondiging zetten. Een vergelijkbaar doel is een foto op Marktplaats.nl als ik de speler tweedehands verkoop. Ook dat mag, ook al ‘kopieer’ ik de speler. Evenzo mag een screenshot dus worden gepubliceerd als je het gebruikt bij een bespreking, kritiek of vergelijkbaar doel.

Gewoon een serie screenshots publiceren is nog geen citaat, het moet wel een doel hebben en dat moet blijken uit de context waar je het screenshot in verwerkt. Je kunt dus niet even een serie screenshots maken en op Flickr of elders zetten “voor het geval iemand er uit wil citeren” of zoiets.

Heeft de maker van een screenshot zelf auteursrecht?<BR/> De volgende vraag is dan of de maker van het screenshot een auteursrecht heeft op het screenshot. Meestal niet. Je moet eigen creativiteit toevoegen bij het maken van een werk voordat je auteursrecht hebt. Een artikel over die software heeft dat natuurlijk. Een foto van een CD-speler vaak ook, je moet tenslotte een hoek en een belichtingstijd kiezen waarmee de speler mooi op de foto komt. Maar bij een screenshot is het een kwestie van “PrtSc” indrukken en eventueel irrelevante delen wegknippen. Dat is geen creativiteit waarmee je auteursrecht krijgt. Het zou kunnen als de maker bijvoorbeeld een aantal schermen op een kunstzinnige manier rangschikt, maar veel anders kan ik niet bedenken.

Zo’n “simpel” screenshot valt dan onder het auteursrecht van het origineel. Alleen de maker van de software heeft dus iets te zeggen over gebruik van het screenshot, tenzij het gebruik natuurlijk onder bijvoorbeeld het citaatrecht valt.

Wordt het screenshot verwerkt in een ander werk, bijvoorbeeld zo’n bespreking of aankondiging, dan zit op dat andere werk als geheel wel auteursrecht claimen. Een PC-tijdschrift heeft auteursrecht op het artikel met een bespreking van een stuk software, met daarin het screenshot van dat stuk software. Dat screenshot zit er dan in op grond van het citaatrecht.

Arnoud

“Bovengrens aan beeldcitaat: 194×145 pixels”?

Heeft de rechter in het Jaap-vonnis nu eindelijk een harde grens gesteld voor beeldcitaten? Nee, maar “194×145 mag” gaat desondanks het nieuwe auteursrechtelijk broodje-aap verhaal van de komende tien jaar worden.

Huizenzoekmachine Jaap moest stoppen met het overnemen van de integrale informatie over huizen van Funda en van de sites van individuele NVM-makelaars, maar mag wel net als eerder Zoekallehuizen.nl (ZAH) wel kleine stukjes overnemen vanwege het citaatrecht. En daarin was de rechter opmerkelijk precies: de foto mag hooguit 194 bij 145 pixels groot zijn, en qua tekst mogen hooguit 155 tekens.

Die afmetingen gelden alleen voor Jaap en zijn zeker geen bindende jurisprudentie vanaf nu. De enige reden dat de rechter getallen koos, was omdat hij wel voorzag dat er anders gelijk weer ruzie zou komen over de geciteerde foto’s. Hij wilde dat voor zijn en besloot dan maar te zeggen dat Jaap’s huidige formaat acceptabel was. En dat was toevallig 194×145. Ik zou trouwens nog wel willen weten wie er bij Jaap nu net die afmetingen bedacht had.

Een zo specifieke maat is opmerkelijk, zo schrijft Solv:

Uiteraard is het in het belang van sites als Jaap.nl, om een duidelijke maatstaf te hebben. Anderzijds moet er voor worden gewaakt dat de limiet van 155 tekens als een nieuwe, absolute grens wordt gezien voor het toelaatbaar zijn van een citaat. Al naar gelang de omstandigheden en context, kan een volledig werk rechtmatig worden geciteerd. Andersom, zal in sommige gevallen het overnemen van slechts 50 tekens al te ver gaan.

Inderdaad. Het citaatrecht is geen vrijbrief om zomaar stukjes (of plaatjes of stukjes geluid) te mogen overnemen.

Je mag alles citeren wat je wilt, zolang het maar voor een van de de toegestane doelen is. Bijvoorbeeld aankondigen wat er te zien is achter de link, of aanhalen wat je gaat bekritiseren. In het Zoekallehuizen-arrest bepaalde het Hof dat wat ZAH deed, te vergelijken is met een aankondiging, een toegelaten doel voor een citaat:

ZAH doet in feite niet meer dan nodig is om de gebruiker in staat te stellen de voor hem (mogelijk) van belang zijnde websites van de makelaars te vinden door daarnaar te verwijzen via enkele belangrijke gegevens. Het gebruik van deze gegevens valt te beschouwen als of staat op gelijke voet met het citeren uit een werk ten behoeve van een aankondiging. Het heeft immers de strekking de gebruiker aan te kondigen wat hij te zien zal krijgen als hij de door ZAH aangeboden hyperlink volgt.

Maar bij Jaap kon de rechter kort zijn:

Het door [Jaap] compleet overnemen van de objectgegevens op haar website is een vorm van eigen en vrijwel ongewijzigde exploitatie van deze gegevens. Dit gaat de grenzen van het zogenaamde citaatrecht voorbij.

Die grenzen zeggen dat je niet meer mag citeren dan nodig. Het algemene criterium, dat de rechter hierboven gebruikt, is dat wat je in je citaat stopt, niet meer als exploitatie van het origineel te zien is. Je citaat moet op zichzelf waardeloos zijn, zeg maar.

Bij beeldmateriaal bepaalde de Auteurswet vroeger dat een beeldcitaat alleen mag als dit

door haar grootte of door de werkwijze volgens welke zij is vervaardigd een duidelijk verschil vertoont met het oorspronkelijke werk.

Maar dat is gewijzigd. De huidige wet, artikel 15b, bepaalt dat een citaat, dus ook een beeldcitaat, mag als het citaat

in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd.

Dat is geen wezenlijke verandering. Het is nog steeds niet nodig om een grote poster integraal te tonen als het je gaat om een raar mutsje in de linkerbovenhoek. Maar je mag wel een hele foto van een huis verkleind laten zien als je wilt aankondigen dat dat huis te koop staat.

In een min of meer vergelijkbare zaak in Amerika mocht Google pornothumbnails laten zien bij zoekresultaten.

En op Volledig Bericht, pardon Boek 9, merkt Dirk Visser nog op dat het vonnis waarschijnlijk anders zou uitvallen bij sites die wel een databankrecht kunnen claimen op hun informatie. Makelaars hebben geen databankrecht op hun huizeninformatie, zo bepaalde het gerechtshof vorig jaar in de Zoekallehuizen-zaak.

Arnoud

Creative Commons versie 3 uitgebracht

Versie 3 van de populaire Creative Commons licenties is nu beschikbaar. Creative Commons licenties bieden een eenvoudige en gestandaardiseerde manier om toestemming te geven voor gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken.

CC 3.0 kent twee belangrijke wijzigingen: de Share-Alike of Gelijk Delen-licenties staan nu toe om afgeleid werken onder een compatibele licentie uit te brengen, en de licentie lost problemen rondom collectief rechtenbeheer op.

Aanpassing van Gelijk Delen: Wie het maken van afgeleide werken toestaat, kan dat doen onder de “gelijk delen” beperking. Die houdt in dat het afgeleide werk verplicht onder dezelfde Creative Commons-licentie moet worden uitgebracht. Op die manier komt het afgeleide werk ook weer beschikbaar voor iedereen. Het achterliggende idee is het laten groeien van de hoeveelheid beschikbare Creative Commons-werken.

In de praktijk levert dat wel eens problemen op. Zo is bijvoorbeeld Wikipedia niet onder Creative Commons maar onder de GNU Free Documentation License. CC-gelijk delen werken mogen dus niet tot Wikipedia-document verwerkt worden.

Creative Commons kan nu licenties aanwijzen die “compatibel” zijn met CC 3.0. Een gebruiker mag dan het origineel of een afgeleid werk uitbrengen onder zo’n compatibele licentie in plaats van de Creative Commons licentie zelf. Daarmee kunnen CC-gelijk delen werken straks bijvoorbeeld wel in Wikipedia worden opgenomen.

Collectief rechtenbeheer: de Auteurswet regelt verplichte vergoedingen voor auteurs bij een aantal vormen van hergebruik. Deze worden door BUMA, Stemra, SENA en al die andere clubs geïncasseerd. De thuiskopieregeling bijvoorbeeld kent een toeslag op elke lege drager zoals CD of DVD. De muzikant of andere maker kan geen afstand doen van het recht op deze toeslag. Omdat Creative Commons-licenties geen vergoeding eisen, kun je je afvragen of je als muzikant dan wel werk onder Creative Commons uit kunt brengen. Versie 3 maakt een einde aan die twijfel. De nieuwe sectie 3e bepaalt:

Non-waivable Compulsory License Schemes. In those jurisdictions in which the right to collect royalties through any statutory or compulsory licensing scheme cannot be waived, the Licensor reserves the exclusive right to collect such royalties for any exercise by You of the rights granted under this License;

Voor vergoedingen waar de auteur wel afstand van kan doen, bepaalt het artikel dat de maker er bij deze afstand van doet.

Andere nieuwe wijzigingen:

  • De licentie bevat nu een bepaling over het databankenrecht. In Europa zijn databanken los van het auteursrecht ook nog eens apart beschermd tegen overname en ontlening. Creative Commons 3.0 licenties regelen nu ook de toegang en hergebruik van zo’n databank.
  • Het is nu expliciet verboden om de verplichte naamsvermelding zo te presenteren dat het lijkt of de maker iets te maken heeft met jouw hergebruik.
  • De licentie vermeldt expliciet dat de auteur geen afstand doet van zijn morele rechten. Met deze rechten kan een auteur zich verzetten tegen verminking van zijn werk.

Een belangrijker probleem met deze organisaties is dat als je er gebruik van wilt maken, je je rechten af moet staan:

De standaard overeenkomst van BUMA/STEMRA maakt (tot op heden) gebruik van een bepaling waarbij het exploitatierecht voor het gehele repertoire van de aangesloten kunstenaars exclusief bij BUMA/STEMRA komt te liggen. Hierdoor kunnen BUMA/STEMRA leden feitelijke geen werken onder een CC-licentie verspreiden als zij tegelijkertijd via BUMA/STEMRA royalties voor andere werken willen innen.

Dat is niet op te lossen in een Creative Commons licentie. De Buma zal deze contracten moeten aanpassen zodat ze passen bij Creative Commons licenties. Dat had de organisatie in januari 2006 al beloofd trouwens.

(Via Livre).

Arnoud

De geschriftenbescherming: tegen integraal overnemen

Naar aanleiding van het Jaap-vonnis nog even over de geschriftenbescherming die succesvol ingeroepen werd tegen de integrale overnamen van huizenomschrijvingen van de makelaarsites. De tekstjes in kwestie waren zo kort dat je je af kunt vragen of ze wel creatief genoeg waren voor auteursrecht. Maar dat deed er niet toe, want Jaap nam integraal over en dat mag ook niet bij “onpersoonlijke geschriften”.

Artikel 10, lid 1, sub 1 van de Auteurswet bepaalt dat onder werken van letterkunde, wetenschap of kunst mede verstaan worden “alle andere geschriften”. Uit met name dat alle heeft de Hoge Raad afgeleid dat voor geschriften de eis van creativiteit en originaliteit niet geldt. De enige eisen zijn:

  1. De tekst is op schrift gesteld. Een elektronisch geschrift telt ook.
  2. <li>De geschriften zijn openbaar gemaakt of bestemd om openbaar te worden gemaakt. Boodschappenlijstjes zijn dus niet beschermd door de geschriftenbescherming.</li>
    

Een puur feitelijk en zakelijk lijstje woorden is als zodanig dus ook beschermd. De omvang van de bescherming is wel een stuk minder dan bij creatieve werken. Alleen het openbaar maken en/of verveelvoudigen van een ‘eenvoudige herhaling’ van het werk is verboden.

Wel moet bij inbreuk worden bewezen dat er specifiek van dat geschrift is overgenomen. Dat is lastiger dan het lijkt: is mijn woordenlijst ontleend aan het Groene Boekje, het Witte Boekje of de dikke Van Dale? Je moet dan bijvoorbeeld kijken naar typefouten en andere slordigheden die uniek zijn voor het geschrift.

Geschriftenbescherming staat los van de auteurswet. Zoals Dick van Engelen het omschrijft:

Uit het Televizier-arrest (NJ 1966, 116) blijkt dat, hoewel deze geschriftenbescherming op een uitleg van artikel 10(1)(1) Aw is gebaseerd, het geen auteursrecht betreft maar om een sui generis recht gaat. De Hoge Raad gaf aan dat de bepalingen van de Auteurswet slechts naar analogie op niet-oorspronkelijke geschriften van toepassing zijn. Voor ieder voorschrift van de Auteurswet dient afzonderlijk bekeken te worden of, en in hoeverre, dat op een niet-oorspronkelijk geschrift van toepassing is.

Geschriftenbescherming is altijd een ‘hot topic’ geweest voor juristen. Het past niet binnen de Auteurswet, die immers ontworpen is voor creatieve en originele werken. Geschriftenbescherming beschermt iets dat met alleen hard werken (een lijstje maken) verkregen is.

Toen de Databankenrichtlijn er door kwam, was dan ook de verwachting dat de geschriftenbescherming opgeheven zou worden. Een databankrecht was specifiek bestemd voor het beschermen van lijstjes die met hard werken maar zonder creativiteit verkregen was.

Geschriftenbescherming komt uit de auteurswet, en ook die werd aangepast naar aanleiding van de Databankenrichtlijn. Voor lijstjes en dergelijke mocht vanaf toen alleen nog de eis worden gehanteerd dat “de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de maker vormt”. Een bloemlezing of een lijst met de “Top 100 mooiste popsongs” is daarmee beschermd. Maar een onpersoonlijk geschrift waaruit geen creatieve keuze of rangschikking blijkt, valt buiten de boot. Einde van de geschriftenbescherming dus.

Niet helemaal. Uit de parlementaire geschiedenis van de wetswijziging blijkt dat de wetgever bij de omzetting van de Databankenrichtlijn er uitdrukkelijk voor heeft gekozen om de geschriftenbescherming krachtens de Auteurswet in haar toen bestaande vorm te handhaven. Art. 10 lid 4 van de Auteurswet sluit alleen geschriftenbescherming uit voor geschriften die als databank te zien zijn. Professor Hugenholtz (IVIR) merkte al in zijn annotatie bij Hof van Justitie 9 november 2004 (British Horseracing Board/William Hill) op dat dit niet hoort:

de richtlijn is in de Nederlandse wet verkeerd geïmplementeerd. De wet had geen ruimte mogen laten voor auteursrechtelijke bescherming van niet-oorspronkelijke databanken, ongeacht of daarin substantieel geïnvesteerd is of juist niet.

Geschriftenbescherming blijft daarmee een rare kronkel in het Nederlands auteursrecht.

Lex Bruinhof van Wieringa Advocaten ergert zich aan het oprekken van de geschriftenbescherming tot ook foto’s:

Een foto kan dus tot geschrift worden (althans onder dezelfde bescherming vallen) als deze samen met tekst één geheel vormt. Aldus de rechter, althans. Dat gaat mij veel te ver. De geschriftenbescherming is al een buitenbeentje in ons auteursrecht; het ook nog eens gaan oprekken daarvan is mijns inziens vragen om moeilijkheden. En ook helemaal niet nodig. In mijn beleving zijn foto’s op makelaarssites doorgaans oorspronkelijk genoeg om voor bescherming in aanmerking te komen. Maar goed, de rechter erkent thans dus ook “fotogeschriften”.

Arnoud

Hirsch Ballin boos op Musicopy

Minister Hirsch Ballin van Justitie is boos op de Stichting Musicopy. Deze stichting incasseert royalties voor gebruik van auteursrechtelijk beschermde bladmuziek. Op zich niets mis mee, bladmuziek is beschermd en wie beschermd werk kopieert, moet daarvoor betalen (tenzij het gaat om een kopie voor eigen oefening of gebruik). Wat wel mis is, is de manier waarop Musicopy dat doet. Hirsch Ballin legt uit:

De Stichting Musicopy is een privaatrechtelijke rechtspersoon die in opdracht van de rechthebbenden van bladmuziek optreedt ter uitoefening van hun rechten. Dat betekent dat de stichting geen opsporings- of handhavingsactiviteiten mag uitvoeren. De manier waarop de stichting zich manifesteert, is daarmee niet in overeenstemming. Aan dat gedrag moet een einde komen.
De minister deelt mede dat hij hierover op 6 juli 2007 met de leiding van de Stichting Musicopy zal spreken om te komen tot een verheldering van de positie van de stichting. Daarbij zal duidelijk worden gemaakt dat niet de indruk mag worden gewekt dat de stichting een opsporingsinstantie is die toeziet op de verrichtingen van de muziekverenigingen, koren en orkesten.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

TLC: zijn digitale kopieën van publiek-domein werken beschermd door het auteursrecht?

Olivier Oosterbaan (zwaai) heeft weer een mooie analyse op zijn blog Technology Law Culture: zijn digitale reproducties van werken uit het publieke domein beschermd door het auteursrecht?

First, as background, we will explain why we want to use such a work, and why we prefer or even need to use a reproduction made by someone else. Second, we will explain why explicit permission to use such reproduction might not be necessary as far as copyright is concerned. Third, we will explain why again we will err on what is perhaps the safe side of things (…).

Arnoud