Account afsluiten wegens kritiek op provider?

Weer eentje in de categorie maffe algemene voorwaarden: artikel 5.1 van de AT&T Legal Policy.

5.1 Suspension/Termination. … AT&T may immediately terminate or suspend all or a portion of your Service, any Member ID, electronic mail address, IP address, Universal Resource Locator or domain name used by you, without notice, for conduct that AT&T believes … tends to damage the name or reputation of AT&T, or its parents, affiliates and subsidiaries.

Het is dus verboden om kritiek op AT&T te leveren vanaf je AT&T account, aldus Slashdot.

In de praktijk zal dat echter wel meevallen. Ars Technica meldt al terecht dat deze bepaling inzetten tegen critici zo’n storm van protest zal oproepen dat AT&T dat nooit zal durven.

Maar stel nu even dat ze zo dom zijn dat toch te doen. Wat dan, juridisch gezien?

Zowel in de VS als in Europa is de vrije meningsuiting een grondrecht. De Amerikanen hebben hun beroemde First Amendment, en wij artikel 10 van het EVRM. Daarin staat dat een beperking op de vrije meningsuiting alleen mag als deze bij wet voorzien is en bovendien in een democratische samenleving noodzakelijk is voor bijvoorbeeld de nationale veiligheid of de bescherming van de goede naam van anderen. De reputatie van een bedrijf bewaken zal niet snel “noodzakelijk” zijn in de zin van dit artikel.

Bovendien zijn dit algemene voorwaarden en voor zulke afspraken geldt een strenger regime dan voor ‘gewone’ contractuele afspraken. Een algemene voorwaarde die onredelijk bezwarend is, kan door de rechter worden vernietigd. Een voorwaarde die het grondrecht op de vrije meningsuiting inperkt, lijkt mij evident onredelijk bezwarend.

Via Tweakers.

Arnoud

Hack uw concurrent – mag dat?

Voor bedrijven die hun concurrenten online te pakken willen nemen zijn er dan ook genoeg mogelijkheden, meldt Security.NL.

Wat te denken van het spammen van de concurrent z’n blog, zodat zoekmachines het blog slecht indexeren. Ervoor zorgen dat “sociale media” de URL van de concurrent bannen. Het kopiëren van RSS content en dan snel zelf online plaatsen, het gebruik van 301 redirects, DoS-aanvallen, clickfraude, AdSense misbruik en het manipuleren van de rating binnen zoekmachines.

In de VS is wetgeving om misbruik tegen te gaan, aldus het artikel. En in Nederland? Sommige voorbeelden zijn evident computercriminaliteit, dus daar ga ik niet op in. De moeilijke gevallen:

Spammen namens de concurrent<BR/> Al langer bekend in e-mail (de joe job) maar kennelijk nu ook op websites. Spam alle mogelijke forums vol, zogenaamd uit naam van je concurrent en met links naar diens site. Zo maak je een hoop mensen boos – op die concurrent. En met een beetje geluk ziet Google zijn site nu ineens voor een spamvertised site aan en gaat ‘ie lager in de index.

Een aanverwante truc is de site van de concurrent te spammen op sociale sites als Digg, Reddit of NUjij. Als dat te vaak gebeurt, wordt deze door de site geblokkeerd en kan niemand meer artikelen van die site nomineren.

Dit is waarschijnlijk te zien als valsheid in geschrifte (art. 225 Wetboek van Strafrecht):

het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

Een elektronisch document is ook een “geschrift”. Andermans naam invullen is “valselijk opmaken” van het geschrift. En de bedoeling daarvan is de hele wereld te laten denken dat die ander het heeft geschreven.

Je zou ook kunnen denken aan oplichting (art. 326 Wetboek van Strafrecht):

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
– hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid,
– hetzij door listige kunstgrepen,
– hetzij door een samenweefsel van verdichtsels,
iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld

Alleen is dan de vraag wie er wordt aangezet tot het afgeven van die goederen of dat geld. En wat wordt er afgegeven?

De site-beheerder (of de stemmende gebruikers) kunnen misschien nog betogen dat ze bedrogen zijn (art. 3:44 Burgerlijk Wetboek):

het iemand aanzetten tot een rechtshandeling door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling, door het opzettelijk daartoe verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen, of door een andere kunstgreep.

Maar dat is geen strafbaar feit! Het is een reden om een overeenkomst (contract) te kunnen vernietigen. Hiermee kan de site bijvoorbeeld een gebruikersaccount opheffen als blijkt dat de gebruiker een valse naam heeft ingevuld. Jezelf registreren bij een site is tenslotte een overeenkomst, inclusief gebruiksvoorwaardenf waar je mee akkoord moet gaan.

Als bij zo’n actie de merknaam van het bedrijf wordt gebruikt, is dat soms te zien als merkinbreuk: afbreuk doen aan de reputatie van het merk.

Duplicaat content
Zoekmachines zijn allergisch voor gedupliceerde content. Met allerlei algoritmes worden pagina’s herkend die te veel op elkaar lijken, zodat alleen het ‘origineel’ getoond wordt bij de zoekresultaten. Maar ja, wat is het origineel? Precies, en daar kun je misbruik van maken: kopieer de site van je concurrent een paar keer, zorg dat de kopie aandacht krijgt, en daar gaat het origineel.

Inbreuk op auteursrecht. Duh.

Adsense sabotage
Google’s Adsense programma is berucht hypergevoelig als het gaat om klikfraude. Klik te vaak op de advertenties op je eigen site, en hop je ligt er uit. De mogelijkheden voor misbruik bij de site van de concurrent laat zich raden. Vooral omdat Google niet in discussie gaat over uitsluiting wegens fraude.

Dit is de lastigste. In principe is er niets mis met veel klikken op een advertentie. Maar hier is het doel natuurlijk niet netjes: je wilt een inkomstenbron van je concurrent saboteren. Dat lijkt me juridisch niet in de haak, al zou ik zo gauw geen wetsartikel weten. Gelukkig hebben we in Nederland dan altijd nog het grote kapstokartikel: strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (6:162 BW).

Arnoud

Ask.com niet aansprakelijk voor samenvatting bij zoekresultaat

De korte samenvattingen bij zoekmachine-resultaatpagina’s kunnen soms pijnlijk zijn. In de VS probeerde ene Bill Murawski gouverneur van New York te worden, wat niet lukte. Volgens hem gedeeltelijk omdat de site Politics1.com met zoekmachine Ask.com samenzwoer om hem te presenteren als een communist. Want Politics1 toonde dit lijstje kandidaten:

Maura DeLuca (SWP)-Garment Worker & Communist Political Organizer

& Ben O’Shaughnessy (SWP)-College Student & Communist Political Organizer

Bill Murawski (Write-In)-Journalist, Public Access TV Show Producer & Frequent Candidate

& Donald Winkfield (Write-In)-Journalist

En wat kreeg je dan in de resultaten te zien als je op Ask.com zoekt naar “Bill Murawski”:
Communist Political Organizer Bill Murawski

De zaak werd afgewezen omdat zoekmachines niet aansprakelijk zijn voor de inhoud van de webpagina’s die ze indexeren. En het lijstje bij Politics1 was niet zodanig verwarrend dat een redelijk mens er de verkeerde dingen van zou denken.

Via Technology & Marketing Law Blog, dat zal opkijken van de Nederlandstalige trackback.

Arnoud

Geenstijl.nl: “UVA niet meer welkom!” (2)

Half september had Geenstijl ineens besloten UvA-studenten te weren, toen bleek dat een UvA-onderzoeksproject de volledige content en comments van haar site had overgenomen. In De nieuwe reporter nu een terugblik met reacties van onderzoeker en hoogleraar Maarten de Rijke, verantwoordelijk voor het project, en Geenstijl’s Dominique Weesie.

Dominique Weesie, directeur van GeenStijl, zegt dat vooral de openbaarmaking van de lezersreacties op De Rijke’s site Zookma in verkeerde aarde viel. “Het copyright van die reacties ligt in principe bij de mensen die commentaar geven. Er bestaat wel citaatrecht, maar niet als je alles volledig overneemt. Bovendien stond er op hun website dat ze de verzamelde informatie aan derden ter beschikking wilden stellen. Daar waren we het ook niet mee eens. We willen niet dat er straks berichten verschijnen dat onze lezers het ene merk pindakaas lekkerder vinden dan het andere.”

Volgens De Rijke gebeurde de publicatie van de reacties per ongeluk. “Dat was niet de bedoeling. Wij zijn ook niet zozeer geïnteresseerd in individuele blogposts of commentaren. We indexeren vele tienduizenden Nederlandse weblogs om op een hoger, geaggregeerd niveau vast te stellen wat er nu speelt.”

Geaggregeerde informatie valt niet onder het auteursrecht, dus wat dat betreft loopt het project wel goed. En deze verwerking van persoonsgegevens valt waarschijnlijk wel onder de vrijstelling Wetenschappelijk onderzoek en statistiek van het College Bescherming Persoonsgegevens. We zullen het dus maar houden op een slordigheid waardoor de individuele gegevens openbaar werden.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Spam als meningsuiting

Onder de categorie “leuk geprobeerd” las ik donderdag in the Inquirer een opmerking van een spammer dat zijn spam bescherming als vrije meningsuiting zou genieten. Jeremy Jaynes werd in 2006 in Virginia veroordeeld voor het sturen van massale hoeveelheden ongevraagde e-mail met vervalste headers. Nu stelt Jaynes dus dat deze mail als “anonieme meningsuiting” dient te gelden, wat een hoge mate van bescherming verdient:

Under the First Amendment, anonymous speech was protected and a person anywhere in the world sending anonymous political or religious e-mails in bulk could unwittingly break the law because some of the messages almost certainly would pass through servers in Virginia.

De Amerikaanse staat Virginia verbiedt het versturen van spam met vervalste gegevens, en verbiedt ook niet-commerciële spam. Jaynes had al eerder geprobeerd deze wet van tafel te krijgen met het argument dat hij in North Carolina opereerde, en dat Virginia daar niets over mag zeggen ook al gaat de mail door servers in die staat.

Nu dus het Eerste Amendement. Het idee is dat de wet, door ook niet-commerciële spam te verbieden, de Grondwet schendt. Die wet hindert dan bijvoorbeeld anonieme politieke of religieuze uitlatingen, en dat is zo ongeveer de meest beschermde soort mening. Juist vanwege de anonimiteit, die bij die twee categorieën vaak de enige manier is om ongeschonden uit het debat te komen. Ik ben vergeten wie het als eerste schreef, maar “never discuss religion or politics when guns are within reach” is een zeer waar woord in de VS.

In ieder geval, een wet die -hoe zijdelings ook- een grondrecht schendt, kan in de VS in zijn geheel opzij gezet worden. De kans dat dat hier gaat gebeuren, lijkt niet zo groot: de wet verbiedt alleen spam met “vervalste” headerinformatie. Jezelf voordoen als een ander is toch echt wat anders dan anonieme mail.

In Nederland is spam verboden op grond van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet. Dat geldt ook voor ongevraagde communicatie voor niet-commerciële, ideële of charitatieve doeleinden. Ook hier zou je dus kunnen betogen dat je grondwettelijk recht op vrije meningsuiting (artikel 10 EVRM) wordt geschonden. De rechter moet dan toetsen of het verbod “in een democratische samenleving noodzakelijk is”, zoals dat zo mooi heet. Moet dat nu echt met een verbod, en is er geen minder vérgaande manier om hier wat aan te doen? Gezien de overlast van spam, en de mogelijkheid om b.v. via een website of blog je te uiten, denk ik dat de rechter deze ‘schending’ geen probleem zou vinden.

Arnoud

Geenstijl.nl: “UVA niet meer welkom!”

Ik studeer aan de UvA en ik lees Geenstijl, maar dat laatste kan niet meer vanaf het netwerk van de eerste. Want wat blijkt, het Zookma project van de UvA kopieerde en publiceerde comments van diverse sites, met kennelijk de bedoeling daar allerlei analyses op te doen. Geenstijl roept, in haar geheel eigen stijl:

Sterker nog, een professor is op dit moment bezig op kosten van de belastingbetaler een heus bedrijfje op te zetten dat onze content en comments gaat verkopen aan de hoogstbiedende. Hoe dat werkt? Welnu, comments van commenters en onze content worden inclusief commentnaam en datum opgeslagen in een hele grote database. (voorbeeldje) Bij andere sites slaan de ‘wetenschappers’ ook emailadres en woonplaats op. Daar laten ze dan allerhande leuke statistiekjes op los. Vervolgens worden comments gerangschikt naar onderwerp. En de ‘wetenschappers’ gaan uw kritieken op -laten we zeggen- Wouter Bos of de Avro vervolgens verkopen aan Wouter Bos of de Avro. Maar dat MAG helemaal niet en dat PIKKEN we niet.

Comments zijn natuurlijk gewoon auteursrechtelijk beschermd, aangenomen dat mensen iets meer zeggen dan “wat een onzin”. De enige eis is tenslotte of iets origineel en creatief is. Je hoeft je werk niet te deponeren of vast te leggen. Zelfs een copyright notice is niet nodig.

Door ze te plaatsen op een site, geef je de eigenaar daarvan het recht ze op te nemen in die pagina en om ze aan andere lezers/bezoekers te laten zien. Daarbij kan de site natuurlijk in zijn reglement vastleggen dat zulke comments gemodereerd mogen worden, of zelfs verwijderd. Pardon, weggejorist.

Dat betekent echter nog niet dat die comments zomaar overgenomen mogen worden naar een andere site, ook niet voor wetenschappelijk onderzoek. Een citaat, een enkele comment, mag wellicht wel bij onderzoek of kritiek, maar gewoon de hele site leegtrekken gaat de grenzen van het citaatrecht te buiten. Zookma heeft dan ook de boel snel weggehaald en haar excuses aangeboden. EDIT: maar wel goed verstopt, helemaal onderaan de pagina in het lichtgrijs:

By mistake we served content and comments from the newssites that we track. This was a mistake for which we apologize.

Arnoud

‘Dit pakket is spyware’ is geen smaad

In mei berichtte ik over het bedrijf Zango dat boos was dat hun spyware als spyware werd aangemerkt. Ze deden de anti-spyware industrie een proces aan om te eisen dat hun software van de zwarte lijst ging.

Nu is die eis afgewezen, met een beroep op een oudere Amerikaanse internetwet: de Communications Decency Act. Precies, die ja.

In the important ruling for the anti-malware industry, Judge Coughenour of the Western District of Washington threw out Zango’s lawsuit on the grounds that Kaspersky was immune from liability under the Communications Decency Act, part of which states: “No provider or user of an interactive computer service shall be held liable on account of any action voluntarily taken in good faith to restrict access to or availability of material that the provider or user considers to be obscene, lewd, lascivious, filthy, excessively violent, harassing, or otherwise objectionable, whether or not such material is constitutionally protected, or any action taken to enable or make available to information content providers or others the technical means to restrict access to [such] material.”

In Nederland is er niet zo’n specifieke regeling over aansprakelijkheid van dienstverleners bij het filteren van content. Integendeel, je kunt bij ons alleen wettelijke bescherming tegen aansprakelijkheid claimen als je niet filtert.

Maar zo´n regeling is ook niet nodig. Als ik wil roepen dat software-pakket X spyware is, dan mag ik dat. De grens zit hem in de reputatie van het bedrijf. Als ik die onnodig door het slijk haal, kan ik daarvoor aansprakelijk gesteld worden. De merkenwet (want een bedrijfsnaam is meestal een merk) zegt dat je geen afbreuk mag doen aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. Tenzij je een geldige reden hebt, en kritiek leveren op foute praktijken of een slecht product is een geldige reden.

Hanteer ik duidelijke criteria, en voldoet iemand daaraan, dan heb ik het volste recht om die persoon (of dat bedrijf, of dat pakket) op zo’n lijst te zetten.

Bij personen zou het eerder om smaad gaan.

Arnoud

Waarom ‘xxx’ er niet mocht komen voor pornosites

Op Frankwachting een herpublicatie uit De Groene Amsterdammer over het .XXX-domein, De bovenbazen van het net. Werd in 2005 de aanduiding ‘xxx’ voor pornosites (naast ‘com’ voor commerciele sites en ‘nl’ voor Nederlandse sites) nog goedgekeurd, in 2006 sneuvelde het voorstel alsnog.

Washington vindt dat de lettercombinatie ‘xxx’, die in de Angelsaksische wereld staat voor alles wat met seks en pornografie te maken heeft, geen eigen domein op het internet verdient, ook al dankt het medium aan deze branche een aanzienlijk deel van zijn dagelijks verkeer.

Profiel van de ondoorgrondelijke wegen van de internetbeheerder, een van de machtigste clubs ter aarde. Een artikel van Aart Brouwer.

Arnoud

Arnoud

Fotograferen en journalistiek op het station

Niet echt Internetrecht, alhoewel ze wel Internet hebben op stations: hoe zit het met fotograferen op stations. Journalist Brenno de Winter zag een Segway op station Utrecht en wilde hier met een foto verslag van doen, maar dat werd hem verboden door de Spoorwegpolitie. Kan die dat zomaar? Nee, en wel hierom.

Op zich mag de NS natuurlijk huisregels stellen, want de stations zijn hun privé-eigendom. En er zijn ook huisregels over fotograferen op stations:

Voor het maken van professionele opnamen moet wel altijd vooraf toestemming worden gevraagd. Hieronder vallen ook alle opnamen waarbij gebruik wordt gemaakt van statieven, extra licht en figuranten en opnamen die worden gemaakt door studenten als studieopdracht. Bij opnamen voor privé-doeleinden (voor familiealbum of hobby) vanaf voor het publiek toegankelijke gedeelten van het station is geen toestemming van NS nodig. Uitzondering hierop vormt het fotograferen of filmen van NS personeel, balies en wachtruimtes. Dit is zonder uitdrukkelijke toestemming niet toegestaan.

Alleen, journalistiek en vrije nieuwsgaring is een grondrecht (artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Je eigendomsrecht inzetten om een journalist te weren zijn werk te doen is een schending van dit grondrecht. Om te bepalen of dit toegestaan is, moet de rechter een belangenafweging plegen. Hoe groot is de nieuwswaarde en het belang om dit te melden, en hoe groot is in dit geval de waarde van het eigendomsrecht van de NS en de persoonlijke levenssfeer van haar medewerkers.

Zeker nu de NS haar stations normaal openstelt voor het publiek, zal die afweging snel in het voordeel van de journalist uit moeten vallen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Bijvoorbeeld dat een medewerker tegen zijn of haar wil heel prominent in beeld komt terwijl dat niet relevant is voor het verhaal.

Maar wat heeft de Spoorwegpolitie daarmee te maken? Een ruzie tussen een journalist en de eigenaar van een terrein is civielrecht, dus vecht dat samen lekker uit bij de rechter zou je zeggen. Toch zitten er publiekrechtelijke aspecten aan. Het punt is namelijk dat het Algemeen Reglement Vervoer (dat geldt voor spoorwegen en stations) verbiedt om “beroep of bedrijf” uit te oefenen op stations zonder toestemming van de NS. En de NS heeft de Spoorwegpolitie gemachtigd om het toezicht op deze regels uit te oefenen.

Specifiek voor stations is er namelijk artikel 5 van het Algemeen Reglement Vervoer (ingevoerd op grond van de Spoorwegwet):

  1. Het is een ieder, behoudens uit de aard van zijn betrekking, verboden zich in of op een station dan wel in een trein in een zodanige toestand te bevinden of zich zodanig te gedragen, dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of kan worden verstoord.
  2. <li>Als verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang worden beschouwd: (...)
    

    f. uitoefenen van beroep of bedrijf;

    <li>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de spoorweg daarvoor, met inachtneming van de belangen van reizigers, toestemming heeft gegeven.</li>
    

Natuurlijk is dit bedoeld om allerlei stalletjes en verkopers te kunnen weren, maar journalisme is een beroep, dus naar de letter van dit artikel is het verboden journalistiek te bedrijven op het station zonder toestemming van de NS.

Daarnaast is er ook artikel 7 van datzelfde Reglement:

Een ieder is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang op te volgen, die door of vanwege de spoorweg duidelijk kenbaar zijn gemaakt.

De regel over niet mogen fotograferen op het station betreft de goede bedrijfsgang van de NS. De NS heeft de Spoorwegpolitie gemachtigd om het toezicht op deze regels uit te oefenen. Die doen dat door ambtsbevelen te geven tot verwijdering van het terrein (art. 184 Wetboek van Strafrecht) maar uit twee recente arresten van de Hoge Raad (AU8060 en AZ3309) begreep ik dat dat niet mag. Ambtsbevelen mogen alleen gaan over wettelijke voorschriften, en NS-huisregels zijn geen wet:

Als de onderhavige verwijderingsbevelen namens de NS zijn genomen en dus niet door politieambtenaren als zodanig, dan zijn die bevelen niet gegeven door een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.

Als ik die arresten doortrek naar deze situatie, lijkt het mij dat de agenten ook geen ambtsbevelen mogen geven tot het wissen van foto’s wanneer iemand zonder toestemming fotografeert.

En zelfs al mogen ze dat wel, dan zou zo’n ambtsbevel het grondrecht van vrije nieuwsgaring schenden, en de overheid mag dat al helemaal niet snel doen.

De NvJ waarschuwt voor de laatste maal:

Journalisten worden steeds vaker met beperkingen geconfronteerd bij de uitoefening van hun vak. Zij hebben het recht om foto’s te maken in openbare en semi-openbare ruimtes (stadions/stations etc.). De NVJ heeft aan zowel politie als NS duidelijk gemaakt dat dergelijke restricties in strijd zijn met de vrijheid van nieuwsgaring.

(En voor wie denkt aan antiterrorisme-regels: station Utrecht is geen verboden plaats. Er staat zes jaar cel op het fotograferen van gebouwen die belangrijk zijn voor de staatsveiligheid.)

Arnoud

Middelvinger opsteken is toch belediging

In april schreef ik over een vonnis waarin de middelvinger opsteken niet als een belediging werd aangemerkt:

In alle gevallen zonder twijfel hufterig en/of onbeschoft, maar hufterig en/of onbeschoft gedrag is – hoewel spijtig genoeg – op zichzelf naar Nederlands recht niet strafbaar. Ook kan de opgestoken middelvinger onder omstandigheden dan ook als een verwensing worden gezien, maar ook dit houdt nog geen belediging in.

In het hoger beroep blijkt de middelvinger opsteken toch wel een belediging:

In het onderhavige geval kan het opsteken van de middelvinger, zoals in bovengenoemd proces-verbaal omschreven, slechts worden begrepen als een uiting van grote minachting jegens de betreffende politiefunctionarissen en daarmee als een gebaar dat de strekking heeft de politiefunctionarissen tot wie het gebaar was gericht in hun eer en goede naam aan te tasten. Het verweer wordt daarom verworpen.

Arnoud