Consumenten hebben toch geen geldboom in de tuin? (gastpost)

Veel winkeliers denken dat zij alleen aansprakelijk zijn voor de directe schade aan een ondeugdelijk product wanneer het product niet aan de conformiteitseis voldoet. De gevolgschade (alle andere schade) komt volgens hen voor rekening van de koper. Dat staat namelijk zo in hun algemene voorwaarden. Schade in de vorm van porto-, telefoon- en/of reiskosten wijzen ze dan ook snel van de hand als de consument deze komt reclameren. Dit is heel onrechtvaardig want de consument heeft niet gevraagd om een ondeugdelijk product.

De wetgever heeft de consument hier echter voor behoed door het opnemen van art. 7:24 BW. Dit artikel maakt het onmogelijk voor de winkelier om zijn aansprakelijkheid wettelijk te beperken tot alleen de directe schade. De geschillencommisse Elektro behandelde een geschil over een DVD speler dat dit heel mooi illustreert.

In dit geschil had een consument een DVD speler gekocht, maar na een half jaar bleek dat deze een DVD niet kan afspelen. De winkelier zag zichzelf blijkbaar als een doorgeefluik, want hij weigerde om het product te vervangen. Dit omdat de fabrikant van oordeel was dat het niet aan de DVD speler, maar aan de DVD lag. Als gevolg van de dwarse houding pleegde de consument verschillende telefoontjes en gaat een aantal keer langs voor het halen en brengen van het product. Vervolgens kwam hij bij de geschillencommisse, en die oordeelde:

Conclusie is dan ook dat het gekochte niet de eigenschappen heeft die de consument ervan mocht verwachten en dat de ondernemer gehouden is tot het primair door de consument gevorderde, namelijk kosteloze omruil voor een vervangend apparaat van gelijke kwaliteit, waarop de dvd wel werkt.

Consequentie van deze beslissing is dat ook gevolgschade die de consument hierdoor heeft geleden in de vorm van reiskosten voor het enkele malen halen en brengen van de dvd-speler en een aantal telefoongesprekken door de ondernemer moeten worden vergoed. Gezien de specificatie van de consument bepaalt de commissie die kosten in billijkheid op € 40,–.

Dit gaat op voor veel meer types gevolgschade. Wat dacht je van de wasserette, huurkosten of zelfs die halve werkdag, die je noodzakelijkerwijs moest opnemen, vergoed krijgen?

Echter hoeft de winkelier niet alle gevolgschade te vergoeden. Wanneer het product gebreken bevat die de veiligheid in geding brengen is er spraken van productaansprakelijkheid. In die gevallen is niet de winkelier maar de producent aansprakelijk. Een producent is een persoon die het eindproduct, onderdelen of grondstoffen heeft gemaakt, maar dat is ook een persoon die zijn naam, merk of ander onderscheidingsteken aanbrengt op het product.

Een goed voorbeeld hier van zijn die laptops die bij ontploften bij te heet weer. In een aantal gevallen is het huis afgebrand of is er z’n minst brandschade ontstaan. De winkelier mag je dan door verwijzen naar de fabrikant. Dat wil zeggen tenzij de winkelier dat product verbonden heeft met z’n eigen naam.

Nu weet ik dat er winkelier zullen zijn die bij het lezen van deze tekst een onrechtvaardig gevoel hebben. Immers, zij hebben het product niet gemaakt en sommige zullen aanvoeren dat de consument daarom bij de fabrikant moet reclameren. Dit zou echter een doorgeefluik mentaliteit bevorderen en dat moeten we niet hebben. De wetgever bied de winkelier wel de mogelijkheid om de kosten te verhalen, maar daarover heb ik reeds geschreven in mijn stukje ‘Calimero en het consumentenrecht’.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

Verven van een tafelblad op afstand

tafelblad.jpgEen lezer wilde een nieuwe tafel laten maken, en had daarvoor een timmerman uitgezocht. Op basis van een door de lezer aangeleverd tafelblad maakte deze de tafel piekfijn in orde voor slechts 70 euro. Hartstikke mooi, maar toen de vriendin van de lezer belde over de aflevering, informeerde de timmerman tussen neus en lippen door of het ding nog in de olie gezet moest worden. Nou, dat was wel mooi en doet u dat dan maar. Pas na het ophangen bedacht de vriendin dat er eigenlijk niets over de prijs gezegd was. Maar ach, dat zou wel meevallen.

U voelt hem al aankomen, dat viel dus niet mee: 190 euro. Kan de lezer daar wat aan doen?

Omdat de overeenkomst telefonisch gesloten was, is deze een overeenkomst op afstand. De telefoon is immers net als internet een “techniek voor communicatie op afstand” (7:46a BW). En voor overeenkomsten op afstand bepaalt art. 7:46c lid 1 sub c expliciet dat tijdig en vooraf de prijs gemeld moet worden. Dat artikel gaat weliswaar over koop van zaken, maar volgens art. 7:46i lid 1 geldt dit ook bij het sluiten van overeenkomsten voor het verrichten van diensten.

Heel veel levert dat alleen niet op. Het belangrijkste recht van de klant is namelijk dat hij binnen 3 maanden na de dag van het telefoongesprek mag ontbinden als de prijs niet genoemd is. Ten eerste was de dienst op specificatie van de klant verricht. En ten tweede was de dienst al uitgevoerd met instemming van de klant (7:46i lid 5 sub a BW). Daarom mag je niet meer ontbinden.

Andere rechtsmiddelen heb je niet bij schending van de informatieplicht. Ja, tenzij je kunt aantonen dat je schade hebt door dit nalaten, maar die schade zie ik zo niet.

Dan moet je terugvallen op het algemene vermogensrecht. Het is een overeenkomst waarbij geen prijs is overeengekomen. Art. 7:752 lid 1 BW bepaalt dan

Indien de prijs bij het sluiten van de overeenkomst niet is bepaald of slechts een richtprijs is bepaald, is de opdrachtgever een redelijke prijs verschuldigd. Bij de bepaling van de prijs wordt rekening gehouden met de door de aannemer ten tijde van het sluiten van de overeenkomst gewoonlijk bedongen prijzen en met de door hem ter zake van de vermoedelijke prijs gewekte verwachtingen.

Een prijs van 150 euro voor in de olie zetten lijkt mij niet redelijk. Dat is het dubbele van het maken van de tafel zelf, en dat staat dus in geen verhouding. De klant mocht dat dus niet redelijkerwijs verwachten. Daarom zou de prijs moeten worden gereduceerd tot iets dat wel redelijk is, ik zou denken een euro of 40.

Arnoud

Akkoord gaan met algemene voorwaarden verplicht?

Een lezer vroeg zich af:

Op veel sites moet je tegenwoordig zo’n vakje aankruisen waar dan bij staat “Ik ga akkoord met de algemene voorwaarden.” Als je dat niet doet, gaat de koop niet door of mag je je niet registreren of iets dergelijks. Maar je hoeft toch niet expliciet akkoord te gaan met algemene voorwaarden?
Inderdaad, een expliciet akkoord is niet nodig. Algemene voorwaarden zijn van kracht als je voor of bij het sluiten van de overeenkomst wist dat ze bestonden. Je hoeft ze niet gelezen of ondertekend te hebben. De enige eis is dat er een redelijke mogelijkheid is geboden om kennis te nemen van de algemene voorwaarden. Daar zijn precies vier manieren voor.

Bij “gewone” overeenkomsten:

  1. Op papier overhandigd aan de wederpartij.
  2. Als dat niet mogelijk is, dan melden dat ze bij de KVK of de griffie van een rechtbank ter inzage liggen en aanbieden ze meteen op te sturen als de klant daarom vraagt.

Bij elektronische overeenkomsten:

  1. Beschikbaar stellen op een manier dat de wederpartij ze kan opslaan en later nog eens lezen.
  2. Als dat niet mogelijk is, dan bekendmaken waar ze ingezien kunnen worden en aanbieden dat je ze elektronisch of op papier opstuurt als de klant daarom vraagt.

En dat moet dan ook nog eens voor of bij het sluiten van de overeenkomst gebeuren. Niet pas bij de bevestigingsbrief of op de achterkant van de factuur.

Zo’n aankruisvak kan wel praktisch voordeel hebben. Je kunt zo namelijk heel makkelijk bewijzen dat je ze voor het sluiten van de overeenkomst aangeboden hebt. De klant moest immers het vakje aankruisen, anders kon hij de overeenkomst niet sluiten. Hij moet dus het vakje bekeken hebben, en (mag je aannemen) ook de zin bij het vakje waarin hij gewezen werd op de voorwaarden.

Bij elektronische overeenkomsten moeten die voorwaarden dus zo aangeboden worden dat je ze kunt opslaan en later nog eens lezen. Een aparte webpagina of PDF document is een prima oplossing, maar je hebt ook sites die het in een Flash-animatie stoppen. Dat is dus niet goed, je kunt daar de tekst niet eens uit copy&pasten en opslaan in een tekstbestandje. Wie kent er nog meer irritante manieren om algemene voorwaarden aan te bieden?

Arnoud

Hebben wij een contract dan? (bij Netters.nl)

Voor Netters schreef ik een artikel over wanneer een overeenkomst tot stand komt:

Rechtsgeldig bewijs van een contract, je hoort het vaak maar wat wil dat eigenlijk zeggen? Meestal bedoelen mensen daarmee dat ze iets kunnen laten zien waardoor de tegenpartij wel móet toegeven dat er een contract is. Dat kan: laat een notaris met kroontjespen een document opstellen op handgeschept papier in het bijzijn van twee onafhankelijke getuigen, en laat de partijen dat met bloed ondertekenen.

Ok, dat bloed hoeft niet maar de notaris is wel de enige die een (vrijwel) onweerlegbaar bewijs van een overeenkomst kan opstellen. Verder regelt de wet niets over bewijs. Je mag op elke mogelijke manier aantonen dat je iets afgesproken hebt, of juist dat je (nog) geen afspraak hebt.

Lees verder in Hebben wij een contract dan? bij Netters.nl.

Arnoud

Schade door de scheidsrechter

grot-van-rijkdom.jpgEen lezer vroeg zich af hoe het zit met schade veroorzaakt door de spelleiding van zijn online spel. De servers van het spel kunnen tijdelijk onbereikbaar zijn, of bepaalde gegevens kunnen gewist of veranderd worden, zodat de speler een waardevol object kwijtraakt of ineens weer terug is bij af in plaats van in de moeilijk te vinden Grot van Rijkdom. De spelleiding kan besluiten om iedere speler het Harnas van Naktua te geven, waardoor die ene speler die maandenlang als enige daarmee rondliep, ineens zijn grote voordeel kwijt is.

Kan dat zomaar? Ja, in principe wel. Zolang het maar binnen de spelregels of het kader van het spel ligt. Hoe zeldzaam een harnas is, is een beslissing van de spelleiding. Bij fouten ligt dat anders. Als de server het drie dagen niet doet, is dat geen onderdeel van het spel en dus kun je daar de spelleiding (exploitant) op aanspreken.

Natuurlijk heeft de spelleiding in de gebruiksovereenkomst zijn aansprakelijkheid voor schade uitgesloten. Maar daar is wel wat tegen te doen. Een bedrijf mag zijn aansprakelijkheid naar een consument toe niet zomaar uitsluiten. Dat soort bepalingen staan op de “grijze lijst” van verboden algemene voorwaarden (zie wederom hoofdstuk 10). De spelleiding moet een zeer goede reden hebben om aansprakelijkheid af te kunnen wijzen. Bij een gratis spel is die misschien nog wel te bedenken, maar als iemand elke maand 50 euro betaalt om mee te doen, kan de spelleiding niet zomaar de server drie dagen uit laten staan.

Arnoud

EK-actie Kruidvat onbereikbaar door massale belangstelling, mag dat?

kruidvat-folder.jpgDe website van Kruidvat was afgelopen maandag onbereikbaar door massale belangstelling voor haar EK-actie: honderd euro korting op een LCD televisie voor elk doelpunt van Nederland tegen Italie. Met drie doelpunten kwam de korting op 300 euro, zodat je nu die televisie voor de OTTO-esque prijs van maar 99 euro mee kon nemen. Tenminste, als je er doorkwam op de website, want die was natuurlijk zwaar overbelast.

De Consumentenbond vindt de excuses van Kruidvat echter onvoldoende en wil binnen een week een verder gaande, redelijke oplossing bereiken. Beide partijen zijn overeengekomen dat binnen één week duidelijk is wat deze oplossing inhoudt. Zo niet, dan zie ik het wel op een rechtszaak uitdraaien. Zeker als het klopt dat er maar 250 actie-televisies in voorraad waren. Dat is veel te weinig voor zo’n actie, zelfs als je in aanmerking neemt dat de actie slechts liep van half elf tot middernacht op de negende.

Want, zo schrijft de Consumentenbond:

Gelet op het feit dat Kruidvat klanten massaal heeft benaderd per e-mail, de te verwachten grote belangstelling voor een LCD TV tijdens het EK voetbal zeker met een dergelijk groot prijsvoordeel, was de voorraad van 250 exemplaren te beperkt. Een product dat wordt aangeboden tegen een actieprijs behoeft weliswaar niet in onbeperkte mate leverbaar te zijn, maar dient volgens de regels voor het maken van eerlijke reclame wel ’in voldoende mate’ aanwezig te zijn.

Nou had Kruidvat natuurlijk ook niet kunnen bedenken dat Nederland drie doelpunten zou scoren die wedstrijd, maar als er zo massaal reclame wordt gemaakt, dan moet je er rekening mee houden dat je ook een massale toeloop op je website krijgt.

Arnoud

Geen kosten voor klant dankzij algemene voorwaarden verkoper

Meestal zijn algemene voorwaarden erg eenzijdig geformuleerd, zodat alleen de verkoper er zelf iets aan heeft. Maar soms heb je als klant ook iets aan de algemene voorwaarden van de verkoper. Bij Jurofoon vond ik een mooi voorbeeld: een NVM-makelaar mocht geen rekening sturen aan een huizenzoekende klant, omdat hij zich niet aan de NVM-voorwaarden had gehouden.

De klant was een voetballer bij AZ die natuurlijk een huis in Alkmaar nodig had. De makelaar heeft hem twee keer een middag langs te koop staande huizen rondgereden, en hem ook nog een informatiemap gegeven. Daarbij had geen van beide partijen iets gezegd over kosten. De rechter vindt dat de klant daarnaar had moeten informeren. Nu die dat niet gedaan had, mocht de makelaar er vanuit gaan dat hij een betaalde opdracht aan het uitvoeren was. De factuur volgde dan ook snel: €1.725,50.

Maar wat stond in artikel 16 van de NVM-voorwaarden:

Tenzij anders overeengekomen vergoedt de consument bij opdracht voor bemiddeling bij koop of huur de kosten die de makelaar ten behoeve van de consument maakt. Ten aanzien van het maken van deze kosten en de omvang ervan dient de makelaar tevoren met de consument overleg te plegen en afspraken daaromtrent schriftelijk of elektronisch vast te leggen.

Omdat de makelaar dat had nagelaten, kon hij geen kosten vergoed krijgen van de klant. Bovendien moest hij ook nog eens de proceskosten (300 euro, maar toch) van de klant betalen.

Arnoud

Moet een koop op afstand in originele staat retour?

Wie iets koopt bij een webwinkel, mag dit binnen zeven werkdagen terugdraaien. De winkelier moet het artikel dan terugnemen, en natuurlijk het geld teruggeven. Dat staat in de Wet Koop op Afstand, art. 7:46d BW. Het idee is dat je het product kunt uitproberen in die zeven werkdagen, om zo te besluiten of het bevalt of niet. Maar daarbij bestaat de kans dat het product (of de verpakking) beschadigd raakt. Mag je het dan nog terugsturen? En zo ja, mag de winkelier dan een deel van het geld houden als vergoeding voor die schade?

De juridische constructie achter dit recht is “ontbinding”. Dat wil zeggen, het contract was geldig maar wordt bij deze opgeheven, en de partijen moeten nu de eerder verrichte prestaties ongedaan maken (art. 6:271 BW). Daaruit volgt, zo bleek tijdens de invoering (26861, nr. 5, p. 24) van dit wetsartikel:

Hij zal het door hem ontvangen product derhalve in de staat waarin hij het heeft ontvangen moeten retourneren aan de verkoper. Is dit niet mogelijk, dan is de consument gehouden tot schadevergoeding voor zover de tekortkoming aan hem kan worden toegerekend (artikelen 6:74 e.v. jo. 6:273 e.v. BW).

Het criterium daarbij is dat je vanaf het tijdstip dat je redelijkerwijze met een ontbinding rekening moest houden, verplicht bent zorgvuldig om te gaan met het product. De vraag is natuurlijk wanneer dat tijdstip ingaat. Ik zou denken dat dat vanaf de ontvangst van het product is, omdat je bij het product geïnformeerd wordt over de zevendagentermijn waarbinnen je mag ontbinden. Zolang je dus nog aarzelt of je het product wilt houden, moet je netjes omgaan met het product en de verpakking.

Doe je dat niet, dan heb je weliswaar nog steeds recht om het terug te sturen, maar zul je wel een vergoeding moeten betalen voor de schade aan de verpakking of het product zelf.

Wie is hier wel eens tegenaan gelopen? En werd de retour toch geaccepteerd?

Arnoud

Zijn de spelregels echt bindend?

Een belangwekkend vonnis voor online games? In ieder geval vermakelijk om te lezen. In 2001 deed een man mee met het tv-programma Weekend Miljonairs. De vraag voor 32.000 euro was “Wat ontdekte Robert J.L. Guppy in 1866?” Niet spieken! De vier mogelijke antwoorden waren: a. een aquariumvisje; b. een pygmeeënstam; c. radium; d. Hawaï. Meneer koos antwoord b, en na ongeveer een half uur (althans, zo lang duurt dat voor mijn gevoel als ik kijk) gaf Robert ten Brink aan dat het toch echt antwoord a had moeten zijn.

Daar was deze meneer het niet mee eens, en hij stapte naar de rechter om alsnog zijn 32.000 euro te incasseren. De motivatie: meneer Guppy ontdekte helemaal geen aquariumvisje. Hij ontdekte weliswaar een bepaald visje in Trinidad, maar anderen hebben dat visje naar Robert Guppy genoemd. Bovendien zat het visje dat hij had ontdekt, helemaal niet in een aquarium. De vraagstelling was dus zodanig slordig dat Weekend Miljonairs hem niet zomaar kan verwijten het foute antwoord gegeven te hebben.

Maar nee:

De vraagstelling in samenhang met de daarop te geven antwoorden is verder ook zodanig dat, ook indien iemand zou weten dat Guppy niet de ontdekker maar de naamgever van de vis was, geen van de andere antwoorden in aanmerking komt zodat ook in dat geval het door gedaagde als juist aangemerkte antwoord zou zijn gegeven. Het is ten slotte heel wel mogelijk dat men een vis die thans veel in aquaria wordt gehouden een aquariumvis noemt zonder dat daarmee wordt gesuggereerd dat deze vis in een aquarium is ontdekt.

Natuurlijk is het wat slordig om ‘ontdekker’ en ‘naamgever’ met elkaar te verwarren. Maar dat is nog niet zodanig slordig dat je alsnog je prijzengeld mag incasseren.

Bovendien had het tv-programma in haar spelregels opgenomen dat de beslissing van de spelleiding bindend is. En ja, daar zit je dan aan vast als de spelleiding zegt dat antwoord a het juiste moet zijn.

Via Jurofoon.

Arnoud

De algemene voorwaarden van Robin Hood (gastpost)

“Zakelijke klanten zijn toch rijk”, zal de winkelier hebben gedacht die specifiek voor deze groep eindgebruikers onredelijk bezwarende voorwaarden heeft opgesteld. Deze winkelier heeft goed begrepen dat consumenten goed beschermd middels een aantal dwingende wettelijke verplichtingen. En dat die zelfde verplichtingen bij zakelijke klanten onder de noemer ‘regelend recht’ vallen en er dus van mag worden afgeweken. Deze winkelier ontpopt zich dan ook als nobele bandiet die van de rijke zakelijke klanten steelt en aan de arme consument geeft. Vanuit zijn stenen fort ligt hij samen met zijn bende werknemers op de loer tot op het moment dat hij een zakelijke klant kan strikken voor een van zijn ongunstige voorwaarden. Deze winkelier heeft daarmee wel wat weg van een moderne Robin Hood.

Zoals ik vorige keer in mijn stukje ‘Bijna goed is helemaal fout’ ook al opmerkte, hebben deze winkeliers goed in de gaten dat zij van (sommige) wetsartikelen mogen afwijken. Een moderne Robin Hood laat consumenten ongemoeid en benadeelt alleen de zakelijke klant. De opmerking waar ik de vorige keer mee begon verandert dan in zo iets als “Een zakelijke klant verliest zijn rechten als hij gebreken niet binnen zeven werkdagen na de koop heeft gemeld.”

Zoals gemeld gaat het hier om regelend recht. Daarom geef ik eerst aan hoe het allemaal werkt onder het regelend recht, dus zonder dat er afwijkende afspraken over zijn gemaakt. Later ga in op de vraag of de genoemde afwijking is toegestaan.

Onderzoeksplicht & mededelingsplicht<br/> Voor een koop, die geen consumentenkoop is, geld dat de koper het product moet onderzoeken of het product aan de overeenkomst beantwoord. De uitzondering hierop is als de verkoper bepaalde eigenschappen verzekerde of informatie, die de verkoper behoorde te kennen, niet aan de koper heeft meegedeeld. In dat geval geld net als bij een consumentenkoop dat de koper zich alleen bij de verkoper hoeft te melden nadat hij de ontdekking heeft gedaan.

“Binnen bekwame tijd na ontdekking betekent dat de koper de verkoper met spoed op de hoogte moet brengen.”, aldus de wetgever. (TK 2001-2002, 27 809, nr. 6) Wanneer de koper het product niet (volledig) hoeft te onderzoeken, zal dit doorgaans neerkomen op kortere periode dan bij een consumentenkoop het geval was geweest. De consument mag namelijk wel lanterfanten!

De Hoge Raad ontleedt, in het arrest LJN AZ7617 (HR 29 juni 2007, C06/002HR), de term bekwame tijd in een onderzoeksplicht en een mededelingsplicht. Daarbij geeft ze aan dat in twee specifieke gevallen, waaronder een consumenten op, de onderzoeksplicht niet van toepassing is. Over de onderzoeksplicht geeft de Hoge Raad aan:

In dat verband kunnen onder meer van belang zijn de aard en waarneembaarheid van het gebrek, de wijze waarop dit aan het licht treedt, en de deskundigheid van de koper.
Onder omstandigheden kan voor beantwoording van de vraag of de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoordt, een onderzoek door een deskundige nodig zijn (zie ook Parl. Gesch. Boek 7 (Inv. 3, 5 en 6), blz. 157). In beginsel mag de koper de uitslag van dit onderzoek afwachten zonder de verkoper van het onderzoek op de hoogte te brengen. Wanneer echter mag worden verwacht dat met het onderzoek langere tijd is gemoeid, of zulks tijdens de loop daarvan blijkt, volgt uit de strekking van art. 7:23 lid 1 dat de koper aan zijn wederpartij onverwijld kennis dient te geven van dat onderzoek en de verwachte duur ervan.

Het arrest LJN BB7006, dat speelde bij de Rechtbank van Rotterdam, geeft hiervan een mooi concreet voorbeeld. Het geschil gaat over de levering van een schip waar een andere motor in blijkt te zitten. De koper laat de boot onderzoeken bij een technisch deskundige derde en bezoekt daarna een advocaat. De boot blijkt niet aan de overeenkomst te voldoen. Op het moment dat hij verhaal gaat bij de verkoper zijn er inmiddels 15 weken verstreken als gevolg van dit onderzoek. De verkoper stelt zich op het stand punt dat het hier niet gaat om een bekwame tijd daar 6 weken in de rechtspraak gebruikelijk zou zijn. De rechter oordeelt als volgt:

Nu gesteld noch gebleken is dat [eiser] zelf over specifieke kennis op het gebied van scheepsmotoren beschikt, is de in art. 7:23 lid 1 BW bedoelde klachttermijn niet reeds kort na 6 april 2006, maar eerst nadat hij een deskundige, Multidiesel B.V., had geraadpleegd gaan lopen. Kennelijk heeft [eiser] vervolgens een advocaat geraadpleegd mede met het oog op de vraag of de hoofdmotor aan de koopovereenkomst beantwoordde; daarom heeft ook dat onderzoek de aanvang van de klachttermijn opgeschort. Door daarna op 9 juni 2006 bij FTS wegens de gestelde non-conformiteit te reclameren, heeft [eiser] binnen bekwame tijd zoals in art. 7:23 lid 1 BW c.q. art. 6:89 BW bedoeld bij FTS geklaagd.

Terugkomend bij de Hoge Raad, dat het arrest LJN AZ7617 (HR 29 juni 2007, C06/002HR) behandelde, meld zij over de mededelingsplicht:

In het geval van een niet-consumentenkoop dient de vraag of de kennisgeving binnen bekwame tijd is geschied te worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder het antwoord op de vraag of de verkoper nadeel lijdt door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. Een vaste termijn kan daarbij niet worden gehanteerd, ook niet als uitgangspunt.

De tijd die de koper nodig heeft voor de meldingsplicht zal dus afhangen van hoeveel tijd hij feitelijk nodig heeft gehad en het nadeel dat de verkoper leid als dit langer duurt.

Onredelijke bezwarende voorwaarden<br/> Nu duidelijk is hoe de wetgever het regelend recht heeft ingericht, is nu van belang of de verkoper hiervan mag afwijken in het nadeel van de zakelijke koper. Voorwaarden als “Een zakelijke klant verliest zijn rechten als hij gebreken niet binnen zeven werkdagen na de koop heeft gemeld.” worden vaak opgenomen in de algemene voorwaarden. Speciaal voor algemene voorwaarden heeft de wetgever dwingend recht (art 6:246 BW) opgesteld. In artikel 6:233 sub a BW heeft de wetgever bepaald dat een voorwaarde vernietigbaar is

indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij

Het regelend recht gebied de zakelijke koper onderzoek of hij heeft gekregen wat de hem beloofd is en een negatief resultaat spoedig mededelen bij de verkoper. Hier mag best streng mee omgegaan worden, maar het mag er niet op neer komen dat de koper de verkoper helemaal niet kan houden aan de overeenkomst. Een dergelijke voorwaarden kan dan zeker als onredelijk bezwarend worden aangeduid. Als je verkoper na de koop niet meer wenst aangesproken te worden moet ie dat maar in heldere taal inde overeenkomst zelf regelen.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.