3D dinsdag: Het auteursrecht

| AE 2539 | Innovatie, Intellectuele rechten | 16 reacties

3d-printed-dewalt-zaag-cc-by.pngWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag in het achterhoofd bespreek ik elke dinsdag een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Op basis van deze blogs en jullie feedback daarop wil ik hier uiteindelijk een boek van maken. En natuurlijk publiceer ik dan geen comments van jullie daarin zonder aparte toestemming.

You wouldn’t download a car, zo staat op die shirts die ik verkoop. (Ja, de verkoop is wat ingezakt sinds FTD verloor.) Een auto is een fysiek ding, en auteursrecht beschrijft creatieve werken, geen dingen. Maar toch hebben auteursrecht en 3D printen meer met elkaar te maken dan je zou denken. Ook driedimensionale gebruiksvoorwerpen kunnen namelijk prima door het auteursrecht beschermd zijn. Plus, een blauwdruk is vaak auteursrechtelijk beschermd – en daarmee zijn de CAD bestanden eenvoudiger aan te pakken met auteursrechten dan met octrooien, merken of modellen.

Het auteursrecht begon ooit als bescherming van teksten en tekeningen, maar is langzaam maar zeker opgeschoven naar de beschermer van alle creatieve prestaties die op een of andere manier te omlijnen zijn in enig medium. En dat omvat véél: ook een geur is auteursrechtelijk te beschermen.

Auteursrecht geldt ook voor het uiterlijk van gebruiksvoorwerpen. Daarmee is er overlap met het modelrecht. De grens voor creativiteit ligt wel iets hoger dan bij het modelrecht, maar niet hoger dan bij andere soorten auteursrechtelijke werken. De eis is wel dat het voorwerp geen zuiver functionele vorm heeft. Functionele aspecten moeten via een octrooi beschermd worden (als dat kan gezien de strenge eisen aan nieuwheid en inventiviteit daarbij). Het moet bij auteursrecht gaan om iets creatiefs, en functie staat haaks op creativiteit.

copyright-symbol-printed.pngHet auteursrecht heeft sowieso de grootste feature creep van alle intellectuele-eigendomsrechten. Ook op het gebied van de exclusieve rechten – wat je anderen kunt verbieden – kun je met auteursrechten meer dan andere rechten. Iedere kopie en iedere publicatie, ongeacht verschijningsvorm, valt onder de zeggenschap van de auteur. Er zijn uitzonderingen, zoals citaatrecht en de kopie voor eigen gebruik, maar als die al te populair worden dan wordt de wet daarop aangepast.

Dat recht op een kopie voor eigen gebruik komt overigens weer wel goed uit voor 3D printen: hij maakt het mogelijk om voor jezelf driedimensionale auteursrechtelijk beschermde objecten te printen. Zolang je die niet verhandelt, is er geen probleem. Maar een bedrijf of onderzoeksinstelling kan deze uitzondering niet gebruiken. Die zal voor elk te printen ontwerp toestemming moeten vragen van de maker.

Wie zelf aan de slag gaat met ontwerpen, heeft van auteursrecht minder te vrezen. Een auteursrecht beschermt een concreet ontwerp of product tegen kopiëren. Wie niet kopieert maar zelf ontwerpt, kan per definitie geen auteursrechten schenden. Je hebt alleen wel een probleem als je eigen ontwerp veel lijkt op een bestaand werk, want de rechter mag dan de bewijslast omkeren en jou laten aantonen dat je ontwerp écht zelf gemaakt is en niet onbewust stiekem toch afgekeken.

drakenhoofd-geprint.pngIn de vorige afleveringen besprak ik de problemen die octrooi-, model- of merkhouders- zouden hebben als ze CAD-bestanden willen aanpakken waarmee hun beschermde producten nagemaakt kunnen worden. Die problemen hebben auteursrechthebbenden niet: een bestand met instructies hoe een creatief product eruit ziet, is namelijk een ‘verveelvoudiging’ oftewel kopie van dat product. En die is net zo goed beschermd als een driedimensionaal nagemaakte versie.

In tegenstelling tot octrooien of modellen zijn er geen specifieke uitzonderingen voor onderzoek of het repareren van producten. De discussie zal eigenlijk alleen gaan over of de objecten in kwestie zelf wel beschermd zijn, en dat zal al snel het geval zijn. Dat drakenhoofd hiernaast is bijvoorbeeld zonder meer auteursrechtelijk beschermd – en op de korte termijn zullen het vooral dit soort decoratieve objecten zijn die geprint gaan worden. Het auteursrecht heeft daarmee de beste kaarten om het 3D printen aan banden te leggen.

Arnoud<br/> Foto: 3D geprinte Dewalt-motorzaag door Creative Tools. Het copyrightsymbool komt uit de krochten van Google Afbeeldingenis gekocht bij iStockphoto.com. Het drakenhoofd is van jabella, Flickr, CC-BY 2.0.

3D dinsdag: Het octrooirecht

| AE 2509 | Innovatie, Intellectuele rechten | 11 reacties

3d-printed-dewalt-zaag-cc-by.pngWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag in het achterhoofd bespreek ik elke dinsdag een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Op basis van deze blogs en jullie feedback daarop wil ik hier uiteindelijk een boek van maken. En natuurlijk publiceer ik dan geen comments van jullie daarin zonder aparte toestemming.

3D printers en hun mogelijkheden zijn een geweldige technologische innovatie. En als we het over intellectueel eigendom bij innovatie hebben, dan komen we meteen bij octrooien uit. Octrooien (ook wel patenten) zijn namelijk bedoeld om namaak van technische uitvindingen tegen te gaan. Met een octrooi kun je iedereen verbieden de uitvinding na te maken, te verhandelen of in gebruik te hebben.

Er zit wel een belangrijke grens aan het octrooirecht: je kunt alleen optreden tegen bedrijfsmatig of zakelijk gebruik of productie van de uitvinding. Een particulier die je uitvinding namaakt, pleegt per definitie geen inbreuk. Omdat in de meeste gevallen er geprint wordt door particulieren, lijkt het octrooirecht minder van belang. Echter, bedrijven die op bestelling 3D printen, plegen wél inbreuk wanneer ze een geoctrooieerd object printen. Ook als dat door een particulier besteld wordt. De vraag is wel hoe een octrooihouder daar achter komt. Hij zou dan de hele dag naast de printer moeten staan en zien wat er wordt geproduceerd.

Een uitvinding moet in een technologisch vakgebied liggen. Abstracte ideeën, spellen, medische behandelwijzen, computerprogramma ’s en werkwijzen voor het zakendoen zijn in principe uitgesloten van octrooi. (Ja, bij software is er nogal wat gedoe over dat principe.) Voor 3D-objecten lijkt me dit niet vaak een hindernis. Een 3D object dat iets doet, en dus niet puur een ornament of kunstwerk is, voldoet al snel aan de eis van een technologische vinding. Een schakeling, een mechanische constructie of een 3D printer als zodanig: allemaal in principe octrooieerbaar.

Wel moet zo’n uitvinding nieuw en inventief zijn. Oftewel, de uitvinding mag nog niet bestaan en mag geen triviale variatie op het bekende zijn. Dat niet bestaan is nog wel te meten – het is het niet-triviaal zijn waar de problemen beginnen. Want zó moeilijk is het niet om iets erdoor te krijgen als zijnde inventief/niet-triviaal.

De nieuwheid en inventiviteit van een uitvinding wordt afgemeten aan de claims. Deze bevatten een definitie in juridische taal van wat er onder de uitvinding wordt verstaan. Alleen deze definitie bepaalt of sprake is van inbreuk. De titel, het abstract, de figuren en de beschrijving: allemaal heel leuk maar juridisch gezien gaat het om die claims. Wie wel eens een nieuwsbericht over octrooien leest: als octrooigemachtigde kan ik je vertellen dat in 99% van de berichten de journalist alleen de titel of abstract gebruikt om aan te geven waar het octrooi over gaat. Fout dus.

patent-fiets.pngEen octrooi is geldig voor 20 jaar vanaf de dag van aanvraag en kan niet worden verlengd. (Ok ok, er is een trucje met één jaar extra middels een prioriteitsaanvraag en bij octrooi op medicijnen kun je een aanvullend beschermingscertificaat verkrijgen.) Een veel gebruikte truc om hier omheen te komen, is een relatief kleine verbetering octrooieren. Dan heb je weer 20 jaar voor je verbetering, en als die maar interessant genoeg is, wil niemand meer je originele uitvinding gebruiken.

Het grote probleem bij octrooien is echter te weten komen op welke octrooien je inbreuk kan plegen, zodat je die kunt omzeilen. Er zijn octrooidatabanken natuurlijk, maar om daarin met succes iets te kunnen zoeken moet je wel specialist zijn. (Ik ben specialist en vind het nog steeds lastig.) En zo’n vrijgaveonderzoek is cruciaal, want volgens de octrooiwet kun je ook een octrooi schenden als je geen idee had dat het octrooi bestond. Je hoeft niet het originele product of het octrooi bekeken te hebben (zoals bij auteursrecht wel een vereiste is). Iemand die zich 10 jaar in de kelder terugtrekt en een pracht van een klapschaats maakt, pleegt inbreuk op de octrooien die daarop rusten.

Soms worden producten voorzien van aanduidingen als “Patent pending” of “US 1,234,567”. Die geven aan dat er een octrooiaanvraag loopt of dat de producent meent dat zijn patent met nummer 1.234.567 geschonden wordt als je dat product namaakt. Formeel verandert dat niets – zonder die aanduidingen pleeg je óók inbreuk – maar het kan de schadeclaims fors verhogen als je een product met zo’n aanduiding erop namaakt.

Alles bij elkaar kun je bij 3D printen van objecten in theorie zeker tegen octrooien aanlopen, maar ik verwacht dat dat in de praktijk niet snel gaat gebeuren. Particulieren plegen per definitie geen inbreuk, en 3D-printbedrijven doen zó veel verschillende producten dat geen octrooihouder daar effectief toezicht op kan houden. Misschien dat dit probleem aanleiding kan geven voor notice/takedown-achtige wetgeving: een octrooihouder kan dan zijn product en octrooi aanmelden waarna een 3D-printbedrijf hier geen prints meer van mag maken zonder aparte toestemming.

solid-edge-design-3d.pngWaarschijnlijker lijkt me echter dat de CAD-bestanden op de korrel genomen worden. Een CAD bestand vertelt de printer hoe het object opgebouwd moet worden. Op zichzelf is een CAD bestand geen uitvinding maar slechts een blauwdruk, en blauwdrukken vallen niet onder octrooien want het zijn geen concrete dingen.

Er is echter een uitzondering in de octrooiwet: ook het namaken of produceren van “middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel” van een uitvinding valt onder het octrooirecht, wanneer die gebruikt gaan worden om vervolgens de uitvinding zelf na te maken. Dit wordt ook wel indirecte inbreuk genoemd. Daarbij is vereist dat de namaker “gezien de omstandigheden duidelijk is, dat die middelen voor die toepassing geschikt en bestemd zijn”. Dit vanwege handige jongens die een geoctrooieerd apparaat namaken en als bouwpakket op de markt brengen.

Niet elk onderdeeltje van een geoctrooieerde uitvinding valt onder de definitie van “wezenlijk bestanddeel”. Het enkele feit dat een item gebruikt kan worden om de uitvinding na te maken, is niet genoeg. Maar waar de grens ligt, is een heel lastige vraag, zoals in het Senseopads-arrest bleek. Specifiek uitgezonderd zijn “algemeen in de handel verkrijgbare produkten”. Daarmee is dus uitgesloten dat een octrooihouder de leverancier van grondstoffen voor 3D-printen (of de printers zelf) aanpakt met als argument dat die zo’n wezenlijk bestanddeel betreffen.

Of een CAD-bestand met louter instructies voor het produceren van de uitvinding hieronder valt, is een open vraag. Tot dusverre zijn er alleen rechtszaken geweest over fysieke onderdelen die al of niet middelen voor inbreuk opleverden. Maar het ligt voor de hand dat als particulieren thuis uitvindingen printen en handelaren alleen printers en grondstoffen verkopen, de aanbieders van CAD-bestanden wegens middellijke inbreuk worden aangesproken. En de positie van CAD-bestandsaanbieders zal ook bij de andere IE-rechten essentieel blijken.

Arnoud<br/> Foto: 3D geprinte Dewalt-motorzaag door Creative Tools en Solid Edge designtool door Siemens PLM Software, beiden CC-BY 2.0. Het octrooi is US 4,502,705 uit 1985 voor een inventieve tandemfiets.

3D dinsdag: Driedimensionaal printen versus intellectueel eigendom

| AE 2491 | Innovatie, Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 76 reacties

3d-printen.pngWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag opende Ars Technica vorige week haar bericht over een auteursrechtclaim op een CAD-bestand waarmee een driedimensionaal model geprint kon worden. Met driedimensionaal printen kan iedereen (bijna) alles maken dat hij zoekt, van reserveonderdelen tot zelfverzonnen objecten tot dat dure merkproduct. De Flickrstream van CreativeTools.se laat nu al enkele fantastische mogelijkheden zien. In Nederland biedt FabLab de mogelijkheid zo ongeveer alles te printen dat je wilt.

Bij 3D printen worden objecten gereproduceerd vanuit bronmateriaal dat in heel kleine hoeveelheden en laagje voor laagje wordt gedoseerd. Vaak wordt daarbij met gesmolten polymeer gewerkt, maar ook kan materiaal in poedervorm worden gebruikt dat wordt verhard nadat het laagje is gedeponeerd. Dit alles onder controle van een instructiebestand (CAD-bestand) dat de 3D printer vertelt hoe elk laagje eruit ziet en welk materiaal moet worden gebruikt. 3D printen kan met polymeren maar ook met metalen. Daarmee is zo ongeveer alles te maken.

Het gebruik van 3D printen botst al snel met intellectuele eigendomsrechten, zoals ook al in het geweldige whitepaper van Public Knowledge te lezen is. Een object kan beschermd zijn door auteursrechten, merken, modelrechten of octrooien (patenten). Het namaken is dan niet toegestaan. Soms is er een uitzondering voor namaken in de privésfeer of voor onderzoeksdoeleinden, maar die uitzondering is vaak beperkter dan je zou denken.

Het intellectueel eigendom (IE) is namelijk gebaseerd op de gedachte dat alleen de maker/uitvinder/ontwerper van een object dit mag reproduceren. Dit vanuit de aanname dat deze met dat controlerecht zijn investering moet kunnen terugverdienen. Afrekenen per kopie is een natuurlijk model in de 3D wereld: als iets populair is, verkoopt het goed en dan verdien je veel, en als iets tegenvalt dan verkoopt het niet en dan heeft de maker pech. Dat model stond voor muziek en films al flink onder druk door internetdistributie, maar de druk door 3D printen wordt alleen maar groter.

Ik verwacht dat wanneer 3D printen meer in de mainstream terecht komt, er grote druk zal komen vanuit rechthebbenden om te voorkomen dat 3D printen van beschermde objecten mogelijk wordt. Dat kan grote impact hebben: sites die 3D modellen aanbieden zullen net als Mininova of Pirate Bay als piraten worden aangemerkt, maar ook de verkoop van 3D printers als zodanig kan aan banden worden gelegd als het idee postvat dat deze vooral voor namaak worden gebruikt.

Daarom ga ik de komende weken elke dinsdag (“3D dinsdag”) een blog schrijven over een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Ik zal per IE-recht bespreken wanneer iets daaronder valt, wat er dan wel en niet mag met dat object en wat dat betekent voor het proces van 3D printen.

Wie nu al specifieke vragen of suggesties heeft die ik mee moet nemen, dan hoor ik dat graag! (Oh ja, en een mooier plaatje voor deze serie zou ook leuk zijn. Het is héél moeilijk een Creative Commons foto te vinden die op 150×150 pixels het concept 3D printen laat zien.)

Arnoud<br/> Foto: Tony Buser, CC-BY 2.0

Open source code in patentaanvraag?

| AE 2331 | Intellectuele rechten | 9 reacties

Een ontwikkelaar van de open-source video-encoder x264 beschuldigt het bedrijf Tandberg ervan dat zij open-sourcecode heeft gestolen en die nu wil patenteren. Tandberg ontkent. Dat meldde Webwereld gisteren, en Tweakers al zondag. In patentaanvraag WO2010077148 blijkt een algoritme beschreven te worden dat wel héél sterk lijkt op een in 2006 bedacht algoritme voor de open… Lees verder

Europese softwareoctrooien: wie weet er een leuk, recent voorbeeld?

| AE 2255 | Intellectuele rechten | 12 reacties

Octrooi op software in Europa, het blijft een heikel punt van debat. (Minstens zo heikel trouwens als de debatten over downloaden en FTD, waarover elders). Mag het wel, mag het niet? En hoe erg is het nu eigenlijk? Recent verscheen een artikel over softwareoctrooien waarin werd gesteld dat “uitsluiting op grond van die bepaling is… Lees verder

Supreme Court: geen standpunt over softwarepatenten

| AE 2139 | Intellectuele rechten | 7 reacties

Wat is dat toch met hoge rechtbanken en octrooien versus software? Nadat een tijdje geleden de Grote Kamer van het EPO geen zin had in een duidelijke uitspraak, komt nu ook de Amerikaanse Supreme Court met een arrest over software patents dat in de verste verte geen standpunt inneemt. Het arrest (via) betreft de Bilski-zaak,… Lees verder

Europees Octrooibureau spreekt zichzelf niet tegen over octrooien en software als zodanig

| AE 2098 | Intellectuele rechten | 16 reacties

Nee hoor, niets aan de hand met die rechtspraak over software-gerelateerde uitvindingen (aka CII aka softwarepatenten). Dat is ongeveer waar de recente opinie G3/08 van de Grote Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau op neerkomt. Er staan misschien tegenstrijdige dingen in de arresten tot nu toe, maar dat heb je altijd als de jurisprudentie… Lees verder

“Google patenteert eigen homepage”

| AE 1746 | Intellectuele rechten | 6 reacties

Google’s minimalistische homepage (“zoekstartpagina” volgens Webwereld) is gepatenteerd, meldden diverse media donderdag. Daarmee zou het bedrijf concurrenten zoals Bing of Yahoo! dwars kunnen zitten als die hun veel te drukken startpagina’s willen uitkleden om zo eindelijk eens marktaandeel te veroveren. Wat je daarbij echter zelden ziet, is het nummer van het patent want dat had… Lees verder

Google Chrome bevat LGPL videosoftware, mag dat?

| AE 1639 | Intellectuele rechten | 8 reacties

Google Chrome, de minimalistische browser van het advertentie- en zoekmachinebedrijf bevat veel open source. Recent bleek de browser echter ook de open source FFMPEG videosoftware te bevatten om zo filmpjes op webpagina’s beter te kunnen afspelen. En dat is opvallend, omdat FFMPEG onder de LGPL 2.1 open source licentie is uitgebracht. De verhouding tussen LGPL… Lees verder