Nee, de Rijdende Rechter heeft het écht fout met dat auteursrechtvonnis

| AE 9300 | Auteursrecht | 94 reacties

Eergisteren bij de Rijdende Rechter: een auteursrechtenkwestie, “Wat een bevalling“. Een doula plaatst op haar site een foto van een beschuit met muisjes, gevonden op een gratisfotosite. Enige tijd later krijgt ze een sommatie van het Belgische Permission Machine (“the Graphic Detective”), gevolgd door een sommatie van 820 euro wegens auteursrechtinbreuk. Wat zal het oordeel zijn van Mr. Reid?

De zaak zelf is een standaardverhaal. Een kleine ondernemer zoekt een plaatje bij haar site, vindt die op een kennelijk gratis site en/of denkt niet na over auteursrechten, en krijgt na enige tijd een forse factuur van een fotograaf of een foto-incassobureau met een rare naam. In dit geval de Permission Machine uit Brussel.

Wie een auteursrecht schendt, moet de schade vergoeden. Dat is voor iedere jurist een axioma, en dat de maatschappij ondertussen heel anders denkt over auteursrecht of plaatjes op internet, dat doet er niet toe. Het is dan ook niet gek dat Rijdende Rechter Mr. Reid, John Reid, concludeert dat er gewoon sprake is van inbreuk op dat auteursrecht.

Vervolgens het altijd heikele punt: de schadevergoeding. Menig rechthebbende grijpt zo’n geval aan om eens lekker uit te pakken: eindelijk eens zo’n kwajongen te pakken die in mijn tuin voetbalt, daar zullen we eens een voorbeeld van maken. Daarom komen foto’s van €45 routinematig boven de 500 euro schadeclaim. Ik snap die ergernis maar blijf erbij dat het juridisch niet klopt.

Een voorbeeld stellen, dat doen we niet in het Nederlands schadevergoedingsrecht. Behalve dan in het auteursrecht, want dat kent zijn eigen regels lijkt het wel. Ook Mr. Reid gaat hierin mee. De hoofdregel van de Hoge Raad is dat de schade bij inbreuk op een IE-recht gelijk is aan de normaal te betalen vergoeding. Immers, dat is wat je had gehad als er wél een licentie was gekocht, en het verschil tussen hoe het is en hoe het had moeten zijn bepaalt wat de schade is.

Maar dan komt ‘ie:

Als slechts de misgelopen licentievergoeding als schade zou worden toegewezen, zou schending van het auteursrecht voor de dader een “niet-geschoten-is-altijd-mis” kwestie worden.

Daar zit natuurlijk wat in. Je kunt een foto overnemen zonder te vragen, en als de rechthebbende zich meldt dan zeg je sorry en betaal je zijn normale vergoeding. En stel dat slechts 10% van de rechthebbenden zich meldt, dan heb je dus flinke winst als inbreukmaker. Dat stuit rechters natuurlijk tegen de borst.

Het punt is alleen: dit noemen juristen ‘generale preventie’, oftewel afschrikken door een stevige boete op te leggen. Maar dat is een principe uit het strafrecht. Boetes zijn eenvoudigweg geen schade en het schadevergoedingsrecht is niet bedoeld om mensen af te schrikken. Het is bedoeld om schade te vergoeden, de situatie te brengen naar waar hij had moeten zijn.

De ergernis over dit punt bracht me twee keer ertoe om onderzoek te doen. En daaruit blijkt dat het tégen de jurisprudentie is om zo’n 200% verhoging op te leggen met als motivatie dat je mensen moet afschrikken. Wat wel mag, is een extra vergoeding voor overlast, voor gemaakte kosten of voor ontbrekende naamsvermelding. Erg jammer dat dát niet meegenomen is in het bindend advies.

Arnoud

Rijdende Rechter vernietigt caravanstallingdisclaimer

| AE 5935 | Aansprakelijkheid, Grappig | 25 reacties

rijdende-rechter-bordjeTwee van mijn favoriete onderwerpen bij elkaar: disclaimerbordjes en de Rijdende rechter. In de aflevering van 10 september stond schade bij een gestalde caravan centraal. Moest de stalling deze vergoeden, en had het bordje “Stallen op eigen risico” daarbij nog enig effect?

De eiser had zijn caravan gestald in de garage van de gedaagde. Bij het verplaatsen van de caravans (ik denk om ruimte te maken) is de caravan beschadigd door de gedaagde, de ruimteverhuurder dus. Deze weigerde de schade te betalen, want er hing een héél duidelijk bord “Stallen op eigen risico” en dan moet je niet zeuren.

Daar is de Rijdende Rechter snel klaar mee. Een dergelijke stalling is een “bewaarnemingsovereenkomst” (art. 7:600 BW) en de kern daarvan is dat je dan goed oppast op hetgeen je in bewaring neemt. Het bordje kan daarin verschil maken, maar de tekst op dat bordje is een algemene voorwaarde, meer bijzonder een uitsluiting van aansprakelijkheid en die zijn juridisch verdacht. Bij een consument als wederpartij (zoals hier) mag een professionele partij zijn aansprakelijkheid niet beperken tenzij daar een héél goede reden voor is. De bewijslast ligt dus omgekeerd (art. 6:237 sub f BW).

Bij bewaarneming is eigenlijk geen goede reden te verzinnen, behalve dat het risico niet te verzekeren zou zijn. Maar dat kon hier prima – het was alleen te duur naar de mening van de ruimteverhuurder. Te duur is echter geen argument. Derhalve is het bordje juridisch irrelevant en daarmee wordt de bewaarnemer, de ruimteverhuurder dus aansprakelijk voor de schade. Langs dezelfde lijn oordeelde de rechtbank Utrecht in 2011 bij bewaarneming van een jas.

Heel veel websites hebben ook dergelijke bordjes – beter gezegd, disclaimers. De waarde daarvan is naar mijn mening nul. Leuk, dat je jezelf niet aansprakelijk stelt voor fouten op je website. Maar dat doe ik wel als ik schade lijd door je fout. Je moet gewoon niet zomaar fouten máken, in ieder geval niet het soort fout dat je met geringe moeite had kunnen voorkomen. Een disclaimer hang je op voor twijfelgevallen en rare situaties waarin je niet méér kunt doen. Niet uit gemakzucht.

Disclaimerbordje gezien? Dan vind ik een foto ervan héél erg leuk voor mijn verzameling op Facebook!

Arnoud

Een pakketje bij de boze buren

| AE 4716 | Webwinkels | 84 reacties
Let op: op 13 juni 2014 is de consumentenwetgeving ingrijpend veranderd. De onderstaande blog is daarom mogelijk verouderd. Voor actuele informatie zie Webwinkelrecht.nl.

Een lezer vroeg me:

Onlangs bestelde ik een sinterklaaskadootje via internet. Dit is bij de buren twee huizen verderop afgegeven, en dat is heel vervelend want daar hebben we op zijn zachtst gezegd een forse ruzie mee. Dat pakketje krijg ik dus niet terug. Mijn moeder is langsgegaan om uit te leggen dat het een kadootje was, maar daar wilden ze niet naar luisteren. Wat nu?

Ai. Ruzie met buren is iets dat je écht wilt vermijden, want het levert een van de grootste vormen van irritatie en derving van levensvreugde op.

Juridisch gezien is het vrij simpel. Dat pakketje is niet van de buren, en dat weten ze. Ze moeten het dus afgeven aan de werkelijke eigenaren. Je zou in theorie zelfs kunnen spreken van het misdrijf verduistering: het onder je houden van een goed zonder dat je daar recht op hebt (art. 321 Strafrecht).

Praktisch gezien wil je absoluut niet die juridische route bewandelen. Je krijgt je pakketje er niet mee terug (in ieder geval niet voor Sinterklaas) en aangifte doen wegens verduistering zal de relatie zeer zeker niet verbeteren.

Toch op een of andere manier het gesprek aangaan en kijken of je de relatie kunt verbeteren is vrees ik de enige optie. Of het pakket nog een keer bestellen en het elders laten bezorgen.

Een tip voor de volgende keer: laat er “alléén huisadres” op vermelden, en dan zal Post.nl het niet bij de buren afgeven. Althans, dat is de bedoeling: soms heb je van die zó behulpzame postbestellers dat die het toch doen. Die mogen in de Zak Naar Spanje.

Arnoud

De bloggende medewerker van de rijdende rechter

| AE 2412 | Grappig | 10 reacties

Het is fraai: een ondernemer gaat een beetje de Rijdende Rechter wraken omdat een NCRV-medewerkster wat op de blog van het programma schreef. Dit omdat de blog over hetzelfde onderwerp ging als de zaak waarvoor dat bedrijf bij de kantonrechter in Zaandam moest komen, en inhoudelijk nadelig voor hem was. Bewijs dus dat meester Visser… Lees verder