De zin en onzin van disclaimers, algemene voorwaarden, etcetera?

Bij Lancelots Forum – Voor freelancers werd een interessante vraag opgeworpen: wat is de (on)zin van disclaimers/voorwaarden/privacyverklaringen op een website?

Zie door de bomen het bos van disclaimers/ algemene voorwaarden/ privacybeleid niet meer. Hoe moet ik een disclaimer of dergelijke op een website plaatsen als, in mijn mening, zover ik begrijp de juristen er nog niet over uit zijn. Op het ene moment lees ik dat het plaatsen van een disclaimer geen rechtsgeldige zin heeft (omdat de website toch onder Nederlandse recht valt – indien gehost in Nederland(?)) anderszijds lees ik dat het wel weer verplicht/ handig kan zijn.

Vaak plaatsen mensen die teksten alleen omdat iedereen het doet, wat ongeveer de slechtste reden is om iets te doen. Nadeel is ondertussen wel dat het zo ingeburgerd is dat het nu opvalt als je het niet meer doet. Misschien zou dat tegen je gebruikt kunnen worden, dus dan kun je maar beter toch met de massa meedoen.

Staan wij juristen hier echt puur voor de vorm die teksten te produceren, vraag ik me wel eens af. Niemand leest algemene voorwaarden of privacyverklaringen. Je gaat er vanuit dat ze redelijk zijn en dat het met je privacy wel goed zal zitten. Dat is vaak niet zo, maar wie heeft er tijd voor (of zin in) om dat allemaal te gaan controleren?

Zou het niet eens tijd worden voor een strengere wettelijke regeling voor gebruiksvoorwaarden voor websites?

Arnoud

Misbruik van het recht op ontbinding van koop op afstand

Via een reactie op mijn bericht over zeven rechten bij koop op afstand kwam deze vraag binnen:

Welk recht heeft de webwinkel als een klant in week 30 iets heeft gekocht, de webwinkel het in week 31 op de site afprijst, de klant vervolgens dezelfde korting eist en dreigt anders gebruik te maken van dit recht om het vervolgens op dezelfde bestelling te doen maar dan afgeprijsd.

Sjonge zeg, wat een vuile truc.

Op zich kan de klant iets bestellen (ook als het afgeprijsd is) en dan de koop terugdraaien. Hij hoeft geen reden op te geven. Maar hier is de reden duidelijk en niet bepaald netjes. Dit lijkt mij een geval van misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Je mag je recht niet misbruiken om een ander doel te halen dan waar het recht voor bedoeld is.

Wel moet de winkelier zien te bewijzen dat er sprake is van misbruik. De e-mail waarin de klant hiermee dreigt, zou daar bewijs van kunnen zijn.

Hoe zouden jullie hiermee omgaan als winkelier?

Arnoud

Wanneer is de koop op afstand gesloten?

elsevier-koopnu.jpgEen lezer deed een poging om de serie West Wing, The Complete Series te bestellen bij de webshop van Elsevier. Hij drukte op de hiernaast afgebeelde knop, en kreeg tot zijn verbazing en teleurstelling deze tekst:

Helaas is West Wing, The Complete Series (Seizoen 1 t/m 7) tijdelijk niet leverbaar!

Nu kan het natuurlijk altijd dat dingen niet op voorraad zijn. Maar, zo vroeg onze lezer zich af: heb ik de box eigenlijk niet al gekocht? Kan ik met andere woorden Elsevier aan de koopovereenkomst houden?

Een lastige vraag. De webshop doet een aanbod (deze box voor dit bedrag) en de bezoeker gaat akkoord door op die knop te drukken. Maar ik vraag me af of mensen al verwachten de koop gesloten te hebben als ze op die knop drukken. Normaal komt er nog een hele riedel aan schermen achteraan, met bijvoorbeeld informatie over de verzendkosten waar je mee akkoord moet gaan. Vanuit die redenering is de koop pas gesloten als er in het allerlaatste scherm op “koop definitief maken” of zoiets geklikt wordt.

Maar stel nu dat de koop wel degelijk op dit moment gesloten is. Verzending is bijvoorbeeld gratis en alle informatie is al elders (bv. bij klantregistratie) afdoende gemeld. Dan zit Elsevier inderdaad vast aan de verplichting tot levering.

Elsevier heeft de box niet, kan niet leveren en schiet dan tekort in de nakoming, zoals dat heet. Dat kan tijdelijk zijn of blijvend. Als de box bij de leverancier uitverkocht is en ook niet meer komt, heet dat een blijvende onmogelijkheid tot nakoming. Zit er nieuwe voorraad aan te komen, maar duurt dat nog een jaar, dan is de onmogelijkheid slechts tijdelijk.

In beide gevallen kan de klant van de overeenkomst af als levering onmogelijk blijkt (art. 6:265 BW). In gebreke stellen is niet nodig in die situatie.

Maar kan Elsevier van de overeenkomst af? Nee, formeel gezien niet. Zij hebben beloofd te leveren en dat zullen ze moeten doen ook. Als levering onmogelijk is, kunnen ze niets anders dan wachten tot het weer mogelijk wordt dan wel tot de klant geen zin meer heeft te wachten.

Arnoud

De (on)bindendheid van de consumenten geschillencommissie (gastpost)

geschillencommissie-logo.gifWie overeenkomsten sluit krijgt er vroeg of laat mee te maken: geschillen. De partijen kunnen het dan onderling niet eens worden over een oplossing. Zij kunnen dan aan de rechter vragen om met een uitspraak te komen. Hier zitten echter wel een aantal negatieve consequenties aan vast.

Allereerst is de rechtsgang erg duur. Voor rechtszaken tot 5000 euro liggen de kosten van de dagvaarding en de griffiekosten, voor het behandelen van uw zaak door de rechter, tussen de 110 en de 270 euro volgens de Consuwijzer. Nee, de kosten rijzen de pan uit door de kosten die je maakt als je een advocaat in de arm neemt. Je moet al gauw 200 euro neer leggen per uur dat je advocaat aan je zaak besteedt. Nu kun je dergelijke rechtszaak zonder advocaat voeren, wat ons brengt op de tweede negatieve consequentie: een rechtszaak voeren is erg ingewikkeld. Het gevaar is dan wel dat je al gauw de fout in gaat, waardoor je zaak op procedurele gronden verliest terwijl je toch het gelijk aan je kant hebt.

Daarom is De geschillencommissie in het leven geroepen. Deze commissies op diverse gebieden presenteren zich graag als hét alternatief voor een rechtsgang. De overheid heeft alle geschillencommissies erkend en volgens de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken betekent dit dat “goede procedure en onpartijdige beslissingen gewaarborgd zijn”. Bovendien is een uitspraak bindend. Kortom, als we deze stichting mogen geloven, is het geschil voor leggen aan de rechter compleet overbodig geworden. Is de uitleg die de stichting geeft wel realistisch of had ze een roze bril op toen de stichting haar website ontwierp?

Een voorbeeld. Een geschil was in de maak toen consumenten een overeenkomst sloten met een winkelier voor de levering en het leggen van een parketvloer. Toen er zich vlak hierna krassen zich op de vloer vertoonden, hebben deze consumenten zich spoedig bij de winkelier gemeld met hun klachten. De importeur van de vloer heeft deze onderzocht in opdracht van de winkelier en kwam tot de conclusie dat de vloer geen productfouten c.q. productiefouten bezat, maar dat het ging om problemen die veroorzaakt waren door de consument. De winkelier weigerde vervolgens om de vloer te herstellen of te vervangen.

De consument neemt hier geen genoegen mee en gaat naar de Geschillencommissie Parket. De deskundige die zij inschakelen komt tot de conclusie dat de vloer weliswaar slijtvast maar niet erg krasbestendig is. Bovendien is de schade niet te herstellen. Volgens de deskundige is de schade aan de vloer te wijten aan het schuiven met stoelen en andere scherpe voorwerpen. Als voorbeeld geef hij aan: “steentjes in de schoenen, scherp zand onder het vilt van de meubels, scherp speelgoed en dergelijke”. De geschillencommissie komt als gevolg van dit oordeel tot de volgende conclusie:

(…) dat niet gezegd kan worden dat de ondernemer de tussen partijen gesloten overeenkomst niet deugdelijk is nagekomen. De commissie onderschrijft het rapport van de deskundige in die zin dat niet gezegd kan worden dat er in technische zin iets fout is aan de vloer. De klachten worden veroorzaakt door het gebruik van de vloer en leefsporen als deze (los van de krassen veroorzaakt door het verplaatsen van een kast) moeten worden aangemerkt als oorzaken van buitenaf die niet met succes aan de ondernemer kunnen worden tegengeworpen. Dat een en ander zichtbaar is hangt mede samen met de kleur van de vloer. Kennelijk had de consument te hoge verwachtingen van de vloer.
De commissie is niet gebleken dat de ondernemer de consument wat dat betreft op het verkeerde been heeft gezet. (…)

Menig consument had hier zijn verlies genomen, aangezien de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken dat een uitspraak bindend is en door de erkenning van de overheid een goede procedure en een onpartijdige beslissing gegarandeerd is. Deze consumenten doen dit echter niet en stappen naar de rechter. Dat mag, zelfs bij bindende uitspraken zoals deze. Artikel 7:904 BW bepaalt namelijk:

Indien gebondenheid aan een beslissing van een partij of van een derde in verband met inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, is die beslissing vernietigbaar. (…)

De rechter kan op grond van dit artikel de uitspraak vernietigen. Deze rechter wilde zijn vingers echter niet branden aan de de uitspraak, vermoed ik, want de zaak komt in hoger beroep. (LJN AY8747). De hogere rechter vindt dat de geschillencommissie heeft nagelaten om de bevindingen te toetsen aan het door hem geschetste wettelijk kader. Daarnaast constateert het Hof dat de geschillencommissie enkel is afgegaan op het, hiervoor niet geschikte, rapport van de deskundige. Het Gerechtshof concludeert dat de inhoud en wijze van totstandkoming van de uitspraak van de geschillencommissie in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. En dus vernietigt hij de uitspraak van de geschillencommissie. Het Hof gaat vervolgens over tot inhoudelijke beoordeling van de zaak:

Op een vloer in een woning wordt nu eenmaal met schoenen gelopen, met stoelen geschoven en door kinderen met speelgoed gespeeld. Anders dan het schuiven met een kast vormt dit een normaal gebruik. [appellant] mocht dan ook bij deze vloer krasbestendigheid verwachten bij normaal gebruik. De “keiharde kunststof toplaag” bleek echter al spoedig niet bestand tegen dat normaal gebruik. De geleverde vloer heeft in dit opzicht niet de eigenschappen die [appellant] mocht verwachten. Ondanks ingebrekestelling bij brief van 2 december 2003 (productie 13 bij memorie van grieven) weigert Salland Parket over te gaan tot herstel of vervanging. Zij is derhalve toerekenbaar tekortgeschoten.

Het Hof ontbindt als gevolg daarvan vervolgens de overeenkomst met de winkelier. Een uitspraak van een geschillencommissie kan dan wel bindend zijn, maar is gelukkig niet onvernietigbaar. De Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken wil ons graag doen geloven dat erkenning van de overheid inhoud dat een “goede procedure en onpartijdige beslissingen gewaarborgd zijn”, maar deze zaak toont aan dat dit toch echt niet het geval is. Mocht iemand van het bestuur meelezen: het zo wellicht verstandig zijn om in deze tekst hier wat nuances te bouwen.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

Ook de EULA van Google Chrome is nog in beta

google-chrome.pngDeelnemer nummer zoveel in de categorie (te)veeleisende EULA‘s: Google Chrome. Deze prachtige browser, die al crasht als je te hard wijst naar een rare hyperlink, heeft een bijzonder interessante bepaling in de EULA, die trouwens Nederlandse gebruikers niet bindt:

11.1 U behoudt de auteursrechten en enige andere rechten die u al bezit over de inhoud die u op of via de Services inzendt, plaatst of weergeeft. Door het verstrekken, publiceren of weergeven van Inhoud door of via de Services, verleent u Google een eeuwigdurende, onherroepelijke, wereldwijde, royaltyvrije en niet-exclusieve licentie op het reproduceren, aanpassen, wijzigen, vertalen, publiceren, verspreiden, publiekelijk uitvoeren en weergeven van deze Inhoud. Deze licentie is uitsluitend bedoeld om Google in staat te stellen de Services weer te geven, te verspreiden en te bevorderen en kan voor bepaalde Services worden ingetrokken, zoals gedefinieerd in de Aanvullende voorwaarden van die Services.

Vertaling: door het opvragen van een webpagina via de Chrome-browser verleen je Google toestemming om die webpagina te mogen kopiëren, verspreiden, publiekelijk uitvoeren enzovoorts.

Die licentie is kennelijk ook nog in beta. Kan iemand me uitleggen waarom ik, de eerzame gebruiker van de software, Google een licentie moet geven op de webpagina’s die ik “op of via [Chrome] … weergeef”? Het lijkt me eerder dat de site mij een licentie moet geven. Chrome heeft daar verder niets mee te maken en moet gewoon doen wat ik zeg.

Verder geef je Google hier feitelijk toestemming om de inhoud van via webformulieren geuploade bestanden (het printklare manuscript van je boek, bijvoorbeeld) op alle mogelijke manieren te gebruiken om Chrome te “bevorderen”. Wat is bevorderen? Promoten, zo blijkt uit de Engelstalige licentie. Dus Google mag reclame maken met alles wat via de browser wordt geupload of verzonden? Grapjassen.

Ook een leuke dat het Amerikaanse bedrijf Google mij, Nederlandse downloader, wil binden aan Engels recht. Sorry, maar ik weiger een pruik op te zetten als ik iemand een proces aan ga doen.

En als ik dan opmerkingen lees over “impliciete voorwaarden omtrent bevredigende kwaliteit”, vraag ik me af of ze bij Google de advocaten ook al hebben vervangen door vertaalsoftware?

Heel erg is dat niet, want deze voorwaarden worden namelijk op de verkeerde manier aangeboden: ik kan ze niet opslaan. Ze staan in een <iframe> en er is geen download/opslaan knop. En nee, het frame selecteren en in een tekstbestandje plakken is iets dat alleen geeks kunnen en is daarom niet afdoende om te voldoen aan de eis dat algemene voorwaarden op te slaan zijn. Daardoor is deze EULA niet bindend voor gebruikers van Chrome. Gezellig!

Nee, deze beta is ook juridisch gezien nog lang niet klaar voor productie.

Waarom zou ik trouwens Chrome willen gebruiken als ik al Firefox 3 gebruik? Of is dit net zoiets als fanatieke sporters die ook per se hun bidon van Adidas willen hebben?

Arnoud

Amerikaans Hof verbiedt verplichte arbitrage

Het Hooggerechtshof van de Amerikaanse staat Washington heeft vorige week geoordeeld dat de algemene voorwaarden van telecomprovider AT&T de wettelijke bescherming van consumenten niet opzij kunnen zetten. Hoewel dit Amerikaans recht is, is het ook voor Nederland belangrijk: veel algemene voorwaarden van internetdienstverleners worden immers wereldwijd gebruikt.

Het geschil in deze zaak ging over een toeslag van 2 dollar per maand omdat de eiser, Michael McKee, in een bepaalde stad zou wonen. McKee woonde echter buiten de stadsgrenzen, maar zijn postcode was dezelfde als een wijk binnen de stadsgrenzen. McKee besloot om samen met andere benadeelden een class action suit te begonnen, wat wij een collectieve actie (3:305a BW) zouden noemen. In de algemene voorwaarden van AT&T was bepaald dat de klant bij geschillen arbitrage moest instellen.

In Nederland is verplichte arbitrage een verboden bepaling in algemene voorwaarden (artikel 6:236 sub n BW). Tenzij je binnen een maand kunt kiezen om toch naar de rechter te gaan. En nu in de VS dus ook doorgehaald. De reden? Arbiters zijn niet verplicht om het consumentenrecht op dezelfde manier toe te passen als rechters, zodat de consument belangrijke rechten verliest als hij gedwongen wordt tot arbitrage. Zo zijn arbiters niet verplicht om de jurisprudentie te volgen en kun je geen punitive damages (civiele boetes) eisen.

Maar, zo oordeelde het Hof in het arrest:

Courts will not be easily deceived by attempts to unilaterally strip away consumer protections and remedies by efforts to cloak the waiver of important rights under an arbitration clause.

Iemand hier ervaring met arbitrageprocedures bij consumentengeschillen?

Via Slashdot.

Arnoud

Weblicenties BUMA op losse schroeven

loketten.jpgOeps: de BUMA mag geen licenties voor online muziekgebruik meer geven. Althans wanneer de website buiten Nederland te benaderen is. Dat blijkt uit een vonnis in kort geding dat gisteren werd gepubliceerd. BUMA is niet gerechtigd om licenties voor muziekwerk van buitenlandse artiesten te verkopen voor gebruik buiten Nederland.

Elk land heeft zijn eigen rechtenorganisatie. In Nederland is dat de BUMA, in Groot-Brittannië is dat de Performing Right Society (PRS), Deze organisaties hebben een leuk Europees kartel opgezet. Iedere organisatie geeft iedere andere organisatie het recht om licenties te geven voor bij hen aangesloten leden, maar alleen in het land waar die andere organisatie actief is. De BUMA mag dus licenties verkopen voor Britse muzikanten (die bij PRS zitten), maar alleen voor muziekgebruik in Nederland.

Nu is dat contract uit 1936 (ja, 1936) dus hoe er moest worden omgegaan met online muziekgebruik was nooit echt duidelijk geregeld. Na een tijdelijke regeling die in 2003 afliep, kregen PRS en BUMA kennelijk ruzie want er werd verder niets meer geregeld. In juli 2008 verkocht BUMA een licentie voor heel Europa aan Beatport.

Daar werd PRS heel boos om, en stapte naar de rechter. En die besliste nu dus dat BUMA daar het recht niet voor had:

De voorzieningenrechter in kort geding verbiedt de Nederlandse muziekrechtenorganisatie BUMA om licenties voor online muziekgebruik (via satelliet, kabel of internet) van het muziekrepertoire van de Britse muziekrechtenorganisatie PRS buiten Nederland aan te bieden, af te sluiten of daaraan uitvoering te geven. BUMA is niet bevoegd dergelijke licenties te verlenen, nu PRS haar die rechten nimmer heeft overgedragen. Een redelijke contractsuitleg van de wederzijdse overeenkomst tussen partijen brengt dat ook niet mee.

Dat maakt de waarde van een BUMA-licentie voor internetmuziekwinkels of webcasting stations dus behoorlijk twijfelachtig. Een treurige zaak, want zonder Europawijde licentie is een muziekwebsite niet of nauwelijks nog te opereren.

BUMA had terecht nog aangevoerd dat de bovengenoemde marktverdeling in feite een verboden kartel is (iets wat de Europese Commissie in 2000 ook al vond), maar de rechter vond dat geen aanleiding om het verbod te weigeren. Het enkele beperken tot een bepaald land is nog geen verboden marktverdeling.

Met een beetje pech zit elke Europese muzieksite straks ook achter zo’n irritante “wij kunnen aan uw IP-adres zien dat u uit Nederland komt en mogen u dus helaas geen muziek leveren” venstertje. Mooi is dat. Gelukkig is downloaden uit illegale bron nog steeds legaal bij ons.

Via Boek9.nl (!!!).

Arnoud

Is een webformulier invullen een koop op afstand?

archief-opslag-catalogus.jpgEen lezer had via een website een aantal motoronderdelen besteld. Dit was geen moderne winkel met winkelwagentje en online catalogus; hij moest de nummers noteren en via het bestelformulier de bestelling doorgeven. Zo gezegd, zo gedaan. Hij had alles netjes ingevuld, zijn adres erbij gezet en op “Aanvragen” geklikt. Het bedrijf had hem een mail gestuurd met wat het zou gaan kosten, en hij had teruggemaild dat dat prima was. Een paar dagen later bedacht hij zich, maar het bedrijf wilde de overeenkomst niet ontbinden. Dat mocht onze lezer helemaal niet, aldus de bedrijfsleider, want dit was helemaal geen overeenkomst op afstand. Oh nee?

Voor een overeenkomst op afstand moet er volgens artikel 7:46a lid a BW “tot en met het sluiten van de overeenkomst uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer technieken voor communicatie op afstand”. Dat is elk middel waarmee je met elkaar kunt communiceren zonder dat je bij elkaar aanwezig bent (lid d). Een formulier op een website valt daar ook gewoon onder. E-mail ook. Dus wordt hier gebruik gemaakt van “één of meer technieken voor communicatie op afstand”.

Ook moet de winkelier gebruik maken van een “door de verkoper of dienstverlener georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand”. Zoals de ConsuWijzer het formuleert, de winkelier moet dus “normaal gesproken” verkopen via zo’n middel voor communicatie op afstand. Een winkel die een keer via de website een mailtje met een bestelling accepteert, is dus nog niet altijd bezig met koopovereenkomsten op afstand.

Een winkel die zijn site voorziet van een bestelformulier, is echter toch echt structureel bezig met bestellingen accepteren via internet. En dat maakt de overeenkomsten die via het formulier gesloten worden, overeenkomsten op afstand met alle bijzondere rechten en plichten van dien.

Tentamenvraag: wanneer is de overeenkomst tot stand gekomen? Bij het drukken op de “Aanvragen” knop, bij het mailtje met de prijsopgaaf of bij de retourmail met “prima”?

Arnoud

Het koopverdrag ontstaat pas…

Een lezer bestelde een hondenbench bij een webwinkel, en kreeg keurig een mailtje met daarin een overzicht van de goederen. Toen hij het mailtje verder las, zag hij dit:

Let op: Deze e-mail bevestigt alleen uw bestelling bij zooplus. Het koopverdrag ontstaat pas als wij u met een verdere e-mail informeren over het verzenden van de producten.

waarop hij het meteen naar mij forwardde (mag u ook altijd doen met dit soort mails). Niet alleen vanwege het hilarische “koopverdrag” (koopovereenkomst zoals vertaald uit het Duits door Google Translate), maar vooral omdat dat “verdrag” pas tot stand zou komen op een veel later tijdstip: pas wanneer het bedrijf zin heeft om te leveren.

De mail legt verder uit hoe dit bedrijf de Nederlandse wet interpreteert.

De weergave van het assortiment in onze onlineshop is geen aanbieding volgens §§ 145ff BGB. Deze weergave is vrijblijvend en niet bindend. Via de onlineshop wordt de klant verzocht een offerte voor het sluiten van een koopovereenkomst te geven. … De koopovereenkomst met Zooplus komt tot stand, wanneer Zooplus de offerte van de klant accepteert en de bestelde goederen aan de klant verzendt.

Nu weet ik niet hoe dat in het Duitse recht geregeld is, maar in Nederland zitten ze er toch flink naast met deze tekst.

Een koopovereenkomst komt bij ons tot stand wanneer de ene partij een aanbod doet dat de ander aanvaardt. Een aanbod is een voldoende duidelijke omschrijving van wat je wilt (ver)kopen, waarop de andere partij gewoon “ja” of “nee” kan zeggen. Bij een webwinkel met producten, een winkelwagentje en een kassa zie ik echt niet hoe je het naar de kassa gaan met je winkelwagentje anders kunt opvatten als een aanvaarding van een aanbod. Je weet welke producten er zijn, je weet wat ze kosten en je gaat daarmee naar de kassa om te betalen.

In die mail zegt men dat de klant daarmee een offerte doet. Dat lijkt me volstrekte onzin. Bij een offerte doet de uitbrenger zelf een voorstel. Hier heeft de klant precies nul speelruimte: de producten en hun prijs liggen vast. Hij kan geen eigen aanbod doen, zoals bijvoorbeeld korting voor de hondenkoekjes omdat hij een bench, een voederbak en een riem koopt.

Snapt iemand hoe het bedrijf hierbij komt?

Arnoud

Wanneer heb ik het nu gekocht?

Een lezer zag een leuke aanbieding op een webwinkel, maar het bestelformulier deed moeilijk dus hij deed iets gewaagds: hij belde het bedrijf op en meldde dat hij graag de aanbieding wilde bestellen. Dat mocht niet, bestellingen werden alleen via de site geaccepteerd. Tegen de tijd dat het formulier het weer deed, was de aanbieding alweer weg. Maar, zo vroeg de lezer zich af, had hij eigenlijk niet stiekem toch een aanvaarding gedaan toen hij telefonisch meldde de aanbieding te willen hebben?

De overeenkomst komt tot stand wanneer de klant het aanbod van de winkelier aanvaardt. Maar de winkelier mag voorschrijven hoe dat aanbod aanvaard moet worden. Een mededeling langs andere weg is dan geen aanvaarding. Veel bedrijven hebben bijvoorbeeld in hun offertes staan dat je ze moet ondertekenen en terugsturen. Telefonisch of per mail zeggen “de offerte is OK” is dus niet genoeg.

Wel is het zo dat als de voorgeschreven manier niet werkt, je soms toch de overeenkomst gesloten hebt. De wet (art. 3:37 lid 3 BW) zegt namelijk dat als het de schuld is van de winkelier dat de aanvaarding niet aangekomen is, de winkelier toch aan de overeenkomst vastzit. Het is alleen wel aan de klant om te bewijzen dat hij een aanvaarding heeft geprobeerd op te sturen die helaas niet aangekomen is. En dat is natuurlijk erg lastig bij webwinkels.

Dit doet natuurlijk denken aan de Kruidvat-actie, waarbij bestellen onmogelijk was tot nadat de actie afgelopen was. Wandelende encyclopedie bona fides schreef toen in de comments dat deze constructie bij Kruidvat best haalbaar moest zijn – en dat je met een tijdig gestuurde e-mail zou kunnen aantonen te hebben aanvaard.

Arnoud